CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnotitie licht in de openbare ruimte gemeente Oude IJsselstreek.pdf

Raadsvergadering 24 februari 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 2: Beleid Openbare verlichting 2022-20263.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

‘Licht in de Openbare Ruimte’ gemeente Oude IJsselstreek 2022-2026

December 2021

1

Inhoudsopgave 1.

Samenvatting ........................................................................................................................................ 3

2.

Inleiding ................................................................................................................................................. 5 2.1 Aanleiding .................................................................................................................................................. 5 2.2 Doel van verlichting................................................................................................................................... 5 2.3 Leeswijzer .................................................................................................................................................. 5

3.

Wat blijven we doen .............................................................................................................................. 6 3.1

Licht op maat en dus alleen daar waar het nodig is ...................................................................... 6

3.2

Aandacht voor sociale veiligheid, sfeer en leefbaarheid ............................................................. 8

3.3

Hoofdfietsroutes binnen de kom verlicht, buiten de kom van alternatieven of sensoren ....... 8

3.4 Per situatie bepalen wat de meest energiezuinige en duurzame oplossing is dat past bij budget en stand van de techniek zonder koploper te zijn .......................................................................... 9 3.5

Geen keurmerken voor de openbare verlichting ........................................................................... 9

3.6

Gebiedsgerichte aanpak ................................................................................................................. 10

3.7

Integrale afstemming ...................................................................................................................... 11

3.8

Geen verlichte reclames aan de lantaarnpalen en geen verlichte reclameborden ................. 11

3.9

Niet meer licht in het buitengebied dan in 2021.......................................................................... 11

3.10

Tegengaan van lichtvervuiling en lichthinder .............................................................................. 12

3.11

Technische levensduur masten 50 jaar en armaturen 25 jaar .................................................. 12

3.12

Duurzame masten............................................................................................................................ 12

4. Wat actualiseren we ................................................................................................................................ 13 4.1

Voldoen aan het landelijk Energieakkoord ................................................................................... 13

4.2

Afwijken van de geldende richtlijn ................................................................................................ 13

5. Wat is nieuw ............................................................................................................................................. 15

6

5.1

Terughoudend ten aanzien van leddisplays/lcd schermen ........................................................ 15

5.2

Aanzetten tot circulaire economie ................................................................................................ 15

5.3

Volger Smart City ............................................................................................................................ 15

5.4

Tegen gaan van lichthinder en lichtvervuiling van overige lichtbronnen ................................. 16

Communicatie ..................................................................................................................................... 17

2

1. Samenvatting Deze korte beleidsnotitie is een aanvulling op en actualisatie van het beleidsplan openbare verlichting ‘Licht op maat 2012-2016’. De basis van dit beleidsplan is goed. We gaan dan ook verder op de ingeslagen weg. Dat wil zeggen dat we blijven insteken op:  Licht op maat  Aandacht voor sociale veiligheid, leefbaarheid en sfeer  Hoofdfietsroutes binnen de kom verlicht, buiten de kom tussen de kernen 1 route met detectie of alternatieven  Zo energiezuinig mogelijk verlichten  Gebiedsgericht verlichten  Geen keurmerken voor de openbare verlichting  Integrale afstemming  Geen verlichte reclameborden en reclames aan lantaarnpalen  Niet meer licht in het buitengebied  Tegen gaan van lichthinder en lichtvervuiling  Technische levensduur voor mast 50 jaar en armatuur 25 jaar  Duurzame masten plaatsen Een aantal uitgangspunten is geactualiseerd, namelijk:  Voldoen aan het energieakkoord  Afwijken van de geldende richtlijn Door alle technologische ontwikkelingen en andere inzichten voegen we ook uitgangspunten toe:  Terughoudend ten aanzien van displays  Aanzetten tot een circulaire economie  Volger zijn van Smart City en geen koploper  Tegen gaan van lichthinder en lichtvervuiling van andere lichtbronnen Wat willen we bereiken? We willen een toekomst bestendige, prettige en veilige leefomgeving.

Bij het beheren van de openbare verlichting willen we voldoen het landelijke energieakkoord en lichthinder en lichtvervuiling verminderen. Wat gaan we hiervoor doen? We gaan meer dimmen, kijken bij vervanging kritisch of en op welke tijdstippen er verlichting nodig is en plaatsen in nieuwe situaties ook niet zomaar verlichting. We kiezen voor verlichting die zo min mogelijk lichthinder en lichtvervuiling veroorzaakt. Daarnaast gaan we in gesprek om ondernemers, inwoners en verengingen om samen te kijken of we de eventuele lichthinder en lichtvervuiling kunnen verminderen of stoppen. We vervangen verlichting die op leeftijd is door de meest energiezuinige verlichting die er beschikbaar is.

3

4

2. Inleiding 2.1 Aanleiding Het bestaande beleidsplan openbare verlichting “Licht op maat” is aan vervanging toe. De basis is goed, maar de ontwikkelingen die een rol spelen bij het afwegingskader zijn wel veranderd. Denk bij ontwikkelingen aan de enorme opkomst van led, markering en reflectie. Daarnaast bepalen ook steeds meer nietgemeentelijke lichtbronnen de kwaliteit van de openbare ruimte (leefomgeving). Denk daarbij bijvoorbeeld aan:  Licht vanuit bedrijven;  Aangelichte monumenten of bijzondere gebouwen;  Reclameverlichting;  Licht op sportvelden. Dit licht is vaak niet van de gemeente, maar heeft wel effect op en in de openbare ruimte. Deze notitie is een korte weergave van de gemaakte keuzes. De website is een verbeelding van het beleid en beschrijft de achtergronden bij het beleid. Dit beleidsplan is tot stand gekomen in samenwerking met alle betrokken beleidsvelden en heeft als looptijd 2022-2026. 2.2 Doel van verlichting Het doel van de verlichting is om een bijdrage te leveren aan:  Een goede verkeersveiligheid waar dat van toepassing is en waar geen alternatief beschikbaar is;  Een goede sociale veiligheid waar dat van toepassing is en waar verlichting geen schijnveiligheid geeft; Het creëren van een sfeervolle leefomgeving;  Het zo min mogelijk verstoren van de flora en fauna.

2.3 Leeswijzer In hoofdstuk 3 van deze notitie staat wat we blijven doen, in hoofdstuk 4 wat we actualiseren en in hoofdstuk 5 de nieuwe toevoegingen.

5

3. Wat blijven we doen 3.1 Licht op maat en dus alleen daar waar het nodig is Er is de afgelopen jaren al bewust omgegaan met het vervangen en uitbreiden van de openbare verlichting. Daarbij is er geen overdreven hoeveelheid licht geplaatst. Door de nieuwe technieken en inzichten gaan we bij vervanging nog beter kijken of het licht echt nodig is of dat er betere alternatieven te bedenken zijn, zoals bijvoorbeeld reflecterende belijning of een andere vorm van markering. Ook is het mogelijk dat er helemaal geen verlichting nodig is zonder dat de verkeersveiligheid in het geding komt. Ons uitgangspunt “niet verlichten, tenzij” handhaven we.

Foto: Aaltenseweg in Sinderen, reflecterende strepen geven het verloop van de weg goed weer.

Als we toch licht willen hebben op plekken waar dit niet continu nodig is kunnen we gebruik maken van bewegingssensoren. Het licht gaat alleen aan of wordt feller als er gebruik gemaakt wordt van die route. Zo is er toch licht maar niet onnodig veel als er geen gebruik van een route gebruik wordt gemaakt. Of te wel ‘licht op maat’. Dat doen we nu bijvoorbeeld al op de Biezenakker in Ulft.

6

Foto: Biezenakker in Ulft. Licht brandt minder fel als er niemand fietst.

Licht brandt feller als er iemand fietst.

Daar waar verlichting nodig is, dimmen (minder fel branden) we deze op een verantwoordelijke manier na 22.00 uur en waar het kan gaat het licht in de nacht uit.

7

3.2 Aandacht voor sociale veiligheid, sfeer en leefbaarheid Sociale veiligheid kunnen we verdelen in objectieve (meetbare) en subjectieve (gevoelsmatige) veiligheid. Meetbaar is bijvoorbeeld het aantal inbraken. Niemand wil dat er ingebroken wordt. Maar openbare verlichting kan inbraken niet voorkomen. Een lamp met een bewegingssensor aan de gevel werkt effectiever dan een lantaarnpaal op straat. Licht wordt vaak in één adem genoemd met veiligheid. Doordat er licht aanwezig is, voelt men zich veilig. Verlichting kan bijdragen aan de overzichtelijkheid van een gebied, maar ook aan schijnveiligheid.

Foto: Breedenbroekseweg in Voorst. Er is niemand die je kan helpen of zien. Licht zou hier schijnveiligheid geven.

