Bijlage 2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Pierikstraat 11 te Gaanderen Eksterstraat te Ulft Gemeente Doetinchem
Gemeente Oude IJsselstreek
Projectnummer: 3349.02 Datum: 8 september 2022
Inhoudsopgave Algemeen ................................................................................................................. 3 Toetsing ................................................................................................................... 4 2.1
Algemeen ................................................................................................................................................... 4
2.2
De kenmerken van het project ................................................................................................................... 4
2.3
De plaats waar de activiteit wordt verricht ............................................................................................... 5
2.4
De kenmerken van het potentiële effect .................................................................................................... 5
Conclusie .................................................................................................................. 7 Bijlage 1 Ecologisch onderzoek Bijlage 2 Memo effectbeoordeling stikstofdepositie
2
Algemeen Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld.
3
Toetsing 2.1
Algemeen Op de locatie aan de Eksterstraat zijn in de huidige situatie braakliggende gronden aanwezig. Op de gronden hebben voorheen sociale huurwoningen gestaan. Deze zijn rond 2013 gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Als gevolg van de toenmalige regionale woningbouwafspraken in de Achterhoek, die vaststelden dat er minder woningen nodig waren, is echter besloten om de gronden een tijdelijke alternatieve invulling te geven. Gezien de huidige woningmarkt en de vraag naar nieuwe woningen is het beleid echter veranderd en wordt er ingezet op het bouwen van nieuwe woningen. De initiatiefnemer is voornemens om op locatie 22 woningen te realiseren nu de vraag naar woningen weer toegenomen is. Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). De realisatie van de woningen met bijbehorende ontsluiting en parkeerplaatsen kan worden gekwalificeerd als "de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd.
Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De activiteit valt ruim beneden de gestelde drempelwaarde, waardoor geen sprake is van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit, wanneer deze onder de drempelwaarden zit, daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij het bepalen van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wordt, conform de Bijlage III van de Europese Richtlijn, ingegaan op de volgende onderdelen: • de kenmerken van het project; • de plaats waar de activiteit wordt verricht; • de kenmerken van het potentiële effect.
2.2
De kenmerken van het project De ontwikkeling voorziet in de bouw van 22 grondgebonden woningen. De 22 grondgebonden woningen bestaan uit zeventien rijwoningen, vier twee-aaneengebouwde woningen en één vrijstaande woning.
4
In het plan zijn meerdere parkeerkoffers voorzien. Deze bevinden zich aan de Kwartellaan, aan de noordwestzijde en tussen twee woonblokken aan de zuidoostzijde. Naast deze openbare parkeerplaatsen worden bij de twee-aaneengebouwde woningen, de vrijstaande woning en de hoekwoningen van de drie-aaneengebouwde woningen parkeergelegenheid op eigen terrein gerealiseerd. Op het perceel van elk van deze woningen wordt voorzien in twee parkeerplaatsen. De bestaande Spaanse aken (veldesdoorn) in het plangebied blijven behouden. Daarnaast worden aan de Eksterstraat en ter plaatse van de parkeerkoffers nieuwe bomen ingeplant.
2.3
De plaats waar de activiteit wordt verricht Het plangebied is gelegen in de Vogelbuurt aan de noordwestzijde van de kern Ulft. Het plangebied wordt volledig omsloten door woonpercelen en bevindt zich grofweg tussen de Eksterstraat, Sperwerstraat, Hogeweg en de Vogelenzangweg. Het plangebied wordt doorkruist door de Kwartellaan. De locatie kan omschreven worden als een stedelijk gebied. Navolgend is de globale ligging van het plangebied in Ulft (rood) weergegeven.
Ligging plangebied (rood omlijnd)
2.4
De kenmerken van het potentiële effect De omvang van het project ligt ver beneden de voor de m.e.r.-beoordeling gedefinieerde drempelwaarden. In de navolgende paragrafen van dit hoofdstuk is aangetoond dat voor deze ontwikkeling geen sprake is van negatieve effecten op het milieu. Op grond van de kenmerken van het plan en de ligging, kan de realisatie van de woningen, met bijbehorende ontsluiting en parkeerplaatsen in potentie de volgende milieueffecten hebben: • verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving; • invloed op omliggende beschermde natuurgebieden.
5
2.4.1
Luchtkwaliteit In dit plan worden 22 nieuwe woningen met bijbehorende ontsluiting en parkeerplaatsen gerealiseerd. Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Nadere toetsing aan dit aspect is dan ook niet noodzakelijk.
2.4.2
Beschermde natuurgebieden Natura 2000-gebieden en Gelders Natuurnetwerk Het plangebied ligt op circa 3 km ten westen van Natura 2000-gebied ‘Klevsche Landwehr, Anholt. Issel, Feldschlaggr. u. Regnieter Bach (Duitsland)’. Het plangebied valt buiten gebieden bestemd als ‘Nationaal Landschap’ en het Gelders Natuurnetwerk. Uit ecologisch onderzoek van Buro Ontwerp & Omgeving uit maart 2021 is gebleken dat de ontwikkeling aan de Eksterstraat niet zal leiden tot negatieve effecten op de genoemde Natura 2000gebieden. Het onderzoek is als bijlage 1 bijgevoegd. In het onderzoek werd niet ingegaan op de effecten van mogelijke stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied als gevolg van de ontwikkeling. Om die reden is door Buro Ontwerp & Omgeving in januari 2022 een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 2 bijgevoegd. Uit de uitgevoerde effectbeoordeling stikstofdepositie blijkt dat de voorgenomen realisatie van 22 woningen aan de Eksterstraat in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig is om de ontwikkeling mogelijk te maken.
6
Conclusie Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Het bestemmingsplan kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.
7
Bijlage 1 Ecologisch onderzoek
RF
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Herontwikkeling Eksterstraat Ulft
Klomps Bouwbedrijf B.V.
Projectnummer: 3349.02 Datum: 07-06-2021
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus Herontwikkeling Eksterstraat Ulft
Opdrachtgever:
Klomps Bouwbedrijf B.V.
Projectnummer:
3349.02
Datum:
07-06-2021
Projectleider en rapporteur:
Laura Tilleman
Autorisatie:
Jur Metselaar
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
INHOUD
Pagina
1
INLEIDING .............................................................................................................................................. 3
2
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ................................................................................................ 4 2.1 Beschrijving projectgebied ...................................................................................................... 4 2.2 Algemene constateringen ....................................................................................................... 4 2.3 Geplande werkzaamheden ..................................................................................................... 5
3
WERKWIJZE............................................................................................................................................ 6 3.1 Bureauonderzoek .................................................................................................................... 6 3.2 Veldbezoek .............................................................................................................................. 6 3.3 Betrouwbaarheid .................................................................................................................... 6
4
BELEIDSKADER ....................................................................................................................................... 7 4.1 Algemeen ................................................................................................................................ 7 4.2 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 7 4.3 Soortbescherming ................................................................................................................... 8 4.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 8
5
RESULTATEN .......................................................................................................................................... 9 5.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 9 5.2 Soortbescherming ................................................................................................................. 10 5.3 Samenvatting ........................................................................................................................ 16
6
NADER ONDERZOEK HUISMUS ............................................................................................................ 17
7
CONCLUSIE .......................................................................................................................................... 19 7.1 Conclusies gebieds- en soortbescherming ............................................................................ 19
8
LITERATUURLIJST ................................................................................................................................. 20 8.1 Referenties ............................................................................................................................ 20 8.2 Gebruikte websites ............................................................................................................... 21 8.3 Overige geraadpleegde bronnen .......................................................................................... 21
Eksterstraat te Ulft
2
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
1
Buro Ontwerp & Omgeving
INLEIDING In opdracht van Klomps Bouwbedrijf B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan natuurtoets en een nader onderzoek naar de huismus uitgevoerd aan de Eksterstraat te Ulft. Het projectgebied betreft twee graspercelen die in de huidige situatie onbebouwd zijn. De ontwikkeling op de locatie voorziet in de realisatie van 23 nieuwbouwwoningen met bijbehorende tuingronden. Het doel van de natuurtoets is om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid en (mogelijke) effecten van de ingreep op beschermde gebieden en dier- en plantensoorten. Uit deze natuurtoets moet blijken of er nadelige effecten zijn op gebieden met een speciale beschermingsstatus, namelijk: Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Vervolgens worden de mogelijke effecten onderzocht op onder de Wet natuurbescherming beschermde dier- en plantensoorten. Als (nadelige) effecten niet uit te sluiten zijn moet nader onderzoek plaatsvinden, moeten er mitigerende/compenserende maatregelen getroffen worden en/of eventueel een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Deze natuurtoets is gebaseerd op bureauonderzoek en een veldonderzoek. Na aanleiding van de natuurtoets is direct een nader onderzoek naar de huismus uitgevoerd. De resultaten van dit nader onderzoek zijn bijgevoegd in dit rapport.
In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de werkwijze (hoofdstuk 3), het beleidskader (hoofdstuk 4), de resultaten (hoofdstuk 5), het nader onderzoek naar de huismus (hoofdstuk 6) en de conclusie (hoofdstuk 7) beschreven.
Eksterstraat te Ulft
3
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
2
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN
2.1
Beschrijving projectgebied Het projectgebied is gelegen in het noorden van de bebouwde kom van Ulft en bestaat uit twee onbebouwde graspercelen aan de Eksterstraat te Ulft. Het projectgebied heeft een totale oppervlakte van ca. 6.150 m2. De directe omgeving kan getypeerd worden als een woonmilieu binnen de bebouwde kom (figuur 1).
Figuur 1. Ligging projectgebied (rood kader) aan de Eksterstraat. De groene streep geeft de locatie van begroeiing aan.
2.2
Algemene constateringen Het projectgebied bestaat uit twee onbebouwde graspercelen waar vroeger woonhuizen gesitueerd waren. Aan de noordoostelijke zijde van het gebied is begroeiing aanwezig (zie groene streep in figuur 1). De begroeiing variëert van enkele struiken tot bosschages met bomen in de noordwestelijke hoek van het gebied. Verder is er op enkele plekken in het gebied sprake van een klein hoogteverschil. Figuur 2 geeft een sfeerimpressie van het projectgebied.
Eksterstraat te Ulft
4
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 2. Impressie van het projectgebied. Linksboven de zandpartij in de zuidoostelijke hoek, rechtsboven een deel van de begroeiing aan de oostelijke zijde van het gebied, linksonder is een overzicht van de westelijke zijde van het gebied weergegeven met rechtsonder de bomen en bosschages aan deze zijde.
2.3
Geplande werkzaamheden De ontwikkeling op de locatie voorziet in de realisatie van een 23 nieuwbouwwoningen met bijbehorende tuingronden.
Eksterstraat te Ulft
5
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
3
WERKWIJZE
3.1
Bureauonderzoek Voorafgaand aan het veldbezoek is onderzoek gedaan naar de ligging van het gebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden, de voorkomende habitats en de verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en rondom het gebied. De bronnen die hiervoor zijn geraadpleegd zijn te vinden in de literatuurlijst (zie hoofdstuk 7).
3.2
Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd op 21 april 2021 en vond plaats van 08:30 tot 09:40. Tijdens het veldbezoek was het onbewolkt, stond er een zwakke wind (N1) en was het 8 graden Celsius. Er is gekeken naar het terrein en de geschiktheid hiervan voor beschermde planten- en diersoorten. Ook is gekeken naar de fysieke aanwezigheid van beschermde soorten (visueel, auditief en met behulp van een verrekijker) en sporen als braakballen, uitwerpselen, nesten en andere mogelijke verblijfplaatsen. Een ecologisch deskundige is iemand die een MBO-, HBO- of universitaire opleiding heeft genoten in de Nederlandse ecologie of natuurbeheer of daarmee vergelijkbare studies of die anderszins een aantoonbare soortenkennis van de Nederlandse flora en fauna heeft opgebouwd én die minimaal één jaar ervaring heeft met ecologisch veldonderzoek (Provincie Gelderland, 2021). De quickscan en het nader onderzoek zijn uitgevoerd door mevrouw L. Tilleman. Zij is sinds januari 2020 werkzaam als ecoloog bij Buro Ontwerp & Omgeving en is afgestudeerd in Toegepaste biologie op de HAS Hogeschool in Den Bosch. Gezien het bovenstaande geldt zij als ecologisch deskundige.
3.3
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige wet- en regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van het projectgebied voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van deze soorten. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan natuurtoets geldig is voor een periode van maximaal drie jaar, tenzij de ecologische omstandigheden in deze periode wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, of wanneer inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de natuurtoets opnieuw te onderzoeken.
Eksterstraat te Ulft
6
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
4
BELEIDSKADER
4.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel de natuur te beschermen, te ontwikkelen en de biologische diversiteit te behouden en herstellen. Voor ruimtelijke ingrepen zijn naast de algemene zorgplicht (artikel 1.11) ook hoofdstuk 2 (Natura 2000-gebieden), hoofdstuk 3 (soortenbescherming) en hoofdstuk 4 (houtopstanden) van de Wnb van belang. Beschermde gebieden die geen deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk zijn het Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Deze gebieden vallen echter niet onder de Wnb, maar worden op provinciaal niveau beschermd.
4.2
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Dit zijn gebieden waarin habitats en soorten beschermd worden die van Europees belang zijn. Per Natura 2000-gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten en andere handelingen die negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de habitats en/of de instandhoudingsdoelen van het gebied mogen niet plaatsvinden zonder een vergunning. Dit geldt niet alleen voor projecten en handelingen binnen het Natura 2000-gebied. Ook projecten en handelingen aangrenzend of buiten het gebied kunnen negatieve effecten veroorzaken. Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit een netwerk van natuurgebieden en heeft als doel deze beter met elkaar en omringende agrarische gebieden te verbinden. In Gelderland zijn deze gebieden bekend als het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het NNN is niet meegenomen in de Wnb; provincies wijzen zelf gebieden aan en dragen de verantwoordelijkheid voor het NNN en zijn behoud en ontwikkeling. In Gelderland zijn de GNN-gebieden aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018ᵃᵇ). Ruimtelijke ingrepen mogen de kenmerken en waarden van het NNN niet schaden.
Dit wordt gewaarborgd door het ‘nee, tenzij’-principe. Dit houdt in dat de voorgenomen ontwikkeling geen doorgang kan vinden als er sprake is van significant negatieve effecten, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De ontwikkeling moet van groot openbaar belang zijn; Er zijn geen reële alternatieven; Negatieve effecten op oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden worden zoveel mogelijk beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd. Groene ontwikkelingszone Om de samenhang van de natuur in het Gelders Natuurnetwerk te beschermen wil de provincie verbindingszones aanleggen in de Groene Ontwikkelingszone. Het bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die vervlochten zijn met het GNN. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in principe niet toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten. Net als de GNN-gebieden is de Groene Ontwikkelingszone aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018ᵃᵇ).
Eksterstraat te Ulft
7
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
4.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1) Beschermingsregime soorten uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn (Wnb § 3.2) Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3) In bovengenoemde paragrafen uit het Wnb zijn verbodspalingen vastgesteld en is vastgesteld voor welke handelingen een vrijstelling verleend kan worden. De verbodsbepalingen houden in dat vogels en andere beschermde soorten niet gedood of opzettelijk gestoord mogen worden en nesten, voortplantings- en rustplaatsen niet beschadigd mogen worden. Verder mogen beschermde planten niet geplukt of vernield worden. Als de werkzaamheden van het project leiden tot het overtreden van deze verbodsbepalingen moet worden nagegaan of een provinciale vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen.
4.4
Houtopstanden Als houtopstanden buiten de bebouwde kom worden geveld kan er een meld- en herbeplantingsplicht gelden. Dergelijke houtopstanden worden in de Wet natuurbescherming omschreven als een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die een oppervlakte van 10 are of meer beslaan. Ook wordt een rijbeplanting van meer dan 20 bomen als houtopstand gerekend (Wnb §4.1). Voor de kap van houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt gemeentelijke regelgeving.
Eksterstraat te Ulft
8
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
5
RESULTATEN
5.1
Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied ligt op ca. 3,7 km ten noorden van het Duitse Natura-2000 gebied ‘Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach’, 7 km van ‘Hetter-Millinger Bruch mit Erweiterung’ ‘Unterer Niederrhein’ en ‘Rhein Fischschutzzonen zwischen Emmerich und Bad Honnef’ en 9 km van ‘NSG Bienener Altrhein, Millinger und Hurler Meer’ (figuur 3). Overige Natura 2000-gebieden liggen op een afstand van meer dan 10 km.
Figuur 3. Ligging projectgebied (rood) t.o.v. de Natura 2000-gebieden (groen).
Er worden geen negatieve effecten verwacht op de Natura 2000-gebieden omdat deze zich allen op een afstand van meer dan 3 km van het projectgebied bevinden Storingsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring door trilling, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten zijn niet aan de orde. Er wordt wel geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te voeren voor de ontwikkeling op deze locatie. Op deze manier kunnen negatieve effecten als vermesting en verzuring door stikstofdepositie worden berekend en eventueel worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt op circa 450 meter afstand van gebieden behoren tot Natuurnetwerk Nederland (NNN) en 850 meter afstand van de Groene Ontwikkelingszone (GO) (figuur 4). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van het NNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Eksterstraat te Ulft
9
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 4. Ligging projectgebied (rood) t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).
Houtopstanden De bomen die aanwezig zijn binnen het projectgebied staan binnen de bebouwde kom en vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming. De bomen binnen het projectgebied staan ook niet op de monumentale bomenlijst van Gemeente Oude IJsselstreek. Desondanks kan er gemeentelijke regelgeving gelden voor de kap van de aanwezige bomen. 5.2
Soortbescherming Vleermuizen Op basis van openbare verspreidingsgegevens kunnen in de omgeving van het projectgebied de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, meervleermuis en watervleermuis. Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis. Er zijn ook soorten die zowel gebouw- als boombewonend zijn. Vervolgens wordt er onderscheid gemaakt in typen verblijfplaatsen, bijvoorbeeld zomer- en paarverblijven.
Eksterstraat te Ulft
10
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
Er zijn enkele bomen aanwezig binnen het projectgebied. Deze zijn tijdens het veldbezoek gecontroleerd op de aanwezigheid van holen en spleten. Deze waren echter niet aanwezig, waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten uitgesloten kan worden. Gebouwbewonende vleermuizen maken doorgaans gebruik van spouwruimtes, spleten en vergelijkbare ruimtes in gebouwen. Er zijn geen gebouwen aanwezig in het gebied, waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten uitgesloten kan worden. Vliegroutes Vleermuizen volgen vaak lijnvormige elementen om heen en weer te bewegen tussen de verblijfplaatsen en foerageergebieden. Het behoud van lijnvormige landschapselementen is daarom van groot belang voor de instandhouding van vleermuispopulaties. Er zijn enkele struiken en bosschages aanwezig in het gebied die mogelijk worden verwijderd. Bij het verwijderen van deze elementen worden echter geen kwetsbare verbindingen aangetast. Omdat vleermuizen voldoende gelegenheid hebben om door het landschap te navigeren kunnen negatieve effecten op vliegroutes worden uitgesloten. Foerageergebieden De in Nederland voorkomende vleermuizen leven allemaal van insecten. Ze foerageren daarom op allerlei plekken waar veel vliegende insecten aanwezig zijn.
Enkele voorbeelden van dit soort gebieden zijn windbeschutte plaatsen langs lijnvormige elementen (bijv. sloten, beken en houtwallen), maar ook open plekken in bosgebieden of langs oevers met rietkragen. Bij het verdwijnen van essentiële foerageergebieden gaan de verblijfplaatsen ook verloren. De bosschages zijn van onvoldoende omvang om te behoren tot essentieel foerageergebied. Negatieve effecten op essentiële foerageergebieden kunnen worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Algemene soorten Er wordt verwacht dat er verschillende algemene grondgebonden zoogdieren kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied. Enkele voorbeelden hiervan zijn de egel en het konijn. Het is niet uit te sluiten dat deze zoogdieren in het projectgebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden. Voor de meeste grondgebonden zoogdieren geldt in Gelderland een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen of beperken. Strikt beschermde soorten Op basis van verspreidingsgegevens kunnen de bever, otter, bunzing, wezel, steenmarter, das en eekhoorn in de omgeving van het projectgebied voorkomen.
De aanwezigheid van de otter en bever is op voorhand uit te sluiten omdat deze soorten afhankelijk zijn van water in hun omgeving. De das, bunzing en wezel kunnen ook op voorhand worden uitgesloten. Deze soorten hebben alleen vaste rust- en verblijfplaatsen in agrarisch landschap of bosgebieden en vermijden stedelijke gebieden (Zoogdiervereniging, 2021ac).
Eksterstraat te Ulft
11
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
Eekhoorns bouwen bolvormige nesten in bomen. Deze hebben een doorsnede van 30 tot 50 cm en zijn vooral ‘s winters goed waarneembaar. Soms gebruiken ze ook boomholtes, oude kraaien- of eksternesten of grote nestkasten als nestplaats. Nesten van eekhoorns kunnen op die van de ekster lijken, maar zijn te onderscheiden aan de aanwezigheid van blaadjes (Zoogdiervereniging, 2021b). De bomen in het projectgebied bevatten geen nesten die mogelijk van een eekhoorn kunnen zijn. Negatieve effecten op de eekhoorn kunnen daarom worden uitgesloten. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke als rust- of verblijfplaats. Binnen het projectgebied zijn echter geen gebouwen of andere elementen aanwezig. In sommige gevallen worden ook dichte houtopstanden gebruikt als dagrustplaats. Gezien de ligging naast een openbaar grasveld biedt de strook met bosschages langs de rand van het projectgebied echter onvoldoende rust en veiligheid voor de soort, waardoor de aanwezigheid van rust- of verblijfplaatsen van de steenmarter kunnen worden uitgesloten. Overigens werden er geen sporen aangetroffen die duiden op aanwezigheid van de soort. Vogels Algemene soorten Verschillende algemene vogelsoorten kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied. Tijdens de quickscan zijn de tjiftjaf, kauw, groenling en houtduif waargenomen.
Alle in het wild levende vogelsoorten mogen niet opzettelijk gestoord, gevangen of gedood worden volgens de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wnb). Tevens zijn alle vogelsoorten tijdens het broedseizoen beschermd. Hier geldt dat buiten het broedseizoen gewerkt moet worden om verstoring te voorkomen. Voor de meeste vogels kan worden aangenomen dat het broedseizoen van maart tot en met juli loopt, maar bij enkele soorten begint het seizoen eerder of loopt het langer door. Geldend hierbij is de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Tijdens het veldbezoek is in een Italiaanse esdoorn een broedende houtduif waargenomen. Daarnaast is er een vogelnest aanwezig in een berk, maar deze staat net buiten het projectgebied en blijft onaangetast (figuur 2). Verder is het niet uit te sluiten dat er (meer) algemene soorten tot broeden komen binnen het projectgebied. Het verwijderen van de bosschages moet daarom buiten het broedseizoen plaatsvinden. Strikt beschermde soorten Van sommige vogelsoorten zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Binnen de bebouwde kom van Ulft kunnen dit de volgende soorten zijn: slechtvalk, sperwer, ransuil, gierzwaluw, roek en huismus. Van deze strikt beschermde soorten kunnen de slechtvalk en gierzwaluw op voorhand worden uitgesloten.
De slechtvalk broedt namelijk op hoge gebouwen als kantoren of kerktorens en de gierzwaluw broedt in donkere holtes, spleten of onder dakpannen van gebouwen. De sperwer broedt voornamelijk in jonge dichte naaldbossen en halfopen landschappen, maar kan ook in laanbomen, geïsoleerde bosjes en parken broeden (Vogelbescherming Nederland, 2021b). Tijdens het veldbezoek werden geen sporen of nesten aangetroffen die duiden op een nestlocatie van de soort. Negatieve effecten op jaarrond beschermde nesten van sperwers kunnen daarom worden uitgesloten.
