ADA Brief inz interpellatie v2.pdf
Tekst van het document
ALLEEN PER EMAIL VERZONDEN Aan de voorzitter van de gemeenteraad van Gemeente Oude Ijsselstreek Mevrouw drs. M.W.J. (Mirjam) Maasdam-Hoevers Postbus 42 7080 AA GENDRINGEN
Datum Onze referentie Uw referentie Inzake
: : : :
19 mei 2025 P100038 (2) Aanvraag interpellatiedebat Gemeenteraadsvergadering 22-05-2025 aanvraag interpellatie
Edelachtbare mevrouw Maasdam-Hoevers, Deze brief behelst een verzoek als bedoeld in artikel 39 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad. Ik verzoek, via u, de gemeenteraad om mij, tijdens de raadsvergadering van 22 mei 2025, toe te staan een interpellatie te houden met als onderwerp het beleid en het feitelijk handelen van het college in de kwestie rondom de exploitatie van het DRU-cultuurcomplex. Ik zal de bij mij opgekomen vragen, die ik het college wil stellen, hieronder vetgedrukt weergeven. De fractie van ADA is een warm voorstander van “de DRU” en beseft dat elke culturele instelling met een vergelijkbare doelstelling deels afhankelijk zal zijn van gelden die vanuit het publieke domein moeten komen. Sinds het najaar van 2024 is duidelijk geworden dat de huidige exploitant, Stichting DRU Industriepark, in zwaar weer terecht is gekomen. Dat blijkt al uit de brief die de DirecteurBestuurder aan uw college verzond op 22 november 2024, waarin hij, kort nadat hij onze raad zijn plannen voor de doorontwikkeling presenteerde, overigens zonder over financiële problemen te spreken, de noodklok luidde. De oorzaken zijn onduidelijk gebleven. •
•
•
Vraag: Is het college bekend met een hoger bestedingspatroon sinds het aantreden van de huidige directeur-bestuurder en hoe zou dat dan worden bekostigd? Vraag: Hoe verklaart het college de voor de hand liggende vraag hoe het mogelijk is dat de directeur-bestuurder pas na zo’n anderhalf jaar besef krijgt van de desastreuse financiële positie van de Stichting DRU Industriepark? Vraag: Waarom heeft het opstappen van de gehele Raad van Toezicht en het uitblijven van de betaling van de huur aan de gemeente niet tot maatregelen geleid, die de financiële risico’s van de gemeente konden beperken?
De liquiditeit stond onder druk, waardoor de continuïteit niet geborgd kon worden, aldus de directeur-bestuurder in zijn brief van 22 november. In gewone taal staat daar dat het geld op is, zo niet door kan worden gegaan en een faillissement dreigt. Bij mijn weten is dat tot nu toe niet beter geworden.
•
•
Vraag: Kan, zonder verdere financiële ondersteuning van de gemeente, b.v. door het opschorten of kwijtschelden van de huur, nu de continuïteit wel worden gewaarborgd? Vraag: Is er nu wel voldoende liquiditeit om aan alle lopende financiële verplichtingen te voldoen, zoals b.v. de lonen, de huurpenningen, de aflossing van de bestaande lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), waarvoor de gemeente garant staat?
Praktisch kwam het er op neer, dat in de acute fase, en in de z.g. herstelfase, die binnen enkele dagen afloopt, de stichting verlangde dat de gemeente zou afzien van betaling van de huur voor het DRU-complex en aandrong op betaling van de jaarlijkse subsidie aan het begin van 2025. Uw college is gedeeltelijk daaraan tegemoet gekomen en heeft in ieder geval een betalingsuitstel gegeven en een flink deel van de subsidie voor 2025 uitbetaald. •
• •
Vraag: De subsidie is verleend voor culturele doelen, dus niet voor het betalen van schulden of het oplossen van andere liquiditeitsproblemen. Is dat een correcte veronderstelling? Vraag: Heeft het college erop toegezien dat dit niet is gebeurd? Weet het college van gevallen waarin de cultuursubsidie is aangewend voor andere doelen? Vraag: Als er wel subsidiegeld is aangewend voor de algemene exploitatie, zoals b.v. de betaling van lonen en vakantiegeld, belastingen e.d., hoe is dan gewaarborgd dat in de rest van het jaar middelen beschikbaar zijn, b.v. om de gages van uitvoerend kunstenaars te voldoen?
De eerste helft van 2025 zou worden gebruikt om, aan de hand van een startnotitie, oorzaken en oplossingen zichtbaar te maken. In de z.g. herstelfase zou, aldus de brief van de directeurbestuurder d.d. 22 november 2025, dit gezamenlijk worden onderzocht en uitgewerkt. Geconstateerd kan worden dat de voor die herstelfase bepaalde termijn, die voldoende moet worden geacht, binnenkort zal verstrijken, zonder dat aan de gemeenteraad een passend herstelplan is voorgelegd. •
Vraag: Heeft (de directeur-bestuurder van) de Stichting DRU Industriepark, uit eigen beweging of op verzoek van de gemeente, volledige openheid gegeven over de financiële aspecten van de bestaande crisis en ruimhartig meegewerkt aan het onderzoeken van oorzaken en de mogelijkheden om de sociaal-culturele doelstellingen van het project binnen de gestelde financiële kaders voort te zetten?
•
Vraag: Wat zijn de conclusies uit het onderzoek dat op initiatief van de gemeente is ingesteld? Is er zicht op een sluitende exploitatie in 2025, 2026 e.v.? Deelt het college die conclusies?
•
Vraag: Heeft Stichting DRU Industriepark al een concreet plan gepresenteerd hoe zij doelen als (1) het invullen van de uit de subsidie voortvloeiende opgave culturele taak, (2) het bereiken van een sluitende exploitatie en (3) het aflossen van de huurschuld en de schuld aan de bank (BNG) kan bereiken?
•
Vraag: Zo ja, wat is de inhoud van dat plan en acht het college dat plan haalbaar binnen de grenzen van de door de gemeenteraad vastgestelde kaders en begrotingen?
•
Vraag: Als incasso van de huurschuld onmogelijk blijkt en de BNG de garantstelling voor de lening inroept, hoe groot is de financiële consequentie daarvan en hoe zou daar binnen de begroting 2025 of 2026 dekking voor kunnen worden gevonden?
•
Vraag: Waarom zijn er door het college geen doeltreffende stappen ondernomen om (de directeur-bestuurder van de) Stichting DRU-Industriepark tot de orde te roepen, vanwege gebrekkig overzicht op de financiën, tekortschietend beleid en onvoldoende medewerking aan het proces van onderzoek en herstel?
•
Heeft het college bedenkingen over het functioneren van (de directeurbestuurder van de) Stichting DRU-Industriepark en deze gedeeld met de huidige Raad van Toezicht?
•
Vraag: Is er, nu de liquiditeit klaarblijkelijk zeer zorgwekkend is en de continuïteit in gevaar is, onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om, na een eventueel faillissement van Stichting DRU Industriepark, tot een doorstart te komen, b.v. door een nieuw op te richten cultuurstichting, die de activiteiten, inclusief een passend deel van het personeel, voortzet? Zo ja, wat was de uitkomst van dat onderzoek.
Uw college heeft het presidium van de raad op verschillende momenten vertrouwelijke mededelingen gedaan over het proces rondom het DRU Industriepark. In het openbaar is soms nodig om het principe van transparantie en openbaarheid even terzijde te schuiven, om de mogelijkheid te bieden tot een weldoordachte oplossing te komen. Ik vraag mijn collega-raadsleden en de leden van het college om begrip voor de omstandigheid dat ik dat nu lang genoeg vind hebben geduurd. Het duurt te lang, kost teveel publiek geld en er wordt na zo’n acht maanden nog geen enkele oplossingsrichting geboden. Daarom verwacht ik van het college niet alleen antwoorden op bovenstaande vragen, maar ook een antwoord op de vraag hoe zij (wij!) dit gaan aanpakken. Ik neem aan dat u deze brief, zoals het formeel hoort, aan de overige raadsleden zult doorsturen. Vanwege de omstandigheid dat het college, zoals altijd, morgen vergadert en zich ook daarnaast nog met dit onderwerp zal bezighouden, heb ik ervoor gekozen u nog vanavond deze brief te versturen. Mocht er bij collega raadsleden, leden van het college of ander betrokkenen, naar aanleiding van deze brief nog vragen opkomen, of de behoefte zijn om over deze kwestie te overleggen, dan ben ik uiteraard bereid om daar gelegenheid voor te geven. Met vriendelijke groet,
Richard de Lange Fractievoorzitter ADA