Bijlage 2 - Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen TAM-omgevingsplan Lenteleven.pdf
Tekst van het document
Op het verzoek van de indiener over het type bebouwing en de wijzigingen die zijn doorgevoerd in de planvorming is uitgebreid ingegaan bij de beantwoording van punt 2, punt 3 en punt 4 van deze zienswijze.
Indiener stelt dat door het vervallen van het gebruik van de gepachte akkerbouwgronden binnen het plangebied, de agrarische en bedrijfsmatige belangen onvoldoende zijn meegewogen. Tevens geeft indiener aan dat er geen alternatief is geboden voor deze pachtgronden waardoor de continuïteit van de bedrijfsvoering wordt bedreigd.
De gemeente begrijpt dat de voorgenomen ontwikkeling gevolgen heeft voor het huidige agrarische gebruik van gronden binnen het plangebied. Dit gebruik is ook als zodanig onderkend in de motivering van het ontwerp TAMomgevingsplan, waarin is beschreven dat het plangebied in de bestaande situatie voornamelijk agrarisch in gebruik is. De locatie Lenteleven is in gemeentelijk en regionaal beleid aangewezen als uitleglocatie voor woningbouw en voorziet in een aantoonbare en urgente behoefte aan woningen, waaronder een groot gedeelte betaalbare woningen voor diverse doelgroepen. De gemeente vindt dit een zwaarwegend belang. De gemeente is niet gehouden om in het kader van de planologische besluitvorming te voorzien in de bedrijfsmatige belangen van gebruikers, vervangende gronden of andere vormen van compensatie. Eventuele gevolgen voor pachtverhoudingen en bedrijfsvoering zijn privaatrechtelijk van aard en vallen buiten de reikwijdte van dit TAM-omgevingsplan en zal in eerste instantie bezien moeten worden tussen de grondeigenaar en de pachter.
De inrichting van de speeltuin (niet zijnde de locatie) en de situering van de beplanting kan meegenomen worden bij de verdere uitwerking van het plan.
Deze zienswijze geeft geen aanleiding het TAMomgevingsplan te wijzigen.
Voor de verdere uitwerking van het inrichtings- en beplantingsplan zal met de aan- en omwonenden overleg plaatsvinden.
Deze zienswijze geeft geen aanleiding het TAMomgevingsplan te wijzigen.
3. Nota van wijzigingen In dit hoofdstuk zijn de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen wijzigingen in de motivering, de regels en de verbeelding van het TAM-omgevingsplan.
3.1
Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen
Regels • Naar aanleiding van zienswijze 1 wordt in de regels van het TAM-omgevingsplan in artikel 12.1 ‘Parkeerregeling’ het volgende gewijzigd: Om de woningen in gebruik te nemen dienen voldoende parkeerplekken gerealiseerd te zijn en in stand te worden gehouden, waarbij het totaal aantal parkeerplekken in de openbare ruimte niet meer mag bedragen dan 372 parkeerplekken. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan de aan de Nota parkeernormen Oude IJsselstreek. •
Naar aanleiding van zienswijze 5 wordt in bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan en bijlage 4 het inrichtings- en beplantingsplan toegevoegd dat de locaties voor parkpaden en beplanting indicatief zijn en dat de exacte situering hiervan onderdeel is van de verdere uitwerking van het plan.
Motivering • Naar aanleiding van zienswijze 1 wordt in de motivering van het TAM-omgevingsplan paragraaf 2.2 herschreven. Hiervoor is het aantal genoemde parkeerplekken vervangen waarmee de volgende tekst ontstaat: Parkeren In totaal kent de ontwikkeling een parkeerbehoefte van 451 parkeerplekken. In het stedenbouwkundig plan zijn 475 parkeerplekken voorzien (inclusief het parkeren op eigen terrein dat minder meetelt). •
Naar aanleiding van zienswijze 1 wordt in de motivering van het TAM-omgevingsplan paragraaf 4.16.2.2 herschreven. Het parkeren in het stedenbouwkundig plan, motivering en het onderzoek is op elkaar afgestemd en afgestemd op de parkeernormen van de gemeente. Er zat enige discrepantie tussen de gehanteerde parkeernormen en het berekenen van de parkeerplekken op eigen terrein. Hiervoor is de volgende tekst geactualiseerd:
Parkeren - Parkeerbalans stedenbouwkundig plan Zoals eerder aangegeven gaat het stedenbouwkundig plan uit van de bouw van 226 woningen. In verband met enige programmatische flexibiliteit binnen dit stedenbouwkundig plan laten de regels van dit TAM-omgevingsplan iets meer woningen toe, namelijk maximaal 247 woningen. Uiteraard wordt rekening gehouden met de gemeentelijke parkeernormeringen (publicatie: Parkeernormeringen Gemeente Oude IJsselstreek, maart 2024; zie bijlage 2 bij de Regels).
