BIJLAGE 2. Bruidsschat tabel milieu compleet.pdf
Tekst van het document
Tabel 1. Verhuistabel rijksregels-bruidsschat1 Onderwerp
Artikel huidige wet
Artikel bruidsschat omgevingsplan
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.1, eerste lid
1.1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder… etc..
In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op dit omgevingsplan. Dit bevordert de eenduidigheid van begrippen in het nieuwe stelsel. In aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling bevat bijlage I bij dit omgevingsplan de overige begripsbepalingen die nog nodig zijn.
1
Artikel Schrappen of behouden Toelichting bruidsschat waterschapsv.
Aspect
Overgenomen, De begrippen van de Ow en alle aangepast aan systeem de onderliggende Amvbs en omgevingsregeling worden Akkoord, geen van toepassing verklaard. wijzigingen tov Voor sommige begrippen bruidsschat wordt hiervan afgeweken of zijn niet bekend in de wet en de onderliggende regelgeving. Die begrippen staan in art 1.1.
Bij het opstellen van deze documenten is gebruik gemaakt van de voorhangversie van het Invoeringsbesluit Omgevingswet (2019) 1
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.3c Een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak agrarische activiteiten dan wel activiteiten die daarmee verband houden worden verricht, die op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning door een derde bewoond mag worden, wordt met betrekking tot die inrichting voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde beschouwd als onderdeel van die inrichting.
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.6, eerste lid Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 6.2, eerste en tweede lid, van de Waterwet voor: a. lozen vanuit een inrichting type A of een inrichting type B voor zover aan dat lozen regels zijn gesteld bij of krachtens de artikelen 3.1 tot en met 3.5, 3.5e tot en met 3.5g, 3.6 tot en met 3.6g, 3.10k, 3.31, 3.32, 3.33, 3.34, 3.60 tot en met 3.64, 3.76 tot en met 3.91, 3.101, 3.102,
2.3.4.6, 2.3.5.5 en 2.3.6e 2.3.4.6 (aansluiting op distributienet voor drinkwater)
Overgenomen, Plattelandswoning wordt Geluid/geur/trillingen aangepast aan systeem onder Ow niet meer gezien als onderdeel van de inrichting, Akkoord, geen maar krijgt geen bescherming wijzigingen tov tav geluid, trillingen en geur bruidsschat
2.3.5.5 (aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater)
2.3.6e (bluswatervoorziening) Zie Consultatieversie Invoeringsbesluit Omgevingswet – deel 5 Wijziging/Intrekking besluiten - Bruidsschat Overgangsrecht - artikelen pag. 436 e.v.
2.3.26.14 (vangnetvergunning lozen in de bodem) In de voorgaande paragrafen van deze afdeling zijn verschillende lozingen in de bodem toegestaan. Voor alle andere lozingen is een voorafgaande toestemming vereist, vanwege de nadelige gevolgen die dergelijke lozingen kunnen hebben voor de bodemkwaliteit. De
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
2.20.1, 2.20.2
2
3.104, 3.105, 3.131, 3.138, 3.150, 3.152, 4.74c, 4.74k, 4.74n, 4.103g en 4.104e;
voorafgaande toestemming heeft de vorm van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. b. lozen vanuit een inrichting Voorheen was hiervoor een type C, voor zover aan dat het maatwerkvoorschrift op lozen regels zijn gesteld bij of grond van het krachtens de artikelen 3.1 tot Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit en met 3.5, 3.5e tot en met lozen buiten inrichtingen of 3.5g, 3.6 tot en met 3.6g, 3.10k, 3.31, 3.32, 3.33, 3.34, het Besluit lozing afvalwater 3.60 tot en met 3.64, 3.76 tot huishoudens vereist. Een omgevingsvergunning ligt en met 3.91, 3.101, 3.102, 3.104, 3.105, 3.131, 3.138 en echter meer voor de hand, omdat de activiteit zonder 3.150 en 3.152; toestemming geheel verboden is. c. lozen anders dan vanuit een De vergunningplicht geldt inrichting afkomstig van niet voor lozingen die agrarische activiteiten dan wel afkomstig zijn van activiteiten die daarmee milieubelastende activiteiten verband houden voor zover als bedoeld in hoofdstuk 3 aan dat lozen regels zijn van het Besluit activiteiten gesteld in de artikelen 3.3, leefomgeving. Dat besluit 3.31, 3.32, 3.33, 3.34, 3.60 bevat immers al de regels tot en met 3.64, 3.76 tot en die ter bescherming van de met 3.91, 3.101, 3.102, bodem nodig zijn. 3.104, 3.105.
Artikel 2.3.26.15 (vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool) In de voorgaande paragrafen van deze afdeling zijn verschillende lozingen in de schoonwaterriolering toegestaan. Voor alle andere lozingen is een voorafgaande toestemming vereist, vanwege de nadelige gevolgen die 3
dergelijke lozingen kunnen hebben voor de doelmatige werking van die riolering en voor de oppervlaktewaterkwaliteit. De voorafgaande toestemming heeft de vorm van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Voorheen was hiervoor een maatwerkvoorschrift op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozen buiten inrichtingen of het Besluit lozing afvalwater huishoudens vereist. Een omgevingsvergunning ligt echter meer voor de hand, omdat de activiteit zonder toestemming geheel verboden is.
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.6, derde lid
2.3.26.14
(vangnetvergunning lozen in de bodem) Van het verbod, bedoeld in artikel 10.2, eerste lid, van de In de voorgaande paragrafen van deze wet, wordt vrijstelling afdeling zijn verschillende verleend voor lozen op of in lozingen in de bodem de bodem anders dan vanuit toegestaan. Voor alle een inrichting afkomstig van agrarische activiteiten dan wel andere lozingen is een voorafgaande toestemming activiteiten die daarmee vereist, vanwege de verband houden. nadelige gevolgen die dergelijke lozingen kunnen hebben voor de bodemkwaliteit. De voorafgaande toestemming
Overgenomen, aangepast aan systeem
Water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
4
heeft de vorm van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Voorheen was hiervoor een maatwerkvoorschrift op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozen buiten inrichtingen of het Besluit lozing afvalwater huishoudens vereist. Een omgevingsvergunning ligt echter meer voor de hand, omdat de activiteit zonder toestemming geheel verboden is. De vergunningplicht geldt niet voor lozingen die afkomstig zijn van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Dat besluit bevat immers al de regels die ter bescherming van de bodem nodig zijn.
