Bijlage 1 erfinpassing.pdf
Tekst van het document
Erf inpassingsplan Molenweg 12 en 12a | Breedenbroek
Colofon Erfinpassingsplan Molenweg 12 en 12a Breedenbroek
Uitgevoerd door:
Opdrachtgever:
Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131PZ Lichtenvoorde
Locis Adviseurs
BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Projectnummer en versie: 7019A versie 1.0 Ligging plangebied: Molenweg 12 en 12a Breedenbroek Auteur: L. Talen
Status: definitief Rapportdatum: 19-2-2025
1
Inhoud Hoofdstuk 1
Inleiding............................................................................................................................................................................................................................ 3
1.1 Aanleiding........................................................................................................................................................................................................................................... 3 1.2 Voorgenomen ontwikkelingen ........................................................................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2
Plangebied......................................................................................................................................................................................................................... 4
2.2 Beschrijving van het plangebied......................................................................................................................................................................................................... 4 2.1 Situering van het plangebied ............................................................................................................................................................................................................. 4 2.3 Landschap........................................................................................................................................................................................................................................... 8 2.4 Cultuurhistorie ................................................................................................................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 3
Het ontwerp .................................................................................................................................................................................................................... 10
3.1 Doelstelling ....................................................................................................................................................................................................................................... 10 3.2 Het ontwerp ..................................................................................................................................................................................................................................... 10 3.3 Uitgangspunten ................................................................................................................................................................................................................................ 10 3.4 Beleid ................................................................................................................................................................................................................................................ 11 3.5 Kansen voor versterking van de landschappelijke inpassing van het erf ......................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 4
Inrichting en beheer........................................................................................................................................................................................................ 12
4.1 Inrichtingsmaatregelen .................................................................................................................................................................................................................... 12 4.2 Landschapselementen...................................................................................................................................................................................................................... 15 4.3 Beheer .............................................................................................................................................................................................................................................. 20
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Aanleiding In het kader van voorgenomen herontwikkeling zijn er plannen om een pluimveestal aan de Molenweg 12 & 12A in Breedenbroek te slopen. Bij een aantal ruimtelijke ontwikkelingen is een landschappelijke inpassing verplicht in de gemeente Oude IJsselstreek. Bijvoorbeeld als voor een initiatief een bestemmingsplan gewijzigd moet worden. De gemeente Oude IJsselstreek heeft initiatiefnemer gevraagd een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf op te stellen. In voorliggend plan wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf gepresenteerd. Naast een verbeelding van het wenselijke eindbeeld, wordt tevens ingegaan op de te nemen inrichtingsmaatregelen. Ook wordt een advies gegeven op welke wijze de nieuwe elementen beheerd dienen te worden om zich te kunnen ontwikkelen tot de elementen zoals bedoeld in dit plan. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied stelt de gemeente de volgende standaard. De gemeente Oude IJsselstreek hanteert een puntensysteem, waarbij voor ieder landschapselement een bepaalde hoeveelheid punten behaald kunnen worden. Deze punten kunnen per vierkante of strekkende meter behaald worden.
1.2 Voorgenomen ontwikkelingen Afbeelding 1 geeft een verbeelding van de voorgenomen ontwikkelingen. In het kader van voorgenomen herontwikkeling zijn er plannen om de pluimveestal aan de westzijde van het perceel te slopen. De twee schuren aan de oostzijde van het perceel blijven behouden. De drie voersilo’s, verharding en opgeslagen materialen zullen verwijderd worden. Mogelijk wordt er beplanting, zoals bramenstruiken verwijderd. Tevens wordt een oppervlakte van circa 5700m² met agrarische bestemming omgevormd naar de bestemming Wonen, zie blauwe kader op afbeelding 1.
Afbeelding 1: Te verwijderen pluimveestal in geel omkaderd, nieuwe bestemming Wonen in blauw omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
3
HOOFDSTUK 2
PLANGEBIED
2.1 Situering van het plangebied
2.2 Beschrijving van het plangebied
Het plangebied is gesitueerd op het adres Molenweg 12-12A in Breedenbroek. Het ligt circa 3 kilometer ten noorden van het dorp Breedenbroek in de gemeente Oude IJsselstreek. Het wordt omgeven door houtsingels, agrarisch cultuurland, sloten, een openbare weg en bebouwing. Op afbeelding 2 wordt de ligging van het plangebied op topografische kaart weergegeven.
Het plangebied bestaat uit een pluimveestal, twee schuren, drie voersilo’s, verharding, sierbeplanting, een houtsingel/bosschage, inheemse heesters, laurier, drie kastanjes, een walnoot, sloten, een hoogstamfruitboomgaard en opgeslagen materialen. Het plangebied grenst aan agrarisch cultuurland en de twee woningen. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied in geel aangeduid.
Afbeelding 2: Ligging plangebied met rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl)
Afbeelding 3: Luchtfoto met plangebied in geel aangeduid (bron: gelderland.maps.arcgis.com) 4
Afbeelding 4 t/m 15: Huidige situatie en beplanting van het plangebied.
5
6
7
2.3 Landschap Het plangebied en de omgeving van het plangebied behoort tot het kampenlandschap, zie afbeelding 14. Het kampenlandschap bestaat van oorsprong niet uit grote akkercomplexen, maar uit individuele akkers. De boerenbedrijven voerden een gemengde bedrijfsvoering, een combinatie van akkerbouw en veeteelt. Omdat de grond vaak arm was, brachten de boeren mest en heideplaggen als bemesting op het land. Het kampenlandschap is een oud agrarisch cultuurlandschap dat ontstaan is vanaf de middeleeuwen. Het kenmerkt zich door de grillige, bochtige wegenstructuur met verspreid liggende bebouwing. Sommige boerderijen liggen tegenwoordig op enige afstand van de doorgaande weg, als gevolg van ruilverkaveling en het opheffen van tal van zandwegen en paden. De agrarische percelen hebben ongelijke vormen en volgen veelal het oorspronkelijke landschap. Essen en graslanden wisselen elkaar af en wegen zijn veelal voorzien van laanbeplanting. Veel kavelgrensbeplanting, zoals houtwallen, zijn verdwenen tijdens ruilverkaveling. Ook zijn de meeste oorspronkelijke zandwegen verdwenen of verhard.
2.4 Cultuurhistorie Molenweg 12 en 12a bevindt zich in een pand uit het jaar 1896. Op de historische topografische kaart van 1888 is al bebouwing te vinden op het adres Molenweg 12 te Breedenbroek. De omliggende, kleinschalige, bouwlanden zijn duidelijk zichtbaar op deze kaart. In de loop der jaren veranderen de percelen rondom het plangebied door ruilverkaveling, maar blijft de omgeving nog altijd open en omgeven door agrarisch cultuurgrond.
Afbeelding 16: Ligging plangebied in Kampenlandschap, bron: slgelderland.nl
8
Onderstaande afbeeldingen laten de ontwikkeling van het landschap zien, doormiddel van historische topografische kaarten van topotijdreis.nl. De zwarte cirkel duidt het plangebied aan.
Afbeelding 17: Plangebied op topografische kaart van 1850.
Afbeelding 18: Plangebied op topografische kaart van 1900.
Afbeelding 19: Plangebied op topografische kaart van 1950.
Afbeelding 20: Plangebied op topografische kaart van 2000.
9
HOOFDSTUK 3
HET ONTWERP
3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf; zowel het bestaande deel alsmede de nieuwe ontwikkeling. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s of betonnen keerwanden.
3.2 Het ontwerp Het ontwerp is voorzien van een struweelrand ten westen van het perceel en een scheerhaag langs de bestaande boomgaard. De nieuwe landschapselementen bestaan uit één houtsingel ten westen van het plangebied. Ten oosten, aansluitend aan de houtsingel, wordt een vogelbosje gerealiseerd. De bestaande boomgaard word aangevuld met acht nieuwe hoogstamfruitbomen. Ook wordt er op één fruitboom een steenuil nestkast geplaatst. Tevens wordt er ten zuiden van het plangebied vier knotbomen geplant.
3.3 Uitgangspunten Bestaande beplanting Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen). Huidige beplanting Het plangebied bestaat grotendeels uit inheemse soorten, op een aantal laurierstruiken na. Het advies bestaat uit het rooien van deze niet-inheemse soort.
Afbeelding 21: Ontwerp landschappelijke erfinpassing.
10
Autochtoon plantmateriaal Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van autochtoon plantmateriaal. Dat houdt in dat het plantmateriaal een Nederlandse herkomst heeft. Autochtoon plantmateriaal is afgestemd op het Nederlandse klimaat. Autochtoon plantmateriaal gebruiken verminderd ook hybridisatie van plantgoed van buitenlandse komaf met autochtone beplanting. Streekeigen beplantingsvormen Op de randen van de kleine kavels bevonden zich in het kampenlandschap veel houtwallen en heggen, waardoor het kampenlandschap van oudsher erg kleinschalig is. Streekeigen beplantingsvormen voor het kampenlandschap bestaan uit houtwallen, houtsingels en knotbomen in de nattere delen. Tevens zijn struweelhagen, geriefhoutbosjes, hoogstamboomgaarden, solitaire bomen en scheerhagen streekeigen binnen dit landschap.
3.4 Beleid Provinciaal beleid Het plangebied valt niet binnen gronden van het Geldersnatuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone of Natura2000. Gemeentelijk beleid Om te zorgen dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake is van een goede landschappelijke inpassing heeft de gemeente Oude IJsselstreek een standaard opgesteld. Deze standaard zorgt ervoor dat er bij initiatiefnemers duidelijkheid is en de vele verschillende ruimtelijke ontwikkelingen op eenzelfde manier ruimtelijk worden ingepast en getoetst. Om te beoordelen of er voldoende landschap wordt aangelegd als onderdeel van landschappelijke inpassing hanteert de gemeente Oude IJsselstreek een puntensysteem. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied stelt de gemeente de volgende standaard. De gemeente Oude IJsselstreek hanteert een puntensysteem, waarbij voor ieder landschapselement een bepaalde hoeveelheid punten behaald kunnen worden. Deze punten kunnen per vierkante of strekkende meter behaald worden. Tot 500 m² bestemmingsvlak geldt dat er minimaal 500 punten behaald dienen te worden. Daarboven worden er per 100 m² extra bestemmingsvlak 100 punten vereist. De initiatiefnemer dient minimaal twee en bij voorkeur meerdere landschapselementen te gebruiken. Gevolgen voor dit initiatief: In het kader van functieverandering van het plangebied, bestaande uit 5700 m², moeten er 5700 punten behaald worden.
3.5 Kansen voor versterking van de landschappelijke inpassing van het erf Het erf is voorzien van veel inheemse beplanting, bestaande uit een brede houtsingel, een struweelhaag en een hoogstam fruitboomgaard. De boomgaard wordt versterkt door het aanplanten van zeven nieuwe hoogstam fruitbomen. Dit versterkt tevens het leefgebied van de steenuil. Voor de steenuil wordt een nestkast opgehangen. Ook wordt langs de boomgaard een meidoornhaag aangelegd. Een grote landschappelijke versterking en versterking voor zoogdieren, vogels en kleine marterachtige is het aanleggen van een struweelrand met ruigte kruiden en inheemse heesters. Tevens wordt de boomgaard voorzien van een kruiden- en faunarijk grasland, wat bijdraagt aan de biodiversiteit en het leefgebied voor insecten. 11
HOOFDSTUK 4
INRICHTING EN BEHEER
4.1 Inrichtingsmaatregelen Om tot het wenselijke eindbeeld te komen, worden de volgende inrichtingsmaatregelen genomen. Onderstaande tabel is een bestaande tabel van gemeente Oude IJsselstreek, welke ingevuld dient te worden. Landschapselement Elzensingel Laan Knotboom Fruitlaan Bomenrij Solitaire bomen Hoogstamboomgaard Houtwal of houtsingel Struweelrand Vogelbosje Knip- of scheerhaag Struweelhaag Poel en klein- historisch water Rietzoom en klein rietperceel Natuurvriendelijke oever
Nieuw aan te leggen
Te verwijderen
Optioneel; aanwezig in landschap
Ja (nieuw landschapselement)
Ja (nieuw landschapselement) Ja (nieuw landschapselement) Ja Ja (nieuw landschapselement) Ja
Ja Ja Ja Ja Ja Ja
12
Landschapselement 1 Naam landschapselement
Struweelrand
Omschrijving en samenstelling
Ten westen van het plangebied wordt een struweelrand aangelegd. De struweelrand bestaat uit ruigtekruiden en inheemse struiken. De struweelrand is circa 90 meter lang en 5 meter breed.
Oppervlakte of aantallen
In totaal 450m² struweelrand.
Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)
In de struweelrand wordt het volgende aangeplant of ingezaaid: 2x Wilde lijsterbes, Sorbus aucuparia; 3x Gelderse roos, Viburnum opulus; 2x Sleedoorn, Prunus spinosa; 2x Veldesdoorn, Acer campestre; 3x Hazelaar – Corylus avellana; De ruigtekruiden zullen zich ontwikkelen vanuit een extensief beheerde situatie, bij minder dan 10 ruigtekruiden soorten wordt een inheems kruidenmengsel ingezaaid.
Aantal punten
12 punten per vierkante meter. 450 m² x 12 punten. In totaal 5400 punten.
13
Landschapselement 3 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling Oppervlakte of aantallen
Scheerhaag Ten zuiden van de boomgaard wordt een haagbeukscheerhaag aangelegd. De aanplant bestaat uit driejarig plantsoen in de maat 80-120 cm. De haag bestaat uit vier stuks plantsoen per meter haag. 55 meter aan scheerhaag. 55 meter x 4 stuks plantsoen = 220 stuks plantsoen.
Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)
Haagbeuk, Carpinus betulus..
Aantal punten
10 punten per strekkende meter. In totaal 550 punten.
Puntentelling Oude IJsselstreek In totaal zijn er 5950 punten behaald. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de 5700 punten ruim behaald zijn.
14
4.2 Landschapselementen Er worden vier nieuwe landschapselementen aangelegd. De vier landschapselementen zijn in totaal 2600m2 aan oppervlakte. Hiermee wordt er 26 punten behaald ter behoeve van de ruimtelijke ontwikkelingen op het plangebied. Dit wordt toegevoegd naast de erfinpassingsplan. Voor de erfinpassing moeten er 5700 punten behaald worden in het kader van functieverandering van het plangebied, bestaande uit 5700 m². Met de bestaande erfinpassing wordt in totaal 5950 punten behaald dus hieruit kan geconcludeerd dat hier ruimschoots aan wordt voldaan.
Landschapselement 1 Naam landschapselement
Houtsingel
Omschrijving en samenstelling
Ten westen van het plangebied wordt een houtsingel aangelegd. De houtsingel mag bestaan uit boomvormers, struiklaag en kruidlaag. De houtsingel mag in rijen van 10 worden aangeplant. houdt 1,5 meter plantafstand en plaats boomvormers voornamelijk in het midden.
Oppervlakte of aantallen
340 strekkende meter.
Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)
In de houtsingel wordt de volgende soorten aangeplant. Boomvormers; Zomer eik, Quercus robur, Berk, Betula pendula, Es, Fraxinus excelsior. Struiklaag; Meidoorn, Crataegus monogyna, Sleedoorn, Prunus spinosa, Lijsterbes, Sorbus aucuparia, Vuilboom, Frangula alnus.
Aantal vierkante meter
1700 m²
15
Landschapselement 2 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling
Oppervlakte of aantallen Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)
Vogelbosje Ten oosten van het erf wordt een vogelbosje aangelegd. Het vogelbosje bestaat voornamelijk uit besdragende struiken als meidoorn, sleedoorn, gelderse roos, gewone vogelkers en wilde lijsterbes. Binnen in het vogelbosje mogen er boomvormers aangeplant worden met soorten als; eik, berk, zwarte els, hazelaar en gewone es. Aanplant met 2- of 3-jarige bosplantsoen (6080cm). In driehoeks verband, in rijen van 4. Circa 500 m² aan vogelbos. Plant het plantsoen 1.5m bij 1.5 van elkaar –> 300 stuks plantsoen Gemengd inheems bosplantsoen, bestaande uit bijvoorbeeld; Meidoorn, Crataegus monogyna; Sleedoorn, Prunus spinosa; Gelderse roos, Viburnum opulus; Gewone vogelkers, Prunus padus; Wilde lijsterbes, Sorbus aucuparia; Wilde appel, Malus sylvestris; Boswilg, Salix caprea. Veldesdoorn, Acer campestre. Boomvormers;
Zomer eik, Quercus robur, Berk, Betula pendula, Zwarte els, Alnus glutinosa, Hazelaar, Corylus avellana, Gewone es, Fraxinus excelsior.
Aantal vierkante meter
500 m²
16
Landschapselement 3 Naam landschapselement
Hoogstam fruitboomgaard en ruigtekruiden
Omschrijving en samenstelling
Ten noordwesten van het plangebied worden acht nieuwe hoogstam fruitbomen bij de bestaande boomgaard aangeplant. De fruitboomgaard zal in totaal bestaan uit circa 18 bomen. De acht nieuwe bomen komen minimaal vijf meter uit elkaar te staan. Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van oude-, streekeigen rassen, denk hierbij aan handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer of pruim (als voorbeeld: Hennie Rossel Collectie, Stichting Landschapsbeheer Gelderland (achterhoek)). De boomgaard wordt gecombineerd met een extensief beheerd bloem- en faunarijk grasland. De bomen worden voorzien van twee boompalen en boomband. Tevens wordt er een steenuilenkast geplaatst. Plaats de kast in de winter (voor broedseizoen) op ongeveer 2 tot 6 meter boven de grond. Voorkom dat het kan inregenen in de kast en hang de kast nooit in de volle zon, te veel hitte kan fataal zijn voor de jongen. Steenuilen maken zelf geen nest, leg daarom achterin de kast wat zaagsel of houtsnippers (geen stro, hooi of houtwol).
Oppervlakte of aantallen
Acht nieuwe hoogstam fruitbomen. Circa 320 m² oppervlakte.
Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)
Eigen keuze, mits het streekeigen rassen zijn.
Aantal vierkante meter
320 m²
17
Landschapselement 4 Naam landschapselement
Knotbomen
Omschrijving en samenstelling
Ten zuiden van het plangebied, worden vier zwarte elzen aangeplant. Het aanplanten van de knotwilgen kan plaats vinden tussen half november en half maart. Voor het aanplanten is een stek/veer van ongeveer 250 cm hoog nodig. Plant de stek minstens drie meter uit elkaar en zaag de stek minimaal twee meter boven de grond af.
Oppervlakte of aantallen
Vier stuks knotelzen.
Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement) Aantal vierkante meter
Zwarte els, Alnus glutinosa 80 m²
18
19
4.3 Beheer Het vervolgbeheer van de aan te leggen elementen bepaald in grote mate het aanzien van de elementen. In deze paragraaf wordt aangegeven hoe de nieuwe elementen beheerd dienen te worden. Struweelrand Maximaal 50% van de oppervlakte van de rand wordt ingenomen door bomen of heesters. De heesters mogen eens in de 6 jaar volledig afgezet worden, waarna ze weer kunnen uitlopen. Het beste beheer is bijna-niets-doen-beheer. Door het extensieve beheer van struweelranden is er veel rust en dekking. Snoei of maai jaarlijks niet meer dan 30% van de oppervlakte. Scheerhaag De scheerhaag wordt jaarlijks één à twee maal geknipt of geschoren om de haag in de wenselijke hoogte en breedte te houden. Hoogstam fruitboomgaard Beheren naar eigen voorkeur. Door snoeien verjong je het vruchthout en blijft de boom langer vruchten produceren. De vorm snoei is bij voornamelijk bij jonge bomen belangrijk. Appelbomen worden meestal in een bolvorm gesnoeid, perenbomen in een piramidale vorm. Het bloem- en faunarijkgrasland wordt gefaseerd gemaaid (sinusbeheer). Bij deze vorm van graslandbeheer wordt het weiland verdeeld in vlakken, deze worden een paar keer per jaar gefaseerd gemaaid waarbij steeds één vlak niet gemaaid wordt. Op deze manier krijgen insectenpopulaties de kans om naar het vlak met de meeste kruiden en bloemen te verhuizen. Laat de grassen niet langer dan 3 dagen liggen.
Door gemaaid gras langer te laten liggen komen er voedingsstoffen vrij die je juist wil afvoeren. Ook krijgen bladrozetten op deze manier niet genoeg licht om te groeien. Maaien na 15 juni (wanneer verschaling nodig is ook in mei maaien). Steenuilenkast Controleer de kast in het najaar; verwijder ontlasting, braakballen en het oude nestmateriaal. Voorzie de kast meteen weer van een schone laag nestmateriaal. Houtsingel De houtsingel wordt beheerd als hakhout. Dat betekent dat de singel periodiek afgezet mag worden, waarna de singel weer zal uitlopen. De singel mag iedere 8-10 jaar teruggezet worden, bij voorkeur in twee onderhoudsbeurten, waarbij telkens 50% van de haag (in lengte) afgezet wordt. Vogelbosje Beheren naar eigen voorkeur. Na ongeveer 5 jaar zal het vogelbosje meer gesloten raken, waar nodig kan gesnoeid worden (voornamelijk taken die problemen kunnen geven). Er kan ook voor worden gekozen om het bosje als een hakhoutbosje worden beheert. Dit zorgt voor constante verjonging en een mix van leeftijden in het vogelbosje. Knotbomen Om de twee a drie jaar afzetten. 20
type beplanting
lengte (m) element aantal totaal
Vogelbosje
500 m² eigenkeuze
Struweelrand
soort
latijn
n_plantgoed
300 Sleedoorn meidoorn gelderse roos gewone vogelkers veldesdoorn wilde appel boswilg wilde lijsterbes Zomereik Berk Zwarte els Hazelaar Gewone es
Prunus spinosa Crataegus Viburnum opulus Prunus padus Acer campestre Malus sylvestris Salix caprea Sorbus aucuparia Quercus robur Betula pendula Alnus glutinosa Corylus avellana Fraxinus excelsior
1 wilde lijsterbes Gelderse roos sleedoorn veldesdoorn hazelaar
Sorbus aucuparia Rosa canina Prunus spinosa Acer campestre Corylus avellana
maatvoering 85 60-80cm hoogte 170 60-80cm hoogte 85 60-80cm hoogte 85 60-80cm hoogte 85 60-80cm hoogte 85 60-80cm hoogte 85 60-80cm hoogte 170 60-80cm hoogte 42 60-80cm hoogte 42 60-80cm hoogte 85 60-80cm hoogte 85 60-80cm hoogte 85 60-80cm hoogte
450 m² 2 14-16 stamomtrek 3 14-16 stamomtrek 2 14-16 stamomtrek 2 14-16 stamomtrek 3 14-16 stamomtrek
fruitbomen 8
8 14-16 stamomtrek
houtsingel 340 m
1700 m²
sleedoorn vuilboom/sporkehout Gewone vlier veldesdoorn berk rode kornoelje wilde lijsterbes hazelaar zomereik Es
Prunus spinosa Frangula alnus Sambucus nigra Acer campestre Betula pendula Cornus sanguinea Sorbus aucuparia Corylus avellana Quercus robur Fraxinus excelsior
350 80-120cm hoogte 350 80-120cm hoogte 320 80-120cm hoogte 320 80-120cm hoogte 320 80-120cm hoogte 340 80-120cm hoogte 340 80-120cm hoogte 350 80-120cm hoogte 340 80-120cm hoogte 340 80-120cm hoogte 4 14-16 stamomtrek
elzenknotbomen 4 st
36 Zwarte els
Alnus glutinosa
55 m
220 Haagbeuk
Carpinus betulus
scheerhaag 220 80-120 cm
21