Parkeren vindt in de basis plaats in parkeerhoven tussen de woningen en op eigen terrein. Het overige parkeren vindt plaats op enige afstand aan de centrale straat. Er zal een parkeerverbod zone ingesteld worden voor de wijk Lenteleven en de parkeervakken worden duidelijk gemarkeerd. Dit biedt de mogelijkheid om te handhaven op foutparkeren. Het verkeerskundig bureau (RHDHV, zie bijlage 18 bij de Motivering) heeft het stedenbouwkundig plan doorgerekend om te toetsen of het plan voldoet aan de gemeentelijke parkeernormeringen. Het plan is verdeeld in 3 telgebieden (zie afbeelding 4.11), zodat de parkeerplekken evenwichtig en passend bij het beoogde programma zijn verdeeld over het gehele plan. Het stedenbouwkundig plan heeft op basis van de 226 woningen een parkeerbehoefte van 451 parkeerplekken. Het stedenbouwkundig plan houdt rekening met 475 parkeerplekken, verdeeld over 372 parkeerplekken in de openbare ruimte en 103 opstelplekken op eigen terrein. Bij de parkeercapaciteit op eigen terrein is een reductiefactor toegepast, cf. de gemeentelijke telwijze (zie de eerder aangegeven publicatie parkeernormeringen). Zo tellen twee opstelplekken achter elkaar slechts als 1,5 parkeerplek mee in de parkeerbalans, omdat in de praktijk blijkt dat deze twee opstelplekken niet altijd worden gebruikt. Twee opstelplekken naast elkaar tellen wél mee als 2 parkeerplekken in de balans.
Bij de aangegeven 103 opstelplekken op eigen terrein is al met deze reductiefactor rekening gehouden. Dat betekent dat het stedenbouwkundig plan een positieve parkeerbalans kent, van +24 parkeerplekken. Deze geconstateerde overcapaciteit is volledig toe te schrijven aan de openbare ruimte. Overigens hoeft deze overcapaciteit niet daadwerkelijk gerealiseerd te worden, zolang de parkeerbalans maar nul of positief blijft. Er worden altijd maximaal 372 parkeerplekken in de openbare ruimte gerealiseerd, nooit meer. Minder mag wel, zolang alle telgebieden een positieve parkeerbalans houden. Met deze parkeerbalans is aangetoond dat het stedenbouwkundig plan (ruimschoots) kan voldoen in de parkeerbehoefte. Flexibiliteit in programma en parkeerbalans De regels laten echter in het woonprogramma flexibiliteit toe. Er mogen maximaal 247 woningen worden gerealiseerd. De geconstateerde overcapaciteit van +24 parkeerplekken in de openbare ruimte die cf. het stedenbouwkundig plan kunnen worden aangelegd, mag voor dit extra woonprogramma worden ingezet. Dat kan eventueel binnen een andere sector (sociale huur, goedkope koop, betaalbare koop en/of dure koop). In het uit te werken plan worden echter -zoals hierboven reeds aangegeven- altijd maximaal 372 parkeerplekken in de openbare ruimte gerealiseerd.
Eventuele extra benodigde parkeerplekken in geval er meer woningen gerealiseerd worden (maximaal 247 woningen) en de te gebruiken geconstateerde overcapaciteit van parkeerplekken in de openbare ruimte niet leidt tot een sluitende parkeerbalans, worden dus niet in de openbare ruimte gerealiseerd, maar op eigen terrein.