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.9
Geschrapt, overig
Van de beschikking waarbij bij of krachtens dit besluit een maatwerkvoorschrift wordt gesteld, wordt kennisgegeven in één of meer dagbladen, nieuwsbladen of huis-aanhuisbladen.
5
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.9b Deze afdeling is van toepassing op degene die: a. een inrichting type B drijft, of b. een inrichting type C drijft, voor zover deze afdeling betrekking heeft op activiteiten die verricht worden binnen de inrichting waarop hoofdstuk 3 van toepassing is.
Onderwerp
Artikel huidige wet
Artikel bruidsschat omgevingsplan
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.10 1 Degene die een inrichting opricht, meldt dit ten minste vier weken voor de oprichting aan het bevoegd gezag.
2.3.1.6, 2.3.1.7, 2.3.1.8 en specifieke paragrafen
Overgenomen, aangepast aan systeem
2.3.1.6
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
(algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en 2 Het eerste lid is van bescheiden) overeenkomstige Als op grond van een paragraaf toepassing met in deze afdeling van het betrekking tot het omgevingsplan, gegevens en veranderen van een bescheiden aan het bevoegd inrichting en het gezag worden verstrekt, veranderen van de worden die gegevens begeleid werking daarvan. Deze door een aantal algemene melding is niet vereist, gegevens. De plicht om indien eerder een melding overeenkomstig gegevens te verstrekken vloeit niet voort uit artikel 2.3.1.6. dit artikel is gedaan en door dit veranderen geen Die verplichting is namelijk bij
Geschrapt, overig
Artikel Schrappen of bruidsschat behouden waterschapsv.
is toepassingsbereik van de afdeling. Informatieplicht wordt in bruidsschat per paragraaf aangezet a la Bal
Toelichting
Aspect
Systematiek van het Bal is overgenomen. Te verstrekken gegevens is conform Activiteitenbesluit.
6
afwijking ontstaat van de elke activiteit waar dat nodig bij die melding is, opgenomen in de verstrekte gegevens. paragrafen van deze afdeling. Als in een paragraaf van deze 3 Bij de melding worden afdeling het verstrekken van de volgende gegevens gegevens en bescheiden is verstrekt: voorgeschreven, bijvoorbeeld a. het adres en het vóórdat wordt begonnen met nummer van de Kamer die activiteit, wordt daarbij om van Koophandel van de specifieke gegevens gevraagd. inrichting; Die gegevens worden dan b. de naam en het adres verstrekt in aanvulling op de van degene die de algemene gegevens uit dit inrichting opricht dan wel artikel. verandert of de werking 2.3.1.7 daarvan verandert, en, (gegevens bij wijzigen naam, indien dit iemand anders adres of normadressaat) is, van degene die de Het eerste lid van artikel inrichting drijft of zal 2.3.1.7 regelt dat een drijven; naamswijziging of c. het tijdstip waarop de adreswijziging wordt inrichting of de doorgegeven aan het bevoegd verandering daarvan in gezag vóórdat de wijziging een werking zal worden feit is. Dat is vooral voor de gebracht, dan wel de initiatiefnemer zelf van belang: verandering van de diegene wil immers dat werking daarvan correspondentie van het verwezenlijkt zal zijn; bevoegd gezag op het juiste d. de aard en omvang adres aankomt.
Het tweede lid van de activiteiten en regelt dat bij overdracht van processen in de de activiteit naar iemand inrichting; anders, de daardoor gewijzigde e. de indeling en gegevens aan het bevoegd uitvoering van de gezag worden verstrekt. inrichting, waarbij de Bijvoorbeeld omdat een bedrijf grenzen van het terrein onder dezelfde bedrijfsnaam en van de inrichting, de op hetzelfde adres wordt ligging en de indeling voorgezet, maar wisselt van van de gebouwen, de eigenaar. Dit sluit aan op functie van de te artikel 5.37 van de onderscheiden ruimten 7
en de ligging van de bedrijfsriolering en de plaats van de lozingspunten worden aangegeven; en f. een situatieschets, met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de ligging van de inrichting ten opzichte van de omgeving is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl. 4 Het bestuursorgaan dat een melding ontvangt waarvoor een ander bestuursorgaan mede bevoegd gezag is, stuurt onverwijld een kopie van de melding aan dat andere bevoegde gezag. De melding wordt geacht mede bij dat andere bevoegde gezag te zijn gedaan.
Omgevingswet, waar hetzelfde over vergunninghouders is geregeld.
2.3.1.8 (gegevens en bescheiden op verzoek van het bevoegd gezag) Artikel 2.3.1.8 regelt dat gegevens en bescheiden moeten worden verstrekt aan het bevoegd gezag, als dat bevoegd gezag die gegevens en bescheiden nodig heeft om voor een specifieke activiteit of een specifieke locatie te beoordelen of de algemene regels en eventuele maatwerkvoorschriften die voor die activiteit of die locatie gelden, nog volstaan. Het gaat om gegevens en bescheiden waar het bevoegd gezag om vraagt. Degene die de activiteit verricht hoeft dus niet uit eigen beweging gegevens of bescheiden op te sturen; al staat dat natuurlijk vrij. Het gaat in dit artikel alleen om de situatie dat het bevoegd gezag wil bekijken of de algemene regels en maatwerkvoorschriften voor de activiteit nog toereikend zijn gezien ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en gezondheid en de ontwikkelingen met betrekking 8
tot de kwaliteit van het milieu. Bij ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu kan gedacht worden aan het beschikbaar komen van nieuwe passende preventieve maatregelen of de actualisatie van de beste beschikbare technieken. De ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu kunnen bijvoorbeeld aan de orde zijn als er door cumulatie van activiteiten een verslechtering van de kwaliteit van lucht, oppervlaktewater of grondwater optreedt. Met deze formulering is aangesloten op dezelfde regeling voor vergunningplichtige gevallen, zoals opgenomen in artikel 16.56 in combinatie met artikel 5.38 van de wet. Zie de artikelsgewijze toelichting op die artikelen voor verdere uitleg van de termen «ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu» en «ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu». Gegevens waarover degene die de activiteit uitvoert niet redelijkerwijs de beschikking kan krijgen hoeven uiteraard niet te worden verstrekt.
