CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toelichting. Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1-Silvolde.pdf

Raadsvergadering 25 april 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1: Bestemmingsplan Berkenlaan 1 en Egginkstraat 1, Silvolde12.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nee

1

Nee

1

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?

Nee

2

Nee

2

Nee Nee

1 1

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?

Nee

1

Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Nee

2

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

1

Natte natuur

Cultuurhistorie

Algemeen Voorliggend initiatief voorziet ter plaatse van deelgebied 1 in de nieuwbouw van één levensloopbestendige woningen en één eengezinswoning in het overgangsgebied van de bebouwde kom naar het buitengebied van Silvolde. In het verleden was de locatie voor een groot deel bebouwd en verhard. Verder wordt ter plaatse van deelgebied 2 een woning gesloopt. De totale oppervlakte aan verharding in het plangebied neemt, ten opzichte van de situatie voorafgaande aan de herontwikkeling, af. Voor zover bekend hebben zich in het verleden geen problemen voorgedaan met het grondwater. Hemelwater afkomstig van de nieuw te bouwen woning en bijbehorende verhardingen wordt in het plangebied geïnfiltreerd. Om de waterkwaliteit op peil te houden, zal bij de bouw van de woningen uitsluitend niet-uitlogende materialen worden toegepast. De ontwikkeling in het plangebied heeft een positieve invloed op de waterhuishouding ter plaatse.

Inrichting en beheer Ten noorden van het plangebied is de Seesinkbeek gelegen. Tussen de nieuwe bebouwing en de Seesinkbeek (bovenkant talud) blijft een strook van circa 6 meter over die gebruikt kan worden voor onderhoud aan de waterloop zoals maaiwerkzaamheden.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.7

Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten.

bestemmingsplan "Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1, Silvolde" (vastgesteld)

29

Toetsing Deelgebied 1 Archeologie Het plangebied ligt volgens de beleidskaart van de gemeente Oude IJsselstreek in een gebied met een lage archeologische waarde (categorie 7). In februari 2021 door Hamaland Advies een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd3. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 7.

Bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat het grootste deel van het plangebied is gelegen binnen een dalvormige laagte. Dit zijn de laagste delen van het dekzandlandschap en er geldt een lage archeologische verwachting voor alle archeologische periodes. Resten die wel te verwachten zijn, omvatten onder andere afvaldumps of rituele dumps. Dit is vooral het geval als een laagte grenst aan een hoger gelegen element uit het dekzandlandschap. Dit is het geval bij dit plangebied aangezien het zuidelijke deel van het plangebied een dekzandrug betreft wat een hoge archeologische verwachting heeft voor alle archeologische periodes. Uit het cartografische onderzoek blijkt dat ten zuiden van het plangebied een historisch erf ligt. Het plangebied was weiland wat bij het erf hoorde. Daarom geldt er een middelhoge verwachting voor de Nieuwe Tijd voor resten die gerelateerd zijn aan het erf. Indien er eventueel archeologische resten aanwezig zijn, dan komen deze direct aan of onder de bouwvoor voor tot in de top van het pleistocene zand. Organische resten en bot zullen door de overwegend wisselend nat/droge en basische/zure bodemomstandigheden matig goed zijn geconserveerd. Andere typen indicatoren zoals aardewerk en houtskool zijn waarschijnlijk ook matig goed geconserveerd.

Booronderzoek Om de archeologische verwachting te kunnen toetsen, is een verkennend booronderzoek uitgevoerd waarbij verspreid over het plangebied zes boringen zijn gezet. Hieruit blijkt dat de bodem in het gehele plangebied subrecent verstoord is tot in de top van het dekzand. Er zijn geen relevante archeologische niveaus aangetroffen.

Selectieadvies Door de grote mate van bodemverstoring en de afwezigheid van archeologische niveaus wordt de kans nihil geacht dat met de geplande bodemingrepen behoudenswaardige archeologisch vindplaatsen verloren gaan. Derhalve is geadviseerd wij om geen vervolgonderzoek uit te voeren. Het conceptrapport is namens gemeente Oude IJsselstreek getoetst door de Regioarcheologen van de ODA. Behoudens enkele opmerkingen, die verwerkt zijn in de definitieve rapportage, gaat het bevoegd gezag akkoord met het selectieadvies. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Cultuurhistorie De gemeente Oude IJsselstreek heeft een 'Cultuurhistoriche waardenkaart gemeente Oude IJsselstreek' vastgesteld. Op deze kaart wordt geen melding gemaakt van cultuurhistorische objecten, elementen of structuren of andere cultuurhistorisch relevante zaken in het besluitegebied. Wel wordt opgemerkt dat de watergang 'Seesinkbeek' (ten noorden van het plangebied) als historisch waterloop is aangemerkt. Het initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor het aspect cultuurhistorie.

Deelgebied 2 Voor deelgebied 2 worden er binnen de plangrens geen ontwikkelingen beoogd waarvoor een toetsing aan archeologie noodzakelijk is.

30

bestemmingsplan "Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1, Silvolde" (vastgesteld)

Conclusie Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.8

Ecologie

Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb), in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten.

Toetsing Voorliggend initiatief voorziet in de nieuwbouw van twee woningen en de sloop van één woning. Gelet op de voorgenomen ingrepen ter plaatse is voor beide locaties door Buro Ontwerp & Omgeving in juli en september 2020 een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn bijgevoegd als Bijlage 8 en Bijlage 9. Tevens is er voor de Berkenlaan 1 een nader ecologsich onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 10. Tot slot is door Buro Ontwerp & Omgeving in februari 2021 een AERIUS berekening uitgevoerd, dat is bijgevoegd als Bijlage 11.

Deelgebied 1 Gebiedsbescherming Het deelgebied is niet gelegen binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Duitse Natura 2000-gebied Klevsche Landwehr, gelegen op circa 5,2 kilometer afstand van het deelgebied. Het dichtstbijzijnde Nederlandse Natura 2000-gebied is de Rijntakken, gelegen op circa 17,5 km. Negatieve effecten op deze gebieden worden vanwege de aard van de ingreep en de afstand tussen het deelgebied en de Natura 2000-gebieden niet verwacht. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat zowel in de realisatiefase als de gebruiksfase geen stikstofdepositie groter dan 0,0 mol/ha/jaar plaatsvindt. Daarnaast ligt het deelgebied op circa 750 meter afstand van gebieden behorende bij de Groene Ontwikkelingszone (GO) en circa 820 meter van gebieden die behoren tot Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van het NNN en GO bij de werkzaamheden niet aangetast.

Soortenbescherming Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene soorten op het perceel voorkomen, hierbij moet gelet worden op de algemene zorgplicht (Wnb artikel 1.11). In verband met eventuele aanwezigheid van algemene vogelsoorten wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten het vogelbroedseizoen uit te voeren. Er zijn geen vaste rust- of verblijfplaatsen van strikt beschermde soorten geconstateerd. Er worden geen negatieve effecten op beschermde soorten verwacht. Er is geen nader onderzoek nodig en de werkzaamheden kunnen zonder vergunning van de Wet natuurbescherming worden uitgevoerd.

Deelgebied 2 Gebiedsbescherming Er worden geen negatieve effecten verwacht op de Natura 2000-gebieden omdat deze zich alle op een afstand van 5 km of meer bevinden van het projectgebied. Daarnaast ligt het projectgebied op circa 440 meter afstand van gebieden behorende bij de Groene

bestemmingsplan "Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1, Silvolde" (vastgesteld)

31

Ontwikkelingszone (GO) en circa 450 meter van gebieden die behoren tot Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van de GO en het GNN bij de werkzaamheden niet aangetast.

Soortenbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het projectgebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden.

Gebouwbewonende vleermuizen Tijdens het veldbezoek zijn potentiële invliegopeningen aangetroffen in de leegstaande woning. Verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen daarom in het projectgebied aanwezig zijn. De sloop van het gebouw zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als verblijfplaats fungeren voor vleermuizen. De aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing moet daarom nader worden onderzocht.

Steenmarter Het projectgebied vormt een geschikte leefomgeving voor de steenmarter. Het gebouw staat al geruime tijd leeg waardoor het kan dienen als vaste rust- of verblijfplaats. De sloop van de het gebouw zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als het wordt gebruikt door de steenmarter. Hieruit volgt dat nader onderzocht moet worden of de steenmarter een vaste rust- of verblijfplaats heeft in de woning.

Gierzwaluw Het projectgebied vormt een geschikte leefomgeving voor de gierzwaluw en tijdens het veldbezoek zijn diverse ruimtes langs het dakbeschot en de nokrand aangetroffen die kunnen dienen als broedplaats voor gierzwaluwen. De sloop van de woning zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestplaats fungeert voor de gierzwaluw. Daarom moet de aanwezigheid van de gierzwaluw nader worden onderzocht.

Huismus Het projectgebied vormt een geschikte leefomgeving voor de huismus en tijdens het veldbezoek zijn diverse ruimtes langs het dakbeschot en de nokrand aangetroffen die kunnen dienen als broedplaats voor huismussen. De omliggende bosschages kunnen deel uitmaken van de functionele leefomgeving. De sloop van de woning en het verwijderen van de bosschages zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nest- of verblijfplaats fungeert voor de huismus. De aanwezigheid van de huismus moet daarom nader worden onderzocht.

Algemene soorten Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene soorten op het perceel voorkomen, hierbij moet gelet worden op de algemene zorgplicht (Wnb artikel 1.11). In verband met eventuele aanwezigheid van algemene vogelsoorten wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten het vogelbroedseizoen uit te voeren.

Nader ecologsich onderzoek Er is, na aanleiding van de quickscan natuurtoets, een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de

32

bestemmingsplan "Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1, Silvolde" (vastgesteld)

Berkenlaan 1 te Silvolde. Van de eerder genoemde soorten is alleen een rustplaats van de steenmarter aangetroffen. Er dient een activiteitenplan te worden opgesteld ten behoeve van de ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming voor de steenmarter. Met het nemen van maatregelen uit het activiteitenplan wordt de ontheffing van de Wet natuurbescherming voor deze soorten naar verwachting verleend.

Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.9

Verkeer en parkeren

Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse.

Toetsing Deelgebied 1 Verkeer Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen van de woningen is uitgegaan van de kengetallen van het CROW4. Uitgaande van 'koop, huis, vrijstaand' van de verstedelijkingsgraad 'niet stedelijk' en het gebiedstype 'buitengebied' is het aantal verkeersbewegingen per woning maximaal 8,6. Dit geeft een toename in het aantal verkeersbewegingen van in totaal 17,2 per dag. De toekomstige woonpercelen worden op de Egginkstraat ontsloten. Deze weg heeft voldoende capaciteit om de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op te vangen.

Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de kengetallen van het Gemeentelijke Verkeer- en Vervoersplan 2012 - 2020 (GVVP) van de gemeente Oude IJsselstreek. Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van twee woningen in de categorie 'Woning duur' in de 'Rest bebouwde kom'. Hiervoor wordt een parkeernorm van gemiddeld 2,1 parkeerplaatsen per woning gehanteerd. Binnen de toekomstige woonpercelen is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van de ontwikkeling.

Deelgebied 2 Voor deelgebied 2 worden er binnen de plangrens geen ontwikkelingen beoogd waarvoor een toetsing aan verkeer en parkeren noodzakelijk is.

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

bestemmingsplan "Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1, Silvolde" (vastgesteld)

33

3.3.10 Economische uitvoerbaarheid Voorliggend bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk, dat is benoemd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat tegelijkertijd met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet worden vastgesteld, waarmee de gemeente de door haar te maken kosten kan verhalen op de initiatiefnemer. Een exploitatieplan hoeft niet vastgesteld te worden indien verhaal van kosten anderszins is verzekerd, en tevens locatie-eisen niet nodig zijn of anderszins zijn verzekerd.

De gemeente neemt niet deel aan de ontwikkeling van het plan. De gemeente verzorgt de planologische kaders na toetsing van de planontwikkeling. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd via de legesverordening en een anterieure overeenkomst. In deze anterieure overeenkomst wordt tevens vastgelegd dat mogelijke planschade voor rekening van de initiatiefnemer is. Het vaststellen van een exploitatieplan is hiermee niet noodzakelijk. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond.

34

bestemmingsplan "Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1, Silvolde" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

Juridische planaspecten

4.1

Algemeen

4.1.1

Wat is een bestemmingsplan

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. 4.1.2

Bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een dubbelbestemming Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 4.1.3

Hoofdstukindeling van de regels

De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels

bestemmingsplan "Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1, Silvolde" (vastgesteld)

35

In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (Artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (Artikel 2). 2. Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3.

Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

4.2

Dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 4.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan

In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Groen' en 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische Verwachting I'opgenomen.

Groen (Artikel 4) De bestemming 'Groen' is gegeven aan het groen (de bomen, struiken, bermen en overige beplanting) dat zorgt voor een goede landschappelijke inpassing van de aanwezige bebouwing en infrastructuur. Met landschappelijke inpassing wordt bedoeld dat deze elementen niet of weinig opvallen in het

36

bestemmingsplan "Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1, Silvolde" (vastgesteld)

landschap door de bomen en struiken die eromheen staan. Binnen de bestemming 'groen' zijn ook niet-groene elementen toegestaan, zoals fiets- en voetpaden en speelvoorzieningen.

Wonen (Artikel 5) De gronden in deelgebied 1 zijn bestemd als 'Wonen'. Voor beide toekomstige percelen is een bouwvlak opgenomen. In de regels is opgenomen dat binnen elk bouwvlak maximaal één vrijstaande woning is toegestaan. Naast het gebruik van de woning zijn de gronden bestemd voor een aan huis verbonden beroep (onder voorwaarden), een bed en breakfast in een woning (onder voorwaarden) en het recreatief bewonen van de woning. Daarnaast zijn de bij de bestemming behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, parkeer- en groenvoorzieningen toegestaan. Naast deze functies zijn ook kleinschalige windturbines en zonnepanelen voor de opwekking van duurzame energie op gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan, uitsluitend binnen een bouwvlak ten behoeve van de eigen energievoorziening. In de regels van de bestemming is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van het toestaan van een bedrijf aan huis. Voor de afwijking gelden aanvullende voorwaarden voordat deze kan worden verleend. In de bouwregels is geregeld dat elke woning een maximale inhoud van 750 m³ mag hebben. De toegestane goot- en bouwhoogte van de woningen bedraagt respectievelijk 4,5 m en 9 m. Bijbehorende bouwwerken (bijvoorbeeld bijgebouwen), overkappingen en overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouw zijnde) zijn, onder voorwaarden, ook toegestaan.

De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn opgenomen in de bouwregels.

Waarde - Archeologische Verwachting I (Artikel 6) De voor 'Waarde - Archeologische Verwachting I' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem.

Voorwaardelijke verplichting In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Dit borgt dat het landschappelijk inrichtingsplan wordt uitgevoerd. De regel regelt dat woningen uitsluitend mogen worden bewoond, indien binnen twee jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan het landschappelijk inrichtingsplan is uitgevoerd en in stand wordt gehouden. 4.2.2

Algemene regels

Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht.

bestemmingsplan "Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1, Silvolde" (vastgesteld)

37

Hoofdstuk 5

Procedure

Het bestemmingsplan heeft vanaf 22 december 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan het College van burgemeester en wethouders. Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Het bestemmingsplan is op 21 april 2022 door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek vastgesteld.

38

bestemmingsplan "Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1, Silvolde" (vastgesteld)

Eindnoten

1. https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/ 2. Buro Ontwerp & Omgeving d.d. 22 augustus 2020. Akoestisch onderzoek industrielawaai, Egginkstraat 1, Silvolde. Projectnummer 3053.02 3. Hamaland Advies, Bureauonderzoek en booronderzoek archeologie. Plangebied Egginkstraat 1, Silvolde. projectnummer 202833, kenmerk EBM/ALG/HAMA/202833, d.d. 16 februari 2021. 4. CROW, december 2018, Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381

bestemmingsplan "Egginkstraat 1 en Berkenlaan 1, Silvolde" (vastgesteld)

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4435/documents/23520