Ambtelijke reactie op email Van de Riet d.d. 1 december 2020.pdf
Tekst van het document
E-Mailbericht Zaak 166082 -------------------------------------------------------------------------------Aan: jm@rietvast.nl (Jan-Marcel van de Riet), zaaksysteem@oude-ijsselstreek.nl (Gemeente Oude IJsselstreek) Datum: 01-12-2020 om 14:42:26 Onderwerp: [Gemeente Oude IJsselstreek 166082 DTlD1vze] RE: RE: [Gemeente Oude IJsselstreek 166082-c3eefb] uw verzoek om intrekking besluiten windpark Den Tol op 01-12-2020 om 14:42:26 Geachte heer Van Riet, Dank voor uw bericht. Kennelijk is hier sprake van een misverstand. U vraagt mij daarom het college uw verzoek nogmaals ter behandeling voor te leggen. Dat is mijns inziens echter onnodig. De discussie over een eventuele plan-MER-plicht voor Activiteitenbesluit en -regeling lijkt vooralsnog niet beslecht. Echter, zelfs wanneer geoordeeld zou worden dat van een dergelijke plicht sprake is, leidt dat niet tot het intrekken van onherroepelijke besluiten voor windparken. Een en ander wordt door uw vakgenoot mr.
Erwin Noordover zeer helder uitgelegd in een tweetal blogs: https://envir-advocaten.com/nl/nieuws/activiteitenbesluit-en-regeling-toch-planmer-plichtig/ (8 juli 2020) https://envir-advocaten.com/nl/nieuws/een-plan-mer-plicht-voor-hetactiviteitenbesluit-en-de-regeling-hoeft-geen-probleem-te-zijn/ (11 oktober 2020) Een citaat uit het blog van 11 oktober: “Moeten onherroepelijke vergunningen voor bestaande windparken worden ingetrokken of bestreden vergunningen worden vernietigd, als sprake is van een plan-MER-plicht voor het Activiteitenbesluit en de -regeling? Nee, dit is niet nodig, ook niet op basis van Europese regelgeving. De strijdigheid met het Europese recht ligt immers niet bij deze vergunningen, maar bij het Activiteitenbesluit en de -regeling. En de doorwerking van nieuwe normen in het Activiteitenbesluit en de -regeling na een plan-MER vereist geen aanpassing van vergunningen, aangezien de normen rechtstreeks doorwerken.
Het beëindigen van eventuele strijd met Europese verplichtingen vereist dus geen ingrijpen in de vergunningverlening voor windparken.” Nu de jurisprudentie die ten grondslag ligt aan uw verzoek om de onherroepelijke gemeentelijke besluiten voor windpark Den Tol in te trekken, niet van invloed blijkt te zijn op dergelijke onherroepelijke besluiten, doet zich de vraag voor in hoeverre behandeling van uw verzoek om intrekking van het bestemmingsplan door de raad nog noodzakelijk is. De (openbare) behandeling van uw verzoek door de raad is geagendeerd voor 21 januari aanstaande. Het lijkt mij het overwegen waard om uw verzoek voor die datum in te trekken. Met vriendelijke groet, Sandra van Vliet
Bijlagen: geen