Bijlage 1 Erfinpassing.pdf
Tekst van het document
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING HOGESTRAAT 6 MEGCHELEN 17-03-2025 | GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK
De Kleine Campus Statenlaan 8 6828 WE Arnhem info@oostzee.nl www.oostzee.nl Kristiaan Visser Landschapsontwerper 06 - 46 19 23 41 | k.visser@oostzee.nl
Kaart kaft: Topografische kaart 1900 | bron Topotijdreis.nl
INLEIDING Initiatiefnemer De heer Van der Molen heeft het perceel aan de Hogestraat 6 te Megchelen in eigendom. Hier stond een kleine boerderij met wat bijgebouwen. Via het uitnodigingskader Wonen buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek wil initiatiefnemer hier vier woningen realiseren. Gemeente Oude IJsselstreek wil dat ontwikkelingen in het buitengebied bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en het landschap van de gemeente. Dit advies geeft hier voor de ruimtelijke randvoorwaarden. Het vormt een kader voor de verdere uitwerking. Leeswijzer • Relevant beleid • Analyse historisch landschap • Analyse huidige situatie • Advies nieuw erf
Bijlagen • Inspiratiebeelden • Erfprincipes
Locatie hoek Geurweg - Hogestraat | bron: Google.nl
Luchtfoto plangebied 2023 | bron: Topotijdreis.nl
Bestaande karakteristieke houtsingel | bron: Google.nl
OOSTZEE | 3
RELEVANT BELEID Uitnodigingskader Wonen buitengebied In het uitnodigingskader zijn nieuwe en ruimere mogelijkheden opgenomen voor de woningbouwontwikkeling in het buitengebied in ruil voor sloop van vrijkomende gebouwen in combinatie met landschappelijke inpassing. Kwaliteitsverbetering staat voorop. Ieder initiatief dient te leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit moet inzichtelijk worden gemaakt in een erfinrichtingsplan. In dit advies wordt ingezoomd op de ruimtelijke en landschappelijke versterking. Niet het creëren en inzetten van de ontwikkelruimte (puntensysteem). Bij de erfinrichting gaat het om de relatie met en de inpassing van het landschap, de erfstructuur en beeldkwaliteit van de gebouwen. Daarnaast wordt een duurzame meerwaarde gevraagd. De kadernota “Achterhoekse erven veranderen” (2008) is uitgangspunt, zie hiervoor ook de bijlage: “Eén erf-principe” in dit advies. Daarnaast geldt het “Standaard landschappelijke inpassing” (2023, bijlage 2 bij uitnodigingskader) die mede gebaseerd is op de “Visie op landschap, natuur en groene kernen” (2020). Standaard landschappelijke inpassing Tot 500 m2 bestemmingsvlak geldt een minimum van 500 punten. Daarboven per 100 m2 bestemmingsvlak 100 punten extra. Daarbij moeten er minimaal twee maar bij voorkeur meer landschapselementen gebruikt worden. De locatie ligt in het landschapstype Rivierenlandschap.
Dit wordt gekenmerkt door een gevarieerd landschap, ontstaan onder invloed van de rivier. Het gebied maakte ooit onderdeel uit van de Rijndelta, de Oude IJssel is een oude aftakking van de Rijn. In het rivierenlandschap zijn verschillende delen te herkennen, de lagere en nattere komgebieden en broeklanden en de hogere delen met oeverwallen en rivierduinen. Hier onststonden vaak de dorpen en boerderijen, ook de Hogestraat 6. De naam Hogestraat verwijst ook naar de hoge ligging.
Kenmerken hogere delen Rivierenlandschap • Beplanting: elzensingels, knotwilgen, knoteiken en hoogstamboomgaarden; • Bochtig wegenpatroon, het reliëf volgend; • Huize Landfort met omringend landschap; • Steilranden die het verhaal van het waterrijke verleden en de rivierlopen vertellen; • Gradiënt van komgronden naar de oeverwallen. Knelpunten • Verdwijnen van hagen en elzensingels, waardoor landschap opener is geworden; • Afname zichtbaarheid hoogteverschil in landschap met kernen en omliggende lagere delen, door nieuwe bebouwing en het verdwijnen in verschil tussen beplanting en gelijk grondgebruik. Kansen • Herstel landschapsbeplanting; • Mogelijkheden toevoegen nieuwe landschapselementen (kruidenrijke grasstroken en hagen) vanwege openheid; • Oude IJssel gebruiken als (ecologische) verbinding en groene long binnen de gemeente. Ruimtelijke kwaliteit, beeldkwaliteit bebouwing Het agrarisch karakter is uitgangspunt: enkelvoudige hoofdvorm, één laag met zadeldak en er wordt gebruik gemaakt van gedempte kleuren en natuurlijke materialen. Eigentijdse invulling van de traditionele hoofdvorm is mogelijk.
