CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3- Begroting 2026.pdf

Raadscommissie gecombineerd 23 juni 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 10: Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) - Jaarstukken 2024 en programmabegroting 202611.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting

2026

Meerjarenbegroting 2027 - 2029

Inhoud Voorwoord

3

Inleiding

6

Beleidsbegroting

ODA | Begroting 2026

Programma’s

7 8

Begroting

31

Overzicht van baten en lasten

32

Toelichting financiële begroting

33

Financiële meerjarenbegroting 2026 – 2028

37

Overzicht baten en lasten per taakveld

38

Overzicht van de overheadkosten

39

Geprognosticeerde balans

40

Programma 1

Vergunningverlening

11

Programma 2

Toezicht en handhaving

13

Besluit

42

Programma 3

Advies

16

Algemeen bestuur

43

Programma 4

Stelseltaken

17

Programma 5

Overige activiteiten en projecten

19

Bijlagen

44

Bevoorschotting door de partners 2026

45

Paragrafen

20

Bedrijfsvoering

21

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

22

Financiering

29

Onderhoud kapitaalgoederen

30

2

Voorwoord

ODA | Begroting 2026

Voor het komende begrotingsjaar bied ik u de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029 van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) aan. De ODA voert in de Achterhoek voor gemeenten en provincie milieutaken uit, zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving en advies. Dit doen we op basis van de Omgevingswet. Hiermee dragen we bij een aan een schone, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.

Ontwikkelingen IBP-VTH Om meteen maar met de deur in huis te vallen, neem ik u mee in de ontwikkelingen rond het Interbestuurlijk Programma Versterking vergunningverlening, toezicht en handhaving (IBP-VTH). Omgevingsdiensten en daarmee ook de eigenaren liggen al een aantal jaren onder een vergrootglas. Nadat de commissie Van Aartsen een tien aanbevelingen heeft gedaan voor versterking van de uitvoering van VTH zijn deze opgenomen in het IBP. Er is een programma met zes pijlers ontwikkeld om tot een betere uitvoering te komen. Daarbij zijn robuust­ heidscriteria vastgesteld waaraan de omgevingsdiensten moeten voldoen. Voor 1 april 2026 moeten diensten aan de criteria voldoen. Dat moet uit (tussen)rapportages blijken. Het omzetcriterium is voor de ODA het meest nijpend. Tot nu toe heeft de ODA de taken steeds uitgevoerd op basis van het beschikbare budget (gebaseerd op de ingebrachte capaciteit bij de start van de ODA in 2013). Hoewel we dat altijd zo slim en efficiënt mogelijk gedaan hebben, zit de uitvoering van ons werk ruim onder het niveau van de risicoanalyse die we in 2024 hebben opgesteld. Deze analyse komt overeen met de analyse die we in 2016 ook gedaan hebben en waarvoor destijds onvoldoende budget beschikbaar was met risico­ analyses van de andere omgevingsdiensten. De ODA is daarmee weliswaar heel veel goedkoper per inwoner of per bedrijfscontrole.

Toch moet je vraagtekens plaatsen bij deze lage kosten. Het betekent immers ook dat we onvoldoende capaciteit hebben om de gewenste controles te doen of om ons vergunningenbestand te actualiseren.

3

Risico’s in beeld

Grotere capaciteit

Heeft de Achterhoek dan extra risico gelopen in de afgelopen jaren? Het antwoord daarop is niet zo makkelijk. Zoals gezegd proberen we zo slim en efficiënt mogelijk te werken. We hebben de belangrijkste risico’s wel in beeld en daar zetten we ook onze capaciteit voor in. Maar er zijn ook bedrijven waar we te weinig komen of in het verleden geweest zijn. En waar onze mensen echt schrikken als ze er dan wel een keer komen. Dan blijken er bijvoorbeeld gevaarlijke of verboden stoffen gebruikt te worden. Of er vinden lozingen plaats waar het niet mag en wat slecht is voor het milieu en de directe omgeving. Dit kun je zien als achterstallig onderhoud waarbij risico’s alleen maar toenemen. Er komen bovendien steeds nieuwe bedrijven bij die werken met nieuwere en complexere bedrijfsprocessen en met stoffen waarvan de invloed op de leef­ omgeving nog niet bekend is. Als voorbeeld kan ik PFAS noemen, maar er zijn veel meer Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in gebruik.

In de Achterhoek zijn veel mooie bedrijven gevestigd, zowel agrarisch als maakindustrie. En helaas wat minder mooie bedrijven die we wat beter in de gaten moeten houden. Bij het aantal bedrijven dat er in de Achterhoek is hoort eigenlijk een grotere capaciteit. Dat blijkt ook uit de risicoanalyse. Onze analyse is niet strenger dan de analyses die andere diensten maken. Het robuustheidscriterium is daar ook op gebaseerd. We willen daar graag in stappen naartoe groeien. Doen we dat niet dan zal vanuit het Rijk aangestuurd worden op een fusie met een andere omgevingsdienst. Dat kan natuurlijk, maar een andere dienst zal ook van de ODA verwachten dat we op een vergelijkbaar uitvoeringsniveau zitten. En bij een fusie raak je de ‘nabijheid’ kwijt.

ODA | Begroting 2026

Organisatiegroei Maar de ODA is toch gegroeid de laatste jaren? Ja, dat klopt. Dat komt echter vooral door extra taken die erbij gekomen zijn. Zoals voor­ bereiding op de Omgevingswet en daarmee steeds meer adviesvragen voor bijvoorbeeld ruimtelijke ordening. Of onze bijdrage aan energie­ controles bij bedrijven. Of extra activiteiten voor ondermijning, zoals bij drugslabs. En extra wettelijke taken zoals verschuiving van bevoegd gezag van provincie naar gemeenten. De groei is vooral gegaan naar extra taken en daarmee is de capaciteit voor de oorspronkelijke taken nauwelijks toegenomen, maar wel steeds gespecialiseerder en complexer geworden. Dit komt mede doordat de gemeenten waarvoor we werken, een succesvolle lobby hebben gevoerd om meer en liefst innovatieve bedrijven aan te trekken. Deze innovatieve bedrijven zijn complexer en voor meer bedrijven is simpelweg meer capaciteit nodig. Kortom: de ODA werkt al jaren met een steeds verder afnemende capaciteit voor toezicht en vergunning­verlening.

Wat nu? In 2025 bereiden we een nieuwe toekomstvisie voor die voor het eind van het jaar door het bestuur vastgesteld moet worden. Daarvoor gaan we onderzoeken hoe het zit met het niveau van uitvoering. We zien namelijk dat er structureel meer capaciteit gevraagd wordt van de omgevingsdienst. Daarom is voor 2025 ook een begrotingswijziging voorgesteld. Parallel gaan we onderzoeken wat de meerwaarde van een fusie kan zijn en wat daarvoor nodig is. In 2026 kan dan op basis van de nieuwe visie een ontwikkelrichting ingeslagen worden om de toekomst van onze mooie Achterhoek te borgen.

Scenario’s Wat ik hierboven geschetst heb is voor de ODA niet nieuw, maar voor u misschien wel. Welke keuze uiteindelijk gemaakt wordt is aan u en we gaan u helpen om meer inzicht te krijgen in deze ingewikkelde materie. Daarvoor komen we bij de gemeenteraden langs en misschien ook de staten en we nodigen u uit voor onze jaarlijkse raadsbijeenkomst.

