Bestemmingsplan Buitengebied, locatie Huis Landfort_vastgesteld_Regels.pdf
Tekst van het document
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; b. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, Regels
43
of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 13.4.1 wint zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een dergelijke omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 13.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door: a. de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische Verwachting 3' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologisch begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische Verwachting 3' te wijzigen in 'Waarde – Archeologie 1', indien uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn.
44
Buitengebied, locatie Huis Landfort
Artikel 14 14.1
Waarde - Cultuurhistorie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'waarde - cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming en instandhouding van de ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden, welke met name bestaan uit: a. de paden-, lanen en groenstructuur; b. cultuurhistorisch waardevolle gebouwen; c. waterpartijen en d. waardevolle landschappelijke elementen. 14.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere voorkomende bestemmingen gelden de volgende bouwregels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken mag maximaal 100 m2 bedragen; b. de goothoogte van gebouwen mag maximaal 3 m bedragen; c. de bouwhoogte van gebouwen mag maximaal 6 m bedragen; d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 6 m bedragen. 14.3
Afwijken van de bouwregels
a. Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels van de daar voorkomende bestemmingen voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken, die behoren bij een landgoed, zoals een koetshuis, een prieeltje en een orangerie, tot een gezamenlijke oppervlakte van 500 m² en met een goothoogte en een bouwhoogte van maximaal 3 m respectievelijk 6 m. b. De afwijking kan slechts worden verleend, indien door middel van een bedrijfsplan of daarmee vergelijkbare onderbouwing wordt aangetoond dat de bedoelde bouwwerken passen binnen de cultuurhistorische waarden van het landgoed als bedoeld in lid 1 en in wezenlijke mate bijdragen aan de instandhouding van het landgoed.
Regels
45
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 15
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
46
Buitengebied, locatie Huis Landfort
Artikel 16 16.1
Algemene gebruiksregels
Gebruiksverbod
a. Het is verboden de gronden en de bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aangegeven bestemming(en), zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; b. Het is verboden bouwwerken, voor het bouwen waarvan op grond van de bestemmingsbepaling bij een omgevingsvergunning is afgeweken, te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met het doel, waarvoor bij die omgevingsvergunning is afgeweken. 16.2
Voorwaardelijke verplichting
16.2.1 Landschappelijke inpassing a. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en gebouwen met de bestemming "Gemengd" conform de bestemming is slechts toegestaan: 1. indien de landschappelijke inpassing van de parkeervoorziening wordt gerealiseerd binnen 2 jaren na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 2 van de planregels; 2. Zolang de landschappelijke inpassing overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 2 van de planregels, duurzaam in stand wordt gehouden. b. Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, afwijken van het bepaalde in artikel 16.2.1 waarbij op ondergeschikte punten wordt afgeweken van het landschappelijke inpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 2 van de planregels, mits dit geen afbreuk doet aan de (samenhang van de) landschappelijke kernkwaliteiten. 16.3
Voldoende parkeergelegenheid
Het (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming 'Gemengd' binnen het plangebied is uitsluitend toegestaan indien: a. aangetoond is dat binnen het plangebied in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en dat deze in stand wordt gehouden. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien: Regels
47
1. 140 parkeerplaatsen voor personenauto's zijn gerealiseerd; 2. 2 busplaatsen zijn gerealiseerd; b. de onder a1 en a2 genoemde aantallen parkeerplaatsen dienen binnen 1 jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan gerealiseerd te zijn; c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 16.3 sub a1 en a2 en worden toegestaan dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving van het plangebied, hetgeen met een parkeeronderzoek aangetoond kan worden.
48
Buitengebied, locatie Huis Landfort
Artikel 17 17.1
Algemene aanduidingsregels
Overige zone - Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone
17.1.1 Zoneomschrijving GNN en GO De gronden ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - gelders natuurnetwerk' en 'overige zone - groene ontwikkelingszone' zijn, naast de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en ontwikkeling van landschappelijke en ecologische waarden. 17.2
Beschermingsregime Gelders Natuurnetwerk
a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - gelders natuurnetwerk' worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt, tenzij: 1. geen reële alternatieven aanwezig zijn; 2. sprake is van redenen van groot openbaar belang; 3. de negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; b. de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd; c. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - gelders natuurnetwerk' is uitbreiding van bestaande functies slechts toegestaan indien wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het gebied in hun onderlinge samenhang bezien per saldo worden versterkt en deze versterking in hetzelfde dan wel een ander gelijktijdig vast te stellen planologisch besluit wordt verzekerd als het besluit tot uitbreiding van de functie; d. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de onderliggende bestemming voor zover gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - gelders natuurnetwerk', te wijzigen in de bestemming 'Natuur' indien: 1. de gronden zijn verworven of ontpacht ten behoeve van het realiseren van de natuurfunctie; 2. een overeenkomst voor functieverandering door middel van particulier natuurbeheer is gesloten; of 3.
Gedeputeerde Staten hebben besloten aan Provinciale Staten voor te stellen om de Kroon te verzoeken een onteigeningsbesluit te nemen als bedoeld in artikel 78 van de Onteigeningswet en Gedeputeerde Staten een kopie van hun besluit aan burgemeester en wethouders hebben gezonden met het verzoek over te gaan tot vaststelling van het wijzigingsplan. Regels
49
17.3
Beschermingsregime Groene Ontwikkelingszone
a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone' kunnen nieuwe activiteiten of ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, mits: 1. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; 2. de samenhang niet verloren gaat; en 3. de versterking planologisch is verankerd in hetzelfde dan wel een ander, gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan, waarbij in ieder geval inzicht gegeven wordt in: hoe verzekerd is dat de versterking wordt uitgevoerd; hoe monitoring van en rapportage over de uitvoering van de versterking plaatsvinden; hoe de natuur wordt ingericht en beheerd gedurende de ontwikkeltijd; de locatie waar de nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone optreden; en de locatie waarop de versterking plaatsvindt; b. In afwijking van het bepaalde in lid a zijn ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone' de volgende activiteiten of ontwikkelingen toelaten als de activiteit of ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast zodat de kernkwaliteiten niet significant worden aangetast: 1. een uitbreiding van de hoofdfunctie van een grondgebonden veehouderij; 2. een uitbreiding van een landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928, voor zover het daarbij opstallen betreft als bedoeld in het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928; en 3.
extensieve openluchtrecreatie; c. Bij toepassing van sub a bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de resultaten van het onderzoek naar de te verwachten effecten van die activiteit of ontwikkeling op de oppervlakte, samenhang en kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone; d. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone' is een functie, waarvoor een houtopstand als bedoeld in de Wet natuurbescherming moet worden geveld, anders dan in het kader van de normale bosexploitatie, alleen mogelijk als wordt voorzien in een extra compensatie voor het areaal bos dat verloren gaat, waarbij: 1. Compensatie kan plaatsvinden door fysieke compensatie of door financiële compensatie op basis van de volgende voorkeursvolgorde: 50
Buitengebied, locatie Huis Landfort
fysieke compensatie in of grenzend aan de Groene ontwikkelingszone en voor zover mogelijk aansluitend aan of nabij het aangetaste gebied, en wordt planologisch verankerd in hetzelfde dan wel in een ander gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan; financiële compensatie in een compensatiepool, als fysieke compensatie in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan niet mogelijk is; fysieke compensatie op afstand van het gebied, waar de houtopstand wordt geveld, als fysieke compensatie aansluitend aan of nabij het aangetaste gebied en compensatie van gelijkwaardige natuur in een compensatiepool niet mogelijk is; 2. De omvang van de compensatie wordt bepaald door de grootte van het aangetaste areaal vermeerderd met de volgende toeslag: bij natuur met een ontwikkeltijd van 5 jaar of minder: geen toeslag; bij natuur met een ontwikkeltijd tussen 5 en 25 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 1/3 in oppervlak, vermeerderd met de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer; bij natuur met een ontwikkeltijd tussen 25 en 100 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 2/3 in oppervlak, vermeerderd met de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer; bij natuur met een ontwikkelingsduur van meer dan 100 jaar: de toeslag van tenminste 2/3 in oppervlak en de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer is maatwerk; 3.
Als fysieke compensatie aantoonbaar niet, of niet volledig mogelijk is, wordt een financiële compensatie bepaald aan de hand van: de kosten van aanschaf en verwerving van vervangende grond op dezelfde plaats; de kosten van basisinrichting; de kosten van het ontwikkelingsbeheer; 4. De financiële compensatie is gebonden aan de ingreep en wordt gestort op de rekening van de provincie. 17.4
Waarde - Landschap
17.4.1 aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding: a. 'overige zone - openheid' zijn, naast voor de daar voorkomende bestemmingen, Regels
51
mede bestemd voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van de openheid; b. 'overige zone - houtwal' zijn, naast voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van de beslotenheid/houtwallenlandschap; c. 'overige zone - reliëf' zijn, naast voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van het reliëf van de bodem; d. 'overige zone - vegetatie' zijn, naast de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud, herstel en/ of ontwikkeling van vegetatie behorende bij droge omstandigheden. 17.4.2 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op gronden ter plaatse van de aanduiding: 1. 'overige zone - openheid' de volgende andere-werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; het aanleggen van - niet als bouwwerk aan te merken- mestbassins en silo's buiten de op de verbeelding aangegeven agrarische bouwvlakken; 2.
overige zone - houtwal' de volgende andere-werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden met 50 cm of meer; aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen en draineren; vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging daarvan tot gevolg kunnen hebben; 3. 'overige zone - reliëf' de volgende andere-werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden met 50 cm of meer; aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen en draineren; aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende 52
Buitengebied, locatie Huis Landfort
constructies, installaties en apparatuur; het aanleggen van -niet als bouwwerk aan te merken- mestbassins en silo's buiten de op de verbeelding aangegeven agrarische bouwvlakken. 4. 'overige zone - vegetatie' de volgende andere-werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden met 50 cm of meer; aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging daarvan tot gevolg kunnen hebben; het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 17.4.2 onder a wordt slechts verleend indien door het uitvoeren van de andere-werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en/of natuurwaarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. b. Geen omgevingsvergunning is nodig voor: 1.
andere-werken in het kader van het normale beheer en onderhoud; 2. andere-werken die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; 3. andere-werken die binnen agrarische bouwvlakken zijn gelegen; 4. het aanleggen van kavelpaden en verhardingen ten behoeve van in- of uitritten, tot elk een oppervlakte van 60 m², niet zijnde zandwegen met een landschappelijke waarde; 5. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, voor zover daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet; 6. het vellen of rooien van fruitbomen.
Regels
53
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 18 18.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
18.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 18.2
Afwijking
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 18.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 18.1.1 met maximaal 10%. 18.3
Uitzondering
Arikel 18.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 18.4
Overgangsrecht gebruik
18.4.1 algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
54
Buitengebied, locatie Huis Landfort
18.4.2 strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 18.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 18.4.3 onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 18.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 18.4.4 uitzondering op het overgangsrecht gebruik Artikel 18.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Regels
55
Artikel 19
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied, locatie Huis Landfort'.
56
Buitengebied, locatie Huis Landfort
Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle Postbus 432 8000 AK Zwolle
t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl