CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota zienswijze geanonimiseerd.pdf

Raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 9: Plussenbeleid944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota zienswijzen BELEIDSREGEL PLUSSENBELEID GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK Geanonimiseerde versie

Inleiding De ontwerpbeleidsregel ‘Plussenbeleid Gemeente Oude IJsselstreek’ heeft vanaf 03 februari 2022 tot en met 25 maart 2022 ter inzage gelegen. Dat is ruim een week langer dan de wettelijke termijn van 6 weken vanwege de verlate publicatie in het gemeenteblad. Binnen deze termijn kon iedereen, schriftelijk of mondeling, een zienswijze bij de gemeenteraad kenbaar maken. De terinzagelegging is bekendgemaakt in: Gemeenteblad 2022 (nr. 59584; publicatiedatum 11 februari 2022); Gelderse Post Oude IJsselstreek van 1 februari 2022 (jaargang 86, nr. 5); Gemeentelijke website vanaf 2 februari 2022. In deze nota wordt ingegaan op de volgende ingediende zienswijzen: 1. Ingekomen: 15 maart 2022 2. Ingekomen: 16 maart 2022 De hierboven vermelde zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen en daarom ontvankelijk. In deze nota zijn eerst de zienswijzen samengevat en daarna van antwoord voorzien. Hierbij wordt steeds aangegeven of de zienswijze, of onderdelen daarvan, aanleiding geven om de beleidsregel ten opzichte van de ontwerpbeleidsregel gewijzigd vast te stellen.

Zienswijzen De zienswijzen zijn indirect gericht op de uitbreidingsplannen van de varkenshouder aan de Rabelingstraat te Silvolde. Naast de verplichting vanuit de provinciale Omgevingsverordening zijn deze plannen de aanleiding om het plussenbeleid voor de gemeente Oude IJsselstreek lokaal uit te werken. De zienswijzen zijn per indiener samengevat. Zienswijze 1 1.1

Indiener is tegen het plussenbeleid in voorgestelde vorm omdat de beleidsregel uitbreiding van bestaande bouwvlakken voor intensieve veehouderij mogelijk maakt richting burgerwoningen op afstanden minder dan 100 meter. Dit ondanks het advies van de GGD Noord- en Oost-Gelderland en Natuur en Milieu Gelderland die een 250 meter vrije zone adviseren rond de Wav-gebieden.

Zienswijze 2 2.1

2.2

Indiener bepleit een betere inbedding van het resultaat van de omgevingsdialoog. Het voorstel is om een extra voorwaarde te stellen aan het op te stellen verslag door expliciet aan te geven of er volledige consensus met de omgeving is bereikt over de te nemen plusmaatregelen. Indiener bepleit een aanvulling op de procesbeschrijving van de te voeren omgevingsdialoog waarin is vastgelegd wat te doen bij verdeeldheid over de gewenste keuzes.

Beantwoording zienswijzen Beantwoording is weergegeven per zienswijze.

1.1 Voorkom uitbreiding bouwvlakken intensieve veehouderij richting burgerwoningen In een mondelinge toelichting geeft indiener aan dat hij bezorgd is over de gezondheid van burgers op woonbestemmingen nabij intensieve veehouderijbedrijven. Zeker als onderhavige beleidsregel de uitbreiding van een intensieve veehouderij mogelijk maakt tot minder dan 100 meter vanaf een burgerwoning. Van dit gesprek is geen verslag gemaakt. Doel van het plussenbeleid is om planologisch, via het wijzigen van het bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, ruimte mogelijk te maken voor uitbreiding van nietgrondgebonden veehouderijen buiten het bestaande bouwblok. Voorwaarde is wel dat deze bedrijven in gesprek gaan met de omgeving over de plannen en extra investeren in maatregelen op het gebied van dierenwelzijn, ruimtelijke kwaliteit en/of milieu. Deze zogenaamde plusmaatregelen gaan verder dan alleen het borgen van de basiskwaliteit waarmee wordt voldaan aan (rijks)normen voor milieu (fijnstof en geur), dierwelzijn en ruimtelijke kwaliteit. De normen waarop de streefnormen voor gezondheidskwaliteit meeliften. Het verlagen van emissies onder de norm, kan tot extra gezondheidswinst leiden. Vooral voor fijnstof is dat het geval volgens het consultatie-advies van de GGD Noord- en Oost-Gelderland.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft hiervoor recent de gezondheidskundige advieswaarden fors bijgesteld. Het voldoen aan deze advieswaarden kan met plusmaatregelen. Tenslotte wordt in de zienswijze gesproken over de ammoniakvrije zone van 250 meter rondom zeer gevoelige natuur in het Gelders natuurnetwerk (de zogenaamde WAV-gebieden). In deze zogenaamde ammoniakbuffergebieden mag de emissie van ammoniak niet toenemen in de inrichting op de locatie bij de uitbreiding van de niet-grondgebonden veehouderij-activiteit. Deze voorwaarde blijft van kracht. In de afgelopen 30 jaar hebben veehouderijen in deze gebieden strikte uitbreidingsbeperkingen ervaren, waardoor er weinig ‘toekomstbedrijven’ meer liggen. Uitbreidingsverzoeken zijn hier niet te verwachten. . Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het beleid. Met de beleidsregel is immers de basiskwaliteit gegarandeerd en er is aangegeven dat aanvullende duurzaamheidsmaatregelen moeten passen binnen een goede ruimtelijke ordening. Dit vergt maatwerk en is afhankelijk van het gebied waar de uitbreiding plaatsvindt. De initiatiefnemer moet aantonen, naast het borgen van gezondheid als basiskwaliteit, welke extra maatregelen voor een plus in aanmerking komen en moet dat expliciet maken. Het is vervolgens aan het bevoegd gezag om deze afweging te beoordelen.

2.1 Stel extra voorwaarde bij verslaglegging omgevingsdialoog Volgens indiener is het plussenbeleid niet duidelijk over de verslaglegging van de door de omgeving, meest gewenste plussenmaatregelen. Echter, in de beleidsregel is opgenomen dat in het verslag van de omgevingsdialoog moet worden aangegeven welke inbreng de dialoog heeft opgeleverd en wat de initiatiefnemer met deze inbreng heeft gedaan bij de uitwerking van zijn plan. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het beleid. De huidige beleidsregel voorziet in een duidelijke voorwaarde voor verslaglegging van de gehouden omgevingsdialoog.

2.2 Aanvulling dialoogmodel, wat te doen bij verdeeldheid? Indiener wil een werkwijze wat te doen bij verdeeldheid over de gewenste keuzes en ziet dit als belangrijke aanvulling op het dialoogmodel zoals beschreven in het plussenbeleid. Echter, in het plussenbeleid is, onder 4.3, opgenomen dat de omgevingsdialoog primair bedoeld is om te werken aan draagvlak in de omgeving. De dialoog moet leiden tot de voor de omgeving meest gewenste keuze voor de plusmaatregelen die de initiatiefnemer neemt ter compensatie voor de uitbreiding en is het resultaat leidend bij het te nemen raadsbesluit. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het beleid. In de beleidsregel is een dialoogmodel opgenomen met het voorgenomen doel, vastleggen van de afspraken met motivering meest gewenste keuze voor de plusmaatregelen. Keuze omgeving is daarbij in principe leidend voor het raadsbesluit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4422/documents/23884