Bijlage 2 van regels - Versterkingsplan.pdf
Tekst van het document
Versterkingsplan Rijnsaardtpad (ongenummerd) te Varsseveld
Colofon Versterkingsplan Rijnsaardtpad (ongenummerd) te Varsseveld
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever:
Locis Adviseurs
Projectnummer en versie: 4122A versie 1.0 Ligging plangebied: Rijnsaardtpad (ong) te Varsseveld Auteur: Ing. P. Leemreise
Status: Definitief Rapportdatum: 26-2-2024
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding .................................................................................................................................... 3
1.1 Inleiding .................................................................................................................................................... 3 1.2 Doel van de notitie.................................................................................................................................... 3 1.3 Beschrijving van de wenselijke ontwikkeling ............................................................................................ 3 Hoofdstuk 2
Het plangebied ...................................................................................................................... 4
2.1 Situering.................................................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied ............................................................................................................... 4 Hoofdstuk 3
Toetsingskaders ........................................................................................................................ 7
3.1 Algemeen .................................................................................................................................................. 7 3.1
Beleidsregels ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland........................................................... 7
3.2 Ligging GNN en GO ................................................................................................................................... 7 3.3 Beleidsregels voor de bescherming van de Groene ontwikkelingszone.................................................... 7 Hoofdstuk 4
Beschrijving van de kernkwaliteiten ......................................................................................... 9
4.1 Vastgestelde kernkwaliteiten.................................................................................................................... 9 4.2 Selectie bruikbare ontwikkelingsdoelen t.b.v. het versterkingsplan ......................................................... 9 Hoofdstuk 5
Het versterkingsplan ............................................................................................................... 11
5.1 Uitgangspunten ...................................................................................................................................... 11 5.2 Bepalen verliesfactoren .......................................................................................................................... 11 5.3 Bepalen Impactfactoren ......................................................................................................................... 12 Hoofdstuk 6
Inrichting en beheer ............................................................................................................... 15
6.1 Inleiding .................................................................................................................................................. 15 6.2 Inrichtingsmaatregelen ........................................................................................................................... 15 6.3 Beheer .................................................................................................................................................... 18 6.4 Monitoring .............................................................................................................................................. 18
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Inleiding Er zijn concrete plannen voor het ontwikkelen van een nieuw woonerf in een nu nog onbebouwd perceel agrarisch cultuurland aan het Rijnsaardtpad te Varsseveld. Omdat het plangebied volledig tot de Groene ontwikkelingszone behoort, dienen de voorgenomen ontwikkelingen getoetst te worden aan de beleidsregels voor bescherming van de Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023). 1.2 Doel van de notitie De provincie Gelderland heeft in de Provinciale Ruimtelijke Verordening beleidsregels voor de bescherming van het GNN en GO opgenomen. Mits voldaan kan worden aan gestelde voorwaarden voor nieuwe ontwikkelingen in GNN en GO, wil de provincie onder voorwaarde, medewerking verlenen aan de wenselijke realisatie van het erf. Eén van de eisen, zoals verwoord in de Provinciale Ruimtelijke Verordening, is het opstellen van een versterkingsplan. In voorliggend rapport wordt het versterkingsplan voor deze ontwikkeling gepresenteerd. 1.3 Beschrijving van de wenselijke ontwikkeling Het voornemen is een nieuw woonerf te ontwikkelen op een perceel agrarisch cultuurland. Er worden een woning en bijgebouw opgericht en het erf wordt ontsloten via aan nieuw aan te leggen erftoegangspad. Het erf wordt landschappelijk ingepast, middels de aanleg van erfbeplanting. Het plan omvat de volgende onderdelen: 1. Bouwen woning (135 m2) 2.
Bouwen bijgebouw (150m2) 3. Aanleggen erfverharding; 4. Aanleggen erfbeplanting; 5. Aanleggen poel; Hieronder wordt een inrichtingstekening van het nieuwe erf weergegeven. Op de tekening wordt de locatie van de woning en bijgebouw weergegeven.
Inrichtingstekening van het nieuwe erf.
3
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED
2.1 Situering Het plangebied is in het buitengebied ten noordoosten van het dorp Varsseveld gelegen. Het plangebied ligt op minimaal 390 meter van de woonkern Varsseveld en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit een agrarisch perceel welke aan de noordzijde grenst aan het Rijnsaardtpad en aan de zuidzijde aan loofbos. Aan de noord- en zuidzijde van het akkerperceel grenst een sloot. Daarnaast is een schuilstal aanwezig welke beschikt over éénsteens buitengevels van baksteen. De stal is gedekt met golfplaten. Er is geen opgaande beplanting aanwezig in het plangebied. Op de volgende pagina worden enkele foto’s van het plangebied weergegeven.
4
5
Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven.
6
HOOFDSTUK 3
TOETSINGSKADERS
3.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 3.1 Beleidsregels ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de Natuurnetwerk Nederland in Gelderland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland.
3.2 Ligging GNN en GO Het plangebied behoort volledig tot Groene ontwikkelingszone. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.
GO GNN GNN
Ligging van Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met rode lijn aangeduid. Gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) behoren worden aangeduid met de donkergroene kleur. Gronden die tot de Groene Ontwikkelingszone (GO) behoren, worden met de lichtgroene kleur aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
3.3 Beleidsregels voor de bescherming van de Groene ontwikkelingszone Het bestemmingsplan voorziet niet in deze ontwikkelingen. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Omdat sprake is van een nieuwe functie binnen GO, dient getoetst te worden aan de beleidsregels voor de bescherming van de GO. De Groene ontwikkelingszone heeft natuur- en landschapswaarde die behouden, en bij nieuwe ontwikkelingen/functies verder versterkt moeten worden. De provincie Gelderland heeft in de Provinciale Ruimtelijke Verordening regels opgenomen voor de bescherming van de GO. Hieronder worden de regels weergegeven.
7
Beleidsregels GO De provincie Gelderland heeft in de Omgevingsverordening regels vastgesteld voor de bescherming van de Groene Ontwikkelingszone. 1. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: a. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b. de samenhang niet verloren gaat. 2. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken. Om een voorstel voor versterking van de kernkwaliteiten te kunnen beoordelen, heeft de provincie Gelderland beleidsregels vastgesteld. Daarbij wordt gewerkt met verliesfactoren, impactfactoren en versterkingsmaatregelen. Op basis van een analyse kan het zijn dat natuur- en landschapswaarden in het plangebied versterkt moeten worden, bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe beplanting of het aanbrengen van voorzieningen voor dieren. Of er versterkingsmaatregelen uitgevoerd moeten worden om te voldoen aan de beleidsregels, wordt in onderstaand document verder uitgewerkt.
8
HOOFDSTUK 4
BESCHRIJVING VAN DE KERNKWALITEITEN
4.1 Vastgestelde kernkwaliteiten Het plangebied ligt volledig in deelgebied 36, deelgebied Boven Slinge en Slangenburg genoemd. Voor dit deelgebied heeft de provincie kernkwaliteiten voor natuur en landschap en ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap in de Groene ontwikkelingszone vastgesteld. Hieronder worden de kernkwaliteiten natuur en landschap weergegeven: • • • • • • • • • • • •
Overwegend kleinschalig kampenlandschap en wat grootschaliger heideontginnings- en ruilverkavelingslandschap met de Boven-Slinge De evz Boven-Slinge verbindt dit gebied met het land van Winterswijk en Duitsland; modellen: das, kamsalamander, ijsvogelvlinder en winde De evz Oude IJssel-oost verbindt dit gebied met de IJssel en de Veluwe en naar het zuiden met Duitsland; modellen: das en winde De evz Montferland - De Wrange verbindt Slangenburg met Montferland; model: das Parel Slangenburg: oud bos op vochtige leemgrond met een rijke ondergroei, oud landgoed met abdij Parel De Zumpe: kwelgebied met waardevol beekbegeleidend bos en broekbos en een klein deel schraal grasland; goede amfibieënpopulatie met o.m. kamsalamander Leefgebied steenuil Leefgebied kamsalamander Bijzondere, langgerekte dekzandrug: Romienendiek aan de noordzijde Bij Aalten de rand van het Oost-Nederlands Plateau met duidelijk herkenbaar hoogteverschil; onderdeel van Nationaal Landschap Winterswijk Cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de landgoederen, beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir
De volgende ontwikkelingsdoelen zijn van toepassing op dit deel van de Groene ontwikkelingszone. • • • • • • •
Ontwikkeling ecologische verbinding Boven-Slinge met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, bosjes en singels Ontwikkeling ecologische verbinding Oude IJssel-oost met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, bosjes en singels Ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking A18-N18, N318, N313 en N317 Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden Ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen Ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, houtwallen, kavelpatronen, boerderijen) en beheersvormen
Ook behoort het tot een Ecologische verbindingszone • Boven Slinge (Duitsland - Winterswijk - IJssel): das, kamsalamander, ijsvogelvlinder
4.2 Selectie bruikbare ontwikkelingsdoelen t.b.v. het versterkingsplan Wanneer we kijken naar de ligging van het plangebied en de mogelijkheden die initiatiefnemer heeft voor het versterken van natuur en landschap, dan lijken de volgende ontwikkelingsdoelen toepasbaar. Dat zijn: 9
• • • • •
Ontwikkeling ecologische verbinding Boven-Slinge met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, bosjes en singels Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden Ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen Inrichtingsmaatregelen t.b.v. EVZ Boven Slinge, Model das en kamsalamander
10
HOOFDSTUK 5
HET VERSTERKINGSPLAN
5.1 Uitgangspunten Indien voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden, is het een nieuwe ontwikkeling of activiteit mogelijk te maken in de GO. Ter compensatie voor de realisatie van het nieuwe erf, eist de provincie versterking van natuur en landschapswaarden. Zij heeft daarvoor een systematiek ontwikkeld waarbij een verliesfactor en impactfactor bepaald worden en de voorgestelde versterking van natuur en landschap kwantitatief getoetst kan worden aan de hand van versterkingsmaatregelen. Hiervoor is een rekenmodule ontwikkeld in een excel-tabel. Voor het berekenen van de verlies-, impact- en versterkingsfactoren, wordt gewerkt met de rekenmodule van 28 mei 2022.
5.2 Bepalen verliesfactoren Als gevolg van de voorgenomen activiteit, wordt geen natuur- of landschapselement aangetast. Ook worden geen bomen gerooid en worden geen landschapselementen als natuuroevers aangetast. Alle ontwikkelingen vinden plaats op agrarische cultuurgrond. Deze gronden worden niet aangeduid op het natuurbeheerplan van de provincie. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven. Zoals zichtbaar op de luchtfoto, ontbreken landschapselementen. Het plangebied bestaat uit agrarisch cultuurland.
Luchtfoto van het plangebied.
Verliesfactor is: nul.
11
5.3 Bepalen Impactfactoren Bij het bepalen van de impactfactor, wordt onderscheid gemaakt in nieuwe ontwikkelingen en uitbreiding van bestaande activiteiten. In voorliggend geval is sprake van een nieuwe activiteit. Het opheffen van een bepaalde activiteit (of sloop van bebouwing) mag als negatieve impactfactor meegenomen worden in de berekening, maar daar is in voorliggend plan geen sprake. Hieronder worden de oppervlaktes van de verschillende elementen weergegeven. Onderdeel Nieuwe woning Erf
Oppervlakte (m2)
Eenheid 1
960
Wegingsfactor In de modelberekening dient meegewogen te worden, of de activiteit plaats vindt in een ecologische verbindingszone, open gebied of in een gebied met aardkundige waarden. Het plangebied behoort tot EVZ Boven Slinge, maar ligt niet in open gebied, of in gebied met aardkundige waarden (zie onder). Hierdoor dient een wegingsfactor toegepast te worden.
Ligging en begrenzing van de EVZ Boven-Slinge (bron: provincie Gelderland).
De EVZ dient ingericht te worden conform model Das, Kamsalamander en IJsvogelvlinder. Tabel 2 IMPACTFACTOR eenheid
woningen
wooneenheid m2 woonbestemming / 100 wooneenheid ha woonwijk ha. bedrijventerrein
20 4 25 600 1500
ha. bedrijventerrein ha. bedrijventerrein aantal turbines x m wieklengte /50 ha. functioneel zonneveld ha. verharding ha. verharding ha. verharding
3000 4500 1250
woonwijk bedrijventerrein milieucategorie 1 en 2 milieucategorie 3 en 4 milieucategorie 5 en 6 windturbine zonnepark wegen <80 km/uur middel wegen > 100 km/uur
toeslagfactoren nieuwe indien van functie op toepassing deze factor locatie verhogen
aantal eenheden
categorie
basispunten /eenheid
1 9,6
2 2 2 2
0
2 2 2 1,5
400 2000 3000 4000
1,5 2 2 2
IMPACTPUNTEN
Impactpunten incl. toeopen indien van ligging in indien van basis landschap/ toepassing EVZ toepassin slagen aardkundig factor g factor e waarden verhogen verhogen 1 1 1 1 1
2
1 1 1
2
1 1 1 1
1,5
2 2 2 2
2 1
2 2 2
1 1 1 1 2
1,25
1 1 1
1,25
1 1 1 1
1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
1,25 1,25
1,25 1,25 1,25
1,25 1,25 1 1 1
20 38,4 0 0 0
1 1 1
0
1 1 1 1
0
0 0
0 0 0
25 48 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 opp. (ha) 73 0,10
Berekening van de impactfactor voor het plan. 12
Impactfactor is: 73 5.4 Versterkingsfactor Nu de impactpunten bekend zijn, kan gekeken worden naar mogelijkheden om voldoende versterkingspunten te scoren, zodat sprake is van versterking van kernkwaliteiten naar rato en facto. Ter versterking van de kernkwaliteiten voor natuur en landschap worden de volgende maatregelen genomen:
• • • • • •
Ontwikkelen bos; Aanplant solitaire bomen; Aanleg poel; Aanleg struweelrand; Aanleggen hooiland; Ontwikkelen struweel met boomvormers;
Op onderstaande topografische kaart wordt de ligging van de versterkingsmaatregelen weergegeven.
Versterkingsmaatregelen
In onderstaande tabel worden de versterkingsmaatregelen ingevoerd in het rekenschema.
13
Tabel 3. VERSTERKINGSMAATREGELEN categorie
basis
opp (ha)
1
0,7
1 1
1,25 1,25
1,25 1
60
0,7
0
75 0
0,7
1
1,25
1,25
120
150
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
3000 2000 2000 2000 2000
0,7
1,25
1,25
1 1 1 1 1
0
0,7
1 1 1 1 1
0
0 0 0 0 0
1000
0,7
1
1,25
1
0
0
0,7
1 1
1,25
1 1
48
48 0
1 1
1,25
0,7
1,25
1 1,25
256,6
0 320,75
5000
0,7
1
1,25
1
0
0
5000
0,7
1
1,25
1
0
0
10
0,7
1
1,25
1
0
0
100
0,7
1
1,25
1
0
0
300 100 100
0,7
1,25 1,25
1 1 1
0
0,7
1 1 1
0
0 0 0
100
0,7
1
1,25
1
0
0
3000
Rij knotwilgen L01.08 Hoogstamboomgaard L01.09 Zoete plas N04.02 Dynamisch moeras N05.04 Nat schraalland / Vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig N13.01 weidevogelgrasland Droge natuurgraslanden N11.01, N12.02, N12.03 Kruiden- en faunarijke N12.05 akker Ruigteveld of -zoom N12.06 Alle typen natuurlijk bos N14, N15, N16 en N17
Takkenril/ houtstapel Nestkast steen, bos- of kerkuil Kleine zoogdiertunnel Herpetofaunatunnel Boombrug ‘Hop-over’ Loopstroken of -richels
hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten
das, bever, kleine marters e.a. reptielen en amfibieën marters, eekhoorn vleermuizen, vlinders en vogels bij bestaande brug of duiker, voor zoogdieren
VEREISTE VERSTERKING
indien van Verstertoepassing kingsfactor punten verhogen basis incl. toeslagen 1,25 0 1 0
0,7
Natuurvriendelijke L01.15 oever Poel L01.01 Houtwal, houtsingel, L01.02 en L01.03 elzensingel, Struweelhaag of L01.05 en L01.06 scheerhaag Laan (dubbele bomenrij) L01.07
Speciale elementen Stobbenwallen
factor indien van factor tijdelijke toepassing bijdrage maatregel factor EVZ verlagen
3000 3000
0,02
3000
0,04
1000 1000 1000 2000
0,7 0,7 0,7
0,048
0,7 0,7
0,1283
0,7
1,25 1,25 1,25
1,25
1,25
0 0 0
0 0
0
VERSTERKINGSPUNTEN 73 BALANS
593,75 520,75
Balans van de versterkingsmaatregelen.
Conclusie Wanneer we kijken naar de verlies- en impactfactor en deze afzetten tegen de te nemen maatregelen, is sprake van een positief resultaat (+521 punten). Bij uitvoering van de voorgenomen versterkingsmaatregelen is sprake van versterking van kernkwaliteiten.
14
HOOFDSTUK 6
INRICHTING EN BEHEER
6.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden inrichtings- en beheermaatregelen besproken, zoals voorgesteld voor dit erf. In dit hoofdstuk worden alle voorgestelde maatregelen besproken, niet alleen inrichtingsmaatregelen, die opgenomen worden in de vereveningstabel.
6.2 Inrichtingsmaatregelen De volgende inrichtingsmaatregelen worden uitgevoerd als onderdeel van het erfinpassingsplan. 1. Aanleg bos; 2. Aanleg struweelrand met boomvormers; 3. Aanleg ruige slootkant met braam en natuurlijke opslag; 4. Aanleg poel; 5. Aanleg hoogstam boomgaard; 6. Aanleg solitaire loofbomen; 7. Aanleg hooiland; Ad. 1 Aanleg bos ( 1283m2) Aan de westzijde van het plangebied wordt bos aangelegd. Het nieuwe bos wordt aangelegd ten noorden van bestaand loofbos. Ontwikkeling van een structuurrijke bosrand, is alleen mogelijk aan de oostzijde van het bos. De beplanting bestaat uit een gemengde loofhoutopstand van zoete kers, ruwe berk, zomereik, winterlinde, ruwe iep, fladderiep, boswilg, es, vuilboom, vogelkers. Langs de noord- en oostrand van het bos, worden enkele hazelaars en wilde lijsterbes bijgemengd. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig bosplantsoen (80100 cm). Voordat de beplanting er in gezet wordt, wordt het vak gefreesd. Er wordt 1 stuk plantsoen per 4 m2 meter bos aangelegd. In totaal worden 320 stuks plantsoen geplant. Ten behoeve van het onderhoud van de watergang langs de zuidzijde, tussen bestaande bos en plangebied, wordt een strook van 5 meter vrij gehouden van beplanting. Deze strook wordt niet gefreesd. Ad 2.
