CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording (technische) vragen - D66 - nadeelcompensatie.pdf

Raadsvergadering 24 februari 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 4: Besluit Nadeelcompensatie660 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen D66

1. Heft de gemeente op dit moment leges voor het in behandeling nemen van een verzoek om planschade te vergoeden, en hoe hoog zijn die leges? Wij heffen een recht voor het in behandeling nemen van een verzoek om planschade. De wettelijke grondslag hiervoor is neergelegd in artikel 6.4 lid 1 Wro. Het recht bedraagt € 300,-. Wet ruimtelijke ordening Artikel 6.4 1. Van de indiener van de aanvraag heffen burgemeester en wethouders een recht. 2. Burgemeester en wethouders wijzen de indiener van de aanvraag op de verschuldigdheid van het recht en delen hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de gemeente dan wel op de aangegeven plaats dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, verklaren zij de aanvraag nietontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. 3. Het recht bedraagt € 300, welk bedrag bij verordening van de gemeenteraad met ten hoogste twee derde deel kan worden verhoogd of verlaagd. 4. Indien op de aanvraag geheel of ten dele positief wordt beslist, storten burgemeester en wethouders aan de indiener het door hem betaalde recht terug. 5.

Het in het derde lid genoemde bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voor zover het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft. 2. Is er een wettelijk minimum aan de leges die de gemeente kan heffen voor het in behandeling nemen van een verzoek om nadeelcompensatie in het kader van de Omgevingswet en Algemene wet bestuursrecht? Hierboven is aangegeven dat op basis van het huidige recht (Wro) het te heffen recht €300,bedraagt. In de Omgevingswet is hierover geen specifieke bepaling opgenomen. De bepaling in de Awb geldt dan. De hoogte van het recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding is op grond van artikel 4:128 Awb een lokale keuze. Het recht kan ten hoogste €500,- bedragen. Voor dit bedrag is gekozen, omdat het goed aansluit bij de regeling voor planschade van artikel 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Artikel 6.4, derde lid, van de Wro bepaalt dat burgemeester en wethouders van de aanvrager een recht heffen ten bedrage van € 300,- welk bedrag bij verordening van de gemeenteraad met ten hoogste twee derde deel kan worden verhoogd of verlaagd. Het daaruit voortvloeiende maximale recht bedraagt dus ook € 500,-. In september 2008 is de huidige verordening vastgesteld en sindsdien is de hoogte van het drempelbedrag niet geïndexeerd.

Als gemeente hebben wij de transitie ingezet van een beheer- naar ontwikkelgemeente. Dit betekent dat de komende jaren meer nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt dan een aantal jaar geleden. In april 2021 is er bijvoorbeeld besloten om tot een versnelling van de woningbouwopgave te komen door ook woningbouw op vijf uitbreidingslocaties mogelijk te maken. Dit zijn grote woningbouwprojecten waarbij aangenomen moet worden dat deze leiden tot significant meer verzoeken omtrent nadeelcompensatie. Naast de woningbouwopgave zijn er ook andere maatschappelijke opgaven die kunnen leiden tot meer verzoeken om nadeelcompensatie (bv. de energietransitie in relatie tot de klimaatopgave). Daarnaast heeft de Omgevingswet als doel om de regels voor ruimtelijke ontwikkeling te vereenvoudigen en wordt het principe ‘nee, tenzij’ vervangen door het principe ‘ja, mits’. Hierdoor wordt het straks makkelijker om projecten te starten. Dit kan mogelijk leiden tot meer aanvragen omtrent nadeelcompensatie. Tot slot moet opgemerkt worden dat de

ambtelijke inzet qua kosten absoluut niet gedekt wordt door het drempelbedrag. Zoals eerder al aangegeven wordt op grond van artikel 4:129 Awb aanhef en onder c dit bedrag bij (gedeeltelijke) toekenning van de aanvraag namelijk terugbetaald aan de aanvrager. Indien het antwoord op deze tweede vraag bevestigend is, verzoeken wij ook de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden 3. Wat is de hoogte van dit wettelijk minimum? Zie beantwoording bij vraag 2. 4. In welk wetsartikel is dit geregeld? Zie beantwoording bij vraag 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4384/documents/23199