OOSTZEE | 4
Omgevingsplan Ten aanzien van alle gronden binnen het plangebied is van toepassing het bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017”, welke op 28 juni 2018 werd vastgesteld door de gemeenteraad van Oude IJsselstreek. Volgens dit bestemmingsplan rust op de grond de enkelbestemming “Wonen” met een bouwvlak en “Agrarisch”. Ook is van west naar oost oplopend voor het gehele perceel een archeologische dubbelbestemming (1-3) opgenomen.
1
2
3
Omgevingsplan plangebied | bron: Omgevingswet.overheid.nl
OOSTZEE | 5
ANALYSE HISTORISCH LANDSCHAP
Rivierduin
Hoge terrasrug Terrasvlakte Meandergeul Topografische kaart 1930 | bron: Topotijdreis.nl
Hoogtekaart | Hoog=rood, via oranje, geel, groen, blauw=laag | bron: AHN-viewer
Geomorfologische kaart| bron: pdok
De locatie ligt in het rivierenlandschap. Ten noorden van de locatie ligt het landgoed Landfort aan de oever van de Oude IJssel / Issel dat ten noorden van het landgoed stroomt. Het gebied kent veel reliëf van rivierduinen (Mechgelen, Landfort), rivierterassen en oude geulen. Deze zijn ook zichtbaar in de verkaveling. De hoogtekaart en geomorfologische kaart laten die verschillen goed zien.
Topografische kaart 1970 | bron: Topotijdreis.nl
De kaart uit 1930 laat een kleinschalig landschap zien met veel kavelgrensbeplanting en kleine erven. Bebouwing concentreert zich op de hogere delen in het landschap. Op de kaart uit 1970 en 1990 is de schaalvergroting van het landschap zichtbaar. Veel kavelgrensbeplanting is verdwenen, kavels en erven zijn groter geworden. Het fijnmazige onderscheid in hoge en lagere delen is minder herkenbaar geworden. De locatie zelf vormt het einde van een rij erven op de terrasrug. Het is een kleinschalig erf. Het perceel om het erf heen verandert regelmatig van vorm.
Topografische kaart 1990 | bron: Topotijdreis.nl
OOSTZEE | 6
ANALYSE HUIDIGE SITUATIE De Hogestraat 6 te Megchelen was een klein agrarisch erf. De bebouwing is inmiddels gesloopt. De boerderij lag op enige afstand van de weg, op het iets hogere deel van het perceel. Het perceel wordt aan de noordzijde begrensd door de Geurweg en aan de westzijde door de Hogestraat. Aan de zuidzijde ligt een waardevolle houtsingel en de oostzijde staan er knotwilgen op de perceelsgrens. Op de plek van het erf staan nog wat oude (fruit)bomen. Voor de ontwikkeling van de locatie moet rekening worden gehouden met het agrarisch bedrijf ten oosten van de locatie. Erfinrichting A. Plek oude erf, bereikbaar via een toegangsweg vanaf de Hogestraat. B. Waardevolle houtsingel. C. Waardevolle kavelgrensbeplanting van knotwilgen D. Hogestraat E. Geurweg F. Milieucirkel agrarische buurman
Luchtfoto omgeving plangebied 2023 | bron: Topotijdreis.nl
F
C
A D
B
C
E
Belangrijke structuurlijnen Terrasrug, verhoging op het perceel Groenstructuur Grens perceel Grens milieucirkel buurman
Aanknopingspunten ontwikkeling nieuw erf • Ligging in het agrarisch cultuurlandschap; • Ligging in het rivierenlandschap; • Ligging op terrasrug; • Waardevolle groenstructuren op kavelgrens; • Kansen herstel landschapselementen; • Milieucirkel agrarische buurman.
Luchtfoto plangebied 2023 | bron: Topotijdreis.nl
OOSTZEE | 7
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Het nieuwe erf behoud een compacte en agrarische opzet op de wat hogere terrasrug. De hoofdwoning is gericht op de Geurweg met daarachter de schuurwoningen. De schuurwoningen zijn qua uitstraling ondergeschikt aan de hoofdwoning en vormen één ensemble met de hoofdwoning en de landschappelijke inpassing. Het erf krijgt een afwisselend groen kader passend op de hoge delen van het rivierenlandschap met veel gelaagdheid, hagen, bomenrijen, bosje en solitairen en de bestaande houtsingel en knotwilgen. Bestaande en karakteristieke landschapselementen binnen het plangebied worden zoveel mogelijk behouden.
G
E
H
F
G E U R W E G
D
TUIN
A
B
TUIN
I
C
J
I
ERF
D
A T T R A H O G E S
Toelichting ontwikkeling erf A. Hoofdwoning op het erf staat op enige afstand van de weg en is met de voorzijde georiënteerd op de Geurweg. Qua hiërarchie en uitstraling is deze woning het belangrijkste gebouw op het erf. Deze woning heeft een aangebouwd bijgebouw om dit te benadrukken. De woning heeft een landelijke uitstraling en ingetogen detaillering. B. Schuurwoningen met zoveel mogelijk inpandige bijgebouwen aan het erf. Deze woningen worden uitgevoerd in schuurarchitectuur en zijn familie van elkaar. Ze hebben een enkelvoudige hoofdvorm, één bouwlaag met kloek zadeldak. Er wordt gebruik gemaakt van gedempte kleuren en natuurlijke materialen. Een eigentijdse invulling van de traditionele hoofdvorm is mogelijk. C. De woningen staan aan een gezamenlijk open erf. Op het erf staat centraal een markante boom (1e grootte) bijvoorbeeld een zomereik. D. Struweelhaag of vogelbosje versterkt de groene uitstraling en groen kader van het erf en draagt bij aan de biodiversiteit. Het oostelijke bosje geeft een accent aan het hoogteverschil van de ‘terrasrug’ in het landschap. E. Streekeigen solitaire bomen en boomgroepen geven gelaagdheid op het erf en geven diepte in de tuinen/landschap (2e en 3e grootte).
F. Langs de Geurweg komt een transparante streekeigen bomenrij van bijvoorbeeld essen. G. Aan de voorzijde komt een hoogstam fruitboomgaard. Dit is karakteristiek voor boerenerven, zeker in het rivierenlandschap en versterkt de gelaagdheid van de erfbeplanting. H. Aan de voorzijde van het erf, bij de hoofdwoning, komt een streekeigen haag van meidoorn of veldesdoorn. I. Ter hoogte van de schuurwoningen wordt een haag toegevoegd voor privacy en om de tuinen van het landschap af te schermen. J. De achterzijde van het perceel wordt open en agrarisch gehouden. Bijvoorbeeld met een weide of kruidenrijk grasland. Hier kan ook een verlaging in het landschap worden gecreëerd als wadi of poel. Dit deel is geen tuin. K. Milieucirkel buurman. Daarbinnen is een woonbestemming ongewenst. L. Grenzend aan de weide is een schuilhut voor schapen voorgesteld.
WEIDE
B E
B
TUIN
E
TUIN
L
K
Schets nieuw erf Hogestraat 6 Megchelen (zie bijlage voor schets op schaal)
OOSTZEE | 8
KAVEL 1 SCHUURWONING MET INPANDIGE SCHUUR OPP. KAVEL: 2.650 M2 INHOUD: 750 M3 AFMETING: 11X12 METER BIJGEBOUW: 110 M2 GOOTHOOGTE: MAX. 3,5 METER NOKHOOGTE: MAX. 8 METER
KAVEL 3 HOOFDWONING MET AANPANDIG BIJGEBOUW OPP. KAVEL: 2.315 M2 INHOUD: 1.000 M3 AFMETING: 10X19 METER GOOTHOOGTE: MAX. 3.85 METER NOKHOOGTE: MAX. 8.80 METER
G
E
H
F A
B
TUIN
I
C ERF
D
J
I
WEIDE
B E
A T T R A H O G E S
B
TUIN
E
TUIN
L
KAVEL 2 SCHUURWONING MET INPANDIGE SCHUUR OPP. KAVEL: 1.650 M2 INHOUD: 750 M3 AFMETING: 11X12 METER BIJGEBOUW: 110 M2 GOOTHOOGTE: MAX. 3,5 METER NOKHOOGTE: MAX. 8 METER
K
8X19 METER 152 M2 3 METER 6 METER
G E U R W E G
D
TUIN
BIJGEBOUW AFMETING: BIJGEBOUW: GOOTHOOGTE: NOKHOOGTE:
KAVEL 4 SCHUURWONING MET INPANDIGE SCHUUR OPP. KAVEL: 2.880 M2 INHOUD 1.000 M3 AFMETING 9X19.5 METER BIJGEBOUW 90 M2 GOOTHOOGTE MAX. 3,5 METER NOKHOOGTE MAX. 8 METER BIJGEBOUW (SCHUILHUT SCHAPEN) AFMETING: 8X12.5 BIJGEBOUW: 100 M2 GOOTHOOGTE: 3 METER NOKHOOGTE: 6 METER
BEPLANTINGSPLAN Voor de nieuwe landschapselementen is een beplantingsplan opgesteld. Hierin wordt per landschapselement aangegeven welke streekeigen beplantingssoorten gewenst zijn, uit welke aantallen de nieuwe aanplant is opgebouwd en in welke dichtheid wordt aangeplant. Daarnaast wordt een indicatie gegeven van het gewenste formaat aan te planten beplanting. Solitaire bomen en boomgroepen Vrijstaande bomen en boomgroepen op of aan de rand van het erf zijn markante herkenningspunten. Ze zijn beeldbepalend voor boerderij en omgeving en zetten de boerderij bovendien duidelijk ‘in het groen’. Doordat ze vrij staan, groeien ze tot flinke omvang uit. Oorspronkelijk werden solitaire bomen aangeplant met een praktisch doel. Ze dienden als windbreker naast een stal of waren bedoeld voor de houtproductie. Het waren altijd bomen die ook in het landschap te vinden waren. Vooral zomereiken en beuken kwamen veel voor. Daarnaast zijn essen, populieren, zwarte elzen, paardenkastanjes, veldesdoorn en schietwilgen veel als solitair aangeplant. Overigens werden op achtererven ook vaak solitaire fruitbomen of okkernoten aangeplant, omdat deze voor extra voedsel zorgden. De bomen vormen een goed broed- en uitkijkplaats voor (roof)vogels. Vleermuizen gebruiken ze tijdens hun nachtvluchten als oriëntatiepunt.
Houtopstanden, -singels en vogelbosjes Houtsingels liggen vaak rondom het erf of langs watergangen. Ze dienen als perceelscheiding, veekering en als geriefhoutbosje. Ze vormen belangrijke leefgebieden en verplaatsingsroutes voor allerlei dieren. Dankzij de vele zaden, bessen, slakken, spinnen en insecten is de houtsingel voor veel vogels ook een goed foerageergebied. In de bomen broeden veel vogels. Verder is een houtsingel een toevluchtsoord voor veel kleine zoogdieren.
De beplanting van houtsingels varieert per gebied. In het rivierengebied op de oeverwallen ziet men veel eiken als boomvormers. Deze worden aangevuld met onder andere els, haagbeuk, veldesdoorn, kornoelje, lijsterbes en kardinaalsmuts. Daarnaast worden stekelige struiken aangeplant, zoals meidoorn, sleedoorn en hondsroos. Tussen de aangeplante bomen en struiken komen ook spontaan houtige gewassen op. Dit zijn onder andere hazelaar, lijsterbes, vlier, wegedoorn en Gelderse roos en soms wilde peer. Hoogstamboomgaard Omdat boerenerven zelfvoorzienend waren, werd rond alle boerderijen fruit geteeld. Soms stonden er alleen wat losse hoogstamfruitbomen op het erf. Meestal was er een kleine of grotere boomgaard met appels, peren, pruimen of kersen van verschillende rassen. Deze boomgaard lag naast of voor de boerderij. De opbrengst was puur voor het eigen gebruik. De rassen waren zo gekozen dat er de hele zomer en herfst vers fruit was en er (leg)appels en (stoof)peren waren die men in de winter kon bewaren. Rondom de boomgaard liep meestal een knip- en scheerheg om het grote vee weg te houden en onder de bomen vond beweiding met kalveren en/of schapen plaats. Hoogstamboomgaarden zijn zeer karakteristiek voor het landschap en hebben daarmee grote cultuurhistorische waarde. Bovendien heeft een boomgaard met hoogstambomen grote waarde voor de natuur.
Zo’n boomgaard herbergt veel dieren, vogels en insecten. Knip- en scheerheg Over het algemeen staan heggen op het voorerf. Heggen staan vooral op het erf rondom de siertuin, moestuin, dierenweide of boerenboomgaard. Vaak werden doornige struiken gebruikt, zodat de heg ondoordringbaar was. Vee brak daardoor niet uit de wei en ongewenste dieren bleven op afstand. Meidoorn is waarschijnlijk de meest aangeplante heggenstruik, vooral in knip- en
OOSTZEE | 10
scheerheggen. Naast de meidoorn zijn soorten als beuk, liguster en veldesdoorn ook uitermate geschikt voor een knip- en scheerheg. Op een natuurlijke erf zijn heggen erg waardevol. Ze zijn vooral goed om vogels naar het erf te lokken. Deze houden zich graag schuil tussen de dichte struiken en zijn blij met de bessen en zaden die de struiken vormen.
Puntensysteem De gemeente Oude IJsselstreek hanteert bij een landschappelijke inpassing een puntensysteem, zodat zij kan toetsen of de landschappelijke kwaliteit versterkt wordt. Het plangebied is ca. 15.000 m2. Voor het initiatief zijn 15.000 punten benodigd.
Kruiden- en bloemrijk grasland Een kruidenrijk grasland is niet alleen mooi in het landschap, maar levert ook een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit en aan de belevingswaarde van het landschap. Een kruidenrijke grasland herbergt een grote verscheidenheid aan grassen en kruiden en is zeer geschikt als foerageer- en nesthabitat voor weidevogels. Maar ook andere boerenlandvogels, zoals patrijzen, graspiepers en gele kwikstaarten hebben baat aan een aantrekkelijk foerageer- en leefgebied. Dit geldt ook voor reeën, muizen en dassen en roofvogels, zoals de uil en de torenvalk. Tevens zijn kruidenrijke graslanden aantrekkelijk voor veel insecten. Ze vinden er voedsel in de vorm van nectar en pollen en zetten bovendien hun eieren erin af. Voldoende insecten zijn van groot belang voor het overleven van kuikens van weidevogels.
Grootte plangebied: 15.000 m2 Totaal aantal benodigde punten: 15.000 punten Landschapselement Solitaire bomen Bomenrij Fruitbomen Houtsingel Vogelbosje Knip- en scheerheg Struweelrand te verwijderen bomen
aantal/m2/m1 punt/aantal/m2 subtotaal punt 10 stuks 50 500 11 stuks 50 550 8 stuks 40 320 2 520 m 12 6.240 90 m2 12 1.080 10 1.870 187 m1 2 12 7.008 584 m 10 stuks 50 -500
Solitaire bomen Knotwilgen Houtsingel
2 stuks 14 stuks 800 m2
50 40 12
100 * 560 * 9.600 *
Totaal aan punten 17.068 (*) Aanwezige, te handhaven landschapselementen (zijn niet meegenomen in punten) De landschappelijke inpassing heeft een score van 17.068 punten en draagt bij aan de versterking van de landschappelijke kwaliteiten van het rivierenlandschap.
OOSTZEE | 11
BESTAANDE ELEMENTEN
LEGENDA
RIJ KNOTWILGEN
BESTAANDE ELEMENTEN
TI-CO
TI-CO
G E U
TUIN TUIN
TUIN JU-RE TUIN ERF
JU-RE
A T T R A H O G E S
BE-PE
A T T R A H O G E S
TUIN
QU-RO
QU-RO
CA-BE
QU-RO
WEIDE
BE-PE
TI-CO TI-CO
WEIDE BE-PE TI-CO
ERF
BE-PE
G E U R W E G
TI-CO
TUIN CA-BE
TUIN
QU-RO
TUIN
JU-RE
JU-RE
RIJ KNOTWILGEN
HOUTSINGEL MET STREEKEIGEN SOORTEN
HOUTSINGEL MET STREEKEIGEN SOORTEN
BOMENGROEP (2 BERKEN)
BOMENGROEP NIEUWE ELEMENTEN (2 BERKEN) TRANSPARANTE BOMENRIJ GEWONE ES - FRAXINUS EXCELSIOR . 11 S NIEUWE ELEMENTEN MAAT 12-14 . DRKL. 3X VP . PLANTAFSTA TRANSPARANTE BOMENRIJ GEWONE ES - FRAXINUS EXCELSIORSOLITAIRE . 11 STUKSBOMEN MAAT 12-1410 .MDRKL. MAAT 12-14 . DRKL. 3X VP . PLANTAFSTAND H.O.H.3X VP . 10 STUKS CODE SOORTEN SOLITAIRE BOMEN BE-PE RUWE BERK - BETULA PENDU MAAT 12-14 . DRKL. 3X VP . 10 STUKS CA-BE HAAGBEUK - CARPINUS BETU CODE SOORTEN JU-RE WALNOOTAANTAL - JUGLANS REGIA BE-PE RUWE BERK - BETULA PENDULA 2X - TILIA CORDAT TI-CO WINTERLINDE CA-BE HAAGBEUK - CARPINUS QU-RO BETULUS ZOMEREIK1X - QUERCUS ROBUR JU-RE WALNOOT - JUGLANS REGIA 2X TI-CO WINTERLINDE - TILIA CORDATA 3X HOOGSTAMFRUITBOOMGAARD R W E QU-RO ZOMEREIK - QUERCUS ROBUR 2X MAAT 10-12 . PLANTVERBAND: 1 OP 8 M . G O.A. APPELS, PEREN, PRUIMEN EN KERS HOOGSTAMFRUITBOOMGAARD MAAT 10-12 . PLANTVERBAND: 1 OP HOUTSINGEL 8 M . 8 STUKS O.A. APPELS, PEREN, PRUIMEN EN MAAT KERSEN 80-100 . PLANTAFSTAND: 1.25X1.25 OPP: 520 M2 . AANTAL 340 STUKS HOUTSINGEL SOORTEN: MAAT 80-100 . PLANTAFSTAND: 1.25X1.25M . WILDVERBAND OPP: 520 M2 . AANTAL 340 STUKSZWARTE ELS - ALNUS GLUTINOSA GEWONE HAZELAAR - CORYLUS AVELLAN SOORTEN: ZWARTE ELS - ALNUS GLUTINOSA GRAUWE WILG - SALIX 30 CINEREA ST. SLEEDOORN - PRUNUS GEWONE HAZELAAR - CORYLUS AVELLANA 40 SPINOSA ST. GELDERSE ROOS VIBURNUM GRAUWE WILG - SALIX CINEREA 30 ST.
OPULUS - CRATAEGUS MO SLEEDOORN - PRUNUS SPINOSA EENSTIJLIGE MEIDOORN 20 ST. ZOETE KERS - PRUNUS PADUS GELDERSE ROOS - VIBURNUM OPULUS 75 ST. WILDE KARDINAALSMUTS EENSTIJLIGE MEIDOORN - CRATAEGUS MONOGYNA 75 T.- EUONYMUS EU ZOETE KERS - PRUNUS PADUS VOGELBOSJE 20 ST. WILDE KARDINAALSMUTS - EUONYMUS EUROPAEUS 50 ST. MAAT 80-100 . PLANTAFSTAND: 1.25X1.25
OPP: 90 M2 . AANTAL 140 STUKS VOGELBOSJE SOORTEN:. WILDVERBAND MAAT 80-100 . PLANTAFSTAND: 1.25X1.25M OPP: 90 M2 . AANTAL 140 STUKS GELE KORNOELJE - CORNUS MAS RODE KORNOELJE - CORNUS SANGUINEA SOORTEN: - LIGUSTRUM VULGA GELE KORNOELJE - CORNUS MAS GEWONE LIGUSTER 15 ST. GELDERSE ROOS - VIBURNUM RODE KORNOELJE - CORNUS SANGUINEA 15 ST. OPULUS EENSTIJLIGE MEIDOORN - CRATAEGUS MO GEWONE LIGUSTER - LIGUSTRUM VULGARE 15 ST. GELDERSE ROOS - VIBURNUM OPULUS 40 ST. ZOETE KERS - PRUNUS PADUS EENSTIJLIGE MEIDOORN - CRATAEGUS MONOGYNA 25 T. WILDE KARDINAALSMUTS - EUONYMUS EU ZOETE KERS - PRUNUS PADUS 5 ST. KNIPEN SCHEERHEG WILDE KARDINAALSMUTS - EUONYMUS EUROPAEUS 25 ST. MAAT 80-100 . PLANTAFSTAND: 4 PER ME KNIP- EN SCHEERHEG LENGTE IN TOTAAL 187 M1 MAAT 80-100 . PLANTAFSTAND: 4 PER METER STUKS MEIDOORN, LIG KEUZE UIT:. 750 EENSTIJLIGE LENGTE IN TOTAAL 187 M1 KEUZE UIT: EENSTIJLIGE MEIDOORN, LIGUSTER OF VELDESDOORN STRUWEELRAND . MINIMAAL 4 METER BR INHEEMS ZAAIMENGSEL N11 BIJENMENGSE STRUWEELRAND . MINIMAAL 4 METER BREED . LENGTE 146 M TE VERWIJDEREN INHEEMS ZAAIMENGSEL N1 BIJENMENGSELELEMENTEN MET VASTE SOORTEN
TE VERWIJDEREN ELEMENTEN 0 30
10
20
40
50 METER
30
40
50 METER
DIVERSE BOMEN . RIJ BEUKEN NABIJ BES VERPLANTEN IN TUINEN DIVERSE BOMEN . RIJ BEUKEN NABIJ BESTAANDE OPRIT EVENTUEEL VERPLANTEN IN TUINEN
BEHEER Boomgroepen en solitaire bomen Beheer is bij een bomengroep niet of nauwelijks nodig. Door middel van een visuele beoordeling kan worden bekeken of onderhoudssnoei noodzakelijk is. Het verdient aanbeveling om regelmatig zogeheten zuigers, schurende takken en dood hout te verwijderen. Snoeien kan over het algemeen in de wintermaanden, met uitzondering van haagbeuk, walnoot, wilde paardenkastanje, esdoorn en berk. Deze soorten kunt u het beste snoeien in de periode september-begin januari in verband met sapuittreding of bloeden. Ook dient u de boomband te controleren en na 4 tot 5 jaar te verwijderen. Knotbomen Houdt de eerste jaren na aanplant de stam vrij van takken en laat alleen de takken aan de top groeien. Afhankelijk van de soort kunnen knotbomen om de 4 tot 6 jaar geknot worden. Zaag de takken af tot op 2 à 3 cm van de stam, haaks op de tak om te voorkomen dat er regenwater in blijft staan. Het knotten kan het beste plaatsvinden in de periode van half november tot half maart. Houtopstanden, -singels en vogelbosjes Na ongeveer 5-6 jaar zullen de takken in de houtsingel of wal elkaar gaan raken en dient er waar nodig gesnoeid en gedund worden. Na 10 jaar is de eerste keer onderhoud noodzakelijk. De meeste houtsingels en houtwallen worden als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet.
Afzetten betekent dat de bomen en struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit. Bij voorkeur dient er kleinschalig gewerkt te worden waarbij niet alle singels tegelijk een onderhoudsbeurt krijgen. Om de variatie in leeftijd te waarborgen dient ieder jaar, afhankelijk van het onderhoudsinterval, een gedeelte van de singel te worden afgezet.
Bij het afzetten is het in elk geval van belang dat er genoeg licht op de bodem valt om de stobben te laten uitlopen. Dat betekent vaak een vrij drastische dunning. Oude bomen blijven meestal staan, evenals bomen met holten die vaak het domein van vogels en vleermuizen zijn. Het gesnoeide hout bij voorkeur laten liggen op stapels of in takkenrillen verwerken op een geschikte plek binnen de houtopstanden. Knip- en scheerheg In het algemeen worden de meeste heggen ongeveer 2 keer per jaar geknipt. Bij een meidoornheg is het belangrijk de eerste keer te knippen voor de langste dag van het jaar, in mei-juni. Dit maakt het knippen van deze heg een stuk aangenamer, omdat de doorns dan nog niet houtig zijn. De tweede keer knippen kan in september. Als de haag uit liguster bestaat, dan kunt u vaak wel 3 keer per jaar knippen, omdat de liguster een snel groeiende struik is. Knip de heg wanneer het bewolkt en niet te warm is. Belangrijk is dat de onderkant van de heg iets breder uitgroeit dan de bovenkant, zodat de zon ook op de onderkant van de heg kan schijnen. De heg behoudt dan zijn besloten karakter. Kruiden- en bloemrijk grasland Het verdient de aanbeveling om een deel in de eerste helft van het vegetatieseizoen extensief te begrazen, het andere deel in de tweede helft van het seizoen.
Omdat niet precies te voorspellen is wat de uitgangssituatie is qua voedselrijkdom van het grasland, is een geen exacte gewenste begrazingsintensiteit aan te geven. Het is zaak de ontwikkeling van het grasland te monitoren en het beheer (maai- en begrazingsintensiteit) eventueel bij te stellen. De begrazingsintensiteit zal tussen de 1 en 3 grootvee-eenheden per hectare liggen.
OOSTZEE | 13
BIJLAGE: INZICHT LANDSCHAPSELEMENTEN Adres en plaats: Hogestraat 6 Megchelen Perceelsnummers: 1116, 1117 en 1119 Oppervlakte plangebied: ca. 15.000 m2 Landschapselementen Knotboom Bomenrij Solitaire bomen Hoogstamboomgaard Houtwal of houtsingel Struweelrand Vogelbosje Knip- en scheerheg
Nieuw aan te leggen landschap 11 bomen 10 bomen 8 bomen 520 m2 584 m2 90 m2 187 m1
Te verwijderen landschap
Optioneel; aanwezig landschap
10 bomen
14 bomen 2 bomen 800 m2
OOSTZEE | 14
BIJLAGE: NIEUWE LANDSCHAPSELEMENTEN Landschapselement 1 Naam Omschrijving Aantal Soorten
Landschapselement 2 Naam Omschrijving Aantal Soorten
Landschapselement 3 Naam Omschrijving Aantal Soorten
Bomenrij Zie beplantingsplan 11 laanbomen, maat 12-14 Gewone es - Fraxinus excelsior
Solitaire bomen Zie beplantingsplan 10 solitaire bomen, maat 12-14 2x Ruwe berk - betula pendula 1x Haagbeuk - carpinus betulus 2x Walnoot - Juglans regia 3x Winterlinde - Tilia cordata 2x Zomereik - Quercus robur
Hoogstamboomgaard Zie beplantingsplan 8 bomen, maat 10-12 o.a appels, peren, pruimen en kersen
Landschapselement 6 Naam Omschrijving Oppervlakte Soorten
Landschapselement 7 Naam Omschrijving Lengte Soorten
Struweelrand Zie beplantingsplan, inheems zaaimengsel N1 Bijenmengsel met vaste soorten (Cruythoek of vergelijkbaar) 584 m2 o.a.: Duizendblad, Gele kamille, Knoopkruid Pinksterbloem, Moerasspirea, Sint-Janskruid, Gewoon biggenkruid, Beemdkroon, Gewone margriet, Gewone rolklaver, Grote kattenstaart en Smalle weegbree.
Knip- en scheerheg Zie beplantingsplan 187 meter, maat 80-100 Eénstijlige meidoorn - Crateagus monogyna Gewone liguster - Ligustrum vulgare Veldesdoorn - Acer campestre
OOSTZEE | 15
BIJLAGE: NIEUWE LANDSCHAPSELEMENTEN Landschapselement 4 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling Oppervlakte en hoeveelheden Soorten (NL en Latijns naam)
Landschapselement 5 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling Oppervlakte en hoeveelheden Soorten (NL en Latijns naam)
Houtsingel Zie beplantingsplan 520 m2, maat 80-100 Zwarte els - Alnus glutionsa Gewone hazelaar - Corylus avellana Grauwe wilg - Salix cinerea Sleedoorn - Prunus spinosa Gelderse roos - Viburnum opulus Eénstijlige meidoorn - Crataegus monogyna Zoete kers - Prunus padus Wilde kardinaalmuts - Euonymus europaeus
30 st. 40 st. 30 st. 20 st. 75 st. 75 st. 20 st. 50 st.
Vogelbosje Zie beplantingsplan 90 m2, maat 80-100 Gele kornoelje - Cornus mas Rode kornoelje - Cornus sanguinea Gewone liguster - Ligustrum vulgare Gelderse roos - Viburnum opulus Eénstijlige meidoorn - crataegus monogyna Zoet kers - Prunus padus Wilde kardinaalmuts - Euonymus europaeus
15 st. 15 st. 15 st. 40 st. 25 st. 5 st. 25 st.
OOSTZEE | 16
BIJLAGE: INSPIRATIEBEELDEN
Voorbeeld van hoofdwoning
Gebruik van natuurlijke materialen
Voorbeeld van schuurwoning
Voorbeeld van een schuurwoning
Kloeke enkelvoudige volume
Voorbeeld van een schuurwoning met inpandige berging (linkerzijde).
Gebruik van gedekte kleuren en materialen
Ingetogen oprit met streekeigen beplanting op het erf
Moestuin met leibomen
OOSTZEE | 17
BIJLAGE: ÉÉN-ERFPRINCIPE Van oudsher zijn erven op een bepaalde manier ontstaan en gegroeid. Daardoor zijn het duidelijk herkenbare eenheden met een logische plek in het landschap. Bij transformatie van erven is het belangrijk om de herkenbare eenheid van erven te behouden. Onderstaande, zogenaamde erf-principes zijn daarom ook het uitgangspunt bij de advisering bij erftransformaties. Zodat het nieuwe erf bijdraagt aan de versterking en identiteit van het landschap en de ruimtelijke kwaliteit.
3. De gebouwen staan dicht bij elkaar, gegroepeerd op en rond een gemeenschappelijke ruimte.
1. Een erf is een herkenbaar ensemble in het landschap. Het bestaat uit gebouwen, erfinrichting en beplanting.
4. Er is een duidelijke hoofdentree.
2. Het erf wordt gevormd door een aantal gebouwen waarvan er één de belangrijkste is. Het hoofdgebouw staat voor op het erf.
5. Het erf is verankerd in het landschap door o.a. positie en oriëntatie van gebouwen, erfbeplanting en wandelpaden. Elk landschap heeft zijn eigen kenmerken qua erfindeling, beeldkwaliteit, streekeigen beplanting en landschapselementen.
OOSTZEE | 18