Eksterstraat te Ulft
12
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
De ransuil leeft in kleinschalige landbouwlandschappen, bosranden, parken en open bosgebieden. De soort broedt meestal in oude nesten van kraaien, eksters en soms in oude nesten van reigers, roofvogels of eekhoorns. Bij voorkeur bevinden deze zich in naaldbomen, maar ook in boomopslag, houtwallen en vrijstaande bomen (Vogelbescherming Nederland, 2021a). In het projectgebied is gekeken naar de aanwezigheid van dergelijke nesten in bomen, maar deze werden niet aangetroffen. Negatieve effecten op de ransuil kunnen daarom worden uitgesloten. De gierzwaluw is een soort die voorkomt in dorpen en steden waar hij broedt in donkere holtes, spleten en onder dakpannen van gebouwen (BIJ12, 2017a). Er zijn echter geen gebouwen aanwezig in het projectgebied. Negatieve effecten op de jaarrond beschermde nesten van de gierzwaluw kunnen daarom worden uitgesloten. De roek is een koloniebroeder die van oorsprong voorkomt in vochtige gras- en bouwlanden met verspreid staande boomgroepen. Tegenwoordig worden meer dan de helft van de nesten binnen de bebouwde kom aangetroffen (SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2020). De nesten worden gebouwd in hoogopgaande bomen. Tijdens het veldwerk zijn meerdere roeken overvliegend waargenomen, echter zijn er geen nesten binnen het projectgebied aanwezig die van de roek kunnen zijn. De aanwezigheid van de soort kan daarom worden uitgesloten.
De huismus is een standvogel die gebonden is aan bebouwing en voornamelijk voorkomt in dorpen en steden. Tijdens het veldbezoek zijn meerdere huismussen waargenomen in het projectgebied. Deze waren voornamelijk aanwezig in de tuinen van omliggende woningen. Enkele individuen maakten gebruik van de bosschages aan de zijkant van het gebied. Het is mogelijk dat de bosschages behoren tot de essentiële functionele leefomgeving van de huismus. Als deze worden verwijderd kunnen negatieve effecten op de huismus niet worden uitgesloten. Naast strikt beschermde soorten, staan er ook soorten in de Wet natuurbescherming beschreven waarvan het nest alleen jaarrond beschermd is als er zwaarwegende ecologische redenen zijn. Dit zijn voornamelijk holenbroeders, maar ook soorten die op of tegen gebouwen aan nestelen zoals de tijdens het veldbezoek waargenomen spreeuw, koolmees en ekster. In de omgeving van het projectgebied zijn echter voldoende uitwijkmogelijkheden, waardoor er geen ecologisch zwaarwegende redenen zijn om potentiële nesten van deze soorten jaarrond te beschermen. Reptielen en amfibieën Algemene soorten Er wordt verwacht dat er verschillende algemene amfibieën kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied. Enkele voorbeelden hiervan zijn de gewone pad en de bruine kikker.
Het is niet uit te sluiten dat deze soorten binnen het projectgebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden. Voor de algemene amfibieën geldt een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Verder geldt wel de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen of beperken.
Eksterstraat te Ulft
13
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
Strikt beschermde soorten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de poelkikker en rugstreeppad in de omgeving van het projectgebied kunnen voorkomen. Deze soorten worden beschermd volgens de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Aanwezigheid van de poelkikker en rugstreeppad kan op voorhand worden uitgesloten door de afwezigheid van aquatische elementen in het projectgebied. Vlinders Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de teunisbloempijlstaart, grote weerschijnvlinder, grote vos en de sleedoornpage eventueel te verwachten zijn in het projectgebied. Deze soorten zijn nationaal beschermd volgens artikel 3.10 van de Wnb. De teunisbloempijlstaart gebruikt teunisbloem, basterdwederik, wilgenroosje en kattenstaart als waardplant. De soort komt voor in vochtige bossen, bosranden en open plekken en overwintert als pop in de strooisellaag (De Vlinderstichting, 2021d). Geschikte habitats of waardplanten zijn niet aanwezig in het projectgebied, waardoor negatieve effecten op de teunisbloempijlstaart kunnen worden uitgesloten. De grote weerschijnvlinder gebruikt de boswilg en grauwe wilg als waardplant en komt voornamelijk voor rond oude, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of bossen langs beekdalen (De Vlinderstichting, 2021b).
Het projectgebied vormt geen geschikte voorplantingshabitat voor de grote weerschijnvlinder omdat er geen waardplanten aanwezig zijn. Negatieve effecten op de grote weerschijnvlinder kunnen worden uitgesloten. De grote vos is afhankelijk van grote vrijstaande bomen voor de ei-afzet. De waardplanten van de grote vos zijn iep, zoete kers en sommige wilgensoorten (De Vlinderstichting, 2021a). Deze bomen zijn in het projectgebied echter niet aanwezig, waardoor negatieve effecten op de grote vos kunnen worden uitgesloten. De sleedoornpage komt voor in houtwallen, bosranden en sleedoornstruwelen. Waardplanten van de soort zijn verschillende Prunus-soorten, waaronder de sleedoorn (De Vlinderstichting, 2021c). In het projectgebied zijn echter geen waardplanten aanwezig, waardoor negatieve effecten op de sleedoornpage kunnen worden uitgesloten. Overige beschermde diersoorten Er zijn geen waarnemingen bekend van strikt beschermde weekdieren en kevers rondom het projectgebied. Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt wel dat de gevlekte witsnuitlibel, beekrombout (libellensoort) en beekdonderpad (vissensoort) in de omgeving van het projectgebied kunnen voorkomen. Negatieve effecten op deze soorten kunnen echter worden uitgesloten door de afwezigheid van aquatische elementen.
Eksterstraat te Ulft
14
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
Vaatplanten Op basis van de openbare verspreidingsgegevens zijn de volgende beschermde soorten te verwachten in de omgeving van het projectgebied: blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk. Deze soorten zijn allemaal nationaal beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Ze komen voor op kalkhoudende bodem en de habitat bestaat onder andere uit akkers of braakliggend terrein (NDFF, 2021abc). Het voorkomen van deze soorten rondom het projectgebied heeft waarschijnlijk betrekking op de niet-stedelijke omgeving van Ulft. Deze beschermde soorten werden niet verwacht binnen het projectgebied, gezien het projectgebied binnen de bebouwde kom ligt en de bodem niet kalkhoudend is. Geschikte groeiplaatsen voor deze soorten werden ook niet tijdens het veldbezoek waargenomen, waardoor de aanwezigheid van deze soorten kan worden uitgesloten.
Eksterstraat te Ulft
15
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
5.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Samenvatting Onderstaande tabel geeft de soorten die (mogelijk) aanwezig zijn weer, de effecten waar ze last van hebben en eventuele vervolgstappen die genomen moeten worden. Soortgroep Vleermuizen
Soort(en) Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Verblijfplaatsen boombewonende soorten Foerageergebieden
Aanwezigheid Nee
Mogelijk effect Nee
Opmerkingen -
Nee
Nee
-
Nee
Nee
-
Vliegroutes
Nee
Nee
-
Grondgebonden zoogdiersoorten
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Nee
-
Mogelijk
Nee*
-
Vogels
Huismus
Ja
Verdwijnen functioneel leefgebied
Algemene soorten
Mogelijk
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Verstoring nestplaatsen Nee
Nader onderzoek nodig als bosschages worden verwijderd Werken buiten het vogelbroedseizoen -
Mogelijk
Nee*
-
Strikt soorten Strikt soorten Strikt soorten
beschermde
Nee
Nee
-
beschermde
Nee
Nee
-
beschermde
Nee
Nee
-
Reptielen en amfibieën
Vlinders Overige diersoorten Vaatplanten
*Er dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.
Eksterstraat te Ulft
16
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
6
Buro Ontwerp & Omgeving
NADER ONDERZOEK HUISMUS De aanwezigheid van de huismus in het projectgebied is niet uit te sluiten. De aanwezige bosschages kunnen eventueel behoren tot de functionele leefomgeving van de huismus. De huismus wordt beschermd volgens artikel 3.1 van de Wnb. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te storen, vangen of doden en de nest- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Daarnaast is ook de functionele leefomgeving van de huismus beschermd. Het verwijderen van de bosschages zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze tot de functionele leefomgeving behoren. Omdat nog niet zeker is of de bosschages worden verwijderd is op voorhand de aanwezigheid van de huismus nader onderzocht. Dit nader onderzoek is uitgevoerd om de daadwerkelijke functie van het projectgebied voor deze soort te kunnen bepalen. Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn bij de sloop van de bebouwing. Werkwijze Het nader onderzoek naar de huismus is uitgevoerd tussen 1 april en 15 mei conform het Kennisdocument van BIJ12. In deze periode zijn twee veldbezoeken afgelegd met een tussenliggende periode van minimaal tien dagen. Omdat de quickscan in de juiste periode van het jaar is uitgevoerd is slechts één extra veldonderzoek nodig.
Daarom is gedurende één uur gekeken of er zingende mannetjes aanwezig zijn en of de bosschages deel uitmaken van de essentiële functionele leefomgeving (BIJ12, 2017 b). Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Inventarisanten
21-04-2021 12-05-2021
08:30 – 09:40 09:45 – 10:45
8 14
N1 W2
Bewolking 0% en droog Bewolking 30% en droog
L. Tilleman L. Tilleman
Resultaten In de omgeving van het projectgebied zijn zes nestlocaties vastgesteld en verschillende zingende mannetjes waargenomen (figuur 5). Vier van deze nestlocaties bevinden zich aan de Hogeweg 10, direct achter een Spaanse aak. De Spaanse aak die zich hier bevindt werd veel gebruikt door de huismussen die behoren bij de Hogeweg 10. Daarnaast zijn op de Hogeweg 16 en 18 meerdere malen zingende mannetjes vastgesteld, wat indiceert dat er op deze adressen ook nestlocatie(s) aanwezig zijn. Achter deze adressen bevindt zich een andere Spaanse aak waarin regelmatig huismussen en zingende mannetjes werden waargenomen. Hierdoor is te concluderen dat er twee bomen uit de bosschages behoren tot de functionele leefomgeving van de huismus. Bij het eventueel verwijderen van deze Spaanse aken worden de nestlocaties (indirect) aangetast. Hierdoor zijn er mitigerende maatregelen en een vergunning van de Wet Natuurbescherming benodigd als deze bomen worden verwijderd.
Eksterstraat te Ulft
17
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 5. Overzicht van resultaten. De groene cirkels geven de Spaanse aken aan, rode stippen de vastgestelde nestlocaties en blauwe stippen zingende mannetjes.
Eksterstraat te Ulft
18
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
7
CONCLUSIE
7.1
Conclusies gebieds- en soortbescherming Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van de ontwikkeling op beschermde natuurgebieden. Daarnaast zijn de mogelijke effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten (Wnb) onderzocht. In het projectgebied zijn potentiële verblijfsfuncties van beschermde soorten geconstateerd. Deze worden in dit hoofdstuk verder toegelicht. Gebiedsbescherming Er worden geen negatieve effecten verwacht op de Natura 2000-gebieden omdat deze zich allen op een afstand van meer dan 3 km van het projectgebied bevinden Storingsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring door trilling, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten zijn niet aan de orde. Er wordt wel geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te voeren voor de ontwikkeling op deze locatie. Op deze manier kunnen negatieve effecten als vermesting en verzuring door stikstofdepositie worden berekend en eventueel worden uitgesloten.. Daarnaast ligt het projectgebied op circa 450 meter afstand van gebieden behoren tot Natuurnetwerk Nederland (NNN) en 850 meter afstand van de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van de GO en het GNN bij de werkzaamheden niet aangetast.
Houtopstanden De bomen die aanwezig zijn binnen het projectgebied staan binnen de bebouwde kom en vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming. De bomen binnen het projectgebied staan ook niet op de monumentale bomenlijst van Gemeente Oude IJsselstreek. Desondanks kan er gemeentelijke regelgeving gelden voor de kap van de aanwezige bomen. Soortbescherming Huismus Uit het nader onderzoek is gebleken dat er twee bomen aanwezig zijn in de bosschages die behoren tot de functionele leefomgeving van de huismus. Bij het eventueel verwijderen van deze Spaanse aken worden de nestlocaties van de huismus (indirect) aangetast. Hierdoor zijn er mitigerende maatregelen en een vergunning van de Wet Natuurbescherming benodigd als deze bomen worden verwijderd. Daarnaast wordt geadviseerd zoveel mogelijk van de aanwezige bomen en bosschages te behouden omdat dit bevorderlijk is voor de biodiversiteit. Algemene soorten Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten op het perceel voorkomen. Hierbij moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). In verband met eventuele aanwezigheid van algemene vogelsoorten moeten de werkzaamheden buiten het vogelbroedseizoen worden uitgevoerd.