9
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.10, vierde lid
Geschrapt, overig Betreft doorzendplicht melding naar juiste BG en dat melding wel al is gedaan. Komt in Bal ook niet terug.
Het bestuursorgaan dat een melding ontvangt waarvoor een ander bestuursorgaan mede bevoegd gezag is, stuurt onverwijld een kopie van de melding aan dat andere bevoegde gezag. De melding wordt geacht mede bij dat andere bevoegde gezag te zijn gedaan. 1.10a 1 Degene die voornemens is agrarische activiteiten of activiteiten die daarmee verband houden uit te voeren buiten een inrichting ten gevolge waarvan lozen kan plaatsvinden, meldt het lozen ten minste vier weken voordat daarmee wordt aangevangen aan het bevoegd gezag.
2.1.6, 2.1.7, 2.1.8
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat Overgenomen, aangepast aan systeem Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
Water
2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het veranderen van de activiteiten, bedoeld in dat lid. Een melding is niet vereist indien: a. eerder een melding overeenkomstig dit
10
artikel is gedaan en door dit veranderen geen afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens en de artikelen 1.13 en 1.14 niet verplichten tot het verstrekken van andere gegevens, of b. de veranderende activiteiten slechts een wijziging in teelt betreffen en de gegevens omtrent de te telen gewassen en de betreffende percelen op grond van artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet zijn gemeld aan Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. 3 Bij de melding worden de volgende gegevens verstrekt: a. de naam en het adres van degene die meldt; b. de aard en omvang van de activiteiten die worden verricht; c. het tijdstip waarop het lozen zal aanvangen en de duur van het lozen, en d. de locatie van de
11
percelen van waaraf het lozen plaatsvindt. 4 Het bevoegd gezag kan de krachtens artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet gemelde gegevens gebruiken voor zover noodzakelijk voor het toezicht op de naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels. 5 Onverminderd het eerste en tweede lid is een melding evenmin vereist voor het lozen als bedoeld in paragraaf 3.1.3.
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, eerste lid Bij de melding, bedoeld in artikel 1.10, wordt een rapport van een akoestisch onderzoek gevoegd indien tussen 19.00 en 7.00 uur naar verwachting gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is
2.3.4.27 en 2.3.4.28 2.3.4.27 (geluid: onderzoek) 2.3.4.28 (gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek) 1. Vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in artikel 2.3.4.27, verstrekt aan het bevoegd gezag. 2. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een
Overgenomen, aangepast aan systeem
Geluid
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
12
Activiteitenbesluit milieubeheer
dan 3.500 kilogram en binnen een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting gevoelige objecten aanwezig zijn. Het gemiddelde als bedoeld in de eerste volzin betreft een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar. Voor inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid, wordt in plaats van «tussen 19.00 en 7.00 uur» gelezen «tussen 19.00 en 6.00 uur». De eerste volzin is niet van toepassing op inrichtingen die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn voor de openbare verkoop aan derden van vloeibare brandstof, mengsmering en aardgas voor het wegverkeer en inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horecaactiviteiten plaatsvinden.
andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
1.11, tweede lid
2.3.4.27 en 2.3.4.28 Zie hierboven
Bij de melding, bedoeld in artikel 1.10, wordt een rapport van een akoestisch onderzoek gevoegd indien het, mede op basis van de
Overgenomen, tekstueel aangepast
Geluid
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
13
aard van de inrichting, aannemelijk is dat: a. in enig vertrek van de inrichting het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: 1°. 70 dB(A), indien dit vertrek in- of aanpandig is gelegen met gevoelige gebouwen; 2°. 80 dB(A), indien onderdeel 1° niet van toepassing is; of b. in de buitenlucht of op een open terrein van de inrichting muziek ten gehore zal worden gebracht.
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, derde lid, onder a Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10, wordt een rapport van een akoestisch onderzoek gevoegd indien: a. de melding betrekking heeft op een of meer windturbines;
2.3.4.27 en 2.3.4.28 Zie hierboven
Overgenomen, tekstueel aangepast
Geluid
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
14
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, derde lid, onder b Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10, wordt een rapport van een akoestisch onderzoek gevoegd indien: (b) in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt;
1.11, derde lid, onder c Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10, wordt een rapport van een akoestisch onderzoek gevoegd indien: (c) de melding betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in categorie 27.3 van onderdeel C, van bijlage 1, bij het Besluit omgevingsrecht; 1.11, derde lid, onder d Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10, wordt een rapport van een akoestisch onderzoek gevoegd indien:
2.3.4.27 en 2.3.4.28 Zie hierboven
Overgenomen, tekstueel aangepast
Geluid
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
2.3.4.27 en 2.3.4.28 Zie hierboven
Overgenomen, tekstueel aangepast
Geluid
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
2.3.4.27 en 2.3.4.28 Zie hierboven
Overgenomen, tekstueel
Geluid
15
(d) airbags of gordelspanners worden geneutraliseerd door deze te ontsteken; airbags of gordelspanners worden geneutraliseerd door deze te ontsteken;
Onderwerp
Artikel huidige wet
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
Artikel bruidsschat omgevingsplan
Artikel Schrappen of bruidsschat behouden waterschapsv.
Toelichting
Aspect
aangepast Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, derde lid, onder e Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10, wordt een rapport van een akoestisch onderzoek gevoegd indien: het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van luchtverontreiniging;
1.11, derde lid, onder f Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10, wordt een rapport van een akoestisch onderzoek gevoegd indien: het voorkomen dan wel voor zover dat niet
2.3.4.27 en 2.3.4.28 Zie hierboven
Overgenomen, tekstueel aangepast
Geluid
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
2.3.4.27 en 2.3.4.28 Zie hierboven
Overgenomen, tekstueel aangepast
Geluid
16
mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geluidhinder;
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, derde lid, onder g Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10, wordt een rapport van een akoestisch onderzoek gevoegd indien: het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder;
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, vierde lid Het bevoegd gezag kan besluiten dat het overleggen van een rapport van een akoestisch onderzoek als bedoeld in het eerste tot en met derde lid niet is vereist, indien aannemelijk is dat aan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a, 2.20, 3.14a, 3.160, dan wel de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning kan worden voldaan.
