9. Nader soortenonderzoek a en b.pdf
Tekst van het document
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft Projectnummer: 2023-0138
Datum: 10-11-2023 Versie 2.0
Opdrachtgever: Planburo Oosterink Bram Beune
Ben ten Oever
b.beune@lycens.nl
b.tenoever@lycens.nl
Adviseur Ecologie
M 06 450 627 49
Projectleider Ecologie
M 06 160 074 42
Inhoudsopgave
1. Inleiding ..................................................................................................................... 4 2. De ontwikkeling .......................................................................................................... 5 2.1. Plangebied ............................................................................................................................................................. 5
2.2. Voorgenomen activiteiten .................................................................................................................................. 6 2.3. Onderzoeksgebied ............................................................................................................................................... 6
3. Het onderzoek ............................................................................................................ 7 3.1. Methode .................................................................................................................................................................. 7 3.2. Bezoeken ................................................................................................................................................................ 8 3.3. Resultaten .............................................................................................................................................................. 9 3.4. Wettelijke consequenties ................................................................................................................................. 12
4. Conclusie .................................................................................................................. 13
3
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
10-11-2023
1. Inleiding
Initiatiefnemer is voornemens om 2 vrijstaande woningen te realiseren aan Veldstraat in Ulft. In het kader van de
Zorgplicht (Art. 1.11 Wet natuurbescherming) dient, wanneer negatieve effecten op beschermde flora- en faunasoorten op voorhand niet uit te sluiten zijn, een Quickscan ecologisch onderzoek uitgevoerd te worden om de aanwezige en potentieel aanwezige, beschermde natuurwaarden in beeld te brengen. Uit de Quickscan van
Staring Advies 1 kwam naar voren dat de aanwezigheid van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuizen
in eventuele holtes en losse schors in de bomen niet uitgesloten kunnen worden. Daarnaast kunnen nesten van boombewonende vogelsoorten zoals ransuil of sperwer niet uitgesloten worden eveneens als bladnesten van de eekhoorn. Geconcludeerd wordt dat nadere soortenonderzoeken noodzakelijk zijn.
Bovengenoemde soorten en hun nest of vaste rust- en voortplantingsplaats en/of leefgebied zijn strikt beschermd en mogen alleen negatief beïnvloed worden indien een ontheffing van de Wet natuurbescherming is verkregen.
Om volledig inzicht te krijgen in de betekenis van de beplanting voor vleermuizen, is besloten gericht onderzoek
te verrichten naar deze soorten, conform Vleermuisprotocol 2021. Om volledig inzicht te krijgen in de betekenis van het plangebied voor roofvogels is onderzoek op basis van door SOVON gehanteerde telrichtlijnen uitgevoerd.
Voor onderzoek naar de rode eekhoorn is geen kennisdocument of protocol ontwikkeld waardoor onderzoek gebaseerd is op de ecologie van de rode eekhoorn met de expertise en ervaring van de ecoloog.
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het onderzoek beschreven. Daarbij komt de onderzoeksmethode, de bezoeken, de resultaten van het onderzoek en de wettelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming aan bod. In hoofdstuk 4 komt de conclusie aan de orde.
1
4
Quickscan natuurtoets Staring Advies Veldstraat, Ulft - rapportnummer 2483 - 03-10-2022
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
10-11-2023
2. De ontwikkeling 2.1.
Plangebied
Situering
Het plangebied is gesitueerd aan de Veldstraat te Ulft (Gemeente Oude IJsselstreek). Het plangebied ligt in het
oosten van de woonkern Ulft en wordt omgeven door woningen. In figuur 2.1 wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Figuur 2.1: Globale ligging van het plangebied
Beschrijving
Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Ulft en bestaat uit twee gelijkende delen. De
groenstructuur op het perceel bestaat vooral uit tuinbeplanting met hoge struiken en enkele loofbomen. Op het terrein zijn enkele steenstapels en een haardhoutopslag, naast potten en tuinmeubilair aanwezig. De directe
omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen en bijbehorende tuinen. Het terrein is omheind en is niet vrij toegankelijk.
5
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
10-11-2023
Figuur 2.2: Begrenzing van het plangebied
2.2.
Voorgenomen activiteiten
Het voornemen bestaat om beplanting te rooien en woningen te realiseren binnen het plangebied. De exacte locatie en het aantal is vooralsnog onbekend.
2.3.
Onderzoeksgebied
Om de effecten van de voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het van belang ook buiten
het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan woningen. Vanwege de lokale invloedsfeer, wordt het onderzoeksgebied gelijkgesteld aan het plangebied. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het onderzoeksgebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties.
6
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
10-11-2023
3. Het onderzoek 3.1.
Methode
Vleermuizen
Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021. Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een Echo Meter Touch 2 met opname-
en vertragingsfunctie en een Batlogger M is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Op basis van frequentie, klank en ritme zijn met zekerheid de soorten bepaald. Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen,
soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen met zwermende dieren, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis.
Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van de opgaande beplanting als verblijfplaats
voor boombewonende vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle boombewonende soorten.
Het onderzoek is uitgevoerd door te posten met een batdetector bij de te rooien bomen. De onderzoekers hebben
het onderzoeksgebied te voet bezocht waarbij specifiek gelet is op uit- en invliegende dieren en baltsende
mannelijke gewone- en ruige dwergvleermuizen in het najaar. Per bezoek waren twee onderzoekers aanwezig.
Gelet op de omvang van het object is dat voldoende om een goed beeld te krijgen van mogelijk aanwezige vleermuizen. Roofvogels
Het onderzoek naar roofvogels is uitgevoerd conform gehanteerde richtlijnen van SOVON. In de telrichtlijn staat
aangegeven onder welke omstandigheden een onderzoek moet worden uitgevoerd. Er worden geen specifieke tijden op een dag geadviseerd. Er zijn in totaal twee gerichte veldbezoeken uitgevoerd in de broedperiode (1 maart – 31 augustus). Hierbij is nestindicatief onderzoek uitgevoerd waarbij gelet is op zang en/of balts.
Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van het onderzoeksgebied voor roofvogels. Het onderzoek is uitgevoerd door een ochtend- en avondbezoek tijdens gunstige weersomstandigheden (geen regen, harde wind en kou) te brengen in het onderzoeksgebied in de broedperiode. De onderzoeker heeft het
onderzoeksgebied te voet bezocht waarbij gelet is op zang en balts, op visuele waarnemingen en op nesten van roofvogels. Daarbij is gebruik gemaakt van een verrekijker. Rode eekhoorn
Wegens het ontbreken van een kennisdocument of protocol is het nader onderzoek naar de rode eekhoorn uitgevoerd op basis van expertise en ervaring van de ecoloog. Er is gekeken naar de ecologie van de rode eekhoorn en de biotoop van het onderzoeksgebied. Het onderzoek heeft plaatsgevonden tijdens gunstige 7
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
10-11-2023
weersomstandigheden met behulp van een verrekijker. Er is gelet op de aanwezigheid van de rode eekhoorn en er is gezocht naar eekhoornnesten. De bezoeken zijn gecombineerd met andere nadere onderzoeken. Onderzoekers
Het onderzoek is uitgevoerd door ecoloog dhr. B. Beune, dhr. B. van den Bor en mw. J. Kroeskop-Martens en veldmedewerkers, G. Peppinck, T. van Vilsteren en K. van der Wijk.
3.2.
Bezoeken
Vleermuizen
Voor het in beeld brengen van de betekenis van de opgaande beplanting voor vleermuizen zijn vijf verschillende
bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in juni en juli zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijfplaatsen, het bezoek in augustus en september is uitgevoerd voor het vaststellen van paarverblijfplaatsen. In tabel 3.1 worden de verschillende bezoekdata weergegeven. Tabel 3.1: Bezoekschema vleermuisonderzoek in het onderzoeksgebied Datum
01-06-2023
Tijdstip
21:15-23:15
Zon op/ zon onder 21:44
Aantal onderzoekers 2
Doel
Weersomstandigheden
& kraamkolonies
11⁰C, wind 2-3 Bft
Zomerverblijfplaatsen Zomerverblijfplaatsen
Zwaarbewolkt, droog, Tb 12⁰C Te
22-06-2023
03:15-05:15
05:11
2
12-07-2023
21:30:23:30
21:51
2
Zomerverblijfplaatsen
Zwaarbewolkt, droog, Tb 20⁰C Te
22-08-2023
22:00-00:00
20:43
2
Paarverblijfplaats
Heldere hemel, droog, Tb 21⁰C Te
12-09-2023
05:00-07:00
07:05
2
& kraamkolonies
& kraamkolonies
Paarverblijfplaats
Heldere hemel, droog, Tb 14⁰C Te 15⁰C, wind 1-2 Bft
17⁰C, wind 1-2 Bft
18⁰C, wind 1-2 Bft
Heldere hemel, droog, Tb 16⁰C Te 17⁰C, wind 0-1 Bft
Roofvogels
In totaal zijn twee gerichte veldbezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht in de ochtend. De bezoeken zijn in mei en juni uitgevoerd. In tabel 3.2 worden de bezoekdata weergegeven. Tabel 3.2: Bezoekschema roofvogelonderzoek in het onderzoeksgebied Datum
11-05-2023 01-06-2023
Tijdstip
10:45-11:45 21:15-23:15
Aantal onderzoekers 1 1
Doel
Nestindicatief gedrag Nestindicatief gedrag
Weersomstandigheden
Lichtbewolkt, droog, 9⁰C, wind 0-1 Bft
Zwaarbewolkt, droog, 12⁰C, wind 2-3 Bft
Rode eekhoorn
Voor het in beeld brengen van de betekenis van het onderzoeksgebied voor de rode eekhoorn is tijdens ieder veldbezoek van de overige nader onderzoeken gelet op het voorkomen van de rode eekhoorn.
8
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
10-11-2023
Overige soorten
Tijdens het veldbezoek is behalve naar vleermuizen, roofvogels en de rode eekhoorn ook gekeken naar andere beschermde soorten met een rust- of voortplantingsplaats in en nabij het onderzoeksgebied.
3.3.
Resultaten
Vleermuizen
In figuur 3.1 zijn de resultaten weergegeven van het vleermuisonderzoek welke hieronder verder worden
toegelicht.
Figuur 3.1: Resultaten verspreidingsonderzoek vleermuizen
Verblijfplaatsen
Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats bezetten in de opgaande beplanting
binnen het onderzoeksgebied. Er zijn eveneens geen baltsende vleermuizen waargenomen. Tijdens het veldbezoek op 23 juni 2023 zijn naar schatting 10 invliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen in de naastgelegen woning ten zuiden van het onderzoeksgebied. De precieze invliegopening is niet waargenomen.
9
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
10-11-2023
Foerageergebied
Tijdens veldbezoeken 1 t/m 4 werden foeragerende vleermuizen als gewone dwergvleermuis en laatvlieger waargenomen. Vleermuizen foerageren over het algemeen binnen 5 kilometer van hun verblijfplaats. Afhankelijk
van het insectenaanbod en de weersomstandigheden wordt de jachtlocatie gekozen. Gewone dwergvleermuizen foerageren in tuinen, parken, landgoederen, langs lanen, bomenrijen, houtwallen, dijken met beplanting, bosranden, begraafplaatsen, beschutte vijvers en watergangen 2. Gezien de ruime hoeveelheid aan alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied gezien.
Vliegroute
Er is tijdens het veldbezoek van 22 juni 2023 een overvliegende laatvlieger waargenomen. Tijdens de andere
veldbezoeken zijn geen overvliegende vleermuizen waargenomen. Vleermuizen gebruiken lijnvormige structuren
en vliegen bij voorkeur uit de wind. Veelal wordt gebruik gemaakt van bomenrijen, watergangen met opgaande
begroeiing en groene erfafscheidingen. Gezien de hoeveelheid geschikte elementen in de omgeving dient het onderzoeksgebied niet als essentiële vliegroute.
Vleermuizen naastgelegen woning
Het onderzoeksgebied wordt mogelijk door de invliegende gewone dwergvleermuizen van naastgelegen woning
gebruikt als foerageergebied. Echter dient het onderzoeksgebied niet als essentieel foerageergebied en verdwijnt er geen essentiële vliegroute vanwege de voorgenomen activiteiten gezien de hoeveelheid geschikte elementen in de omgeving. Rondom het onderzoeksgebied blijven veel bomen aanwezig wat kan fungeren als
foerageergebied. Ook leiden er meerdere mogelijke vliegroutes naar meerdere mogelijke foerageergebieden
rondom het onderzoeksgebied (figuur 3.2). Het Kennisdocument geeft aan dat vleermuizen foerageren binnen 5 kilometer vanaf hun verblijfplaats en lijnvormige structuren gebruiken als vliegroute. In de omgeving staan voldoende gebouwen en bomen die kunnen worden gebruikt als vliegroute. In figuur 3.2 is gekeken naar een
straal van circa 500 meter, wat aangeeft dat deze afbeelding maar een klein gedeelte weergeeft van de werkelijke
straal van 5 kilometer die de vleermuizen gebruiken. Daarnaast fungeren alle tuinen ook als mogelijk
foerageergebied, welke niet allemaal zijn gemarkeerd in figuur 3.2. Mogelijk gaat er een foerageergebied tijdelijk
verloren vanwege de voorgenomen plannen. Echter worden er in de beoogde situatie 2 vrijstaande eengezinswoningen gerealiseerd met tuinen welke ook kunnen fungeren als foerageergebied. Hierbij is het
uitgesloten dat het onderzoeksgebied fungeert als essentieel foerageergebied en de vleermuizen van de naastgelegen woning voldoende opties aan mogelijke vliegroutes hebben om mogelijke foerageergebieden te bereiken.
2
BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf
10
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
10-11-2023
Figuur 3.2: Mogelijke vliegroutes en foerageergebieden in de omgeving van het onderzoeksgebied
Roofvogels
Tijdens de gerichte veldbezoeken is geen balts van roofvogels waargenomen en zijn er geen waarnemingen van
roofvogels in het onderzoeksgebied. Ook zijn er geen nesten in het onderzoeksgebied aanwezig. Het onderzoeksgebied dient niet als vaste rust- en voortplantingsplaats voor roofvogels. Rode eekhoorn
De rode eekhoorn is visueel niet waargenomen tijdens de veldbezoeken. Ook zijn er geen bladnesten
waargenomen in het onderzoeksgebied. Hierdoor dient het onderzoeksgebied niet als vaste rust- en
voortplantingsplaats voor de rode eekhoorn. Overige soorten
Tijdens het veldwerk is de egel meerdere keren waargenomen. Mogelijk bezet de egel een vaste rust- en
voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied. De egel is vrijgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen in de
provincie Gelderland. De zorgplicht is echter altijd van toepassing. Naast de egel zijn geen overige soorten waargenomen welke een vaste rust- en voortplantingsplaats bezetten in het onderzoeksgebied.
11
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
10-11-2023
3.4.
Wettelijke consequenties
Vleermuizen
Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat een vleermuis een verblijfplaats bezet in de opgaande beplanting in het
onderzoeksgebied. Door het rooien van bomen in het onderzoeksgebied wordt geen vleermuis verwond of gedood en wordt geen verblijfplaats beschadigd of vernield.
Het onderzoeksgebied maakt geen onderdeel uit van een essentiële vliegroute en het onderzoeksgebied heeft geen functie als essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Roofvogels
Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat roofvogels nesten bezetten in de opgaande beplanting in het onderzoeksgebied. Door het rooien van bomen in het onderzoeksgebied worden geen roofvogelnesten vernield.
Het onderzoeksgebied dient niet als essentieel leefgebied, bevat geen nesten en dient niet als rustplaats voor beschermde roofvogels. Rode eekhoorn
Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de rode eekhoorn een nest bezet in de opgaande beplanting van het onderzoeksgebied. Door het rooien van bomen in het onderzoeksgebied worden geen bladnesten van de rode eekhoorn vernield. Overige soorten
De waarneming van de egel leidt niet tot wettelijke consequenties aangezien deze is vrijgesteld in de provincie. De zorgplicht blijft echter altijd van toepassing.
12
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
10-11-2023
4. Conclusie
In het voorjaar en najaar van 2023 is het onderzoeksgebied onderzocht op de aanwezigheid van een verblijfplaats
van vleermuizen en nesten van roofvogels en de rode eekhoorn. Het onderzoek is uitgevoerd volgens het daarvoor geldende protocol, richtlijnen, kennisdocument en met de expertise van de ecoloog. Het onderzoek is volledig en onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd.
Uit het onderzoek is gebleken dat er geen verblijfplaats in de onderzochte opgaande beplanting aanwezig is.
Tevens vormt het onderzoeksgebied geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen en is er geen essentiële
vliegroute aanwezig. Ook bevat het onderzoeksgebied geen nesten van roofvogels of de rode eekhoorn. Het
rooien van de bomen leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten. Er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden.
13
Nader Soortenonderzoek Veldstraat, Ulft
10-11-2023