bijlage 2. overzicht huidige en gewijzigde artikelen verordening Sociaal Domein 2022.pdf
Tekst van het document
9.4.12 Recidive 1. Als een inwoner zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in 9.4.7 lid 1 b of c, 9.4.9 lid 1 of 9.4.11 opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. 2. Als een inwoner zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als in 9.4.7 lid 1 a of lid 2 b, of 9.4.10 opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. 3. Als een inwoner zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, bedraagt de verlaging honderd procent van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden.
Vervallen:
9.4.14 Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent de gemeente de recidiveboete zonder inachtneming van de
Aangepast conform voorsteldocument thema 4. Handhaving en naleving.
Wettelijke verplichting vervallen.
Pagina 17 van 21
beslagvrije voet. 2. De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. 3. Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent de gemeente de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. 4. Aansluitend op verrekening als bedoeld in het derde lid, verrekent de gemeente de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. 5. Tot het inkomen, bedoeld in het vierde lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Participatiewet. 6. In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid kan de gemeente de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien: a. aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin; of b. anderszins sprake is van dringende redenen. 7.
Het eerste tot en met het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Participatiewet. 8. Het zevende lid is niet van toepassing indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.
10.inspraak en inwonersparticipatie Inwonersparticipatie) Artik el 10.1.
Voorstel inspraak van de inwoners (Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet, Participatiewet) 1. De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de inspraakverordening zijn daarop van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a. plannen van beleid en regels; b. de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners(bejegening). d. de manier waarop zorgaanbieders en leveranciers hun taken uitvoeren 2. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering.
(thema
2.
Huidige verordening
Toelichting
idem
Het artikel is hetzelfde gebleven, alleen is – conform de uitkomst van de behandeling van thema 2 inwonersparticipatie - de Participatiewet toegevoegd bij de opsomming van wetgeving waarop dit artikel van toepassing is.
Pagina 18 van 21
3. De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. via de Adviesraad Sociaal Domein; b.door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes of bijeenkomsten; c. door samen met inwoners een plan te ontwerpen; 4. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en de groep die het betreft. 5. De gemeente heeft voor de Adviesraad Sociaal Domein nadere regels gesteld 10.2.
Hulp van de gemeente bij inspraak (Jeugdwet , Wmo en Participatiewet) De gemeente zorgt voor goede inspraak en doet dat op de volgende manier: a. het moment waarop inspraak kan worden gegeven, geeft inwoners voldoende mogelijkheid om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of uitvoering daarvan. b. de inwoners worden deskundig ondersteund zodat de inspraak volwaardig is. c. de inwoners kunnen deelnemen aan overleg met de gemeenten over kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. d. de inwoners krijgen op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.
idem
Vervallen
10.4 Cliëntenparticipatie [PW] 10.4.1 Overleg met cliëntenraad 1. De gemeente voert minimaal twee maal per jaar overleg met de cliëntenraad van de gemeente. 2. Tot de onderwerpen waarover overleg plaatsvindt behoort in ieder geval de beleidsvoornemens zoals vastgesteld in het jaarlijks beleidsplan, de resultaten van het gevoerde beleid zoals vastgelegd in het jaarlijks beleidsverslag en de uitkomsten van het onderzoek naar de kwaliteit van de dienstverlening als bedoeld in artikel 12.1.1. 3. Ieder lid van de cliëntenraad is bevoegd agendapunten aan te dragen. 4. Tot de onderwerpen waarover geen overleg plaatsvindt, behoren in ieder geval: a. individuele klachten, bezwaarschriften, en andere zaken die een individueel karakter dragen, dan wel betrekking hebben op individuele klanten; b. de uitvoering van wettelijke voorschriften voor zover bij de uitvoering geen of nauwelijks ruimte voor eigen beleid aanwezig is. 5. De gemeente vraagt over beleidsvoornemens advies aan de cliëntenraad op een dusdanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. 6. De cliëntenraad brengt gevraagd en ongevraagd advies uit in verband met door de gemeente voorgenomen beleid. 7. Het advies als bedoeld in het zesde lid wordt uiterlijk 10 werkdagen voordat de gemeente voornemens is het beleid vast te stellen uitgebracht door toezending aan de
Het artikel is hetzelfde gebleven, alleen is – conform de uitkomst van de behandeling van thema 2 inwonersparticipatie - de Participatiewet toegevoegd bij de opsomming van wetgeving waarop dit artikel van toepassing is.
Dit artikel is – conform de uitkomst van de behandeling van thema 2 inwonersparticipatie - niet meer opgenomen in de verordening.
Pagina 19 van 21
gemeente.
12. Kwaliteit en aanbesteding Artik el 12.1. 1.
Voorstel
Huidige verordening
Niet gewijzigd
12.1.1 Kwaliteit van de dienstverlening Participatiewet 1. De gemeente voert periodiek onderzoek uit naar de kwaliteit van de dienstverlening. 2. In verband met het bepaalde in lid 1 wordt minimaal één maal per twee jaar een klanttevredenheidsonderzoek gehouden. 3. Het onderzoek als bedoeld in lid 2 richt zich op: a. de kwaliteit van de procesgang; b. de kwaliteit van de klantbehandeling; c. de kwaliteit van het geleverde product.