Wij proberen schijnveiligheid te voorkomen door niet te verlichten op locaties waar weinig sociale controle is. Ook kiezen voor een lichtkleur waarbij gezichten en kleuren goed herkenbaar zijn om zo de sociale veiligheid te waarborgen. Verlichting kan een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en sfeer in een gebied. Bijvoorbeeld een winkelgebied. Met mooie verlichting kan dit aantrekkelijker gemaakt worden. We kijken dan ook goed naar de gewenste sfeer in de gebieden. 3.3 Hoofdfietsroutes binnen de kom verlicht, buiten de kom van alternatieven of sensoren Recreatieve fietsroutes worden niet verlicht. Deze worden vooral overdag gebruikt. Hoofdfietsroutes binnen de kom worden wel verlicht. Per situatie bekijken we of deze verlichting in de nacht uit kan. In ieder geval wordt het licht na 22.00 uur gedimd.

8

Foto: ’t Goor in Ulft, doorgaande route die we benoemen als een hoofdfietsroute binnen de kom.

In het buitengebied, tussen de kernen onderling is of wordt 1 hoofdfietsroute voorzien van verlichting met detectie of van alternatieven zoals bijvoorbeeld een lichter kleur wegdek, reflecterende belijning of ledlampjes in de as van de weg. Andere routes worden niet verlicht. 3.4 Per situatie bepalen wat de meest energiezuinige en duurzame oplossing is dat past bij budget en stand van de techniek zonder koploper te zijn Net als in de omliggende gemeenten, wordt al veel jaren gekozen voor duurzame en energiezuinige verlichting en oplossingen. Per situatie bekijken we altijd wat de beste oplossing is, passend in de omgeving en binnen het beschikbare budget. We zijn volger van nieuwe technieken en geen koploper. We proberen zoveel mogelijk uniformiteit in verlichting te brengen om zo de beheerkosten zo laag mogelijk te houden. 3.5 Geen keurmerken voor de openbare verlichting Voor de openbare verlichting hebben we te maken met twee keurmerken:  Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW)  Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) Beide keurmerken zijn vrijwillig. Het Politie Keurmerk Veilig Wonen bestaat onder andere uit een certificaat Veilige Omgeving. Dit certificaat geeft aan dat achterpaden verlicht moet worden en de richtlijn voor de openbare verlichting volledig aangehouden wordt. De richtlijn houden wij niet volledig aan (zie ook hoofdstuk 4) net als in de omliggende gemeenten.

Wij verlichten onze achterpaden niet, maar hanteren wel een stimulerend beleid voor achterpadverlichting van de woningbouwvereniging. Daarom kiezen we ervoor om niet aan het PKVW te voldoen.

9

Het Keurmerk Veilig Ondernemen is een keurmerk voor bedrijventerreinen, winkelgebied of het buitengebied. Wij hebben het KVO-B (bedrijventerrein) op alle bedrijventerreinen. Er worden door ondernemers, verenigingen, politie, brandweer en de gemeente onderlinge afspraken gemaakt over diverse zaken. Dat kan ook over de openbare verlichting. Dit doen wij niet. Ons beleidsplan “Licht in de Openbare Ruimte” is leidend voor de openbare verlichting. 3.6 Gebiedsgerichte aanpak In woongebieden gaan we anders om met verlichting dan in bijvoorbeeld een winkelcentrum. Per gebied bekijken we wat nodig is en welke functie verlichting heeft. Vervolgens kijken we welke hoeveelheid licht nodig is en hoe het verdeeld moet en kan worden over de weg. De lichtkleur kan per gebied verschillen. In ieder geval wordt in alle gebieden de verlichting na 22.00 uur gedimd. Vrijliggende voetpaden verlichten we niet tenzij het een doorgaande route is en er voldoende sociale controle is. Achterpaden worden niet verlicht, maar we hanteren wel een stimulerend beleid richting de verlichting van derden, voor achterpadverlichting in de meeste gevallen is dit Wonion. Per parkeerterrein wordt beoordeeld of verlichting zinvol is en of verlichting in de nachtelijke uren gewenst is. Jeu de Boules banen, hondenuitlaatplekken en speelplekken verlichten we net zoals de afgelopen jaren ook niet.

Deze worden namelijk vooral overdag gebruikt en er is vaak weinig sociale controle.

Foto: Kernspark in Gendringen. Speelplek zonder verlichting.

Parken en groenvoorzieningen worden niet verlicht omdat hier in de avond en nacht geen sociale controle is. In die parken en groenvoorzieningen waar nu wel verlichting

10

staat, wordt de verlichting in principe verwijderd. Maar wel in overleg met gebruikers en aanwonenden. Samen met ondernemers gaan we onderzoeken of de openbare verlichting op bedrijventerreinen wellicht uit kan in de nacht, maar ook over de andere verlichting daar uit kan. 3.7 Integrale afstemming Uit oogpunt van sociale veiligheid is het belangrijk dat groen en de openbare verlichting goed op elkaar is afgestemd. Dat doen we al bij het ontwerp van nieuwe plannen.

Foto: Borgsche Rieten in Terborg. Verlichting staat in de boom, waardoor er geen goed licht is op de weg.

3.8 Geen verlichte reclames aan de lantaarnpalen en geen verlichte reclameborden Verlichte reclames aan de lantaarnpalen kunnen zorgen voor lichtvervuiling en een hoger energieverbruik. Dat is niet wenselijk en het uitgangspunt blijft dan ook dat er geen verlichte reclames aan de lantaarnpalen bevestigd worden. Ook ten aanzien van andere lichtgevende reclameborden zijn we terughoudend. Het mag niet de leefomgeving aantasten, verrommeling van het landschap geven of de verkeersveiligheid in gevaar brengen. 3.9 Niet meer licht in het buitengebied dan in 2021 Uitgangspunt is om niet meer licht in het buitengebied te plaatsen dan nu het geval is. Waar het kan willen we juist deze hoeveelheid verminderen. Wel moet de situatie dat toelaten. Daarover gaan we dan ook met de betreffende gebruikers en inwoners van het gebied in gesprek.

11

3.10 Tegengaan van lichtvervuiling en lichthinder Lichthinder kan ontstaan als bijvoorbeeld een lantaarnpaal in een slaapkamer schijnt. Lichtvervuiling ontstaat bijvoorbeeld door licht van een sportveld. Dit kan een gloed aan de hemel geven. We kijken (nog meer) naar lichthinder en –vervuiling. Lichthinder en vervuiling willen we voorkomen. Dat doen we door verlichting te plaatsen die geen strooilicht geeft en na 22.00 uur gaan we overal dimmen. Eventueel kan het licht in de nacht op bepaalde locaties uit. Daarnaast kan lichthinder of lichtvervuiling ook komen door bijvoorbeeld reclame of aangelichte gebouwen. Wij zetten ons in om deze lichtbroneigenaren te informeren over onnodige lichthinder/lichtvervuiling en zo gezamenlijk een prettigere leefomgeving te creëren.

Foto: Woonstraat in Silvolde. Lantaarnpaal schijnt volop in het huis.

3.11 Technische levensduur masten 50 jaar en armaturen 25 jaar Een lantaarnpaal bestaat uit een mast (paal) en een kap (armatuur). De mast is vaak een stalen mast. Deze kan ongeveer 50 jaar blijven staan. Daar zit een armatuur op die gemiddeld 25 jaar mee kan gaan. We schaffen materialen aan die zo lang mogelijk meegaan, zo duurzaam mogelijk zijn en waar mogelijk ook circulair zijn. 3.12 Duurzame masten Door de hele gemeente heen plaatsen we gecoate stalen masten. Bij een reconstructie van een weg worden masten van ongeveer 25 jaar oud of jonger weer opnieuw gebruikt. Indien nodig worden ze in de juiste kleur geschilderd. Zo dragen we bij aan duurzaamheid en besparen we op de kosten. Als er op gebied van openbare verlichting nieuwe materialen komen of nieuwe inzichten ontstaan, dan kiest de gemeente voor het materiaal dat het beste past bij de uitgangspunten van een circulaire economie en duurzaamheid.

12

4. Wat actualiseren we 4.1 Voldoen aan het landelijk Energieakkoord Voorheen hadden we te maken met de Taskforce Verlichting en bijbehorende energiebesparingsdoelstellingen. In 2013 is het landelijk Energieakkoord (SEREnergieakkoord) ondertekend. Hierin zijn afspraken gemaakt om gezamenlijk tot een duurzame, klimaatvriendelijke omgeving te komen. Voor de openbare verlichting geldt:  In 2020 20% energiebesparing realiseren ten opzichte van 2013  In 2030 50% energiebesparing realiseren ten opzichte van 2013  In 2020 heeft 40% slim energiemanagement  In 2020 is 40% van de verlichting energiezuinig We zijn actief bezig om deze doelstellingen te kunnen realiseren. In 2018 hadden we 14% ledverlichting, eind 2019 18%, eind 2021 is dit percentage ongeveer 25%. We gaan door met het vervangen van oude verlichting. We gaan niet sneller vervangen dan op basis van leeftijd (masten 50 jaar en armaturen 25 jaar). Dit doen we omdat we anders materialen vervangen wat nog niet afgeschreven is. Wel is het belangrijk dat er voldoende middelen zijn om de vervanging te kunnen uitvoeren. 4.2 Afwijken van de geldende richtlijn In Nederland zijn we niet verplicht om te verlichten. Er kunnen redenen zijn om wel, dan wel zeer beperkt te verlichten. Als de keuze voor verlichting wordt gemaakt, dan geeft de richtlijn NPR13201/A1 daarvoor duidelijke aanwijzingen. Voorheen was dit de ROVL2011.

Per situatie en omstandigheid wordt aangegeven welke verlichtingskwaliteit wordt geadviseerd. Onze keuzes zijn:  Horizontale lichtsterkte is de hoeveelheid licht op de weg. We houden maximaal 75% aan, met uitzondering van centrum- en uitgaansgebieden waar vaak wat meer licht is. Daarmee sluiten we aan bij de omliggende gemeenten. 

Verticale lichtsterkte is de hoeveelheid licht op 1,5m hoogte. Dit wordt beïnvloed door veel lichtbronnen zoals bijvoorbeeld licht uit etalages. Zouden we deze waardes aanhouden, dan moet er heel veel licht bijkomen. Daarom houden we deze niet aan net als omliggende gemeenten.

Gelijkmatigheid: is de verdeling van het licht op de weg. Op locaties waar de sociale veiligheid een belangrijke rol speelt of de verkeersveiligheid willen we de verdeling zo goed mogelijk hebben. De afstand tussen de bestaande lantaarnpalen blijft in principe hetzelfde.

13

Foto: Mozartlaan in Etten. Goede verdeling van het licht in de woonstraat.

14

5. Wat is nieuw 5.1 Terughoudend ten aanzien van leddisplays/lcd schermen We zijn zeer terughoudend ten aanzien van nieuwe leddisplays (grote digitale reclame borden met of zonder wisselende beelden) of lcd schermen/lichtkranten. Er dient goed gekeken te worden naar de locatie, het effect op de omgeving, de verkeersveiligheid en dergelijke. Als zo’n object op de gemeentegrens bedacht is, overleggen we altijd met de andere gemeente.

Foto: Leddisplay in de Staringstraat in Gendringen. Dit komt steeds vaker voor en deze leddisplays komen de verkeersveiligheid niet ten goede.

We zijn ook zeer terughoudend met dit soort schermen in etalages. Op beperkte locaties willen we dit toestaan maar dan dienen deze in ieder geval:  in de avond gedimd te worden;  uit te zijn na sluitingstijd;  geen hinder voor omwonenden of flora en fauna;  geen verkeershinder veroorzaken. 5.2 Aanzetten tot circulaire economie In een circulaire economie is er geen afval meer. Bij de aanschaf van producten stellen we als eis dat het aan de circulaire economie moet voldoen (voor zover mogelijk). Een volgende stap kan zijn die van bezitloos leven (leasen). De markt voor de openbare verlichting is qua kosten/baten en mogelijkheden nog niet zover. We houden het wel in de gaten. 5.3 Volger Smart City Smart City is het slim aansturen van alles in de openbare ruimte. Er zijn veel ontwikkelingen op dit vlak. Wij hebben niet de ambitie om koploper te zijn, maar

15

houden de ontwikkelingen goed in de gaten. Zodra het zinvol en betaalbaar is gaan wij het toepassen. 5.4 Tegen gaan van lichthinder en lichtvervuiling van overige lichtbronnen Niet alleen de openbare verlichting bepaalt het beeld buiten op straat, maar ook diverse andere lichtbronnen. Zoals bijvoorbeeld:  licht op sportvelden;  reclameverlichting;  licht vanuit bedrijven;  aangelichte kunstwerken. Veel van deze verlichting is niet van de gemeente, maar dit licht heeft wel effect op de openbare ruimte. We gaan in gesprek met de eigenaren om te bespreken of de lichthinder verminderd of voorkomen kan worden.

Foto: Centrum van Silvolde. Verlichte etalage schijnt op de stoep. Het lijkt daardoor donker op straat terwijl dat niet zo is.

We nemen het onderwerp licht op in bestaande overlegstructuren. Onze eigen gebouwen bekijken we ook kritisch.

16

6 Communicatie Zowel intern als extern gaan we met elkaar in gesprek over waar licht wel of niet nodig is. Bij elk ontwerp wordt bekeken of het ontwerp zo gemaakt kan worden dat er geen licht als compenserende factor nodig is of dat het met bijvoorbeeld reflectie opgelost kan worden. We betrekken inwoners, verenigingen en het bedrijfsleven bij wat er wel kan en wat niet, wat moet anders en wat kan anders. Zo stemmen we het licht in de openbare ruimte bewuster en beter af met als resultaat een kwalitatief duurzame en prettige leefomgeving voor iedereen.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4384/documents/23110