Bijlage 2 TOE bijlage Kernkwaliteiten GNN en GO.pdf
Tekst van het document
Bijlage: kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Toelichting In deze bijlage worden de kernkwaliteiten, de actuele waarden en de ontwikkelingsdoelen, van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone beschreven. Het doel is om te beoordelen in hoeverre een geplande ingreep de kernkwaliteiten aantast. Daarnaast heeft dit ook dit als doel richting te geven aan mitigerende en compenserende maatregelen. Voor de Groene ontwikkelingszone heeft dit tevens als doel richting te geven aan de versterking van de ontwikkelingsdoelen, zodat per saldo sprake is van een versterking van de Groene ontwikkelingszone. Het is essentieel dat de aanwezige kernkwaliteiten op de plaats van de geplande ingreep voldoende in beeld worden gebracht. De kernkwaliteiten worden beschreven op het niveau van 185 deelgebieden. Naast deze gebiedsspecifieke kernkwaliteiten zijn er algemene kernkwaliteiten die voor alle deelgebieden gelden. Dit zijn de milieucondities die de voorwaarde vormen voor het voortbestaan van de natuur: • ecologische samenhang; • stilte; • donkerte; • openheid; en • rust. In een aantal deelgebieden komen ecologische verbindingszones voor. Elke verbindingszone heeft een doeltoekenning en een uitwerking in een inrichtingsmodel.
Na de beschrijving van de deelgebieden volgt een beschrijving van de zes verschillende inrichtingsmodellen verbindingszones met een kaart waar deze verbindingszones voorkomen in Gelderland.
DEELGEBIEDEN KERNKWALITEIT
Grens deelgebied 136
Gelders natuurnetwerk Groene ontwikkelingszone
169
134
137
155 167
137 136
139
70 138
137 97
136 137 90 96
133 135
98
104
161
93
82
102
89
83
160
166 79
87
88
165 141
92 71
78
164
111
110
81
170 120
117
72
116
119
76
115
122
143 144
142 55
153
153 47
56
46
44
54
45
156
145
157
52 62 148 148 178
148
148
156 63
146 49
156
179
60
60 64
61
50 150
146 146 57
59 51 183 182
NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGC-gc05
3 20
154 18
35 37
10
43 36
39
184
27
38
149
41
26
9
13
66 145
30
29
176
58
53
17
24
154
21
176
65
131 175
31
6
8
175
176
181 180
48
121
130
113
67
172
40
1 2
25
132
129
5
32
172 22
114
4
172
171
74
69
118
0
33
68 173
84
75
112
73
151
7
7 23 174
140
123
147
152 158 7
125
127
85
108
86
101
126 128
159
105
80
94
77
109 163
124
106 106
162 95
91 100
107
103 99
168
14 177
12 19
11 28 15
16 34
42
ALGEMEEN KERNKWALITEITEN
ONTWIKKELINGSDOELEN
Nr. 1 Gebiedsnaam Land van Bolksbeek en Berkel kernkwaliteiten deelgebied natuur en landschap • Broekgebied, leefgebied voor amfibieën: boomkikker, kamsalamander en vissen, zoals de kleine en grote modderkruiper • onderdeel van Nationaal Landschap Graafschap • leefgebied steenuil • landschappelijk zijn vooral de essen van Gelselaar en Geesteren bijzonder • Heksenlaak bijzonder beekje in kwelrijk, venig beekdal op de flank van de Lochemse Berg • vochtige bossen op landgoederen in het Berkeldal aardkundige waarden • Lochemerberg en Borculo waardevol open gebied of verkaveling
•
rond Nettelhorst
parel natte landnatuur
• •
Heksenlaak Ja, o.a. Wanninkhof, Roeterinkbroek
natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)
•
Ontwikkelen kwelgevoede natuur en ecologische structuren voor amfibieën: voortplantingswateren en kleinschalig gevarieerd landschap
natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone
•
ecologische verbindingen met evz-model
• •
Ontwikkelen kwelgevoede natuur en ecologische structuren voor amfibieën: voortplantingswateren en kleinschalig gevarieerd landschap: poelen, singels, ruigtes en struwelen, (broek)bosjes Ampsense Veld - Lochemerberg: das, kamsalamander Berkel; verbindt Duitsland met het Berkeldal en het IJsseldal: das, kamsalamander, ijsvogelvlinder, winde Horstgoot, verbindt de Graafschap met de natuurgebieden bij Neede en Zuid-Twente: kamsalamander
•
ALGEMEEN KERNKWALITEITEN
ONTWIKKELINGSDOELEN
Nr. Gebiedsnaam natuur en landschap
aardkundige waarden waardevol open gebied of verkaveling parel natte landnatuur natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)
3 Ruurlose Broek - Groenlose Slinge • Overwegend grootschalig ontginningslandschap met overgangen naar het kampenlandschp op dekzand; de Groenlose Slinge die hier vanaf het Oost-Nederlands Plateau komt, vandaar vroeger uitliep in het moeras en nu als gegraven beek door het Ruurlose Broek loopt • De evz Groenlose Slinge verbindt dit gebied met de Graafschap en de Berkel en naar het oosten met de Winterswijkse beken; modellen: kamsalamander en winde • spoordijk Winterswijk - Zutphen van belang als leefgebied en migratiezone voor reptielen, m.n. zandhagedis • Parel Nijkampsheide: natte heide en blauwgraslandreservaatje met klokjesgentiaan en orchideeën; leefgebied boomkikker • Groenlo vestingsstad met zichtbare en gerestaureerde resten van de Circumvallatielinie uit 1627 Beleg van Grol: o.a. Lievelder Schans • Leostichting als ontginningslandgoed in het Ruurlose Broek • cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen • abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir • • • • •
• •
•
•
+: Terras en terrasrand Aalten - Eibergen + + ja, stapsteen Groenlose Slinge, verspreide natte elementen ontwikkeling blauwgraslanden, vochtige heide en vennen met bijbehorende flora en fauna in de verbinding Korenburgerveen - Stelkampsveld ontwikkeling droge en vochtige bossen met bijbehorende flora en fauna ontwikkeling ecologische verbinding Groenlose Slinge met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, bosjes en singels ontwikkeling ecologische verbinding Baakse Beek Veengoot met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, beschutte, zonnige plekjes (spoordijk), opgaande landschapselementen, etc. ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering
• • • • natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone
•
•
• • • • • ecologische verbindingen met evz-model
• •
barrièrewerking N18, N315 en N319 ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën (m.n. boomkikker), poelen ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, houtwallen) en beheersvormen ontwikkeling ecologische verbinding Groenlose Slinge met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, bosjes en singels ontwikkeling ecologische verbinding Baakse Beek Veengoot met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, beschutte, zonnige plekjes (spoordijk), opgaande landschapselementen, etc. ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N18, N315 en N319 ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën (m.n. boomkikker), poelen ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, houtwallen) en beheersvormen Groenlose Slinge (Duitsland - Winterswijk - IJssel): kamsalamander, winde Baakse Beek - Veengoot (Duitsland - Winterswijk - IJssel): kamsalamander, hagedis, vuurvlinder, winde
ALGEMEEN KERNKWALITEITEN
Nr. Gebiedsnaam natuur en landschap
aardkundige waarden waardevol open gebied of verkaveling parel ONTWIKKELINGSDOELEN
17 Beekvliet - Barchemse Veengoot • gevarieerd heide- en broekontginnings- en kampenlandschap met restanten natte heide en broekbossen en andere bossen • onderdeel van Nationaal Landschap Graafschap • Hagenbeek: herstelde natte schraallanden me veel bijzondere soorten, o.a. orchideeën • leefgebied steenuil • het oorspronkelijk natte middengebied van de Achterhoek • ecologische verbinding Beekvliet - Zwarte Veen, • zeer waardevolle basenrijke kwel in de laagtes in en rond Stelkampsveld; daardoor ook buiten het N2000-gebied zeer bijzondere flora en vegetaties • +, Zwarte Veen en omgeving (dekzandruggen) en Borculo (dekzandruggen) • • Stelkampsveld
natte landnatuur
•
ja, Hagenbeek
natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)
•
Het N2000-gebied Stelkampsveld zal uitgebreid worden met omliggende gebieden om tot een robuust reservaat te komen: Mennegoor, Stikkergoor, Achterste Goor, Entelsveld, Hietland, Broekbos Borculoseweg. Gradiënten van zwakgebufferde vennen, kalkmoerassen, blauwgraslanden, heischrale graslanden en soortenrijke heiden zijn hier aanwezig en kunnen mogelijk verder worden ontwikkeld. ontwikkeling vochtige bossen, schraallanden en poelen, met name op goor- en beekeerdgronden ontwikkeling meer natuurlijke bossen ontwikkeling bosranden ontwikkeling evz Beekvliet - Zwarte Veen, met name voor soorten van schraallanden ontwikkeling vochtige bossen, schraallanden en poelen, met name op goor- en beekeerdgronden ontwikkeling meer natuurlijke bossen ontwikkeling bosranden beperken barrièrewerking N312, N315 en N319 Beekvliet - Zwarte Veen: verbinding Berkel/Groenlose Slinge en Baakse Beek: kamsalamander, vuurvlinder de samenhang tussen de verschillende schraallandreservaten versterken: model kamsalamander en vuurvlinder
•
natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone
• • • •
ecologische verbindingen met evz-model
• • • • •
ALGEMEEN KERNKWALITEITEN
Nr. Gebiedsnaam natuur en landschap
aardkundige waarden
waardevol open gebied of verkaveling
ONTWIKKELINGSDOELEN