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat 2.3.4.27 en 2.3.4.28 Zie hierboven
Overgenomen, tekstueel aangepast
Geluid
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
Geschrapt, verwerkt in maatwerk
Geluid
17
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, vijfde lid
Geschrapt, overig
Geluid
Indien er een melding is gedaan als bedoeld in artikel 1.10, eerste of tweede lid, en aannemelijk is dat, in andere gevallen dan die genoemd in het eerste tot en met derde lid, het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) of het maximaal geluidsniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten of veroorzaakt door de verandering daarvan, meer bedragen dan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20, 2.17a dan wel de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning, kan het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst van de melding besluiten dat binnen een door het bevoegd gezag gestelde termijn een rapport van een akoestisch onderzoek wordt overgelegd.
18
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, zesde lid
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, zevende lid
Geschrapt, overig
Geluid
Overgenomen
Geluid
Het bevoegd gezag kan binnen vier weken na ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 1.10, besluiten dat een rapport van een akoestisch onderzoek wordt overgelegd indien de inrichting is gelegen op een gezoneerd industrieterrein en een rapport van een akoestisch onderzoek noodzakelijk is voor zonebeheer.
Uit het rapport van een akoestisch onderzoek blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of aan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a, 2.20, 3.14a, 3.160 dan wel de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning kan worden voldaan. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de in de eerste volzin bedoelde waarden worden overschreden.
2.3.4.27, vijfde lid
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
19
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, achtste lid
Geschrapt, overig
Indien het een inrichting betreft als bedoeld in categorie 11.3, onderdeel c, onder 2° en 3°, van onderdeel C, van bijlage I, bij het Besluit omgevingsrecht geeft het rapport tevens een beschrijving van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de inrichting op de zonegrens en op gevoelige objecten binnen de zone op basis waarvan het bevoegd gezag kan beoordelen of aan de geluidsvoorwaarden voor de zone kan worden voldaan.
Onderwerp
Artikel huidige wet
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, negende lid Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai.
Artikel bruidsschat omgevingsplan
Artikel Schrappen of bruidsschat behouden waterschapsv. Geschrapt, overig
ondervangen door 2.3.1.8, gegevens en bescheiden op verzoek van bevoegd gezag of bij maatwerkvoorschrift
Geluid
Toelichting
Aspect
verwijzing naar meet- en rekenvoorschriften is niet nodig ivm art 4.1, tweede lid Ow
Geluid
20
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, tiende lid
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.11, elfde lid
Geschrapt, overig
Geluid
Geschrapt, overig
Geluid
In afwijking van het negende lid wordt het akoestisch onderzoek voor windturbines, een buitenschietbaan of een binnenschietbaan uitgevoerd overeenkomstig de bij ministeriële regeling te stellen eisen.
Indien aannemelijk is dat de geluidniveaus vanwege werkzaamheden en activiteiten bij een inrichting als bedoeld in artikel 2.17, vijfde lid, een significante bijdrage leveren aan de totale geluidsbelasting van de inrichting, kan het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst van de melding besluiten dat een rapport van een akoestisch onderzoek wordt overgelegd. Het onderzoek richt zich met gebruikmaking van geluidmetingen of geluidberekeningen op de bestaande en te verwachten geluidniveaus vanwege de werkzaamheden en activiteiten. In het 21
rapport wordt aangegeven welke technische voorzieningen worden getroffen en welke gedragsregels in acht worden genomen om deze geluidsniveaus te beperken.
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.12
Water
Indien op grond van artikel 7 van het Besluit uniforme saneringen met een sanering kan worden begonnen nadat vijf werkdagen zijn verstreken vanaf de datum van ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 6 van dat besluit, meldt degene die voornemens is te lozen vanuit die bodemsanering als bedoeld in artikel 3.1, tweede, derde en vierde lid, in afwijking van de termijn bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, dit ten minste vijf werkdagen voordat met het lozen wordt aangevangen.
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.13
Geschrapt, overig
Indien het lozen van grondwater bij ontwatering als bedoeld in artikel 3.2, derde, vijfde en zevende lid,
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
Water
22
langer dan 48 uur doch ten hoogste 8 weken duurt, meldt degene die voornemens is te lozen in afwijking van de termijn bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, dit ten minste vijf werkdagen voordat met het lozen wordt aangevangen.
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.13a
2.2.6
Bij een melding, als bedoeld in artikel 1.10, wordt, indien de melding betreft het lozen ten gevolge van sloop-, of renovatiewerkzaamheden aan of nieuwbouw van vaste objecten, als bedoeld in artikel 3.6b, tevens een in dat artikel genoemd werkplan gevoegd.
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.14 Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10 of artikel 1.10a worden indien sprake is van een lozing van huishoudelijk afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam of op of in de bodem als bedoeld in artikel 3.4 de volgende gegevens gemeld: a. het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; en
Overgenomen, tekstueel aangepast
Water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
2.3.7.3.2 (gegevens en bescheiden) 1. Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 2.3.7.3.4, worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; b. de wijze van behandeling van het afvalwater; en
2.4.4
Overgenomen, tekstueel aangepast
Water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
23
b. de wijze van behandeling van het afvalwater.
Activiteitenbesluit milieubeheer
c. de verwachte datum van het begin van de activiteit. 2. Ten minste vier weken voor de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
1.15
Geschrapt, overig
Degene die een inrichting drijft verstrekt desgevraagd aan het bevoegd gezag binnen de door dat bestuursorgaan gestelde redelijke termijn, voor zover hij daarover beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, alle gegevens over stoffen en preparaten en producten waarin stoffen of preparaten zijn verwerkt, die het bevoegd gezag redelijkerwijs nodig heeft voor het stellen van maatwerkvoorschriften.
Onderwerp
Artikel huidige wet
Artikel bruidsschat omgevingsplan
Artikel Schrappen of bruidsschat behouden waterschapsv.
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.19
2.3.27.2, onder a
Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10, worden de inputgegevens voor het luchtkwaliteitsmodel ISL3a verstrekt indien
ten minste 500 en ten hoogste 1.200 vleesrunderen, behorend tot de diercategorieën A4 tot en met A7, genoemd in de regeling op grond van artikel 1 van de Wet ammoniak en veehouderij;
Overgenomen, aangepast aan systeem
Toelichting
Aspect
luchtkwaliteit
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat 24
sprake is van het in huisvestingssystemen houden van: a. ten minste 500 en ten hoogste 1.200 vleesrunderen, behorend tot de diercategorieën A4 tot en met A7, genoemd in de regeling op grond van artikel 1 van de Wet ammoniak en veehouderij; b. ten minste 3.000 stuks pluimvee, voor zover er geen sprake is van een IPPC-installatie; c. ten minste 900 varkens behorend tot de diercategorieën D1 tot en met D3, genoemd in de regeling op grond van artikel 1 van de Wet ammoniak en veehouderij,voor zover er geen sprake is van een IPPC-installatie; d. ten minste 1.500 stuks pluimvee behorend tot de diercategorieën E1 tot en met E5, F1 tot en met F4, G1, G2 en J1, genoemd in de regeling op grond van artikel 1 van de Wet ammoniak en veehouderij, 500
25
gespeende biggen behorend tot de diercategorie D.1.1, genoemd in de regeling op grond van artikel 1 van de Wet ammoniak en veehouderij of 500 landbouwhuisdieren anders dan pluimvee en gespeende biggen indien binnen de inrichting landbouwhuisdieren van meer dan een hoofdcategorie als bedoeld in de regeling op grond van artikel 1 van de Wet ammoniak en veehouderij worden gehouden.
Activiteitenbesluit milieubeheer
1.20
2.3.12.2 (gegevens en bescheiden)
Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10 of artikel 1.10a, worden, voor lozen als bedoeld in de artikelen 3.60, 3.61, 3.76, 3.77, 3.80, 3.83 en 3.105 afkomstig van biologische teelt, gegevens verstrekt waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van biologische teelt.
1. Ten minste vier weken voor het begin van het lozen, bedoeld in de artikelen 2.3.12.5 en 2.3.12.6, worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; b. de plaats van de lozingspunten; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit. 2. Ten minste vier weken voor de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Overgenomen, aangepast aan systeem
Water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
26
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
2 Deze afdeling is van toepassing op degene die: a. een inrichting type A of een inrichting B drijft, of b. een inrichting type C drijft, voor zover deze afdeling betrekking heeft op activiteiten die verricht worden binnen de inrichting waarop hoofdstuk 3 van toepassing is.
2.3.1.4, derde en vierde lid (specifieke zorgplicht) Zie Consultatieversie Invoeringsbesluit Omgevingswet – deel 5 Wijziging/Intrekking besluiten - Bruidsschat Overgangsrecht - artikelen
2.1, eerste lid
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Degene die een inrichting 2.3.1.2 drijft en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het in werking zijn dan wel het al dan niet tijdelijk buiten werking stellen van de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
(oogmerken) Dit artikel somt op met welke oogmerken de algemene regels voor de milieubelastende activiteiten in dit (tijdelijke) omgevingsplan zijn gesteld. De wet kent een aantal maatschappelijke doelen. De algemene regels over milieubelastende activiteiten in dit omgevingsplan, zijn gesteld vanwege een concretisering van deze doelen. Artikel 2.3.1.2 somt deze oogmerken limitatief op. Artikel 2.3.1.2 werkt ook door in de bevoegdheden van bestuursorganen tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Het artikel sluit aan bij de oogmerken van artikel 4.22 van
Overgenomen, aangepast aan systeem
alle
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
Overgenomen, aangepast aan systeem
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
alle
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
27
de Omgevingswet, voor het stellen van Rijksregels. Bij de activiteiten in deze afdeling zullen niet steeds alle oogmerken een rol spelen, en zullen zeker niet alle oogmerken bij een activiteit terugkomen in meer uitgewerkte regels. Als voor een bepaald oogmerk geen nader uitgewerkte regels in het besluit zijn opgenomen, geldt wel de specifieke zorgplicht.
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.1, tweede lid, onder a Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: a. een doelmatig gebruik van energie;
2.1, tweede lid, onder b Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: b. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van bodemverontreiniging;
2.3.1.4 (specifieke zorgplicht) 2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
Overgenomen, aangepast aan systeem
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
Energie
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
Bodem
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
Overgenomen, aangepast aan systeem Collectief - VBRA
28
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.1, tweede lid, onder c Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van verontreiniging van het grondwater;
2.1, tweede lid, onder d Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam;
2.1, tweede lid, onder e Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: het voorkomen dan wel voor zover dat niet
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
Overgenomen, aangepast aan systeem
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
Bodem/water
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
Water
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
Lucht
Collectief - VBRA
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
Overgenomen, aangepast aan systeem Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
Overgenomen, aangepast aan systeem Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
29
mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van luchtverontreiniging;
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.1, tweede lid, onder f Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geluidhinder;
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
Geluid
Toelichting
Aspect
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
Geur
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
Onderwerp
Artikel huidige wet
Artikel bruidsschat omgevingsplan
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.1, tweede lid, onder g
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder;
Overgenomen, aangepast aan Systeem
Artikel Schrappen of bruidsschat behouden waterschapsv.
Overgenomen, aangepast aan systeem Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
30
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.1, tweede lid, onder h 2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van lichthinder;
2.1, tweede lid, onder i 2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: i. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van stofhinder;
2.1, tweede lid, onder j 2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: j. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van trillinghinder;
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
Overgenomen, aangepast aan systeem
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
Licht
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
Lucht
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
Trilling
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
Overgenomen, aangepast aan systeem Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
Overgenomen, aangepast aan systeem Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
31
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.1, tweede lid, onder k
2.3.1.4, derde lid, onder a
2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: k. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de inrichting;
3. De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat: a. de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt;
2.1, tweede lid, onder l
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan;
Overgenomen, aangepast aan systeem
geluid/Verkeer
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
* Lid 1. Degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.3.1.2, is verplicht…………sub a t/m j.
Overgenomen, aangepast aan systeem
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
ongewone voorvallen
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
32
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.1, tweede lid, onder n 2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater;
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.1, tweede lid, onder p
Activiteitenbesluit milieubeheer
Onderwerp
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
Overgenomen, aangepast aan systeem
goed onderhoud
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
2.3.1.2 juncto 2.3.1.4 Zie hierboven
Overgenomen, aangepast aan systeem Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
2.1, tweede lid, onder q
2.3.1.4, derde lid, onder b
2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: het beschermen van de duisternis en het donkere landschap in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.
3. De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat: b. de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.
Overgenomen, aangepast aan systeem
Artikel huidige wet
Artikel bruidsschat omgevingsplan
2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: het doelmatig beheer van afvalstoffen;
conform specifieke zorgplicht en oogmerken Bal
Donkerte
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
Artikel Schrappen of bruidsschat behouden waterschapsv.
Toelichting
Aspect
33
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.1, derde lid
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.1, vierde lid
Geschrapt, overig
Water
Het eerste en tweede lid, onderdelen b, c, d, n, o en p, zijn van overeenkomstige toepassing op degene die, anders dan vanuit een inrichting, loost ten gevolge van agrarische activiteiten dan wel activiteiten die daarmee verband houden. Het bevoegd gezag kan met betrekking tot de verplichting, bedoeld in het eerste en derde lid, maatwerkvoorschriften stellen voor zover het betreffende aspect bij of krachtens dit besluit niet uitputtend is geregeld. Deze maatwerkvoorschriften kunnen mede inhouden dat de door degene die de inrichting drijft dan wel degene die loost, te verrichten activiteiten worden beschreven alsmede dat metingen, berekeningen of tellingen moeten worden verricht ter bepaling van de mate waarin de inrichting dan wel het lozen, bedoeld in het derde lid, nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt.
2.3.1.5 (maatwerkvoorschriften)
Geschrapt, verwerkt in maatwerk
geen enkel onderwerp is meer uitputtend geregeld, conform systematiek Bal
34
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.1a
Geschrapt, overig
Deze afdeling is van toepassing op degene die:
Water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
a. een inrichting type A of een inrichting B drijft, of b. een inrichting type C drijft, voor zover binnen de inrichting activiteiten worden verricht waarop hoofdstuk 3 van toepassing is.
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.2, eerste lid Het is verboden: a. afvalwater te lozen op of in de bodem, tenzij het lozen is toegestaan bij of krachtens de artikelen 2.2b, 3.1 tot en met 3.5, 3.6, 3.6a, 3.6f, 3.6g, 3.10k, 3.16h, 3.23d, 3.24, 3.32 tot en met 3.34, 3.47, 3.60, 3.61, 3.62, 3.77, 3.87, 3.100, 3.102, 3.105, 3.129, 3.131, 3.150, 4.74c, 4.74k, 4.104, 4.104b en 4.104c,
2.3.26.14 en 2.3.26.15
Overgenomen, tekstueel aangepast
Water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
b. afvalwater en andere afvalstoffen te lozen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater niet zijnde een 35
vuilwaterriool, tenzij het lozen is toegestaan bij of krachtens de artikelen 2.2b, 3.1 tot en met 3.3, 3.6, 3.6a, 3.6f, 3.6g, 3.60, 3.61, 3.62, 3.150, 4.74c, 4.74k en 4.104e.
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.2, tweede lid
2.3.26.14
In afwijking van het eerste lid, onder a, is lozen op of in de bodem verboden, indien daarbij stoffen zonder doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.
(vangnetvergunning lozen in de bodem) In de voorgaande paragrafen van deze afdeling zijn verschillende lozingen in de bodem toegestaan. Voor alle andere lozingen is een voorafgaande toestemming vereist, vanwege de nadelige gevolgen die dergelijke lozingen kunnen hebben voor de bodemkwaliteit. De voorafgaande toestemming heeft de vorm van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Voorheen was hiervoor een maatwerkvoorschrift op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozen buiten inrichtingen of het Besluit lozing afvalwater huishoudens vereist. Een omgevingsvergunning ligt echter meer voor de hand, omdat de activiteit zonder toestemming geheel verboden is. De vergunningplicht geldt niet voor lozingen die afkomstig zijn van milieubelastende
Overgenomen, tekstueel aangepast
Water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
36
activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Dat besluit bevat immers al de regels die ter bescherming van de bodem nodig zijn.
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.2, derde lid Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het eerste en tweede lid niet van toepassing zijn en dat lozen op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater niet zijnde een vuilwaterriool is toegestaan indien het belang van de bescherming van het milieu zich gelet op de samenstelling, hoeveelheid en eigenschappen van de lozing daartegen niet verzet.
2.2, vierde lid Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in het derde lid kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot: a. de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van de lozing en het meten en registreren daarvan;
Geschrapt, verwerkt in maatwerk
Water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
Geschrapt, verwerkt in maatwerk
Water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat.
37
b. te treffen maatregelen; c. de duur van de lozing; en d. de plaats van het lozingspunt.
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.2, vijfde lid
2.3.26.14
Het eerste lid, onder a, en het tweede lid zijn niet van toepassing op lozen in de bodem waaraan in een vergunning op grond van artikel 6.4 of artikel 6.5, onderdeel b, van de Waterwet, dan wel een vergunning op grond van een verordening van het waterschap voorschriften zijn gesteld.
(vangnetvergunning lozen in de bodem) In de voorgaande paragrafen van deze afdeling zijn verschillende lozingen in de bodem toegestaan. Voor alle andere lozingen is een voorafgaande toestemming vereist, vanwege de nadelige gevolgen die dergelijke lozingen kunnen hebben voor de bodemkwaliteit. De voorafgaande toestemming heeft de vorm van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Voorheen was hiervoor een maatwerkvoorschrift op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozen buiten inrichtingen of het Besluit lozing afvalwater huishoudens vereist. Een omgevingsvergunning ligt echter meer voor de hand, omdat de activiteit zonder toestemming geheel verboden is. De vergunningplicht geldt niet voor lozingen die afkomstig zijn van milieubelastende activiteiten als bedoeld in
Overgenomen, tekstueel aangepast
Water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
38
hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Dat besluit bevat immers al de regels die ter bescherming van de bodem nodig zijn.
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.2a
Geschrapt, verwerkt in maatwerk
Indien er sprake is van een zodanige combinatie van meerdere activiteiten, dat een scheiding van het afvalwater, afkomstig van die activiteiten, niet doelmatig is, kan het bevoegd gezag, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, op verzoek van de aanvrager bij maatwerkvoorschrift aan het lozen voorwaarden stellen, die afwijken van de voorwaarden die aan het lozen als gevolg van een afzonderlijke activiteit bij of krachtens hoofdstuk 3 of 4 zijn gesteld.
2.3, eerste lid Emissiemetingen ter controle op de naleving van de emissie-eisen voor het lozen worden uitgevoerd volgens: sub a t/m t
Water
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat.
diverse artikelen met meetvoorschriften
diverse Overgenomen, artikelen met tekstueel aangepast meetvoorschriften Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
Water
39
Onderwerp
Artikel huidige wet
Artikel bruidsschat omgevingsplan
Artikel Schrappen of bruidsschat behouden waterschapsv.
Toelichting
Aspect
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.3, tweede lid
diverse artikelen met meetvoorschriften
diverse Overgenomen, artikelen met tekstueel aangepast meetvoorschriften Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
vet
Water
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.7a, eerste lid
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.7a, tweede lid
De monstername ten behoeve van de emissiemetingen ter controle van de naleving van de emissie-eisen voor het lozen wordt uitgevoerd volgens NEN 6600-1 en de conservering van het monster wordt uitgevoerd volgens NENEN-ISO 5667-3. Het monster wordt niet gefiltreerd en de onopgeloste stoffen worden meegenomen in de analyse. Indien bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt daarbij geurhinder bij geurgevoelige objecten voorkomen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is wordt de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt.
Het bevoegd gezag kan, indien het redelijk vermoeden bestaat dat niet aan het eerste lid
Geschrapt, verwerkt in specifieke zorgplicht
Geschrapt, overig
Geur
ondervangen door 2.3.1.8, gegevens en bescheiden op verzoek van bevoegd gezag of met maatwerkvoorschrift
Geur
40
wordt voldaan, besluiten dat een rapport van een geuronderzoek wordt overgelegd. Een geuronderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de NTA 9065.
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.7a, derde lid Bij het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder wordt ten minste rekening gehouden met de volgende aspecten: a. de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid; b. de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten; c. de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de betreffende inrichting; d. de historie van de betreffende inrichting en het klachtenpatroon met betrekking geurhinder; e. de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende inrichting, en f. de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels in de inrichting.
Geschrapt, verwerkt in specifieke zorgplicht
Geur
41
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.7a, vierde lid Het bevoegd gezag kan, indien blijkt dat de geurhinder ter plaatse van een of meer geurgevoelige objecten een aanvaardbaar hinderniveau kan overschrijden, bij maatwerkvoorschrift:
Geschrapt, verwerkt in maatwerk
Geur
a. geuremissiewaarden vaststellen; b. bepalen dat bepaalde geurbelastingen ter plaatse van die objecten niet worden overschreden, of c. bepalen dat technische voorzieningen in de inrichting worden aangebracht of gedragsregels in de inrichting in acht worden genomen om de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken.
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.7a, vijfde lid Indien een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het vierde lid wordt vastgesteld, kan het bevoegd gezag besluiten dat door degene die de inrichting drijft een rapport van een onderzoek naar de beschikbaarheid van
Geschrapt, overig
ondervangen door 2.3.1.8, gegevens en bescheiden op verzoek van bevoegd gezag of met maatwerkvoorschrift
Geur
42
technische voorzieningen en gedragsregels wordt overgelegd waaruit blijkt dat aan het eerste lid wordt voldaan.
Onderwerp
Artikel huidige wet
Artikel bruidsschat omgevingsplan
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.8b-2.11
2.3.10.3 t/m 2.3.10.5 en 2.3.14.4 t/m 2.3.14.11 en 2.3.20.2 en 2.3.21.3 t/m 2.3.21.5 en 2.3.22.3 2.3.22.5 en 2.3.23.3 t/m 2.3.23.5 en 2.3.24.5 t/m 2.3.24.12
Zie Activiteitenbesluit milieu
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.11a Deze afdeling is van toepassing op degene die een inrichting type A of een inrichting type B drijft.
Artikel Schrappen of bruidsschat behouden waterschapsv. Overgenomen, aangepast aan systeem t/m
Zie deel 5 Invoeringswet Omgevingswet 2.3.3.1 (toepassingsbereik)
Dit artikel is een nadere invulling van de specifieke zorgplicht uit dit omgevingsplan of uit artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Anders dan onder het oude 2 In afwijking van het recht, geldt dit artikel ook voor eerste lid is artikel 2.12 vergunningingplichtige van toepassing op milieubelastende activiteiten, degene die een inrichting tenzij het aspect zwerfafval al type A, een inrichting in de onherroepelijke vergunning geregeld is.11
Toelichting
Aspect
De bodemartikelen staan niet Bodem meer in een aparte themaparagraaf, maar bij de activiteiten waarvoor ze gelden
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
Overgenomen, inhoudelijk aangepast
Geldt nu ook voor vergunningplichtige MBA
Afval
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
43
type B of een inrichting type C drijft
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.13
2.3.3.2 (afval: zwerfvuil)
Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen die uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van 25 meter van de inrichting.
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt binnen een straal van 25 m rond een bedrijf of instelling zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen verwijderd die van dat bedrijf of die instelling afkomstig zijn of er voor zijn bestemd.
2.14c (toepassingsbereik)
2.3.2.1
Deze afdeling is van toepassing op degene die een inrichting type A of een inrichting type B drijft.
(toepassingsbereik) Dit artikel is niet van toepassing op activiteiten die in het Besluit activiteiten leefomgeving aangewezen zijn als milieubelastende activiteiten. Voor die activiteiten geldt paragraaf 5.4.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving de voorschriften. Het tweede lid kan slechts betrekking hebben op milieubelastende activiteiten die niet onder het besluit Activiteiten leefomgeving vallen en die op grond van dit omgevingsplan vergunningplichtig zijn en waarvoor in de onherroepelijke vergunning al voorschriften over energiebesparing staan. In dat geval gelden de
Overgenomen
Afval
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
Overgenomen, aangepast aan systeem
Werkingssfeer
Energie
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
44
voorschriften uit de vergunning.
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.15, eerste lid Degene die de inrichting drijft neemt alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder
2.3.2.2, eerste lid (energie: maatregelen) Dit artikel vervangt artikel 2.15 uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze paragraaf is overgenomen uit paragraaf 5.4.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Zie de bij deze paragraaf horende toelichting voor een uitleg van deze artikelen. P.M. Ten tijde van het schrijven van dit artikel is een Ontwerpbesluit tot wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer in verband met de informatieplicht voor energiebesparende maatregelen openbaargemaakt. De energiebesparingsmaatregelen waarnaar verwezen worden zullen nog worden overgenomen uit bijlage 10 van de Activiteitenregeling milieubeheer/ bijlage bij de Omgevingsregeling, minus de gebouwgebonden maatregelen.
Overgenomen, aangepast aan systeem
Energie
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
45
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.15, tweede lid Degene die de inrichting drijft rapporteert uiterlijk op 1 juli 2019 en daarna eenmaal per vier jaar aan het bevoegd gezag welke energiebesparende maatregelen zijn getroffen.
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.15, derde lid
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.15, vierde lid
Geschrapt, verwerkt in maatwerk
Energie
Geschrapt, overig
Energie
Geschrapt, overig
Energie
Indien andere maatregelen zijn uitgevoerd dan de maatregelen die bij ministeriële regeling zijn aangewezen, voor zover deze op de inrichting van toepassing zijn, worden deze maatregelen in de rapportage omschreven. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift een gefaseerde uitvoering van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, toestaan waarbij rekening wordt gehouden met de bedrijfseconomische omstandigheden van de inrichting. Hierbij stelt het bevoegd gezag per maatregel een redelijke termijn vast waarbinnen die maatregel moet zijn uitgevoerd.
46
Onderwerp
Artikel huidige wet
Artikel bruidsschat omgevingsplan
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.15, vijfde lid
2.3.2.2, tweede lid, onder a
Indien aannemelijk is dat niet wordt voldaan aan het eerste lid, kan het bevoegd gezag degene die de inrichting drijft waarvan het energieverbruik in enig kalenderjaar groter is dan 200.000 kilowatt uur aan elektriciteit of groter is dan 75.000 kubieke meter aardgasequivalenten aan brandstoffen, verplichten om binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn, onderzoek te verrichten of te laten verrichten waaruit blijkt of aan het eerste lid wordt voldaan
2. Het eerste lid is niet van toepassing: a. als het energieverbruik van de milieubelastende activiteit en andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die de milieubelastende activiteit functioneel ondersteunen, in het voorafgaande jaar kleiner is dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen;
2.15, zesde lid
2.3.2.2, tweede lid, onder b
Activiteitenbesluit milieubeheer
Artikel Schrappen of bruidsschat behouden waterschapsv. Overgenomen, aangepast aan systeem
Toelichting
Aspect
Energie
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
* lid 1: 1. Alle energiebesparende maatregelen worden getroffen met een terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar.
Indien uit het …… als artikel 15.51 of 16.5 van onderzoek, bedoeld in de Wet milieubeheer van het vijfde lid, blijkt dat toepassing is; niet wordt voldaan aan het eerste lid, neemt degene die de inrichting drijft de in het eerste lid bedoelde maatregelen binnen een door het bevoegd
Overgenomen, aangepast aan systeem
Energie
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
47
gezag te bepalen redelijke termijn.
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.16b
2.3.4.2 (toepassingsbereik)
Deze afdeling is van toepassing op degene die een inrichting type A of een inrichting type B drijft.
1. Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid door een activiteit, op: a. geluidgevoelige gebouwen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein; b. geluidgevoelige gebouwen die in dit omgevingsplan, anders dan in het tijdelijk deel daarvan, of in een na de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit zijn toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar. 3. Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. activiteiten met verplaatsbare mijnbouwwerken als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. activiteiten op spoorwegemplacementen. 4. Artikel 2.3.4.1, 2.3.4.3 tot en met 2.3.4.24zijn niet van toepassing op activiteiten waarvoor voorschriften over geluid zijn verbonden aan een
Overgenomen, inhoudelijk aangepast
uitgebreid met Geluid vergunningplichtige activiteiten
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
48
voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning.
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.17, eerste lid, onder a 2.3.4.8, eerste en tweede lid Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;
(geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen) 1. Met het oog op het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 2.3.4a. (* Zie tabel) 2. Met het oog op het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 2.3.4b.
Overgenomen, aangepast aan systeem
Geluid
Akkoord, geen wijzigingen tov bruidsschat
* Zie activiteitenbesluit voor tabel
Activiteitenbesluit milieubeheer
2.17, eerste lid, onder b 2.3.4.8, derde lid de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax
De in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in de tabellen 2.3.4a en 2.3.4b opgenomen maximale geluidniveaus LAmax
Overgenomen, aangepast aan systeem
Geluid
Akkoord, geen 49
Activiteitenbesluit milieubeheer
Activiteitenbesluit milieubeheer
niet van toepassing zijn zijn niet van toepassing op op laad- en laad- en losactiviteiten. losactiviteiten;
wijzigingen tov bruidsschat
2.17, eerste lid, onder c de in tabel 2.17a aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; 2.17, eerste lid, onder d 2.3.4.4, onder d
Geschrapt, verwerkt in specifieke zorgplicht
de in tabel 2.17a aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein, met dien verstande dat de waarden in geval van ligplaatsen, bestemd om te worden ingenomen door een woonschip als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van het Besluit geluidhinder, slechts gelden voor zover deze ligplaatsen als zodanig zijn