•
Naar aanleiding van zienswijze 1 is ‘Bijlage 3 – Beeldkwaliteitsplan’ bij de regels aangepast op basis van de Nota parkeernormen Oude IJsselstreek 2024’. Er zat enige discrepantie tussen de gehanteerde parkeernormen en het berekenen van de parkeerplekken op eigen terrein. De uitkomsten van het verkeersonderzoek zijn conform verwerkt in het de Motivering en Regels van het TAMomgevingsplan (zie ook bovenstaand). Derhalve is op het Beeldkwaliteitsplan de datum aangepast van oktober 2025 naar maart 2026.
•
Naar aanleiding van zienswijze 1 is ‘Bijlage 18 – verkeersonderzoek’ aangepast op basis van de Nota parkeernormen Oude IJsselstreek 2024’. Er zat enige discrepantie tussen de gehanteerde parkeernormen en het berekenen van de parkeerplekken op eigen terrein. De uitkomsten van het verkeersonderzoek zijn conform verwerkt in de Motivering en Regels van het TAM-omgevingsplan (zie ook bovenstaand).
3.2
Ambtshalve wijzigingen 3.2.1
Waar Paragraaf 2.2 – tabel 2.1
Paragraaf 3.3.1
Motivering Was Titel tabel: Woonprogramma met het prijspeil op 1 januari 2025 Huur, sociaal Huur, midden (tot €1.184,82 per maand) Koop, goedkoop (tot €260.000) Koop, betaalbaar (tot €370.000) Op 1 juli 2024 is de Wet Betaalbare huur ingegaan, een wet die de middenhuur reguleert. Jaarlijks stelt het Rijk het prijsplafond van middenhuur vast. Per 1 januari 2025 is de maximale middenhuurprijs €1.184,82. Verder moeten 484 koopwoningen vallen binnen de betaalbaarheidsgrens van € 370.000. Dit leidt tot een woningaanbod met 1.009 betaalbare woningen. De overige woningen vallen in de duurdere categorie (boven € 370.000 prijspeil 2025).
Wordt Titel tabel: Woonprogramma met het prijspeil op 1 januari 2026 Huur, sociaal (tot € 932,93) Huur, midden (tot €1.228,07 per maand) Koop, goedkoop (tot €269.000) Koop, betaalbaar (tot €382.000) Op 1 juli 2024 is de Wet Betaalbare huur ingegaan, een wet die de middenhuur reguleert. Jaarlijks stelt het Rijk het prijsplafond van middenhuur vast. Per 1 januari 2026 is de maximale middenhuurprijs €1.228,07. Verder moeten 484 koopwoningen vallen binnen de betaalbaarheidsgrens van € 382.000. Dit leidt tot een woningaanbod met 1.009 betaalbare woningen. De overige woningen vallen in de duurdere categorie (boven € 382.000 prijspeil 2026).
Motivering Het prijspeil en de tarieven zijn geactualiseerd naar 1 januari 2026.
Het prijspeil en de tarieven zijn geactualiseerd naar 1 januari 2026.
Paragraaf 4.4.1
Paragraaf 4.4.2 Paragraaf 5.7 Motivering Ad artikel 20.6 (tijdvak)
Paragraaf 5.7
Bovendien moet de binnenwaarde van 33 dB (artikel 4.30 Bbl) te allen tijde gewaarborgd zijn. Dit wijzigingsbesluit maakt de realisatie van geluidgevoelige gebouwen mogelijk, op korte afstand van een locatie met activiteiten die geluid(hinder) veroorzaken. In de tabel hoogste gezamenlijke waarden per woongebied: Incl. aftrek art g
Bovendien moet de binnenwaarde van 33 dB (artikel 4.103 Bbl) te allen tijde gewaarborgd zijn. Dit wijzigingsbesluit maakt de realisatie van geluidgevoelige gebouwen mogelijk, in de omgeving van een locatie met activiteiten die geluid(hinder) veroorzaken.
In de motivering was de verkeerde verwijzing opgenomen. In het onderzoek wegverkeerslawaai stond het wel goed. Mede op basis van hetgeen in paragraaf 4.3 is beoordeeld suggereerde deze tekst wat anders dan de aanwezige situatie. De tekst is daarom aangepast.
In de tabel hoogste gezamenlijke waarden per woongebied: Excl. aftrek art g In de toelichting op artikel 20.6 van de planregels is het een en ander aangegeven over fasering van de ontwikkeling en grondverwerving door de gemeente, dit in relatie tot het door de gemeente beoogde grondgebruik (indeling openbare ruimte en verkaveling) en doorsnijding van eigendommen. Daaruit blijkt dat de gemeente een eindbeeld voor ogen heeft met de locatie Lenteleven en aanstuurt op tijdige realisatie. Vanuit die optiek kiest de gemeente voor de inrichting van het kostenverhaal voor het model met tijdvak (het model voor integrale gebiedsontwikkelingen).
Dit was een omissie in de tabel. Passage toegevoegd dat het een integrale ontwikkeling betreft en dat om die reden is gekozen voor een model met tijdvak.
Als gevolg van de actualisatie in de kostenverhaalsregels en bijlagen ten aanzien van het kostenverhaal is ook de Motivering waarin deze regels uitgelegd zijn geactualiseerd.
3.2.2 Waar Art. 2.20
Art. 2.36
Art. 2.37
Regels Was Betaalbare koopwoning Dit betreft koopwoningen met een prijsgrens tot maximaal € 370.000 (prijspeil 2025), die jaarlijks wordt geïndexeerd conform de CPIprijsindex van alle huishoudens Goedkope koopwoning Dit betreft koopwoning met een prijsgrens tot maximaal € 260.000 (prijspeil 2025), die jaarlijks wordt geïndexeerd conform de CPI-prijsindex van alle huishoudens Inbrengwaarde De waarde zoals bedoeld in artikel 8.17 van het Omgevingsbesluit onderscheiden in: a. de waarde van de gronden en de te slopen opstallen in de toestand voorafgaand aan het vaststellen b. de kosten om de gronden, bedoeld onder a, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten, zoals bedoeld in de onderdelen A3 en B van de kostensoortenlijst; c. de kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden bedoeld onder a, zoals bedoeld in de onderdelen A5 en B3 van de kostensoortenlijst;
Wordt Betaalbare koopwoning Dit betreft koopwoningen met een prijsgrens tot maximaal € 382.000 (prijspeil 2026), die jaarlijks wordt geïndexeerd conform de CPIprijsindex van alle huishoudens Goedkope koopwoning Dit betreft koopwoning met een prijsgrens tot maximaal € 269.000 (prijspeil 2026), die jaarlijks wordt geïndexeerd conform de CPI-prijsindex van alle huishoudens
Motivering Het prijspeil en de tarieven zijn geactualiseerd naar 1 januari 2026.
Inbrengwaarde De waarde zoals bedoeld in artikel 8.17 van het Omgevingsbesluit onderscheiden in: a. de waarde van de gronden waar de bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, van de Omgevingswet, zullen worden verricht, inclusief de waarde van de daar aanwezige, te slopen opstallen, zoals bedoeld in onderdeel B1 van de kostensoortenlijst en de waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, zoals bedoeld in onderdeel A2 van de kostensoortenlijst; b. de kosten om de gronden, bedoeld onder a, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit en
In de definitie van het begrip inbrengwaarden kwamen enkele omissies voor. Verder was in sub d ook onderdeel A6 van de kostensoortenlijst genoemd. Deze behoort echter niet tot de inbrengwaarden en is om die reden verwijderd.
Het prijspeil en de tarieven zijn geactualiseerd naar 1 januari 2026.
d. de kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden bedoeld onder B1 van de kostensoortenlijst, zoals bedoeld in de onderdelen A6 en B4 van de kostensoortenlijst.
Art. 9.5.1 lid f
voor het bouwen van woningen tweeaaneen, vrijstaande woningen of bijbehorende bouwwerken bij deze woningen geldt dat per m² verhard oppervlak voorzien wordt in 20 mm waterbergend vermogen op eigen terrein;
Regels en bijlage m.b.t. kostenverhaal
1. Alles was opgenomen voor prijspeil 01-01-2025. 2. Gerealiseerde kosten (m.n. onderzoeken) gingen uit van boekwaarde per 31-12-2024. 3. De raming van de grondopbrengsten was gebaseerd op het
beperkte rechten of zakelijke lasten, zoals bedoeld in de onderdelen A3 en B2 van de kostensoortenlijst; c. de kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden bedoeld onder a, zoals bedoeld in de onderdelen A5 en B3 van de kostensoortenlijst; d. de kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden bedoeld onder B1 van de kostensoortenlijst, zoals bedoeld in de onderdeel B4 van de kostensoortenlijst. voor het bouwen van woningen tweeaaneen, vrijstaande woningen of bijbehorende bouwwerken bij deze woningen geldt dat op eigen terrein per m2 verhard oppervlak 20 millimeter waterbergend vermogen wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Hier wordt voor het verhard oppervlak uitgegaan van een rekenfactor van 50% van het bouwperceel, ongeacht het werkelijke (huidige) verhardingspercentage'. 1. De berekeningen zijn aangepast naar prijspeil 01-01-2026. 2. De gerealiseerde kosten (m.n. onderzoeken) sluiten aan op boekwaarde per 31-12-2025. 3. Het grondprijsadvies is aangepast aan de actualiteit. Dat heeft geleid tot
Bij nadere beoordeling voldeed de opgenomen regeling niet helemaal. Deze is nog iets aangepast.
De regels en bijlagen met betrekking tot het kostenverhaal betreffen een actualisatie. Tussen het ontwerp TAM-omgevingsplan en de vaststelling van het TAM-omgevingsplan is het zaak dat de peildatum van het kostenverhaal zo dicht mogelijk bij de vaststellingsdatum ligt.
grondprijsadvies zoals dit als bijlage 25 bij de Motivering was opgenomen. 4. Bij de Motivering op artikel 20.8 waren de onderdelen A2, A3 en A5 van de kostensoortenlijst niet genoemd. Dat was evenmin het geval aan het eind van de Motivering op artikel 20.13 5. De raming van de inbrengwaarden was gebaseerd op het taxatierapport zoals dit als bijlage 26 bij de Motivering was opgenomen. 6. De SSK-raming was gebaseerd op prijspeil 1-1-2025 7. De plankostenscan was ingevuld op basis van het model zoals dat in 2025 beschikbaar was ten tijde van het ter visie leggen van het ontwerpplan. Het resultaat van de invulling was opgenomen in bijlage 28 van de Motivering. 8. De parameters sloten aan bij de parameters voor de gemeentelijke grondexploitaties 2025. In de Motivering stond de zin ‘Als startjaar is 2025 gekozen omdat alles netto contant gerekend is vanuit dat startjaar’. 9. De macro-aftopping gaf in artikel 20.12 uitkomst dat alle kosten konden worden verhaald. 10. De berekening van de kostenverhaalsbijdragen is vervat in bijlage 8 bij de Regels.
4.
5.
6. 7.
8.
wijziging in de raming van de grondopbrengsten. De betreffende bijlage bij de Motivering is vervangen door het nieuwe grondprijsadvies Bij de Motivering op artikel 20.8 is toegevoegd dat het qua inbrengwaarden ook gaat om de onderdelen A2, A3 en A5 van de kostensoortenlijst. Dit is ook toegevoegd aan het eind van de Motivering op artikel 20.13. De taxatie van de inbrengwaarden is aangepast aan de actualiteit. De betreffende bijlage bij de Motivering is vervangen door het nieuwe taxatierapport. De SSK-raming is geïndexeerd naar prijspeil 1-1-2026. De invulling van plankostenscan is aangepast aan de nieuwe regeling voor plankosten. De betreffende bijlage bij de Motivering is daarop aangepast. De parameters sluiten aan bij de wijziging van parameters voor gemeentelijke grondexploitaties in 2026. Voor de kosten wijken ze af t.o.v. het ontwerp van de kostenverhaalsregels en voor de rente blijven ze gelijk. De netto contante waarde datum is gesteld op 1-1/2026. De zin in de Motivering ‘Als startjaar is 2025 gekozen omdat alles netto contant gerekend is vanuit dat startjaar’ is in die zin gewijzigd dat nu
Derhalve is alles in het kostenverhaal geactualiseerd naar peildatum 01-01-2026. Met het geactualiseerde grondprijsadvies volgt de raming van de grondopbrengsten de ontwikkelingen in de markt. Dat geldt ook voor het geactualiseerde taxatierapport inbrengwaarden. Hertaxatie heeft plaatsgevonden om met de raming inbrengwaarden zo dicht mogelijk tegen de vaststelling van het TAM-IMRO-plan te zitten. De onderdelen A2, A3 en A5 van de kostensoortenlijst behoren ook bij de inbrengwaarden. Het betreft de inbrengwaarden die betrekking hebben op de openbare ruimte. Deze onderdelen waren abusievelijk nog niet vermeld bij het ontwerp. De plankostenregeling van het Omgevingsbesluit is gewijzigd per 1-1/2026. Om die reden is de bijbehorende scan ingevuld op basis van die nieuwe regeling. De uitkomst van de macro-aftopping is veranderd als gevolg van het gewijzigde totale niveau aan geraamde kosten en het totale niveau aan geraamde opbrengsten. Ten opzichte van het ontwerpplan is het niveau van de geraamde kosten nu hoger dan het niveau van de geraamde kosten zodat niet alle geraamde kosten verhaald kunnen worden. Er is een tekort van € 306.850 (€ 17.402.160 minus € 17.095.310).
startjaar 2026 is opgenomen omdat nu netto contant gerekend wordt per 1-1-2026. 9. De macro-aftopping geeft nu aan dat niet alle kosten kunnen worden verhaald. uitkomst van de macroaftopping is veranderd als gevolg van het gewijzigde totale niveau aan geraamde kosten en het totale niveau aan geraamde opbrengsten. 10. De berekening van de kostenverhaalsbijdragen is aangepast en vervat in de nieuwe betreffende bijlage.
Voor de berekening van kostenverhaalsbijdragen is uitgegaan van een bedrag per kavel dat ontstaat door de totale verhaalbare kosten (na toepassing van de macro-aftopping) om te slaan naar de verschillen in opbrengstpotentie van de gronden voor de verschillende prijscategorieën van de woningen. Als gevolg van de wijziging van de totale verhaalbare kosten (na toepassing van de macro-aftopping) en de nieuwe raming van de grondopbrengsten (met andere verschillen tussen de prijscategorieën van de woningen) is de berekening van de kostenverhaalsbijdragen (dus het bedrag per kavel) gewijzigd. Daarmee is ook de betreffende bijlage bij de Regels gewijzigd. Om eenheid in de plannen te houden is het artikel verplaatst. Inhoudelijk is er niets veranderd. Dit betreft een omissie in de kop van de tabel.
Artikel 14 Toepassingsbereik
Artikel 14 Toepassingsbereik
Artikel 10 Toepassingsbereik
Bijlagen bij regels
Bijlage 1 tabel Hoogste gezamenlijke waarde per woongebied Incl. aftrek art 110g Bijlage 4 Inrichtings- en beplantingsplan Datum 23 september 2025
Bijlage 1 tabel Hoogste gezamenlijke waarde per woongebied Excl. Aftrek art 110g Bijlage 4 Inrichtings- en beplantingsplan Datum 17 december 2025
Het beplantingsplan is geactualiseerd. De laatste versie wordt als bijlage toegevoegd. Enkele plantensoorten zijn aangepast.
3.2.3 Waar Kaart verbeelding
Verbeelding Was
Wordt
Motivering Er miste nog een klein hoekje in het kostenverhaalsgebied. De verbeelding is op dit punt aangepast.
In het stedenbouwkundig plan was binnen deze groenstroek 6 parkeerplekkenen voorzien. Op de verbeelding waren er 5 opgenomen. De verbeelding is in overeenstemming gebracht met het stedenbouwkundig plan.
In bouwveld N2 zijn gronden aangeduid met een po-aanduiding die in de verkavelingskaart geen po-kavel zijn. Dit botst met de regel 21, waarin staat: "Op de locatie 'particulier opdrachtgeverschap' moeten de woning in Particulier opdrachtgeverschap gerealiseerd worden. De verbeelding is hierop aangepast.