CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 Waterhuishoudkundige analyse.pdf

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan Ph. P. Cappettilaan 19 Ulft6.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Waterhuishoudkundige analyse Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

Gemeente Oude IJsselstreek

Projectnummer: 3791.01 Datum: 11 december 2023 Versie: II

Waterhuishoudkundige analyse Ph. P. Capettilaan nabij 19 te Ulft

Gemeente Oude IJsselstreek

Opdrachtgever:

Consign bouwkundig teken- en adviesbureau

Projectnummer: Datum:

3791.01 11 december 2023

Versie:

II

Projectleider en rapporteur:

Ing. R. Schreuder

Kwaliteitscontrole:

Ing. M. Teusink

Opdrachtnemer:

Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

INHOUD

Pagina

1 INLEIDING ................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding................................................................................................................... 4 1.2 Doel van de waterhuishoudkundige analyse ............................................................. 4 1.3 Opbouw van de waterhuishoudkundige analyse ....................................................... 5 2 PLANGEBIED ............................................................................................................................... 6 2.1 Ligging plangebied...................................................................................................... 6 2.2 Huidige situatie .......................................................................................................... 6 2.3 Toekomstige situatie .................................................................................................. 7 3 GEBIEDSKENMERKEN ................................................................................................................. 9 3.1 Algemeen ...................................................................................................................

9 3.2 Maaiveldhoogte ......................................................................................................... 9 3.3 Geohydrologische bodemopbouw ........................................................................... 10 3.4 Uitgevoerd bodemonderzoek .................................................................................. 11 3.5 Infiltratiecapaciteit bodem....................................................................................... 12 3.6 Grondwater .............................................................................................................. 13 3.7 Oppervlaktewater .................................................................................................... 15 3.8 Klimaatatlas .............................................................................................................. 15 3.9 Hemelwater .............................................................................................................. 16 3.10 Vuilwater .................................................................................................................. 17 3.11 Kabels en leidingen .................................................................................................. 17 4 RELEVANT BELEID.....................................................................................................................

19 4.1 Waterschap Rijn en IJssel ......................................................................................... 19 4.2 Gemeente Oude IJsselstreek .................................................................................... 20 5 WATERHUISHOUDKUNDIGE CONSEQUENTIES EN UITGANGSPUNTEN ................................... 22 5.1 Algemeen ................................................................................................................. 22 5.2 Uitgangspunten ........................................................................................................ 22 5.3 Weg- en vloerpeilen ................................................................................................. 22 5.4 Bergingsopgave ........................................................................................................ 23 5.5 Realisatie berging ..................................................................................................... 24 5.6 Vuilwater .................................................................................................................. 25 6 SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN............................................................... 26 6.1 Samenvatting ...........................................................................................................

26 6.2 Conclusies en aanbevelingen ................................................................................... 26

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

2

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

BIJLAGEN 1. 2.

Regionale ligging en kadastrale kaart plangebied Uitgevoerde watertoets

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

3

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

1

Buro Ontwerp & Omgeving

INLEIDING In opdracht van Consign bouwkundig teken- en adviesbureau is door Buro Ontwerp & Omgeving een waterhuishoudkundige analyse opgesteld voor een locatie nabij de Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft.

1.1

Aanleiding Aanleiding voor deze waterhuishoudkundige analyse is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De herontwikkeling voorziet in de bouw van een pand waarin vier woningen gerealiseerd worden. Het plangebied is bestemd als ‘groenvoorziening’. Op basis van deze bestemming is de bouw van het pand niet mogelijk. Om de realisatie van het pand op de gewenste locatie mogelijk te maken, is er een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. De waterhuishoudkundige analyse dient als onderbouwing voor het aspect water bij het bestemmingsplan en geeft een invulling aan voor de toekomstige inrichting voor hemelwater, huishoudelijk afvalwater, grond- en oppervlaktewater.

1.2

Doel van de waterhuishoudkundige analyse In het bestemmingsplan moet worden aangetoond dat de waterhuishouding ter plaatse niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen. Om de gevolgen in kaart te brengen, dient het instrument de Watertoets te worden uitgevoerd. Naar aanleiding van de Watertoets, geeft het waterschap, in samenwerking met de gemeente, advies en uitgangspunten met betrekking tot de waterhuishouding. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van het rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Voor dit plan is op 24 januari 2023 de digitale watertoets doorlopen. Er geldt een normale procedure, dit houdt in dat nader overleg met Waterschap Rijn en IJssel dient plaats te vinden. In bijlage 2 is de samenvatting van de digitale watertoets opgenomen. De waterhuishoudkundige analyse is gebaseerd op de bij Buro Ontwerp & Omgeving bekende gegevens. Voor deze analyse is geen geohydrologisch onderzoek verricht. Om die reden kan het zijn dat de aannames ten aanzien van de waterhuishouding in het gebied afwijken van de werkelijke situatie ter plaatse.

Mocht naar aanleiding van de waterhuishoudkundige analyse blijken dat bepaalde waterhuishoudkundige maatregelen getroffen moeten worden, dan kan het nodig zijn om een geohydrologisch onderzoek uit te voeren. In een dergelijk onderzoek wordt de lokale waterhuishoudkundige situatie nauwkeuriger bepaald en worden de eventueel benodigde maatregelen uitgewerkt tot een advies.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

4

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

1.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Opbouw van de waterhuishoudkundige analyse In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de ligging van het plangebied, de huidige situatie binnen het plangebied en de situatie binnen het plangebied nadat de ontwikkeling is gerealiseerd. In hoofdstuk 3 volgen de gebiedskenmerken van het plangebied en de omgeving. De gebiedskenmerken hebben invloed op het functioneren van het watersysteem ter plaatse en geven inzicht in de (on)mogelijkheden van eventuele waterhuishoudkundige maatregelen. Het relevante beleid van het waterschap en de gemeente zijn weergegeven in hoofdstuk 4. De hoofdstukken 2 tot en met 4 leiden tot de waterhuishoudkundige consequenties en uitgangspunten voor het initiatief in hoofdstuk 5. Het zesde en laatste hoofdstuk bevat een conclusie en advies. Deze rapportage betreft versie 2. Op aangeven van het Waterschap Rijn en IJssel en in overleg met de opdrachtgever is de wijze van berging voor het hemelwater nader uitgewerkt.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

5

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

2

PLANGEBIED

2.1

Ligging plangebied

Buro Ontwerp & Omgeving

Het plangebied staat bekend als Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft en is gelegen tussen de Bongersstraat 257 en 259. Op de navolgende afbeelding is de begrenzing van het plangebied weergegeven. In bijlage 1 zijn de regionale ligging en kadastrale kaart van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 1: Ligging van het plangebied luchtfoto met plangebied

Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Gendringen, sectie T, nummer 7667 (deels). De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1.140 m2. Voor het ontsluiten van het plangebied zullen delen van het kadastrale perceel sectie T, nr. 433, wat in eigendom van de gemeente Oude IJsselstreek is gebruikt worden. 2.2

Huidige situatie Thans bestaat het plangebied uit tuin behorende bij de woning aan de Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft. Daarnaast behoort een deel van de berm van de Bongersstraat tot het plangebied. Het gehele plangebied is in de huidige situatie onverhard.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

6

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

2.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Toekomstige situatie De toekomstige inrichting voorziet in een pand met hierin 4 woningen. Daarnaast worden 4 bergingen gerealiseerd. Parkeren vindt plaats op drie parkeerplaatsen aan de zuidkant van het plangebied, vier parkeerplaatsen aan de oostkant van het plangebied en twee parkeerplaatsen op het terrein aan de voorzijde van het pand. In de voortuin zal een verharding naar de voordeur aangebracht worden. Verder wordt verharding aangebracht naar de 5 parkeerplaatsen op het achter terrein en van de woning via het achterterrein naar de parkeerplaatsen. In afbeelding 2 en 3 is het voorgenomen ontwerp van het plangebied opgenomen.

Afbeelding 2: Ontwerp bovenaanzicht

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

7

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

Afbeelding 3: Ontwerp vooraanzicht

In de toekomstige situatie zal de verharding op basis van het ontwerp circa 830 m2 betreffen, zie onderstaande tabel 2. Gezien het terrein in de huidige situatie onverhard is zal de verharding met circa 830 m2 toenemen. Tabel 1 Overzicht verhard en onverhard oppervlak toekomstige situatie plangebied Toekomstige situatie Oppervlakte (in m2) totaal plangebied Tuin (circa 325 m2)*(A) Circa 160 Daken woningen en schuurtjes Circa 290 Parkeerplaatsen Circa 90 Verharding inritten, toegang voordeur, Circa 290 toegang achterdeur Subtotaal verhard Circa 830 2 Tuin (circa 320 m )*(A) Circa 160 Groenstrook zuid- en oostzijde Circa 140 Groenstrook achter tuinen Circa 10 Subtotaal onverhard Circa 310 Totaal oppervlak plangebied *(A)

Circa 1.140

omdat de inrichting van de uitgeefbare gronden niet geheel bekend is, is als uitgangspunt opgenomen dat, naast de voorziene verhardingen 50% van de tuin wordt voorzien van verharding (bv terras, parkeerplek voor eigen woning, pad naar achter langs noordzijde woning).

Ter plaatse van de huidige berm worden 2 inritten gerealiseerd, l tussen deze inritten zal een trottoir aangelegd worden. Opgemerkt wordt dat deze verharding gerealiseerd zal worden in de berm, welke in eigendom is van de gemeente Oude IJsselstreek. Vooralsnog is deze verharding niet meegenomen is in de berekeningen voor de hemelwaterberging.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

8

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

3

GEBIEDSKENMERKEN

3.1

Algemeen

Buro Ontwerp & Omgeving

In dit hoofdstuk worden de omgevingskenmerken van het plangebied besproken die invloed hebben op het functioneren van het watersysteem ter plaatse. Dit betreft de beschrijving van de maaiveldhoogten, bodemopbouw, geohydrologische situatie, grondwaterstanden, oppervlaktewater en de riolering. 3.2

Maaiveldhoogte Voor het bepalen van de hoogtes van het maaiveld in en rond het plangebied is gebruik gemaakt van de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN3, www.ahn.nl). In afbeelding 4 is de AHN weergegeven.

Afbeelding 4: AHN

Uit deze kaart blijkt dat het maaiveld gemiddeld gelegen is op een hoogte van 14,9 m +NAP. De Bongersstraat is, net als het zuidelijk grenzende woonperceel, op circa 15,3 m +NAP gelegen.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

9

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

3.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Geohydrologische bodemopbouw De bodemopbouw is van belang omdat de textuur en samenstelling van de bodem bepaalt hoe makkelijk water kan infiltreren en hoe goed de bodem water vasthoudt. Uit de bodemkaart blijkt dat het plangebied grotendeels in niet gekarteerd gebied is gelegen. Het oostelijk deel van het plangebied bestaat uit een Poldervaaggrond welke is opgebouwd uit lichte zavel. Voor het bepalen van de opbouw van de bodem binnen het plangebied is het DINOloket geraadpleegd. In tabel 2 is de hydrologische bodemopbouw weergegeven. Tabel 2

Geohydrologische bodemopbouw (DINOloket)

m-mv

Beschrijving

Formatie

0-3,4

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

-

3,4-29 29-37

Formatie van Kreftenheye Formatie van Peize en Formatie van Waalre

Op basis van boorprofiel B41C0027 van TNO in de omgeving van het plangebied blijkt de bodem tot ca. 1,4 tot 3,0 m-mv uit matig grof, grindig zand bestaat. De toplaag tot 1,4 m-mv is niet benoemde opgebrachte grond. De bodem lijkt van 3 tot 4 m-mv uit klei te bestaan waaronder zand uit de grove categorie met grind en volledige grindlagen aanwezig zijn. In 5 is het boorprofiel en ligging van boring B41C0027 weergegeven.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

10

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

afbeelding 5: Boorprofiel B41C0027 (bron: TNO)

3.4

Uitgevoerd bodemonderzoek Voor de (voorgenomen) ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd (Buro Ontwerp & Omgeving, 3791.01, d.d. 21 maart 2023). In afbeelding 6 zijn de locaties van de geplaatste boringen weergegeven.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

11

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

Afbeelding 6: Locaties boringen verkennend bodemonderzoek

Uit de boorprofielen van de relevante (diepe) boringen geplaatst tijdens dit onderzoek, blijkt dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig grof, matig siltig zand met in de ondergrond sporen grind en vanaf 2 m-mv een matige tot sterke bijmenging met grind. De bovengrond is plaatselijk zwak humeus (ter plaatse van de berm, boring 06). In de ondergrond zijn plaatselijk sporen roest aanwezig. 3.5

Infiltratiecapaciteit bodem Op basis van de bodemopbouw kan een grove schatting gemaakt worden van de doorlatendheid van de bodem. Tabel 3 geeft de hydrologische bodemopbouw van diverse grondsoorten weer. Tevens is de classificatie van de doorlatendheid zoals weergegeven in het Cultuurtechnisch Vademecum opgenomen. Tabel 3 K-waarden grondsoorten Grondsoort Doorlaatfactor min [m/dag] Zwak siltig klei <0,0001 Matig tot sterk siltig klei 0,0001 Sterk siltig klei 0,001 Zwak zandige tot sterk zandige 0,01 klei Kleiig en uiterst fijn zand 0,1

1,0

Zeer fijn tot matig fijn zand Matig grof tot zeer grof zand

10 100

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

1,0 10 12

Doorlaatfactor max [m/dag]

Classificatie

Zeer slecht doorlatend 0,001 0,01 0,1

Slecht doorlatend 0,1-0,5: matig doorlatend 0,5 -1,0: vrij goed doorlatend Goed doorlatend Zeer goed doorlatend 3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Grondsoort

Buro Ontwerp & Omgeving

Uiterst grof zand en grind Kalkzandsteen

Doorlaatfactor min [m/dag] 100 0,5

Doorlaatfactor max [m/dag] 1000 5,0

Kleiig veen Veen

0,005 0,1

0,1 1,0

Classificatie

0,5 -1,0: vrij goed doorlatend 1,0-5,0: goed doorlatend Slecht doorlatend 0,1-0,5: matig doorlatend 0,5 -1,0: vrij goed doorlatend

Naast de mate van fijnheid van het aanwezige zand, is tevens de mate van organische stof in de bodem van belang voor de doorlaatfactor. Fijnere en meer humeuze zandfracties zijn slechter doorlatend dan grover zand en humusarme gronden. Ook de mate van siltigheid is van invloed op de doorlatendheid van de bodem. Meer siltige bodems zijn slechter doorlatend. Bodemlagen met een minimale doorlatendheid van 1,0 m/dag worden geschikt geacht voor infiltratie van hemelwater. Op basis van de geohydrologische bodemopbouw en de boorprofielen van de boringen op de onderzoekslocatie wordt verwacht dat de bodem over het algemeen geschikt is voor infiltratie. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de humeuze bovengrond in de berm mogelijk niet geschikt is voor infiltratie. Op aangeven van de opdrachtgever is geen doorlatendheidsonderzoek op de locatie uitgevoerd. 3.6

Grondwater Grondwaterstromingsrichting Verwacht wordt dat het grondwater in oostnoordoostelijke richting naar de Oude IJssel stroomt. Grondwaterstanden De grondwaterstand fluctueert gedurende het jaar. In de winter worden vaak de hoogste grondwaterstanden gemeten en de laagste standen worden in de zomer gemeten. De jaarlijkse variatie van de grondwaterstand op een locatie kan worden gekarakteriseerd door de gemiddeld hoogste (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Met de GHG kan worden bepaald of er binnen een plangebied mogelijkheden zijn voor infiltratie/waterberging. Daarnaast heeft de GHG invloed op het gebruik van het plangebied. Er dient afhankelijk van het gebruik een minimale afstand te zitten tussen het maaiveldniveau en de GHG. Deze ontwateringsdiepte moet voldoende zijn om problemen met bijvoorbeeld draagkracht en natte kelders te voorkomen. In het kader van het bodemonderzoek is één peilbuis geplaatst (peilbuis 01). Hierbij is tijdens de plaatsing (27-02-2023) en tijdens de grondwatermonstername (06-03-2023) de stand van het grondwater opgenomen. In tabel 4 zijn de betreffende grondwaterstanden weergegeven.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

13

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

Tabel 4 Opgenomen grondwaterstanden uitgevoerd bodemonderzoek Nummer peilbuis GWS plaatsing 27-02-2023 (m-mv) GWS bemonstering 06-03-2023 (m-mv) 01 1,7 1,92

Om een inschatting te maken van de GHG is gekeken naar de beschikbare monitoringspeilbuizen van Dinoloket (TNO) in de buurt van het plangebied. Circa 220 meter zuidwestelijk van het plangebied bevindt zich, aan de Nijverheidsweg, monitoringspeilbuis B41C0075. Dichter bij, of aan de andere kanten van het plangebied, bevinden zich geen grondwatermeetpunten. In afbeelding 7 is het grondwatermeetpunt weergegeven.

Afbeelding 7: Locaties grondwatermeetpunten

In onderstaande tabel 5 zijn de (statistisch) berekende grondwaterstanden weergegeven. Tabel 5 Aanduiding buis

Gegevens grondwatermeetpunten TNO Afstand tot plangebied Meetperiode (m + windrichting)

B41C0075

220

zuidoost

1992-2000

GHG (m +NAP) 90-percentiel 13,46

G-gemiddeld (m +NAP) 13,29

GLG (m +NAP) 10-percentiel 13,08

Op basis van de beschikbare gegevens kan geen betrouwbare GHG worden afgeleid voor het plangebied. Grondwateronttrekking Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of boringsvrije zone. Eventuele andere (industriële) onttrekkingen grondwater in de omgeving zijn niet bekend.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

14

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

3.7

Buro Ontwerp & Omgeving

Oppervlaktewater Voor het bepalen van de aanwezige watergangen op de planlocatie en in de directe omgeving is de leggerkaart van waterschap Rijn en IJssel geraadpleegd. Op basis van de leggerkaart is geen oppervlaktewater binnen het plangebied gelegen. Op en afstand van circa 50 meter ten oosten van het plangebied stroomt de Oude-IJssel. De dichtstbijzijnde stuw (ST54410002) heeft een streefpeil hoog van 13,4 m +NAP en laag van 13,2 m +NAP.

Afbeelding 8: Legger waterschap

3.8

Klimaatatlas De gemeente oude IJsselstreek heeft in samenwerking met Waterschap Rijn en IJssel een klimaatatlas opgesteld. De klimaatatlas maakt duidelijk op welke klimaateffecten we ons moeten instellen. Een extreme regenbui kan wateroverlast veroorzaken. Op de kaarten in afbeelding 9 en 10 is het risico van wateroverlast in beeld gebracht voor een klimaatbui met respectievelijk een kans van eens per 100 jaar (70 mm in 1 uur) en eens per 1.000 jaar (160 mm in 2 uur). Op de kaarten is te zien dat het oostelijk deel van het plangebied gevoelig is voor wateroverlast als gevolg van extreme neerslag. De Bongersstraat blijft goed begaanbaar.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

15

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

Afbeelding 9: plangebied en omgeving bij een bui van 70 mm in één uur

Afbeelding 10: plangebied en omgeving bij een bui van 160 mm in twee uur

3.9

Hemelwater In de huidige situatie zal het hemelwater grotendeels infiltreren in de grond.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

16

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

3.10 Vuilwater Uit informatie van de gemeente blijkt dat in de Bongersstraat, aan de oostkant, een betonnen vrij verval riool is gelegen met een diameter van 600 mm voor de afvoer van vuilwater. Daarnaast bevindt zich een regenwaterriool (pvc, rond 500 mm). In de westelijke berm van de Bongersstraat bevindt zich eveneens een vuilwaterriool (beton rond 600 mm). Er is ter hoogte van het plangebied geen huisaansluiting op het vuilwaterriool aanwezig.

Afbeelding 11: Rioleringstekening

3.11 Kabels en leidingen Op basis van de KLIC-melding van het Kadaster, zoals weergegeven in onderstaande figuur, blijkt dat aan de westkant van de Bongersstraat een drukriolering aanwezig. Tegen de oostelijke grens (berm Bongersstraat) of net op het plangebied zijn diverse kabels en leidingen aanwezig.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

17

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

Afbeelding 12: KLIC melding

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

18

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

4

RELEVANT BELEID

4.1

Waterschap Rijn en IJssel Ruimte maken voor water, in plaats van ruimte onttrekken aan water, is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het is essentieel dat het aspect water vanaf de start van de ontwikkeling van een ruimtelijk plan goed aan de orde komt. Elke ruimtelijke ontwikkeling biedt de kans om de wateraspecten integraal mee te nemen, zodat de doelstellingen van het plan optimaal gerealiseerd kunnen worden, zonder dat dit nadelen heeft voor de omgeving, zoals verdroging of wateroverlast. Het waterschap heeft een document opgesteld (Uitgangspunten voor waterneutraal bouwen, juni 2021) waarin toegelicht wordt op welke manier ze om willen gaan met de kwantitatieve aspecten van het waterbeheer bij stedelijke ontwikkelingen, zodat deze ontwikkelingen waterneutraal kunnen plaatsvinden (waterneutraal bouwen). Daarbij is er in het bijzonder aandacht voor situaties met extreme hoeveelheden neerslag en situaties van droogte. Doelen zijn, wateroverlast voorkomen, verdroging voorkomen en schoon water schoonhouden door regenwater te scheiden van afvalwater en hemelwater dat afstroomt via daken en wegen via een bodempassage en niet rechtstreeks te laten afstromen naar het oppervlaktewater. Uitgangspunten zijn waterneutraal en klimaatrobuust bouwen.

Om waterneutraliteit te bereiken zijn er bij ontwikkelingen, waarbij er sprake is van een toename van verhard oppervlak door gebouwen én bestratingen, maatregelen nodig om voldoende water te kunnen vasthouden of bergen binnen het plangebied. Bij een nieuwe ontwikkeling (van onverhard naar verhard) kan als vuistregel genoemd worden dat van de maatregelen om voldoende water vast te kunnen houden, ca. 90% van de compensatie nodig is om waterneutraal te blijven en ca. 10% om daarbij ook klimaatrobuust te zijn. In ruimtelijke plannen met een toename van verharding zijn infiltratie- of waterbergende voorzieningen nodig om het plan waterneutraal te maken. Aan de benodigde maatregelen voor waterneutraliteit en het rekening houden met klimaatverandering (klimaatrobuustheid) worden voorwaarden gesteld welke afhankelijk zijn van het gebied en het type ontwikkeling. Onderhavige ontwikkeling betreft een stedelijke ontwikkeling waarbij in de huidige situatie geen verharding aanwezig is. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie betreft circa 1.000 m2.

Onverhard  verhard (toekomstige) bebouwde kom Een stedelijke ontwikkeling in de (toekomstige) bebouwde kom, zoals de bouw van een woonwijk of bedrijventerrein, moet waterneutraal zijn. Om wateroverlast te voorkomen, wordt als uitgangspunt gehanteerd, dat een bui, die ca. eens per 100 jaar voorkomt (bui T100), in het plangebied wordt geborgen en vertraagd wordt afgevoerd naar het grond- en/of oppervlaktewater. Hierbij wordt rekening gehouden met klimaatontwikkeling door de bui met 10% te vergroten (klimaatrobuust, bui T100+10%). Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

19

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

De bergingseis welke hierbij van toepassing is betreft 80 mm voor de toename aan verharding. De benodigde waterbergingscompensatie wordt als volgt berekend: Aantal m3 berging = 80 mm × oppervlak (m2) toename verharding. 4.2

Gemeente Oude IJsselstreek In het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) van de gemeente Oude IJsselstreek staat beschreven hoe de gemeente haar zorgtaken voor afval-, hemel- en grondwater uitvoert. De watertaken van de gemeente bestaan uit het inzamelen en afvoeren of verwerken van stedelijk afvalwater en hemelwater. In het GRP staat beschreven dat rekening gehouden wordt met klimaatveranderingen door hierop te anticiperen. Dit wordt gedaan door het ontwikkelen van een klimaatadaptatiestrategie, waar ze zoveel mogelijk aansluiten bij het regionale uitvoeringsprogramma Zoetwater voor de Hoge Zandgronden in Oost-Nederland. Burgers en bedrijven hebben op grond van de Waterwet (artikel 3.5) een eigen verantwoordelijkheid voor het hemelwater dat op eigen terrein valt, de gemeente voor het hemelwater op openbaar gebied. Bij nieuwbouw verwerkt de particulier als het redelijkerwijs mogelijk is het hemelwater op eigen perceel. Als dat niet kan, levert hij het gescheiden van vuilwater aan op de perceelsgrens. De gemeente heeft een verplichting om zich in te spannen om afvloeiend hemelwater in te nemen en te verwerken, zolang een perceeleigenaar redelijkerwijs niet zelf het hemelwater kan verwerken. Ze voldoen aan deze inspanningsverplichting, door aan particulieren een voorziening aan te bieden om het hemelwater in te lozen.

Welke voorziening dit is, maakt voor de zorgplicht niet uit, hoewel ze een voorkeur hebben voor gescheiden rioleren. De gemeente zal per geval beoordelen welke voorziening past bij de situatie. Klimaatadaptatie wordt steeds belangrijker. Verwacht wordt dat er steeds vaker hevige regenbuien zullen voorkomen, waarbij het hemelwater niet door de riolering kan worden verwerkt en tijdelijk op straat zal blijven staan. Dit water zal naar het laagste punt stromen en op deze locatie zal voldoende ruimte moeten zijn om het water te bergen zonder schade voor de omgeving. In de wet milieubeheer (Wm artikel 10.29a) is de voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater (waaronder ook hemelwater valt) vastgelegd en deze hanteert de gemeente ook in overleg met waterschap Rijn en IJssel. 1. ontstaan afvalwater voorkomen of beperken, verontreiniging van afvalwater voorkomen of beperken 2. afvalwaterstromen scheiden tenzij 3. huishoudelijk of vergelijkbaar afvalwater  afvoer naar en behandelen in RWZI. 4. Ander afvalwater (her)gebruik in retentie/lokale behandeling, lokaal terug brengen in milieu, afvoer naar en behandelen in RWZI

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

20

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

Voor nieuwbouw binnen nieuwe bestemmingsplannen moet altijd een waterparagraaf opgesteld worden, op basis van het programma van eisen met randvoorwaarden en ontwerpgrondslagen voor het waterhuishoudkundige systeem. Met het waterschap maakt de gemeente afspraken over de waterhuishouding in nieuwe gebieden en de aanleg van waterberging. Er wordt daarbij 10% van het bruto-oppervlak beschikbaar gehouden voor water. Hemelwater moet altijd gescheiden van het overig afvalwater worden aangeleverd aan de perceelgrens. Op drukriolering mag alleen huishoudelijk afvalwater worden geloosd, daar is het systeem op ontworpen. Uitgangspunt voorde gemeente Oude IJsselstreek is dat het hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt en niet leidt tot overlast op naast gelegen percelen. Als richtlijn kan een berging van 20 mm worden aangehouden waarbij gekeken dient te worden naar de situatie ter plekke en wat daar wenselijk is.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

21

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

5

WATERHUISHOUDKUNDIGE CONSEQUENTIES EN UITGANGSPUNTEN

5.1

Algemeen In dit hoofdstuk worden de consequenties van de voorgenomen ontwikkeling voor de waterhuishouding behandeld. Daarnaast wordt ingegaan op de waterhuishoudkundige uitgangspunten voor de ontwikkeling.

5.2

Uitgangspunten In onderstaande tabel worden de uitgangspunten die van toepassing zijn op de waterhuishouding in het plangebied weergegeven. Tabel 6

Uitgangspunten

Uitgangspunt Eenheid Bron Maaiveldhoogte 14,9 m +NAP Onderhavige analyse Infiltratiecapaciteit Onbekend* m/dag Onderhavige analyse GHG Onbekend** m +NAP (m-mv) Onderhavige analyse Verhard oppervlakte ontwikkeling Circa 830 m2 Onderhavige analyse Bergingseis Waterschap 80 mm Waterschap Bergingsrichtlijn gemeente 20 mm Gemeente Hoofdwegen 0,9-1,1 m -mv Waterschap Secundaire wegen 0,7 m -mv Waterschap Nieuwe bebouwing zonder kruip- 0,3 m -mv Waterschap Ontwatering ruimte*** Nieuwe bebouwing met kruipruimte 0,7 m -mv Waterschap Tuinen, openbaar groen, sportvelden 0,5 m -mv Waterschap * Op basis van literatuur wordt verwacht dat de bodem over het algemeen goed doorlatend is (dit met uitzondering van de humeuze bovengrond ter plaatse van de berm). Er zijn echter geen veldmetingen uitgevoerd. ** op basis van de geraadpleegde literatuur kan geen betrouwbare GHG worden vastgesteld *** aanbevolen wordt een vloerpeil (drempelpeil) van minimaal 0,30 m boven as weg aan te houden.

5.3

Weg- en vloerpeilen In het stedelijk gebied is het waterbeheer vooral gericht op het voorkomen van wateroverlast, omdat hoge grondwaterstanden natte kruipruimten en vochtproblemen in huis kunnen opleveren. De ontwateringsdiepte is afhankelijk van het type stedelijk gebied. In tabel 6 zijn de richtlijnen van het waterschap voor de ontwateringsdiepte opgenomen.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

22

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

Afbeelding 13: Ontwatering en drooglegging (bron: GRP gemeente Doetinchem)

Van het plangebied is geen betrouwbare GHG vast te stellen. Tijdens de plaatsing van de boringen van het verkennend bodemonderzoek is het grondwater op 1,5 tot 1,7 m-mv waargenomen. Tijdens de bemonstering van de peilbuis stond het grondwater op 1,92 m-mv. Wanneer de huidige maaiveldhoogte (14,9 m +NAP) wordt aangehouden mag de GHG ten hoogste op 14,4 m +NAP gelegen zijn (0,5 m-mv). Op basis van de grondwaterstanden tijdens het verkennend bodemonderzoek wordt verwacht dat dit voldoet. De Bongersstraat bevindt zich op 15,3 m + NAP. Aanbevolen wordt het vloerpeil (drempelpeil) minimaal 0,30 m boven de as van de weg aan te leggen. Hiermee wordt voorkomen dat water de woning binnenstroomt als er bij heftige buien water-op-straat staat. Het vloerpeil bevindt zich dan op 15,6 m + NAP. Het huidige maaiveld bevindt zich op 14,9 m + NAP. Dit zou betekenen dat de locatie opgehoogd dient te worden. Daarnaast zijn delen van het plangebied gevoelig voor wateroverlast (zie paragraaf 3.8), ook hierom wordt ophoging aanbevolen. 5.4

Bergingsopgave Op basis van de voorgenomen ontwikkeling zal er circa 830 m2 verhard oppervlak gerealiseerd worden. Aangezien het plangebied in de huidige situatie geheel onverhard is, geld voor het planvoornemen een (statische) waterbergingsopgave van minimaal circa 66 m3 (830m2 x 80 mm). Hierbij wordt opgemerkt dat een deel van de verharding gerealiseerd wordt in de berm van de Bongersstraat, in eigendom van de gemeente Oude IJsselstreek. Deze verharding is daarom niet meegenomen in de bergingsopgave.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

23

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

5.5

Buro Ontwerp & Omgeving

Realisatie berging Binnen het plangebied dient minimaal 66 m3 hemelwater geborgen te worden. Berging van hemelwater zal plaatsvinden door het tijdelijk bergen en infiltreren in de bodem. Op basis van de opbouw en bodem en de grondwaterstanden binnen het plangebied is de verwachting dat infiltratie van hemelwater kansrijk is. Aan de achterzijde van het pand, rondom de inrit er parkeerplaatsen, zijn groenstroken voorzien. Bij de ophoging van het terrein zullen deze groenstroken minder opgehoogd worden als het overige deel van het terrein. Hemelwater wat afstroomt vanaf de verhardingen kan dan (tijdelijk) geborgen worden in deze groenstrook. Middels het verlagen van deze groenstroken met (gemiddeld) circa 10 cm kan er een bovengrondse berging van circa 15 m3 hemelwater plaatsvinden. De 7 parkeerplaatsen die zijn voorzien in het plan zullen worden aangelegd met een waterpasserende verharding (b.v. grasbeton). Deze verharding telt dan maar voor 70 % mee als verhard oppervlak. Uitgaande van toepassing van waterpasserende verharding ter plaatse van alle parkeerplaatsen is de vermindering in bergingsopgave circa 2 m3. Onder deze water passerende verharding kan hemelwater geborgen worden, middels het aanbrengen van grof zand.

Uitgaande van een laag van 40 cm zand onder de parkeerplaatsen (oppervlakte 90 m2) bedraagt de (maximale) bergingscapaciteit circa 11 m3, uitgaande van een verzadigingsgraad van ongeveer 30 % van het zand. Hemelwater dat afstroomt vanaf de verhardingen en de schuurtjes kan hierin geborgen worden. Middels bovengenoemde bergingsvoorzieningen zal er ruim voldoende berging gerealiseerd worden voor de te realiseren verhardingen rondom het complex. Ook het hemelwater dat afstroomt vanaf de schuurtjes kan geborgen worden in deze groenstroken en onder de parkeerplaatsen. Ook voor het bergen van hemelwater vanaf het dak zullen, aan de straatzijde, infiltratiekratjes aangebracht worden. Op basis van de bergingseis (80 mm) en het dakoppervlak (260 m2) dient deze bergingsvoorziening een capaciteit van 21 m3 te hebben. Deze infiltratievoorziening zal worden voorzien van een (bovengrondse) noodoverloop richting de Bongersstraat, vanwaar afvoer middels het regenwater riool plaats kan vinden. In bovenstaande berekeningen is vooralsnog alleen rekening gehouden met de statische berging in de voorzieningen en niet met infiltratie/leegloop tijdens de bui. Eén en ander dient nog civieltechnisch bekeken te worden op constructie en aanleghoogtes en afgestemd te worden met het waterschap en de gemeente Oude IJsselstreek.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

24

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

5.6

Buro Ontwerp & Omgeving

Vuilwater In overleg met de gemeente zal bekeken moeten worden of en hoe de te realiseren woningen op het bestaande rioolsysteem aangesloten kunnen worden. De toename van de DWA (droogweerafvoer) wordt bepaald door de piekafvoer en het (gemiddeld) aantal bewoners. • •

Piekafvoer afvalwater: 10 liter per uur en 120 liter per dag per inwoner (alleen overdag wordt berekend); Gemiddelde bezetting per woning: 2,2 inwoners.

De verwachtte DWA bij een piekbelasting betreft circa: Aantal woningen x 2,2 inwoner/woning x 0,012 m³/uur/inw. Thans zijn binnen het plangebied geen woningen aanwezig. In de nieuwe situatie zullen binnen het plangebied 4 woningen gerealiseerd worden. De DWA piekbelasting bedraagt dan naar inschatting circa 0,11 m3 per uur.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

25

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

6

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

6.1

Samenvatting De initiatiefnemer is voornemens om het plangebied de nabij de Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft te herontwikkelen. Voor de benodigde wijziging van het bestemmingsplan is een analyse van de waterhuishouding uitgevoerd. Uit de analyse blijkt dat: • De bodemopbouw van het plangebied voornamelijk uit matig grof zand met in de ondergrond grind bestaat; • Het maaiveld van het plangebied globaal gelegen is op een hoogte van gemiddeld circa 14,9 m +NAP; • Het maaiveld van de Bongersstraat globaal gelegen is op circa 15,3 m +NAP; • Er geen betrouwbare gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied is vast te stellen; • Op basis van de tijdens het bodemonderzoek vastgestelde grondwaterstanden wel verwacht wordt dat op basis van de huidige maaiveldhoogte voldaan wordt aan de ontwateringseis; • De infiltratie van hemelwater op basis van de beschikbare informatie binnen het plangebied als ‘kansrijk’ wordt bestempeld. Dit met uitzondering van de humeuze bovengrond ter plaatse van de berm.

Hier zal waarschijnlijk bodemverbetering noodzakelijk zijn; • Op basis van het beleid van de waterschap circa 66 m3 water geborgen dient te worden; • Deze berging gerealiseerd zal worden door het verlagen van de groenstroken aan de achterzijde van het pand, het toepassen van waterpasserende verharding, het aanbrengen van grof (cunet)zand onder de parkeerplaatsen en het aanbrengen van infiltratiekratjes; • Dat na de bouw van de 4 woningen rekening gehouden dient te worden met een DWA piekbelasting van naar inschatting circa 0,11 m3 per uur.

6.2 Conclusies en aanbevelingen Gezien de resultaten van onderhavige analyse worden er met de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied geen negatieve gevolgen verwacht voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. De uiteindelijke wijze van berging dient afgestemd te worden met de gemeente Oude IJsselstreek en het waterschap. In overleg met de gemeente dient bepaald te worden waar het vuilwater exact geloosd kan worden en dienen huisaansluitingen te worden aangevraagd. Ook de realisatie van een noodoverloop vanuit het plangebied richting de Bongersstraat zal nog besproken moeten worden.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

26

3791.01

Waterhuishoudkundige analyse

Buro Ontwerp & Omgeving

Het hemelwatersysteem dient in een latere fase verder gedimensioneerd en civieltechnisch uitgewerkt te worden. Op basis van onderhavige analyse kan geen specifieke uitspraak gedaan worden over de infiltratiecapaciteit en de GHG binnen het plangebied. Buro Ontwerp & Omgeving adviseert om ter plaatse een infiltratieonderzoek uit te voeren. Indien ondergrondse infiltratie wordt aangebracht kan het, afhankelijk van de beoogde maaiveldhoogte en diepte van de voorzieningen, wenselijk zijn de GHG in beeld te brengen.

Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft

27

3791.01

Bijlagen

Bijlage 1 Regionale ligging en kadastrale kaart plangebied

Regionale Ligging

Bron: https://app.pdok.nl/viewer/

Hier bevindt zich de onderzoekslocatie

Kadastrale kaart

Uw referentie: 3791.01

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Gendringen T 7667

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 12 januari 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 2 Watertoets

Aanvraagformulier Aanvraag ingediend op 24-01-2023 08:52

Normale procedure in Waterschap Rijn en IJssel ALGEMENE INFORMATIE e-mail: m.teus ink@ontwerpenomgeving.nl aanvraagnummer: 00009981 naam aanvraag: Normale procedure bevoegd gezag: Waters chap Rijn en IJs s el

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

24-01-2023

P agina 1 van 10

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE AANVRAAG 1.

Wat is uw naam? M. Teus ink

2.

Wat is uw emailadres ? m.teus ink@ontwerpenomgeving.nl

3.

Wat is uw telefoonnummer? 0613148922

4.

Doet u een aanvraag namens uzelf? Nee

5.

Namens wie vraagt u een watertoets aan? Cons ign, de heer F. van Elk

6.

Wat is het emailadres van de initiatiefnemer? info@con-s ign.nl

7.

Wat is het telefoonnummer van de initiatiefnemer? 0315-630891

8.

Is er contact gewees t met de gemeente? Nee

9.

Wat is de naam van het plan? Ph. P. Cappettilaan 19

10.

Geef een korte oms chrijving van het plan. Realis atie van vier levens loopbes tendige woningen in één hoofdgebouw op planlocatie nabij Ph. P. Cappettilaan 19 grenzend aan Bongers s traat. Het plangebied s taat kadas traal bekend als gemeente Gendringen, s ectie T, nummer 7667 (deels ). Daarnaas t worden parkeerplaats en en inritten gerealis eerd in de berm van de Bongers s traat welke kadas traal bekend s taat als gemeente Gendringen, s ectie T, nr. 433(deels ). De oppervlakte van het gehele plangebied incl. bermen bedraagt in totaal circa 1.280 m2.

11.

Wat is de toename aan verharding (bes trating en bebouwing) binnen het plangebied in m2? 1000

12.

Wat is het adres van het plan? Het plangebied s taat bekend als Ph. P. Cappettilaan nabij 19 te Ulft en is gelegen

24-01-2023

P agina 2 van 10

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier tus s en de Bongers s traat 257 en 259. 13.

Wilt u een bijlage toevoegen van het plan? Ja

14.

Voeg een bijlage toe. bes tands naam: Inrichtings voors tel cappettilaan.pdf

15.

Wilt u nog een bijlage toevoegen? Ja

16.

Voeg een bijlage toe. bes tands naam: Vogelvlucht.jpg

24-01-2023

P agina 3 van 10

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.

normale procedure

2.

Advies toename verharding

3.

Advies persleidingen

4.

Advies klimaatadaptie

5.

Advies kwaliteit oppervlaktewater

6.

Advies grondwaterbeheer

DETAILS 1.

normale procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waters chaps belangen raakt.

Wat moet ik doen? Gebruik als tublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" om een advies aan te vragen bij het waters chap. Hiervoor is een eenmalige regis tratie benodigd. In een s tartoverleg kan gezamenlijk bepaald worden welke wateras pecten een rol s pelen en tot welk detailniveau deze uitgewerkt dienen te worden. Dit kan ook betekenen dat er een waterhuis houdkundig plan, een geohydrologis ch onderzoek of een uitgebreide analys e van het huidige waters ys teem noodzakelijk is . Gezamenlijk wordt er invulling gegeven aan de wateras pecten. Als er overeens temming is over de inhoud van de waterparagraaf kan u de teks t opnemen in de toelichting van het ruimtelijk plan. U kunt ook contact opnemen via info@wrij.nl of met onze advis eurs : Marieke Brouwer-te Molder (m.brouwer@wrij.nl) voor de gemeenten: Deventer, Rijs s en-Holten, Hof van Twente, Haaks bergen, Z utphen, Lochem, Berkelland, Winters wijk. Jan van der Schoot (j.vanders choot@wrij.nl) voor de gemeenten: Does burg, Bronckhors t, Oos t Gelre, Oude IJs s els treek, Doetinchem, Aalten. Henk Meulenveld (h.meulenveld@wrij.nl) voor de gemeenten: Arnhem, Rozendaal, 24-01-2023

P agina 4 van 10

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier Rheden, Wes tervoort, Duiven, Z evenaar, Montferland.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

24-01-2023

P agina 5 van 10

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

2.

Advies toename verharding Een toename in het verharde oppervlak res ulteert in een vers nelde afvoer van hemelwater. Als dit hemelwater niet vertraagd wordt afgevoerd wordt het waters ys teem zwaarder belas t en het waterbezwaar naar benedens trooms e gebieden afgewenteld. Ook is er geen aanvulling van het grondwater. Ons uitgangs punt is dat het plan minimaal hydrologis ch neutraal is , of een verbetering ten opzichte van de huidige s ituatie.

Wat moet ik doen? De toename van verharding moet gecompens eerd worden door een waterbergende voorziening aan te leggen. Hierin wordt het hemelwater verzameld en geinfiltreerd in de ondergrond of vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewater.

Waar moet ik op letten? Voor ontwikkelingen binnen de (nieuwe) bebouwde kom moet het volume van de waterbergende voorziening zodanig groot zijn dat een bui T100+10% kan worden geborgen, zonder dat s chade aan gebouwen onts taat. Het benodigde volume kan berekend worden door het oppervlak aan nieuw verhard gebied (m2) te vermenigvuldigen met 80 mm. Voor ontwikkelingen in het buitengebied moet een bui T10+10% kunnen worden geborgen, dit komt overeen met een benodigd bergings volume van 55 mm per m2 nieuw verhard oppervlak.

Achtergrondinformatie

24-01-2023

P agina 6 van 10

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

3.

Advies persleidingen "Het plangebied raakt de zonerig van een pers leiding. Rioolpers leidingen trans porteren afvalwater naar de rioolwaterzuiverings ins tallatie's (RWZ I). Rondom een pers leiding is mees tal een zone van zakelijk recht van toepas s ing. De grootte van deze zone is vers chillend per pers leiding. De pers leiding dient te allen tijde bereikbaar te zijn voor onderhoud of in het geval van een calamiteit. In de zonering van een pers leiding gelden daarom beperkingen tav aanbrengen van bouwwerken en beplantingen."

Wat moet ik doen? De zonering rond een pers leiding moet in de verbeelding bij het bes temmings plan worden opgenomen. In de regels kan worden opgenomen welke beperkingen gelden in de zonering.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

24-01-2023

P agina 7 van 10

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

4.

Advies klimaatadaptie We willen waters ys teem zo inrichten, dat het beter bes tand is tegen de effecten van de verwachte klimaatverandering, zoals zwaardere buien en langere droge perioden.

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

24-01-2023

P agina 8 van 10

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

5.

Advies kwaliteit oppervlaktewater Hemelwater dat van verhard oppervlak direct afs troomt naar het oppervlaktewater kan verontreinigd raken door s pecifieke activiteiten binnen een plan. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld agraris che bedrijven, indus trieterreinen, tanks tations , autobedrijven of s loperijen etc. Het waters chap zal in deze gevallen aanvullende voorzorgs maatregelen advis eren om verontreiniging van oppervlaktewater te voorkomen.

Wat moet ik doen? U zult voorzorgs maatregelen moeten nemen om verontreiniging van oppervlaktewater te voorkomen.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

24-01-2023

P agina 9 van 10

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

6.

Advies grondwaterbeheer We s treven naar doelmatig waterbeheer dat optimaal de functies en het huidige gebruik onders teunt. Nieuwe functies s luiten aan bij het gewens t grond- en oppervlaktewaterregime. Hiermee willen we s tructurele overlas t door te hoog grondwater voorkómen en verdroging door te laag grondwater tegengaan.

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

24-01-2023

P agina 10 van 10

Aanvraagformulier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4738/documents/29138