CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

a - Toelichting bestemmingsplan Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 10 mei 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 5: BP Varsseveld, nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp13.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de

26

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.

Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen. Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen.

Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd.

Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.

Situatie plangebied De ontwikkeling voorziet ter plaatse van het plangebied in de nieuwbouw van een woonzorgcentrum. In totaal worden er negen nieuwe zorgwoningen aan het plangebied toegevoegd. Met de ontwikkeling is sprake van een afname van de verharding. De ruimte rondom de bebouwing wordt groen ingericht, waarbij tevens een vijver wordt gerealiseerd. Hemelwater afkomstig van de nieuw te realiseren bebouwing wordt niet op de riolering geloosd, maar afgekoppeld en geïnfiltreerd in de bodem.

Watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Op basis van de ingevulde digitale watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat de ontwikkeling waterschapsbelangen raakt. Hiervoor wordt de normale procedure in gang gezet. De watertoets is toegevoegd als Bijlage 4.

Overleg In het kader van het vooroverleg heeft het waterschap advies gegeven. In een reactie geeft het waterschap aan dat voor nieuwbouw geldt dat (schoon) hemelwater niet meer samen afgevoerd mag worden met vuilwater. Het plan geeft ook aan dat het nieuwe pand afgekoppeld wordt en het hemelwater geïnfiltreerd wordt. Er wordt verder niet aangegeven ho dit wordt gedaan of hoeveel capaciteit er is voor infiltratie. Een herontwikkeling staat – voor waterberging/wateroverlast- gelijk aan afkoppelen van bestaand oppervlak. Daarvoor hanteert het waterschap het uitgangspunt dat minimaal 20 mm

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

27

waterberging in een infiltratievoorziening gerealiseerd dient te worden. Als de overlaat van het hemelwaterrioolstelsel op dezelfde watergang loost als voorheen de gemengde overstort, dan is geen extra berging noodzakelijk. Als de overlaat loost op een andere watergang, dan zal bui T=100+10% vertraagd afgevoerd moeten worden. Dit betekent voor het plan dat er minimaal 20 mm waterberging gerealiseerd moet worden. Daarnaast moet er gekeken worden wat er gebeurd als er meer regen valt. Voor stedelijk gebied geldt dat een bui T100+10% van belang is voor wateroverlast. Dan gaat het om 80 mm waterberging, of een andere vorm. Bij nieuwbouwplannen stelt het waterschap 80 mm waterberging als uitgangspunt. Maar bij herontwikkelingen met afkoppelen volstaat 20 mm als er daarnaast een goede oplossing is voor als het harder regent, bijvoorbeeld via een gemeentelijk stelsel in openbare ruimte. Het waterschap vraagt om in de toelichting bij het bestemmingsplan aan te geven hoe waterberging wordt geregeld in het plan, voor hoeveel mm neerslag, en hoe wateroverlast wordt voorkomen.

Waterhuishoudkundige analyse Naar aanleiding van de reactie van het waterschap is door Buro Ontwerp & Omgeving in december 2022 een waterhuishoudkundige analyse uitgevoerd. Deze analyse is als Bijlage 9 bijgevoegd.

Uitgangspunten In navolgende tabel worden de uitgangspunten die van toepassing zijn op de waterhuishouding in het plangebied.

Bergingsopgave Op basis van de voorgenomen ontwikkeling zal er circa 6.700 m2 verhard oppervlak gerealiseerd worden. Ten opzicht van de huidige situatie is er geen sprake van een toename in verhard oppervlak van 500 m2 of meer. Vanuit het waterschap wordt dan ook geen compensatie geëist. Wel ziet het waterschap graag dat afstromend hemelwater zoveel als mogelijk geïnfiltreerd wordt. Hierbij geldt als uitgangspunt 80 mm per m2 verharding. Voor dit planvoornemen geldt een waterbergingsopgave van minimaal circa 536 m3 (6.700 m2 x 80 mm) voor het verhard oppervlak. Binnen het plangebied dient minimaal circa 536 m3 hemelwater geborgen te worden. Mogelijke oplossingen om deze benodigde berging binnen het plangebied te realiseren of te verminderen zijn: 1. Het toepassen van groene daken; 2. Realiseren van een wadi of verlaging in het maaiveld;

28

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

3. Het toepassen van waterpasserende of waterdoorlatende verharding (bv grasbetonstenen) ter plaatse van bijvoorbeeld de parkeerplaatsen; 4. Berging van hemelwater onder de parkeerplaatsen. Ad 1. Groene daken tellen qua oppervlakte niet volledig mee in het verharde oppervlakte. Deze technieken hebben ook nevenvoordelen, zoals het verminderen van hittestress en fijnstof. Groene daken verminderen de behoefte aan koeling van gebouwen in de zomer. Naast waterberging is het dak geluidsisolerend, verkoelend en brandwerend. Tevens zorgen groene daken voor opname van CO2 en toename van de biodiversiteit. In het beleid van het Waterschap hoeft er voor een groen dak geen compensatie plaats te vinden. In overleg met de gemeente Oude IJsselstreek zal bekeken moeten worden aan welke voorwaarden een groen dak dient te voldoen en in hoeverre een groendak de bergingsopgave hierdoor verminderd mag worden. De te realiseren nieuwbouw zal bijna geheel voorzien worden van een plat dak. Bekeken zal moeten worden in hoeverre een groen dak te realiseren is. Eventueel kan door het aanbrengen van enkel substraat ook berging van hemelwater plaatsvinden, bijvoorbeeld onder zonnepanelen.

Ad 2. Afstromend hemelwater kan tijdelijk geborgen worden door het maaiveld te verlagen. Hier kan het hemelwater dan infiltreren in de bodem. Op basis van de (verwachte) bodemopbouw is infiltratie in de bodem goed mogelijk. Verlaging van het maaiveld is op diverse plekken rondom de nieuwbouw mogelijk. Met name aan de noordwestelijke zijde (belevingstuin) zijn mogelijkheden voor het realiseren van een tijdelijke berging in combinatie met infiltratie van hemelwater.

Ad 3. De parkeerplaatsen kunnen worden voorzien van waterdoorlatende verharding (zoals grasbetonstenen) zodat het hemelwater kan infiltreren in de bodem. Het oppervlak telt dan niet volledig mee als verhard oppervlak. Uitgangspunt voor het waterschap is dat waterdoorlatende verharding voor 70% als verhard beschouwd dient te worden.

Ad. 4 Middels het aanbrengen van een drainerend zand onder de water passerende verharding van de parkeerplaatsen kan hemelwater geborgen worden. Uitgaande van een laag van 30 cm zand onder de parkeerplaatsen (oppervlakte circa 2.000 m2) bedraagt de (maximale) bergingscapaciteit circa 180 m3, uitgaande van een verzadigingsgraad van ongeveer 30% van het drainzand. Eventueel kunnen de parkeerplaatsen ook nog verlaagd worden aangelegd waardoor tevens berging op het maaiveld mogelijk is. Op basis van de huidige maaiveldhoogte (circa 18,9 m +NAP) vormt berging van hemelwater op het maaiveld van deze parkeerplaatsen geen problemen met wateroverlast.

Vervolg Het uiteindelijke systeem voor de berging (en infiltratie) van hemelwater wordt in overleg met de gemeente verder uitgewerkt. Op basis van de beschikbare ruimte en de opties voor waterberging vormt het aspect water geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

29

4.8

Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet in een toelichting van een bestemmingsplan bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten.

Toetsing Archeologie Het plangebied ligt, volgens de archeologische waardenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek, in een gebied met een 'Lage archeologische verwachting'. Voor deze archeologische verwachtingswaarde geldt geen onderzoeksplicht. Om deze reden is nader onderzoek naar archeologie niet noodzakelijk.

Cultuurhistorie In en in de omgeving van het plangebied ligt geen cultuurhistorisch waardevol erfgoed. Beschermde maatregelen zijn daarom niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.9

Ecologie

Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten.

Toetsing Quickscan natuurtoets Door Buro Ontwerp & Omgeving is in maart 2022 een quickscan natuurtoets uitgevoerd, die is bijgevoegd als Bijlage 5.

Gebiedsbescherming Ruimtelijke ingrepen in of nabij Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten zijn niet toegestaan wanneer deze significante negatieve effecten op de kernkwaliteiten veroorzaken. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied bevindt zich op circa 9,1 kilometer ten zuidwesten van het plangebied en betreft het in Duitsland gelegen 'Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach'. Gelet op de ligging van het plangebied en de omvang van de ontwikkeling, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Op de mogelijk negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie wordt later in deze paragraaf ingegaan. Het plangebied ligt op circa 830 meter van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 970 meter van de

30

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast.

Voortoets stikstof Door Buro Ontwerp & Omgeving is een voortoets stikstofdepositie uitgevoerd. De voortoets is als Bijlage 10 bijgevoegd. Uit de uitgevoerde voortoets stikstof blijkt dat de bouw en het gebruik van het woonzorgcentrum niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen significante effecten zijn op Natura 2000-gebieden en dat er geen passende beoordeling nodig is.

Soortenbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden.

Vleermuizen Tijdens het veldbezoek werd een voor boombewonende vleermuizen geschikte acacia aangetroffen. Daarnaast zijn potentiële invliegopeningen waargenomen rondom de twee grote gebouwen die tot het woonzorgcentrum behoren en tevens bij de vrijstaande woning met de naastgelegen schuur. Daarnaast hebben de werkzaamheden ook effect op het gebouw dat grenst aan de westzijde van het plangebied. Het aangrenzende deel van dit gebouw beschikt hier over een spouwmuur die via open stootvoegen toegankelijk is voor vleeruizen. De sloop van de bebouwing zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als verblijfplaats fungeren voor vleermuizen. De aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing moet daarom nader worden onderzocht. Voor de ontwikkeling is het niet noodzakelijk om de acacia met diepe groeven te kappen. Om deze reden is er dan ook geen nader onderzoek noodakelijk naar boombewonende vleermuizen.

Bunzing, hermelijn en wezel Van de bunzing, hermelijn en wezel is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Indien de houtopstanden in het noorden van het plangebied worden verwijderd en de twee konijnenholen worden beschadigd kunnen negatieve effecten op de kleine marterachtigen niet worden uitgesloten. De bunzing, hermelijn en wezel zijn nationaal beschermd en zijn in de provincie Gelderland niet vrijgesteld. De ontwikkeling voorziet in het behouden van de houtopstanden en de twee konijnholen zullen niet worden beschadigd. Nader onderzoek naar de kleine marterachtigen is dan ook niet noodzakelijk.

Gierzwaluw Tijdens het veldbezoek zijn potentiële invliegopeningen aangetroffen rondom het grote gebouw van het woonzorgcentrum en in de vrijstaande woning. De voorgenoemde bebouwing is daarom geschikt als nestlocatie. Het is verboden om de soort opzettelijk te storen, vangen of doden en de nestlocaties opzettelijk te beschadigen of vernielen. De sloop van de bebouwing zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestplaats fungeert voor de gierzwaluw. De aanwezigheid van de gierzwaluw moet daarom nader worden onderzocht.

Huismus Tijdens het veldbezoek zijn potentiële invliegopeningen rondom het grote gebouw van het woonzorgcentrum en in de vrijstaande woning. De voorgenoemde bebouwing is daarom geschikt als

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

31

nestlocatie. Het is verboden om de soort opzettelijk te storen, vangen of doden en de nestlocaties opzettelijk te beschadigen of vernielen. De sloop van de bebouwing zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestplaats fungeert voor de huismus. De aanwezigheid van de huismus moet daarom nader worden onderzocht.

Nader onderzoek Naar aanleiding van de bevindingen in de quickscan natuurtoets is door Buro Ontwerp & Omgeving in september 2022 een nader onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 6 bijgevoegd.

Uit het onderzoek komt naar voren dat er vier zomerverblijven en één paarverblijf van de Gewone dwergvleermuis aanwezig is in de bebouwing van het huidige woonzorgcentrum. Voor het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 lid 2 (opzettelijk verstoren) en lid 4 (beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen) is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet daarom een ontheffing worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan te worden opgesteld. In dit activiteitenplan worden mitigerende maatregelen opgenomen. Met het nemen van maatregelen uit het activiteitenplan wordt de ontheffing van de Wet natuurbescherming voor deze soort naar verwachting verleend.

Op basis van het onderzoek is vastgesteld dat negatieve effecten op overige vleermuissoorten, gierzwaluw en huismus kunnen worden uitgesloten.

Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

4.10

Verkeer en parkeren

Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse.

Toetsing Verkeer Voorliggend plan voorziet in de ontwikkeling van 90 zorgwoningen. Per saldo worden negen zorgwoningen toegevoegd aan het plangebied. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van de CROW-publicatie uit 2018 'Toekomstbestendig parkeren'. Er wordt uitgegaan van de verstedelijkingsgraad 'weinig stedelijk' en het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Voor een serviceflat geldt een verkeersgeneratie van gemiddeld 1,2 per woning. In totaal zorgt de ontwikkeling voor een toevoeging van (9 x 1,2 = 10,8) 11 verkeersbewegingen per dag. De zorgwoningen worden ontsloten op De Egge. Deze weg heeft voldoende capaciteit om de zeer beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op te vangen.

Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Door Bureau de Groot Volker is een parkeeronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 7 32

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

bijgevoegd. In het onderzoek is gekeken naar de parkeervraag die ontstaat als gevolg van de ontwikkeling van het woonzorgcentrum en de parkeerbehoefte van de bestaande omliggende zorgfuncties verpleeghuis Den Es en de aanleunwoningen. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de kengetallen van het Gemeentelijke Verkeer- en Vervoerplan 2012 - 2020 (GVVP) van de gemeente Oude IJsselstreek. Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat in de toekomstige situatie een parkeervraag is van in totaal 163 parkeerplaatsen (voor het woonzorgcentrum, het verpleeghuis Den Es en de aanleunwoningen). Op het moment van uitvoering van het parkeeronderzoek voorzag het ontwerp van de buitenruimte van de nieuwe ontwikkeling in 151 parkeerplaatsen. Dit betreft een tekort van twaalf parkeerplaatsen ten opzichte van de berekende parkeervraag. Inmiddels is het ontwerp van de buitenruimte verder uitgewerkt, daarbij zijn de benodigde 163 parkeerplaatsen ook opgenomen. In Bijlage 8 is een overzichtstekening van de beoogde parkeervoorzieningen opgenomen. Uit de tekening blijkt dat er in en in de omgeving van het plangebied voldoende ruimte aanwezig is om, op eigen terrein, te voorzien in de benodigde parkeerplaatsen.

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.

4.11

Molenbiotoop

Algemeen In de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland wordt gestreefd naar het in stand houden van de molens in Gelderland. De molens zijn namelijk een identiteitsbepalend onderdeel van Gelderland. De provincie heeft dan ook als ambitie dat de omgeving van de molens zodanig wordt ingericht dat de molens kunnen blijven draaien. Daartoe beschermt de provincie de ruimte rond de molens tegen ongewenste ingrepen. In de Omgevingsverordening is daarom geregeld dat op gronden die zijn aangewezen als Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing en/of beplanting is toegestaan, tenzij is aangetoond dat het functioneren van de molen door middel van windvang niet wordt beperkt.

Toetsing Ten noordoosten van het plangebied is de Kwaksmölle aanwezig. Deze molen is gelegen aan de Doetinchemseweg 48 (zie rode markering in navolgende afbeelding). Het plangebied (zie gele markering op navolgende afbeelding) is gelegen binnen de molenbiotoop van de Kwaksmölle. De Kwaksmölle heeft een molenbiotoop van 400 meter, teneinde de windvang van de molen te waarborgen.

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

33

Situering plangebied t.o.v. molen. Plangebied globaal met geel omlijnd, molen met rood omcirkeld

Eigenschappen molen Omstreeks 1820 werd een houten standerdmolen gebouwd genaamd 'De Haan'. In 1859 brandt deze molen af. In datzelfde jaar werd de molen herbouwd als beltmolen (ditmaal met steen), de nieuwe molen staat bekent als de Kwaksmölle. Tijdens de bevrijding raakte de molen beschadigd, en tijdens de zware storm van 28 december 1945 brak de as en viel de rest van het gevlucht naar beneden. Vanaf 1945 wordt uitsluitend met behulp van een petroleummotor gemalen. In 1951 is het binnenwerk verwijderd. Sinds die tijd maalt de molen niet meer. De molenromp heeft nu een maatschappelijke functie als dorpshuis. Volgens gegevens (bron: www.gelderland.molenbiotoop.nl; Biotooprapport 196) heeft de Kwaksmölle een askophoogte van 15,75 m. De hoogte van het maaiveld bij de molen is circa 18,9 m +NAP. De locatie waar de sloop en nieuwbouw in het plangebied wordt gerealiseerd, ligt op een maaiveldhoogte van circa 19,5 m +NAP. Tussen de Kwaksmölle en het plangebied is er dus sprake van beperkt hoogteverschil. Verder geeft het rapport weer dat binnen de straal van 400 meter in de huidige situatie reeds 2.353 windhinderobjecten, zoals bebouwing en bomen, aanwezig zijn, die de hoogte van de biotoopnorm overschrijden. Navolgende kaartbeelden geven dit weer.

Het linker kaartbeeld is een overzichtskaart van de hoogtemetingen, geclassificeerd in categorieën afhankelijk van de mate van overschrijding van de biotoopnorm. Het rechter kaartbeeld bevat gestandaardiseerde sectorscores, geclassificeerd aan de hand van de mate van overschrijding van de biotoopnorm in een sector.

34

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

Overschrijdingen maximale hoogte (bron: www.gelderland.molenbiotoop.nl)

De sectorscores zijn vervolgens toegekend aan de acht hoofdwindrichtingen. De resultaten zijn in navolgende tabel weergegeven.

Uit deze tabel valt op te maken dat in de huidige situatie de mate van overschrijding van de biotoopnorm bij de oostelijke hoofdwindrichting het grootst is, namelijk 66.

Per molen is de omgeving geïnventariseerd en beoordeeld als slecht, bedenkelijk, matig, aanvaardbaar of goed. De totaalscore van 386 houdt in dat de molenbiotoop van de Kwaksmölle in de huidige situatie als matig wordt beoordeeld.

Formule molenbiotoop Op basis van de molenverordening van de provincie Gelderland, die is vervangen door de Ruimtelijke verordening, gold een formule, op basis waarvan beoordeeld kon worden of de windvang van de molen al dan niet verslechterde. Hoewel deze formule formeel niet meer geldt in Gelderland, wordt het beschouwd als een goed hulpmiddel om te beoordelen of de windvang van een molen verslechtert door de komst van een ruimtelijke ontwikkeling. De formule is om die reden toegepast in het onderhavige geval. De formule luidt als volgt:

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

35

Hx=X/n + (c*z) waarin: Hx = de toelaatbare hoogte van een gebouw in meters op een afstand x meter uit de molen. De toelaatbare hoogte wordt gemeten vanaf het waterpasniveau van de begane grond of het maaiveld van de molen; X = de afstand in meters vanaf het gebouw tot de wieken van de molen; n = de ruwheidcoefficient volgens de ruwheidsklassentabel van Wieringa: 140 voor open gebied, 75 voor ruw gebied en 50 voor gesloten gebied; c = constante 0,2 (in verband met een windreductie van 5%); z = askophoogte van de molen.

Het woonzorgcentrum in het plangebied staat op circa 220 m van de Kwaksmölle. Wanneer de formule wordt toegepast ten behoeve van voorliggend plan, ontstaat het volgende beeld: H(x) = 220/50 + 0,2 * 15,75 = 7,55 m.

De maximale bouwhoogte van de dichtstbijzijnde bebouwing in het plangebied, gelegen op circa 220 meter afstand van de molen, mag volgens de formule 7,55 meter bedragen. Daar moet het verschil in maaiveldniveau bij worden opgeteld. In onderhavig plan bedraagt dit (18,9-19,5=) -0,6 meter. De bouwhoogte in het plangebied mag daarom (7,55-0,6=) 6,95 meter bedragen, gemeten vanaf het peil ter plaatse van de nieuwbouwlocatie. In de bovenstaande berekening is uitgegaan van de ruwheidsklasse 50, omdat het gebied tussen het plangebied en de molen voor de bebouwde kom van Varsseveld betreft.

Het woonzorgcentrum krijgt een maximale bouwhoogte van grotendeels 10 m. Het centrale gedeelte wordt iets hoger in verband met de technische ruimten, namelijk 12 m. Hiermee wordt de toelaatbare bouwhoogte uit de formule overschreden.

Motivering inpasbaarheid initiatief Om de volgende redenen wordt de bouwhoogte van 10 tot 12 m voor woonzorgcentrum inpasbaar geacht: 1. De Kwaksmölle in Varsseveld betreft een molenromp. In 1951 is het binnenwerk verwijderd. Sinds die tijd maalt de molen niet meer. De molenromp heeft nu een maatschappelijke functie als dorpshuis. De molen is sinds 1945 niet meer gerestaureerd en er zijn ook geen plannen om dat binnen afzienbare tijd te gaan uitvoeren. Een mogelijk verminderde windvang als gevolg van de realisatie van het woonzorgcentrum is daarom niet van belang. 2. Voor molenrompen is de belevingswaarde wel van belang. In de huidige situatie verstoort de bebouwing geen zichtlijnen op de molenromp vanwege opgaand groen en overige bestaande bebouwing. Ook in de toekomstige situatie is er geen sprake van de verstoring van zichtlijnen. De realisatie van het nieuwe woonzorgcentrum heeft daarmee geen invloed op de belevingswaarde van de Kwaksmölle als landschapselement. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect molenbiotoop geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

36

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

4.12

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Algemeen Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan dan wel ruimtelijke onderbouwing onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een project kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen.

Economische uitvoerbaarheid Voorliggend bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk, dat is benoemd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat tegelijkertijd met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet worden vastgesteld, waarmee de gemeente de door haar te maken kosten kan verhalen op de initiatiefnemer. Een exploitatieplan hoeft niet vastgesteld te worden indien verhaal van kosten anderszins is verzekerd, en tevens locatie-eisen niet nodig zijn of anderszins zijn verzekerd. De gemeente neemt niet deel aan de ontwikkeling van het plan. De gemeente verzorgt de planologische kaders na toetsing van de planontwikkeling. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd via de legesverordening en een anterieure overeenkomst. In deze anterieure overeenkomst wordt tevens vastgelegd dat mogelijke planschade voor rekening van de initiatiefnemer is. Het vaststellen van een exploitatieplan is hiermee niet noodzakelijk. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voor het initiatief zijn diverse (digitale) inloopavonden voor de buurt geweest, deze zijn positief verlopen. De drie bouwlagen vragen aandacht voor inkijk in de tuinen van de woningen aan de noordzijde. Hier is in het plan rekening mee gehouden door geen appartementen met zicht die kant op te positioneren en een grotere afstand aan te houden tot de erfgrens.

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

37

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planaspecten

Plansystematiek

De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Daarom stelt onder andere de Wro eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

5.2

Opbouw regels

De regels zijn onderverdeeld in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangsen slotregels. De inleidende regels vormen Hoofdstuk 1 en bevatten de begrippen en de wijze van meten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hierin zijn de regels bij de in het plan voorkomende bestemmingen opgenomen. Onder algemene regels, Hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen die niet beperkt zijn tot een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele plangebied, zoals de anti-dubbeltelregel en algemene afwijkingsregels. Tot slot zijn in Hoofdstuk 4 de overgangsregels en de slotregel opgenomen.

5.3

Verbeelding

In deze paragraaf worden de op de verbeelding voorkomende bestemmingen benoemd en wordt kort toegelicht wat hiervoor in de regels vastgelegd is.

Groen (Artikel 3) De groene zone ten noorden van de bebouwing is bestemd als 'Groen'. Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen en plantsoenen, parken, geluidwerende voorzieningen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, kunstwerken en ontmoetingsplekken, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, straatmeubilair en nutsvoorzieningen.

Binnen deze bestemming zijn alleen gebouwen ten behoeve van speelvoorzieningen, kunstwerken en ontmoetingsplekken, met een maximale bouwhoogte van 3 meter toegestaan. Daarnaast zijn, onder voorwaarden, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan.

Maatschappelijk (Artikel 4) De gronden aan de zuidzijde van het plangebied en ter plaatse van de bebouwing van het woonzorgcentrum zijn bestemd als 'Maatschappelijk'. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor maatschappelijke voorzieningen. Daarbij geldt dat alleen de volgende maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan: zorginstelling; Overige gezondheid- en welzijnszorg; openbare dienstverlening; verenigingsleven. Het aantal wooneenheden binnen de zorginstelling mag daarbij niet meer bedragen dan 90. Naast deze maatschappelijke voorzieningen zijn als nevenactiviteiten ook cultuur en ontspanning (uitsluitend exposities, conferenties, muziek- en theatervoorstellingen), detailhandel en horeca toegestaan. Voor de twee laatste functies geldt dat in het bestemmingsplan een maximum oppervlakte is opgenomen. 38

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

Tevens zijn wegen en paden, parkeer-, speel-, groenvoorzieningen en kunstwerken, water en voorzieningen voor de waterhuishouding en straatmeubilair en nutsvoorzieningen mogelijk.

Binnen de bestemming zijn twee bouwvlakken opgenomen. Het grootste bouwvlak betreft de locatie van de nieuwe bebouwing van het woonzorgcentrum. Het andere bouwvlak betreft de bestaande woning aan de zuidoostzijde van het plangebied. Gebouwen zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan. Naast voorgenoemde bouwregels is ook een maximum bouwhoogte voor de gebouwen opgenomen van grotendeels maximaal 10 m. Het centrale gedeelte van het gebouw krijgt een maximale bouwhoogte van 12 m in verband met de technische installaties. Voor de bestaande woning in het plangebied geldt een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 m en 7 m (conform bestaande maatvoering). Daarnaast zijn, onder voorwaarden, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan.

Overige regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

39

Hoofdstuk 6

Procedure

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 17 november tot en met 28 december 2022 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn kon iedereen, schriftelijk of mondeling, een zienswijze bij de gemeenteraad kenbaar maken. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn binnen de daarvoor gestelde termijn drie zienswijzen naar voren gebracht. De zienswijzen zijn beantwoord door de gemeente en de nota hiervan is als bijlage bij dit plan opgenomen (Bijlage 11). Voor elke reactie afzonderlijk is aangegeven in hoeverre de zienswijze gegrond of ongegrond is en, indien gegrond, welke aanpassing dit voor het bestemmingsplan tot gevolg heeft. Daarnaast zijn enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. De ambtshalve wijzigingen zijn eveneens in de nota opgenomen.

40

bestemmingsplan "Varsseveld, Nieuwbouw woonzorgcentrum De Bettekamp" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4545/documents/26323