CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Verkennend bodemonderzoek.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 13 september 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan “Dijkweg 3 3a Gendringen”15.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

mg/kg DS

21

26.5

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

70

99.8

-

mg/kg DS

<35

90.7

-

mg/kg DS

0.0049

0.0181

-

mg/kg DS

0.42

0.419

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK 10 VROM factor 0.7

Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

Datum Monstername

Eindoordeel

13159662

MM02, 01: 40-90, 01: 90-140, 01: 140-180, 02: 50-100, 02: 100-150

13-10-2022

Altijd toepasbaar

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

Wo

Oordeel Wonen

-

<= Achtergrondwaarde

Ind

Oordeel Industrie

Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.

Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com

Page 3 of 3

Uw Project

Dijkweg 3-3a te Gendringen (MM22185)

Certificaat

2022173639

Toetsing

BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep)

Versie

2.0.24

Toetsingsdatum

23 November 2022 08:27

Is Diep grondwater

Nee

Analyse

1, 01-1: 250-350

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Index

Oordeel

0.03

> SW

Metalen Barium (Ba)

µg/l

70

70

Cadmium (Cd)

µg/l

<0.20

0.14

-

Kobalt (Co)

µg/l

<2.0

1.4

-

Koper (Cu)

µg/l

2.9

2.9

-

Kwik (Hg)

µg/l

<0.050

0.035

-

Molybdeen (Mo)

µg/l

<2.0

1.4

-

Nikkel (Ni)

µg/l

<3.0

2.1

-

Lood (Pb)

µg/l

<2.0

1.4

-

Zink (Zn)

µg/l

<10

7

-

Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen

µg/l

<0.20

0.14

-

Tolueen

µg/l

<0.20

0.14

-

Ethylbenzeen

µg/l

<0.20

0.14

-

Xylenen (som) factor 0,7

µg/l

0.21

0.21

-

Naftaleen

µg/l

<0.020

0.014

-

Styreen

µg/l

<0.20

0.14

-

Dichloormethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

Trichloormethaan

µg/l

<0.20

0.14

Tetrachloormethaan

µg/l

<0.10

0.07

Trichlooretheen

µg/l

<0.20

0.14

-

Tetrachlooretheen

µg/l

<0.10

0.07

-

1,1-Dichloorethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

1,2-Dichloorethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

1,1,1-Trichloorethaan

µg/l

<0.10

0.07

-

1,1,2-Trichloorethaan

µg/l

<0.10

0.07

-

Tribroommethaan

µg/l

<0.20

0.14

@

Vinylchloride

µg/l

<0.10

0.07

0.01

-

1,1-Dichlooretheen

µg/l

<0.10

0.07

0.01

-

1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7

µg/l

0.14

0.14

0.01

-

Dichloorpropanen som factor µg/l 0.7

0.42

0.42

-

<50

35

-

0.77

@

Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen

0.01

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40)

µg/l

Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-12008)

µg/l

Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

Datum Monstername

Eindoordeel

13204177

1, 01-1: 250-350

04-11-2022

Overschrijding Streefwaarde

Page 1 of 2

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

-

<= Streefwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

> SW

> Streefwaarde

Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.

Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com

Page 2 of 2

BIJLAGE 8: Projectfoto’s

onderzoek

onderzoek

onderzoek

onderzoek

BIJLAGE 9: Informatie vooronderzoek

Dijkweg 3- 3a te Gendringen Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 6

-

22-11-2022

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding HBB: Aken, B.J. van; Dijkweg 4 Kaarten Disclaimer Toelichting

Pagina 2 van 6

-

22-11-2022

De provincie Gelderland en de twee grote Gelderse gemeenten Arnhem en Nijmegen zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging (. Zij sturen de bodemsaneringsoperatie en voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Hierbij kan de provincie juridische en financiële instrumenten inzetten. In dit kader worden bodemgegevens verzameld in het bodeminformatiesysteem (BIS) van de provincie.

In deze rapportage treft u gegevens aan die afkomstig zijn uit het BIS van de provincie Gelderland. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van gegevens over mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied. De twee grote gemeenten hebben hun eigen BIS. Gegevens van die gemeenten worden niet in deze rapportage weergegeven. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is.

De provincie zal aansturen op sanering van alle historische verontreinigingen (ontstaan voor 1987) die risico’s veroorzaken (dit zijn de spoedlocaties die tot de werkvoorraad van de provincie behoren). In het rapport wordt per locatie aangegeven (Vervolg Wbb-traject) of een locatie nog tot de werkvoorraad behoort en welke vervolg in dat kader wordt verwacht.

Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd De in het bodeminformatiesysteem van de provincie Gelderland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.

Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de provincie Gelderland via https://www.gelderland.nl/Contact door het invullen van een vragenformulier. Dit wordt automatisch toegezonden aan het PROVINCIELOKET of te bellen naar 026 – 359 99 99.

Locatie: HBB: Aken, B.J. van; Dijkweg 4 Locatie Adres

Dijkweg 4 7081HN Gendringen

Locatiecode

AA150900563

Locatienaam

HBB: Aken, B.J. van; Dijkweg 4

Plaats

Oude IJsselstreek

Locatiecode bevoegd gezag WBB

GE023700640

Status Vervolg WBB

Hbb-cluster-inactief

Beschikking

Status besluiten Is van voor 1987

Pot. verontreinigd

Beoordeling

Status rapporten

Status asbest Ja

Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar

Verontreinigende activiteiten Activiteit

Vervallen

Benoemd

Verontreinigd

brandstoftank (ondergronds)

Start 1975

Einde 1995

Nee

Nee

Onbekend

Onbekend

hbo-tank (ondergronds)

1978

9999

Nee

Nee

Onbekend

Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar

Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar

Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Sanering Geen gegevens beschikbaar

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 3 van 6

-

22-11-2022

Spoed

Voldoende onderzocht

Pagina 4 van 6

-

22-11-2022

De bodeminformatie die u in deze rapportage aantreft is met zorg door gemeenten of provincie in het bodeminformatiesysteem ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat informatie is verouderd, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Gelderland is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is. Deze rapportage bevat geen gegevens van de twee grote gemeenten in de provincie Gelderland die zelf bevoegd gezag Wet bodembescherming zijn (Arnhem en Nijmegen). Als u fouten of onvolkomenheden in de rapportage aantreft kunt u ons helpen door dit te melden via https://www.gelderland.nl/Contact door het invullen van een vragenformulier. Dit wordt automatisch toegezonden aan het PROVINCIELOKET of te bellen naar 026 – 359 99 99.

Pagina 5 van 6

-

22-11-2022

Toelichting Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn).

Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Bij ernstige verontreinigingen wordt vervolgens beoordeeld of bij het huidige gebruik er mogelijke risico’s aanwezig zijn. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de verontreinigingssituatie zo goed mogelijk ingeschat en vermeld onder het veld ‘beoordeling’. Pas als de verontreiniging voldoende is onderzocht wordt de conclusie vastgelegd in een formeel besluit. Dit is onder het veld ‘Beschikking’ aangegeven.

Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan voor een beperkt deel van het terrein gelden (deelsanering) of in verschillende fasen worden uitgevoerd. Als het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Indien wordt ingestemd met het eindresultaat van de sanering (vastgelegd in een evaluatierapport) wordt ook de einddatum van de sanering ingevuld.

Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb.

(Mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van bekende historische (bedrijfs)activiteiten die op de locatie aanwezig zijn geweest en mogelijk bodemverontreiniging veroorzaakt hebben. Deze potentiële verontreinigingsbronnen vormen het zogenaamde. Historisch Bodem Bestand (HBB).

Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie Gelderland genomen besluiten vermeld.

Saneringscontouren Indien sprake is van een deelsanering of verschillende fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd.

Zorgmaatregelen/gebruiksbeperkingen Als na sanering nog verontreiniging is achtergebleven zijn maatregelen genomen om blootstelling aan of verspreiding van deze (rest)verontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in standhouden van deze maatregelen.

Pagina 6 van 6

-

22-11-2022

Vooradvies bodem bestemmingsplanprocedure Aan Zaaknummer Adres/onderwerp Behandeld door Datum

: Gemeente Oude IJsselstreek, t.a.v. Willemijn de Haan : 2022EA1265 : Dijkweg 3 en 3a te Gendringen : Jeroen van Meijgaarden : 25 oktober 2022

Advies De bodemkwaliteit vormt mogelijk een belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling. Het is niet zeker dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Het uitvoeren van bodemonderzoek is in deze fase wel nodig. Aangezien er op grond van de Woningwet/Bouwverordening in het kader van de bouwaanvraag eveneens een geschikte bodemkwaliteitsverklaring noodzakelijk is, wordt initiatiefnemer aangeraden het uit te voeren bodemonderzoek ten aanzien van de bestemmingsplanprocedure zo in te richten dat het eveneens geschikt is voor de aanvraag van de bouwvergunning.

Inleiding Voor de locatie Dijkweg 3 en 3a is een verzoek ingediend om de diverse bestaande (bedrijfsgebouwen te slopen en (naast de bestaande bedrijfswoning die gehandhaafd blijft) een nieuwe woning te bouwen. De bestemming wijzigt dan van agrarisch naar wonen. Deze ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemming voor deze locatie. Er is daarom een planologische procedure nodig om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

Situatieschets voorgenomen ontwikkeling

Voor deze wijziging van het bestemmingsplan is een onderbouwing nodig. De gemeente Oude IJsselstreek vraagt de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) om advies over het onderwerp bodem. Beoordelingskader Bij een bestemmingsplanprocedure geldt een verplichting om te toetsen of de bodemkwaliteit past bij de gevraagde ontwikkeling. De ODA voert een bodeminventarisatie uit om in beeld te brengen wat de lokale bodemkwaliteit is. We geven aan of er nog bodemonderzoek uitgevoerd moet worden of dat er maatregelen nodig zijn om de bodemsituatie te verbeteren. De ODA geeft haar beoordeling/advies onafhankelijk van mogelijke specifieke voorwaarden en/of uitzonderingen, van het vigerende bestemmingsplan.

Bij de bouw van een woon- of verblijfsruimte1 schrijft de Bouwverordening/Woningwet voor dat bodemonderzoek verricht moet worden. Er moet dan verplicht getoetst worden of de bodemkwaliteit voldoet aan de wettelijke normen die gelden voor de gebruiksfunctie wonen. Inhoudelijke beoordeling Om in beeld te brengen of ter plaatse van Dijkweg 3 en 3a mogelijk sprake is van een afwijkende bodemkwaliteit, heeft de ODA een inventarisatie uitgevoerd: - De locatie is in gebruik (geweest) voor diverse agrarische functies, waaronder akkerbouw, en is het perceel ongeveer sinds 1995 in gebruik als kwekerij boom- en plantenkwekerij met sierbloemteelt. Op het perceel is een woonhuis aanwezig (bedrijfswoning). Het is niet vastgesteld maar wel aannemelijk dat er bij die bedrijfsactiviteiten ook potentieel bodembedreigende stoffen zijn gebruikt, zoals bestrijdingsmiddelen, smeermiddelen of brandstoffen. - Op de locatie/het perceel is, voor zover ons bekend, geen ondergrondse tank aanwezig geweest. Er is wel een bovengrondse propaanopslag aanwezig (geweest), dit wordt echter niet beschouwd als verdacht voor het ontstaan van een bodemverontreiniging. - Op de locatie is, voor zover ons bekend, niet eerder bodemonderzoek verricht. - Voor deze locatie is geen melding voor het toepassen of opslaan van grond bekend.

- Uit de beschikbare luchtfoto’s en de asbestdakenkaart blijkt dat er waarschijnlijk geen sprake is van asbesthoudende dakbedekking. - Op oude luchtfoto’s (>2008) en historisch kaartmateriaal (http://www.topotijdreis.nl/) zijn geen bijzonderheden of bodemverstoringen zichtbaar anders dan hierboven genoemde bevindingen.

Luchtfoto, 2018

Conclusie en advies Uit de bodeminventarisatie blijkt dat op de locatie sprake is (geweest) van mogelijk bodembedreigende activiteiten die verband houden met het voormalige gebruik als kwekerij, zoals het gebruik en opslag van bestrijdingsmiddelen. Niet uitgesloten kan worden dat als gevolg hiervan bodemverontreiniging is ontstaan. In het kader van de bestemmingplanprocedure moet bodemonderzoek worden uitgevoerd door een hiertoe erkend onderzoeksbureau volgens de richtlijn NEN5740 voor verkennend bodemonderzoek (inclusief het vooronderzoek conform NEN5725) en – bij een asbestverdenking - de richtlijn NEN5707 of NEN5897 voor asbest(bodem)onderzoek.

Dat wil zeggen dat één en dezelfde persoon vrijwel dagelijks meer dan 2 uur per dag in het bouwwerk aanwezig is. 1

2 van 3

Het onderzoek moet zich tenminste richten op de verdachte deellocaties en de te bouwen woon-/verblijfsruimten. Met name het vooronderzoek is op deze locatie van belang, aangezien op basis daarvan een beter inzicht moet worden gekregen in de gegevens over de risico’s van (eventueel) gebruikte stoffen, hoeveelheden en locaties. In dat kader dient ook de bij de gemeente beschikbare relevante informatie (onder meer milieuvergunningen) te worden bekeken. Wanneer de bouw binnen 5 jaar na afronding van de bestemmingsplanprocedure wordt gestart, is het verstandig om ook ter plaatse van de te bouwen locaties gelijktijdig al bodemonderzoek te laten verrichten. Op grond van de onderzoeksresultaten kan worden vastgesteld of de bodemkwaliteit geschikt is voor de gevraagde ontwikkeling. Het is verstandig om de onderzoeksstrategie vooraf aan de ODA voor te leggen en de rapportage daarna door de ODA te laten beoordelen. Deze bodeminventarisatie kan gedeeld worden met het uitvoerend onderzoeksbureau. Aandachtspunten In algemene zin gelden de volgende aanbevelingen: - Wanneer tijdens graafwerkzaamheden waarnemingen worden gedaan die op een verontreiniging wijzen, dan moet het werk direct gestopt worden en moet met de ODA worden overlegd. - Voor de toepassing van vrijkomende grond en bouwstoffen gelden de voorschriften uit het Besluit bodemkwaliteit.

- Bij de oprichting, verandering of beëindiging van een inrichting kan sprake zijn van een verplichting voor een nul- of eindsituatieonderzoek. De beoordeling hiervan vindt plaats bij het indienen van een melding in het kader van het Activiteitenbesluit of het aanvragen van een omgevingsvergunning milieu. ---------------------------------------------------------------------------

3 van 3

BIJLAGE 10: Onafhankelijkheidsverklaring

Onafhankelijkheidsverklaring Kwaliteit: De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRLSIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). Onafhankelijkheid: Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren.

Projectnaam: Projectnummer: Erkende veldwerker van:

Dijkweg 3-3a te Gendringen MM22185 Montferland Milieu B.V.

Bij het onderzoek zijn de volgende protocollen gevolgd: Plaatsen van handboringen en peilbuizen (protocol 2001) Nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (protocol 2018)

Datum uitvoering 2001:

13-10-2022

Datum uitvoering 2002:

04-11-2022

Datum uitvoering 2018:

-

Ja Ja N.v.t.

Onafhankelijkheidsverklaring: Montferland Milieu B.V. verklaart dat het veldwerk ten behoeve van bovengenoemd project onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarin genoemde NEN-normen.

BIJLAGE 11: Toegepaste normen

Toegepaste normen NEN 5104 NEN 5707

Geotechniek Asbest

NEN 5709

Bodem

NEN 5720

Waterbodem

NEN 5725

Bodem

NEN 5740 NPR 5741

Bodem Bodem

NPR 6616 NEN 5717

Water en slib Waterbodem

NEN 5742

Bodem

NEN 5743

Bodem

NEN 5744

Bodem

NEN 5745

Bodem

NEN 5120

Geotechniek

NEN 5751

Bodem

NEN 5733 NEN 5766

Bodem Bodem

NEN 5861 NEN-EN-ISO 56673

Milieu Water

NEN 5897

Asbest

NEN-ISO 7888 SIKB protocol 2001

Water Milieu

SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2003 SIKB protocol 2018

Water Waterbodem Asbest

Classificatie van onverharde grondmonsters Bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, orienterend en naderonderzoek Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek Routinebepaling van de pH Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische Verbindingen en fysisch/chemische bodemkenmerken. Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische eigenschappen Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen. Voorbereiding van het monster voor fysisch-chemische analyses Bepaling van de korrelgrootte m.b.v.

zeef en pipet Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek Procedures voor monsteroverdracht Bemonstering - Deel 3: Richtlijnen voor de conservering en behandeling van watermonsters Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Het nemen van waterbodemmonsters Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

BIJLAGE 12: Toelichting toetsingskader

De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van het Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering 2013. Grond: Voor de beoordeling van grond worden achtergrond- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: • Achtergrondwaarden (AW) In het Regeling Bodemkwaliteit wordt de term “Achtergrondwaarden” gebruikt. De achtergrondwaarden zijn gebaseerd op het onderzoek “Achtergrondwaarden 2000” (AW2000). Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur en landbouwgronden in Nederland. • Criterium voor nader onderzoek (Tussenwaarde) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) gemiddelde van de som van achtergrond- en interventiewaarde wordt overschreden. • Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.

Grondwater Voor de beoordeling van grondwater worden streef- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: • Streefwaarden (S) De streefwaarden geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. • Criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I)) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I); gemiddelde van de som van streef- en interventiewaarde) wordt overschreden. • Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.

Tabel: Toetsingwaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.

Toetsingwaarden¹

AW

1/2(AW+I)

I

RBK eis

Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.5

21

40

0.35

Polychloorbifenylen Som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)

20

510

1000

4.9

Minerale olie Totaal olie C10-C40

190

2595

5000

35

¹

AW ½(AW/I) I RBK

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)

De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.

Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000)

Toetsingwaarden¹

S

1/2(S+I)

I

RBK eis

Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65

338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432

625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800

20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen (0.7 factor) Styreen

0.20 7.0 4.0 0.20 6.0

26 504 77 35 153

30 1000 150 70 300

0.20 0.20 0.20 0.21 0.20

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Naftaleen 0.01 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

35

70 1

0.020

Gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1 dichlooretheen Dichloomethaan som (cis, trans) 1,2 dichloorethenen (0,7 factor) 1,1 dichloorpropaan 1,2 dichloorpropaan 1,3 dichloorpropaan Som dichloorpropaan (0,7 factor) Tetachlooretheen Tetachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen Chloroform Vinylchloride Tribroommethaan

7.0 7.0 0.01 0.01 0.01 0.80 0.80 0.80 0.80 0.01 0.01 0.01 0.01 24 6.0 0.01

454 204 5.0 500 10 40 40 40 40 20 5.0 150 65 262 203 2.2

900 400 10 1000 20 80 80 80 80 40 10 300 130 500 400 5.0 630

0.20 0.20 0.10 0.20 0.14 0.20 0.20 0.20 0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20

50

325

600

50

Minerale olie Totaal olie C10-C40

¹

S ½(S+I) I RBK

streefwaarde gemiddelde van streef- en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)

Tabel: Toetsingwaarden voor asbestverdacht (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.

Toetsingwaarden¹

AW

Kwantitatief asbestonderzoek Gewogen asbestconcentratie

¹

AW ½(AW/I) I RBK

1/2(AW+I)

I

RBK eis

100

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)

De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.

BIJLAGE 13: Verklarende woordenlijst

Verklarende woordenlijst Een grond- en/of grondwaterverontreiniging kan veroorzaakt worden door verschillende parameters. Soms betreft het stoffen die van nature in de bodem voorkomen. In andere gevallen is er sprake van milieuvreemde stoffen. Om een indicatie te krijgen van een eventuele grond(water)verontreiniging worden analyses uitgevoerd op verschillende parameters. Toetsingskader Sinds oktober 2008 zijn in het kader van de Wet bodembescherming de streefwaarden (grondwater) en interventiewaarden (grond en grondwater) van kracht en daarmee het toetsingskader voor beoordeling van de kwaliteit van grond en grondwater. Daarnaast gelden voor de toepassing van grond de (landelijke) achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. Achtergrondw aarde (grond) De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond. Streefwaarde (grondwater) Als de streefwaarde wordt overschreden is er sprake van bodemverontreiniging. Voor de stoffen die van nature voorkomen, komt de streefwaarde overeen met het zogenaamde ‘gemiddelde achtergrondgehalte’.

Voor stoffen die niet van nature in de bodem voorkomen is de streefwaarde gelijkgesteld aan de aantoonbaarheidsgrens van de huidige analysetechnieken, ook wel ‘detectiegrens’ genoemd. Tussenwaarde Deze waarde geeft de milieukwaliteit aan, waarbij er sprake is van verhoogde, maar in het algemeen niet potentieel onaanvaardbare, risico's voor mens en milieu. Het betreft een rekenkundig gemiddelde van de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) en de Interventiewaarde, dat niet rechtstreeks aan een specifiek risiconiveau is gekoppeld. Overschrijding van deze waarde heeft slechts een indicatieve functie, namelijk het aangeven van de noodzaak om een nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem uit te voeren. Grond of grondwater die de tussenwaarde wel maar niet de interventiewaarde overschrijdt, wordt aangeduid als matig verontreinigd. Interventiewaarde De interventiewaarde is de waarde die aangeeft bij welke concentratie sprake kan zijn van een dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor plant, mens en dier. Toetsingswaarden asbest Voor asbest in grond geldt alleen een interventiewaarde c.q. restconcentratienorm. Deze norm is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. asbest (gewogen). De Interventiewaarde voor asbest is gebaseerd op het verwaarloosbaar risiconiveau (VR).

Grond met een gehalte aan asbest (gewogen) lager dan de Interventiewaarde mag hierdoor als niet verontreinigd worden aangemerkt. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met tienmaal het gehalte aan amfibool asbest. Geval van ernstige bodemverontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m³ bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m³ poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde en de verontreiniging is ontstaan voor 1987. Asbest is uitgezonderd van dit volumecriterium.

BRL SIKB 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Alleen bedrijven die door het Ministerie van I en M zijn erkend mogen veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek verzorgen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Zij zijn ook de enigen die voor deze activiteit het keurmerk ‘Kwaliteitswaarborging bodembeheer SIKB' mogen voeren. Bedrijven met een erkenning staan vermeld op de lijst met erkende veldwerkers bij milieuhygiënisch bodemonderzoek op de website van Rijkswaterstaat Leefomgeving (www.rwsleefomgeving.nl)). Besluit bodemkwaliteit Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. Volgens dit besluit kan per gemeente een beleid worden gevoerd, waarin rekening gehouden is met lokale omstandigheden. Per gemeente dient voor toepassing gecontroleerd te worden of er sprake is van gebiedsspecifiek beleid of dat de generieke normen van het besluit van toepassing zijn. Voor de ontvangende bodem dient de bodemkwaliteit te zijn vastgesteld. Deze kwaliteit kan worden afgeleid van een vastgestelde bodemkwaliteitskaart. Als geen bodemkwaliteitskaart is vastgesteld moet met bodemonderzoek de kwaliteit van de ontvangende bodem worden vastgesteld. Een dergelijk onderzoek dient tenminste te worden uitgevoerd volgens een onderzoeksstrategie uit de NEN 5740.

Parameters Asbest Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen, die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Losse asbestvezels zijn met het blote oog niet zichtbaar. Asbestvezels zijn sterk en flexibel tegelijk. Bovendien zijn ze thermisch en elektrisch isolerend, bestand tegen zuren en logen en hebben ze een hoge wrijvingsweerstand. Hierdoor zijn ze geschikt voor veel verschillende toepassingen, als: • golfplaten; • waterleidingbuizen; • rem- en frictiemateriaal; • isolatiemateriaal. Asbest is met name na de Tweede Wereldoorlog veel gebruikt. Niet-hechtgebonden asbest is sinds 1983 vrijwel niet meer toegepast. De beroepsmatige toepassing en verkoop van alle soorten asbest is sinds 1 juli 1993 volledig verboden. Minerale olie Onder verontreinigingen met minerale olie vallen o.a. benzine, diesel en huisbrandolie-verontreinigingen. Verontreinigingen met minerale olie komen veelvuldig voor. Minerale olie is in de meeste gevallen in de bodem terechtgekomen door lekkage bij ondergrondse tanks of calamiteiten. Een olieverontreiniging is in de meeste gevallen goed zintuiglijk waarneembaar door geurafwijkingen en/of met behulp van de olie-op-watertest. Bij de olie-op-watertest wordt een beetje grond in water gebracht. De in de grond aanwezige olie komt boven drijven en wordt zichtbaar als een oliefilm.

Na analyse kan in de meeste gevallen een redelijk betrouwbare indicatie worden gegeven van de oliesoort. Indien sprake is van een benzineverontreiniging dient tevens rekening gehouden te worden met een verontreiniging met vluchtige aromaten (BTEXN) en bij nieuwe gevallen met ETBE of MTBE. Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) Bestrijdingsmiddelen worden ook wel pesticiden genoemd. Met name bij (voormalige) tuinbouwkassen en akkerbouw wordt rekening gehouden met deze vorm van verontreiniging. DDT en drins zijn bekende voorbeelden. Polychloorbifenylen (PCB) PCB zijn olieachtige vloeistoffen die veel zijn toegepast in transformatoren en condensatoren vanwege hun goede elektrisch-isolerende eigenschap in combinatie met het bestand zijn tegen hoge temperaturen. In het verleden zijn PCB ook toegepast in producten als motorolie, tl-armaturen, inkt, lijm en verf. Tegenwoordig zijn PCB op de zwarte lijst geplaatst en is de toepassing ervan verboden. PCB zijn voor mens en dier met name schadelijk omdat zij de eigenschap hebben om zich op te hopen in vet. Polycyclische aromatische koolw aterstoffen (PAK) PAK zijn teerachtige producten. PAK wordt gevormd bij diverse verbrandings- en chemische processen, veelal door onvolledige verbranding van koolstofverbindingen.

PAK kan in hoge gehaltes voorkomen in asfalt, steenkoolteer, pek, creosoot, diverse oliesoorten, zuiveringsslib en dakbedekkingsmaterialen. In de bodem komen PAK-verbindingen vaak voor in combinatie met koolas of sintels. In totaal bestaan er circa 250 verschillende PAK-verbindingen. Bij analyse op PAK ten behoeve van bodemonderzoek wordt een selectie van deze verbindingen geanalyseerd, bijvoorbeeld de zogeheten zestien van EPA of tien van VROM. Enkele PAK-verbindingen, zoals benzo(a)pyreen, zijn carcinogeen ofwel kankerverwekkend.

Vluchtige aromaten (BTEXN) Vluchtige aromaten (BTEXN = benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) worden bereid uit aardolieën. Ze zijn met name aanwezig in benzine en oplosmiddelen (bv. thinner). Ze zijn vrij vluchtig en hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van bijvoorbeeld benzeen is bekend dat het kankerverwekkend is. Vluchtige gehalogeneerde koolw aterstoffen (VOH/ VOCl) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen zijn koolwaterstoffen met een halogeenverbinding, met name chloor is in dit kader bekend. VOH/ VOCl worden veel gebruikt als ontvettings- en schoonmaakmiddelen bij chemische wasserijen, metaalindustrie en drukkerijen. Met name verontreinigingen met ‘Per’ (tetrachlooretheen) en ‘Tri’ (trichlooretheen) komen veel voor. Per en Tri hebben een hoog soortelijk gewicht (zwaarder dan water) en zijn vrij vluchtig. Ook deze stoffen hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van deze stoffen is bekend dat ze het zenuwstelsel aan kunnen tasten. Zware metalen Zware metalen komen van nature in kleine hoeveelheden voor in de bodem. In deze hoeveelheden zijn ze niet schadelijk voor volksgezondheid of milieu.

Grote (schadelijke) hoeveelheden zware metalen zijn in veel gevallen in het milieu terecht gekomen door: • verwerking metaalertsen; • metaalbewerking; • metaaloppervlaktebehandeling (galvaniseren/emailleren); • glazuren van aardewerk (loodwit); • metalen in drukinkt, cosmetica, katalysatoren, accu's, batterijen en verbrandingsafval (sintels, cokes, vliegas, slakken). Zware metalen komen in de bodem vaak in combinatie met puin en aardewerk voor. Door toepassing van lood als antiklopmiddel in benzine zijn grote hoeveelheden lood diffuus verspreid in het milieu terecht gekomen, vooral langs wegen en in stedelijke gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4566/documents/27218