4

Ik heb genoemd dat we in stappen willen groeien naar een uitvoeringsniveau dat meer aansluit bij de risico’s in onze mooie Achterhoek. Daarom hebben we in de meerjarenbegroting drie scenario’s voorbereid. • De begroting 2026 scenario 1 is gebaseerd op de bijgestelde/ gewijzigde begroting van 2025. En vertaald naar de meerjaren­ begroting op basis van de gebruikelijke indexaties. • De begroting 2026 scenario 2 is gelijk aan scenario 1, maar aangevuld met robuustheidscriteria voor opleiding, innovatie en Business Intelligence (BI). Dit laatste is bedoeld om veel beter gebruik te kunnen maken van data en het sturen op en delen van de informatie die hiermee gegenereerd wordt. De meerjarenbegroting gaat daarbij uit van een beperkt groeiscenario en de gebruikelijke indexaties. • De begroting 2026 scenario 3 komt overeen met de begroting uit scenario 2, vanwege het ravijnjaar. De meerjarenbegroting laat een groei in stappen zien waarmee we groeien naar een uitvoeringsniveau waarmee we tegemoetkomen aan de risicoanalyse. Tot het gewenste niveau bereikt is blijven we ons maximaal concentreren op de grootste risico’s, waarbij we natuurlijk niet weten wat we niet weten omdat we niet op alle locaties komen.

ODA | Begroting 2026

Met deze begroting 2026 leggen wij scenario 1 aan u voor. Dit betekent dat er nog geen invulling wordt gegeven aan de risicoanalyse, maar dat we ondertussen wel onderzoeken of een fusie meerwaarde heeft. Tegelijkertijd blijven wij ons zo goed mogelijk inzetten voor de Achterhoek.

Veranderingen door Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet heeft geleid tot grote veranderingen in onze processen, producten en diensten. De samenleving en de uitvoering van ons werk worden steeds complexer. Denk maar aan de stikstofproblematiek, Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), milieucriminaliteit, energietransitie en vluchtelingen­ opvang. Daarnaast wordt een lagere uitkering uit het gemeentefonds verwacht. Dat maakt het niet makkelijk om de juiste keuzes te maken.

Pensioen Dit is mijn langste en ook mijn laatste aanbiedingsbrief van de meer­ jaren­begroting van de ODA. De langste omdat ik u graag wil meenemen in wat we willen blijven betekenen voor de Achterhoek en dat het inmiddels enorm onder druk staat. De laatste keer omdat ik binnenkort van mijn pensioen ga genieten. Ik realiseer me dat ik veel van u vraag. En misschien denk u wel: had dit niet wat eerder gekund. Tsja, misschien had ik dat moeten doen. Het was dan zeker niet gemakkelijker geweest. Nu hebben we wel een goede analyse van de risico’s, maar het blijft zo lastig om uit te leggen wat we allemaal door slim en efficiënt werken hebben kunnen voorkomen. Ik heb genoten van dit prachtige werk en de samenwerking met onze gemeenten en de provincie. Ik blijf zeker genieten van onze fantastische Achterhoek. Dank daarvoor! Met vriendelijke groet, namens het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Achterhoek, Ir. Petra G.M. van Oosterbosch Directeur

5

Inleiding Bestuursorganen De ODA is opgericht op 7 november 2012, de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur van de ODA. De ODA kent twee bestuursorganen namelijk het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Op 1 januari 2025 waren de besturen als volgt samengesteld:

Algemeen Bestuur Lid

Functie

Gemeente/ Provincie

Plaatsvervanger

Functie

T.M.M. Kok

Wethouder

Aalten

A.B. Stapelkamp

Burgemeester

J.H.A. van Oostrum

Burgemeester (vz)

Berkelland

A.K. van Gijssel

Wethouder

W.J.P. Pelgrom

Wethouder

Bronckhorst

E.M. Gosselink

Wethouder

H.G. Bulten

Wethouder

Doetinchem

L.T.M. Steintjes

Wethouder

M. Eggink-Meuleman

Wethouder

Lochem

S.W. van ’t Erve

Burgemeester

G.J.M. Nijland

Wethouder

Montferland

J.A.M. Derksen

Wethouder

B.T.M. Porskamp

Wethouder

Oost Gelre

J.B.M. Hoenderboom

Wethouder

S.L. Hiddinga

Wethouder

Oude IJsselstreek

J. Kock

Wethouder

G.E. Visser

Wethouder

Winterswijk

B.J.J. Bengevoord

Burgemeester

H.J.M. Verschure

Wethouder

Zutphen

S.J.H.G. Wannet

Wethouder

D.E. Vreugdenhil

Gedeputeerde

Gelderland

Directeur

ODA

Lid

Functie

Gemeente/Provincie

J.H.A. van Oostrum

Burgemeester (vz) Berkelland

M. Eggink-Meuleman

Wethouder

Lochem

S.L. Hiddinga

Wethouder

Oude IJsselstreek

H.J.M. Verschure

Wethouder

Zutphen

Secretaris P.G.M. van Oosterbosch

R. Reinders

Afdelingshoofd

ODA | Begroting 2026

Dagelijks Bestuur

Secretaris P.G.M. van Oosterbosch Directeur ODA

6

Beleidsbegroting Programmaplan

Het programmaplan van de omgevingsdienst is opgebouwd uit de volgende programma’s: • Programma 1 Vergunningverlening • Programma 2 Toezicht en Handhaving • Programma 3 Advies • Programma 4 Stelseltaken • Programma 5 Projecten

De begroting 2026 wordt gebaseerd op de gewijzigde begroting 2025. Beleidswijzigingen die consequenties hebben voor de begroting 2025 (en volgende jaren), worden in de begroting 2026 verwerkt, dan wel via de eerste begrotingswijziging 2025.

(x € 1.000) Omschrijving

Taakveld

Begroting 2026 Baten

Lasten

Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening

7.4 Milieubeheer

3.239

2.519

Programma 2 Toezicht en handhaving

7.4 Milieubeheer

7.703

5.030

Programma 3 Advies

7.4 Milieubeheer

2.867

1.751

Programma 4 Stelseltaken

7.4 Milieubeheer

60

0

Eigen stelseltaak

60

99

Kosten Gelders stelsel van omgevingsdiensten

0

0

Omgevingsdiensten 373

Programma 5 Projecten

7.4 Milieubeheer

311

227

ODA | Begroting 2026

Overzichten Overhead

0.4 Overhead ondersteuning organisatie

Algemene dekkingsmiddelen

0.5 Treausury

0

Bedrag onvoorzien

0.8 Algemene baten en lasten

81

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering

4.100

14.179

14.179

Bijdrage deelnemers in het tekort 2023 Toevoegingen en ontrekkingen aan de reserves Resultaat

14.179

14.179

7

Bovenregionale taken

Indexatie

Taken die bovenregionaal worden uitgevoerd, maar inrichtinggebonden zijn, zijn opgenomen in ons productenboek. Deze lopen dus gewoon mee in de begrote dienstverlening. De programmatische stelseltaken worden afgerekend op uren op basis van een vastgesteld werkplan met een passende verdeelsleutel, afhankelijk van het onderwerp.

Zowel de loonindex als de prijsindex baseren we op de externe bericht­ geving, aan de hand van de septembercirculaire. Deze geeft voor 2026 een loonindexatie aan van 3,8% en een prijsindexatie van 2,4%. Mochten de indexaties bij nader inzien toch duidelijk anders uitpakken dan kunnen deze, zo nodig, in de begrotingswijziging 2026 mee­ge­ nomen worden. Deze (mogelijke) begrotingswijziging is een wijziging die, op basis van artikel 28 lid 10 van de GR, niet voor zienswijze naar de gemeenten en de provincie hoeft. Mocht er op het moment van op­­stellen van de begroting een nieuw (meerjarig) cao-akkoord liggen dan zullen we rekenen met de percentages uit het akkoord. Kortom De loonindex te bepalen op 3,8%. De prijsindex te bepalen op 2,2%.

Ondersteunende diensten

ODA | Begroting 2026

Voor de bestaande ondersteunende diensten zullen de in de begroting 2026 opgenomen bedragen worden geactualiseerd aan de hand van de eind 2024 geldende dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s).

8

Weerstandsvermogen/onvoorzien

Tot slot

De relatie tussen weerstandsvermogen en benodigde weerstands­ capaciteit is in een verhoudingsnorm weer te geven. In het Algemeen Bestuur van 9 november 2016 is besloten om te streven naar een voldoende weerstandscapaciteit. Volgens de robuustheidscriteria moet de weerstandsratio minimaal ≥0,8 zijn. Hier voldoet de ODA aan.

Het blijft de opmaat naar een begroting; gebaseerd op een inschatting met de kennis van dit moment. Zeker nu er volop beweging is rondom de omgevingsdienst. Eventuele wijzigingen nemen we mee in de be­gro­tings­­­wijziging 2026. In de partner- en bestuursrapportages maken we de daadwerkelijke ontwikkeling ten opzichte van afgesproken doelen, kaders en eventuele risico’s inzichtelijk.

Financieringssystematiek

ODA | Begroting 2026

Vrijwel alle omgevingsdiensten, en zo ook de ODA, verrekenen de bedrijfsvoeringskosten momenteel door een opslag in de uurtarieven. Bij de realisatie van meer of minder uren dan geraamd, ontstaat een verschil tussen de ontvangen bijdragen voor bedrijfsvoering en de (geraamde) kosten. Daardoor is er onvoldoende zekerheid voor de dekking van de bedrijfsvoeringskosten én hebben omgevingsdienst en deelnemers te maken met ongewenste fluctuaties. Dit zijn fluctuaties naast de fluctuaties die al kunnen ontstaan doordat de feitelijke bedrijfsvoeringskosten hoger of lager worden dan begroot. We stellen voor de bedrijfsvoeringskosten via een begrotingsbijdrage af te rekenen en niet meer te verrekenen via een opslag in de uurtarieven. Door de kosten op begrotingsbasis af te rekenen, is er direct zekerheid over de dekking en de hoogte van de bijdrage van deelnemers. De daad­ werkelijke bedrijfsvoeringskosten worden verantwoord bij de jaarrekening. Het totaal van de ODA-begroting voor bedrijfsvoering wordt naar rato over de deelnemers verdeeld. De verdeelsleutel bepaalt het Algemeen Bestuur. Het voorstel is om naar rato te verdelen waarbij wij een relatie voorstellen met de ingebrachte omvang van basis- en plustaken.

Ondanks dat het financiële effect in de begroting nul is, wil de ODA deze (kleine) verandering in de financieringssystematiek, in navolging van meerdere omgevingsdiensten en het advies vanuit het onderzoek Financieringssystematiek Omgevingsdiensten vanuit het IPB VTH, doorvoeren. Dit helpt de ODA bij het versterken van de financiële stabiliteit.

Procedure Voor de aanbieding en vaststelling van de (ontwerp)begroting geldt de volgende procedure. • Het Dagelijks Bestuur stuurt de ontwerpbegroting 2026 vóór 15 april 2025 aan Provinciale Staten en aan de gemeenteraden. • Provinciale Staten en de gemeenteraden kunnen hun zienswijzen over de ontwerpbegroting indienen bij het Dagelijks Bestuur van de ODA. • Het Dagelijks Bestuur verzamelt de zienswijzen en biedt de ontwerp­ begroting voorzien van de zienswijzen aan het Algemeen Bestuur aan. • Het Algemeen Bestuur stelt de begroting 2026 vervolgens vóór 1 augustus 2025 vast. • Onmiddellijk na vaststelling van de begroting door het Algemeen Bestuur zendt deze de begroting ter kennisname aan Provinciale Staten en de gemeenteraden. • Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval vóór 1 augustus (nieuwe termijn) aan de minister.

9

ODA | Begroting 2026

Programma’s

10

1. Vergunningverlening Wat willen we bereiken? Vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijnen afhandelen en dat de verleende vergunningen bijdragen aan een veilige leefomgeving en handhaafbaar zijn. Meldingen en informatie in het kader van de meldings- en informatieplicht worden beoordeeld op juistheid en volledigheid. Vergunningverlening is lastig te plannen omdat dit voor een groot deel afhankelijk is van aanvragen van de bedrijven. De volgende prioriteiten worden hierbij gehanteerd: • Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst opgepakt. • Aanvragen krijgen altijd voorrang voor ambtshalve wijzigingen. Daarnaast verliezen afgegeven vergunningen door diverse oorzaken hun actualiteit. Voorbeelden zijn: • Jurisprudentie en wijzigingen in wet- en regelgeving. • Wijzigingen in de meest milieuvriendelijke technieken die een bedrijf kan toepassen op basis van Europese regelgeving (BREF’s en BBT). • Wijzigingen in Nederlandse BBT-informatiedocumenten (best beschikbare technieken).

ODA | Begroting 2026

Wat gaan we daarvoor doen? • Meedenken in mogelijkheden en oplossingen, waarbij de belangen van de aanvrager, de omgeving en de gemeenten/provincie afgewogen worden.

• De inzet van menskracht en deskundigheid zodanig plannen dat producten met kwaliteit en integraal tot stand komen. Het klantgericht werken staat hierbij centraal. • Het uitvoeren van afspraken met de opdrachtgevers. • Kennis van medewerkers up-to-date houden. • Prioriteiten stellen en het maken van meetbare doelstellingen voor vergunningverlening en de actualisatie daarvan.

Beperkingen De afgelopen jaren is gebleken dat, door de steeds complexer wordende wet- en regelgeving, onvoldoende menskracht en het feit dat door de provincie weinig verklaringen van geen bedenkingen in het kader van de Wet Natuurbescherming worden afgehandeld, de doelstelling van 90% voor het tijdig leveren van vergunningen niet gehaald wordt. Rekening houdend met de beperkte middelen proberen onze mensen zich in te zetten om de meest noodzakelijke actualisaties op ad hoc basis wel uit te voeren. De huidige vergunningen dienen te worden omgezet naar Milieubelastende Activiteiten (MBA’s). In verband met de beperkte beschikbare middelen zal hieraan naar verwachting geen of weinig invulling worden gegeven. Met betrekking tot het tijdig leveren van vergunningen wordt een doelstelling van circa 60% haalbaar geacht. Actualisaties van vergunningen worden uitsluitend op basis van noodzaak ad hoc uitgevoerd. Risico van het niet tijdig actualiseren van vergunning is dat dit kan leiden tot complexe handhavingsprocedures.

11

Wat mag het kosten? Overzicht baten en lasten (x € 1.000)

Baten

Lasten

Saldo

3.239

2.519

721

Algemene dekkingsmiddelen

0

Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening Overzicht Overhead 0

ODA | Begroting 2026

Heffing vennootschapsbelasting

0

0

Onvoorzien 18

-18

Saldo van baten en lasten

702

3.239

2.537

12

2. Toezicht en handhaving Wat willen we bereiken?

De af­handeling van de in dit kader ingediende bezwaar- en beroepschriften wordt ook door de ODA verzorgd.

Toezicht De ODA houdt toezicht op de naleving van milieuregelgeving. Milieu­ belastende activiteiten worden gecontroleerd aan de hand van om­ gevings­plannen, een omgevingsvergunning of een melding. Als er voor de betreffende activiteit geen benodigde vergunning is verleend of wanneer er geen benodigde melding is ingediend, wordt erop toegezien dat dit alsnog gebeurt. Maar nog belangrijker: we zien erop toe dat bedrijven de (landelijke) regels op het gebied van milieu naleven. Naast het toezicht op bedrijven worden in het uitvoeringsprogramma 2026 ook andere aspecten van toezicht meegenomen. Denk hierbij aan bodemtoezicht, toezicht op evenementengeluid, toezicht op asbestsloop en toezicht op aspecten zoals vuurwerk en energiebesparing. Verder blijft ook ondermijning en ketentoezicht de komende jaren een grote rol spelen bij onze werkzaamheden.

Wat gaan we daarvoor doen? Risico-, effect- en naleefgericht toezicht op bedrijven We werken met een risico- en effectgerichte benadering, gebaseerd op steeds meer beschikbare informatie vooraf. Dit hebben we voor enkele branches vertaald naar specifieke brancheplannen. Hierin staan verschillende manieren van toezicht houden, zoals de traditionele reguliere controle, de aspectcontrole en de zelfcontrole (bedrijven vullen vooraf zelf een checklist in, waarna gekeken wordt waar de ODA zelf nog langs moet gaan voor een controle). Verder wordt in een brancheplan ook beschreven welke overtredingen het meest voorkomen in zo’n branche en hoe je mogelijke overtredingen kunt voorkomen door bijvoorbeeld voorlichting.

Milieuklachten en -meldingen De ODA neemt door burgers en/of bedrijven ingediende milieuklachten in behandeling en geeft daar een vervolg aan. Het indienen van klachten gaat via Milieuklacht Gelderland, het meldpunt voor milieuklachten in Gelderland. Dit kan zowel telefonisch als digitaal.

ODA | Begroting 2026

Handhaving, bezwaar en beroep De inzet vanuit de ODA is met name gericht op toezicht met daarin het bewustmaken van het naleven van de regelgeving. Maar helaas leidt alleen toezicht niet altijd tot het beoogde resultaat. Dan moeten we de naleving van de regels afdwingen door gebruik te maken van bestuurs­ rechtelijke en/of strafrechtelijke handhavingsinstrumenten.

We hebben samen met onze partners in concept een vernieuwde risicoanalyse en PVTH-uitvoeringsbeleid (de P staat voor preventie zoals het geven van voorlichting) opgesteld die de eerdere risicoanalyse van 2017 moet gaan vervangen. Dit betreft een doorontwikkelde risicogerichte aanpak van milieutaken binnen de ODA. Hiermee komt de aanpak ook in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingswet. Deze wordt in 2025 aan de gemeentes voorgelegd ter goedkeuring. Hiervoor wordt met name het resultaat uit de risicoanalyse (de benodigde capaciteit en kosten daaruit) eerst bestuurlijk afgestemd met onze partners en ons bestuur. Als deze goedgekeurd wordt, wordt dit vertaald in de komende begrotingen en uitvoeringsprogramma’s.

13

Aandachtsbedrijven Dit betreft bedrijven die extra aandacht nodig hebben en daardoor vaak ook veel tijd kosten. Elk jaar vallen er bedrijven af, maar er komen ook wat bij. Er zijn vier verschillende categorieën. • Aandachtsbedrijven met een hoog risicoprofiel. • Aandachtsbedrijven met een slecht naleefgedrag. • Aandachtsbedrijven met veel klachten uit de omgeving. • Aandachtsbedrijven met gevaar voor ondermijning/milieucriminaliteit.

Daar wordt onder meer de expertise van de ODA met betrekking tot hand­­having en het veiligstellen van de omgeving in de praktijk gebracht. De ODA helpt verder door de ogen en oren te zijn bij het signaleren van dit soort zaken en het meegaan met de politie en gemeentes naar verdachte situaties en bedrijven.

Het aantal bedrijven is dynamisch en het kan ook een combinatie van bovenstaande categorieën zijn.

Projectmatige en niet geplande werkzaamheden Naast het uitvoeren van regulier werk worden taken ook projectmatig opgepakt. Deze projecten hebben bijvoorbeeld betrekking op de branchegerichte aanpak of op stelseltaken zoals ketentoezicht. Daar­ naast vinden waar nodig ook niet geplande werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden ontstaan als gevolg van wensen van onze partners op dat moment, landelijke ontwikkelingen, klachten en/ of onvoorziene voorvallen/incidenten. Ons uitvoeringsprogramma is daarom flexibel opgesteld, waardoor waar nodig ook verschuivingen van werkzaamheden binnen de ODA plaats kunnen vinden. Daarbij moet natuurlijk wel gekeken worden of deze verschuivingen geen extra nieuwe risico’s met zich meebrengen en mocht dit wel zo zijn dat deze werkzaamheden alsnog later in het jaar gedaan worden.

ODA | Begroting 2026

Ondersteuning bij het voorkomen en bestrijden van ondermijning Ook in 2026 zal er weer aandacht worden besteed aan ondermijning. Ondermijning is de vermenging van de onderwereld met de boven­ wereld. In de Achterhoek hebben wij er helaas ook regelmatig mee te maken. Denk daarbij aan de drugslabs en hennepkwekerijen die zijn aangetroffen en waar lozingen of dumpingen van (gevaarlijke) afval­stoffen op bodems, in mestkelders, etc. hebben plaatsgevonden.

14

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) In ons werkproces is de LHSO geïmplementeerd. Deze werkwijze is onze basis voor de inzet van handhaving, waarbij we rekening houden met het mogelijk aanwezige specifieke handhavingsbeleid bij onze partners.

Wat mag het kosten? Overzicht baten en lasten (x € 1.000)

Gebruik van strafrecht In het kader van de toetsing van overtredingen aan de hand van de LHSO zijn de werkzaamheden in het kader van het strafrecht door de boa’s ook van belang. Verder wordt er ook gekeken naar een continue verbetering van de samenwerking met het Openbaar Ministerie, Fun­ctioneel Parket en de politie. De onderlinge contacten zijn goed, maar de verwachtingen en daarmee de werkafspraken en de -processen worden waar nodig nog beter op elkaar afgestemd.

Baten

Lasten

Saldo

7.703

5.030

2.673

Algemene dekkingsmiddelen  

0

0

Overhead  

0

0

Heffing vennootschapsbelasting  

0  

Programmaplan Programma 2 Toezicht en Handhaving Overzicht

Onvoorzien Saldo van baten en lasten

7.703

44

-44

5.074

2.629

Programmasturing complexe bedrijven Binnen het Gelders Stelsel is er een gezamenlijk Gelders programma voor de gemeentelijke complexe bedrijven. Hiermee willen we een kwalitatief betere en uniforme werkwijze creëren voor de bedrijven met de grootste milieurisico’s. Ook zorgen we hiermee voor een goede kennisdeling over dit soort bedrijven binnen het Gelders stelsel.

ODA | Begroting 2026

Uitstoot van stikstof (N) Al jaren is de stikstofdiscussie in Nederland gaande. Gezien de politieke en maatschappelijke onenigheid zal dit ook niet direct tot duidelijkheid leiden. Wat dit voor toezicht en handhaving gaat betekenen blijft dan ook onduidelijk. Mogelijk houdt dit voor ons wel in dat ons de komende jaren wordt gevraagd om bij specifieke bronnen extra toezicht te gaan houden. Denk daarbij aan de grotere veehouderijen of de fabrieken met grote stookinstallaties.

15

3. Advies Wat willen we bereiken? Het verstrekken van (milieu)advies over het ontwikkelen, inrichten en beheren van een duurzame leefomgeving. Enerzijds zijn de adviezen een onderdeel van de vergunning- en handhavingsprocedures en anderzijds zijn de adviezen gericht op ruimtelijke processen waarbij voor alle relevante aspecten een beoordeling wordt gegeven over de (on) mogelijk­heden van een ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat om adviezen op het gebied van archeologie, constructie, geluid, bodem, lucht, geur, licht, externe veiligheid, milieueffectrapportage, milieuzonering, ecologie natuurbeschermingswet, water, juridische ondersteuning en ZZS. Opgemerkt wordt dat de gemeenten mogelijk leges kunnen heffen of anterieure overeenkomsten kunnen sluiten zodat de kosten hiervoor deels worden gedekt.

• De inzet van menskracht en deskundigheid zodanig plannen dat producten met kwaliteit en integraal tot stand komen. Het klantgericht werken staat hierbij centraal. • Binnen afgesproken termijnen leveren van advies dat voldoet aan gevraagde en/of geformuleerde afspraken • Kennis van medewerkers up–to-date houden.

Wat mag het kosten? Overzicht baten en lasten (x € 1.000)

Baten

Lasten

Saldo

2.867

1.751

1.116

Programmaplan

In het kader van de Omgevingswet, waarbij bij het toekennen van functies aan een Omgevingsplan sprake dient te zijn van een integrale afweging van de diverse belangen, wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een vorm van integrale advisering voor de milieuaspecten waar de ODA op adviseert.

ODA | Begroting 2026

Wat gaan we daarvoor doen?

Programma 3 Advies Overzicht

Algemene dekkingsmiddelen  

0

0

Overhead  

0

0

Heffing vennootschapsbelasting  

0

0

Onvoorzien  

18

-18

1.769

1.098

Saldo van baten en lasten

2.867

• Meedenken in mogelijkheden en oplossingen, waarbij de belangen van de aanvrager, de omgeving en de gemeenten/provincie in het oog worden gehouden. • Het verstrekken van gevraagde specialistische en juridische adviezen aan in- en externe opdrachtgevers.

16

4. Stelseltaken De individuele Gelderse omgevingsdiensten zijn niet voor alle opgedragen taken voldoende ‘robuust’. Om die robuustheid wel te garanderen, is het Gelders Stelsel ontwikkeld. Omgevingsdiensten waar bovenregionale taken zijn belegd, zorgen voor de uitvoering daarvan ten behoeve van alle Gelderse omgevingsdiensten. De volgende bovenregionale taken zijn als volgt belegd:

Kwaliteit en coördinatie Gelders Stelsel Om het Gelders Stelsel van zes uitvoeringsdiensten blijvend op een kwalitatief goed niveau te laten functioneren, is het van groot belang duurzaam met elkaar in gesprek te zijn. De OddV voert daarover de regie.

Bovenregionale taak

Belegd bij

Ketentoezicht

Kwaliteit en coördinatie Gelders Stelsel

Omgevingsdienst de Vallei (OddV)

Ketentoezicht

Omgevingsdienst Rivierenland ODR)

Portaal en kenniscentrum

Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe)

Complexe vergunningverlening (provinciale bedrijven)

Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN)

Complexe toezicht en handhaving (provinciale bedrijven),

Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)

De ODR is verantwoordelijk voor de analyses, de keuze van de ketens en de uitvoeringsplanning. De ketenprogramma’s worden uitgevoerd in samenwerking met de medewerkers van de verschillende omgevings­ diensten. In overleg met de ODR worden projecten bepaald voor de inzet op ketentoezicht. Hiervoor is vanuit de ODA capaciteit beschikbaar gesteld.

meetdienst en bezwaar en beroep Personeel en organisatie

Omgevingsdienst Achterhoek (ODA)

Bestuurlijke strafbeschikking milieu (BSBm)

Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe)

Wat willen we bereiken?

ODA | Begroting 2026

Wat gaan we daarvoor doen?

In Gelderland hebben gemeenten en provincie gekozen voor een samenhangend stelsel van uitvoeringsdiensten waarin nabijheid, samen­hang, kwaliteit en efficiency belangrijke uitgangspunten zijn. De keus om zo veel mogelijk in de regio, en daarmee in de eigen organisatie te blijven werken, maakt samenwerking tussen de uit­ voerings­­diensten nodig en gewenst. Nodig omdat niet in alle regio’s de uitvoering van alle taken robuust en volgens de landelijk opgestelde en vereiste kwaliteit­scriteria 3.0 mogelijk is. Samenwerking is gewenst omdat het een goede manier is om kwalitatief goede producten tegen een redelijke prijs te leveren.

Portaal en kenniscentrum De ODVeluwe fungeert als portaal en kenniscentrum. De ODVeluwe verzorgt de gemeenschappelijke contacten vanuit het stelsel met andere organisaties zoals het Openbaar Ministerie. Daarmee hebben deze organisaties in Gelderland één aanspreekpunt.

Complexe vergunningverlening en toezicht en handhaving Vanuit de Omgevingswet geldt dat het bevoegd gezag voor complexe bedrijven bij de provincie ligt. De provincie heeft deze taken belegd bij de ODRN voor vergunningverlening en de ODRA voor toezicht en handhaving. Dit geldt ook voor toezicht en handhaving van vuurwerk en bodemsaneringen waarbij de provincie bevoegd gezag is.

17

Personeel en organisatie De ODA fungeert als trekker van de stelseltaak HRM. Vanuit deze rol coördineren we het Centraal Lokaal Overleg (CLO) en leveren we de ondersteuning voor het CLO. Bij de oprichting van de Gelderse Om­gevingsdiensten zijn de meeste regelingen collectief met de vakbonden afgestemd. Door de inwerkingtreding van de WNRA ligt hier ook een rol grotere rol voor de OR. Waar dat zinvol is stemmen we met de OR af welke regelingen we uniform kunnen uitvoeren in Gelderland. Ook coördineren we de taken van de Expertgroep HRM. Deze expertgroep is gezamenlijk verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering van P&O-taken. We worden hierbij ondersteund door een arbeidsjurist. Het grote voordeel van deze gezamenlijke aanpak is dat niet elke omgevingsdienst ‘het wiel hoeft uit te vinden’. In brede zin moeten we denken aan: evaluatie van bestaande regelingen (onder meer reiskosten, IKB), arbeidsmarktcommunicatie en de gesprekkencyclus.

Wat mag het kosten? Overzicht baten en lasten (x € 1.000)

Baten

Lasten

Saldo

60

472

-412

Algemene dekkingsmiddelen  

0

0

Overhead  

0

Heffing vennootschapsbelasting  

0

Programmaplan Programma 4 Stelseltaken Overzicht

Onvoorzien Saldo van baten en lasten

60

0

0

-18

472

-412

Onze gemeenschappelijke arbeidsvoorwaarden liggen vast in de lokale arbeidsvoorwaardenregeling Gelderse Omgevingsdiensten (LAGO) en het Arbeidsvoorwaardenreglement Gelderse Omgevingsdiensten (AvR). Kosten (vooral personele inzet) die hiervoor door de ODA worden gemaakt, worden verdeeld over de zes omgevingsdiensten.

Bestuurlijke strafbeschikking milieu (BSBm)

ODA | Begroting 2026

De stelseltaak coördinatie BSBm is belegd bij de ODVeluwe. Dit gaat om de ‘grijze’ BSBm. Voor deze taak wordt gebruikgemaakt van een centrale registratie. Ook de afstemming met het Openbaar Ministerie wordt door de ODVeluwe gedaan.

18

5. Overige activiteiten en projecten In dit programma staan projecten die een incidenteel karakter hebben.

Wat willen we bereiken? Projecten worden meestal gestart om een impuls te geven aan nieuwe onderwerpen of zaken die onvoldoende zijn geborgd in het primaire proces. Vooralsnog hebben we voor 2025 alleen nog maar de Om­gevings­­wet als project die overigens al langer loopt. Maar hier komen zeker nog wel wat projecten bij.

Wat gaan we daarvoor doen? Interbestuurlijk programma Vanaf 2023 werkt ODA aan het Interbestuurlijk programma versterking VTH. Dit programma is gestart vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met als doel om voor 1 april 2026 de omgevingsdiensten te laten voldoen aan de robuustheidscriteria. Samen met het bestuur en de ambtelijk opdrachtgevers worden de acties opgesteld en uitgewerkt. Naast het werken aan de eigen zelf­ standige robuustheid worden ook verkennende gesprekken gevoerd met omliggende Gelderse omgevingsdiensten. ODA voldoet inmiddels aan alle robuustheidscriteria, behalve het omzetcriterium.

Wat mag het kosten?

Kosten voor het Interbestuurlijk programma versterking VTH worden gedekt uit de daarvoor bedoelde SPUK-middelen. Wanneer wordt gekozen voor een uitbreiding van de activiteiten of een formele verkenning dan zullen deze kosten apart worden voorgelegd aan de ambtelijk opdrachtgevers. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven we de samen­ werkings­afspraken in de regio evalueren en optimaliseren. In 2024 zijn we gestart met de normuren en onze (norm)producten te monitoren en daarmee het productenboek aan te passen gaande het jaar. Dit betekent dat de begroting van 2026 en de opvolgende jaren gewijzigd zullen worden aan de hand van de dan bekende wijzigingen.

Overzicht baten en lasten (x € 1.000)

Baten

Lasten

Saldo

311

227

83

Programmaplan Programma 5 Overige activiteiten en projecten Overzicht

ODA | Begroting 2026

Algemene dekkingsmiddelen  

Omgevingswet na invoering

Overhead  

Samen met de deelnemers heeft ODA zich voorbereid op de invoering van de Omgevingswet. Na invoering van de wet is het gewenst om de samenwerkingsafspraken blijvend te monitoren en actuele kennis te blijven uitwisselen om het ieders en ons gezamenlijke dienstv­erlenings­ niveau hoog te houden.

Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien Saldo van baten en lasten

311

227

83

19

In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeen­schappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de ODA. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen achterwege gelaten. De volgende paragrafen worden behandeld: • Bedrijfsvoering • Risicobeheer en weerstandsvermogen • Financiering • Onderhoud kapitaalgoederen

ODA | Begroting 2026

Paragrafen

20

Bedrijfsvoering Kwaliteit

Organisatieondersteuning

Voor de beoordeling van kwaliteit zijn de kwaliteitscriteria 3.0 de uitgangs­punten. Periodiek worden zowel de procescriteria als de criteria voor de kritieke massa (op basis van capaciteit, kennis en ervaring van de medewerkers) gemonitord. Daaruit blijkt dat we over het algemeen aan alle kwaliteitscriteria volledig voldoen. We hebben ons als doel gesteld om robuust te zijn op alle deskundigheidsgebieden waarvoor de ODA aan de lat staat. Daarnaast streven we ernaar dat onze mede­werkers zoveel mogelijk individueel voldoen. Ons opleidings­ plan en andere acties zijn daarop gericht.

De ondersteuning is nu deels belegd bij drie partners en in 2026 twee partners. Dit is vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten met een relatief korte looptijd. Dit om telkens te beoordelen of de samenwerking met de huidige partners nog wel de beste keuze is. Een korte looptijd houdt andere opties voor de toekomst open.

Informatiebeleid en ICT

ODA | Begroting 2026

De ODA heeft een aantal systemen in gebruik. Voorbeelden van deze systemen zijn een vergunningen, toezicht- en handhavingssysteem, een systeem waar documenten worden opgeslagen en een systeem die de informatie van de ODA op de kaart toont. Al deze systemen staan in verbinding met elkaar. De komst van de Omgevingswet en de huidige AVG-wetgeving stellen specifieke eisen aan enerzijds gegevens­ uitwisseling en anderzijds aan het beheer van gegevens. Om aan de regelgeving te kunnen voldoen zijn er regelmatig aanpassingen aan de systemen nodig. Binnen het Gelders Stelsel is er een kernregistratie waarmee we binnen Gelderland informatie over bedrijven uitwisselen. Dit centrale systeem kan ook gebruikt worden voor koppelingen met bijvoorbeeld landelijke gegevensbanken, zoals Inspectieview Milieu (IVM). Bij de aanschaf van een nieuw systeem wordt ook steeds gekeken naar wat er gezamenlijk binnen het stelsel kan worden opgepakt.

21

Weerstandsvermogen en risicobeheersing De wereld om ons heen verandert snel. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Neem corona als voorbeeld. Deze ontwikkelingen kunnen geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegen­ vallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het Algemeen Bestuur van de ODA heeft daarvoor in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weer­stands­capaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van de gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen.

Definities

Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit, risico en weerstandsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past.

ODA | Begroting 2026

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegen­ vallers eventueel bekostigd kunnen worden, zoals de algemene reserve. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weer­stands­ capaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen.

Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA, de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA.

Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weer­ standsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd, het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden, kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinig­ingen of een hogere bijdrage van de deelnemers. Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld:

Waarderings

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

Groter dan 2,0

Uitstekend

B

Groter dan 1,4 maar kleiner dan 2,0

Ruim voldoende

C

Groter dan 1,0 maar kleiner dan 1,4

Voldoende

D

Groter dan 0,8 maar kleiner dan 1,0

Matig

E

Groter dan 0,6 maar kleiner dan 0,8

Onvoldoende

F

Kleiner dan 0,6

Ruim onvoldoende

cijfer

22

Bepaling weerstandscapaciteit ODA

Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet?

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Binnen de ODA kan de beschikbare weerstandscapaciteit uit twee posten worden berekend: • Post onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit) begroting 2025: € 79.000. • Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit) stand 1-1-2023: € 115.000.

Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kansklasse-indeling:

De verwachting is dat de algemene reserve met het positieve jaarrekeningresultaat 2023 aangevuld gaat worden naar € 150.000.

Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid?

ODA | Begroting 2026

Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel:

Klasse

Omvang

1

€ 0 - € 25.000

2

€ 25.000 - € 75.000

3

€ 75.000 - € 200.000

4

€ 200.000 - € 500.000

5

> €500.000

Klasse

Waarscheinlijkheid

Kans

Referentiebeeld

1

Zeer klein

10%

1 keer per 10 jaar of >

2

Klein

30%

1 keer per 5-10 jaar

3

Gemiddeld

50%

1 keer per 2-5 jaar

4

Groot

70%

1 keer per 1-2 jaar

5

Zeer groot

90%

1 keer per jaar of <

Gekozen uitgangspunten voor inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden voor de taakuitoefening over en weer afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiencydoelstellingen onder druk zetten of kunnen leiden tot te weinig werk per medewerker. Het is ook van belang de afspraken met de andere omgevingsdiensten juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren nodig zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar pro­­ducten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans dat het risico zich voordoet verkleind. Het risico schatten we op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

23

Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijk­ heidsverzekeringen gesloten. Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. We schatten de omvang op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein).

Bezuinigingen bij de deelnemers

Mocht een van de deelnemers de keuze maken om uit de gemeen­ schappelijke regeling te treden, dan zal dit een groot (financieel) effect kunnen hebben op de ODA. We schatten de omvang op €1.000.000 en de kans dat zicht dit voordoet op 10% (zeer klein).

Het risico is dat het Rijk bezuinigt op provinciale en gemeentelijke uit­keringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat provincie en gemeenten een deel van de rijks- of eigen bezuinigingen afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verreken­­syste­matiek zijn onder meer afspraken gemaakt hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Ondanks deze afspraken schatten we het risico op €250.000 (klasse 4) en de kans dat het zich voordoet op 10% (klein).

Calamiteit bij bedrijf

Loon- en prijsontwikkelingen

De ODA kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld, nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit. Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaatsvond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af. Je krijgt te maken met schadeclaims en negatieve pers. Voor de financiële consequenties zie de taakuitvoering. Als beheersings­ maatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een com­muni­ catieplan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten, praktijk­situaties simuleren, kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil.

Het risico bestaat dat de loon- en prijsontwikkelingen hoger uitvallen dan de begrote prijs- en loonindex cijfers. Het risico hebben we ingeschat op € 150.000 (klasse 3) en de kans dat het zich voordoet op 50% (gemiddeld).

Rechtmatigheid

Ziekteverzuim

Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig, dat wil zeggen overeenkomstig wet- en regelgeving te handelen en moet daarin de opdrachtgevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA. Bovendien

De ODA werkt met een norm aan productie-uren van 1.350. Omgerekend is dit 72% naar beschikbare uren. Als het ziekteverzuim te hoog is, denk bijvoorbeeld aan de medewerkers die werkzaam zijn binnen het primaire proces, zet dat de productieve norm onder druk en daardoor de opbrengsten. We schatten het risico op € 70.000 (klasse 2)

Deelnemers treden uit de gemeenschappelijke regeling

ODA | Begroting 2026

vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de interne controle. We schatten het (rest)risico op nihil.

Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigenrisicodrager voor de ziektewet, WW en pre­miedifferentiatie voor WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premiedifferentiatie als een medewerker ziek, verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld).

24

en de kans dat dit zich voordoet op 50% (gemiddeld). Het ziekteverzuim van de ODA over 2024 bedraagt 7,9%. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 5,0%; bron CBS). Wel stellen we vast dat het ziektepercentage vooral zichtbaar is in het primaire proces.

Werkkostenregeling

ODA | Begroting 2026

Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% ver­­schuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. We schatten het risico in op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (gemiddeld).

Btw Het plafond van het btw-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de norm­erings­systematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aan­gepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond wordt overschreden, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder producten gaan afnemen. Vooralsnog schatten we dit risico op nihil.

Vennootschapsbelastingplicht Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is.

25

Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid, waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig. In 2019 had de ODA een behoorlijk tekort. In 2020 hebben we een tijdschrijfanalyse uitgevoerd. Aan de hand hiervan bleek dat de productvergoeding voor specialistische onder­ steuning onvoldoende kostendekkend was en zijn daarop de normen aangepast. We schatten het risico van onvoldoende dekking op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

Gelders Stelsel Er is een verbeterplan opgesteld op basis van de uitgevoerde evaluatie van het Gelders Stelsel. De mogelijke maatregelen zijn niet door­ gerekend qua geld. Mogelijk kunnen een aantal maatregelen leiden tot extra kosten voor de ODA. We schatten het risico op € 12.500 en de kans dat zich dit voordoet op 70% (groot).

Automatisering

Omgevingswet

Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschil­lende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld).

De invoering van de Omgevingswet kan tot een andere taakverdeling tussen gemeenten, provincie en de ODA leiden. Het is zowel mogelijk dat dit tot meer als tot minder taken voor de ODA leidt die in de begroting zo mogelijk worden meegeraamd. Het risico schatten we daarom op nihil.

Aanbestedingen

Datalekken

Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europees en ODA) inkoop- en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen nodig zijn voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein).

Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn per­soon­ lijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoons­gegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoons­ gegevens (Wbp). Hierin staat dat persoons­gegevens moeten worden beveiligd tegen verlies en tegen on­rechtmatige verwerking. Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, of als het ernstige nadelige ge­volgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene als het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein)

Outputmodel (medewerkers)

ODA | Begroting 2026

De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt, kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

Het outputmodel vanaf 2017 vergt een geheel andere strategie in de bedrijfsvoering dan we tot dusverre gewend zijn. De ODA wordt tot op zekere hoogte afhankelijk van de vraag van onze klanten (lees: de partners). Ook voor de medewerkers betekent dit een omslag. We zullen hiermee ervaring moeten opdoen. Het beleid van onze partners kan leiden tot meer of minder vraag naar producten, incidenteel maar wellicht ook structureel. Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeenkomt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen.

26

Financieel effect van deze risico’s We willen het totale financiële effect van deze risico’s weten. Dit hebben we nodig om vast te stellen of onze financiële buffer voldoende is. In de volgende tabel wordt het financieel effect berekend. Niet alle risico’s komen tegelijk voor. Ook zijn de gevolgen van de risico’s niet altijd maximaal. Het geld dat nodig is om de risico’s op te kunnen vangen is daarom minder dan alle risico’s bij elkaar opgeteld. Een praktische methode om het effect te berekenen is het maximale risico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. We noemen dit het kwantificeren van de risico’s. In onderstaande tabel zijn de eerdergenoemde risico’s gekwantificeerd.

Risico’s

Geschatte

Geschatte

Financieel effect

omvang

kans in %

van de risico’s

Afspraken dienstverleningsovereenkomsten

€ 50.000

30%

€ 15.000

Taakuitvoering

€ 12.500

10%

€ 1.250

€1.000.000

10%

€100.000

Calamiteit bij bedrijf

nihil

0

€0

Rechtmatigheid

nihil

0

€0

Bezuinigingen bij de deelnemers

€ 250.000

20%

€ 50.000

Loon- en prijsontwikkelingen

€ 150.000

50%

€ 75.000

Eigen risico voor werknemersverzekeringen

€ 50.000

50%

€ 25.000

Ziekteverzuim

€ 70.000

50%

€ 35.000

Werkkostenregeling

€ 12.500

30%

€ 3.750

Uittreden deelnemer gemeenschappelijke regeling

Btw Vennootschapsbelastingplicht

nihil nihil

€0

Productenboek

€ 50.000

30%

€ 15.000

Automatisering

€ 12.500

50%

€ 6.250

Aanbestedingen

€ 137.500

10%

€ 13.750

Outputmodel

€ 50.000

30%

€ 15.000

Gelders Stelsel

€ 12.500

70%

€ 8.750

Omgevingswet

€0

0%

€0

€ 150.000

20%

€ 30.000

Datalekken Totaal

ODA | Begroting 2026

€0

€ 393.750

In de becijfering is rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Het gaat dan om de individuele risico’s en de kans dat dit (individuele) risico zich periodiek voordoet. De kans dat alle risico’s zich op enig moment tegelijkertijd voordoen is ons inziens aanzienlijk lager. Daarom hanteren we een dempingfactor van 0,5. Het totaal van de financiële risico’s komt daardoor op € 196.875.

27

Weerstandsvermogen Zoals hierboven becijferd, hebben we de benodigde weerstands­ capaciteit bepaald op € 196.875. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 246.000 (per 31-12-2024 is € 165.000 van de algemene reserve vrij besteedbaar + het in de gewijzigde begroting 2025 beschikbare bedrag voor onvoorzien van € 81.000).

Kengetallen

Jaarrekening

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

1a. Netto schuldquote

-9

-2

-3

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd

9

-2

-3

20

21

10

0

0

0

voor alle verstrekte leningen 2.

Solvabiliteitsratio

Gebruiken we de formule en waarderingstabel (zie hiervoor) dan ziet

3.

dit er als volgt uit:

4.

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

5.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen =

------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit

In bedragen: € 246.000 / € 196.875 = 1,3 Waarderingscijfer: C Betekenis: Voldoende Uit de analyse blijkt dat het weerstandsvermogen op basis van de berekening die voor ligt voldoende is.

De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geven inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODA in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het percentage is relatief laag. Dit komt met name door een hoog bedrag aan kortlopende passiva en een laag eigen vermogen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Aangezien de geraamde structurele lasten in evenwicht zijn met de geraamde structurele baten is er geen structurele exploitatieruimte.

Kengetallen

ODA | Begroting 2026

Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel van deze kengetallen is inzicht te verschaffen of de begroting structureel en duurzaam in evenwicht is.

28

Financiering Treasuryfunctie De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) verplicht gemeenschappelijke regelingen richtlijnen vast te stellen voor het beheer van de geldstromen en de risico’s die daaraan zijn verbonden. De treasuryfunctie maakt deel uit van de ondersteunende financiële diensten die de gemeente Berkelland voor de ODA verricht.

Risicobeheer De ODA heeft een eenvoudige rol op treasurygebied. De behoefte is: • het aantrekken van langlopende geldleningen voor investeringen ten behoeve van de bedrijfsvoering; • het overbruggen van de mate van bevoorschotting door de deelnemers. Zodra grotere investeringen in de bedrijfsvoering worden gedaan ontstaat behoefte aan een langlopende financiering. Ook de ODA heeft te maken met het zogenaamde ’schatkistbankieren. De rekening­ couranttegoeden van de ODA bij de Bank Nederlandse Gemeenten worden dagelijks afgeroomd ten gunste van ’s Rijks kas.

ODA | Begroting 2026

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de lasten van de primitieve begroting. De totale lasten belopen € 14.179.000. De kasgeldlimiet bedraagt voor 2026: € 1.205.000.

29

Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen heeft als doel aan te tonen hoe de ODA de instandhouding van haar kapitaalgoederen borgt. Kapitaalgoederen zijn aankopen die een meerjarig gebruik dienen en die we meestal aanduiden als investeringen. Artikel 3 van de financiële verordening bepaalt dat nieuwe investeringen in de begroting moeten worden vermeld. Voor het up-to-date houden van software zijn zoveel mogelijk onderhoudscontracten afgesloten met de leveranciers. De hieraan verbonden kosten worden geacht te zijn inbegrepen in de vergoeding die de ondersteunende partner ontvangt van de ODA. Voor investeringen hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen: • hardware 3 jaar • software 5 jaar • dienstvervoermiddelen 7 jaar

ODA | Begroting 2026

Overigens bepaalt de financiële verordening (artikel 7) dat materiële vaste activa met economische waarde lineair worden afgeschreven.

30

ODA | Begroting 2026

Begroting

31

Financiële begroting Overzicht van lasten en baten Onderstaand de financiële begroting 2026 van de ODA met toelichting.

(x € 1.000) Omschrijving

2025

2026

Realisatie Begroting wijziging

2024

Begroting

Lasten 1

Personele kosten/Inhuur en diensten derden

10.071

11.051

11.451

2

Organisatiekosten

1.357

1.323

1.347

3

Organisatieontwikkeling en SPP

0

64

66

4

Bovenregionale taken

432

462

472

5

Organisatieondersteuning

706

761

762

6

Algemene lasten

0

79

81

12.566

13.741

14.179

Totaal lasten

Baten 21

Bijdragen van derden

1.068

616

371

25

Bijdragen deelnemers

11.400

13.125

13.808

Totaal baten

12.468

13.741

14.179

0

0

Resultaat reguliere bedrijfsvoering

-98

ODA | Begroting 2026

Verrekening resultaat 26

Verrekening met deelnemers rekeningsaldo

27

Bijdrage/Onttrekking algemene reserve Gerealiseerd resultaat

0 -98

0

0 0

32

Toelichting financiële begroting Lasten

Conform de vastgestelde begrotingsuitgangspunten zijn de salarislasten verhoogd met 3,8%. De overige kosten zijn geïndexeerd met 2,2%. Overige mutaties ontstaan vanuit ontwikkelingen die hieronder verder toegelicht worden.

3. Organisatieontwikkeling en strategische personeelsplanning (€ 66.000) Betreft het beschikbare budget voor organisatieontwikkeling voor 2026. Het betreft budget voor verbetering van werkprocessen, veelal ICT-gerelateerd. De gezamenlijke projectkosten voor I-GO, worden hieruit gedekt.

1. Personeelskosten/Inhuur derden (€ 11.451.000) De loonsom bestaat uit de loonsommen van het management, de managementondersteuning en van de primaire processen vergunning­ verlening, advies en toezicht en handhaving. Daarnaast bestaan de kosten uit de externe inhuur en diensten derden, de zogenaamde flexibele schil. Deze flexibele schil hebben we nodig om te kunnen voldoen aan de vraag van onze partners en de ontwikkeling van de organisatie. Verder stijgen de personeelslasten door indexatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4883/documents/31634