Bijlage 2 Bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
2025 Milieuhygiënisch bodemonderzoek Hiddinkdijk 30-30a te Heelweg
MM25129 Montferland Milieu B.V. 13-10-2025
TITELBLAD Projectnaam Projectnummer
Hiddinkdijk 30-30a te Heelweg MM25129
Adres
Hiddinkdijk 30-30a
Postcode en plaats
7055 AS Heelweg
Gemeente
Oude IJsselstreek
Opdrachtgever
Initiatiefnemer
Adres
Hiddinkdijk 30-30a
Postcode en plaats
7055 AS Heelweg
Gemeente
Oude IJsselstreek
Opdrachtnemer Adres Postcode en plaats
Montferland Milieu B.V. Zeddamseweg 77 7041 CN ‘s-Heerenberg
Opsteller
AEL
Autorisatie
HWI
info@montferlandmilieu.nl
Website
www.montferlandmilieu.nl
Telefoonnummer
Versienummer
0314-640414
1
Status
Definitief
Datum
13-10-2025
Aanleiding
Planologische procedure
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ..................................................................................................................................................... 3 1.1
Achtergrond ........................................................................................................................................ 3
1.2
Kwaliteit .............................................................................................................................................. 3
1.3
Betrouwbaarheid ................................................................................................................................ 3
1.4
Onafhankelijkheid ............................................................................................................................... 4
1.5
Leeswijzer ............................................................................................................................................ 4
2.
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................................ 5 2.1
Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................................... 5
2.2
Huidige en toekomstige situatie ......................................................................................................... 6
2.3
Historie ................................................................................................................................................ 6
2.4
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten .......................................................................... 8
2.5
Asbest .................................................................................................................................................. 8
2.6
PFAS .................................................................................................................................................... 8
2.7
Voorgaande onderzoeken ................................................................................................................... 9
2.8
Geohydrologie ..................................................................................................................................... 9
2.9
Locatie inspectie.................................................................................................................................. 9
2.10
Conclusie vooronderzoek .................................................................................................................. 10
3.
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET .......................................................................................................... 11 3.1
Verkennend bodemonderzoek ......................................................................................................... 11
3.2
Verkennend asbestonderzoek .......................................................................................................... 11
4.
RESULTATEN ............................................................................................................................................... 12 4.1
Visuele inspectie maaiveld ................................................................................................................ 12
4.2
Uitvoering veldwerk .......................................................................................................................... 12
4.3
Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses ................................................................... 13
4.4
Toetsing Omgevingswet .................................................................................................................... 13
4.5
Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek ....................................................... 14
4.6
Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek ........................................................ 15
4.7
Interpretatie analyseresultaten asbest SEM-analyse........................................................................ 15
5.
AANVULLEND ASBESTONDERZOEK ............................................................................................................. 16 5.1
Algemeen .......................................................................................................................................... 16
5.2
Onderzoeksopzet .............................................................................................................................. 16
5.3
Uitvoering veldwerk .......................................................................................................................... 16
5.4
Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses ................................................................... 17
5.5
Interpretatie analyseresultaten aanvullend asbestonderzoek ......................................................... 17
5.5
Interpretatie analyseresultaten aanvullend bodemonderzoek ........................................................ 17
6.
CONCLUSIE .................................................................................................................................................. 18 6.1
Algemeen .......................................................................................................................................... 18
6.2
Conclusie en aanbevelingen .............................................................................................................. 18
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3a BIJLAGE 3b BIJLAGE 3c BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13 BIJLAGE 14 BIJLAGE 15
Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Situatietekening met monsternamepunten Situatietekening met verontreinigingscontouren Boorbeschrijvingen Analysecertificaten grond Analysecertificaten asbest Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen Toelichting toetsingskader Verklarende woordenlijst Omgevingswet (OW)
1.
INLEIDING
1.1 Achtergrond In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht aan de Hiddinkdijk 30-30a te Heelweg (gemeente Oude IJsselstreek). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. Het milieuhygiënisch vooronderzoek kent een trapsgewijze benadering, waarbij een volgend onderzoek (NEN5740/NEN5707) alleen nodig is als de noodzaak daartoe blijkt uit het milieuhygiënisch vooronderzoek. Zo blijft de onderzoekslast voor de initiatiefnemer beperkt tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of er een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is en welke mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico B.V. te Barneveld.
Montferland Milieu B.V. werkt volgens een kwaliteitssysteem (methode C), zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. In bijlage 15 staan de belangrijkste nieuwe regels uit de omgevingswet samengevat. 1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5740 (NEN5740:2023 nl ‘Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’). Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5707 (NEN5707+C2:2017 nl ‘Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond’) en/of conform de Nederlands Norm NEN5897 (NEN5897+C2:2017 nl ‘Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat’). Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze normeringen, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2023 nl 'Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Het bodemonderzoek betreft een momentopname.
Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Hoewel voldaan wordt aan de geldende wetten en regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Montferland Milieu B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de initiatiefnemer naar aanleiding van het door Montferland Milieu B.V. uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
MM25129
3
1.4
Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 11. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door erkende medewerker H. Wissink van Montferland Milieu B.V. (K-0219026-1).
Onze rapportage is opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en BRL protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder KWALIBO regelgeving uit het de regeling bodemkwaliteit, prevaleert boven de AVG. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.
MM25129
4
2.
VOORONDERZOEK
2.1 Geraadpleegde bronnen Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. In bijlage 10 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Het milieuhygiënisch vooronderzoek (archiefonderzoek/interview/locatie-inspecties) is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek (veld- en laboratoriumonderzoek) van de bodem. Doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is het vormen van een totaalbeeld van mogelijke bodembedreigende activiteiten die op de bodemgevoelige locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden. In het onderzoek wordt vastgesteld of er aanleiding is tot het uitvoeren van een verkennend bodem- en/of asbestonderzoek. Indien erop basis van het vooronderzoek (NEN 5725) aannemelijk kan gemaakt worden dat er in alle redelijkheid geen verontreiniging zijn te verwachten (niet verdacht). Is het uitvoeren van een verkennend bodem- en/of asbestonderzoek niet noodzakelijk.
Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de initiatiefnemer informatie van de gemeente informatie uit gemeentelijk archief informatie van de website gisviewer.odachterhoek.nl informatie van de website Gelderland.nl/kaarten-en-cijfers informatie uit het Provinciaal informatiesysteem informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website DINOloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl informatie van KLIC online luchtfoto’s locatie inspectie Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van deze bronnen, waardoor we niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Montferland Milieu B.V. streeft wel naar het geven van een zo volledig mogelijk en betrouwbaar beeld.
MM25129
5
2.2 Huidige en toekomstige situatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hiddinkdijk 30-30a te Heelweg (gemeente Oude IJsselstreek). De locatie is kadastraal bekend als gemeente VSV00, sectie H, nummer 2181, 2182, 2187, 2718, 2996, 3774, 3776 en 3777. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 7.400 m². In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocatie bevindt zich in het buitengebied van Heelweg en betreft een perceel met een agrarische bestemming, waarop zich een woning en diverse bijgebouwen bevinden. De initiatiefnemer is voornemens de bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’, de bijgebouwen te amoveren en nieuwbouw te realiseren.
Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl
Figuur 2: Toekomstige situatie
2.3 Historie Informatie van de gemeente/gemeentelijk archief Uit de beschikbare informatie blijkt dat op vier locaties bovengrondse opslagtanks en op één locatie opslag van olie en petroleum aanwezig zijn geweest. Deze locaties zijn weergegeven op de situatietekening in figuur 3. Daarnaast is gebleken dat er in het verleden een ondergrondse opslagtank aanwezig is geweest, vermoedelijk in de tuin of het toegangspad. De exacte locatie hiervan is niet bekend, maar mogelijk kan de initiatiefnemer hierover meer duidelijkheid verschaffen. Uit navraag blijkt dat er inderdaad meerdere opslagtanks aanwezig zijn geweest. Alleen de groen omcirkelde locatie (zie figuur 4) betrof een ondergrondse tank. De (oud-)bewoner kan zich echter niet herinneren dat er rechtsboven op de tekening een dieseltank van 1.200 liter heeft gestaan. Alle opslagtanks zijn reeds geruime tijd geleden verwijderd.
Figuur 3: Weergave verdachte locaties
MM25129
Figuur 4: Weergave ondergrondse tank/ niet aanwezig
6
Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het perceel al voor 1900 bebouwd is geraakt. Daarbij dient te worden opgemerkt dat historische kaarten mogelijk enige afwijkingen vertonen in de positionering en geen volledig nauwkeurig beeld geven van de feitelijke situatie ter plaatse.
Figuur 5: Historische kaart (1900)
Figuur 6: Historische kaart (1940)
Figuur 7: Historische kaart (1980)
Figuur 8: Historische kaart (2005)
Informatie van het Provinciaal informatiesysteem Uit informatie uit het provinciale informatiesysteem blijkt dat er een ondergrondse dieseltank aanwezig is (geweest). In 2004 heeft CSO een historisch onderzoek uitgevoerd, waaruit naar voren komt dat de tank niet conform de Kiwa-richtlijnen is verwijderd. De bijbehorende omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 10.
Figuur 9: Weergave omgevingsrapportage
MM25129
7
2.4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten De gemeente Oude IJsselstreek beschikt, in samenwerking met 9 andere gemeenten in de Regio Achterhoek over een Nota Bodembeheer / Bodemkwaliteitskaart (Lievense Milieu B.V., projectnummer: SOB011396, 2020). De bodemgevoelige locatie ligt binnen de bodemfunctie "Landbouw/natuur". De gemeente Oude IJsselstreek hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde (AW) is gelegen, geldt de AW als de gebiedseigen bodemkwaliteit. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. Volgens de Nota Bodembeheer worden boerenerven in het buitengebied uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. De weergegeven bodemkwaliteit geldt derhalve slechts ter indicatie. Bodemkwaliteitskaart Ontgravingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Ontgravingsklasse tussenlaag Landbouw/natuur Ontgravingsklasse ondergrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse tussenlaag Landbouw/natuur Toepassingsklasse ondergrond Landbouw/natuur 2.5 Asbest Volgens de asbestdakenkaart zijn meerdere gebouwen op de onderzoekslocatie verdacht (paars) op het voorkomen van asbesthoudende dakplaten.
Er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele verhardingslagen, dempingen of overige verdachte activiteiten.
Figuur 10: Weergave asbestdakenkaart 2.6 PFAS Op 29 december 2023 is het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, versie december 2023’ gepubliceerd. Dit kader is per 1 januari 2024 van kracht en vormt sindsdien een beleidsneutrale, maar formeel geïntegreerde uitwerking binnen de Omgevingswet. Het handelingskader beschrijft onder welke voorwaarden PFAS-houdende grond en baggerspecie mag worden hergebruikt. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (< 25 m) zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Voor de definiëring van PFAS-puntbronlocaties zijn diverse documenten beschikbaar onder andere via Expertisecentrum PFAS. Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s/(bedrijfs-)activiteiten met een verdenking tot de aanwezigheid van PFAS voorkomen. Vooralsnog wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit beperkt tot verhoogde PFAS-gehaltes voornamelijk in de bovengrond.
MM25129
8
2.7 Voorgaande onderzoeken In 2004 heeft CSO een historisch onderzoek uitgevoerd, waaruit naar voren komt dat de tank niet conform de Kiwa-richtlijnen is verwijderd. In de nabije omgeving van de onderzoekslocatie hebben voorzover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen relevante bodemverontreiniging aanwezig die eventueel invloed hebben op de onderzoeksstrategie.
Figuur 11: Voorgaande onderzoeken
Figuur 12: Verontreinigings- saneringscontouren
2.8 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op een hoogte van circa 19,0 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 17,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,0 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting westelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk worden beïnvloed door sloten, beken, rivieren, rioleringen, onttrekkingen e.d. 2.9 Locatie inspectie Tijdens de terreininspectie zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging of mogelijke bronnen daarvan. Er zijn geen kenmerken waargenomen, zoals vulpunten, ontluchtingsleidingen of verzakkingen, die wijzen op de (voormalige) aanwezigheid van een ondergrondse opslagtank. In de huidige situatie zijn ook geen bovengrondse opslagtanks of opslag van olie en vergelijkbare stoffen aangetroffen. Op het erf zijn inspectieboringen uitgevoerd. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. Er is echter geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Op basis van deze bevindingen wordt het erf als verdacht beschouwd met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreinigingen, waaronder mogelijk asbest. Een aantal gebouwen is voorzien van een dak met asbesthoudende golfplaten. Voor zover visueel waarneembaar, zijn deze platen niet ernstig beschadigd. Het regenwater wordt echter niet opgevangen via dakgoten, waardoor het rechtstreeks op het maaiveld terechtkomt. Hierdoor is de kans op verontreiniging van het maaiveld aanzienlijk. Zie de onderstaande foto’s van de aanwezige bebouwing.
Figuur 13: Onverharde druppelzone
MM25129
Figuur 14: Locatie vml. ondergrondse dieseltank
9
2.10 Conclusie vooronderzoek De voormalige locaties van de onder- en bovengrondse opslagtanks, evenals de plaatsen waar olie en petroleum zijn opgeslagen, worden als verdacht beschouwd met betrekking tot mogelijke bodemverontreiniging. Daarnaast wordt de schuur met een asbesthoudend dak, waarvan het hemelwater rechtstreeks op het maaiveld wordt afgevoerd, aangemerkt als een verdachte locatie voor de mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem. Ook het erf wordt, vanwege het aantreffen van bodemvreemd materiaal, als verdacht beschouwd. Het overige terrein wordt vooralsnog als onverdacht aangemerkt ten aanzien van bodemverontreinigingen.
MM25129
10
3.
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET
3.1 Verkennend bodemonderzoek Het milieuhygiënisch bodemonderzoek zal worden uitgevoerd conform de richtlijn NEN 5740, ‘Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’. De voormalige locaties van de bovengrondse dieseltanks en de opslag van olie en petroleum worden aangemerkt als verdachte locaties met een plaatselijke bodembelasting en hiervoor wordt de ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een duidelijke plaatselijke kern van bodembelasting (VEP)’ gehanteerd. De vml. locatie van de ondergrondse HBO-tank (locatiecode D) wordt aangemerkt als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting en hiervoor wordt de ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO)’ gehanteerd. Gezien de aanleiding en doelstelling van het onderzoek, en het ontbreken van specifieke indicaties voor PFAShoudende bronnen of toepassingen op het perceel, is besloten om geen PFAS-onderzoek uit te voeren. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Locatiecode A
Locatie Vml. petroleumtank
Aantal boringen 2 tot ± 0,50 m -mv
Peilbuizen 1
B
Vml. opslag
2 tot ± 0,50 m -mv
1
C
Vml. dieseltank
2 tot ± 0,50 m -mv
1
Analyses grond 1 * minerale olie + vluchtige aromaten 1 * minerale olie + vluchtige aromaten 1 * minerale olie
D
Vml. dieseltank
1 tot ± 3,00 m -mv
1
1 * minerale olie
E
Vml. HBO-tank
2 tot ± 0,50 m -mv
1
1 * minerale olie
Analyses water 1 * minerale olie + vluchtige aromaten 1 * minerale olie + vluchtige aromaten 1 * minerale olie + vluchtige aromaten 1 * minerale olie + vluchtige aromaten 1 * minerale olie + vluchtige aromaten
3.2 Verkennend asbestonderzoek Voor het verkennend asbestonderzoek ter plaatse van de druppelzone (vanaf gevel tot 0,5 meter vanaf het uiteinde van het dak) is de strategie voor een verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP) aangehouden. Hierbij is per schuur minimaal 1 asbestgat gegraven tot 0,1 m -mv., waarbij één mengmonster van de toplaag is samengesteld voor analyse op asbest. Bij het aantreffen van asbestverdacht plaatmateriaal op het maaiveld of in de bodem, worden deze verzameld voor analyse op asbest. Voor het verkennend asbestonderzoek ter plaatse van het erf wordt de strategie voor een verdachte locatie aangehouden. Uitgangspunt is dat er sprake is van granulaat (>50% bodemvreemd materiaal) en dat de NEN 5897 van toepassing is (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval van recyclinggranulaat). Er wordt uitgegaan van de hypothese ‘verdachte open halfverharding’ met een oppervlakte van 500 m². Voorafgaand aan de werkzaamheden zal een visuele inspectie van het maaiveld worden uitgevoerd. Het maaiveld wordt hierbij steekproefsgewijs geïnspecteerd. De locatie wordt opgedeeld in inspectiestroken van 1,5 m en deze worden geïnspecteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Locatiecode
Locatie
F G H I J K L
Druppelzone Druppelzone Druppelzone Druppelzone Druppelzone Druppelzone Erf
MM25129
Aantal gaten in de verdachte laag (l*b*d) 6 * (0,3 m*0,3 m*0,1 m -mv) 6 * (0,3 m*0,3 m*0,1 m -mv) 4 * (0,3 m*0,3 m*0,1 m -mv) 6 * (0,3 m*0,3 m*0,1 m -mv) 6 * (0,3 m*0,3 m*0,1 m -mv) 1 * (0,3 m*0,3 m*0,1 m -mv) 8 * (0,3 m*0,3 m*0,1 m -mv)
Aantal gaten tot onderzijde verdachte laag 2
Analyses 1 * asbest in grond 1 * asbest in grond 1 * asbest in grond 1 * asbest in grond 1 * asbest in grond 1 * asbest in grond 1 * asbest in grond
11
4.
RESULTATEN
4.1 Visuele inspectie maaiveld In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. De inspectie betreft het onverharde deel van de locatie. Inspectiepunten Weersomstandigheden Type grond Conditie maaiveld Inspectie-efficiëntie Beperkingen van de inspectie Asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen? Ondefinieerbaar puin aangetroffen?
Resultaat Droog, zonnig Zand Vegetatie, klinkers, beton, asfalt en puinverharding 60% - 80% Ja, vegetatie, klinkers, beton, asfalt en puinverharding Nee Ja
4.2 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 30-06-2025 en op 25-07-2025 zijn de peilbuizen bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, welke geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de onderzoeksprotocollen en de ligging van kabels en leidingen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Per proefgat wordt het uitkomende materiaal uitgespreid in lagen van circa 2 cm dik en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Vervolgens wordt al het uitkomende materiaal gezeefd (zeeffractie 20 mm) en worden de mengmonsters samengesteld. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Boring L01 L02 L03 L04 L05 L06
Diepte boring (m -mv) 1,00 1,00 1,00 0,60 0,60 0,60
Traject (m -mv) 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,10 - 0,60 0,10 - 0,60 0,10 - 0,60
Waargenomen bijzonderheden Volledig puin Volledig puin Volledig puin Volledig puin, boring gestaakt i.v.m. ondoordringbare laag! Volledig puin, boring gestaakt i.v.m. ondoordringbare laag! Volledig puin, sterk asbestverdacht, boring gestaakt i.v.m. ondoordringbare laag!
Voor de geplaatste peilbuis geldt dat het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd. Boven het filter is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand en/of storende laag, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is ingeschat. In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Locatie
Peilbuis
Vml. petroleumtank Vml. opslag Vml. dieseltank Vml. dieseltank Vml. HBO-tank
A01 B01 C01 D01 E01
Filterstelling (m -mv) 2,00 - 3,00 2,50 - 3,50 2,50 - 3,50 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00
Grondwaterstand (m -mv) 1,54 2,13 1,55 1,56 1,63
Zuurgraad (pH) 7.30 6.20 7.00 6.80 7.40
Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 1270 280 680 490 640
Troebelheid (NTU) 78 25 65 7 2
Toelichting: Geen van de gemeten waarden van de zuurgraad en de geleidbaarheid wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. De waarde van de troebelheid is verhoogd t.o.v. de natuurlijke achtergrondwaarde (tussen 0 en 10 NTU). Door deze hoge troebelheid kan een overschatting van organische parameters ten gevolg hebben.
MM25129
12
4.3 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. Bij het samenstellen van mengmonsters bedraagt de laagdikte waarover wordt gemengd in principe 0,5 meter; alleen bij een gelijke bodemkarakteristiek kunnen monsters worden gemengd over een grotere laagdikte. Verschillende grondsoorten (b.v. klei, zand en veen) mogen niet worden vermengd. De zintuigelijke waarnemingen geven geen aanleiding het analysepakket voor grond en grondwater uit te breiden. In onderstaande tabel staan de (meng)monsters weergegeven. Verkennend bodemonderzoek Locatie Grond(meng)monster Vml. petroleumtank A-MM01 (ongeroerd) Vml. opslag B-MM02 (ongeroerd) Vml. dieseltank C-MM03 Vml. dieseltank
D-MM04
Vml. HBO-tank
E-MM05
Locatie Grondwatermonster Vml. petroleumtank A01 Vml. opslag B01 Vml. dieseltank C01 Vml. dieseltank D01 Vml. HBO-tank E01 Verkennend asbestonderzoek Locatie (meng)Monster Druppelzone F-ASMM01
Druppelzone
G-ASMM02
Druppelzone
H-ASMM03
Druppelzone
I-ASMM04
Druppelzone
J-ASMM05
Druppelzone Erf
K-ASMM06 L-ASMM07
Erf
L-ASMM08
Erf
L06
Samenstelling A03: 0.10 - 0.30 B01: 0.10 - 0.30 C01: 0.00 - 0.50, C02: 0.00 - 0.50, C03: 0.00 - 0.50 D01: 1.00 - 1.50, D01: 1.50 - 2.00, D02: 1.00 - 1.50 E01: 0.00 - 0.50, E02: 0.00 - 0.50, E03: 0.00 - 0.50 Samenstelling A01-1-1 B01-1-1 C01-1-1 D01-1-1 E01-1-1
Traject (m -mv) 0,10 - 0,30 0,10 - 0,30 0,00 - 0,50
Analyse grond Minerale olie + BTEXN Minerale olie + BTEXN Minerale olie
1,00 - 2,00
Minerale olie
0,00 - 0,50
Minerale olie
Traject (m -mv) 2,00 - 3,00 2,50 - 3,50 2,50 - 3,50 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00
Analyse water Minerale olie + BTEXN Minerale olie + BTEXN Minerale olie + BTEXN Minerale olie + BTEXN Minerale olie + BTEXN
Samenstelling F01 : 0.00 - 0.10, F02: 0.00 - 0.10, F03: 0.00 - 0.10, F04: 0.00 - 0.10, F05: 0.00 - 0.10, F06: 0.00 - 0.10 G01: 0.00 - 0.10, G02: 0.00 - 0.10, G03: 0.00 - 0.10, G04: 0.00 - 0.10, G05: 0.00 - 0.10, G06: 0.00 - 0.10 H01: 0.00 - 0.10, H02: 0.00 - 0.10, H03: 0.00 - 0.10, H04: 0.00 - 0.10 I01: 0.00 - 0.10, I02: 0.00 - 0.10, I03: 0.00 - 0.10, I04: 0.00 - 0.10, I05: 0.00 - 0.10, I06: 0.00 - 0.10 J01: 0.00 - 0.10, J02: 0.00 - 0.10, J03: 0.00 - 0.10, J04: 0.00 - 0.10, J05: 0.00 - 0.10, J06: 0.00 - 0.10 K01: 0.00 - 0.10 L01: 0.00 - 0.30, L01: 0.00 - 0.30, L02: 0.00 - 0.30, L02: 0.00 - 0.30, L03: 0.00 - 0.30, L03: 0.00 - 0.30 L04: 0.10 - 0.60, L04: 0.10 - 0.60, L05: 0.10 - 0.60, L05: 0.10 - 0.60 L06: 0.10 - 0.60, L06: 0.10 - 0.60
Traject (m -mv) 0,00 - 0,10
Analyse Asbest in grond
0,00 - 0,10
Asbest in grond
0,00 - 0,10
Asbest in grond
0,00 - 0,10
Asbest in grond
0,00 - 0,10
Asbest in grond
0,00 - 0,10 0,00 - 0,30
Asbest in grond Asbest in puin
0,10 - 0,60
Asbest in puin
0,10 - 0,60
Asbest in puin
4.4 Toetsing Omgevingswet Teneinde de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten getoetst aan bijlage IIA van het Bal en bijlage B, tabel 1, Regeling Bodemkwaliteit 2022 (interventiewaarde bodemkwaliteit voor grond) en bijlage Vd van het Bkl (signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering voor grondwater). In onderstaand schema wordt de gebruikte terminologie voor grond weergegeven: Landbouw/natuur Wonen Industrie Matig verontreinigd
Sterk verontreinigd
(interventiewaarde bodem)
De analyseresultaten zijn getoetst conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de analyseresultaten (de meetwaarden) zijn gecorrigeerd aan het in het laboratorium gemeten gehalte aan organische stof en lutum. Het is vooralsnog niet mogelijk grondwater conform de Omgevingswet te toetsen, in deze wordt tijdelijk de T13toetsing (beoordeling kwaliteit van grondwater volgens de Wbb) gehanteerd.
MM25129
13
Asbest Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem als de gemiddelde concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen: de concentratie serpentijn asbest + 10 x de concentratie amfibool asbest). Als gezondheidskundige risicowaarden voor de bodem kunnen de volgende gehalten worden gehanteerd: • 100 mg/kg (gewogen) asbest (>0,5 mm) • 10 mg/kg (gewogen) voor respirabele asbestvezels (<0,5 mm) In oktober 2022 is door de Omgevingsdienst Achterhoek een ‘Notitie toelichting en onderbouwing werkwijze asbestonderzoek en sanering ter plaatse van druppelzones, regio achterhoek’ met het kenmerk: 20221006_Notitie asbestonderzoek en sanering ter plaatse van druppelzones, oktober 2022, uitgebracht. Voor de volledige inhoud van de Notitie wordt verwezen naar bijlage 13. 4.5 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen en in bijlage 7 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 8. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst.
In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters het gehalte in de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het aangetoonde gehalte in het betreffende mengmonster. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is de eindoordeel bodemkwaliteitsklasse van grond voor het toepassen op of in de landbodem met de beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit weergegeven. Locatie
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Verhogingen
Vml. petroleumtank Vml. opslag Vml. dieseltank Vml. dieseltank Vml. HBO-tank Locatie Vml. petroleumtank Vml. opslag Vml. dieseltank Vml. dieseltank Vml. HBO-tank
A-MM01 B-MM02 C-MM03 D-MM04 E-MM05 Grondwatermonster A01-1-1 B01-1-1 C01-1-1 D01-1-1 E01-1-1
0,10 - 0,30 0,10 - 0,30 0,00 - 0,50 1,00 - 2,00 0,00 - 0,50 Traject (m -mv) 2,00 - 3,00 2,50 - 3,50 2,50 - 3,50 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00
Minerale olie (197) Gehalte >S Naftaleen (0.05) Xylenen (0.4) Naftaleen (0.03)
Grond(meng)monster: - = geen concentratie boven de betreffende normwaarde Kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ = toepasbaar (functieklasse Landbouw/natuur) Kwaliteitsklasse 'Wonen' = toepasbaar (functieklasse Landbouw/natuur - Wonen) Kwaliteitsklasse 'Industrie' = toepasbaar (functieklasse Wonen - Industrie) Kwaliteitsklasse ‘Matig verontreinigd’ = Niet toepasbaar en niet sterk verontreinigd Kwaliteitsklasse ‘Sterk verontreinigd’ = Niet toepasbaar en sterk verontreinigd
MM25129
Eindoordeel kwaliteitsklasse Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie Gehalte >T -
Beoordeling interventiewaarde Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Gehalte >I -
Grondwatermonster: - = geen concentratie boven de betreffende normwaarde >S = streefwaarde (licht verontreinigd) >T = tussenwaarde (matig verontreinigd) >I = interventieaarde (sterk verontreinigd)
14
4.6 Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek In bijlage 6 zijn de analyserapporten van het asbest opgenomen. In de onderstaande tabel zijn resultaten opgenomen van de berekeningen van de asbestconcentratie van de op locatie verzamelde asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm. Tevens is in de tabel de totale asbestconcentratie opgenomen. Deze concentratie bevat de asbestconcentratie in de fractie > 20 mm (bepaald in het veld) met de asbestconcentratie in de fractie < 20 mm (bepaald in het laboratorium). Locatie
(meng)Monster
Traject (m -mv)
Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. Druppelzone F-ASMM01 0,00 - 0,10 0 Druppelzone G-ASMM02 0,00 - 0,10 0 Druppelzone H-ASMM03 0,00 - 0,10 0 Druppelzone I-ASMM04 0,00 - 0,10 0 Druppelzone J-ASMM05 0,00 - 0,10 0 Druppelzone K-ASMM06 0,00 - 0,10 0 Erf L-ASMM07 0,00 - 0,30 0 Erf L-ASMM08 0,10 - 0,60 0 Erf L06 0,10 - 0,60 168 *Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: enkele losse vezels.
Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. 43* <0,3 <0,8 <0,3 <0,5 <0,4 86* 380* 760*
Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. 43 <0,3 <0,8 <0,3 <0,5 <0,4 86 380 3.010
Toelichting: Bij het opgegraven is in inspectiegat L06, 19 stukken asbesthoudend (plaat)materiaal in de fractie >20 mm aangetroffen. Het aangetroffen asbesthoudend materiaal bevat 10-15% chrysotiel en crocidoliet 2-5%. 4.7 Interpretatie analyseresultaten asbest SEM-analyse Naar aanleiding van het aantreffen van enkele losse vezels in het mengmonster F-ASMM01 is besloten een SEManalyse uit te voeren. In de onderstaande tabel staan de overschrijdingen weergegeven. Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Respirabele vezels L ≤ 5 µm
Respirabele vezels 5 µm < L ≤ 100 µm
Totale asbestconcentratie mg/kg d.s.
F-SEM01
0,00 - 0,10
0
2
12
Toelichting: Omdat een concentratie van meer dan 10 mg/kg d.s. is aangetoond, dient conform het geldende stroomschema asbest in bodem een volledige sanering tot aan de nulnorm te worden uitgevoerd.
MM25129
15
5.
AANVULLEND ASBESTONDERZOEK
5.1 Algemeen Op basis van de resultaten van het asbestonderzoek is vastgesteld dat de gemeten gehalten de criteriumwaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) overschrijden. In het separate monster L06 is in het puin een gehalte van 3.010 mg/kg d.s. aangetoond. In de mengmonsters L-ASMM07 en L-ASMM08 zijn respectievelijk gehalten van 86 mg/kg d.s. en 380 mg/kg d.s. vastgesteld. Gezien deze overschrijdingen wordt geconcludeerd dat er aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader asbestonderzoek ter plaatse van de aangetoonde asbestverontreiniging. 5.2 Onderzoeksopzet Aangezien in het puin verhoogde gehalten aan asbest zijn aangetoond, die de criteriumwaarde van 50 mg/kg d.s. overschrijden en de monsters onderling een vergelijkbare samenstelling vertonen, worden de monsters niet afzonderlijk verder onderzocht, maar wordt er direct overgegaan tot het afperken van de verontreiniging. Het doel van het afperken is het vaststellen van de horizontale begrenzing van de aangetoonde asbestverontreiniging, zodat de omvang van het verontreinigde gebied kan worden bepaald. De asbestverontreiniging is gerelateerd aan het aanwezige puin en hoeft niet nader verticaal te worden onderzocht, waarna een passende saneringsstrategie kan worden opgesteld. Hiervoor zullen in totaal tien afperkende sleuven worden gegraven.
De sleuven worden met een minigraver gegraven tot in de onverdachte ondergrond. De sleuven zullen een breedte van circa 0,5 meter en een lengte van circa 2 meter hebben. De uitgegraven grond/puin wordt naast de sleuven in lagen uitgespreid en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Vervolgens wordt de fijne fractie en eventueel plaatmateriaal bemonsterd. Indien sprake blijkt van lokale verontreinigingskernen ("asbestnesten") dan wordt de onderzoeksstrategie aangepast door de positionering van de sleuven aan te passen en/of door het graven van extra proefsleuven. Daarmee wordt getracht om behalve het vaststellen van het gehalte ook inzicht te verkrijgen in de omvang van de asbestverontreiniging(en). 5.3 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 22-09-2025. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse proefsleuven weergegeven. Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingindicaties. De proefsleuven zijn gegraven met behulp van een hydraulische graafmachine. De sleuven zijn 0,5 meter breed en tenminste 2 meter lang. De sleuven zijn doorgezet tot tenminste 0,5 m -mv. In de boorbeschrijvingen in bijlage 4 zijn de sleufmaten weergegeven.
Het ontgraven materiaal is visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal door middel van het uitspreiden en uitharken van het materiaal. Het asbestverdachte materiaal is verzameld. Vervolgens zijn van de uitgeharkte grond (< 20 mm) grondmengmonsters samengesteld. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Sleuf SL05 Sl09 SL10
Diepte sleuf (m -mv) 0,50 0,50 0,50
MM25129
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,20 - 0,50 0,20 - 0,50
Waargenomen bijzonderheden Matig baksteen Matig baksteen Matig baksteen
16
5.4 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn uit de uitgegraven grond en/of het puin (meng)monsters samengesteld. In de onderstaande tabel zijn de genomen monsters overzichtelijk weergegeven. Locatie Noord
(meng)Monster SL-MM01
Zuid
SL-MM02
Midden Noord Baksteenhoudende grond
SL-MM03 SL05 SL-MM06
Samenstelling Sl01: 0.00 - 0.50, Sl02: 0.00 - 0.50, Sl03: 0.00 - 0.50, Sl04: 0.00 - 0.50 Sl06: 0.00 - 0.50, Sl07: 0.00 - 0.50, Sl08: 0.00 - 0.50 Sl09: 0.20 - 0.50, Sl10: 0.20 - 0.50 Sl05: 0.00 - 0.50 Sl05: 0.00 - 0.50, Sl09: 0.20 - 0.50, Sl10: 0.20 - 0.50
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Analyse Asbest in grond
0,00 - 0,50
Asbest in grond
0,20 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Asbest in grond Asbest in grond Standaard NEN-pakket
5.5 Interpretatie analyseresultaten aanvullend asbestonderzoek In bijlage 6 zijn de analyserapporten van het asbest opgenomen. In de onderstaande tabel zijn resultaten opgenomen van de berekeningen van de asbestconcentratie van de op locatie verzamelde asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm. Tevens is in de tabel de totale asbestconcentratie opgenomen. Deze concentratie bevat de asbestconcentratie in de fractie > 20 mm (bepaald in het veld) met de asbestconcentratie in de fractie < 20 mm (bepaald in het laboratorium). Locatie
(meng)Monster
Traject (m -mv)
Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. Noord SL-MM01 0,00 - 0,50 0 Zuid SL-MM02 0,00 - 0,50 0 Midden SL-MM03 0,20 - 0,50 0 Noord SL05 0,00 - 0,50 0 *Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: geen asbest waargenomen.
Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. <0,5* <0,5* <0,7* <0,4*
Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. <0,5 <0,5 <0,7 <0,4
5.5 Interpretatie analyseresultaten aanvullend bodemonderzoek In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 8. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters het gehalte in de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het aangetoonde gehalte in het betreffende mengmonster. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is de eindoordeel bodemkwaliteitsklasse van grond voor het toepassen op of in de landbodem met de beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit weergegeven. Locatie
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Verhogingen
Baksteenhoudende grond
SL-MM06
0,00 - 0,50
Lood 66.9 Minerale olie 314 PAK (VROM) 10.4
Grond(meng)monster: - = geen concentratie boven de betreffende normwaarde Kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ = toepasbaar (functieklasse Landbouw/natuur) Kwaliteitsklasse 'Wonen' = toepasbaar (functieklasse Landbouw/natuur - Wonen) Kwaliteitsklasse 'Industrie' = toepasbaar (functieklasse Wonen - Industrie) Kwaliteitsklasse ‘Matig verontreinigd’ = Niet toepasbaar en niet sterk verontreinigd Kwaliteitsklasse ‘Sterk verontreinigd’ = Niet toepasbaar en sterk verontreinigd
MM25129
Eindoordeel kwaliteitsklasse Industrie
Beoordeling interventiewaarde Voldoet
Grondwatermonster: - = geen concentratie boven de betreffende normwaarde >S = streefwaarde (licht verontreinigd) >T = tussenwaarde (matig verontreinigd) >I = interventieaarde (sterk verontreinigd)
17
6.
CONCLUSIE
6.1 Algemeen In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht aan de Hiddinkdijk 30-30a te Heelweg (gemeente Oude IJsselstreek). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. 6.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ter plaatse van het erf zijn puinverhardingen waargenomen in de laag van 0 tot 0,60 m -mv. ▪ In de grond(meng)monster(s) ter plaatse van de vml. bovengrondse petroleum, opslag oliën en peteroleum, bovengrondse dieseltanks zijn geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie die de klasse ‘Landbouw/natuur’ van de betreffende stof overschrijdt. ▪ In de grond(meng)monsters die zijn genomen ter plaatse van de voormalige bovengrondse HBO-tank, is minerale olie aangetroffen in een concentratie die de klasse ‘Industrie’ voor deze stof overschrijdt. ▪ In het grondwater zijn lokaal geringe verhogingen van de concentraties naftaleen en xylenen vastgesteld. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De vml. bovengrondse petroleumtank (A) kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient te worden verworpen. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De vml.
bovengrondse opslag olie en petroleum (B) kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden aangenomen. De verhoging in het grondwater is echter gering en kan als niet significant beschouwd worden. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De vml. bovengrondse dieseltank (C) kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient te worden verworpen. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De vml. ondergrondse dieseltank (D) kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden aangenomen. De verhoging in het grondwater is echter gering en kan als niet significant beschouwd worden. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De vml. HBO-tank (E) kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden aangenomen. De verhogingen in de grond en in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. ▪ In het grondmengmonster genomen van de baksteenhoudende laag is PAK en minerale olie aangetroffen in een concentratie die de klasse ‘Industrie’ voor deze stof overschrijdt. ▪ Bij het verkennend asbestonderzoek is in inspectiegat L06 asbesthoudend materiaal aangetroffen. ▪ In druppelzone F is een gehalte van 43 mg/kg d.s. vastgesteld, waarbij tevens een concentratie van meer dan 10 mg/kg d.s. respirabele vezels is aangetoond.
Conform het geldende stroomschema ‘Asbest in bodem’ dient op deze locatie een volledige sanering tot aan de nulnorm te worden uitgevoerd. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De druppelzone F kan op basis van het vooronderzoek als verdacht op asbest worden beschouwd’ dient te worden aangenomen. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De druppelzones G, H, I, J en K kunnen op basis van het vooronderzoek als verdacht op asbest worden beschouwd’ dient te worden verworpen. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De erfverharding kan op basis van het vooronderzoek als verdacht op asbest worden beschouwd’ dient te worden aangenomen. ▪ Uit de analyses van de afperkende sleuven blijkt dat de criteriumwaarde van 50 mg/kg d.s. niet is overschreden, waarmee de begrenzing van de asbestverontreiniging voldoende is vastgesteld. ▪ In totaal betreft het naar schatting ongeveer 215 m³ puin dat verontreinigd is met asbest, bestaande uit circa 90 m³ in het ondiepe deel en 125 m³ in het diepere deel van de verontreinigingszone. ▪ Er is circa 5 m³ grond, over een lengte van 2 keer 25 meter, een breedte van 0,50 meter en tot een diepte van max. 0,20 m -mv, verontreinigd met asbest. ▪ Aangezien de bron van de asbestverontreiniging al is vastgesteld (de verontreiniging is te relateren aan de druppelzone) is een nader bodemonderzoek ons niet zinvol.
Het is aannemelijk dat de verontreiniging zich niet verder heeft verspreid dan de druppelzone.
MM25129
18
De erfverharding valt onder het Besluit Asbestwegen Milieubeheer (BAM). Het ‘voorhanden hebben van een asbesthoudende weg’ is verboden. Degene die weet dat hij een asbestbevattende weg heeft, moet dit melden bij het ministerie. Deze melding moet gaan naar het meldpunt van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Montferland Milieu B.V. is niet verantwoordelijk voor deze melding! De druppelzone kan gesaneerd worden middels een plan van aanpak (Paragraaf 3.2.23 Bal) en melding in het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet). De overige vastgestelde verontreinigingen geven in de huidige situatie geen aanleiding tot onaanvaardbare risico’s voor mens en milieu en leiden niet tot gebruiksbeperkingen of saneringsnoodzaak. Standaard slotopmerking: Wanneer toch tijdens eventuele graafwerkzaamheden waarnemingen worden gedaan die op een verontreiniging wijzen, dan moet het werk direct gestopt worden en moet met het bevoegd gezag worden overlegd. Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit.
Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
MM25129
19
BIJLAGE 1: Topografische kaart
Topografische kaart
A4
PROJECTNAAM: Hiddinkdijk 30-30a te Heelweg
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25129
GETEKEND: AEL DATUM: 13-10-2025
BIJLAGE: 1
BIJLAGE 2: Kadastrale kaart met gegevens
Kadastrale kaart
Kadastraal object Kadastrale gemeente:
VSV00
Sectie:
H
Perceel:
2181-2182-2187-2718 2996-3774-3776-3777
A4
PROJECTNAAM: Hiddinkdijk 30-30a te Heelweg
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25129
GETEKEND: AEL DATUM: 13-10-2025
BIJLAGE: 2
BIJLAGE 3: Situatietekening met monsternamepunten
Legenda Locatiegrens Bebouwing Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 3,0 m -mv Peilbuis
A4
Situatietekening met monsternamepunten PROJECTNAAM: Hiddinkdijk 30-30a te Heelweg
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25129
GETEKEND: AEL DATUM: 13-10-2025
BIJLAGE: 3a
A4
Situatietekening met monsternamepunten
Legenda Locatiegrens Bebouwing Inspectiegat Asbestgat druppelzone
PROJECTNAAM: Hiddinkdijk 30-30a te Heelweg
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25129
GETEKEND: AEL DATUM: 13-10-2025
BIJLAGE: 3b
Legenda Locatiegrens Bebouwing Asbestverontreiniging Druppelzone asbestverontreiniging Sleuf 200x40x50cm
A4
Situatietekening met verontreinigingscontour PROJECTNAAM: Hiddinkdijk 30-30a te Heelweg
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25129
GETEKEND: AEL DATUM: 13-10-2025
BIJLAGE: 3c
BIJLAGE 4: Boorprofielen
A0 1
1
braak / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
1 50
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an 100
150
-150
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, zuigerboor 200
200
m eet punt A01 1099221484
250
300
300 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)
-300
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 9 0 .7 4 4 4 2 0 7 9 .0 0 1 .5
A0 2
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y
-50
g r on d b or in g 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 9 0 .5 7 4 4 2 0 7 7 .9 4
A0 3 0
braak / cm t ov m aaiveld 1 2 3
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er x y
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
-50
g r on d b or in g 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 9 0 .1 4 4 4 2 0 8 0 .0 1
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H id d in k d ijk 3 0 -3 0 a t e H e e lw e g MM25129 N EN 6 6 9 3
B0 1
1 0
braak / cm t ov m aaiveld 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
2 3 50
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an 100
150
200
-200
zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal grijs, grijs, ow: geen, zuigerboor 250
250
300
350
350 t ype dat um boorm eest er x y
-350
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 6 7 .1 1 4 4 2 0 6 6 .9 2
B0 2
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y
-50
g r on d b or in g 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 6 7 .1 8 4 4 2 0 6 7 .8 6
B0 3
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er x y
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
-50
g r on d b or in g 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 6 7 .0 2 4 4 2 0 6 4 .6 3
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H id d in k d ijk 3 0 -3 0 a t e H e e lw e g MM25129 N EN 6 6 9 3
m eet punt B01 1099221458
C0 1
1
braak / cm t ov m aaiveld
0
0
klei, st erk zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
1 50
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an 100
-100
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an 150
200
-200
zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal grijs, grijs, ow: geen, zuigerboor 250
250
300
350
350 t ype dat um boorm eest er x y
-350
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 6 4 .8 6 4 4 2 0 5 6 .9 3
C0 2
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y
-50
g r on d b or in g 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 6 6 .5 1 4 4 2 0 5 7 .0 0
C0 3
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
0
klei, st erk zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er x y
0
klei, st erk zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
-50
g r on d b or in g 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 6 2 .9 2 4 4 2 0 5 6 .9 4
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H id d in k d ijk 3 0 -3 0 a t e H e e lw e g MM25129 N EN 6 6 9 3
m eet punt C01 1099221459
D01
1
braak / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
1 50
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an
2 100 3 150
-150
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, zuigerboor
4 200
200
m eet punt D01 1099221474 5
250 6 300
300 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)
-300
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 8 5 .7 9 4 4 2 1 1 6 .8 3 1 .5
D02
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50
-50 2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an
100 3 150
-150 4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, zuigerboor
200 5 250 6 300 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)
-300
g r on d b or in g 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 8 5 .8 6 4 4 2 1 1 8 .3 8 1 .5
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H id d in k d ijk 3 0 -3 0 a t e H e e lw e g MM25129 N EN 6 6 9 3
E0 1
1
braak / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
1 50
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an 100
150
-150
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, zuigerboor 200
200
m eet punt E01 1099221483
250
300
300 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)
-300
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 0 0 0 5 .0 6 4 4 2 0 9 3 .6 4 1 .5
E0 2
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y
-50
g r on d b or in g 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 0 0 0 5 .0 8 4 4 2 0 9 4 .5 6
E0 3
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er x y
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an
-50
g r on d b or in g 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 0 0 0 5 .1 8 4 4 2 0 9 2 .3 3
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H id d in k d ijk 3 0 -3 0 a t e H e e lw e g MM25129 N EN 6 6 9 3
F0 1 0
t ype dat um boorm eest er x y
braak / cm t ov m aaiveld 1
in sp e ct ie g a t 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 6 7 .5 0 4 4 2 0 8 0 .0 9
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, schep -10
m eet punt F01 1099221443
m eet punt F01 1099221444
m eet punt F01 1099221445
m eet punt F01 1099221446
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H id d in k d ijk 3 0 -3 0 a t e H e e lw e g MM25129 N EN 6 6 9 3
F0 2 0
t ype dat um boorm eest er x y
braak / cm t ov m aaiveld 1
in sp e ct ie g a t 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 6 6 .2 9 4 4 2 0 7 0 .1 9
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, schep -10
m eet punt F02 1099221447
F0 3 0
t ype dat um boorm eest er x y
braak / cm t ov m aaiveld 1
in sp e ct ie g a t 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 6 6 .9 2 4 4 2 0 6 2 .6 7
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, schep -10
m eet punt F03 1099221448
F0 4 0
t ype dat um boorm eest er x y
braak / cm t ov m aaiveld 1
in sp e ct ie g a t 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 5 6 .6 6 4 4 2 0 6 5 .3 7
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, schep -10
m eet punt F04 1099221449
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H id d in k d ijk 3 0 -3 0 a t e H e e lw e g MM25129 N EN 6 6 9 3
F0 5 0
t ype dat um boorm eest er x y
braak / cm t ov m aaiveld 1
in sp e ct ie g a t 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 5 7 .9 0 4 4 2 0 7 8 .0 7
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, schep -10
m eet punt F05 1099221450
F0 6 0
t ype dat um boorm eest er x y
braak / cm t ov m aaiveld 1
in sp e ct ie g a t 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 5 8 .3 9 4 4 2 0 8 3 .2 7
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, schep -10
m eet punt F06 1099221451
G0 1 0
t ype dat um boorm eest er x y
braak / cm t ov m aaiveld 1
in sp e ct ie g a t 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 7 1 .2 0 4 4 2 0 6 8 .4 0
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, schep -10
m eet punt G01 1099221452
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H id d in k d ijk 3 0 -3 0 a t e H e e lw e g MM25129 N EN 6 6 9 3
G0 2 0
t ype dat um boorm eest er x y
braak / cm t ov m aaiveld 1
in sp e ct ie g a t 3 0 -0 6 -2 0 2 5 H . W issin k 2 2 9 9 7 0 .5 4 4 4 2 0 5 3 .8 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, schep -10