Eksterstraat te Ulft
19
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
8
LITERATUURLIJST
8.1
Referenties
Buro Ontwerp & Omgeving
BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gierzwaluw, Apus apus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Huismus, Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) (2021a). Blauw Guichelheil. Geraadpleegd op 14 december 2020 via https://www.verspreidingsatlas.nl/1659# Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) (2021b). Grote Leeuwenklauw. Geraadpleegd op 20 april 2021 2020 via https://www.verspreidingsatlas.nl/0074# Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) (2021c). Kleine Wolfsmelk. Geraadpleegd op 20 april 2021 via https://www.verspreidingsatlas.nl/0494#
Provincie Gelderland (2018ᵃ). Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Provincie Gelderland (2018ᵇ). Geconsolideerde Omgevingsverordening (december 2018). Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Provincie Gelderland (2021). Toelichting aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming (Wnb) Hoofdstuk 3 soorten. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. SOVON Vogelonderzoek Nederland (2020). De roek wordt heen en weer gejaagd. Geraadpleegd op 21 april 2021 via https://www.sovon.nl/nl/actueel/nieuws/de-roek-wordt-heen-en-weer-gejaagd De Vlinderstichting (2021a). Grote Vos, Nymphalis polychloros. Geraadpleegd op 20 april 2021 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-vos De Vlinderstichting (2021b). Grote weerschijnvlinder, Apatura iris. Geraadpleegd op 20 april 2021 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-weerschijnvlinder De Vlinderstichting (2021c). Sleedoornpage, Thecla betulae. Geraadpleegd op 20 april 2021 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/sleedoornpage De Vlinderstichting (2021d). Teunisbloempijlstaart, Proserpinus proserpina. Geraadpleegd op 20 april 2021 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/teunisbloempijlstaart Vogelbescherming Nederland (2021a). Ransuil.
Geraadpleegd op 21 april 2021 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ransuil Vogelbescherming Nederland (2021b). Sperwer. Geraadpleegd op 21 april 2021 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/sperwer
Eksterstraat te Ulft
20
3349.02
Quickscan natuurtoets en nader onderzoek huismus
Buro Ontwerp & Omgeving
Zoogdiervereniging (2021a). Das. Geraadpleegd op 20 april 2021 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/das Zoogdiervereniging (2021b). Eekhoorn. Geraadpleegd op 20 april 2021 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn Zoogdiervereniging (2021c). Wezel. Geraadpleegd op 20 april 2021 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/wezel 8.2
Gebruikte websites www.pdok.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl
8.3
Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Białowieża, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża. Svensson, L., Mullarney, K. & Zetterström, D. (2009). Birds of Europe (2e ed.). Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor flora en fauna van Nederland (1e ed.). Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.
Eksterstraat te Ulft
21
3349.02
Bijlage 2 Memo effectbeoordeling stikstofdepositie
MEMO Aan:
Klomps Bouwbedrijf B.V.
Datum:
31-01-2022
Project nr:
3349.02
Betreft:
Memo effectbeoordeling stikstofdepositie Ontwikkeling Eksterstraat te Ulft
Bijlage(n):
Bijlage 1: AERIUS-berekening gebruiksfase 2024
1.
Inleiding
In opdracht van Klomps Bouwbedrijf B.V. heeft Buro Ontwerp & Omgeving onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van het gebruik van één vrijstaande woning, vier twee-onder-één-kapwoningen en zeventien rijtjeswoningen aan de Eksterstraat te Ulft. Het projectgebied is gelegen in een bestaand woonmilieu in de bebouwde kom. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het projectgebied weergegeven.
Figuur 1. Ligging van het projectgebied aan de Eksterstraat (rood kader).
• •
•
T +31 (0)26 443 26 63 • BTW NL8139.69.785.B01 • •
Ligging Natura 2000 In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ligt op circa 3,7 kilometer ten zuidoosten van het projectgebied en betreft het in Duitsland gelegen ‘Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach’. Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand zijn de eveneens in Duitsland gelegen ‘VSG Unterer Niederrhein’ (ca. 5,5 km), ‘NSG Hetter-Millinger Bruch, mit erweiterung’ (ca. 5,5 km) en ‘NSG Bienener Altrhein, Millinger, Hurler und Empeler Meer’ (ca. 8,9 km). Op de navolgende kaart is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000gebieden weergegeven.
Figuur 2. Ligging projectgebied (label 1) ten opzichte van de Natura 2000-gebieden (paars en groen).
Volgens de Wet natuurbescherming moet worden uitgesloten dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Een verdere toename van de stikstofdepositie is alleen toegestaan met een vergunning Wet natuurbescherming (Wnb). Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake is van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden.
• •
•
T +31 (0)26 443 26 63 • BTW NL8139.69.785.B01 • •
Doelstelling van het onderzoek De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx- (stikstofoxiden) en NH3- (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken en de toename van stikstofdepositie als gevolg hiervan op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. De effectbeoordeling stikstofdepositie wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet natuurbescherming significante effecten kunnen worden uitgesloten.
• •
•
T +31 (0)26 443 26 63 • BTW NL8139.69.785.B01 • •
2.