parel natte landnatuur natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)
natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone
26 Eibergen - Borculo • gevarieerd heideontginnings-, kampen en rivierweidenlandschap met restanten natte heide en broekbossen en andere bossen • Berkel: vispasseerbare rivier met stapstenen • ecologische verbinding Berkel, tussen Graafschap en Duitsland voor dieren van bos en kleinschalig landschap, hier vooral ten zuiden van de Berkel via Olden Eibergen en het Haarlose Veld • ecologische verbinding Hupselsche Beek - Leerinkbeek • leefgebied steenuil • Berkeldal, • Mallemse Es • Terras Oost-Nederlands Plateau • paraboolduin bij Rekken (De Breken) • Mallemse Es • • • • • • • •
• • ecologische verbindingen met evz-model
• •
ja, verspreide kleine terreinen aan de rand van het Oost-Nederlands Plateau ook heide (Pannekuilen) ontwikkeling meer natuurlijke bossen ontwikkeling bosranden ontwikkeling ecologische verbinding Berkel via Olden Eibergen ontwikkeling ecologische verbinding Hupselsche Beek Leerinkbeek ontwikkeling kleinschalige landschappen met gebiedseigen lijnvormige elementen en poelen, vochtige bosjes volgens het LOP Ontwikkelen schrale graslanden en ruigteranden Beperken barrièrewerking N18, N315 en N823 Berkel: Duitsland - IJssel: das, kamsalamander, ijsvogelvlinder, winde Hupselse Beek - Leerinkbeek: verbinding Zwillbroek - Borculo kamsalamander
ALGEMEEN KERNKWALITEITEN
Nr. Gebiedsnaam natuur en landschap
aardkundige waarden waardevol open gebied of verkaveling parel natte landnatuur
27 Baakse Beek en Lievelde • Overwegend kleinschalig kampenlandschap op dekzand in het oosten en grootschalig ontginningslandschap in het westen, met de Baakse Beek ontspringend in beekjes op het OostNederlands Plateau, vandaar snelstromend afdalend naar het vroegere moeras • oostelijk deel (Oost-Nederlands Plateau) onderdeel van Nationaal Landschap Winterswijk • De evz Baakse Beek - Veengoot vormt de verbinding tussen Winterswijk en de Graafschap; modellen: kamsalamander, hagedis, vuurvlinder en winde • spoordijk Winterswijk - Zutphen van belang als leefgebied en migratiezone voor reptielen, m.n. zandhagedis • Parel Lievelderveld: natte heide met karakteristieke en bijzondere soorten • Parel Koolmansdijk: blauwgrasland, door natuurontwikkeling sterk uitgebreid en spectaculair hersteld • leefgebied steenuil en boomkikker • kleinschalig en onregelmatig essen- en kampenlandschap op de rand van het Oost-Nederlands Plateau met duidelijk herkenbaar hoogteverschil; Lievelde en Vragender als esdorpen, snelstromende beken • kleinschalig kampenlandschap met intensieve groen-blauwe en recreatieve dooradering: klompenpaden Zieuwent • zichtbare en gerestaureerde resten van de Circumvallatielinie uit 1627 Beleg van Grol: o.a.
Lievelder Schans • cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen • abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir • +: Terras en terrasrand Aalten - Eibergen • • •
+ + ja
ONTWIKKELINGSDOELEN
natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)
•
• •
• • • • • natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone
•
• • • • • • ecologische verbindingen met evz-model
•
ontwikkeling blauwgraslanden, vochtige heide en vennen met bijbehorende flora en fauna in de verbinding Korenburgerveen - Lievelderveld Koolmansdijk ontwikkeling droge en vochtige bossen met bijbehorende flora en fauna ontwikkeling ecologische verbinding Baakse Beek - Veengoot met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, beschutte, zonnige plekjes (spoordijk), opgaande landschapselementen, etc. ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N18, N312 en N319 ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën (m.n. boomkikker), poelen ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, houtwallen) en beheersvormen ontwikkeling ecologische verbinding Baakse Beek - Veengoot met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, beschutte, zonnige plekjes (spoordijk), opgaande landschapselementen, etc.
herstel plateaurandbeken bij Vragender en Lichtenvoorde in combinatie met het vasthouden en bergen van water+X33 ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N18, N312 en N319 ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën (m.n. boomkikker), poelen ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, houtwallen) en beheersvormen Baakse Beek - Veengoot (Duitsland - Winterswijk - IJssel): kamsalamander, hagedis, vuurvlinder, winde
ALGEMEEN
KERNKWALITEITEN
Nr.