Toelichting
Het artikel is hetzelfde gebleven conform de uitkomst van de behandeling van thema 2 inwonersparticipatie.
Wijzigingen Jeugd Artikel 3.4.1. Li d 2
Voorstel Geeft de gemeente hulp in natura, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a. Wat de hulp inhoudt en waarvoor de hulp bedoeld is (gewenst effect en doelen); b. Wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt; en c. Welke voorwaarden en verplichtingen er voor de hulp gelden.
Huidige verordening
Toelichting
Geeft de gemeente hulp in natura, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a. wat de hulp inhoudt en waarvoor de hulp bedoeld is (gewenst effect en doelen); b. wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt; c. hoe en door wie de hulp wordt gegeven; en d. welke voorwaarden en verplichtingen er voor de hulp gelden.
In dit artikel is het (voormalig) ‘lid c: hoe en door wie de hulp gegeven wordt’ verwijderd. We nemen dit niet meer op in de beschikking omdat de invulling van de hulpverlening (het ‘hoe’) aan de aanbieder is, in samenwerking met de andere aanbieders in het lokale hulpnetwerk. Op deze manier geven we de aanbieder aan de voorkant de ruimte om gedurende het traject te doen wat nodig is.
4.1.
De gemeente zorgt ervoor dat jeugdigen zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken helpt de gemeente alle jongeren, hun ouders en hun sociale netwerk met de volgende vrij toegankelijke vormen van hulp. De inwoner heeft hiervoor geen besluiten van de gemeente en ook geen verwijzing door een huisarts, jeugdarts, een medisch specialist of een Gecertificeerde Instelling (GI) nodig. a. het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang samenwerken en elkaar aanvullen; b. informatie, advies, trainingen en licht tot matig intensieve begeleiding; c. jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau, schoolarts); d. talentonwikkeling door jeugd- en jongerenwerk; e. jeugd- en gezinswerk; f. generalistische basis GGZ; g. sociaal raadslieden; h. algemeen maatschappelijk werk; i. advies, hulp en ondersteuning bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Veilig Thuis biedt 24 uur per dag, 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en
De gemeente zorgt ervoor dat jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken helpt de gemeente alle jongeren, hun ouders en hun sociale netwerk met: a. het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen; b. informatie, advies, trainingen en kortdurende begeleiding; c. jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau, schoolarts); d. talentontwikkeling door jeugd- en jongerenwerk; e. Jeugd- en Gezinswerk; f. Sociaal Raadslieden; g. Algemeen maatschappelijk werk; h. advies, hulp en ondersteuning bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling (Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis). Dit advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en kindermishandeling; i. een vertrouwenspersoon. Deze hulp is vrij toegankelijk. De inwoner heeft hiervoor geen besluit van de gemeente en ook geen verwijzing door een huisarts, een jeugdarts, een medisch specialist of een Gecertificeerde Instelling (GI) nodig.
Aan de lijst van vrij toegankelijke vormen van hulp is de generalistische basis GGZ toegevoegd. Deze vorm van jeugdhulp is voortaan vrij toegankelijk beschikbaar bij Buurtzorg Jong. Daarnaast is het bieden van ‘matig intensieve begeleiding’ ook toegevoegd aan de opdracht van Buurtzorg Jong en daarmee vrij toegankelijk beschikbaar.
Pagina 20 van 21
j. 4.3.
kindermishandeling. een vertrouwenspersoon.
Maatwerkvoorziening [Jeugdwet]
De gemeente kan de volgende maatwerkvoorzieningen aanbieden: a. ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van advies en trainingen; b. specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding ondersteuning of behandeling; c. specialistische geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen; d. een plek in een pleeggezin, gezinshuis of verblijf in een instelling; e. persoonlijke verzorging; f. dyslexiezorg bij ernstige enkelvoudige dyslexie; g. vervoer van de jongere van en naar de plek waar jeugdzorg wordt aangeboden. Deze hulp in niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor op basis van het advies van Buurtzorg Jong een besluit van de gemeente of verwijzing door een huisarts, een jeugdarts, een medisch specialist of een GI nodig.
Maatwerkvoorziening [Jeugdwet] De gemeente kan de volgende maatwerkvoorziening aanbieden: a. ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van advies en trainingen; b. specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling; c. geestelijke gezondheidszorg voor jongeren (basis en specialistisch); d. een plek in een pleeggezin, gezinshuis of verblijf in een instelling; e. persoonlijke verzorging; f. dyslexiezorg bij ernstige enkelvoudige dyslexie; g. vervoer van de jongere van en naar een plek waar jeugdzorg wordt aangeboden. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor op basis van het advies van Buurtzorg Jong een besluit van de gemeente of verwijzing door een huisarts, een jeugdarts, een medisch specialist of een GI nodig.
Toelichting wijziging: Generalistische basis GGZ is uit dit artikel verwijderd. Dit is voortaan geen maatwerkvoorziening meer maar een vrij toegankelijke vorm van hulp.
Pagina 21 van 21