CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Principevoorstel huisvesting sociaal domein_V19feb.pdf

Raadscommissie Algemene zaken Financiën en Economie (AFE) 7 april 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 5: Gemeentelijke huisvesting - huisvesting sociaal domein in Frank Daamenpand5.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Principevoorstel – beleidsmatig deel Aanleiding/probleemanalyse Inwoners met een hulpvraag kunnen in onze gemeente op veel verschillende plekken en bij veel verschillende partijen terecht. Binnen de gemeentelijke organisatie en de eenheid Sociaal Domein zijn er al drie teams met direct inwonercontact voor Wmo-ondersteuning, schuldhulpverlening en STOER (voor inkomensbegeleiding, werk en participatie). Daarnaast zijn er twee teams (beleid en backoffice) die wat meer op afstand staan van de inwoner maar in nauw contact staan met de uitvoerende teams. Buiten de gemeentelijke organisatie speelt Buurtzorg Jong (met drie teams in drie verschillende kernen) een belangrijke rol in de uitvoering van de Jeugdwet. Daarnaast zijn er diverse partners die met ons samenwerken van preventieve inzet (bijv. Sociaal Werk Oude IJsselstreek, Vluchtelingenwerk, Schuldhulpmaatje, Sensire) tot het leveren van hulp (bijv. Azora, Zozijn, Entrea-Lindenhout, GGNet) of op het gebied van veiligheid (bijvoorbeeld Veilig Thuis, Jeugdbescherming Gelderland, Politie). In onze visie ‘naar het hart van de beweging’ staat het volgende opgenomen: “Een inwoner kan wat ons betreft nooit ‘aan het verkeerde loket komen’. Er mogen geen bureaucratische of organisatorische drempels bestaan.

Waar dat nodig is breken wij bestaande drempels af zoals de ‘knip’ tussen indicering en lichtere vormen van hulp, of de knip tussen verschillende wetten.” In de afgelopen jaren hebben wij in het kader van deze visie diverse ontwikkelingen in gang gezet. De teams van Buurtzorg Jong zijn dichtbij de inwoners gehuisvest. STOER is gehuisvest op het DRU Industriepark. Beide met het idee om het stellen van een hulpvraag te normaliseren en geen drempels op te werpen zoals het gemeentehuis dat mogelijk wel zou doen. De Wmoconsulenten zijn bereikbaar via de gemeente en gaan al sinds jaar en dag naar de inwoners toe om aan de keukentafel de hulpvraag te bespreken. Al deze vormen van dienstverlening en plekken waar inwoners terecht kunnen werken goed als de vraag enkelvoudig is en/of past bij het team of de organisatie waar hij gesteld worden. Daar waar meerdere expertises nodig zijn of organisaties betrokken zouden moeten worden vinden we elkaar en draagt ieder, vanuit zijn eigen rol en taak, bij aan een antwoord op de hulpvraag. Steeds vaker constateren we echter dat de synergie ontbreekt. Het effect van de samenwerking zou groter moeten zijn dan wanneer ieder afzonderlijk zijn taak in het geheel doet. Een belangrijk aspect om te komen tot een dergelijke samenwerking is persoonlijke contact.

Kennis van elkaars expertise (kennis van de sociale kaart) draagt bij aan de effectiviteit van de samenwerking tussen betrokken partijen. Persoonlijk contact leidt ook tot vertrouwen dat nodig is om de regie soms los te kunnen laten en iemand met andere expertise het over te pakken. De huidige manier waarop zowel de interne teams als de samenwerkingspartners gehuisvest zijn (versnipperd) werkt contra productief om een effectieve samenwerking te kunnen bereiken. Het verminderen van versnippering en (het vergroten van het effect van integrale) samenwerking wordt ook landelijk steeds vaker als dé oplossing gezien in de opgave om de zorg en ondersteuning aan inwoners beschikbaar en betaalbaar te houden. Wij moeten onze dienstverlening optimaliseren tegen zo laag mogelijke kosten. Efficiënter en effectiever werken is dus noodzakelijk, zowel waar het gaat om het voorkomen van de inzet van hulp en ondersteuning als het sneller komen tot resultaten met de geboden ondersteuning en hulp. Een goed werkend en sterk lokaal team en korte lijnen met onze samenwerkingspartners zijn

een voorwaarde om ontwikkelingen zoals de Hervormingsagenda Jeugd en de doordecentralisatie van Beschermd wonen (deze worden later in deze notitie verder toegelicht) aan te kunnen en ten uitvoer te brengen. Tot slot is gebleken dat de inrichting van de DRU, waar STOER sinds 2021 gehuisvest is, niet geheel voldoet aan de gewenste vorm van dienstverlening die we volgens de visie voor onze inwoners willen. Het concept van werken en met inwoners in gesprek zijn in een open ruimte is niet optimaal. Er ontbreekt ruimte voor privacy voor onze inwoners. Er is geen ruimte voor medewerkers om zich terug te trekken als dat nodig is. En de veiligheid is niet gegarandeerd voor inwoners en medewerkers, waarvoor wij als gemeente wel de verantwoordelijkheid dragen. Er is onderzocht of het concept bouwtechnisch aangepast kan worden en dat blijkt niet mogelijk. Om deze reden is het dus noodzakelijk om voor de teams die werkzaam zijn op de DRU een nieuwe locatie te zoeken.

Principevoorstel Op basis van bovenstaande werken wij in deze notitie een principevoorstel uit ten aanzien van de huisvesting van zowel de teams binnen de eenheid Sociaal Domein als ook het huisvesten van – of het faciliteren van werkplekken voor – diverse samenwerkingspartners. Wij stellen daarbij voor: 1. Alle teams van de eenheid Sociaal Domein te huisvesten in één pand; 2. Dit aan te vullen met een vast aantal werkplekken voor medewerkers van Buurtzorg Jong; 3. Dit aan te vullen met een aantal flexibele werkplekken die op vaste dagdelen beschikbaar zijn voor deelnemers van het Regionaal Werk Centrum, de Stadsbank, Veilig Thuis en Gecertificeerde Instellingen. 4. Dit aan te vullen met voldoende geschikte ruimtes voor trainingen, werkoverleg en inwonergesprekken. 5. Dit aan te vullen met verhuurbare werkplekken/kantoorruimtes voor samenwerkingspartners in het sociaal domein. De notitie is opgebouwd uit een probleemanalyse, een uitwerking van de gewenste situatie, een onderbouwing daarvan op basis van wetgeving en relevante ontwikkelingen en een uitwerking van de kanttekeningen en randvoorwaarden. De notitie wordt ten slotte afgesloten met de conclusie.

Gewenste situatie In de gemeente Oude IJsselstreek gunnen wij onze inwoners een omgeving waarin zij zich welkom voelen, hun talenten kunnen inzetten, kunnen ontmoeten en de regie over hun leven behouden wat bijdraagt aan positieve gezondheid en het vergroten van de leefbaarheid. Wij willen dat inwoners eenvoudig de weg vinden naar activiteiten en ontmoetingen, of in staat worden gesteld om hieraan deel te nemen. Dit betekent dat wij samen met de inwoners een omgeving creëren die hen uitnodigt om verbinding te maken en zich volwaardig onderdeel van de gemeenschap te voelen. Uit buurt- en wijkonderzoek blijkt dat een fysieke omgeving essentieel is om verbinding in de buurt te organiseren, sociale cohesie te versterken en activiteiten mogelijk te maken. Hierin liggen talloze kansen voor het versterken van de eigen kracht van onze inwoners, talenten verbinden en het stimuleren van positieve gezondheid. Bij voorkeur ontstaan deze initiatieven van, voor en door inwoners, waarbij wij ons aansluiten bij wat er al leeft in de gemeenschap en vanuit die basis samen verder bouwen en ontwikkelen.

Vanuit onze visie blijven wij ervan overtuigd dat onze inwoners ook op die plek, dichtbij en in hun eigen leefomgeving, laagdrempelig terecht moeten kunnen voor ondersteuning en het stellen van een hulpvraag. Ook wanneer een vraag de expertise van de professional op die locatie ontstijgt of wanneer er meerdere experts nodig zijn om de inwoner te ondersteunen wordt de inwoner niet verwezen naar een andere partner of locatie maar mag hij ervan uitgaan dat de juiste expertise erbij wordt gehaald. Dit betekent dat er korte lijnen zijn tussen de verschillende betrokken partijen, dat zij van elkaar weten wat zij doen en dat er drempelloos wordt gewerkt binnen verschillende wetgevingen. Zo ontvangt de inwoner snel, effectief en eenduidige ondersteuning die op elkaar aansluit. Om dat te realiseren zijn korte lijnen en persoonlijke contact nodig tussen de verschillende interne teams en de samenwerkingspartners. Het fysiek bij elkaar brengen van de verschillende betrokken partijen is daarin een belangrijke stap.

In de praktijk In de gemeente is op één locatie het kloppend hart van het Sociaal Domein gehuisvest. In dit pand zijn in ieder geval de vijf teams van de eenheid Sociaal Domein, en medewerkers van de Stadsbank, Buurtzorg Jong en partners van het Regionaal Werk Centrum gehuisvest. Gezamenlijk vormen zij een organisatienetwerk dat vanuit deze locatie nauw samenwerkt rondom de ondersteuningsvragen van onze inwoners. Naast de ‘hoofdlocatie’ zijn er in diverse wijken en kernen in de gemeente locaties met een inloopfunctie waar wij en onze partners beschikbaar en aanspreekbaar zijn voor inwoners, zoals we dat ook nu al kennen. De hoofdlocatie heeft ook een inloopfunctie voor alle inwoners en is daarnaast ook digitaal en telefonische bereikbaar voor (hulp)vragen en het maken van afspraken. Afspraken met inwoners kunnen plaatsvinden op de locatie, maar wanneer wenselijk en mogelijk ook op een locatie dichtbij de inwoner of bij de inwoner thuis. De inwoner kiest zelf waar hij zijn hulpvraag stelt, dat zal niet veranderen. De meerwaarde van het organisatienetwerk is dat op de hoofdlocatie, waar veel expertise beschikbaar is, snel geschakeld kan worden om de vraag bij de juiste professional neer te leggen.

De inwoner is op deze plek niet ‘bij de gemeente’ en kan op basis van de inhoud van zijn vraag op een warme manier worden toegeleid naar de juiste ondersteuning, ook als die voorliggend is. Waar nodig wordt er meteen een afspraak gemaakt. Ook wanneer al een professional betrokken is bij de inwoner kan de professional op de hoofdlocatie terecht om collega's of samenwerkingspartners (binnen de privacywetgeving) te consulteren of te betrekken bij het proces van de inwoner. Belangrijk is dat de inwoner ten alle tijde weet wie zijn aanspreekpunt is en het proces regisseert (het monitoren van de ondersteuningsvraag, het zelf begeleiden of afhandelen van de vraag of het inzetten van een collega of zorgaanbieder die een deel van de ondersteuning oppakt). Het pand wordt zo ingericht dat het een plek is waar inwoners, ook zonder hulpvraag, graag komen. Naast werk- en vergaderplekken zijn er daarom ook andere maatschappelijke functies gehuisvest. Denk daarbij aan de bibliotheek, activiteiten van het jongerenwerk of de buurtsportcoaches en/of een sociale ontmoetingsplaats of werkcafé. Hierdoor staat het binnenlopen van het pand waarin het sociaal domein gehuisvest is niet gelijk aan het hebben van een ondersteuningsvraag. Dit draagt bij aan de laagdrempeligheid van deze locatie.

Ook de optie tot het bieden van plekken aan commerciële partijen gelieerd aan het sociaal domein kan drempelverlagend werken. Denk hierbij aan een uitzendbureau of huiswerkbegeleiding.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen Vanuit de werkgeversrol van de gemeente biedt een gezamenlijk pand voor het Sociaal Domein ook mogelijkheden. Een sociale ontmoetingsplaats en een kantine lenen zich voor werkplekken en ontwikkelplekken voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie naar andere werkgevers.

Onderbouwing In dit hoofdstuk onderbouwen we op basis van de lokale behoefte en ervaringen en landelijke ontwikkelingen het principevoorstel voor de huisvesting op één locatie.

Lokale behoefte en ervaringen Behoefte interne collega’s: ‘samen op één locatie’ Vanaf 1 juli 2023 zijn alle gemeentelijke teams die zich bezighouden met het Sociaal Domein georganiseerd binnen één eenheid. Daarvoor en ook daarna zijn meerdere ‘heidagen’ georganiseerd met het thema ‘integrale toegang’: Hoe zorgen we ervoor dat we binnen onze eigen organisatie de benadering van inwoners vergelijkbaar is en we de ondersteuning aan inwoners goed op elkaar afstemmen. Na afloop van de heidagen waren medewerkers met name positief over het leren kennen van elkaar en elkaars werkzaamheden maar was er ook veel behoefte aan verdieping daarvan. Men is ervan overtuigd dat het voor een integrale toegang en samenwerking noodzakelijk is elkaar veel vaker te treffen dan incidenteel op een heidag. Door samen te werken op één locatie is de drempel om tijdens het werk de samenwerking te verdiepen een stuk lager. Behoefte Samenwerkingspartners bouwteam Bij de start van het Bouwteam ‘Specialistische jeugdhulp en Wmo-hulp in de buurt’ begin 2022 is door de samenwerkingspartners gezamenlijk een aantal kansrijke ideeën geselecteerd waaraan zij wilden gaan werken. Het gezamenlijk werken op een locatie in de buurt was één van de middelen waarmee zij de onderlinge samenwerking en gezamenlijke verantwoordelijkheid wilden bevorderen.

In de praktijk bleek dit echter moeilijk te realiseren binnen bestaande middelen. De partners hebben allemaal hun eigen locaties en binnen die locaties soms een vergaderruimte of werkplek die flexibel zou kunnen worden gebruikt (mits tijdig geboekt). De drempel om daadwerkelijk bij en met elkaar te werken bleek daarmee erg hoog. Het realiseren van een locatie waar zowel inwonergesprekken als afstemming en consultatie kan plaatsvinden geeft een impuls aan de samenwerking tussen gemeente, de zorgaanbieders en andere partners. Samen met de samenwerkingspartner voor Wmo-hulp is een plan uitgewerkt om een beweging te maken van geïndiceerde hulp naar voorliggende ondersteuning. Onderdeel van dat plan is het realiseren van plekken van, voor en door inwoners in de verschillende wijken en kernen in onze gemeente waarbij het versterken van de sociale basis het uitgangspunt is en waar nodig ondersteuning wordt ingezet. Dit pleit voor een sterke integrale samenwerking van waaruit deze plekken gefaciliteerd kunnen worden. Laagdrempelig en gastvrij werkt voor inwoners De inrichting van Stoer is gebaseerd op het uitgangspunt om een gastvrije omgeving te creëren waar inwoners zich welkom en op hun gemak voelen. Passend bij de werkwijze om een open gesprek met de inwoner te voeren met vertrouwen en gelijkwaardigheid als basis.

Dit is zichtbaar in het feit dat er niet met een receptiebalie gewerkt wordt voor ontvangst, maar met een koffietafel waar inwoners wat te drinken aangeboden krijgen. De kleurstelling en de vele planten die aanwezig zijn geven een huiselijk gevoel, net als de verschillende plekjes om te

kunnen gaan zitten voor een goed gesprek. In het meest recente klanttevredenheidsonderzoek is dan ook gebleken dat alle inwoners die het onderzoek hebben ingevuld zich welkom voelen en de meeste inwoners zich op hun gemak voelen en kunnen bespreken wat ze willen bespreken. Bij het laagdrempelig inrichten is het wel van belang om het aspect veiligheid niet uit het oog te verliezen om een verantwoorde werkomgeving voor de professional te borgen. Schuldhulpverlening raakt alle vormen van toegang Schuldhulpverlening speelt een belangrijke rol binnen het sociaal domein en het is nodig dat zij hier een zichtbare en centrale positie hebben. Financiële zorgen hebben vaak een directe impact op andere levensgebieden zoals werk, gezondheid, wonen en het meedoen in de maatschappij. Zichtbare schuldhulpverlening binnen het sociaal domein zorgt ervoor dat financiële problemen vroegtijdig in beeld worden gebracht en dat verdere escalatie kan worden voorkomen. Door nauwe samenwerking kunnen we inwoners effectiever ondersteunen. Investeren in de zichtbaarheid en samenwerking is een logische stap in het versterken van de kwaliteit en samenhang van het sociaal domein. Schuldhulpverlening moet daarom niet alleen losstaande dienstverlening zijn maar een integraal onderdeel binnen het sociaal domein.

Het is van belang dat professionals van de verschillende disciplines signalen van financiële problematiek tijdig kunnen herkennen, bespreekbaar maken en doorverwijzen. Dit vraagt om korte lijnen maar ook om gezamenlijke verantwoordelijkheid. Op dit moment werkt het team schuldhulpverleners daarom zowel op het gemeentehuis als op het DRU Industriepark. Ervaringen vanuit Samen Sterker Thuis Samen Sterker Thuis geeft uitvoering aan het domein overstijgend organiseren van het principe “ondersteun inwoners zodat zij zichzelf kunnen helpen en van betekenis kunnen zijn voor elkaar". Vanuit positieve gezondheid en herstelvermogen (reablement) wordt er bijgedragen aan het zo lang mogelijk onafhankelijk en zelfstandig blijven van inwoners omdat dit bijdraagt aan het levensgeluk. De professionals vormen een gezamenlijk team waarin de rollen niet zichtbaar zijn voor zowel de professionals als de inwoner, maar wel de deskundigheid die elke medewerker inbrengt. De professionals brengen een beweging op gang waarin het aanpassingsvermogen en eigen kracht van de inwoner voorliggend is op het faciliteren van de hulpvraag. De professionals van Samen Sterker Thuis hebben inmiddels ervaringen op kunnen doen in deze manier van werken dat uit heeft gewezen dat er ook andersoortige oplossingen ingezet kunnen worden om uit zorg te blijven of de instroom te beperken.

Hiervoor is het noodzakelijk dat de sociale basis (persoonlijke en gemeenschappelijke) verder geïntegreerd gaat worden in deze domein overstijgende samenwerking. Een fysieke omgeving waar de professionals van SST duidelijk vindbaar zijn voor de inwoners en waar de inwoners tegelijkertijd in contact kunnen komen met andere inwoners draagt bij aan het versterken van de eigen regie en zelf- en samenredzaamheid van inwoners.

