Bijlage 1 erfinpassingsplan.pdf
Tekst van het document
Erf inpassingsplan Hiddinkdijk 30 & 30a | Heelweg
Colofon Erfinpassingsplan Hiddinkdijk 30 & 30a Heelweg
Uitgevoerd door:
Opdrachtgever:
Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131PZ Lichtenvoorde
Locis Adviseurs
BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Projectnummer en versie: 7706A versie 1.0 Ligging plangebied: Hiddinkdijk 30 &30a Heelweg Auteur: D. Snoeck
Status: Definitief Rapportdatum: 23-9-2025
1
Inhoud Hoofdstuk 1
Inleiding............................................................................................................................................................................................................................ 3
1.1 Aanleiding........................................................................................................................................................................................................................................... 3 1.2 Voorgenomen ontwikkelingen ........................................................................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2
Plangebied......................................................................................................................................................................................................................... 4
2.2 Beschrijving van het plangebied......................................................................................................................................................................................................... 4 2.1 Situering van het plangebied ............................................................................................................................................................................................................. 4 2.3 Landschap........................................................................................................................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 3
Het ontwerp .................................................................................................................................................................................................................... 10
3.1 Doelstelling ....................................................................................................................................................................................................................................... 10 3.2 Het ontwerp ..................................................................................................................................................................................................................................... 10 3.3 Uitgangspunten ................................................................................................................................................................................................................................ 10 3.4 Beleid ................................................................................................................................................................................................................................................ 11 3.5 Kansen voor versterking van de landschappelijke inpassing van het erf ......................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 4
Inrichting en beheer........................................................................................................................................................................................................ 12
4.1 Inrichtingsmaatregelen .................................................................................................................................................................................................................... 12 4.2 Beheer .............................................................................................................................................................................................................................................. 18 4.3 Plantlijst ............................................................................................................................................................................................................................................ 19
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Op het adres Hiddinkdijk 30 & 30a Heelweg zijn de initiatiefnemers voornemens om de agrarische bedrijfsactiviteiten te staken en de locatie in gebruik te nemen voor woondoeleinden. Het voornemen bestaat uit het uitvoeren van een functieverandering, waarbij de agrarische functie wordt omgezet naar de functie wonen. Bij een aantal ruimtelijke ontwikkelingen is een landschappelijke inpassing verplicht in de gemeente Oude IJsselstreek. Bijvoorbeeld als voor een initiatief een bestemmingsplan gewijzigd moet worden. De gemeente Oude IJsselstreek heeft initiatiefnemer gevraagd een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf op te stellen. In voorliggend plan wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf gepresenteerd. Naast een verbeelding van het wenselijke eindbeeld, wordt tevens ingegaan op de te nemen inrichtingsmaatregelen. Ook wordt een advies gegeven op welke wijze de nieuwe elementen beheerd dienen te worden om zich te kunnen ontwikkelen tot de elementen zoals bedoeld in dit plan.
Te verwijderen schuren
Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied stelt de gemeente de volgende standaard. De gemeente Oude IJsselstreek hanteert een puntensysteem, waarbij voor ieder landschapselement een bepaalde hoeveelheid punten behaald kunnen worden. Deze punten kunnen per vierkante of strekkende meter behaald worden.
1.2 Voorgenomen ontwikkelingen Afbeelding 1 geeft een verbeelding van de voorgenomen ontwikkelingen. In de beoogde situatie is het de bedoeling om een aantal schuren te slopen voor de Rood voor Rood regeling. Daarnaast wordt ook de bestaande mestbassin verwijderd. Tot slot worden er twee nieuwbouw woningen en bijgebouwen gebouwd.
Nieuw bijgebouw Nieuwbouw woningen Te verwijderen mestbassin
Afbeelding 1: Voorgenomen ontwikkelingen
3
HOOFDSTUK 2
PLANGEBIED
2.1 Situering van het plangebied
2.2 Beschrijving van het plangebied
Het plangebied is gesitueerd op het adres: Hiddinkdijk 30 &30a Heelweg, gemeente Oude IJsselstreek. Het plangebied wordt omgeven door agrarisch cultuurland, opgaande beplanting, erfverharding en bebouwing. Op afbeelding 2 wordt de ligging van het plangebied op topografische kaart weergegeven.
Het plangebied bestaat uit twee woningen, verharding, twee schuren, drie kleine schuren en opgaande beplanting. De beplanting bestaat uit een hoogstam fruitboomgaard, een aantal solitaire bomen, bomenlaan, vrijstaande fruitbomen, gazon en sierbeplanting. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied weergegeven.
Afbeelding 2: Ligging plangebied met rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl)
Afbeelding 3: Luchtfoto met plangebied (bron: gelderland.maps.arcgis.com) 4
Afbeelding 4 t/m 15: Huidige situatie en beplanting van het plangebied.
5
6
7
2.3 Landschap Het plangebied en de omgeving van het plangebied behoort tot het heidelandschap, zie afbeelding 16. In 1850 bevond zich op deze locatie een heidelandschap, inmiddels is de heide ontgonnen en is het tegenwoordig een heideontginningslandschap. Hieronder wordt dan ook de beplanting van het heideontginningslandschap beschreven. Beken en sloten vormen vaak de kavelgrens. Grasland en bouwland komen beide veel voor. Er zijn in het heideontginning landschap vaak nog onverharde wegen te vinden. Het landschap was in het verleden besloten door houtwallen en houtsingels op de hogere delen en knotbomen in de lagere gebieden. Tegenwoordig is het heideontginningslandschap meer open, doordat veel beplanting is verdwenen. De bebouwing is verspreid over het landschap.
Afbeelding 16: Ligging plangebied in Heidelandschap, bron: slgelderland.nl
8
Onderstaande afbeeldingen laten de ontwikkeling van het landschap zien, doormiddel van historische topografische kaarten van topotijdreis.nl. De zwarte cirkel duidt het plangebied aan.
Afbeelding 17: Plangebied op topografische kaart van 1850.
Afbeelding 18: Plangebied op topografische kaart van 1900.
Afbeelding 19: Plangebied op topografische kaart van 1950.
Afbeelding 20: Plangebied op topografische kaart van 2000.
9
HOOFDSTUK 3
HET ONTWERP
3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf; zowel het bestaande deel alsmede de nieuwe ontwikkeling. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.
3.2 Het ontwerp Het ontwerp is voorzien van een kruiden- en faunarijk grasland ten zuiden en ten westen van het plangebied. Boven de westelijke nieuwbouw woning wordt een solitaire boom geplant. Op verschillende plaatsen rondom de nieuwbouw woningen worden scheerhagen gerealiseerd. Ten oosten van het plangebied wordt een solitaire fruitboom geplant. Tot slot wordt ten zuiden van het plangebied het bestaande bosje aangevuld doormiddel van een mantel-zoom vegetatie.
3.3 Uitgangspunten Bestaande beplanting Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen). Huidige beplanting Het plangebied bestaat grotendeels uit inheemse soorten. Alle aanwezige beplanting blijft behouden.
Afbeelding 21: Ontwerp landschappelijke erfinpassing. 10
Autochtoon plantmateriaal Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van autochtoon plantmateriaal. Dat houdt in dat het plantmateriaal een Nederlandse herkomst heeft. Autochtoon plantmateriaal is afgestemd op het Nederlandse klimaat. Autochtoon plantmateriaal gebruiken verminderd ook hybridisatie van plantgoed van buitenlandse komaf met autochtone beplanting. Streekeigen beplantingsvormen Streekeigen beplantingvormen in het heideontginningslandschap bestaat uit houtwallen, houtsingels, knotbomen, elzensingels, hoogstamfruitboomgaard en een meidoornhaag.
3.4 Beleid Provinciaal beleid Het plangebied valt niet binnen gronden van het Geldersnatuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone of Natura2000. Gemeentelijk beleid Om te zorgen dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake is van een goede landschappelijke inpassing heeft de gemeente Oude IJsselstreek een standaard opgesteld. Deze standaard zorgt ervoor dat er bij initiatiefnemers duidelijkheid is en de vele verschillende ruimtelijke ontwikkelingen op eenzelfde manier ruimtelijk worden ingepast en getoetst. Om te beoordelen of er voldoende landschap wordt aangelegd als onderdeel van landschappelijke inpassing hanteert de gemeente Oude IJsselstreek een puntensysteem. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied stelt de gemeente de volgende standaard. De gemeente Oude IJsselstreek hanteert een puntensysteem, waarbij voor ieder landschapselement een bepaalde hoeveelheid punten behaald kunnen worden. Deze punten kunnen per vierkante of strekkende meter behaald worden. Tot 500 m² bestemmingsvlak geldt dat er minimaal 500 punten behaald dienen te worden. Daarboven worden er per 100 m² extra bestemmingsvlak 100 punten vereist. De initiatiefnemer dient minimaal twee en bij voorkeur meerdere landschapselementen te gebruiken. Gevolgen voor dit initiatief: In het kader van functieverandering van circa 11.185 m², moeten er ook 11.185 punten behaald worden.
3.5 Kansen voor versterking van de landschappelijke inpassing van het erf Onder de bestaande hoogstam fruitboomgaard word een kruiden- en faunarijk grasland gerealiseerd. Dit ondersteunt en verbeterd de fruitboomgaard door meer bestuivers aan te trekken, insecten huishouding, voedselgelegenheid en habitatsvorming. Op de voormalige plaats van de mestbassin wordt ook een kruiden- en faunarijk grasland gerealiseerd. Dit grasland wordt onderdeel van een mantel-zoom vegetatie. Dat houd in dat er een geleidelijke overgang van bosrand naar grasland wordt gecreëerd. Zo zal er meer ruimte zijn voor verschillende diersoorten.
11
HOOFDSTUK 4
INRICHTING EN BEHEER
4.1 Inrichtingsmaatregelen Om tot het wenselijke eindbeeld te komen, worden de volgende inrichtingsmaatregelen genomen. Onderstaande tabel is een bestaande tabel van gemeente Oude IJsselstreek, welke ingevuld dient te worden. Landschapselement Elzensingel Laan Knotboom Fruitlaan Bomenrij Solitaire bomen Hoogstamboomgaard Houtwal of houtsingel Struweelrand Vogelbosje Knip- of scheerhaag Struweelhaag Poel en klein- historisch water Rietzoom en klein rietperceel Natuurvriendelijke oever
Nieuw aan te leggen
Te verwijderen
Optioneel; aanwezig in landschap Ja
Ja
Ja
Ja Ja Ja
Ja (Onderdeel van mantel-zoom) Ja
Ja Ja
Ja
12
Landschapselement 1 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling
Oppervlakte of aantallen
Scheerhaag Op een verschillende plekken worden scheerhagen gerealiseerd. Deze zullen dienen als afscheiding van de toekomstige tuinen en voor privacy. Er wordt driejarig plantsoen gebruikt in de maat 80-120 cm. De haag bestaat uit 4 stuks plantsoen per meter haag. In totaal circa 38 meter scheerhaag. 38 x 4 = 152 stuks plantsoen.
Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)
De haag mag bestaan uit (of mix van); Beuk, Fagus sylvatica; Veldesdoorn, Acer campestre; Meidoorn, Crateagus monogyna; Ligustur, Ligustrum ovalifolium.
Aantal punten
10 punten per strekkende meter. In totaal 380 punten
13
Landschapselement 2 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling
Oppervlakte of aantallen
Solitaire fruitboom Ten oosten van het plangebied wordt een fruitboom geplant. Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van oude streekeigen rassen, denk hierbij aan handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer of pruim (als voorbeeld: Hennie Rossel Collectie, Stichting Landschapsbeheer Gelderland (achterhoek)). De boom wordt voorzien van twee boompalen en boomband. Één nieuwe hoogstam fruitboom
Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)
Eigen keuze, mits het streekeigen rassen zijn.
Aantal punten
40 punten per boom. In totaal 40 punten.
14
Landschapselement 3 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling Oppervlakte of aantallen
Solitaire loofboom Er wordt één solitaire loofboom aangeplant. Er wordt een als laanboom gekweekte boom gebruikt met een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,30 hoogte. De boom worden voorzien van twee boompalen en boomband. Één solitaire loofboom.
Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)
Walnoot, Juglans regia; Tamme kastanje, Castanea sativa; Zomereik, Quercus robur.
Aantal punten
50 punten per boom. In totaal 50 punten.
15
Landschapselement 4 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling
Oppervlakte of aantallen
Mantel-zoom vegetatie Er wordt circa 2965m² agrarisch grasland omgevormd naar natuur, doormiddel van een zoom-mantel-bosvegetatie. De zoom (kruiden- en faunarijk grasland) bevindt zich rondom de poelen en fruitbomen en gaat langzaam over in een mantel vegetatie bestaande uit diverse struiksoorten. De mantel gaat over in een bosvegetatie. Dit biedt een enorme versterking voor het landschap, (roof)vogels en zoogdieren als kleine marterachtigen en vleermuizen. Totaal 240 m² mantel/bos. Circa 25 meter “struweelrand”. Bosplantsoen wordt geplant in een plantverband van 1,5 x 1,5 meter. Er worden 150 stuks plantsoen geplant.
Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)
Mantelvegetatie: Wilde kardinaalsmuts, Euonymus europaeus; Gewone vlier, Sambucus nigra; Wilde lijsterbes, Sorbus aucuparia; Hazelaar, Corylus avellana; Vuilboom, Rhamnus frangula; Gelderse roos, Viburnum opulus; Sleedoorn, Prunus spinosa; Veldesdoorn, Acer campestre; Meidoorn, Crataegus monogyna; & Gewone vogelkers, Prunus padus.
Aantal punten
12 punten per m² mantel zoom vegetatie = 2.880 punten. 12 punten per meter struweelrand (in dit geval kruiden- en faunarijk grasland) 300 punten In totaal 3180 punten
16
Landschapselement 5 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling
Oppervlakte of aantallen Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement) Aantal punten
Kruiden- en faunarijk hooiland (struweelrand) Onder de bestaande hoogstam fruitboomgaard wordt door middel van beheer en inzaaiing een kruiden- en faunarijk hooiland gerealiseerd. Voor het puntensysteem wordt landschapselement struweelrand toegepast uit het ‘Standaard landschappelijke inpassing’ rapport van OIJ, immers dit het best past. Circa 1500 m² aan kruiden- en faunarijk hooiland. Voor het kruiden- en faunarijk hooiland wordt een inheems mengsel van bijvoorbeeld de Cruydt Hoeck ingezaaid. Daarnaast zal het grasland zich ontwikkelen doormiddel van beheer. 12 punten per vierkante meter struweelrand. 18.000 punten In totaal 18.000 punten
Puntentelling Oude IJsselstreek In totaal zijn er 21.650 punten behaald. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de 11.185 punten ruim behaald zijn.
17
4.2 Beheer Het vervolgbeheer van de aan te leggen elementen bepaald in grote mate het aanzien van de elementen. In deze paragraaf wordt aangegeven hoe de nieuwe elementen beheerd dienen te worden. Scheerhaag De scheerhaag wordt jaarlijks één à twee maal geknipt of geschoren om de haag in de wenselijke hoogte en breedte te houden. Hoogstam fruitboomgaard Solitaire boom Geen beheer. Indien laag hangende takken hinder of schade veroorzaken, mag de boom gesnoeid worden. Vrijstaande hoogstam fruitboom Beheer doormiddel van snoeien. Per fruitboom soort is een verschillende snoeimethode nodig. Raadpleeg daarvoor SLG. Kruiden- en faunarijk grasland Het kruiden- en faunarijkgrasland wordt gefaseerd gemaaid (sinusbeheer). Bij deze vorm van graslandbeheer wordt het weiland verdeeld in vlakken, deze worden een paar keer per jaar gefaseerd gemaaid waarbij steeds één vlak niet gemaaid wordt. Op deze manier krijgen insectenpopulaties de kans om naar het vlak met de meeste kruiden en bloemen te verhuizen. Laat de grassen niet langer dan 3 dagen liggen. Door gemaaid gras langer te laten liggen komen er voedingsstoffen vrij die je juist wil afvoeren. Ook krijgen bladrozetten op deze manier niet genoeg licht om te groeien. Maaien na 15 juni (wanneer verschaling nodig is ook in mei maaien).
Mantel- zoom vegetatie Om de mantel- zoom vegetatie in stand te houden is het noodzakelijk om deze te beheren. Het houtige plantsoen wordt door middel van hakhout beheerd zodat er om de 8 tot 10 jaar verjonging plaats vindt. Het kruiden- en faunarijk grasland wordt als sinusbeheer beheerd. Net zoals onder het kopje ‘kruiden- en faunarijk grasland’.
Afbeelding 22: Voorbeeld mantel-zoom vegetatie, bron; landschapsbeheergroningen.nl.
Afbeelding 23: Voorbeeld hakhout beheer, bron: slgelderland.nl.
18
4.3 Plantlijst
19