Aanleg struweelrand met boomvormers Langs de noordoostrand van het plangebied wordt een struweelrand (333 m2) met enkele boomvormers ontwikkeld. Vanwege de ligging, direct naast de laanbomen van het Rijnsaardtpad, is de ontwikkeling van loofbos in een smalle strook, direct naast de laanbomen niet kansrijk. Daarom is gekozen voor de ontwikkeling van een gemengde struweelrand met enkele boomvormers langs de zuidzijde van de rand. De beplanting bestaat uit een gemengde beplanting van meidoorn, Gelderse roos, Hondsroos, veldesdoorn, wilde lijsterbes, vuilboom, wilde liguster, gewone vlier. In het element worden 8, als laanboom gekweekte zwarte elzen geplant (in midden van element). Het plantsoen wordt geplant in een plantverband van 1,5 x 1,5 meter. In totaal worden 83 stuks plantsoen geplant. Ad 3. Aanleg ruige slootkant met braam en natuurlijke opslag; Langs de oostrand van het perceel, wordt ruimte geboden aan de ontwikkeling van een ruige slootkant, met plaatselijk natuurlijke jonge opslag. De ruige slootkant ontstaat op natuurlijke wijze, door extensief maaibeheer. Ad 4. Aanleg poel (204 m2) Er wordt een poel aangelegd. Deze poel wordt 0,5 meter onder de laagste grondwaterstand in september aangelegd. Hierdoor kan deze poel incidenteel, tijdens een droge zomer, droog vallen. Zo sterven vissen uit en wordt de poel geschikter als voortplantingsbiotoop voor amfibieën.
Oevers worden flauw gegraven; zuid- en oostoever 1:2 en noord- en westoever 1:4. 15
Ad 5. Aanleg hoogstam boomgaard Hoogstam fruitbomen Er worden zes hoogstam fruitbomen geplant. Er worden 3 appelbomen en 3 perenbomen geplant. De jonge bomen worden voorzien van twee boompalen.
fruitboom met twee boompalen.
ad 6. Aanleg solitaire loofbomen Er worden drie solitaire inheemse loofbomen geplant. Als loofboom worden zomereiken toegepast. De bomen hebben een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,5 m hoogte boven de wortelvoet. De bomen worden geplant in ruim plantgat en ondersteund door twee boompalen en boomband. Er worden als laanboom gekweekte bomen gebruikt. Specifieke plantinstructie • Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. • Plaats daarna een boompaal van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal. • U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. • Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 6 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.
16
Foto links: ruwe iep, rechts Hollandse linde (bron: internet)
Ad 7. Hooiland Rondom de poel en in de boomgaard wordt hooiland ontwikkeld. Hiervoor worden geen specifieke inrichtingsmaatregelen genomen. De totale oppervlakte van het hooiland bedraagt circa 480 m2. Plantlijst Hieronder wordt de plantlijst weergegeven van de nieuwe beplanting. maatvoering
type beplanting
lengte (m) element opp. (m2)
soort
latijn
aantal plantgoed per soort
hoogte plantsoen (cm boven wortelvoet)
struweelhaag
333
wilde lijsterbes wilde liguster Gelderse roos hondsroos veldesdoorn eenslijlige meidoorn vuilboom/sporkehout Gewone vlier
Amelanchier ovalis 10 Ligustrum vulgare 10 Viburnum opulus 10 Rosa canina 10 Acer campestre 10 Crataegus monogyna 13 Frangula alnus 10 Sambucus nigra 10 totaal aantal stuks plantsoen 83
80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120 cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte
bos
1283
zoete kers ruwe berk zomereik winterlinde ruwe iep fladderiep boswilg es vuilboom Gewone vogelkers
Prunus avium 32 Betula pendula 32 Quercus robur 32 Tilia cordata 32 Ulmus glabra 32 Ulmus laevis 32 Salis caprea 32 Fraxinus Excelsior 32 Frangula alnus 32 Prunus Padus 32 totaal aantal stuks plantsoen 320
80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte
zomereik hoogstam peer hoogstam appel zwarte els walnoot knotwilg
Quercus robur div. div. Alnus glutinosa Junglans regia Salix Alba
14-16 cm stamomtrek 4-10 cm stamomtrek 4-10 cm stamomtrek 14-16 cm stamomtrek 14-16 cm stamomtrek staak of 8-14 cm stamomtrek
solitaire bomen
3 3 3 8 1 3
Plantlijst behorende bij ruimtelijke ontwikkeling.
In aanvulling op de 1283m2 bos, wordt 1000m2 bos aangelegd ter compensatie voor de realisatie van een 17
veranda. Op onderstaande tabel wordt de plantlijst van dit perceel bos weergegeven.
type beplanting bos
lengte (m) element opp. (m2) 1000
soort zoete kers ruwe berk zomereik winterlinde ruwe iep fladderiep boswilg es vuilboom Gewone vogelkers
aantal plantgoed latijn per soort Prunus avium 25 Betula pendula 25 Quercus robur 25 Tilia cordata 25 Ulmus glabra 25 Ulmus laevis 25 Salis caprea 25 Fraxinus Excelsior 25 Frangula alnus 25 Prunus Padus 25 totaal aantal stuks plantsoen 250
hoogte plantsoen (cm boven wortelvoet) 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte 80-120cm hoogte
Plantlijst behorende bij ruimtelijke ontwikkeling (aanleg veranda).
18
6.3 Beheer Bos; Geen beheer. Bos mag zich op natuurlijke wijze ontwikkelen tot bos. Struweelrand met boomvormers; De struweelrand met boomvormers wordt beheerd als hakhout, waarbij de als laanboom gekweekte elzen, niet afgezet worden. De beplanting mag iedere 8-12 afgezet worden, waarna deze weer zal uitlopen. Ruige slootkant met braam en natuurlijke opslag; De ruige slootkant met braam en natuurlijke opslag, zal zich op natuurlijke wijze ontwikkelen, als gevolg van aangepast maaibeheer. De slootkant wordt niet meer jaarlijks gemaaid, waardoor deze de kans krijgt te verruigen. Na 3-4 jaar na aanleg wordt de slootkant gemaaid m.b.v. en bosmaaier of maaikorf. De slootkant wordt niet vaker dan eens per vijf jaar volledig gemaaid. Poel; Afhankelijk van de snelheid, waarmee de poel dicht groeit, dient deze geschoond te worden. Doorgaans hoeven poelen niet vaker dan eens in de 30 jaar geschoond te worden. Natuurlijke opslag van bomen en struiken wordt voor ca. 75% verwijderd, om te voorkomen dat de poel volledig in het ‘hout’ komt te staan en de poel niet meer opgewarmd wordt door de zon. Hoogstam boomgaard en solitaire loofbomen; Geen beheer, of het verwijderen van laag hangende takken om hinder/schade aan voertuigen te voorkomen. Hooiland; Hooiland zal zich op natuurlijke wijze ontwikkelen, als gevolg van maaien en afvoeren van maaisel.
Hooiland wordt jaarlijks één keer gemaaid, doorgaans in de periode 15 juni – 15 juli. Afhankelijk van de bijgroei, kan het nogmaals gemaaid worden eind september (en afvoeren maaisel). Er worden geen meststoffen aangewend en geen herbiciden of pesticiden toegepast.
6.4 Monitoring Initiatiefnemer laat de versterkingsmaatregelen beoordelen door een terzake deskundige in het 2e en 4e jaar na aanleg. Bevindingen worden schriftelijk beschikbaar gesteld aan de gemeente. Doel van de monitoring is het beoordelen van functionaliteit van de genomen maatregelen en het uitgevoerde star- en vervolgbeheer. De monitoringsrapporten kunnen benut worden om initiatiefnemer te houden aan de kwalitatieve verplichtingen, zoals vastgelegd voor dit project
19