Werkwijze
Algemeen Op basis van de berekende NOx- en NH3-emissies die een project of andere handeling van een plan uitstoot wordt met een verspreidingsmodel de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden berekend. Er wordt gebruik gemaakt van AERIUS voor wat betreft informatie over de actuele stikstofdepositie en kritische depositiewaarde (KDW) van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in de Natura 2000-gebieden. Depositieberekeningen zijn uitgevoerd met de meest recente versie van AERIUS Calculator. Significante effecten kunnen worden uitgesloten als door het project, andere handeling of planologische mogelijkheden geen toename in stikstofdepositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Hiervan is sprake als de berekende toename in stikstofdepositie niet groter is dan 0,00 mol/ha/jr. Indien dit het geval is, is er geen vergunningsplicht voor wat betreft stikstof. Onderzoeksopzet In dit onderzoek zijn de NOx- en NH3-emissies gedurende de gebruiksfase (hoofdstuk 3) onderzocht. In hoofdstuk 4 wordt met deze gegevens berekend of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
De tijdelijke emissie in de realisatiefase is vanaf 1 juli 2021 vrijgesteld volgens de wetswijziging stikstofreductie en natuurverbetering en is daardoor bij deze berekening buiten beschouwing gelaten.1
1
Rijksoverheid (2021). https://wetten.overheid.nl/BWBR0044970/2021-07-01
• •
•
T +31 (0)26 443 26 63 • BTW NL8139.69.785.B01 • •
3.
Emissie gebruiksfase
Programma Het beoogde programma bedraagt de realisatie van één vrijstaande woning, vier twee-onder-éénkapwoningen en zeventien rijtjeswoningen welke gasloos worden opgeleverd. Verkeersaantrekkende werking De verkeersgeneratie is bepaald met behulp van CROW-publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren: Van parkeerkencijfers naar parkeernormen” (december, 2018) en “Demografische kerncijfers per gemeente” van het CBS. De verkeersaantrekkelijke werking is afhankelijk van de stedelijkheid van de gemeente, de ligging t.o.v. het centrum en het woningtype. Ulft valt onder gemeente Oude IJsselstreek. Het CBS typeert de gemeente Oude IJsselstreek als een ‘weinig stedelijke gemeente’.2
Volgens CROW kan de ligging van het plangebied getypeerd worden als ‘rest bebouwde kom’ aangezien de locatie niet in of vlak rond het centrum van Ulft ligt, maar nog wel deel uitmaakt van de bebouwde kom. De verkeersaantrekkende werking voor één vrijstaande woning, vier tweeonder-één-kapwoningen en zeventien rijtjeswoningen op een dergelijke locatie is als volgt:
De totale verkeersaantrekkende werking van het plan bedraagt gemiddeld [8,2 + 31,2 + 125,8 =] 165,2 ritten met licht verkeer per etmaal. 2
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83859NED/table?dl=2944A
• •
•
T +31 (0)26 443 26 63 • BTW NL8139.69.785.B01 • •
In de CROW-publicatie is het volgende over vrachtverkeer opgenomen: “het vrachtverkeer naar en van woongebieden is doorgaans verwaarloosbaar, maar is wel in de cijfers verwerkt. Als gemiddelde kan worden gehanteerd: 0,02 vrachtautobewegingen per woning per werkdagetmaal”. Een werkdag kan naar weekdag worden omgerekend door te delen met 1,11. Per weekdagetmaal zijn er dus [0,02 ÷ 1,11 =] 0,018 vrachtverkeerbewegingen per woning. Op jaarbasis is er met 22 woningen sprake van een toename van [(0,018 * 22) * 365 =] 144,5 vrachtverkeersbewegingen. Uitgangspunten verkeersafwikkeling De gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer worden niet meer aan het onderhavige project toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.3 Volgens de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aanen afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.4 Het verkeer rijdt vanuit het projectgebied via de Eksterstraat en Buizerdweg naar Het Goor. Vervolgens rijdt men in westelijke richting naar de N817. De N817 is een provinciale weg. Hier is het verkeer zeker opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
3
https://www.infomil.nl/vaste-onderdelen/uitgebreid-zoeken/@89887/wanneer_is_het/ uitspraak E03.99.0110 C.G.M. Otten, E. Bouman en Exploitatiemaatschappij Gelredome te Arnhem, Dorpsvereniging Elden, H. van der Wagen-Bötzel en R.M. van der Wagen-Bötzel te Elden - B&W Arnhem 4
• •
•
T +31 (0)26 443 26 63 • BTW NL8139.69.785.B01 • •
4.
AERIUS-berekening
Uitgangspunten berekeningen Met AERIUS Calculator zijn de eerder genoemde emissiebronnen gemodelleerd waarbij wordt opgemerkt dat: - Het wegverkeer is gemodelleerd als lijnbron; - AERIUS hanteert een minimum van 1,0 voertuig. Als het voertuigaantal per etmaal lager is dan 1,0 is het aantal per jaar weergegeven. Depositie-berekeningen zijn uitgevoerd met de meest recente versie van AERIUS Calculator (versie 2021, gepubliceerd op 20 januari 2022). In deze versie van AERIUS zijn diverse wijzigingen aangebracht ten opzichte van versie 2020. De belangrijkste wijziging is de invoering van een maximale rekenafstand van 25 km voor alle brontypen. Deze verandering vond plaats naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State van 20 januari 2021 waarop werd geoordeeld dat de maximale rekenafstand van 5 km voor verkeer onvoldoende was onderbouwd5. Rekenresultaten gebruiksfase De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met de AERIUS Calculator voor het rekenjaar 2024, aangezien dit het eerste jaar is wanneer de woning theoretisch gezien in gebruik kan zijn. Uit de rekenresultaten blijkt dat op stikstofgevoelige leefgebieden en habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr plaatsvindt. De rekenresultaten voor de gebruiksfase zijn als bijlage 1 bij deze memo gevoegd.
Conclusie Uit de uitgevoerde effectbeoordeling stikstofdepositie blijkt dat het gebruik van één vrijstaande woning, vier twee-onder-één-kapwoningen en zeventien rijtjeswoningen aan de Eksterstraat niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen vergunning van de Wet natuurbescherming (of vanaf 1 juli 2022 de Omgevingswet) nodig is om de ontwikkeling mogelijk te maken.
5 Uitspraak 201702813/1/R3, d.d. 20 januari 2021
• •
•
T +31 (0)26 443 26 63 • BTW NL8139.69.785.B01 • •
Bijlagen Bijlage 1: AERIUS-berekening gebruiksfase 2024
• •
•
T +31 (0)26 443 26 63 • BTW NL8139.69.785.B01 • •
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron