CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting op delegatiebesluit omgevingsplan Oude IJsselstreek.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 12 januari 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1: Delegatiebesluit Omgevingsplan1.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting op Delegatiebesluit omgevingsplan Oude IJsselstreek Inleiding In het omgevingsplan worden regels over de fysieke leefomgeving vastgelegd. Het vaststellen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Dit betekent dat het aanvullen, actualiseren of aanpassen van het omgevingsplan in beginsel enkel via een raadsbesluit kan gebeuren. De raad kan ervoor kiezen om zijn bevoegdheid ten aanzien van het vaststellen van delen omgevingsplan over te dragen / te delegeren aan het college.1 Dat kan via een ‘delegatiebesluit’. In het delegatiebesluit kiest de raad voor welke onderdelen het college het omgevingsplan kan vaststellen. Door deze onderdelen over te dragen aan het college, hoeft de betreffende aanvulling of aanpassing niet door de raad te gebeuren. Dit levert doorgaans snellere besluitvorming op. Het delegatiebesluit bevat de volgende onderdelen die door de raad overgedragen worden aan het college. a. het toevoegen en/of wijzigen van begripsbepalingen voor zover dit naar verwachting geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg heeft; Hierbij gaat het om de begripsbepalingen die worden gehanteerd in het omgevingsplan. Met de begripsbepalingen wordt omschreven wat men in het omgevingsplan verstaat onder bepaalde begrippen.

Door het opnemen van deze bepaling mag het college de begripsbepalingen slechts wijzigen, of een nieuwe begripsbepaling toevoegen, wanneer deze wijziging of toevoeging naar verwachting geen – of slechts minimale – gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving. Hiervoor hoeft uw raad dan geen besluit te nemen. b. actualiseren op verdwenen waarden en nieuwe werkelijkheden (archeologie, bomen, etc.); Het omgevingsplan dient deels ook een weergave van de realiteit te zijn: waar bestaat een bepaalde archeologische verwachtingswaarde? Waar staan bepaalde bijzondere bomen? Et cetera. Door het opnemen van deze bepaling kan het college het omgevingsplan aanpassen aan een nieuwe feitelijke situatie. Hiervoor hoeft uw raad dan geen besluit te nemen. c. aanpassen referenties en verwijzingen, normstellingen, meetmethoden, etc.; Het omgevingsplan hangt in een web van regelgeving: het omgevingsplan kan verwijzen naar elementen die in andere regelgeving staan. Het kan dan gaan om begrippen, concepten, normen en voorgeschreven manieren om metingen uit te voeren. Wanneer daar veranderingen in plaatsvinden, dienen deze veranderingen ook in het omgevingsplan te worden gewijzigd. Door het opnemen van deze bepaling kan die aanpassing geschieden zonder dat uw raad daarover een besluit hoeft te nemen. 1

Artikel 2.8 Omgevingswet.

d. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 4.17 van de Omgevingswet; Na vaststelling van het omgevingsplan kan het voorkomen dat een initiatiefnemer zich meldt met een activiteit die wenselijk wordt geacht, maar eigenlijk niet binnen het vastgestelde omgevingsplan past. Hiervoor kan dan een vergunning worden afgegeven, zodat de activiteit tóch plaats kan vinden. Deze vergunning wordt de 'buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning' (BOPA) genoemd. Wanneer in deze vergunning géén einddatum is bepaald, is het een 'omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit'. De Omgevingswet schrijft voor dat het omgevingsplan actueel moet blijven. Daarom dient een dergelijke 'omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit' binnen vijf jaar in het omgevingsplan te worden opgenomen. Door het opnemen van deze bepaling kan het college het omgevingsplan in overeenstemming brengen met deze vergunning. Hiervoor hoeft uw raad dan geen besluit te nemen. e. het aanpassen van informatieproducten van het omgevingsplan; Informatieproducten zijn aanvullende gegevens bij het omgevingsplan.

De informatieproducten dienen om gebruikers snel van de benodigde informatie te kunnen voorzien, bijvoorbeeld over geluid, bodem en water. Aanvankelijk zullen deze informatieproducten vooral vanuit andere overheidsinstanties komen (Kadaster, RIVM, etc.), maar gemeenten kunnen ook zelf informatieproducten opstellen. Door het opnemen van deze bepaling kunnen wijzigingen in de informatieproducten worden verwerkt in het omgevingsplan. Hiervoor hoeft uw raad dan geen besluit te nemen. f. het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefoutjes in het omgevingsplan en de toelichting; Door het opnemen van deze bepaling kan het college verschrijvingen, niet-kloppende verwijzingen en inventarisatiefouten herstellen, zonder dat uw raad hiervoor een besluit moet nemen. g. het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten; (Gemeentelijke) monumenten moeten in het omgevingsplan vermeld staan. Het aanwijzen, wijzigen, en schrappen kan gedurende de overgangsperiode nog gebeuren op grond van de Erfgoedverordening, maar bij het aflopen van de overgangsperiode kan het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten alleen nog op basis van het omgevingsplan plaatsvinden. Dat betekent dat, wanneer er géén delegatie plaatsvindt, uw raad voor elke aanwijzing, wijziging en schrapping een besluit zal moeten nemen.

Huidige situatie: in de huidige Erfgoedverordening van de gemeente Oude IJsselstreek is het aanwijzen, wijzigen of schrappen reeds een bevoegdheid van het

college.2 Onder de huidige regelgeving is het college ook de partij die belast is met de registratie hiervan. Door het opnemen van deze bepaling kan het college zelfstandig gemeentelijke monumenten aanwijzen, wijzigen of schrappen. Hiervoor hoeft uw raad dan geen besluit te nemen. h. het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan; Het omgevingsplan is een bundeling van regels op het gebied van de fysieke leefomgeving. Momenteel is die regelgeving in veel verschillende verordeningen te vinden. Wanneer een verordening regels bevat die de fysieke leefomgeving wijzigen, dienen deze regels dus te worden overgezet naar het omgevingsplan. Door het opnemen van deze bepaling kan dat integreren van de verordeningen gebeuren zonder dat uw raad daarover een besluit hoeft te nemen. Het gaat dan wel om het ‘beleidsneutraal’ overhevelen van regels in verordeningen naar het omgevingsplan. i. wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving, wanneer deze wijzigingen geen politieke afweging behoeven; Het omgevingsplan wordt beïnvloed door hogere wet- en regelgeving. Wanneer deze hogere wet- of regelgeving wordt gewijzigd, kan dit betekenen dat het omgevingsplan daarop moet worden aangepast om conflicten tussen de hogere wetgeving en het omgevingsplan te beëindigen/voorkomen.

Door het opnemen van deze bepaling kan een dergelijke wijziging worden doorgevoerd zonder dat uw raad daarover een besluit hoeft te nemen. Voor technische wijzigingen, waarbij geen ruimte is voor een politieke afweging, kan het college de wijziging doorvoeren zonder dat er een besluit van uw raad nodig is. Wanneer er wél ruimte is voor een politieke invulling van de te wijzigen regel, dient uw raad wél een besluit te nemen. j. het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op het wijzigen van het omgevingsplan; De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om een voorbereidingsbesluit te nemen.3 Met een voorbereidingsbesluit kan de gemeente voorkomen dat een locatie waarvoor plannen bestaan, minder geschikt wordt voor de uitvoering van die plannen. Het voorbereidingsbesluit wijzigt het omgevingsplan met voorbeschermingsregels. De effectiviteit van het nemen van een voorbereidingsbesluit hangt sterk af van de snelheid waarmee dit besluit genomen kan worden. Wanneer dat laat gebeurt is het immers mogelijk dat de locatie al minder geschikt is gemaakt/geworden voor de plannen doordat activiteiten plaatsvinden die op dat moment nog passen in het omgevingsplan.

2 3

Artikelen 3, 8 en 9 van de Erfgoedverordening Oude IJsselstreek. Artikel 4.14 Omgevingswet.

Door het opnemen van deze bepaling kunnen de voorbeschermingsregels in het omgevingsplan worden opgenomen, zonder dat uw raad daarover een besluit hoeft te nemen. k. het beleidsneutraal overzetten van regels uit het Invoeringsbesluit Omgevingswet naar het omgevingsplan (Bruidsschat omgevingsplan); Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen regels op Rijksniveau te vervallen. worden regelgevende bevoegdheden van het Rijk overgedragen aan gemeenten. De regels die het Rijk heeft gesteld staan nu nog in verschillende besluiten en wetten en moeten een plek krijgen in het omgevingsplan. Om gemeenten de tijd te geven deze Rijksregels op lokaal niveau (al dan niet) over te nemen in het (definitieve) omgevingsplan, staan deze zogenoemde bruidsschatregels in het omgevingsplan van rechtswege. Door het opnemen van deze bepaling kan het (beleidsneutraal) overzetten van deze regels naar het omgevingsplan, gebeuren zonder dat uw raad daarover een besluit hoeft te nemen. Wanneer er een politieke afweging moet worden gemaakt bij het overzetten, dient uw raad daarover wél een besluit te nemen. l. het verwerken van kaderstellend beleid waarover na inwerkingtreding van onderhavige regeling door de gemeenteraad is besloten.

Ruimtelijke visies, ruimtelijke plannen, beleidsvisies en -nota's en alle daarmee gelijk te stellen documenten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, kunnen worden vertaald naar regels in het omgevingsplan. Uw raad heeft bij het vaststellen van deze documenten al een inhoudelijke afweging gemaakt. Het ligt dan voor de hand om de uitvoering hiervan aan het college over te laten. Door het opnemen van deze bepaling hoeft uw raad na het besluiten tot nieuw kaderstellend beleid, niet daarnaast nog te besluiten het omgevingsplan aan te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4367/documents/22853