29
Gebiedsnaam
Landgoederen Ruurlo - Vorden
natuur en landschap
•
• •
•
het natte middengebied van de Achterhoek met de Baakse Beek, de Veengoot, de verbinding daartussen (Van Heeckerenbeek) en de Lindense Laak parel Kiefskamp/Vorden met rijkere loofbossen met o.a. zevenster
•
parel Wildenborch met Eiken-haagbeukenbos met rijke ondergroei
• •
parel 't Medler/De Wiersse: oud bos met vroegere loop van de Baakse Beek, overgangen van nat naar droger bos leefgebied steenuil
•
relatief uitgestrekte bossen, veel natte bossen
•
op de landgoederen ook bloemrijke graslanden, schraallanden en restanten heidevelden
•
ecologische verbindingen Ruurlo - Groote Veld, Beekvliet Zwarte Veen en Baakse Beek - Lindense Laak De landschapselementen en de Rijksmonumentale tuinen en gebouwen van landgoed de Wiersse
•
ONTWIKKELINGSDOELEN
hoofdzakelijk vervlochten landgoederenlandschap met de Vorden, Kiefskamp, Wildenborch, Wientjesvoort, De Wiersse, 't Medler, Onstein, Ruurlo en 't Zelle; oorspronkelijk grotendeels kampen- en heideontginningslandschap onderdeel van Nationaal Landschap Graafschap
aardkundige waarden
•
+, Zwarte Veen en omgeving (dekzandruggen)
waardevol open gebied of verkaveling
•
-
parel
•
+, Kiefskamp, Wildenborch en 't Medler/De Wiersse
natte landnatuur
•
ja
natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)
•
Ontwikkelen van soortenrijkere bossen met meer natuurlijke structuur en samenstelling ontwikkelen heide en schraallanden
• • •
ontwikkelen bosranden ontwikkelen migratiemogelijkheden voor reptielen, amfibieën en soorten van heide en schraallanden
natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone
• • • •
ecologische verbindingen met evz-model
Ontwikkelen evz Baakse Beek - Lindense Laak, Ruurlo - Groote Veld, Beekvliet - Zwarte Veen ontwikkelen heide en schraallanden
•
ontwikkelen bosranden ontwikkelen migratiemogelijkheden voor reptielen, amfibieën en soorten van heide en schraallanden beperken barrièrewerking N316 en N319
•
Ruurlo - Groote Veld:
•
hagedis
•
Beekvliet - Zwarte Veen: verbinding schrallanden Stelkampsveld Baakse Beek
•
kamsalamander
•
vuurvlinder
ALGEMEEN KERNKWALITEITEN
ONTWIKKELINGSDOELEN
Nr. Gebiedsnaam natuur en landschap
aardkundige waarden waardevol open gebied of verkaveling parel natte landnatuur natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)
natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone
30 Stelkampsveld • gevarieerd, gaaf en kleinschalig heide- en broekontginnings- en kampenlandschap met zeer waardevolle schraallanden, natte en droge heiden, broekbossen en andere bossen; akkers op de dekzandruggen • onderdeel van Nationaal Landschap Graafschap • onderdeel van Natura 2000-gebied Stelkampsveld met de bijbehorende habitats en soorten • ecologische verbinding Beekvliet - Zwarte Veen • leefgebied steenuil • zeer waardevolle basenrijke kwel in de laagtes in en rond Stelkampsveld • +: Borculo: dekzandruggen • • + • ja • In N2000-gebied Stelkampsveld liggen bijzondere kansen voor natuur van gebufferde kwel. Gradiënten van zwakgebufferde vennen, kalkmoerassen, blauwgraslanden, heischrale graslanden en soortenrijke heiden zijn hier aanwezig en kunnen verder worden ontwikkeld • herstel milieucondities: m.n. waterstanden; stikstof, fosfaat en oorspronkelijke bodemprofielen • herstel oorspronkelijk landschap, met kampen, woeste grond en beekdalhooilanden • ontwikkeling vochtige bossen, schraallanden en poelen, met name op goor- en beekeerdgronden • ontwikkeling meer natuurlijke bossen • ontwikkeling bosranden • In N2000-gebied Stelkampsveld liggen bijzondere kansen voor natuur van gebufferde kwel.
Gradiënten van beekbegeleidende bossen, zwakgebufferde vennen, kalkmoerassen, blauwgraslanden, heischrale graslanden en soortenrijke heiden zijn hier aanwezig en kunnen verder worden ontwikkeld • herstel milieucondities: m.n. waterstanden; oorspronkelijke bodemprofielen • herstel kleinschalig landschap, geïnspireerd op het landschap van omstreeks 1850 • ontwikkeling vochtige bossen, schraallanden en poelen, met name op goor- en beekeerdgronden
ecologische verbindingen met evz-model
• •
ontwikkeling meer natuurlijke bossen ontwikkeling bosranden
•
verbinding met Hagenbeek en via Groenlose Slinge met Koolmansdijk voor uitwisseling schraallandsoorten
•
ALGEMEEN KERNKWALITEITEN
Nr. Gebiedsnaam natuur en landschap
aardkundige waarden
ONTWIKKELINGSDOELEN
waardevol open gebied of verkaveling parel natte landnatuur natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling) natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone
ecologische verbindingen met evz-model
31 Needse Achterveld - Buurser Beek • grote contrasten in landschap: open essen op de Needse Berg, besloten broekontginningen met natuurontwikkeling rond Koeweidendijk, open rivierweiden rond de Bolksbeek en restanten van de vroegere heidevelden Needse Achterveld en Teesselinksven • Aardkundig waardevolle Needse Berg met ontsluiting van miocene klei • Aardkundig waardevol parabolische dekzandrug bij Rietmolen • Parel Needse Achterveld met rijke flora en fauna van vochtige heide en broekbossen • Parel Teesselinksven, tevens Natura 2000-gebied met vochtige en droge heide, galigaanmoeras en venvegetaties met o.m. oeverkruid, moerashertshooi, gevlekte witsnuitlibel en boomkikker • evz Buurser Beek/Schipbeek als verbinding voor o.m.
boomkikker en dieren van heide en schraallanden naar Noordijkerveld en Lankheet • leefgebied steenuil • Needse Berg • paraboolduin bij Rietmolen • essen Needse Berg • Needse Achterveld en Teesselinksven • ja, Needse Achterveld en Teesselinksven • Herstel milieucondities Needse Achterveld en Teesselinksven • verdere natuurontwikkeling Koeweidedijk • beekherstel Buurser Beek • ontwikkeling van boomkikkerbiotopen • ontwikkeling van ecologische verbindingszone Buurser Beek: Het Lankheet - Noordijkerveld • ontwikkeling van gebiedseigen lijnvormige landschapselementen volgens het LOP • ontwikkelen schrale graslanden en ruigteranden • Beperken barrièrewerking N18, N315 en N824 •
Buurser Beek: kamsalamander, vuurvlinder, winde
ALGEMEEN KERNKWALITEITEN
ONTWIKKELINGSDOELEN
Nr. Gebiedsnaam natuur en landschap
aardkundige waarden waardevol open gebied of verkaveling parel natte landnatuur natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)
natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone ecologische verbindingen met evz-model
40 Noordijkerveld • kleinschalig heide- en broekontginningslandschap met restanten natte heide, poelen en broekbossen • natuurontwikkeling met als doel meer droge en vochtige heide en graslanden terug te brengen • boomkikkerpopulatie • ecologische verbinding Horstgoot naar boomkikkerpopulatie bij Gelselaar en naar de Berkel • ecologische verbinding Schipbeek/Buurser Beek naar Needse Achterveld • leefgebied steenuil • • • • ja • Natuurontwikkeling tot kleinschalige afwisseling van bos, heide en bloemrijk grasland • ontwikkeling van lokaal natte graslanden, bossen en boomkikkerbiotopen • ontwikkeling van boomkikkerbiotopen • ontwikkeling van ecologische verbindingszone Horstgoot: Noordijkerveld - Berkel via Wanninkhof en Roeterinkbroek • Horstgoot: Noordijkerveld - Berkel: kamsalamander • Schipbeek/Buurser Beek: kamsalamander, vuurvlinder
ALGEMEEN KERNKWALITEITEN
Nr. Gebiedsnaam natuur en landschap
Aardkundige waarden
waardevol open gebied of verkaveling parel
natte landnatuur ONTWIKKELINGSDOELEN
natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)
41 Rekken-Holterhoek • gevarieerd heideontginnings-, kampen en rivierweidenlandschap met restanten natte heide en broekbossen en andere bossen • Oost-Nederlands Plateau: dekzand op keileem en tertiaire klei • Parel Hooneschbosch met natte heide en vennen met o.m. beenbreek • Parel Tichelovenbos: voormalig kleiwinningsgebied met bijzondere bossamenstelling • Parel De Breken: ven met hoogveenontwikkeling • ecologische verbinding Berkel, hier vooral ten zuiden van de Berkel via De Breken en de Ramsgoot • ecologische verbinding Koffijgoot tussen Haaksbergerveen en de Berkel • leefgebied steenuil • Leemputten bij Zwillbroek: rijke bossen en wateren, start van de evz Hupselsche Beek - Leerinkbeek; nog onderdeel van Nationaal Landschap Winterswijk • Koffijgoot: herstelde zijbeek van de Berkel met waardevolle wateren oeverbiotopen • Berkeldal, • Mallemse Es • Terras Oost-Nederlands Plateau • paraboolduin bij Rekken (De Breken) • Mallemse Es • Hooneschbos • Tichelovenbos • De Breken • ja, verspreide terreinen • herstel milieucondities Hooneschbos en De Breken • verdere natuurontwikkeling bos en heide • ontwikkeling meer natuurlijke bossen • ontwikkeling bosranden • ontwikkeling van een samenhangend netwerk van heide-, veenen schraallandbiotopen aan beide zijden van de grens (in Duitsland: Zwillbrocker Venn en Lüntener Fischteichen; in Overijssel: Haaksbergerveen en Lankheet)
natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone
• • •
•
ecologische verbindingen met evz-model
• • •
Ontwikkeling ecologische verbinding Berkel via De Breken, Kerkloo en Ramsbeek verdere ontwikkeling ecologische verbinding Koffijgoot ontwikkeling van een samenhangend netwerk van heide-, veenen schraallandbiotopen aan beide zijden van de grens (in Duitsland: Zwillbrocker Venn en Lüntener Fischteichen; in Overijssel: Haaksbergerveen en Lankheet) ontwikkeling kleinschalige landschappen met gebiedseigen lijnvormige elementen en poelen, vochtige bosjes volgens het LOP ontwikkelen schrale graslanden en ruigteranden beperken barrièrewerking N18 en Rekkenseweg Berkel: Duitsland - IJssel: das kamsalamander ijsvogelvlinder winde Koffijgoot: Haaksbergerveen - Berkel kamsalamander
ALGEMEEN KERNKWALITEITEN
Nr. Gebiedsnaam natuur en landschap
aardkundige waarden
ONTWIKKELINGSDOELEN
waardevol open gebied of verkaveling parel natte landnatuur natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)
43 Veengoot • Grootschalig broekontginnings- en ruilverkavelingslandschap met de Veengoot als door het moeras gegraven waterloop, ontspringend in beekjes op het Oost-Nederlands Plateau, vandaar snelstromend afdalend naar het vroegere moeras • oostelijk deel (Oost-Nederlands Plateau) onderdeel van Nationaal Landschap Winterswijk • De evz Baakse Beek - Veengoot verbindt dit gebied met de IJssel en de Veluwe en naar het oosten met het land van Winterswijk en Duitsland; modellen: kamsalamander, hagedis, vuurvlinder en winde • Parel Konijnendijk: schraallandrestant met grote aantallen orchideeën en andere zeldzame flora • natuurgebieden De Maandag, Vildersveen: heide, schraalland en poelen met boomkikker • leefgebied steenuil • bijzondere, langgerekte dekzandrug: Romienendiek aan de zuidzijde • kleinschalig en onregelmatig essen- en kampenlandschap op de rand van het Oost-Nederlands Plateau met duidelijk herkenbaar hoogteverschil • cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen • abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir • +: Hallse rug (Romeinse Diek); Het Goor; Terras en terrasrand Aalten - Eibergen; Barlo - Dale • + • • ja, enkele stapstenen • ontwikkeling ecologische verbinding Baakse Beek - Veengoot met poelen, natte graslanden en moerasjes, beschutte, zonnige
plekjes, opgaande landschapselementen, etc. • ontwikkeling natuurgebieden Konijnendijk, De Maandag, Vildersveen/Hallse Heide tot gevarieerde natuurkernen met heide, bos, nat schraalland en poelen • ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N313, N18 en N315 • ontwikkeling droge en vochtige bosjes met bijbehorende flora en fauna
• • • • natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone
•
• • • • • • ecologische verbindingen met evz-model
•
ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën (m.n. boomkikker), poelen ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, houtwallen) en beheersvormen ontwikkeling ecologische verbinding Baakse Beek - Veengoot met poelen, natte graslanden en moerasjes, beschutte, zonnige plekjes, opgaande landschapselementen, etc. ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N313, N18 en N315 ontwikkeling droge en vochtige bosjes met bijbehorende flora en fauna ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën (m.n. boomkikker), poelen ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, houtwallen) en beheersvormen Baakse Beek - Veengoot (Duitsland - Winterswijk - IJssel): kamsalamander
Modellen voor ecologische verbindingszones Inleiding De provincie Gelderland gebruikt zogenaamde modellen om de doeltoekenning van ecologische verbindingszones aan te geven. In deze bijlage zijn de modellen beschreven. Een model kan bestaan uit een landschapszone, een corridor en stapstenen. Een landschapszone is een zone van een vastgestelde, per model verschillende, breedte. De gehele zone vormt de ecologische verbindingszone. De zone bestaat uit (veelal) agrarisch cultuurlandschap met landschapselementen. Aard, hoeveelheid en ruimtelijke rangschikking van de landschapselementen in de landschapszone verschillen per model en bepalen de werking van de zone voor de doelsoorten. Stapstenen zijn natuur- of bosgebiedjes van ten minste enige hectares groot waarin een doelsoort voor de verbindingszone een geschikte plek vindt om zich voort te planten en (meestal) ook de rest van zijn levenscyclus in door te brengen. De inrichting en het beheer van stapstenen verschilt per gekozen model en doelsoort. Een corridor is een min of meer aaneengesloten “lint” van landschapselementen die een verbinding vormt tussen de stapstenen. Het doel van de verbindingszone bepaalt welke landschapselementen geschikt zijn voor de corridor. Onderstaand is per model aangegeven waaraan landschapszone, stapstenen en corridor moeten voldoen.
Bij het gebruik van de modellen is het van groot belang aandacht te besteden aan de specifieke eisen die de voor die specifieke situatie gekozen doelsoorten aan de onderdelen van het model stellen. Model das Dit model bestaat uit een brede landschapszone. De zone is opgebouwd uit kleinschalig landschap waarin houtwallen, singels en bosjes dekking bieden en geleiding geven en waarin voldoende geschikte voedselgebieden aanwezig zijn. “Natte” elementen zijn niet noodzakelijk in deze zone. Dit model is, behalve voor das en boommarter, functioneel voor allerlei dieren van bossen, bosranden en kleinschalig landschap. Landschapszone Begroeiing: kleinschalig agrarisch gebied met vochtige weilanden, houtwallen, singels, lanen, bosjes en dergelijke. Minimale breedte corridor: minimaal 500 meter, over korte afstand mag corridor smaller zijn (tot 100 meter breed). Maximale lengte: 7,5 km Maximale onderbreking: 1 kilometer; voor boommarter echter hooguit 100 m. Landschap in onderbreking: geen water, infrastructuur en dichte bebouwing. Barrières: drukke wegen vormen geen absolute barrière. Wel bemoeilijken drukke wegen de dispersie en eisen zulke wegen veel slachtoffers. Daarom zijn op plaatsen waar een verbindingszone een drukke weg kruist mitigerende maatregelen noodzakelijk. Dassen maken gebruik van tunnels en ecoducten.
Nodig per kilometer: een corridor van 500 meter breed bestaande uit kleinschalig landschap. In de corridor bestaat ten minste 5% van de oppervlakte uit bos en houtwal/singel. Per km is dit 2,5 ha.
Model kamsalamander (amfibie) Dit model bestaat uit een corridor met stapstenen, ingebed in een landschapszone. ”Natte” elementen, m.n. poelen, zijn essentieel. Behalve de kamsalamander kunnen ook andere zeldzame amfibieën heikikker, boomkikker, knoflookpad - en ringslang doelsoort zijn. Dit model mikt op een herstel van een kleinschalig landschap met ook natte elementen. Daarmee is het toepasbaar zowel in het Rivierengebied als op de lage zandgronden. De kwaliteit van de natte elementen is van groot belang, terwijl de “droge” elementen zeer verschillend kunnen zijn. Het model biedt plaats aan een zeer grote verscheidenheid aan organismen: van spitsmuis tot steenuil en van libel tot vleermuis. De poelen in de zone dienen echter vrij van vis te zijn en te blijven. Landschapszone Kleinschalig landschap met een samenhangend netwerk van landschapselementen in een agrarisch cultuurlandschap. Daarnaast liggen in deze landschapszone kleine poelen: 500 m2, opgenomen in het netwerk van landschapselementen. De breedte van de landschapszone is 250 m. De zone heeft per strekkende km, naast de stapstenen, ten minste 5 poelen, goed verspreid, als kleine stapstenen. Corridor Begroeiing corridor: ruigte, struweel, (vochtig) schraalland, kleine loofbosjes, greppels, houtwal, oevers van sloten of beken, en dergelijke.
Minimale breedte corridor: 10-15 meter Maximale lengte corridor: 500 meter Maximale onderbreking corridor: 50-100 meter Landschap in onderbreking: verkeerswegen, spoorwegen en bebouwing vormen een barrière voor dispersie. Dat geldt in mindere mate voor akkers. Barrières: mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk. Gebruik van tunnels is voor verschillende soorten amfibieën bekend. Grote tunnels (doorsnede > 1 meter) verhogen de effectiviteit. Ecoducten
voldoen het best. Stapsteen Begroeiing stapsteen: poel met goed ontwikkelde water- en oevervegetatie waarin open ruimten aanwezig zijn; landhabitat bestaande uit struweel, heggen of houtwallen, met voldoende schuilmogelijkheden in de vorm van dood hout en dergelijke. Minimum oppervlakte stapsteen: 1-3 ha landhabitat met daarbinnen enkele forse poelen, bijv. van 2000 m2 elk. Onderlinge afstand stapstenen: 1 kilometer Nodig per kilometer: stapsteen: 3 ha; corridor: 1 ha; landschapszone: 1,2 ha, namelijk: 250 m breed, waarin 5% van de oppervlakte landschapselementen. Daarin tenminste 5 poelen van 500 m2 elk.
Model hagedis Dit model bestaat uit een corridor met stapstenen, ingebed in een landschapszone. Het voorkomen van plekken met zand en lage schrale begroeiing is essentieel voor dit model. Het model is niet alleen voor hagedissen van belang; zeer veel vlinders, sprinkhanen en andere ongewervelde zijn afhankelijk van warme, open plekken en trekken op hun beurt weer vogels als geelgors en roodborsttapuit aan. Een kanttekening bij dit model is, dat veel soorten van heide zich moeilijk verspreiden en relatief grote leefgebieden (ca. 100 ha) nodig hebben. De consequentie daarvan is dat ecologische verbindingszones voor veel van deze soorten niet zullen functioneren. Landschapszone
Een zone van 250 m breed met kleinschalig landschap, waarin schrale elementen (als omschreven bij corridor) voorkomen, in de vorm van bijv. ruigtes, open plekken in bos, bosranden, heideresten, zandwegen met bermen. Corridor Begroeiing corridor: doorgaand min of meer open, schraal terrein met struweel, ruigte- en schraal grasland. Minimale breedte corridor: 25-50 meter Maximale lengte corridor: 1000 meter Maximale onderbreking corridor: 50-100 meter Landschap in onderbreking: verkeerswegen, spoorwegen en bebouwing vormen een barrière voor dispersie. Dat geldt in mindere mate voor akkers. Barrières: er zijn geen gegevens bekend van zandhagedissen die gebruikmaken van tunnels. Ecoducten worden wel gebruikt. Stapsteen Begroeiing stapsteen: heide of schrale vegetatie met zonnige zandige plekken en struwelen. Minimum oppervlakte stapsteen: 10 ha Onderlinge afstand stapsteen: 1 km Nodig per kilometer: stapsteen: 10 ha; corridor: 2,5 ha; landschapszone: 1,2 ha
Model vuurvlinder Dit model is bestaat uit grote en kleine stapstenen van schraal grasland en heide, gelegen in een landschapszone. Het model is gebaseerd op de vele vlindersoorten van heide en schraalgrasland, die
sterk achteruitgegaan zijn, zoals zilveren maan, heivlinder, heideblauwtje, bruine vuurvlinder, kommavlinder, aardbeivlinder. Vele andere m.n. ongewervelde dieren en vogels kunnen meeprofiteren. Een kanttekening bij dit model is, dat veel soorten van heide zich moeilijk verspreiden en relatief grote leefgebieden (ca. 100 ha) nodig hebben. De consequentie daarvan is dat ecologische verbindingszones voor veel van deze soorten niet zullen functioneren. Combinatie met model hagedis ligt voor de hand, omdat beide modellen zijn ontwikkeld voor fauna van zonnige, schrale plekken (heide, zand, schraal grasland). Hagedis eist echter een corridor en is beter toepasbaar in kleinschalig landschap, terwijl vuurvlinder een bredere landschapszone in open landschap vraagt. Landschapszone Een 500 m brede zone van open landschap met bloemrijke bermen en slootkanten. Dicht bos belemmert de dispersie. Stapsteen Begroeiing stapsteen: schraal grasland of heide. Minimum oppervlakte stapsteen: groot 4 ha, klein 0,5 ha Onderlinge afstand stapstenen: groot 2 km, klein 500 meter Nodig per kilometer grote stapsteen: 2 ha kleine stapsteen: 1 ha
Model ijsvogelvlinder Dit model bestaat uit grote en kleine stapstenen bestaande uit bos met veel variatie in de structuur, in
een landschapszone. Het is met name bedoeld voor organismen die niet zozeer uitgestrekte bossen nodig hebben, als wel bos met een hoge kwaliteit: vochtig, met gevarieerde samenstelling en structuurrijke randen en open plekken. Bijvoorbeeld de kleine ijsvogelvlinder en de grote weerschijnvlinder profiteren van dit model. Tevens dient het model om kleine, geïsoleerde maar waardevolle bosjes uit hun isolement te halen. Landschapszone Een zone van 250 m breed van kleinschalig landschap of open bos. In een agrarisch landschap bevorderen houtwallen de dispersie. Stapsteen Begroeiing stapsteen: vochtig loofbos met open plekken en structuurrijke randen. Minimum oppervlakte stapstenen: groot 10 ha, klein 1 ha Onderlinge afstand stapstenen: groot 5 km, klein 1,5 km Nodig per kilometer grote stapsteen: 2 ha kleine stapsteen: 0,4 ha
Model rietzanger Dit model bestaat uit grote en kleine stapstenen. Het is bedoeld om de populaties van rietvogels te versterken door de afstand tussen de verschillende broedgebieden te verkleinen, zodat
samenhangende populaties kunnen ontstaan. De kwaliteit van veel rietland is sterk achteruitgegaan door verdroging. De waterhuishouding van de stapstenen vraagt dan ook de nodige aandacht. Overigens zijn aan rietland ook andere dieren gebonden, zoals enkele bedreigde libellensoorten. Stapsteen Begroeiing stapsteen: rietmoeras met overjarig riet. Minimum oppervlak stapsteen: groot 25 ha, klein 2,5 ha Onderlinge afstand stapstenen: groot 10 km, klein 2,5 km Nodig per kilometer grote stapsteen: 2,5 ha kleine stapsteen: 0,75 ha
Pagina-einde
Model winde Dit model bestaat uit een corridor met stapstenen. Herstel van stromende wateren staat centraal; een beek of rivier vormt de corridor. De stapstenen bieden plaats aan bijzondere watermilieus, paaiplaatsen, etc. De gehele waterfauna, van eendagsvlieg tot ijsvogel, profiteert van dit model. Wanneer in het beek- of rivierdal waardevolle geïsoleerde wateren aanwezig zijn, moet niet lichtvaardig tot aankoppeling aan het stromende water overgegaan worden. Corridor Inrichting corridor: een over een zo lang mogelijke periode stromende waterloop zonder barrières. Ca.
een kwart van de oeverlengte is ingericht met plasdrasbermen en bosschages. Maximale lengte corridor: 3 km Barrières: gemalen, stuwen, sluizen, schotten en wellicht ook duikers. Stapstenen Inrichting stapstenen: open water met in het water groeiende moerasplanten (riet, lisdodde) en waterplantenbegroeiing; overstromingsvlaktes; verdiepte rivierbochten, aangekoppelde rivierarmen en/of meestromende nevengeulen. Minimum oppervlakte stapstenen: deze is in het algemeen niet aan te geven en hangt o.m. af van het formaat van de waterloop; gemiddelde oppervlakte enkele ha’s. Nodig per km stapsteen: 1 ha corridor: 0,4 ha, kan wellicht grotendeels binnen het profiel gevonden worden.
Locaties modellen