CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Archeologisch onderzoek.pdf

Raadsvergadering 28 maart 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Hiddinkdijk 31 en 31a Heelweg"7.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archeologisch bureauonderzoek Hiddinkdijk 31 te Heelweg Gemeente Oude IJsselstreek

KSP Archeologie

KSP Archeologie

Colofon Versie Status

: :

KSP Rapport Auteur ISSN Foto’s en afbeeldingen Beheer en plaats documentatie Autorisatie Datum autorisatie

: : : : :

1.0 Nog niet door de opdrachtgever ter goedkeuring aangeleverd bij de bevoegde overheid. Over dit rapport heeft nog geen (inhoudelijke) afstemming met de bevoegde overheid plaatsgevonden. 23037 S.M. Koeman (senior KNA Prospector) 2542-7490 KSP Archeologie KSP Archeologie te Duiven

: :

E.A. Schorn (senior KNA Prospector) 14 april 2023

www.ksparcheologie.nl | info@ksparcheologie.nl

Disclaimer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder bronvermelding. KSP Archeologie aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit onderhavig onderzoek of de gegeven adviezen. KSP Archeologie beschikt over het Procescertificaat Archeologie dat is verleend op basis van de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 voor protocol 4002 ‘bureauonderzoek’ en protocol 4003 ‘inventariserend veldonderzoek – onderdeel overig’. Wanneer de certificatie-eisen strijdig zijn met de eisen van de bevoegde overheid, dan gaat KSP Archeologie uit van de eisen van de bevoegde overheid omdat die sanctioneerbaar zijn.

KSP Archeologie

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Afbakening plan- en onderzoeksgebied 1.3 Overheidsbeleid 1.4 Toekomstige situatie 1.5 Onderzoeksdoel 2 Bureauonderzoek 2.1 Huidige situatie 2.2 Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens 2.3 Historische situatie en mogelijke verstoringen 2.4 Beschrijving van archeologische gegevens 2.5 Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden 2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting 3 Conclusie en advies 3.1 Conclusie 3.2 Advies Literatuur Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

5 6 6 6 6 7 8 9 9 10 12 16 18 18 21 21 21 23

Geomorfologische kaart Bodemkaart Archeologische gegevens Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Lijst van afbeeldingen Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:25.000 (bron: Kadaster). 4 Figuur 2: Schetsmatige en mogelijk uitwerking uitgangspunten en randvoorwaarden van project Hiddinkdijk 31 Heelweg (bron: Gelders Genootschap 2023). 7 Figuur 3: Het plangebied op een luchtfoto uit 2022 (bron: Kadaster). 9 Figuur 4: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: www.ahn.nl). 11 Figuur 5: Het plangebied op de Hottingerkaart uit 1773-1794 (bron: Versfelt 2003). 13 Figuur 6: Het plangebied op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). 14 Figuur 7: Het plangebied op de kaarten uit 1886, 1929, 1955, 1970, 1988 en 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). 15 Figuur 8: De huidige bebouwing in het plangebied. 15 Figuur 9: Het plangebied op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek (bron: Brugman e.a. 2015). 18 Figuur 10: Nieuwbouwlocaties ten opzichte van de huidige bebouwing. 22

Lijst van tabellen Tabel 1: Overzicht van de bebouwing binnen het plangebied met funderingsdiepte. 16 Tabel 2: Overzicht van de AMK-terreinen en vondstmeldingen (VM) in de omgeving van het plangebied (bron: archis.cultureelerfgoed.nl). 17 Tabel 3: Specifieke archeologische verwachting per periode voor het plangebied. 18

KSP Archeologie

Administratieve gegevens KSP Projectnummer Opdrachtgever Uitvoerder/projectleider Bevoegde overheid Deskundige namens bevoegde overheid Onderzoeksmelding Provincie Gemeente Toponiem Centrum-coördinaat Kadastrale gegevens Periode uitvoering onderzoek

: : : : : : : : : : : :

23037 Locis Adviseur, mevr. K. Tolkamp KSP Archeologie, S.M. Koeman (senior KNA Prospector) Gemeente Oude IJsselstreek Omgevingsdienst Achterhoek Regio-archeoloog 5390561100 Gelderland Oude IJsselstraat Hiddinkdijk 31 te Heelweg x: 230.426 / y: 443.158 Varsseveld, sectie H, nummer 2441 (gedeeltelijk) April 2023

Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:25.000 (bron: Kadaster).

KSP Archeologie

Samenvatting KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie aan de Hiddinkdijk 31 in Heelweg (gemeente Oude IJsselstreek). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke procedure voor de nieuwbouwplannen. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. De resultaten van het bureauonderzoek bevestigen de hoge archeologische verwachting die op de gemeentelijke, archeologische verwachtingskaart is aangegeven. Op basis van de landschappelijke ligging op een dekzandrugcomplex dat zowel aan de noord- als zuidzijde grenst aan een laag gelegen dekzandgebied met beekjes en vennetjes en archeologische vondstlocaties uit de omgeving is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Romeinse tijd. Het potentiële archeologische niveau ligt onder de bouwvoor/ plaggendek vanaf 30 – 50 cm beneden maaiveld in de oorspronkelijke podzolbodem en/of onderliggende dekzand (C-horizont). In de Late Middeleeuwen (minimaal vanaf de 14e eeuw en mogelijk eerder vanaf de 12e-13e eeuw) zijn kampontginningen aangelegd op het dekzandrugcomplex.

Ten zuidwesten van het plangebied ligt de historische boerderijlocatie Seesink die uit deze periode dateert. Het plangebied was in deze periode onderdeel van het akkercomplex. Hier worden geen bewoningssporen uit deze periode verwacht, maar wel sporen van agrarische activiteit. Mogelijk gaat de ontginning van het dekzandrugcomplex verder terug tot in de Vroege en/of Volle Middeleeuwen. De boerderijen uit deze periode kunnen elders op het dekzandrugcomplex hebben gelegen en hoeven niet samen te vallen met de historische boerderijlocaties. Daarom is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor bewoningssporen uit de Vroege en/of Volle Middeleeuwen. Het archeologische bodemarchief in het plangebied is niet meer overal intact. Ter plaatse van de huidige stallen die zijn onderkelderd, is het potentiële archeologische bodemarchief geheel verdwenen. Ook heeft in het oostelijke deel van het plangebied mogelijk egalisatie plaatsgevonden van het oorspronkelijke dekzandreliëf dat hier aanwezig was. De nieuwbouw is vrijwel geheel gepland ter plaatse van de onderkelderde schuren. De kans dat hier nog archeologische resten aanwezig zijn, is zeer klein. Op basis daarvan is voor de realisatie van het nieuwbouwplan geen vervolgonderzoek geadviseerd.

KSP Archeologie

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader

In opdracht van Locis Adviseurs heeft KSP Archeologie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie aan de Hiddinkdijk 31 te Heelweg (gemeente Oude IJsselstreek). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke procedure voor de nieuwbouwplannen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 (versie 4.1) met bijbehorende protocol (KNA 4.1) 4002 (bureauonderzoek bij landbodems) (www.sikb.nl) en de gemeentelijke eisen. Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 4. Geologische formaties, laagpakketten en lagen worden beschreven conform https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator. 1.2

Afbakening plan- en onderzoeksgebied

Op basis van de nieuwbouwplannen (zie paragraaf 1.4) is het huidige erf aan de Hiddinkdijk 31 te Heelweg aangemerkt als plangebied en onderzoeksgebied waarvoor het archeologische onderzoek is uitgevoerd (Figuur 1). Het terrein heeft een oppervlakte van ca. 1 ha en grenst in het zuidwesten, noordwesten en noordoosten aan landbouwgrond. De Hiddinkdijk ligt aan de zuidoostzijde van het plangebied. 1.3

Overheidsbeleid

In 1992 heeft Nederland het Europese ‘Verdrag van Malta’ ondertekend. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologische erfgoed geregeld. Belangrijk daarin is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Daarnaast hebben de verschillende overheden (het rijk, de provincie en de gemeentes) archeologiebeleid vastgelegd. Gemeenten houden bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening). Volgens het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ van de gemeente Oude IJsselstreek (vastgesteld 08-06-2018) geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ (www.ruimtelijkeplannen.nl). Dit betekent dat bij bodemingrepen dieper dan 30 cm en over een oppervlak groter dan 250 m2 archeologisch onderzoek nodig is. Aangezien deze ondergrenzen bij de realisatie van de nieuwbouwplannen worden overschreden (zie paragraaf 1.4), is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Omdat de nieuwbouw grotendeels ter plaatse van de huidige agrarische bebouwing is gepland, zal in eerste instantie een bureauonderzoek worde uitgevoerd om te beoordelen of archeologisch (veld)onderzoek nodig is.

KSP Archeologie

1.4

Toekomstige situatie

De boerderij aan de Hiddinkdijk 31 is een varkenshouderij. Het bedrijf bestaat uit een boerderij, een tweede bedrijfswoning en meerdere varkensstallen. De eigenaren zijn voornemens om de stallen te slopen en hier drie woningen voor terug te bouwen. De boerderij en de tweede bedrijfswoning met bijgebouw zullen behouden blijven (Figuur 2, locatie A en B). De bestaande kapschuur zal als los bijgebouw blijven bestaan of op deze plek wordt een nieuw passend bijgebouw gerealiseerd (locatie C). Ten oosten van de bestaande bebouwing zal de nieuwbouw worden gerealiseerd, die bestaat uit een schuurwoning zonder of met kleine inpandige berging (locatie D) en twee schuurwoningen met inpandig bijgebouw (locatie E). Van de nieuwbouw zijn nog geen ontwerptekeningen beschikbaar dus de exacte aard en omvang van de toekomstige bodemverstoring is nog niet bekend.

Figuur 2: Schetsmatige en mogelijk uitwerking uitgangspunten en randvoorwaarden van project Hiddinkdijk 31 Heelweg (bron: Gelders Genootschap 2023).

Voor zover bekend zijn binnen het plangebied geen graafwerkzaamheden voor een bodem- en/of grondwatersanering nodig in het kader van de milieuhygiëne of om niet gesprongen conventionele explosieven op te sporen. Het waterpeil c.q. bodempeil binnen het plangebied zal niet veranderen door de geplande bodemingrepen en zal daarmee geen gevolgen hebben voor de conserveringstoestand van eventuele aanwezige archeologisch resten.

KSP Archeologie

1.5

Onderzoeksdoel

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting, met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het omschreven onderzoeksgebied. Het resultaat is een standaardrapport bureauonderzoek met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan wordt vastgesteld of vervolgonderzoek nodig is en zo ja, welke strategie hierbij het beste gevolgd kan worden.

KSP Archeologie

2

Bureauonderzoek

2.1

Huidige situatie

Om de huidige situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Huidige topografische kaart (Figuur 1); • Luchtfoto uit 2022 (PDOK); • Grondwaterstanden (Wageningen Environmental Research (2022), https://www.dinoloket.nl/ ondergrondmodellen; • Grondwatertrappen gekoppeld aan de Bodemkaart schaal 1:50.000 versie 2006 (geoplaza.vu.nl); • Gebouwde rijksmonumenten (archis.cultureelerfgoed.nl): geen monumenten aanwezig; • Gemeentelijke monumenten (www.oude-ijsselstreek.nl – Gemeentelijke monumentenlijst): geen gemeentelijke monument aanwezig; • Informatie van de opdrachtgever over het plangebied. Het plangebied betreft een varkenshouderij met boerderij, tweede bedrijfswoning en varkensstallen (Figuur 3). De bebouwing is niet aangemerkt als rijks- of gemeentelijk monument. De varkensstallen zijn onderkelderd (zie voor een beschrijving paragraaf 2.3). Op het erf is verharding aanwezig in de vorm van klinkers.

Figuur 3: Het plangebied op een luchtfoto uit 2022 (bron: Kadaster).

In het meest actuele grondwaterdieptespiegelmodel zijn de verwachte grondwaterstanden gemodelleerd voor blokken van 50 x 50 m. Daarop wordt het plangebied gekenmerkt door een diepe grondwaterstand, grondwatertrap VIII0 (Wageningen Environmental Research 2022, https://www.dinoloket.nl/ ondergrondmodellen). Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand dieper dan 140 cm

KSP Archeologie

beneden maaiveld wordt verwacht en de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 120 – 180 cm beneden maaiveld. Op basis van het verwachte bodemtype (zie paragraaf 2.2.) ligt de gemiddeld laagste grondwaterstand ruim dieper dan het potentiële archeologische niveau in de top van de C-horizont, waardoor de conserveringsomstandigheden in de bodem voor onverkoolde organische resten slecht zijn. 2.2

Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens

Om het landschap ter plaatse en rondom het plangebied in kaart te brengen, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Geologische overzichtskaart van Nederland (TNO Geologische Dienst 2021); • Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (www.dinoloket.nl): geen boorgegevens in het plangebied of directe omgeving beschikbaar; • Paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta (Cohen e.a. 2012); • Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2020 (BRO 2022, Maas e.a. 2017); • Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2021 (BRO 2022); • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl, AHN3 grid 0,5 x 0,5 m). Het plangebied ligt in het oostelijke zandgebied van Nederland. Volgens de geologische overzichtskaart van Nederland ligt dekzand aan het oppervlak. In de diepere ondergrond liggen oude rivierafzettingen van de Rijn, die zijn afgezet aan het einde van de voorlaatste ijstijd, het Saalien (circa 370.000 – 115.000 jaar geleden) en de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden). Aan het einde van de voorlaatste ijstijd in het Laat-Saalien (circa 150.000 – 130.000 jaar geleden), toen het landijs was afgesmolten, heeft de Rijn door het dal van de huidige IJssel richting het noorden gestroomd. Tijdens deze koude periode heeft de Rijn een vlechtend rivierpatroon gehad.

Een vlechtend rivierpatroon betekent dat de rivier gekenmerkt wordt door een zeer brede riviervlakte met een grillig systeem van ondiepe geulen die zich voortdurend verplaatsen. De rivierafzettingen uit deze periode worden tot de Formatie van Kreftenheye gerekend en bestaan hoofdzakelijk uit grof zand en grind (Stouthamer et al. 2015). Deze afzettingen liggen in het plangebied in de diepere ondergrond. Ook tijdens de daarop volgende korte en warme periode van het Eemien (130.000-115.000 jaar geleden) heeft de Rijn door het dal van de huidige IJssel richting het noorden gestroomd. Door de toegenomen vegetatie was de waterafvoer regelmatige geworden en had de Rijn een meanderend rivierpatroon, waarbij buiten de oevers komklei werd afgezet tijden overstromingen. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 115.000 – 11.755 jaar geleden), daalde temperatuur sterk maar werd Nederland niet door landijs bedekt. De rivieren hebben in deze laatste ijstijd voornamelijk een vlechtend patroon gehad, gekenmerkt door meerdere geulen en een onregelmatige afvoer (Stouthamer et al. 2015). De Rijn stroomde in deze periode nog voor een groot deel door het dal van de huidige IJssel richting het noorden en heeft in een brede vlakte een dik pakket zand en grind afgezet.

In het Midden-Weichselien, tussen circa 40.000 – 30.000 C14-jaren geleden, heeft de hoofdstroom van de Rijn zich naar het gebied ten zuiden van het Montferland verlegd (Busschers 2008). In deze periode is in het plangebied geen rivier actief geweest. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name in het Laat-Pleniglaciaal (ca. 26.000 – 15.700 jaar geleden) en Laat-Glaciaal (ca. 15.700 – 11.755 jaar geleden), is de vegetatie vrijwel verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving is opgetreden (Stouthamer et al. 2015). Hierbij is dekzand over de fluvioperiglaciale afzettingen afgezet. Dit (soms lemige) zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm), goed afgerond, goed gesorteerd en arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend (Stouthamer e.a. 2015). Het reliëf van de dekzanden wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en dekzandkopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen. Volgens

KSP Archeologie

de geomorfologische kaart ligt het noordwestelijke deel van het plangebied op een dekzandrug (Bijlage 1, code B53) en het zuidoostelijke deel in een gebied met dekzandwelvingen (code L51). Op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) is goed te zien dat het een langgerekt dekzandrugcomplex betreft met een noordwest-zuidoost oriëntatie. Op basis van scherpe steilranden die onder andere ten noorden en oosten van het plangebied aanwezig zijn, is de indruk dat afgravingen hebben plaatsgevonden, waarbij het oorspronkelijke reliëf van het dekzandrugcomplex is aangetast (Figuur 3). Of ook in het plangebied afgravingen hebben plaatsgevonden blijkt niet duidelijk uit het AHN. De maaiveldhoogte in het plangebied varieert van 19,1 tot 19,8 m +NAP. De lagere delen van het dekzandrugcomplex liggen rond 19,8 – 20,1 en de hoge delen rond 20,8 – 21,2 m +NAP. De hoogteligging van het plangebied sluit dus deels aan bij de lagere delen van het dekzandrugcomplex.

Figuur 4: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: www.ahn.nl).

In het Holoceen (circa 11.755 jaar geleden tot heden) is het klimaat warmer en vochtiger geworden en is het landschap door geologische processen weinig veranderd. Het dekzand is door de toenemende vegetatie vastgelegd en de beken en rivieren hebben zich ingesneden. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen beekdalen aanwezig. Als gevolg van het warmere en vochtigere klimaat heeft in het dekzand bodemvorming opgetreden. In het hogere dekzandgebied vindt van nature het bodemvormende proces podzolering plaats. Bij podzolering worden kleine deeltjes, zoals ijzer, aluminium en humus uitgespoeld door infiltrerend regenwater. Dit proces wordt ook wel uitloging genoemd (De Bakker/ Schelling 1989). Deze deeltjes worden door het water naar beneden getransporteerd en spoelen daar in, waardoor podzolgronden ontstaan. De podzolgrond bestaat uit een donkere, humeuze bovengrond (A-horizont), waaronder een lichtgrijze Ehorizont (uitspoelingshorizont) aanwezig is. Hieronder ligt de bruine B-horizont (inspoelingshorizont), die geleidelijk overgaat in de natuurlijke ondergrond (C-horizont). Afhankelijk van de vroegere bodembewerking is de oorspronkelijke A-, E- en/of B horizont in meer of mindere mate intact. Volgens de bodemkaart komen in het noordoostelijke deel van het plangebied veldpodzolgronden in leemarm

KSP Archeologie

en zwak lemig fijn zand voor (Bijlage 2, code Hn21). In het zuidwestelijke deel zijn geen podzolgronden, maar hoge zwarte enkeerdgronden gekarteerd (code zEZ21). Hier hebben oorspronkelijk ook veldpodzolgronden gelegen, maar is een humeus cultuurdek opgebracht van meer dan 50 cm dik, waardoor de bodem als een enkeerdgrond wordt geclassificeerd. Het humeuze cultuurdek is vaak een plaggendek, ook wel esdek genoemd. Ze zijn ontstaan, doordat in de regio Achterhoek vanaf ca. de 15e en 16e eeuw op grote schaal het systeem van potstalbemesting is toegepast (Spek 2004). Plaggen worden met mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid om de bodem vruchtbaarder te maken. Het potentiële archeologische niveau ligt onder het plaggendek/bouwvoor in de top van de podzolbodem. Het leesbare archeologische sporenniveau ligt meestal iets dieper in de top van de Chorizont. 2.3

Historische situatie en mogelijke verstoringen

Om de historische situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Hottinger-atlas 1773-1794 (Versfelt 2003); • Oude kadasterkaarten: kadastrale minuut en oorspronkelijk aanwijzende tafels 1811 – 1832 voor toenmalige eigenaar/gebruiker (beeldbank.cultureelerfgoed.nl); • Historische kaarten uit de afgelopen 200 jaar (www.topotijdreis.nl); • Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek (Brugman & Van Heeringen 2014); • Geschiedenis van de boerderijen Seesink in Heelweg (www.seesinkbeek.nl); • Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (www.ikme.nl): geen verwachting op specifieke resten uit WOII; • Kaart van verdedigingswerken/ Militaire landschapskaart (https://rce.webgispublisher.nl/ Viewer.aspx?map=militaire%5Flandschapskaart): er zijn geen verdedigingswerken binnen het plangebied bekend; • Topografische kaart van Nederland (Figuur 1); • Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (www.bagviewer.kadaster.nl); • Bouw-/constructietekeningen van te slopen bouwwerken (bouwarchief, aangeleverd door de opdrachtgever); • Gegevens van milieukundig bodemonderzoek (https://gelderland.omgevingsrapportage.nl/): geen melding binnen het plangebied; • Luchtfoto uit 2017 (PDOK); • Geomorfologische kaart van Nederland: hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v.

het plangebied aangegeven; • Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000: hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; • Vergraven gronden project Alterra (Brouwer & Van der Werff 2012): hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl).

2.3.1 Middeleeuwen De gemeente Oude IJsselstreek wordt vanaf de Middeleeuwen gekenmerkt door een kleinschalig landschap met verspreid liggende clusters van boerderijen en heideontginningen, gescheiden door grote veengebieden en rivier- en beeklopen. Het plangebied ligt binnen een cluster van boerderijen. Dit is een zone met droge kampontginningen (Brugman & Van Heeringen 2014, themakaart 3b). Deze situatie is duidelijk te herkennen op de Hottingerkaart uit de periode 1773-1794 (Figuur 5). Het plangebied ligt ten oosten van een boerderij (blauwe cirkel) en was in gebruik als bouwland. De kampontginningen zijn op de kaart aangeduid met de toponiem ‘Halle’. Aan weerzijden lagen de woeste gronden met aan de noordkant ‘Het Halse Veen’ en aan de zuidkant het ‘Beeringvelt’.

KSP Archeologie

Figuur 5: Het plangebied op de Hottingerkaart uit 1773-1794 (bron: Versfelt 2003).

In de Vroege Middeleeuwen was het gebied dun bevolkt. De boerderijen lagen verspreid over het landschap. De akkerbouw bevond zich (in eerste instantie) op de meest vruchtbare en droge delen. De huiskampen, omgeven met houtwallen of hagen, en het wegenpatroon hadden in deze tijd een zeer onregelmatige vorm (bepaald door het natuurlijke reliëf). Naast akkerbouw hield men in deze periode ook vee, de begrazing vond plaats in de bossen (bosweiden en open plekken) (Brugman & Van Heeringen 2014). Rond het jaar 1000 vond een geleidelijke omslag plaats. De bevolking groeide en het agrarische bedrijfssysteem ging zich meer richten op de heide. Het akkerareaal breidde zich uit, waardoor grotere bouwlandcomplexen, essen en nieuwe huiskampen ontstaan. Deze worden kampontginningen genoemd en lagen vaak op kleinere dekzandkopjes in een boog om de oudste ontginningen heen. Door de opkomende plaggenbemesting werd het heideareaal uitgebreid om voldoende mest ten behoeve van het groter wordende akkerareaal te verkrijgen. Zo verdween steeds meer aaneengesloten bos (Brugman & Van Heeringen 2014). Het plangebied is onderdeel van een dergelijke kampontginning. Zoals gezegd lag ten oosten van het plangebied een boerderij. Volgens de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw betreft het de boerderij ‘Seesink’.

Feitelijk zijn het twee boerderijen, namelijk ‘Groot Seesink’ ten zuidwesten van het plangebied en ‘Klein Seesink’ ten westen (Figuur 6). De boerderij Groot-Seesink is de kern van het oorspronkelijke erf Seesink. Deze boerderij wordt al in de 14e eeuw genoemd en had een toegangspad vanaf de Landstraat, gemarkeerd door een solitaire eik bij de toegang. Bij de aanleg van een mestkelder bij de boerderij Groot-Seesink zijn veel kleine fragmenten aardewerk gevonden, waaronder een fragment kogelpotaardewerk en Pingsdorf aardewerk uit de 12e – 13e eeuw. In de periode tussen de vermeldingen in de verpondingsregisters van 1427 en 1650 is het erf gesplitst en ontstonden de twee erven Groot-Seesink en Klein-Seesink. Tot op heden is er geen verwantschap aangetoond met de Seesink ten zuiden van Varsseveld dat onderdeel was van ’t Goet Seesink. Dit goed was in bezit van de graven van den Bergh (www.seesinkbeek.nl).

KSP Archeologie

Figuur 6: Het plangebied op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

De huidige Landstraat ten noorden van het plangebied is een zogenaamde hessenweg en vormde de route van Doesburg naar Bredevoort en Lichtenvoorde (Brugman & Van Heeringen 2014, themakaart 2). De hessenwegen zijn in de Late Middeleeuwen ontstaan en vormden handelsroutes naar Duitsland.

2.3.2 Nieuwe tijd Het plangebied bleef tot eind 19e eeuw in gebruik als bouwland met houtwal/bos naast de boerderijen van de erven Seesink. Volgens het Kadaster werd rond 1900 een boerderij in het plangebied gebouwd (de huidige woonboerderij) die voor het eerst is aangegeven op de topografische kaart uit 1929 (Figuur 7). In de loop van de 20e eeuw is de boerderij ontwikkeld tot een varkenshouderij en is de bedrijfsbebouwing op het erf uitgebreid. De varkensstallen zijn gebouwd vanaf de jaren ’60 met een vleesvarkensschuur als meest recente toevoeging in 2011.

2.3.3 Verwachte bodemverstoringen Op basis van de bodemopbouw wordt het potentiële archeologische niveau onder de bouwvoor/ plaggendek verwacht vanaf 30 tot 50 cm beneden maaiveld. De beschikbare bouwdossiers van de huidige bebouwing geven aan dat de meeste stallen zijn onderkelderd tot minimaal 1,2 m -Peil (Figuur 8 en Tabel 1, gebouw 4 t/m 11). Vanwege deze grote verstoringsdiepte is het archeologische bodemarchief ter plaatse van deze onderkelderde stallen geheel verdwenen. Van de boerderij, de schuren direct ten noorden daarvan en de bedrijfswoning met schuur zijn geen bouwdossiers beschikbaar (gebouw 1 t/m 3, 12 en 13). Oude bouwwerken hebben meestal een beperkte funderingsdiepte. Onder de huidige boerderij, die rond 1900 dateert, kan het archeologische bodemarchief daarom nog (deels) intact zijn. In de loop van de tijd zijn strengere eisen gesteld aan funderingen en zijn de graafwerkzaamheden ten behoeve van een fundering grootschaliger en dieper. De tweede bedrijfswoning dateert uit 1993 en hiervoor zal een bouwput zijn uitgegraven tot op het vaste zand. Hierdoor zal het potentiële archeologische niveau zijn verstoord. De verwachting is dat de funderingen van het bijgebouw naast de woning (gebouw 13) en de kapschuur (gebouw 3) beperkt zullen zijn tot de poeren.

KSP Archeologie

Figuur 7: Het plangebied op de kaarten uit 1886, 1929, 1955, 1970, 1988 en 1995 (bron: www.topotijdreis.nl).

Figuur 8: De huidige bebouwing in het plangebied.

KSP Archeologie

Nummer (figuur 8)

Omschrijving

Datering

Funderingsdiepte

1

Boerderij

ca. 1900

Onbekend

2

Stal

1985

Onbekend

3

Kapschuur

1967

Onbekend

4

Mestopslag

1988

Onderkant kelder op 1,2 m -Peil

5

Zeugenstal

1992

Onderkant kelder op 1,78 m -Peil

6

Uitbreiding biggenstal

1989

Bovenkant kelder op 1,1 tot 1,35 m -Peil

7

Varkensschuur

1976

Voor ca. de helft onderkelderd met onderkant kelder op 1,4 -Peil

8

Uitbreiding biggenstal

1986

Bovenkant kelder op 1,1 m -Peil met een strook tot 1,35 m -Peil

9

Vleesvarkensschuur

2011

Bovenkant kelder op 1,68 m -Peil met daaronder hoofdriolering tot ca. 2,0 m -Peil

10

Schuur

1983

Bovenkant kelder op 1,2 m -Peil

11

Uitbreiding vleesvarkensstal/biggenstal

2005

Onderkant kelder op 1,2 m -Peil met daaronder hoofdriolering tot ca. 1,5 m -Peil

12

Bedrijfswoning

1993

Onbekend

13

Bijgebouw

1965

Onbekend

Tabel 1: Overzicht van de bebouwing binnen het plangebied met funderingsdiepte.

Het Actueel Hoogtebestand van Nederland laat zien dat op een aantal plaatsen in de directe omgeving afgravingen hebben plaatsgevonden. Het AHN-kaartbeeld geeft geen duidelijkheid of ook in het plangebied afgravingen hebben plaatsgevonden (zie paragraaf 2.2). Historisch kaartmateriaal geeft de indruk dat het perceel ten noordoosten van de boerderij tussen 1929 en 1955 is geëgaliseerd, waarbij de helling van de hooggelegen dekzandrug binnen het plangebied is verwijderd, waardoor aan de noordoost- en zuidoostzijde een steilrand is ontstaan (Figuur 5 en Figuur 7). 2.4

Beschrijving van archeologische gegevens

Om een beeld te krijgen van de archeologische gegevens, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK) (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Archeologische rijksmonumenten (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Archeologische onderzoeken en vondstmeldingen in Archis (archis.cultureelerfgoed.nl); • E-depot archeologie (DANS): rapporten en onderzoeksgegevens van archeologisch onderzoek (https://archaeology.datastations.nl/); • Historische kaarten (zie paragraaf 2.3); • Gemeentelijke archeologische waarden en verwachtingenkaart (Brugman e.a. 2015). Binnen het plangebied zijn geen archeologische monumenten (AMK-terreinen) en vondstmeldingen aanwezig. In een straal van 500 m rondom het plangebied zijn ook geen AMK-terreinen bekend, maar ligt wel één vondstmelding (Bijlage 3). Ca. 470 m ten noorden van het plangebied zijn op een luchtfoto uit 1978 sporen waargenomen die wijzen op de aanwezigheid van een Celtic Field uit de periode IJzertijd – Romeinse tijd (VM 2787424100). Een Celtic Field is een uitgestrekt woon-akkergebied. De bewoning in een dergelijk gebied is vaak terug te voeren tot in de Bronstijd, waarbij zich geleidelijk een grotere nederzetting met akkers ontwikkelde. Door de intensivering ontstaat in de IJzertijd uiteindelijk een Celtic Field. Meestal blijft het gebied bewoont tot in de Romeinse tijd (Louwe Kooijmans e.a. red. 2005).

In de wijde omgeving van het plangebied binnen een straal van 1 km zijn verder geen vondstlocaties bekend en zijn ook geen archeologische onderzoeken uitgevoerd (Bijlage 3). Uit de historische ontwikkeling van het gebied blijkt dat op ruim 100 m ten (zuid)westen van het plangebied de historische boerderijlocatie Seesink ligt. Deze boerderij is terug te vinden in bronnen uit de 14e eeuw. De boerderij is mogelijk ouder, want bij de aanleg van een mestkelder op het erf zijn fragmenten aardewerk gevonden uit de 12e – 13e eeuw. Mogelijk gaat de ontginning van het dekzandrugcomplex nog verder terug en lagen hier in de Vroege en/of Volle Middeleeuwen al boerderijen. Tot op heden is

KSP Archeologie

hier nog geen bewijs van gevonden in de vorm van archeologische resten, maar in de directe omgeving van het plangebied heeft ook nog geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Om een beter beeld te krijgen van de archeologische vindplaatsen die verwacht kunnen worden, is gekeken naar het langgerekte noordwest-zuidoost georiënteerde dekzandrugcomplex waar het plangebied op ligt. Op het dekzandrugcomplex liggen meerdere archeologische vindplaatsen. Ca. 2,5 km ten noordwesten van het plangebied is in 1957 een vuurstenen bijl gevonden die dateert uit de periode VroegNeolithicum B – Laat-Neolithicum B (VM 2704399100). In het dekzandgebied zijn meer van dergelijke vuurstenen bijlen gevonden, die aangeven dat het gebied in deze periode werd bewoond, maar de vondsten kunnen niet worden gekoppeld aan een specifieke bewoningslocatie. Vanaf ca. 1,5 km ten zuidoosten van het plangebied ligt een archeologisch monumentterrein van hoge archeologische waarde (AMK-terrein 3753). Bij een ontgronding in 1957 zijn hier enkele fragmenten vuursteen gevonden die wijzen op bewoning in het Mesolithicum (VM 3084053100). Ook in 1972 zijn op het terrein fragmenten vuursteen gevonden (VM 2754132100). Op de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart is een hoge archeologische verwachting toegekend aan het dekzandrugcomplex waar het plangebied op ligt (Figuur 9). AMK-terrein

Locatie en ligging

Aard terrein/waarde

Datering

3753

Vennebulten (1,5 km ten ZO)

Bewoningslocatie van hoge archeologische waarde

MESO

Onderzoeks/vondstmelding

Locatie en ligging

Type onderzoek

Aard vondstlocatie/resultaten

Datering

VM 2787424100

Seesink te Lichtenvoorde (470 m N)

Luchtfoto uit 1978

Celtic Field

IJZ-ROM

VM 2704399100

Halle te Zelhem (2,5 km ten NW)

Losse vondst uit 1957

Vuurstenen bijl

NEOVBNEOLB

VM 3084053100

Vennebulten te Wolboom (1,7 km ten ZO)

Ontgrondingswerkzaamheden in 1957

Fragmenten vuursteen waaronder een driehoekige spits

MESO

VM 2754132100

Vennebulten te Wolboom (2,2 km ten ZO)

Vondsten op AMK-terrein 3753

Fragmenten vuursteen

MESO

Tabel 2: Overzicht van de AMK-terreinen en vondstmeldingen (VM) in de omgeving van het plangebied (bron: archis.cultureelerfgoed.nl).

KSP Archeologie

Figuur 9: Het plangebied op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek (bron: Brugman e.a. 2015).

2.5

Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden

Uit de historische ontwikkeling blijkt dat het plangebied een jong boerenerf betreft dat rond 1900 is gesticht. Het oude middeleeuwse boerenerf Seesink ligt op ruim 100 m ten (zuid)westen (paragraaf 2.3). Op basis hiervan worden binnen het plangebied geen (ondergrondse) bouwhistorische resten verwacht. 2.6

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek (paragraaf 2.1 t/m 2.5) is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld (samengevat in Tabel 3). Deze verwachting zal in de onderstaande tekst worden toegelicht. Periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum

Verwachting Hoog

Neolithicum – Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw)

Hoog

Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw)– Nieuwe tijd

Laag

Verwachte kenmerken vindplaats Bewoningssporen, tijdelijke kampementen, vuursteen artefacten, haardkuilen Nederzetting: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen Begravingsresten: kringgreppel, fragmenten aardewerk (urn), verbrande botresten Huisplaats: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, bakstenen, fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen

Tabel 3: Specifieke archeologische verwachting per periode voor het plangebied.

KSP Archeologie

Diepteligging sporen Onder het plaggendek/bouwvoor vanaf de top van de podzolbodem

Onder het plaggendek/bouwvoor vanaf de top van de podzolbodem tot in de C-horizont

Vanaf maaiveld tot diep in de Chorizont

Het landschap heeft met name voor de prehistorische mens een belangrijke rol gespeeld in de keuze voor een bewoningslocatie. Het plangebied ligt op een langgerekt, smal dekzandcomplex met een noordwest-zuidoost oriëntatie met aan weerzijden een laag gelegen dekzandgebied met beekjes en vennetjes. Jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum kozen als woon- en verblijfplaats vaak voor de hoger liggende terreingedeelten in het landschap, bij voorkeur in de buurt van open water zoals een beekdal of vennetje. Water was een belangrijk gegeven, niet alleen voor het lessen van de dorst. Nabij water heerst er ook een grotere biodiversiteit wat de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel vergemakkelijkt. Archeologische vindplaatsen uit deze periode komen dus met name voor op overgangen van nat naar droog (de zogenaamde gradiëntzones). Ca. 1,5 km ten zuidoosten van het plangebied heeft op het dekzandrugcomplex bewoning plaatsgevonden in het Mesoliticum. Aangezien het plangebied op hetzelfde langgerekte, smalle dekzandcomplex ligt met aan weerzijden laag gelegen dekzandgebied met beekjes en vennetjes, is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum. 1. 2. 3. 4.

5.

6. 7. 8.

Datering: Laat-Paleolithicum – Neolithicum. Complextype: kampement/vuursteenvindplaats. Omvang: een paar vierkantenmeter (klein) tot enkele honderden vierkantenmeters (groot). Diepteligging: het potentiële archeologische niveau ligt onder het plaggendek en/of bouwvoor in de top van de oorspronkelijke podzolbodem (vanaf ca. 30 à 50 cm -mv). Eventuele diepere grondsporen zoals haardkuilen kunnen tot in het dekzand (C-horizont) reiken. Gaafheid en conservering: door het historisch landgebruik als bouwland vanaf minimaal de Late Middeleeuwen is de kans groot dat de oorspronkelijke bodem geheel is opgenomen in het plaggendek en/of bouwvoor. De kans dat een intacte vuursteenvindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht. Wel kan de aanwezigheid van een vuursteenvindplaats worden aangetoond op basis van concentraties van fragmenten vuursteen in het plaggendek en/of in de onderliggende bodem. Locatie: hele plangebied. Uiterlijke kenmerken: Vuursteenvindplaatsen worden gekenmerkt door een vuursteenspreiding (artefacten, afslagen e.d.) en eventueel sporen in de vorm van ondiepe haardkuilen. Mogelijke verstoringen: ter plaatse van de huidige stallen die zijn onderkelderd, is het archeologische bodemarchief geheel verdwenen.

Vanaf het Neolithicum ontstaan in onze streken de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. In de beginperiode combineert men akkerbouw met het jagen en verzamelen, maar geleidelijk stapt men over naar akkerbouw en veeteelt. In de periode vanaf het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) heeft men een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden, die geschikt waren voor akkerbouw. Ca. 450 m ten noorden van het plangebied zijn aanwijzingen gevonden voor landbouwactiviteiten in de IJzertijd – Romeinse tijd in de vorm van een Celtic Field. Een dergelijke vindplaats strekt zich meestal uit over een groot gebied. Het plangebied vormde vanwege de ligging op een dekzandrugcomplex een geschikte bewoningslocatie. Op basis hiervan is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor een vindplaats uit het Neolithicum tot en met de Romeinse tijd. In de Late Middeleeuwen zijn op het dekzandrugcomplex kampontginningen aangelegd. De nabijgelegen boerderij Seesink wordt al genoemd in de 14e eeuw en bij de aanleg van een kelder op het terrein is vondstmateriaal gevonden dat dateert uit de 12e – 13e eeuw. Mogelijk gaat de ontginning van het dekzandrugcomplex nog verder terug tot in de Vroege en/of Volle Middeleeuwen.

Op basis van deze gegevens is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit de Vroege en Volle Middeleeuwen (7e/8e eeuw tot in de 13e eeuw).

KSP Archeologie

1. 2. 3.

4.

5.

6. 7.

8.

Datering: Neolithicum – Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Complextype: vindplaatsen vanaf het Neolithicum bestaan uit nederzettingssporen en/of sporen van begravingen. Omvang: nederzettingsterreinen of grafvelden/begravingen variëren in grootte van enkele honderden tot duizenden vierkante meters en kunnen zich soms over meerdere hectaren uitstrekken. Diepteligging: het potentiële archeologische niveau ligt onder het plaggendek en/of bouwvoor in de top van de oorspronkelijke podzolbodem (vanaf ca. 30 à 50 cm -mv). De (diepere) grondsporen reiken tot in het dekzand (C-horizont). Gaafheid en conservering: het archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont kan goed zijn beschermd door het plaggendek dat vanaf de Late Middeleeuwen is opgebracht. Overigens zijn er ook aanwijzingen dat binnen het plangebied afgravingen/egalisaties hebben plaatsgevonden, waarbij het plaggendek kan zijn aangetast. Locatie: hele plangebied. Uiterlijke kenmerken: De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die vaak diep in de grond gefundeerd waren. Waterputten werden gegraven voor de watervoorziening terwijl in en nabij de nederzetting afvalkuilen werden gegraven om afval te begraven. Naast nederzettingsresten kunnen ook begravingen voorkomen. Restanten hiervan kunnen bestaan uit kringgreppels, fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten, inhumaties e.d.

De sporen kunnen diep in de bodem reiken. Vondstmateriaal van de nederzetting kan door landbewerking in het bovenliggende plaggendek terecht zijn gekomen. Mogelijke verstoringen: ter plaatse van de huidige stallen en schuren die zijn onderkelderd, is het archeologische bodemarchief geheel verdwenen.

Vanaf de Late Middeleeuwen verandert het bewoningspatroon. Bewoning concentreert zich in dorpen, steden en bewoningsclusters. Rondom deze dorpen ligt het landbouwareaal dat instaat voor de voedselvoorziening van de inwoners. In deze periode is de landschappelijke ligging van het gebied niet meer doorslaggevend voor de locatiekeuze. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied onderdeel is van een oude kampontginning. De nabijgelegen boerderij Seesink dateert minimaal uit de 14e eeuw. Het plangebied ligt buiten de historische erven en was onderdeel van het akkercomplex. Op basis hiervan is de kans klein dat er bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden in de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot in de Nieuwe tijd. Voor deze periode geldt daarom een lage verwachting. Wel kunnen sporen van agrarische activiteit uit deze periode aanwezig zijn, zoals akkerlagen, greppels, kuilen, los vondstmateriaal e.d.

KSP Archeologie

3

Conclusie en advies

3.1

Conclusie

Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. De resultaten van het bureauonderzoek bevestigen de hoge archeologische verwachting die op de gemeentelijke, archeologische verwachtingskaart is aangegeven (Figuur 9). Op basis van de landschappelijke ligging op een dekzandrugcomplex dat zowel aan de noord- als zuidzijde grenst aan een laag gelegen dekzandgebied met beekjes en vennetjes en archeologische vondstlocaties uit de omgeving is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Romeinse tijd. Het potentiële archeologische niveau ligt onder de bouwvoor/ plaggendek vanaf 30 – 50 cm beneden maaiveld in de oorspronkelijke podzolbodem en/of onderliggende dekzand (C-horizont). In de Late Middeleeuwen (minimaal vanaf de 14e eeuw en mogelijk eerder vanaf de 12e-13e eeuw) zijn kampontginningen aangelegd op het dekzandrugcomplex. Ten zuidwesten van het plangebied ligt de historische boerderijlocatie Seesink die uit deze periode dateert. Het plangebied was in deze periode onderdeel van het akkercomplex. Hier worden geen bewoningssporen uit deze periode verwacht, maar wel sporen van agrarische activiteit.

Mogelijk gaat de ontginning van het dekzandrugcomplex verder terug tot in de Vroege en/of Volle Middeleeuwen. De boerderijen uit deze periode kunnen elders op het dekzandrugcomplex hebben gelegen en hoeven niet samen te vallen met de historische boerderijlocaties. Daarom is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor bewoningssporen uit de Vroege en/of Volle Middeleeuwen. Het archeologische bodemarchief in het plangebied is niet meer overal intact. Ter plaatse van de huidige stallen die zijn onderkelderd, is het potentiële archeologische bodemarchief geheel verdwenen. Ook heeft in het oostelijke deel van het plangebied mogelijk egalisatie plaatsgevonden van het oorspronkelijke dekzandreliëf dat hier aanwezig was. 3.2

Advies

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting. Ter plaatse van de onderkelderde schuren worden echter geen archeologische resten meer verwacht vanwege de diepe bodemverstoringen. Het plan is om de schuren op het erf te slopen en hier drie woningen voor terug te bouwen. De boerderij en de tweede bedrijfswoning zullen behouden blijven. De bestaande kapschuur zal als los bijgebouw blijven bestaan of op deze plek wordt een nieuw passend bijgebouw gerealiseerd. Ten oosten van de bestaande bebouwing zal de nieuwbouw worden gerealiseerd, die bestaat uit een schuurwoning zonder of met kleine inpandige berging en twee schuurwoningen met inpandig bijgebouw. De nieuwbouw is vrijwel geheel gepland ter plaatse van de onderkelderde schuren (Figuur 10). De kans dat hier nog archeologische resten aanwezig zijn, is zeer klein. Op basis daarvan wordt voor de realisatie van het nieuwbouwplan geen vervolgonderzoek geadviseerd. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oude IJsselstreek), die vervolgens een selectiebesluit neemt.

KSP Archeologie

Figuur 10: Nieuwbouwlocaties ten opzichte van de huidige bebouwing.

Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek een verwachting betreft, kan op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.

KSP Archeologie

Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Brugman, B.A. & Heeringen, R.M. van (2014). Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Oude IJsselstreek. Vestigia-rapport V1009. Brugman, B.A., Eimermann, E., Heeringen, R.M. van, Moor, J.J.W. de, Schrijvers, R. & Quadflieg, B. (2015).

Cultuurhistorische inventarisatie, waarden-, verwachtingen- en maatregelenkaart als basis voor het archeologiebeleid van de gemeente Oude IJsselstreek. Vestigia-rapport V653.

Busschers, F.S. (2008). Unravelling the Rhine. Response of a fluvial system tot climate change, sea-level oscillation and glaciation. Proefschrift, Vrije Universiteit Amsterdam. Centraal College van Deskundigen Archeologie (2018). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Gelders Genootschap 2023. Advies Hiddinkdijk 31 Heelweg. Gemeente Oude IJsselstreek. Notitie

uitgangspunten en randvoorwaarden 2023.

Louwe Kooijmans, L.P., Broeke, P.W. van den, Fokkens, H. & Gijn, A. van (red.) (2005). Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 NL, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.

Nederlands

Spek, T. (2004). Het Drentse esdorpen landschap: een historisch geografische studie. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Stouthamer, E., Cohen, K.M. & Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland (2014-2019). AHN3, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl en de ruwe data via https://downloads.pdok.nl/ahn3-downloadpage/ Archeologische Monumenten Kaart (2014) Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl Archeologische onderzoeks- en vondstmeldingen (actueel). Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl Basisregistratie Topografie Achtergrondkaarten (BRT-A) via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl

KSP Archeologie

Bodemkwaliteit: https://gelderland.omgevingsrapportage.nl/ Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 november 2021 (gepubliceerd in de Basis Registratie Ondergrond juli 2022). Wageningen Environmental Research. Geraadpleegd via https://service.pdok.nl/bzk/bro-bodemkaart/atom/index.xml Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012). Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336. Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond: https://www.dinoloket.nl Digitale Kadastrale kaart van Nederland v4 via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/kadastralekaart/wms/v4_0?service=WMS&version=1.3.0&request=GetCapabilities Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie maart 2021 (gepubliceerd in de BasisRegistratie Ondergrond juli 2022). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://service.pdok.nl/bzk/bro-geomorfologischekaart/atom/v1_0/index.xml. Legenda: Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research.

Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 versie tot 2006: http://geoplaza.vu.nl/ data/dataset/bodemkaart-van-nederland/resource/2398cef7-957e-4ba5-b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK 25 cm RGB (tot 2020) en 8 cm RGB (vanaf 2021) via WMS server: https://service.pdok.nl/hwh/luchtfotorgb/wms/v1_0 Kaart van verdedigingswerken / Militaire Viewer.aspx?map=militaire%5Flandschapskaart

landschapskaart

https://rce.webgispublisher.nl/

Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl Oorlogshandelingenkaart Reas Euro. https://reaseuro.nl/oorlogshandelingenkaart/ Rijksmonumenten: Geraadpleegd via WFS server: https://data.geo.cultureelerfgoed.nl/ openbaar/wfs TNO Geologische Dienst (2021): Geologische https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen.

Kaart

van

Nederland

2021

Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/wms?request=GetCapabilities&service=wms. Kadaster. Versfelt, H.J. (2003). De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland: 1773-1794. Heveskes Uitgevers, Groningen. Wageningen Environmental Research (2022). Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid) https://service.pdok.nl/bzk/bro-grondwaterspiegeldiepte/wms/v1_0

KSP Archeologie

KSP Archeologie

Websites Geologische eenheden (formaties): https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator Geschiedenis van de boerderijen Seesink in Heelweg: www.seesinkbeek.nl

KSP Archeologie

Bijlage 1

KSP Archeologie

Geomorfologische kaart

Bijlage 2

KSP Archeologie

Bodemkaart

Bijlage 3

KSP Archeologie

Archeologische gegevens

Bijlage 4

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.

KSP Archeologie

KSP Archeologie

Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

KSP Archeologie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4716/documents/28747