Landelijke ontwikkelingen Op dit moment komen er veel ontwikkelingen op de gemeente af in het sociaal domein: de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, het Integraal Zorgakkoord (afhankelijk van het vervolg dat daaraan gegeven wordt), het Gezond en Actief Leven Akkoord, het Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen, de Doordecentralisatie van Beschermd Wonen, het Regionale Werk Centrum, Coalitie tegen armoede, etc. Het laten slagen van deze programma’s vergt een basis waarin dit kan landen: Een goed werkende toegang en lokale teams.

Een belangrijke rode draad in deze akkoorden is dat gemeenten zorgdragen voor een laagdrempelige toegang tot ondersteuning die gemeenten binnen het sociaal domein verstrekken. De VNG vat de rode draad uit de akkoorden en VNG-proposities samen in de volgende drie waarden: onze gemeentelijke toegang en lokale teams zijn 1) dichtbij, 2) werken integraal, en 3) met mandaat. De VNG heeft in een richtinggevend kader een aantal basiskenmerken en competenties uitgewerkt die in alle gemeenten terug dienen te komen. Hieronder vatten we dat richtinggevend kader samen. Vervolgens geven we voor een aantal ontwikkelingen een korte toelichting op wat die van ons vragen. Richtinggevend kader VNG Het ‘richtinggevend kader toegang, lokale teams en integrale dienstverlening’ van de VNG 1 biedt helderheid en geeft gemeenten handvatten voor het inrichten van effectieve en toegankelijke dienstverlening. Dit kader maakt duidelijk dat het niet uit moet maken waar een inwoner binnenkomt met een hulpvraag maar dat de professional deze vraag integraal dient te behandelen. De rode draad in dit kader is onderverdeeld in 3 verschillende categorieën: dichtbij, integraal en met mandaat. Dichtbij gaat over een eenvoudig(er) systeem met de inwoner als uitgangspunt. Laagdrempelig dus dichtbij, vindbaar, zichtbaar en benaderbaar en sterk verbonden met de sociale en pedagogische basis.

Integraal gaat over een brede blik en analyse. Professionals met de juiste houding, vaardigheden en kennis die zelf (basis)hulp bieden en vertrouwd aanspreekpunt blijven. Dit betekent ook duidelijke afspraken voor integrale en domein overstijgende samenwerking en soepele overgangen in de hulpverlening bij wisselende levensfases. Het mandaat gaat over een mandaat voor professionals over gemeentelijke beleidsterreinen heen. Ook voor (on)veiligheid en bewust omgaan met de beschikbare mensen en middelen. De gemeentelijke toegang die de wettelijke taken van de gemeenten uitvoeren en waar zij verantwoordelijk voor zijn, zijn passend bij de lokale situatie ingericht. Gemeenten geven aan dat bovenstaande ambitie niet alleen wat vraagt van de teams die de wettelijke taken uitvoeren voor de gemeenten, maar ook wat vraagt in de samenwerking met verschillende andere partijen. Denk hierbij aan welzijns-hulp en zorgorganisaties, vrijwilligersorganisaties, professionals en ook de inwoners zelf. Gevolgen voor de gemeenten kunnen zijn: -

Een herijking, en eventuele aanpassing van hun rol als opdrachtgever, Herijking van de opdracht aan uitvoerders om de nieuwe functionaliteiten te borgen Herijking van de benodigde financiering Verschuiving van middelen Meer en andere samenwerking tussen lokale teams en andere partijen, Soepele samenwerking met partijen uit de sociale basis en/of het specialistisch segment of justitie Afspraken over de juiste randvoorwaarden Meer werken vanuit de uitvoering,

1

https://vng.nl/sites/default/files/2024-03/richtinggevend_kader_toegang_lokale_teams_en_integrale_ dienstverlening.pdf

-

Uitgaan van praktijkervaringen van en met inwoners Deze vertalen in een proces voor praktijk en beleidsverbetering.

Regionale Werk Centra Nederland bestaat uit 35 arbeidsmarktregio’s, waaronder de arbeidsmarktregio Achterhoek. Binnen een arbeidsmarktregio werken de gemeenten en het UWV samen aan dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden. Onze regio bestaat uit de 8 Achterhoekse gemeenten. Vanuit het rijk hebben de arbeidsmarktregio’s de opdracht gekregen tot een hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Dit met als doel een grotere vindbaarheid voor werkzoekenden en werkgevers, laagdrempelige toegankelijkheid, intensievere samenwerking tussen alle netwerkpartners en het stimuleren van maatwerk. Waardoor er meer mensen naar passend en duurzaam werk worden begeleid. De verwachte inwerkingtreding van de wetswijziging is 1 juli 2026. 2025 is een transitiejaar waarin al stappen gezet worden. De reden van de voorgenomen wijzing is dat er heel veel verschillende samenwerkingen zijn op regionaal niveau als het gaat om werkzoekende- en werkgeversdienstverlening gericht op arbeid en ontwikkeling. Het doel is om deze versnippering weg te nemen. Het Werkgeversservicepunt Achterhoek, het Leerwerkloket en het Regionale Mobiliteitsteam zijn verplichte partners in het toekomstige Werkcentrum Achterhoek.

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is een gezamenlijk programma van de ministeries van J&V en VWS en VNG waarin nauw samengewerkt wordt met de partners in het veld. Het doel van het programma is in onveilige situaties sneller gezinsgerichte en passende hulp te bieden. Daarvoor is een eenvoudige en duidelijke jeugdbeschermingsketen nodig. Lokale teams krijgen daarin een centrale rol, ondersteund door een regionaal veiligheidsteam dat beschikt over kennis en expertise. De inrichting van de regionale veiligheidsteams moet nog verder uitgewerkt worden. Wel staat vast dat zij naast het inbrengen van hun kennis en expertise bij de lokale teams ook onderzoek doen naar onveiligheid in gezinnen en beschermingsmaatregelen initiëren en uitvoeren. De meeste functies van Veilig Thuis en de Gecertificeerde Instellingen gaan daarom over naar het veiligheidsteam, dat geldt ook voor een deel van de functies van de Raad voor de Kinderbescherming. Het toekomstscenario is gericht op alle inwoners waarbij onveiligheid speelt. Op basis daarvan werken wij nu al met medewerkers van Veilig Thuis op de locaties van Buurtzorg Jong en op het gemeentehuis. Het versterken van het lokale team (Wmo, Jeugd, inkomen) met de kennis en expertise van Veilig Thuis kan nog beter en efficiënter plaats vinden als dat op één centrale locatie kan.

Hervormingsagenda jeugd In 2015 werd de jeugdzorg gedecentraliseerd vanuit het Rijk naar de gemeentes. Het doel was om de benodigde hulp dichter bij het kind en zijn of haar gezin te organiseren, snel en effectief, minder bureaucratie en minder kosten. Dit heeft tot nu toe niet het gewenste effect. De wachtlijsten binnen de jeugdzorg zijn lang en de kosten hoog. Dit komt niet ten goede van onze jeugdigen. Daarom is de Hervormingsagenda jeugd 2023-2028 ontwikkeld. Deze agenda bevat een groot aantal afspraken met als doel het jeugdzorgstelsel structureel te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Vanuit een brede maatschappelijke aanpak wordt er toegewerkt naar integraal samenwerken. Dit houdt in dat de lokale toegang in goede verbinding moet staan met verschillende samenwerkingspartners in het voorliggende veld en

specialisten. Op die manier wordt passende hulp tijdig, toegankelijk, laagdrempelig en dicht bij huis beschikbaar voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen Het samenbrengen van de verschillende partijen op één centrale locatie draagt fundamenteel bij aan het versterken van deze integrale samenwerking. IZA Regioplan – Integrale wijkteams De achterhoek heeft als ambitie om bij te dragen aan zorgzame wijken/buurten waarbij de inwoners zelf verantwoordelijkheid nemen over de voorbereiding op hun oude dag. Zij zijn zich bewust van hoe zij zelf invloed uitoefenen op hun zelfredzaamheid en gezondheid. Daarbij gaat het in de kern over een volwaardige plek in de samenleving (participeren), behoud van autonomie, het onafhankelijk en zelfstandig je leven blijven leiden, zoals met dat zelf wil. Daarbij is het creëren van een fysieke omgeving waar Ontmoeten (gezien en gehoord voelen), Ondersteunen (er voor elkaar zijn, jong en oud), Ontplooien (eigen regie behouden), Ontspannen (zingeving en van betekenis zijn voor), Ontwikkelen (op basis van behoefte ontstaan nieuwe initiatieven), Ondernemen (talenten benutten) plaatsvindt. Hierdoor worden inwoners in staat gesteld om zo lang mogelijk in de eigen omgeving woonachtig te blijven. Om dit alles te kunnen realiseren heeft de achterhoek als ambitie het komen en/of behouden van integrale wijkteams.

Elke wijk/kerngebied heeft een georganiseerd integraal netwerk met een verbinding tussen de inwoners (informele inzet) het sociaal domein, wijkverpleegkundig domein en medisch domein. Het netwerk richt zich op preventie, vroegsignalering en brede probleemverheldering voor passende zorg en ondersteuning. Ook hierbij geldt dat het samenbrengen van verschillende partijen op een centrale locatie fundamenteel bijdraagt aan het versterken van deze integrale samenwerking.

Kanttekeningen a. Eén dak maakt nog geen integrale samenwerking Het voorstel gaat verder dan alleen het verplaatsen van werkplekken. Naast een fysieke verhuizing moet er dus aandacht zijn voor de werkcultuur. Medewerkers moeten zich eigenaar gaan voelen van het beoogde doel en actief gemotiveerd/verleid en gefaciliteerd worden om met de verhuizing naar één locatie ook daadwerkelijk tot betere en efficiëntere samenwerking te komen. b. Verbinding met andere eenheden op het gemeentehuis blijft van belang. Het samenvoegen van de teams uit de eenheid Sociaal Domein op een andere locatie dan het gemeentehuis maakt dat er op andere snijvlakken fysiek afstand ontstaat. Zowel waar het gaat om de verbinding met het bestuur, als beleidsmatig met andere eenheden als met de ondersteunende diensten (financien, juridische zaken, Div). Over en weer moeten werkplekken beschikbaar zijn/blijven om op beide locaties te werken en er moet nagedacht worden hoe we deze verbindingen in stand houden. c. Huurinkomsten aan andere partijen vragen is mogelijk niet realistisch/of broekzak/vestzak? De aanwezigheid van commerciële of maatschappelijke partijen draagt bij aan dienstverlening aan inwoners en de laagdrempeligheid van de locatie. Doordat dit een gezamenlijk belang is, is het mogelijk niet realistisch om hier huurinkomsten voor te vragen.

Financiële dekking zal gevonden moeten worden in de gemeentebegroting. Voor subsidies geldt dan dat wij de huisvesting al subsidiëren maar dat we dat geld nu terug krijgen als huurinkomsten. Hoeveel budget hebben we over om partners naar ons

toe te halen, wanneer levert het meer op dan het kost? d. Bij verschillende disciplines vinden contacten ook plaats bij inwoners thuis. De consulenten WMO en Jeugd komen veel bij de inwoners thuis. Deze ondersteuning wordt minimaal geboden op kantoor. De plek van het bieden van ondersteuning door team werk en participatie en team schuldhulpverlening is afhankelijk van de mogelijkheden van de inwoner. Gezamenlijke huisvesting verandert dit niet. e. Inwoners kunnen het idee hebben dat ze altijd naar het pand moeten waar het Sociaal Domein gehuisvest is om hun vraag te kunnen stellen. Het is van belang dat er helder gecommuniceerd wordt over het feit dat de locatie waar het Sociaal Domein gehuisvest is voor iedereen openstaat, maar niet de verplichte locatie is voor afspraken. Het hebben van afspraken op andere locaties blijft mogelijk op verzoek van inwoner en/of betrokken professionals. Ook blijft het mogelijk om telefonisch en digitaal contact te hebben. Daarnaast wordt er gewerkt aan de doorontwikkeling van integrale wijkteams die lokaal plaatsvinden. f.

De afweging om clientondersteuning ook plek te geven in een gezamenlijk pand dient zorgvuldig gemaakt te worden. Er bestaat de kans dat inwoners de clientondersteuning niet als onafhankelijk en laagdrempelig zien wanneer ze in hetzelfde pand gehuisvest zijn. Er moet altijd de mogelijkheid zijn om op een andere locatie af te spreken met clientondersteuning.

g. Het is van belang om te voorkomen dat deze plek een verplaatsing van "de gemeente” wordt. Het pand waarin het sociaal domein gehuisvest wordt krijgt een eigen naam en beeldmerk. Deze dienen laagdrempelig en logisch te zijn. Door inwoners te betrekken in dit proces zorgen we ervoor dat de naam en het beeldmerk passend en betekenisvol zijn. Ook het toevoegen van andere partijen dan de gemeentelijke afdeling zal de laagdrempeligheid vergroten.

Randvoorwaarden Het samengaan van verschillende partijen met als doel de dienstverlening aan de inwoner eenduidiger, efficiënter en passender vorm te geven vraagt om meer dan alleen gezamenlijke huisvesting. Er zijn noodzakelijke en gewenste randvoorwaarden.

Noodzakelijke randvoorwaarden a. Voorbereiding Een goede voorbereiding en het maken van keuzes is noodzakelijk voor het realiseren van de gewenste doelen. Vooraf moet helder zijn welke doelen beoogd worden en welke concrete acties moeten leiden tot het behalen van die doelen. Op deze manier kan actief geëvalueerd en bijgestuurd worden. Een projectleider moet voldoende tijd hebben om dit proces te begeleiden. b. Werkprocessen en werkcultuur Samen onder één dak leidt niet automatisch tot samenwerken. Om het project te laten slagen moet in de voorbereiding een programma worden uitgewerkt te aanzien van de werkcultuur en de werkprocessen. Daarin moeten vragen centraal staan als de verantwoordelijkheden en rollen van zowel interne als externe collega’s t.a.v. casus-

en/of procesregie? De uitwerking van een klantreis vanaf locatie in de wijk. Het kennen (en vinden) van elkaar binnen en buiten de locatie (vlekkenplan, wie wat waar, etc.). Verwachtingen- en belangenmanagement en goede communicatie en overzicht. Naamgeving van de hoofdlocatie en fysieke en digitale toegankelijkheid. c. Inrichting De inrichting van de locatie moet zowel bijdragen aan het uitvoeren van de bestaande werkzaamheden als aan de wens om meer integraal te werken en persoonlijk contact te stimuleren. Naast werkplekken moeten er in ieder geval voldoende bel- en overlegplekken én een grote trainingsruimte aanwezig zijn. De locatie moet daarnaast voldoen aan Arbo-eisen en toegankelijk zijn voor iedereen. d. Facilitair Het gebruik van werk- en overlegplekken door samenwerkingspartners staat of valt met laagdrempeligheid en moet daarom goed (en eenvoudig) gefaciliteerd worden. Denk daarbij aan het reserveren van ruimten en het gebruik van wifi, printer en koffieautomaat. Ook moet er aandacht zijn voor veiligheid zoals de aanwezigheid van BHV en interventiemedewerkers.

Gewenste randvoorwaarden a. Eén systeem Naast een fysieke locatie is ook één klantvolgsysteem een behoefte en een middel die de onderlinge samenwerking kan versterken. Hierdoor kan er efficiënter en minder bureaucratisch gewerkt worden en zijn ook digitaal de lijnen korter. De Wet Wams (controversioneel) zal in de toekomst mogelijk ook bijdragen in het delen van informatie. Het argument AVG moet worden voorkomen. b. Van, voor en door inwoners Om de laagdrempeligheid te stimuleren de mogelijkheid onderzoeken dat inwoners ook zelf een ruimte kunnen huren in het pand. Denkend vanuit hoe merkt de inwoner dat we dit met name in het belang van hen is.

Conclusie In het Sociaal Domein staan we voor grote opgaven om ondersteuning en zorg op middellange en lange termijn beschikbaar en betaalbaar te houden. Effectiever en efficiënter werken is één van de belangrijkste knoppen waar wij als gemeente aan kunnen draaien. Naast dat hier landelijk met verschillende programma’s en ontwikkelingen op gestuurd wordt zien wij (zowel onze medewerkers als onze samenwerkingspartners) ook lokaal kansen om de dienstverlening te optimaliseren met behoud of zelfs verbetering van de (door inwoners ervaren) kwaliteit van ondersteuning. Om dat te realiseren is een investering in huisvesting én in werkcultuur nodig. Onze dienstverlening en die van onze partners is verspreid over vele locaties in onze gemeente. Dat is een kracht omdat wij daarmee dichtbij en benaderbaar zijn. Er ontbreekt echter één plek waar zowel onze interne teams als onze samenwerkingspartners elkaar kunnen ontmoeten, samen kunnen werken en ontwikkelen én de mogelijkheid hebben om middels korte lijnen elkaar te betrekken en te consulteren. Het faciliteren van één locatie is echter nog geen garantie op succes. Om de samenwerking ook daadwerkelijk effectiever en efficiënter te

maken moeten wij ook actief stappen ondernemen in de ontwikkeling van een constructieve (samen)werkcultuur op deze locatie (zowel onder medewerkers als samenwerkingspartners).

Bijlage 1: Wie willen we huisvesten? Vaste plekken (altijd beschikbaar) -

Team Werk en Participatie Team Bestaanszekerheid Team Wmo en Jeugd (incl. leerplicht en procesregisseur Zorg en Veiligheid) Team Beleid (aantal werkplekken behouden op gemeentehuis) Team Backoffice Servicedesk en Applicatiebeheer Buurtzorg Jong

Vast/flex (niet voltijd/op vaste dagen beschikbaar) -

Stadsbank Veilig Thuis Jeugdbescherming GGZ-aanbieders Deelnemers Werkcentrum Achterhoek

Flexibele plekken -

Zorgaanbieders Schuldhulpmaatje Sociaal Werk Oude IJsselstreek Sensire AMW en SRW

Potentiële partners voor verhuur vaste plekken -

Vluchtelingenwerk Sensire AMW en SRW Sociaal Werk Oude IJsselstreek UWV? Uitzendbureau(s) Andere partners uit het voorliggend veld.

Bestaande samenwerkingen om te huisvesten: -

Inloop geldzaken (Sensire AMW en SRW) Kind en Relatiepunt (Sensire AMW en SRW en Buurtzorg Jong).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4863/documents/30931