CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 - concept Jaarstukken 2024v2.pdf

Raadscommissie gecombineerd 23 juni 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 10: Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) - Jaarstukken 2024 en programmabegroting 202618.088 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

42

De overige afwijkingen worden onder de volgende tabel toegelicht.

• Binnen Programma 1 liggen de lasten € 234.000 lager dan de begroting. Dit heeft te maken met lagere personeelslasten binnen team Vergunningverlening. Ook de baten blijven wat achter op begroting. • Binnen Programma 2 zijn de lasten €254.000 boven de begroting. Dit komt door hogere personeelslasten en inhuurkosten. Hier tegenover staan ook hogere baten dan begroot. Dit komt vanuit de stijgende aanvraag vanuit de gemeenten. • Binnen Programma 3 is er een forse overschrijding in zowel de baten (€ 1.353.000), alsmede de lasten (€ 1.002.000), vanwege de stijgende vraag in specialistische adviezen. Om op korte termijn aan deze vraag te kunnen voldoen is deze expertise voornamelijk ingehuurd. • Binnen Programma 5 is een duidelijke overschrijding in de baten van € 900.000. Dit komt voornamelijk door de ontvangen bedragen voor de specifieke uitkeringen IPB VTH en energietoezicht. Omdat de omvang van de uren en daarmee de opbrengsten vanuit de uitkeringen vooraf lastig te bepalen is, zijn deze bedragen niet opgenomen in de begroting. De lasten horende bij programma 5 zitten voornamelijk in de overhead. Vandaar dat hier ook een duidelijke stijging van de lasten zichtbaar is.

Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium gaat over de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De voorwaarden hebben betrekking op aspecten zoals doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. De overdrachten van onder andere subsidies en uitkeringen zijn bijvoorbeeld aan bepaalde voorwaarden verbonden. Het niet in acht nemen van deze voorwaarden kan leiden tot een onrechtmatigheid. Binnen dit criterium is er geen onrechtmatigheid vastgesteld. Het actuele M&O-beleid is op dit moment opgesteld en moet nog door het bestuur worden vastgesteld.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing De wereld om ons heen verandert continu. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Deze ontwikkelingen kunnen de ODA geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegenvallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het Algemeen Bestuur van de ODA heeft in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weer standscapaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van de gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen.

Definities Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit, risico en weer standsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past.

Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA, de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA.

organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden, kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen of een hogere bijdrage van de deelnemers. Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld:

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden, zoals de algemene reserve. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen.

Waarderings-

Ratio weerstands-

Betekenis cijfer

vermogen

A

Groter dan 2,0

B

Groter dan 1,4 maar kleiner dan 2,0

Uitstekend Ruim voldoende

C

Groter dan 1,0 maar kleiner dan 1,4

Voldoende

D

Groter dan 0,8 maar kleiner dan 1,0

Matig

E

Groter dan 0,6 maar kleiner dan 0,8

Onvoldoende

F

Kleiner dan 0,6

Ruim onvoldoende

45 36

Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd, het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een

Bepaling weerstandscapaciteit ODA De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Binnen de ODA is de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van twee posten berekend: • Post algemene lasten/onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit, begroting 2024: € 78.000). • Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit, stand 31-12-2024: € 165.000).

Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid? Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel: Klasse

Omvang

1

€ 0 - € 25.000

2

€ 25.000 - € 75.000

3

€ 75.000 - € 200.000

4

€ 200.000 - € 500.000

5

> € 500.000

Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet? Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kansklasse-indeling:

Klasse

Waarschijnlijkheid

Kans

1

Zeer klein

2

Klein

3

Gemiddeld

50%

4

Groot

1 keer per 1-2 jaar

5

Zeer groot

10% 30% 70%

Referentiebeeld

1 keer per 10 jaar of >

1 keer per 5-10 jaar

90%

1 keer per 2-5 jaar 1 keer per jaar of <

Gekozen uitgangspunten voor inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden voor de taakuitoefening over en weer afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiencydoelstellingen onder druk zetten of kunnen leiden tot te weinig werk per medewerker. Het is ook van belang de afspraken met de andere omgevingsdiensten juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren nodig zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar producten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans dat het risico zich voordoet verkleind. Het risico schatten we op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijkheidsverzekeringen gesloten. Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. We schatten de omvang op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein).

47

Deelnemers treden uit de gemeenschappelijke regeling Mocht een van de deelnemers de keuze maken om uit de gemeenschappelijke regeling te treden, dan zal dit een groot (financieel) effect kunnen hebben op de ODA. We schatten de omvang op € 1.000.000 en de kans dat zicht dit voordoet op 10% (zeer klein).

afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verrekensystematiek zijn onder meer afspraken gemaakt hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Ondanks deze afspraken schatten we het risico op € 250.000 (klasse 4) en de kans dat het zich voordoet op 20% (klein), maar schatten we de kans wel iets hoger in dan voorgaande jaren, vanwege het ravijnjaar.

Calamiteit bij bedrijf De ODA kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld, nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit. Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaatsvond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af. Je krijgt te maken met schadeclaims en negatieve pers. Voor de financiële consequenties zie de taakuitvoering. Als beheersingsmaatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een communicatie plan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten, praktijk situaties simuleren, kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil.

Rechtmatigheid Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig, dat wil zeggen overeenkomstig wet- en regelgeving te handelen en moet daarin de opdrachtgevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA. Bovendien vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de interne controle. We schatten het (rest)risico op nihil.

Bezuinigingen bij de deelnemers Het risico is dat het Rijk bezuinigt op provinciale en gemeentelijke uitkeringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat provincie en gemeenten een deel van de rijks- of eigen bezuinigingen

Loon- en prijsontwikkelingen Aan het einde van 2023 is een nieuwe cao vastgesteld wat zal resulteren in loonstijgingen voor 2024 en 2025: in totaal 6%. De daadwerkelijke verhoging bleef hiermee binnen het gestelde risico. Het risico hebben we ingeschat op € 150.000 (klasse 3) en de kans dat het zich voordoet op 50% (gemiddeld).

Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigenrisicodrager voor de ziektewet, WW en premiedifferentiatie voor WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premiedifferentiatie indien een medewerker ziek, verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld).

Ziekteverzuim De ODA werkt met een norm aan productie-uren van 1.350. Omgerekend is dit 72% naar beschikbare uren. Indien het ziekteverzuim te hoog is, denk bijvoorbeeld aan de medewerkers die werkzaam zijn binnen het primaire proces, zet dat de productieve norm onder druk en daardoor de opbrengsten. We schatten het risico op € 70.000 (klasse 2) en de kans dat dit zich voordoet op 50% (gemiddeld). Het ziekteverzuim van de ODA over 2024 bedraagt 7,9%. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 5,0%; bron CBS). Wel stellen we vast dat het ziektepercentage vooral zichtbaar is in het primaire proces.

48

Werkkostenregeling Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. We schatten het risico in op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (gemiddeld).

Btw Het plafond van het btw-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond wordt overschreden, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder producten gaan afnemen. Vooralsnog schatten we dit risico op nihil.

In 2020 hebben we een tijdschrijfanalyse uitgevoerd. Aan de hand hiervan bleek dat de productvergoeding voor specialistische ondersteuning onvoldoende kostendekkend was en zijn daarop de normen aangepast. We schatten het risico van onvoldoende dekking op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

Automatisering Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschillende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld).

Aanbestedingen Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europees en ODA) inkoop- en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen nodig zijn voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein).

Vennootschapsbelastingplicht

Outputmodel (medewerkers)

Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is.

Het outputmodel vanaf 2017 vergt een geheel andere strategie in de bedrijfsvoering dan we tot dusverre gewend zijn. De ODA wordt tot op zekere hoogte afhankelijk van de vraag van onze klanten (lees: de partners). Ook voor de medewerkers betekent dit een omslag. We zullen hiermee ervaring moeten opdoen.

Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid, waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig. In 2019 had de ODA een behoorlijk tekort.

Het beleid van onze partners kan leiden tot meer of minder vraag naar producten, incidenteel maar wellicht ook structureel. Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeenkomt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen. De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt, kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

49

Gelders Stelsel

50

Er is een verbeterplan opgesteld op basis van de uitgevoerde evaluatie van het Gelders Stelsel. De mogelijke maatregelen zijn niet doorgerekend qua geld. Mogelijk kunnen een aantal maatregelen leiden tot extra kosten voor de ODA. We schatten het risico op € 12.500 en de kans dat zich dit voordoet op 70% (groot).

Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet kan tot een andere taakverdeling tussen gemeenten, provincie en de ODA leiden. Het is zowel mogelijk dat dit tot meer als tot minder taken voor de ODA leidt die in de begroting zo mogelijk worden meegeraamd. Het risico schatten we daarom op nihil.

Datalekken Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hierin staat dat persoonsgegevens moeten worden beveiligd tegen verlies en tegen onrechtmatige verwerking. Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene indien het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. We schatten het risico op € 150.000 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 20% (klein). Dit risico zien we wel als een stijgende risico over de aankomende jaren. Vandaar de aanpassing ten opzichte van vorig jaar. We zijn als organisatie steeds meer aan het bewegen naar een datagedreven organisatie, wat de kans op datalekken vergroot. We zijn als organisatie kritisch op onze manier van werken en met een data beveiligingsbeleid bezig.

51

Financieel effect van deze risico’s We willen het totale financiële effect van deze risico’s weten. Dit hebben we nodig om vast te stellen of onze financiële buffer voldoende is. In de volgende tabel wordt het financieel effect berekend. Niet alle risico’s komen tegelijk voor. Ook zijn de gevolgen van de risico’s niet altijd maximaal. Het geld dat nodig is om de risico’s op te kunnen vangen is daarom minder dan alle risico’s bij elkaar opgeteld. Een praktische methode om het effect te berekenen is het maximale risico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. We noemen dit het kwantificeren van de risico’s. In onderstaande tabel zijn de eerder genoemde risico’s gekwantificeerd.

Risico’s

Geschatte omvang

Geschatte kans in %

Financieel effect van de risico’s

Afspraken dienstverleningsovereenkomsten

€ 50.000

30%

€ 15.000

Taakuitvoering

In de becijfering is rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Het gaat dan om de individuele risico’s en de kans dat dit (individuele) risico zich periodiek voordoet. De kans dat alle risico’s zich op enig moment tegelijkertijd voordoen is ons inziens aanzienlijk lager. Daarom hanteren we een dempingfactor van 0,5. Het totaal van de financiële risico’s komt daardoor op € 196.875.

Gebruiken we de formule en waarderingstabel (zie hiervoor) dan ziet dit er als volgt uit:

€ 12.500

10%

€ 1.250

€1.000.000

10%

€100.000

Calamiteit bij bedrijf

nihil

0

€0

Rechtmatigheid

nihil

0

€0

Bezuinigingen bij de deelnemers

€ 250.000

20%

€ 50.000

Loon- en prijsontwikkelingen

€ 150.000

50%

€ 75.000

In bedragen: € 243.000 / € 196.875 = 1,2

Eigen risico voor werknemersverzekeringen

€ 50.000

50%

€ 25.000

Waarderingscijfer: C

Ziekteverzuim

€ 70.000

50%

€ 35.000

Betekenis: Voldoende

Werkkostenregeling

€ 12.500

30%

€ 3.750

Uittreden deelnemer gemeenschappelijke regeling

Btw

nihil

€0

Vennootschapsbelastingplicht

nihil

€0

Productenboek

€ 50.000

30%

€ 15.000

Automatisering

€ 12.500

50%

€ 6.250

Aanbestedingen

€ 137.500

10%

€ 13.750

Outputmodel

€ 50.000

30%

€ 15.000

Gelders Stelsel

€ 12.500

70%

€ 8.750

Omgevingswet

€0

0%

€0

€ 150.000

20%

€ 30.000

Datalekken Totaal

€ 393.750

Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen = ---------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit

Uit de analyse blijkt dat het weerstandsvermogen op basis van de berekening die voor ligt voldoende is.

41

Weerstandsvermogen Zoals hierboven becijferd, hebben we de benodigde weerstands capaciteit bepaald op € 196.875. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 243.000 (per 31-12-2024 is € 165.000 van de Algemene Reserve vrij besteedbaar + het in de begroting 2024 beschikbare bedrag voor onvoorzien van € 78.000).

53

Kengetallen en ratio’s Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dient een aantal financiële kengetallen in de jaarrekening te worden opgenomen. Deze kengetallen dienen om een beter inzicht te bieden in de financiële positie van de ODA. Het overzicht bevat de volgende kengetallen.

Kengetallen in %

Jaarrekening 2023

1a. Netto schuldquote

-7

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-7

2. Solvabiliteitsratio

20

3.

0

4. Grondexploitatie

n.v.t.

5. Belastingcapaciteit

n.v.t.

De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geven inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote is in balans; we hebben net zoveel uitzettingen als schulden. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODA in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het percentage is in 2024 positief en beter dan 2023. Dit hangt samen met positieve resultaten van 2023 en 2024. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de Begroting Jaarrekening begroting wordt het onderscheid 2024 2024 gemaakt tussen structurele en -2 -7 incidentele lasten. De meeste verschillen zijn van incidentele -2 -7 aard. Zie hiervoor het overzicht 13 21 van de incidentele baten en 0 0 lasten als onderdeel van de jaarrekening. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t.

Financiering De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) verplicht gemeenschappelijke regelingen richtlijnen vast te stellen voor het beheer van de geldstromen en de risico’s die daaraan zijn verbonden. Hiervoor heeft het Algemeen Bestuur op 15 december 2016 een geactualiseerd treasurystatuut vastgesteld. De wijzigingen betreffen onder meer het opnemen van het in 2014 ingevoerde schatkistbankieren en het schrappen van bepalingen die voor de ODA niet van toepassing zijn. Qua vormgeving is overgestapt van een beschrijvend statuut naar een artikelsgewijs opgebouwd treasurystatuut.

54

Treasuryfunctie De uitvoering van de treasuryfunctie maakt deel uit van de ondersteunende financiële diensten die de gemeente Berkelland voor de ODA verricht.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. De kasgeldlimiet voor een gemeenschappelijke regeling volgens de Wet fido bedraagt 8,2% van het totaal van de primitieve begroting, voor 2024 is dit € 10.544.000. De kasgeldlimiet bedraagt dan € 864.608. Tot nu toe heeft de ODA nog niet hoeven lenen. Aan de hand van de tijdige bevoorschotting worden de lopende activiteiten gefinancierd en is externe financiering niet nodig. Wel moet geconstateerd worden dat bij een behoorlijke toename van activiteiten zoals in het jaar 2018, er een financieringsprobleem kan ontstaan omdat er pas aan het einde van het jaar wordt afgerekend met de partners. In dat geval zal de ODA actie ondernemen om het financieringsprobleem op te pakken.

55

Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn aankopen die een meerjarig gebruik dienen en die we meestal aanduiden als investeringen. Artikel 3 van de financiële verordening bepaalt dat nieuwe investeringen in de begroting moeten worden vermeld. Mocht de ODA met investeringen worden geconfronteerd dan hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen: • hardware: 3 jaar • software: 5 jaar • dienstvervoermiddelen: 7 jaar Overigens bepaalt de financiële verordening (artikel 6) dat materiële vaste activa met economische waarde annuïtair worden afgeschreven. In 2024 zijn er geen investeringen in kapitaalgoederen gedaan.

56

Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) is medio 2022 in werking getreden en vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Ook is de Wet Elektronische Publicaties afgelopen zomer in werking getreden. De ODA is een project gestart om de wetten te implementeren in het systeem, en daarmee het primaire proces, van de omgevingsdienst. Ook is de ODA in gesprek met de deelnemers om, omwille van toegankelijkheid, meer en gerichter stukken openbaar te maken. Daarnaast heeft de ODA de wens om meer datagedreven en informatiegestuurd te werken. We zijn gestart met het in kaart brengen van de informatiebehoefte/verplichting bezien vanuit de Omgevingswet en de Woo. Aan de hand hiervan bepalen we welk niveau van datavolwassenheid en dataorganisatie nodig is om in de behoefte te voorzien en om aan de verplichtingen van de Woo te voldoen. Aansluitend bepalen we wat nodig is om op het gewenste niveau te komen.

57

Vooralsnog is er nog geen inschatting te geven over de beoogde kwaliteit en aantal documenten. Dat komt omdat we samen met onze deelnemers nog geen keuzes gemaakt hebben over wat we openbaar gaan maken. Vanaf juli 2025 zullen we beginnen met het overnemen van de archieftaken van onze gemeenten.

58

59

Balans per 31 december 2024

60

ACTIVA (x € 1.000) Ultimo 2023

Ultimo 2024

Vaste activa

Financiele activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

2

Totaal vaste activa

2

2

2

Vlottende activa Voorraden - Onderhanden werk

0

0 0

0

Uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Rekening courant verhouding met het Rijk

1.335 1.783

1.694 579 3.118

2.273

Liquide middelen - Banksaldi

6

5 6

5

Overige vlottende activa -

Overige vorderingen

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voor financiering op uitkeringen met specifiek bestedingsdoel - Vooruitbetaalde bedragen 5

125 5

125

61

Totaal vaste activa

3.129

2.403

Totaal activa

3.131

2.405

62

Balans per 31 december 2024

63

ACTIVA (x € 1.000) Ultimo 2023

Ultimo 2024

Vaste passiva

Eigenvermogen: - Algemene reserve

115

165

- Bestemmingsreserve

50

448

- Gerealiseerd resultaat

448

-97

Voorzieningen

201

279

Totaal vaste passiva

814

795

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar: - Banksaldi - Crediteuren -

1.185

410

Overige schulden

Overlopende passiva -

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen

voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

368

- Nog te betalen bedragen

764

Totaal vlottende passiva Totaal activa

6 1.194

2.317 3.131

1.610 2.405

64

Aan natuurlijke of rechtspersonen verstrekte borg- en of garantiestellingen

0

0

65

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding Deze jaarrekening is samengesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft.

Balans

Resultaatbepaling Passiva

Activa Vaste passiva

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden als last genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar.

Vaste activa Financiële activa Waarborgsommen Betreffen betaalde waarborgsommen voor geleasede dienstauto’s.

Voorzieningen De voorziening harmonisatietoelagen betreft een voorziening voor verplichtingen samenhangend met rechten van voormalig provinciale medewerkers. De voorziening is gevormd ter hoogte van verkregen gelden die voor de medewerkers wordt aangewend.

Vlottende activa Voorraden Het onderhanden werk is gewaardeerd tegen reeds gemaakte uren maal het geldende uurtarief. Overige vlottende activa De overige vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende passiva Deze passiva worden tegen de nominale waarde opgenomen.

De exploitatielasten van de ODA bestaan hoofdzakelijk uit bedrijfsvoeringskosten. Er is geen sprake van een rechtstreeks risico voor de omgevingsdienst omdat de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling uiteindelijk garant staan voor de bijdragen aan de ODA. De verdeling van de kosten vindt plaats op basis van de in de begroting 2024 afgesproken verdeelsleutel: de (verwachte) afname van de partners per programma.

66

Grondslag voorziening Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd als er sprake is van: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, toch redelijkerwijs te schatten. • Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. • Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een al bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.

Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording 67

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, en ook de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet. • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium omvat: – Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals, met terugwerkende kracht, op 5 december 2024

– Ten aanzien van het M&O-criterium is de nota M&O-beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV en ook onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: – Een verantwoordingsgrens van 3% (zijnde € 395.760) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen. – Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. – Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het bestuur zijn gemeld.

68

Toelichting op de balans

Rekening-courantverhouding met het Rijk (€ 579.000) Saldo tegoed op het ministerie van Financiën in het kader van schatkistbankieren van € 579.000.

Activa

Liquide middelen

Vaste activa

Banksaldi (€ 5.000) Het banksaldo van de lopende rekening bij de BNG per 31 december 2024.

Financiële activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (€ 2.000) Het betreft hier betaalde waarborgsommen in het kader van lease van bedrijfsauto’s.

Drempelbedrag schatkistbankieren Van de verplichting om overtollige middelen bij het Rijk aan te houden is een bepaald ‘drempelbedrag’ uitgezonderd. Dit drempelbedrag is voor de ODA € 1.000.000. Voor ieder kwartaal over 2024 dient te worden

Vlottende activa Voorraden Onderhanden werk (€ 0) Aangezien de onderhanden werk positie per jaareinde is verrekend met de deelnemers, maakt de ‘onderhanden werk positie’ in 2024 deel uit van de nog te ontvangen deelnemersbijdragen en is derhalve verantwoord onder de verantwoord onder de vorderingen op openbare lichamen. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen (€ 1.694.000) Het betreft vorderingen op enkele deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling, op andere omgevingsdiensten en de provincie.

69

toegelicht welk bedrag met inachtneming van het drempelbedrag door de ODA buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. De ODA is in 2024 elk kwartaal onder het drempelbedrag gebleven. Hieronder wordt de specificatie per kwartaal weergegeven:

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)

Verslagjaar (1)

Drempelbedrag

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

1.000

1.000

1.000

1.000

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

52

68

54

70

948

932

94

930

0

0

0

0

1.000

1.000

1.000

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat

kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen (4c) deel van het begrotingstotaal dat de

9.373 9.373

Het -

€ 500 miljoen te boven gaat Minimumbedrag

Drempelbedrag

1.000 (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 (5a)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist

bedragen

4.704

6.166

4.995

Kwartaal 2 6.428

aangehouden middelen (negatieve

tellen als nihil)

(5b)

Dagen in het kwartaal

91

91

92

92

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten

52

68

54

70

’s Rijks schatkist aangehouden middelen

70

Per 31 december 2024 zijn er, buiten de vorderingen op openbare lichamen, geen andere vorderingen. De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel (€ 0) Per 31 december 2024 staan er geen voorschotbedragen open. Vooruitbetaalde bedragen (€ 125.000) In 2024 zijn een aantal verzekeringspremies, abonnementen, licenties en andere kosten betaald, die betrekking hebben op het dienstjaar 2025. De lasten worden in 2025 in de exploitatie verantwoord.

71

Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve (€ 165.000) Bestemmingsreserve (€ 448.000)

Toelichting Algemene reserve (€ 165.000)

Omschrijving

Saldo

Bestemmings-

1-1-2024

resultaat 2023

Algemene reserve

114.727

50.054

Gerealiseerd resultaat

448.054

-448.054

Bestemmingsreserve Omgevingswet

Onttrekingen

612.781

Saldo 31-12-2024

0

0

164.781 0

50.000

Bestemmingsreserve Huisvesting Totaal

Toevoegingen

50.000 398.000

0

0

398.000

0

0

0

612.781

Voorzieningen Verloop van de voorzieningen:

Omschrijving Voorziening harmonisatietoelagen Voorziening verlof

Saldo 1-1-2024

Toevoegingen

23.988

Vrijgevallen

Aanwendingen

18.269

Saldo 31-12-2024 5.719

0

5.402

5.402

Voorziening spaarverlof

177.128

90.763

267.891

Totaal

201.116

96.165

18.269

0

279.012

55

73

Het saldo van de algemene reserve bedroeg per 1 januari 2024 afgerond € 115.000. Ter versterking van het weerstandsvermogen is een deel van het voordelig resultaat van 2023, ter waarde van € 50.000, toegevoegd aan de reserve. Hierdoor is de reserve nu € 165.000. Bestemmingsreserve (€ 448.000) Bij de vaststelling van de jaarrekening 2020 is besloten om van het resultaat € 100.000 te reserveren voor uitgestelde opleidingen en aanpassing van systematiek en systemen met het oog op de invoering van de Omgevingswet. Ter dekking van een deel van het nadelig resultaat van 2022 is € 50.000 onttrokken. Hierdoor is de reserve nu € 50.000. Daarnaast is bij het vaststellen van de jaarrekening 2023 besloten om € 398.000 beschikbaar te stellen voor (nieuwe) huisvesting. Gerealiseerd resultaat (€ -97.000) Het nadelig exploitatieresultaat over 2024 is € -97.000. Toelichting

Omschrijving

Digitale checklisten, licenties 2024/2025

Bedrag

€ 69.000

Omgevingsdienst Regio Nijmegen, omzet t/m dec. 24 € 60.000 Gemeente Berkelland, financiële administratie + implementatie salarisadministratie

€ 46.000

DPA Cauberg-Huygens, verrekening controles 2024

€ 31.000

Data Dolphins BV, inhuur personeel nov. 2024

€ 21.000

Diverse kleine(re) crediteuren

€ 183.000

Totaal

€ 410.000

De provincie heeft in 2014 enkele rechtspositionele verplichtingen, waaronder de harmonisatietoelagen, afgekocht voor voormalige provinciale medewerkers die zijn overgegaan naar de ODA. De ODA heeft daarvoor in 2014 een bedrag van € 401.065 ontvangen. Voor harmonisatie van toeslagen resteert per 1 januari 2024 € 24.000. In 2024 is € 18.000 vrijgevallen. Per einde boekjaar is de voorziening € 6.000. In 2024 heeft een medewerker uren afgezonderd voor pensioen. Hiervoor is een voorziening verlof gevormd van afgerond € 5.000. Vanaf 2022 kunnen medewerkers vakantie-uren sparen. Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskostengerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw

74

kennen, is hier een voorziening voor gevormd. Per 1 januari 2024 was € 177.000 afgezonderd, in 2024 is daar € 90.00 aan toegevoegd. Hiermee is de voorziening eind 2024 € 268.000. Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Crediteuren (€ 410.000) De belangrijkste crediteuren per 31 december 2024:

75

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkering met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (€ 6.000)

De gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek heeft een huurverplichting voortvloeiend uit een 1-jarig huurcontract eindigend op 31 maart 2025 met een optie tot tijdelijke verlenging in verband met de verhuizing naar Doetinchem. De huur wordt jaarlijks geïndexeerd. De

Het gaat hierbij om de volgende voorschotbedragen:

Omschrijving

Saldo

Toevoegingen

Aanwendingen

1-1-2024 RvO, Ondersteuning energiebesparingsplicht F21

125.049

Saldo 31-12-2024

269.209

394.258

0

5.996

verwachte huurlasten voor 2025 bedragen € 185.000 exclusief btw. Dit betreft de huurkosten voor Bronckhorst en het Hanzepand in Doetinchem.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, IB programma VTH E93

242.925

5.996

242.925

Totaal

367.974

275.205

637.183

5.996

Nog te betalen bedragen (€ 1.194.000) Omschrijving

Bedrag

Belastingdienst, loonheffing december + maand 13 2024

€ 572.000

Belastingdienst, afdracht btw 4e kwartaal 2024

€ 260.000

ABP, premie december + maand 13 2024

€ 117.000

Gemeente Oost Gelre, afrekening 2024

€ 110.000

Diverse kleinere bedragen nog te betalen

€ 135.000

Totaal

€ 1.194.000

76

WNT-verantwoording 2024 De WNT is van toepassing op de ODA. Het voor de ODA toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000. Dit betreft het algemeen

Gegevens 2024

WNT-bezoldigingsmaximum.

bedragen x € 1 Functiegegevens

1. Bezoldiging topfunctionarissen

Aanvang en einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in ft)

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

Dienstbetrekking?

P.G.M. van Oosterbosch Directeur 01-01 t/m 31-12 0,89 ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

111.778,49

Beloningen betaalbaar op termijn

18.186,24

Subtotaal

129.964,73

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

207.370,00

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

N.v.t. 129.964,73

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom

N.v.t. de

overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Gegevens 2023 bedragen x € 1

P.G.M. van Oosterbosch

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2023 dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

01-01 t/m 31-12 Omvang 0,89

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

106.977,84

Beloningen betaalbaar op termijn

17.365,92

Subtotaal

123.563,21

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

198.470,00

Bezoldiging

123.563,21

58

1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 Niet van toepassing.

1g. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is Niet van toepassing.

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen Niet van

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen Niet van toepassing.

toepassing.

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT 1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Niet van toepassing. Naam topfunctionaris J.H.A van Oostrum

Functie DB/AB vz

B.T.M. Porskamp

DB/AB

M. Eggink-Meuleman

DB/AB

S.L. Hiddinga

DB/AB

T.M.M. Kok

AB

H.G. Bulten

AB

G.J.M. Nijland

AB

G.E. Visser

AB

H.J.M. Verschure

AB

W.J.P. Pelgrom

AB

D.E. Vreugdenhil

AB

1e. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 Niet van toepassing.

1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is Niet van toepassing.

Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen van de ODA en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderings grondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 5 december 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.

Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 395.760. Over- en onderschrijding van baten of onderschrijdingen van lasten/ investeringen zijn onrechtmatig als deze afwijkingen niet tijdig in de (bijgestelde) begroting zijn verwerkt. Onder tijdig wordt verstaan: afwijkingen van de (bijgestelde) begroting worden bij de jaarrekening gemeld en toegelicht. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024.

Begrotingscriterium (x € 1.000) 1A. O verschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander het bestuur vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 2. O ngeautoriseerde reservemutaties (veelal zijn dit ook getrouwe beeldfouten, in de jaarstukken aangepast kunnen worden) 3.

2 De afwijkingen (fouten en/of onduidelijkheden als gedefinieerd in de notitie rechtmatigheidsverantwoording) worden alleen in de rechtmatigheidsverantwoording vermeld indien de door het algemeen bestuur gestelde verantwoordingsgrens voor

€ 1.335

€0 die €0

O verschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het bestuur zijn gemeld (hangt af van de intern vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus, budgetafwijkingen, budgetoverheveling etc.).

€0

rechtmatigheid is overschreden. Op basis van afspraken tussen het algemeen bestuur en het Totaal begrotingsonrechtmatigheden dagelijks bestuur kunnen afwijkingen die lager zijn dan deze grens in de paragraaf bedrijfsvoering worden vermeld.

Bevinding Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties tot stand zijn gekomen boven de daarvoor gestelde grens.

4. T otaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid. € 1.355 4. Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden (inhoudelijk hier toelichten en in de bedrijfsvoering)

paragraaf €0

Voorwaardencriterium Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering)

De geconstateerde afwijkingen2 betreffen:

€ 1.355

€

M&O criterium Geen bevindingen Totaal van onrechtmatigheden

€ 1.355

60

Het totaal van de onrechtmatigheden is € 1.355.000. Deze komen voort Daarnaast is in de paragraaf Bedrijfsvoering op basis van de Kadernota uit overschrijdingen binnen de lasten programma’s zowel op de lasten, rechtmatigheid van de Commissie BBV en op basis van de afspraken alsmede op de baten. De toelichting op deze overschrijdingen kunt u met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de terugvinden in de paragraaf Bedrijfsvoering. financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

Overzicht van baten en lasten per taakveld (x € 1.000)

Begroting 2024

Realisatie 2024

Begroting realisatie

Taakveld

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Saldo

Programma 2 Toezicht en Handhaving

7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer

2.407 5.788

1.765 3.550

2.133 5.692

1.531 3.804

-40 -350

Programma 3 Advies

7.4 Milieubeheer

2.266

1.575

3.619

2.617

311

Programma 4 Stelseltaak

7.4 Milieubeheer

80

373

122

432

-17

Programma 5 Projecten

7.4 Milieubeheer

3

0

903

-

900

Overhead Algemene dekkingsmiddelen

0.4 Overhead ondersteuning 0.5 Treausury

-

3.203 0

-

4.182 -

-979 0

Bedrag onvoorzien

0.8 Algemene baten en lasten

-

78

-

0

78

10.544

10.544

12.468

12.566

-98

Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening

Overzichten

Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering Bijdrage deelnemers in het tekort 2023

0

Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Resultaat

0 10.544

10.544

12.468

12.566

-98

62

De baten en lasten over de programma’s zijn op directe wijze toegerekend aan de hand van de directe kosten en opbrengsten per productgroep. De baten en lasten zijn weergegeven aan de hand van het format dat met de Gelderse Omgevingsdiensten onderling is afgesproken. Voor de toelichting op de programma’s wordt verwezen naar de desbetreffende beleidshoofdstukken.

Overzicht van baten en lasten Baten en lasten per programma

83

Baten en lasten naar kosten categorieën

Toelichting overzicht van baten en lasten

85

Lasten (€ 2.022.000 nadelig)

Personeelskosten/inhuur en diensten derden (€ 1.737.000 nadelig)

87

De personele kosten en inhuur diensten derden bestaan uit de kosten van eigen personeel en de capaciteit van derden die wordt ingehuurd. Deze inhuur betreft zowel detacheringen als gerichte dienstverlening door bureaus. De capaciteit van derden is de flexibele schil naast de eigen capaciteit van de ODA. Opbrengsten uit detachering van medewerkers van de ODA komen ten gunste van deze post. De totale lasten vallen ruim € 2.200.000 hoger uit. Door toenemende werk zaamheden in combinatie met het zeer lastig kunnen invullen van vacatures en het inzetten van trainees liggen de kosten hoger dan begroot. Hier staan echter deels ook hogere opbrengsten tegenover.

Organisatiekosten (€ 419.000 nadelig) De organisatiekosten zijn aanzienlijk hoger dan begroot. Bijna een kwart hiervan (€ 90.763) is toe te schrijven aan reserveringskosten voor verlofdagen. Daarnaast heeft de groei in fte’s in 2024 geleid tot hogere uitgaven voor onder andere opleiding, reiskosten, overige personeelskosten en ICT. Tevens zijn er kosten gemaakt voor de werving en selectie van de directeur en de inhuur van projectconsultancy voor de risicomodule

Organisatieontwikkeling en SPP (€ 116.000 voordelig) De kosten hangen samen met de ontwikkeling van de informatievoorziening van de gemeenschappelijke omgevingsdiensten in het Gelders Stelsel. De kosten hiervan zijn geboekt bij bovenregionale taken. Daarnaast zijn de kosten voor de ontwikkeling van ICT-voorzieningen, waaronder Power BI en dataontwikkeling, geboekt onder de categorie management. Dit betekent dat er geen uitgaven zijn geboekt binnen de categorieën ontwikkeling en SPP.

64

Bovenregionale taken (€ 59.000 nadelig)

Organisatie ondersteuning (€ 0)

Omschrijvg

2023

2024

2024

(x € 1.000)

Realisatie

Begroting

Realisatie

45

46

65

181

186

177

430

440

429

Berkelland Financieel (beheer) Bronckhorst Huisvesting en facilitaire ondersteuning Doetinchem Informatisering en automatisering Lochem Personeels- en salarisadministratie

Totaal

34

35

35

690

706

706

65

Bovenregionale taken

De kosten zijn gelijk aan de begroting. Bij gemeente Lochem hebben we de

Realisatie

Begroot

Realisatie

2023

2024

2024

14

23

16

Algemene lasten (€ 78.000 voordelig)

OD De Vallei - Voorschot beheerskosten I-GO+ 2024

-

-

12

OD De Vallei - Licenties Happynizr 2024

-

-

2

Deze post wordt gebruikt ter dekking van hogere kosten voor personele capaciteit en inhuur derden; als zodanig begroot om flexibel in te zetten.

81

84

88

Portaal en Kenniscentrum

55

89

85

OD Veluwe - BSbM voorschot 2024

-

-

8

OD Veluwe - Besluitvorming bijdragen 2024 GOO van gem. per regio

-

-

27

102

44

95

OD Regio Arnhem - GCH 2024

-

-

16

OD Regio Nijmegen - Complexe Vergunningen

-

-

109

OD Veluwe - (voorheen OD Noord-Veluwe) - Bestuur Strafschikking Milieu

4

10

-

OD Achterhoek - Personeel en Organisatie

25

95

27

(x € 1.000)

OD De Vallei - Kwaliteit en coördinatie

OD Rivierenland - Ketentoezicht

kosten gereserveerd op basis van de begroting omdat we hier nog geen factuur van hadden ontvangen.

OD Veluwe (voorheen OD Noord-Veluwe en OD Veluwe IJssel)

OD Regio Arnhem - Complexe handhaving, meetdient en bezwaar en beroep

Werkelijke uitgaven vinden plaats op de andere kostencategorieën. Deze kosten zijn verwerkt in de personele lasten en vandaar dat hier geen kosten zijn geboekt in 2024.

Stelsel HR-vergoedingen OD de Vallei, Riverenland, Regio Arnhem, Regio Nijmegen en Veluwe

-

-

-62

Omgevingsdienst NL SPUK - THE bijdrage

-

-

5

Diversen

2

28

5

Totaal

283

373

432

De totale uitgaven aan de partners in het stelsel bedragen € 432.000. Binnen de uitgaven is een onderscheid te maken tussen de pure bovenregionale taak die als organisatiekosten/overhead gelden en kosten die betrekking hebben op dienstverlening op de primaire processen vergunningverlening en toezicht en handhaving.

Baten (€ 1.924.000 voordelig) Bijdragen van derden (€ 985.000 voordelig)

Specificatie Bijdrage derden (x € 1.000)

2024

2024

Omschrijving

Begroot

Realisatie

Bijdrage Stelseltaak HRM - Gelders Stelsel *

83

Detachering Wim Hartman bij Oost Gelre

12

Adviesrobot met de ODRA

17

Project Theseus 2024

68

Project ZZS, opdrachtnummer IO-0002780

17

Versterking Omgevingsveiligheid 2022

10

Project GCB

3

Uren werkgroep / Try out ZZS tool

36

Project GEVO 2024

7

ZB De Kamp voor Agri4

-1

Parker 16-12-24 t/m 31-12-24

2

Detachering Te Hofste-Vaartjes

2

Regioarcheologie januari 2024

4

Coördinatie werkzaamheden groene boa's periode 2024

71

Toezicht en impementatie Wet Natuurbescherming i.k.v. asbestdaksaneringen 2024

17

Subsidie groene boa’s 2024

30

WAZO-vergoedingen UWV

117

Beleid bodemenergiesystemen Achterhoek

-28

Project Cluster 5: Validatie data REV

33

Spuk IKB

243

Spuk Energie

394

Declaratie visitatie

15

Totaal

83

1.068

66

Vanuit het ministerie hebben wij twee specifieke uitkeringen ontvangen, namelijk een uitkering IPB (interbestuurlijk programma) en een uitkering energietoezicht. Met de onderstaande bedragen dekken we de, in 2024 gemaakte, uren en daarmee kosten. De voornaamste uren zijn gemaakt vanuit werknemers die buiten de inhoudelijke teams vallen. Hierdoor is de ‘normale’ productie onder druk komen te staan of teruggelopen. Tot slot zijn er uren gemaakt voor visitaties bij andere omgevingsdiensten in Nederland. Hiervoor heeft de ODA een vergoeding ontvangen.

* Bijdrage Stelseltaak HRM - Gelders Stelsel is in 2024 voor 72K negatief in de kosten geboekt

Onder bijdrage derden zijn de opbrengsten verantwoord die buiten de reguliere partnerwerkzaamheden worden verkregen. Deze bestaat uit verschillende onderdelen. Ten eerste betreft het de inzet die we hebben geleverd voor project (x € 1.000) WNB (wet natuurbescherming) en asbestsanering. Daarnaast hebben we verdere Baten Hogere bijdragen van de deelnemers minus extra lasten personeel inzet gepleegd op de coördinatie van de groene boa’s zoals dat eveneens was opgestart in 2020; een project vanuit de provincie. De ODA heeft subsidie Totaal voordelig ontvangen ter ondersteuning van de regionale archeologie voor de komende 4 jaar met een bedrag van € 20.000 per jaar.

187 I 187

Kosten

Bijdragen deelnemers (€ 939.000 voordelig)

Hogere kosten Boverregionale taken

-59 I

Hogere kosten Organisatiekosten/ Organisatieontwikkeling/Ondersteuning

-304 I

Lagere Algemene lasten

78 I

Totaal nadelig

-285

Totaal per saldo voordelig

-98

I = incidenteel, S = structureel

67

Gemeente Aalten

Realisatie 2023 659

Begroting 2024 636

Realisatie2024 824

Berkelland

1.471

1.524

1.653

Bronckhorst

1.090

1.212

1.427

Doetinchem

1.182

1.331

1.305

Lochem

992

933

1.075

Montferland

744

689

872

Oost Gelre

1.253

1.341

1.230

Oude IJsselstreek

1.040

1.006

1.270

Winterswijk

839

856

909

Zutphen

740

771

806

Provincie Gelderland

177

162

Correctie 2023 Totaal

72 -44

10.187

10.461

11.400

De bijdrage van de partners was geraamd op € 10.461.000 en komt dit jaar hoger uit. We zien dat de vraag vanuit de partners sterk is toegenomen. De grootste stijging is zichtbaar binnen specialistische adviezen. De verschillen per partner zijn in de afzonderlijke partnerrapportages toegelicht.

Verrekening resultaat 2023 Vorig jaar sloot de ODA af met een positief resultaat van € 448.000. Hiervan is € 50.000 gebruikt voor het aanvullen van de algemene reserve, conform afspraak. Ook is er een bedrag van € 398.000 toegevoegd aan een bestemmingsreserve voor de aanstaande huisvesting in Doetinchem. De verwachting is dat deze reserve in 2025 volledig benut zal worden.

Incidentele baten en lasten

De meeste verschillen zijn van tijdelijke aard. Afwijkingen in omzet en personele inzet, samen met de inzet vanuit de ketenpartners, zien we als communicerende vaten. Hogere vraag maken we mogelijk door inzet vanuit de flexibele schil die als het ware meebeweegt met meer of minder omzet. Door het lastig invullen van vacatures hebben we, naast de hogere vraag, om de werkzaamheden te kunnen verrichten ook voor deze gemiste capaciteit een beroep moeten doen op externe inzet. Per saldo draagt de hogere externe inzet bij aan een stijging in de personele lasten. Deze verklaren we door het hogere uurtarief dat betaald moet worden voor de externe inzet waardoor de dekkingsbijdrage op de vaste kosten minder wordt. Tegenover de hogere kosten staan ook meer baten in de partnerbijdrage en de bijdragen derden. De hogere kosten vanwege de nieuwe cao uit 2024 (en daarmee de mogelijkheid om bovenwettelijke uren te blijven sparen) zijn van structurele aard. Structureel hogere kosten worden vertaald naar de begroting.

Aldus opgemaakt door het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Achterhoek, Doetinchem,

juni 2025.

De secretaris,

De voorzitter,

Ir. P.G.M. van Oosterbosch

drs. J.H.A. van Oostrum

95

96

Bijlage 1

SiSa verantwoordingsinformatie

97

SiSa bijlage verantwoordingsinformatie 2024 op grond van artikel 3 van de Regeling informatieverstrekking sisa - d.d. 7-01-2025

IenW

E93

Indicator Totale besteding (jaar T)

Regeling specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH

Indicator Cumulatieve besteding (t/m jaar T)

Aard controle R Indicator: E93/01

Indicator Eindverantwoording (Ja/Nee)

Aard controle n.v.t. Indicator: E93/02

Indicator

Indicator

Indicator

Aard controle n.v.t. Indicator: E93/03

ocw € 242.925 Naam activiteit

€ 368.990 Besteding (jaar T)

Aard controle n.v.t. Indicator: E93/04

Ja Cumulatieve besteding (t/m jaar T)

Aard controle n.v.t. Indicator: E93/05

1 Deelname werk- en projectgroepen

€ 14.412

€ 42.092

2 Aanleveren van data voor het IPB 3 Scholing en opleiding 4 Inzicht in bestaande vormen van bekostiging van de omgevingsdienst

€ 205.307

€ 259.325

€0

€0

€0

€0

implementatie van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet

€0

€0

uniforme indeling naar risico van zorgbedrijven (risico ranking)

€0

€0

openbaar maken van definitieve handhavingsbeschikkingen Waboinspecties

€0

€0

5

6 7

8 €0 9 landelijke arbeidsmarktcampagne onderzoek onder het IBP naar € 0 10 belangrijke (transitie)opgaven

€ 10.127

Opstellen en uitvoeren van 12 implementatieprogramma

€0

€0

Participeren in onderzoek naar 13 mandaten

€0

€ 586

€ 13.899

€ 56.860

15 materiele kosten (max 10% van bedrag genoemd in bijlage 2 SPUK) Eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht

€0

€ 9.307

14 plan van aanpak voor het inrichten van een systeem van onderzoeken door ILT naar het functioneren van het VTH stelsel

K21

€0

één risicoanalyse en uitvoerings- en handhavingsplan per 11 omgevingsdienst

Visitaties bij omgevingsdiensten en meewerken aan evaluatie van de pilots

KGG

Aard controle n.v.t. Indicator: E93/06

Besteding (jaar T)

€0

0 €0

Cumulatieve besteding (t/m jaar T)

Aard controle R Indicator: K21/01

€ 394.259

€0

Wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6, tweede lid van de Regeling (ja/nee)

Aard controle n.v.t. Indicator: K21/02

€ 793.541

Wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6, zesde lid, van de Regeling (ja/nee)

Aard controle R Indicator: K21/03

Ja

Eindverantwoording (ja/nee)

Aard controle D2 Indicator: K21/04

Ja

Aard controle R Indicator: K21/05

Nee

98

Overzicht van baten en lasten per taakveld (x € 1.000)

Begroting 2024

Realisatie 2024

Begroting realisatie

Taakveld

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Saldo

Programma 2 Toezicht en Handhaving

7.4 Milieubeheer 7.4 Milieubeheer

2.407 5.788

1.765 3.550

2.133 5.692

1.531 3.804

-40 -350

Programma 3 Advies

7.4 Milieubeheer

2.266

1.575

3.619

2.617

311

Programma 4 Stelseltaak

7.4 Milieubeheer

80

373

122

432

-17

Programma 5 Projecten

7.4 Milieubeheer

3

0

903

-

900

Overhead Algemene dekkingsmiddelen

0.4 Overhead ondersteuning 0.5 Treausury

-

3.203 0

-

4.182 -

-979 0

Bedrag onvoorzien

0.8 Algemene baten en lasten

-

78

-

0

78

10.544

10.544

12.468

12.566

-98

Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening

Overzichten

Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering Bijdrage deelnemers in het tekort 2023

0

Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Resultaat

0 10.544

10.544

12.468

12.566

-98

99

Bijlage 2

Gerealiseerde baten en lasten per taakveld

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4883/documents/31764