Aanvraagformulier Uitgebreid VU 2025 (1).pdf
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2025 Versie: uitgebreid verzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2026 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.
Uitgebreid formulier Dit betreft het uitgebreide formulier. Gemeenten die over 2023 en/of 2024 ook een vangnetuitkering hebben ontvangen, dienen gebruik te maken van dit formulier. Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in de voorafgaande jaren een vangnetuitkering is toegekend.
Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.
Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2025 De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG:
1
https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden
2
1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
3
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden.
A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort In 2025 heeft Oude IJsselstreek een BUIG-tekort van € 1,05 miljoen. De gemeente kan een vangnetuitkering van € 243.845,- aanvragen, waardoor de eigen bijdrage uitkomt op € 806.372, -. Het tekort ontstaat vooral doordat: - Meer inwoners bijstand ontvangen dan het Rijk verwacht. - Uitkeringen duurder zijn geworden en de rijksbijdrage minder hard groeit. - Meer inwoners met loonkostensubsidie aan het werk zijn (een positieve ontwikkeling, maar vergroot het tekort). - De uitstroom naar werk stijgt en het aantal bijstandsgerechtigden daalt licht, maar de groep blijft relatief groot. - De gemeente neemt veel maatregelen om uitstroom te bevorderen, zoals loonkostensubsidies, opleidingsroutes, trainingen en samenwerking met werkgevers. - Ondanks verbeteringen blijft het BUIG-budget de komende jaren financieel kwetsbaar. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Interne maatregelen (binnen de organisatie) De gemeente blijft sterk inzetten op loonkostensubsidies, trainingen en begeleiding om inwoners dichter bij werk te brengen. Loopbaanbegeleiders krijgen administratieve ondersteuning, zodat zij meer tijd hebben voor inwoners met perspectief op werk.
In 2025 zijn extra stappen gezet, zoals: Zelf loonwaardemetingen uitvoeren, waardoor de lijnen met de werkgevers korter zijn. 4
Taallessen voor oudkomers/anderstaligen om werk dichterbij te brengen. In uiterste situaties worden maatregelen opgelegd aan inwoners die onvoldoende meewerken (in 2025 vier keer). Externe maatregelen (met partners of via landelijke pilots) Oude IJsselstreek deed mee aan een landelijke pilot van het ministerie om BUIG-tekorten terug te dringen. Dit leidde o.a. tot start van de ontwikkeling van een dashboard dat in 2026 meer inzicht moet geven in het bijstandsbestand. Gesprekken met andere gemeenten bevestigen dat het BUIG-budget nauwelijks voorspelbaar is, omdat landelijke wijzigingen niet aansluiten op de gemeentelijke begrotingscyclus. Via het project Hoofdzaak Werk is de samenwerking met de GGZ versterkt, onder meer door gezamenlijke intakes voor kwetsbare inwoners. Uit onderzoek naar oudkomers (statushouders) blijkt dat de meeste nog ver van de arbeidsmarkt staan; daarom komt er in 2026 een plan van aanpak, met extra aandacht voor de kleine groep met directe kansen op werk. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen De genomen maatregelen stimuleren de ontwikkeling van inwoners met als doel de uitstroom te verhogen. Hiermee vermindert de druk op de BUIG-uitgaven. Het doel in 2026 is wederom een vermindering van 75 dossier met als reden uitstroom naar arbeid.
5
Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen bij de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X
De kadernota, de begroting.
X
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc)
X
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.
X
Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
6
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.
7
A. Analyse van de oorzaken van het tekort In dit onderdeel dient het college een analyse op te nemen van de oorzaken van het tekort (A1). Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Ook dient het college een analyse op te nemen van de effecten van de getroffen maatregelen in voorgaande jaren, zoals die zijn beschreven in de aanvraag voor een vangnetuitkering over 2023 en/of 2024 (A2). A1.
Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente
Berekening BUIG-tekort Per 2026 is de vangnetsystematiek veranderd met name voor gemeenten die meerjarig aan vragen. De eigenrisicodrempel verlaagt na drie jaar aanvragen van 7,5% naar 5%. Na twee jaar aanvragen met een eigen risico van 5% wordt de eigenrisicodrempel verlaagt naar 2,5%. Als een gemeente vijf jaar gebruik heeft gemaakt van de verlaagde eigenrisicodrempel wordt er door de toetsingscommissie vangnetprocedure extra getoetst of de gemeente zich voldoende heeft ingespannen om beleid en uitvoering te verbeteren. Mocht hier negatief op besloten worden zal de verlaging tot een eigenrisicodrempel tot 2,5% worden teruggedraaid voor dat jaar. Bij een continu gebruik van de verlaagde eigenrisicodrempel, vindt deze extra toets iedere vijf jaar plaats. Het eerste extra weegmoment vindt plaats in 2031, mocht Oude IJsselstreek de komende vijf vangnetaanvragen gebruik maken van de verlaagde eigenrisicodrempel. Doordat Oude IJsselstreek de afgelopen drie jaar ook een vangnetuitkering heeft aangevraagd, is vanaf dit jaar een eigenrisicodrempel van 5% van toepassing. Hierdoor vraagt Oude IJsselstreek aanzienlijk meer vangnetuitkering aan dan voorgaande jaren Op basis van de meest recente financiële cijfers is onderstaand tekort berekend voor 2025. Budget BUIG 2025 Uitgaven BUIG 2025 Tekort BUIG 2025
€ 11.250.527, € 12.300.744, € 1.050.217 , -
De netto lasten van het BUIG budget 2025 bedragen 109,33%, hiermee wordt voldaan aan een minimaal tekort van 5%. Over 2022, 2023 en 2024 was alle drie de jaren het tekort groter dan 5%. Daarmee voldoen we aan de voorwaarde van een tekort groter dan 5% in minimaal twee van de drie jaren. Naar verwachting bedraagt de aan te vragen vangnetuitkering € 243.845, - over 2025. De definitieve toekenning gebeurt op basis van de SiSa verantwoording en kan daarom afwijken. Hiermee bedraagt de eigen bijdrage van de gemeente € 806.372, - voor 2025. Na ontvangst vangnet valt de eigen bijdrage binnen het begrote tekort. 8
Oorzaken BUIG-tekort De gemeente Oude IJsselstreek is al lange tijd een gemeente met een tekort op het BUIG-budget. Uit het BUIG-budget worden de uitkeringen ten behoeve van de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ en de BBZ uitbetaald. Daarnaast wordt ook de verstrekking van de loonkostensubsidie betaald uit het BUIG-budget. De hoogte van het BUIG-budget voor uitkeringen wordt vanaf 40.000 inwoners volledig objectief vastgesteld. Oude IJsselstreek heeft net geen 40.000 inwoners, daarmee wordt een klein deel van het budget vastgesteld op basis van historische cijfers. Het overgrote deel van het budget wordt objectief bepaald aan de hand van een verdeelmodel van het Rijk. Dit verdeelmodel schat de kans op bijstand en uitkeringshoogte per huishouden. Hierdoor heeft Oude IJsselstreek zeer weinig invloed op de hoogte van het BUIG-budget geraamd voor uitkeringen. Het deel van het BUIG-budget bedoelt voor verstrekking van de loonkostensubsidie gebeurt op basis van realisatie. Hierbij wordt gekeken naar het aandeel wat Oude IJsselstreek het voorgaande jaar had in de realisatie van de loonkostensubsidie. Dit aandeel van het landelijke budget ontvangt de gemeente dan in het huidige jaar. In 2022, 2023 en 2024 heeft de gemeente Oude IJsselstreek ook een vangnetuitkering aangevraagd, dit heeft voor 2025 tot gevolg dat er wederom een uitgebreide aanvraag moet worden ingediend.
Er is niet één specifieke oorzaak te duiden voor het tekort op het BUIG-budget. Er zijn meerdere zaken die invloed hebben op het tekort: 1. Er is meer loonkostensubsidie verstrekt dan in 2024. Het feit dat de uitgaven stijgen is op zichzelf positief, het betekent immers dat er meer inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk zijn gegaan. 2. Oude IJsselstreek heeft meer bijstandsgerechtigden dan verwacht door het Rijk. De BUIG-budgetten worden vastgesteld op basis van verschillende factoren. Voor Oude IJsselstreek is dat grotendeels op basis van het objectieve verdeelmodel. Als gemeente heb je weinig invloed op dit verdeelmodel. 3. Er heeft een stijging van de prijs van een uitkering plaatsgevonden door de stijging minimumloon en een incidentele wijzing in belastingtarieven, dit leidt tot een prijsstijging van ongeveer 6,4%. De stijging van de rijksbijdrage bedraagt voor Oude IJsselstreek 1,6%. Dit vergroot het tekort. 4. Oude IJsselstreek is per 2021 zelf de uitvoering van de Participatiewet vorm gaan geven. Een nieuwe organisatie, nieuwe visie, nieuwe werkwijze en de inwoners opnieuw leren kennen heeft ervoor gezorgd dat in de eerste periode er een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden heeft plaatsgevonden. In 2024 en 2025 zien we wel dat de beïnvloedbare uitstroom stijgt, waardoor er nu een daling van het aantal bijstandsgerechtigden plaatsvindt.
Waarbij de landelijke tendens met name een stijging was de afgelopen twee jaar. In onderstaand figuur de procentuele ontwikkeling van de BUIG volume gedurende 2025. De daling is nog niet dusdanig dat de verwachting is dat we de komende jaren geen tekort meer hebben.
9
Inzicht in de bestandsontwikkelingen Sinds 2025 is Oude IJsselstreek deelnemer aan de Benchmark werk en inkomen. Aan deze benchmark doen 138 organisaties landelijk mee om met elkaar data te kunnen vergelijken. De input hiervan is gebaseerd op landelijk vastgestelde definities en geeft ook de mogelijkheid inzicht te geven in de verhouding van de resultaten van Oude IJsselstreek tot andere vergelijkingsgroepen. De benchmark vertegenwoordigt een gemiddelde van alle deelnemende organisaties. De arbeidsmarktregio betreft de regio Achterhoek. Deze regio bestaat uit Winterswijk, Berkelland, Oost Gelre, Aalten, Doetinchem en Bronckhorst. Montferland neemt geen deel aan de benchmark. De invloed van de gemeente ligt deels op twee componenten. Enerzijds het aantal inwoners wat gebruik maakt van de inkomensondersteuning, anderzijds de gemiddelde prijs van de inkomensondersteuning. In onderstaande grafiek is de procentuele ontwikkeling van het bijstandsbestand van Oude IJsselstreek te zien in verhouding tot de arbeidsmarktregio en in verhouding tot alle deelnemers aan de benchmark. De grafiek laat zien dat Oude IJsselstreek op dit moment een lichte daling heeft in het bestand. Het is echter een gegeven dat er meer inwoners inkomensondersteuning ontvangen dan verwacht op basis van het verdeelmodel van het rijk.
Onderstaande grafiek geeft inzicht in de gemiddelde prijs van de uitkering. Deze is relatief laag. Dit komt doordat inwoners een deel van het inkomen zelf genereren. Dit kan zijn door parttime inkomsten, maar ook alimentatie of het ontvangen van een andere uitkering (WW, Wia, etc.) spelen hier een rol in.
10
Specifieke kenmerken bestand en de invloed op het BUIG-tekort Zoals in eerdere vangnet aanvragen beschreven is uit onderzoek gebleken dat de kans voor uitstroom vanuit de bijstand niet voor iedere inwoner even groot is. Des te langer een inwoner inkomensondersteuning ontvangt des te lager de kans wordt. Na het eerste jaar daalt de kans op uitstroom van 44 procent naar 16 procent in het tweede jaar. Op dit moment ontvangt 78 procent van het bestand van Oude IJsselstreek langer dan een jaar inkomensondersteuning. Ook leeftijd speelt een rol in de uitstroomkansen, des te ouder iemand is des te lager de uitstroomkansen zijn. Omschrijving
2025
2024
2023
2022
Langer dan 5 jaar inkomensondersteuning
41%
40%
40%
40%
1 tot 5 jaar inkomensondersteuning
37%
37%
38%
39%
Ouder dan 45 jaar
51%
50%
53%
53%
Tussen de 18 en 27 jaar
16%
15%
12%
12%
11
Alleenstaande
A2.
82%
82%
80%
80%
Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren
De invloed van de getroffen maatregelen op het bestand. In onderstaand schema is de in- en uitstroom zichtbaar per maand. Het percentage laat zien welk aandeel de in- of uitstroom heeft op het totaal.
Uitstroom uit de inkomensondersteuning kan vele verschillende redenen hebben. Als organisatie hebben we met name invloed op uitstroom richting werk en onderwijs of uitstroom door handhaving. In onderstaande grafiek is zichtbaar dat de uitstroom richting deze beïnvloedbare redenen 43% beslaat van de totale uitstroom. Waarbij de uitstroom richting arbeid significant hoger is dan die van de vergelijkingsgroepen.
12
Op instroom heeft een gemeente relatief weinig invloed, mits een inwoner zich voortijdig meldt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de ondersteuning die geboden wordt aan leerlingen van het speciaal onderwijs om instroom te voorkomen. Er zijn geen cijfers van de inwoners die geen aanvraag indienen vanwege preventief ingezette ondersteuning. De instroom in de gemeente Oude IJsselstreek ligt gemiddeld iets hoger (2,7%) dan bij de andere vergelijkingsgroepen (2,3% en 2,4%). Echter door de hogere uitstroom dan bij de andere vergelijkingsgroepen laat Oude IJsselstreek een daling zien ten opzichte van de andere vergelijkingsgroepen. De ontwikkeling van het inwonersbestand Naast in- en uitstroom is ook de ontwikkeling van de inwoners relevant voor de opbrengst van de maatregelen. Het is immers een gegeven dat de weg naar uitstroom meerdere jaren kan beslaan en iedere stap hierin is van belang. De participatieladder geeft inzicht in de ontwikkeling van het bestand. Deze is als volgt opgebouwd. Trede 1. Gezondheid in kaart, een inwoner kan om persoonlijke redenen niet deelnemen aan de maatschappij. Denk aan gezondheid, persoonlijke situatie etc. Trede 2. Activering, er wordt samen met de inwoner georiënteerd op mogelijkheden voor activering. Trede 3. Sociaal deelnemen, een inwoner neemt deel aan laagdrempelige activiteiten, zoals een cursus, koffieochtend, dagbesteding.
Een inwoner heeft vrijwilligerswerk, levert mantelzorg, etc. Activiteiten die niet gericht zijn op werk/uitstroom. 13
Trede 4. Actief bijdragen, een inwoner volgt scholing gericht op werk/uitstroom, heeft een werkervaringsplaats, proefplaatsing, IPS-traject, etc. Trede 5. Werk in uitvoering, een inwoner heeft betaald werk met ondersteuning. Bijvoorbeeld LKS, een aanvullende uitkering, een maatschappelijke baan of beschut werk. Trede 6. Zelfstandig aan het werk, een inwoner heeft betaald werk zonder ondersteuning. De definities van sociaal deelnemen en actief bijdragen zijn per 2025 aangescherpt. Dit om het onderscheid tussen de inwoners met potentie tot werk/uitstroom beter te kunnen onderscheiden van de inwoners waarbij sociale activiteiten op dit moment het hoogst haalbare is. Onderstaand treft u de huidige trede aan op de participatieladder. Hierin is zichtbaar dat de groep werk in uitvoering gestegen is met 2% ten opzichte van vorig jaar. Vanwege de definitie wijziging van actief bijdragen en sociaal deelnemen zijn we een verschuiving van een grote groep die eerder in actief bijdragen viel, maar nu in sociaal deelnemen valt. Zelfstandig aan het werk komt niet voor in de huidige trede, deze inwoners ontvangen immers geen inkomensondersteuning en begeleiding meer.
Bij de verwachte trede zien we dat de groep zelfstandig aan het werk iets daalt, dit is een logische ontwikkeling. Er zijn immers een groep inwoners uitgestroomd, die zullen in de meeste gevallen in de trede zelfstandig aan het werk ingedeeld zijn geweest. De verwachte trede is een inschatting voor de 14
lange termijn. Trajecten kunnen immers meerjarig zijn.
Terugblik op de reeds ingezette maatregelen In 2025 zijn er verschillende maatregelen gecontinueerd en nieuwe maatregelen geïnitieerd om het BUIG-tekort zo klein mogelijk te houden. De ingezette maatregelen zijn, mits anders benoemd, structurele maatregelen die ook een structureel effect hebben op de lange termijn. Onderstaand treft u een overzicht van de effecten in 2025 van deze maatregelen. -
-
Bij monitoring in de vorige vangnetaanvraag hebben we aangegeven in 2025 minimaal 75 dossiers te willen afsluiten met als reden uitstroom door/naar werk. Deze doelstelling is net niet behaald met 73 dossiers. Er heeft wederom een stijging plaatsgevonden in de verstrekking van de loonkostensubsidie. Er is een constante focus op de weg naar werk passend bij de mogelijkheden van de inwoners. Voor inwoners die niet in staat zijn zelfstandig het minimumloon te verdienen gebeurt dit met de inzet van loonkostensubsidie. Daarnaast zijn de accountmanagers actief in het benaderen van 15
-
-
-
-
-
-
-
-
-
werkgevers en proberen werkgevers ook bij twijfel tegemoet te komen door loonkostensubsidie voor te stellen, wanneer dit passend is bij de inwoner. Er heeft een stijging plaatsgevonden in het aantal inwoners met een beschut werk indicatie. We hebben nog steeds ruimte in de taakstelling, dit doordat er minder mensen zijn die een indicatie toegekend krijgen van het UWV dan in de rijkstaakstelling verwacht. We hebben zeven arrivapassen verstrekt voor re-integratieactiviteiten, het overgrote deel van de inwoners reist zelfstandig naar de activiteiten of gaat minder dagen per week dan kostentechnisch noodzakelijk interessant is om een arrivapas in te zetten. Er is een vaste groep loopbaanbegeleiders die zich bezighoudt met inwoners die een stap richting werk kunnen maken. De uitstroom richting een vorm van betaald werk is van 77 inwoners naar 84 inwoners gestegen. Een stijging van 9%. De inzet van de administratieve ondersteuning ontlast de loopbaanbegeleiders in hun werkzaamheden. In 2025 is er vier keer de training Blik vooruit gegeven, deze training bestaat uit 8 bijeenkomsten van 2,5 uur. Er nemen 10 à 12 deelnemers deel per groep. De training Blik Vooruit is gebaseerd op wie ben ik, wat wil ik en wat kan ik. Daarnaast is er aandacht voor het maken van een cv, een profiel, een motivatiebrief, scholingsmogelijkheden en een werkgeversbezoek.
In 2025 is er vier keer de module arbeidsmarkt en participatie gegeven aan inburgeraars. Dit betreft een vast onderdeel van de inburgering. De training heeft als doel hen te ondersteunen in hun stap richting de arbeidsmarkt. De samenwerking tussen Anton Tijdink opleidingen, Jaws en Stoer heeft ertoe geleid dat er vijf inwoners gestart zijn met het opleidingstraject. Twee nog lopende trajecten lijken concreet te leiden naar een betaalde baan in de techniek. Eén inwoner is uitgestroomd in een ander, beter passend, werkveld. Eén inwoner liep tegen de taalbarrière aan, ondanks grote motivatie, daarvoor wordt een ander passend traject ingezet en voor één inwoner zorgden persoonlijke omstandigheden voor het niet afronden van het traject. Voor alle inwoners geldt dat het traject heeft bijgedragen in hun pad richting werk, ook wanneer het niet concreet geleid heeft tot een baan in de techniek. In de toekomst wordt er nog kritischer gekeken naar de passendheid van het traject voor er gestart wordt. Er is in 2025 bij 85 werkgevers een inwoner geplaatst voor een werkervaringsplaats en/of betaald werk. Hier zitten ongeveer 20 nieuwe werkgevers tussen. Er zijn twee opvallende nieuwe werkgevers waar bij beide werkgevers twee inwoners zijn geplaatst op basis van een proefplaatsing die geleid heeft tot een arbeidsovereenkomst.
Deze werkgevers hebben oprechte aandacht voor hun medewerkers en geven tijd en ruimte voor ontwikkeling. Het betreffen een groothandel in aquarium- en vijverbenodigdheden en een totaalleverancier van gevel- en lichtreclame. Op het moment van schrijven zitten we in een overgangsfase rondom de inburgering. Per 1 april 2026 voert Laborijn deze uit voor Oude IJsselstreek. De resultaten hiervan zullen we in toekomstige rapportages meenemen. De gemeente Oude IJsselstreek is mee gaan doen aan de Benchmark van Divosa. In deze benchmark krijgen we enerzijds breder inzicht in onze eigen data met betrekking tot 16
inkomensondersteuning en re-integratie. Anderzijds kunnen we de data vergelijken met andere uitvoerende organisaties. Dit geeft ons inzicht in hoe we het doen ten opzichte van andere organisaties en op welke vlakken we kunnen onderzoeken waar het verschil door veroorzaakt wordt.
B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Onder een externe maatregel wordt verstaan: een maatregel die tot stand is gekomen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente). Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Indien maatregelen tot stand komen zonder inbreng van externen worden deze als intern aangemerkt. Bij B1 (beschrijving getroffen interne maatregelen) en B2 (Beschrijving getroffen externe maatregelen) mag het college ingaan op eerder getroffen maatregelen die in 2025 zijn voortgezet. Ook kan het college ingaan op maatregelen die na evaluatie zijn stopgezet en op maatregelen die vanaf 2025 nieuw zijn getroffen. Het college dient bij B1 minimaal één interne maatregel en bij B2 minimaal één externe maatregel te benoemen. Vereiste hierbij is dat deze maatregelen vóór 15 augustus 2026 zijn getroffen. B1.
Beschrijving getroffen interne maatregelen
Een groot deel van de interne maatregelen wordt gecontinueerd. Denk hierbij aan de volgende interne maatregelen: • • • •
Focus op de inzet van loonkostensubsidie voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. De inzet van administratieve ondersteuning om de loopbaanbegeleiders meer ruimte te geven om zich te focussen op de inwoner. De inzet van specifieke loopbaanbegeleiders voor de doelgroep met perspectief op arbeid. De inzet van de training Blik op werk voor inwoners die een stap richting werk kunnen zetten.
Daarnaast zijn er aanvullende maatregelen getroffen in 2025. •
•
Er zijn verschillende loopbaanbegeleiders getraind om zelf loonwaardemetingen uit te kunnen voeren. Door deze taak zoveel mogelijk zelf op te pakken wordt het netwerk tussen werkgevers Stoer versterkt. Dit vergroot de kans op een duurzame match tussen inwoner en werkgever en daarmee de duurzame uitstroom. Er zijn groepsgewijze taallessen ingekocht bij Laborijn voor de doelgroep oudkomers en anderstalige inwoners om zo de stap naar de arbeidsmarkt te verkleinen.
17
•
In uiterste gevallen wanneer inwoners niet in beweging te krijgen zijn richting werk, wanneer dit wel realistisch te verwachten is wordt er een maatregel opgelegd. In 2025 zijn er 10 dossiers beoordeeld, daarvan zijn er 4 verlagingen daadwerkelijk opgelegd. Door contact en het meenemen van persoonlijke omstandigheden is er door de loopbaanbegeleider besloten om maatwerk toe te passen en dus een lagere of geen maatregel op te leggen. Ook is er gebruik gemaakt van de inkeerregeling.
B2. Beschrijving getroffen externe maatregelen Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen over die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Oude IJsselstreek heeft deelgenomen aan een pilot geïnitieerd door het ministerie waarin gemeenten gestimuleerd worden om van elkaar te leren. Deze pilot is een van de onderdelen ingezet om gemeenten te ondersteunen in het verminderen van een BUIG-tekort. Binnen deze pilot heeft Oude IJsselstreek meegedacht in de vormgeving van leerbijeenkomsten en deelgenomen aan twee van deze bijeenkomsten. De ontwikkeling van een dashboard voor meer inzicht in het bestand op uitvoeringsniveau. De eerste bijeenkomst heeft plaatsgevonden met de gemeente Leeuwarden samen. Daar is onder andere gesproken over de wijze waarop zij omgaan met data en hoe ze dashboards inzetten om ook het gesprek tussen teamleiders en uitvoering te faciliteren.
Op dit moment wordt er binnen Oude IJsselstreek ook gewerkt aan een dashboard wat faciliterend in de gesprekken tussen beleid, teamleiders en uitvoering kan worden ingezet. Dit zal leiden tot een beter inzicht in de blinde vlekken in de vormgeving van de dienstverlening en inzicht in de ontwikkelbehoefte van de dienstverlening. Vanwege beperkte personeelscapaciteit zal het dashboard in de loop van 2026 naar verwachting worden opgeleverd. Is grip op het te ontvangen BUIG-budget realistisch? De tweede bijeenkomst was met de gemeente Amstelveen. Als nadeel gemeente probeert Oude IJsselstreek niet alleen grip te hebben op de uitgavekant van de BUIG, maar ook grip te krijgen op de 18
ontwikkelingen van het te ontvangen BUIG-budget. In het gesprek met Amersfoort kwam het inzicht dat het bijna niet mogelijk is om deze ontwikkelingen goed te voorspellen. Vanuit het ministerie komt er een voorlopig budget, een bijstelling van het voorlopige budget naar aanleiding van landelijke ontwikkelingen, minimumloonverhogingen en belastingwijzigingen en vervolgens komt vlak voor het einde van het jaar het definitieve budget. De momenten van deze wijzigingen sluiten niet aan op de P&C cyclus van de gemeente, wat zorgt dat er standaard een informatieachterstand lijkt te bestaan. Dit gegeven werd bevestigd door de gemeente Amersfoort. Er wordt voor 2026 gekeken of het wenselijk is om het informatieproces rondom het te ontvangen BUIG-budget aan te passen. Verbinding en kennisdeling versterken tussen de GGZ en de Participatiewet uitvoering Oude IJsselstreek is al langere tijd deelnemer aan het project Hoofdzaak Werk. Dit project heeft als doelstelling de verbinding te versterken tussen de GGZ en de uitvoering van de Participatiewet. In 2025 heeft er een pilot plaatsgevonden waarbij er een gezamenlijke intake plaatsvond met de inwoner, de ggz, werk en inkomen en een ervaringsdeskundige.
Deze gezamenlijke intake zorgt heeft als doel dat er voor de inwoner een plan komt te liggen dat aansluit bij de wensen en uitdagingen van de inwoner, wat gedragen wordt door alle betrokken professionals. Een bijkomend voordeel is dat door uitwisseling van kennis en kunde tussen de uitvoeringspartijen en meer begrip bestaat voor elkaars werkwijze en er meer inzicht is in de instrumenten die er vanuit de GGZ beschikbaar zijn voor de doelgroep. Zo zijn er in samenwerking met Iriszorg trajecten ingezet voor deze kwetsbare doelgroep, waarbij er gespecialiseerde begeleiding plaatsvindt. Dit met als doel de stap richting de arbeidsmarkt te verkleinen. Deze instrumenten blijven beschikbaar voor de brede doelgroep. Meer focus op de groep oudkomers Op basis van de regionale benchmark Statushouders kwam naar voren dat er in Oude IJsselstreek in verhouding veel statushouders die hebben ingeburgerd onder de wet inburgering 2013 gebruik maken van de Participatiewet. Naar aanleiding hiervan is er onderzocht hoe deze doelgroep eruitziet, welk perspectief deze inwoners hebben en welke ondersteuningsbehoefte hieraan ten grondslag ligt. Hieruit kwam naar voren dat voor een klein deel van de groep de stap naar de arbeidsmarkt, met ondersteuning, realistisch is op dit moment. Het overgrote deel van de groep heeft een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.
In bredere zin is er ondersteuningsbehoefte op het gebied van taal en ligt de uitdaging op het vlak van fysieke en mentale klachten. De vervolgstap is om in 2026 een plan van aanpak te maken voor deze doelgroep, met direct extra focus op de inwoners die relatief dicht bij de arbeidsmarkt staan.
19
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen wordt gemonitord (C2). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). Indien het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk is, kan het college volstaan met een kwalitatieve toelichting. C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. De genomen maatregelen zijn gericht op enerzijds het stimuleren van de ontwikkeling van inwoners met als doel de (gedeeltelijke) uitstroom verhogen. Hiermee vermindert de druk op de BUIG uitgaven. Anderzijds worden interne processen kritisch onder de loep genomen om zo de dienstverlening beter bij de inwonersbehoefte te laten aansluiten en zo efficiënt en doelgericht mogelijk te werken. De doelstelling in 2026 is een vermindering van 75 dossiers met als reden uitstroom naar arbeid of uitstroom naar scholing. C2. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Maandelijks wordt stilgestaan bij de managementinformatie en waar nodig bijgestuurd.
Er zijn structureel overleggen tussen de teamleider/kwaliteitsmedewerker en de loopbaanbegeleiders waarbij op caseloadniveau de voortgang besproken wordt. Ook wordt gemonitord hoe de ontwikkeling is van de inwoners op basis van de participatieladder. Tenslotte wordt er gebruik gemaakt van de benchmark Werk en Inkomen van Divosa om meer inzicht te krijgen en nog gerichter maatregelen te kunnen treffen.
20
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek verklaart dat het vóór 15 augustus 2026 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: R. Frerix De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: L.J. Werger
21
2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2026 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Oude IJsselstreek stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: L.J. Werger De griffier,
Naam van de ondertekenaar: M. Looman 22