5. Landschapsplan.pdf
Tekst van het document
Landschappelijk inpassingsplan Erve Tuenter Divers Gastvrij Natuurlijk 08/04/2022
Historische Landschapsanalyse
1930
1970
1990
2022
Historische Landschapsanalyse Typologie
jonge heideontginning
kampen Coulisse landschap oude hoevenlandschap
Het Erve Tuenter ligt in het aantrekkelijke half open oude hoeven landschap gekenmerkt door afwisselend houtwallen, akkers, weides en bosjes die samen de welbekende coulissen vormen die het landschap kenmerken. Instandhouding en herstel van dit landschap is van cultuurhistorisch en ecologisch van groot belang. De ligging nodigt uit tot genieten van het landschap en de natuur.
Topografische kaart 1850, Bron: Kadaster
Topografische kaart 1935, Bron: Kadaster
De het erf ligt op de zuidpunt van een hoefijzervormige hoge zwarte enkeerdgrond met lemig fijn zand. De laagte aan de noordzijde is geclassificeerd als een gooreerdgrond, ook met lemig fijn zand aan de zuidkant van het erf ligt een vlakvaaggrond, ook met lemig fijn zand. Zowel op de bodemkaart als op de reliëfkaart zijn de eskoppen goed terug te zien. Op de kaart van 1850 is te zien dat de gronden ten zuiden van Varsseveld vooral bestonden uit bossen met verspreid daarin eskopjes op de hoger gelegen gronden. De bodemkartering doet vermoeden dat de bossen bestonden uit broekbossen, met vochtminnende soorten zoals Els en zachte berk die spontaan zijn ontstaan nadat de bodems zijn gaan verstuiven en in ongebruik zijn geraakt. De enkeerdgronden zijn ontstaan door eeuwen lang gebruik als akker in het potstalsysteem (het gangbare akkerbouwsysteem op de zandgronden) waarbij organisch materiaal van elders werd aangevoerd en vermengd met mest op de akkers werd gebracht om de vruchtbaarheid te verhogen. Zo werden de dekzandkopjes soms wel met meer dan een meter verhoogd. Gooreerdgronden vormen een overgang tussen eerdgronden en podzolgronden. Kenmerkend voor deze gronden is de hoge grondwaterstand welke voornamelijk wordt gevoed door regenwater en lokaal basenarm grondwater. Ze zijn ontstaan in nattere, lager gelegen delen in het Pleistocene zandlandschap.
De vlakvaaggrond aan de zuidkant van het erf is ook een bodem waarin periodieke hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Vlakvaaggronden hebben in tegenstelling tot de gooreerdgronden meestal een humusarme bovengrond .Deze gronden vertonen weinig tekenen van bodemvorming. Vlakvaaggronden komen onder andere voor in uitgestorven laagtes in stuifzandgebieden. Stuifzanden zijn ook het gevolg van het potstalsysteem. De minder gunstige gronden werden begraasd door schapen en periodiek geplagd. Door overbegrazing kreeg de wind vat op de bodem en veroorzaakte daarmee kleine woestijnachtige stuifvlaktes. In de periode tussen 1900 en 1935 heeft al het grootste deel van het broekbos plaats gemaakt voor graslanden. Dit heeft hoogstwaarschijnlijk de grondslag in de introductie va kunstmest waardoor de arme gronden toch voor productiedoeleinden konden worden ingericht. Na de landbouwrevolutie in de jaren 70 zijn veel van de lijnvormige landschapselementen zoals houtwallen en singels verdwenen. Hierdoor doen delen van het landschap bij tijd en wijle erg kaal aan.
Huidig landschapsbeeld
Erve Tuenter
Plangebied Groene landschapselementen Erven Gras-/akkerland (Toegangs)wegen watergang stijlrand
Landschapstype
Massa wand Massa diffuus Massa beplanting wand Reliëf, kopje Steilrand Ruimtelijke eenheid Visuele relatie
De planlocatie is beschreven als ‘kampenlandlandschap’. Een kamp is een kleine individuele akker of clustering van akkers, ook wel es genoemd. Door de manier van bewerken ontstonden kleine bollingen en steilranden in het landschap, omzoomd met houtwallen en -singels. Hierdoor ontstond het kleinschalige en zo gewaardeerde landschap. Karakteristieke landschapselementen zijn beplanting bestaande uit vooral houtwallen en houtsingels. Langs wegen staan bomenrijen en in het veld staan vaak solitaire bomen. Deze bomen, vaak op hoekpunten van percelen vormen echte blikvangers. Knotbomen komen vooral in de nattere delen voor. Verschillende soorten vertellen iets over het natte of drogere karakter van de gronden. Wilgen en elzen in de nattere delen en eiken en essen op de drogere delen. Hierdoor is het landschap te lezen.
Voorgenomen ontwikkeling erf Het uitgangspunt is dat het erf wordt verfraaid en dat zo veel mogelijk bestaande elementen worden behouden. Daartoe worden er twee voormalige varkensschuren gesloopt en een kapschuur verfraaid. Er wordt één nieuwe woning geplaatst aan de rand van het erf. De locatie en positionering van de nieuw te bouwen woning is zo bepaald dat de twee woningen duidelijk aan hetzelfde erf grenzen, met de rug naar elkaar toe. De oorspronkelijke boerderij heeft het voorhuis op het noordoosten staan, de nieuw te bouwen woning staat richting het zuidwesten, uitkijkend over de authentieke kamp in het landschap. De nieuw te bouwen levensloopbestendige woning is qua volume en hoogte duidelijk ondergeschikt aan de boerderij. De nieuw te bouwen woning bestaat uit een enkele woonlaag met een licht hellend schuin (optioneel sedum) dak, dat een zelfde vorm heeft en in dezelfde richting staat als de oorspronkelijke kamp met bijbehorende steilrand. De nieuw te bouwen woning wordt in een bestaande opening in de windsingel geplaatst, waardoor bijna alle erfbeplanting in stand kan worden gehouden. Het nieuwe bijgebouw van ca. 100m2 komt op de plek van de gesloopte varkensstal van 150m2, waardoor daar juist ruimte ontstaat voor een groene inpassing.
B es taa n
B es t b oo a a n d e mg aar d B es t b os a a n d je
Nie u Circ we wo a 12 nin woo g 0 nop m2 p er vl a k
Huidige bebouwing erf
BNB 100 nie m2 uw e sc
huu r
140 m2
2 woningen in boerderij gebouw
150 m2 125 m2
Te slopen varkensschuren 290 m2 Te verfraaien kapschuur 125 m2
Nieuwe situatie erf
125 bes m2 kap taand sc h e uur
mo estu in
watergang 1 woning in bestaande boerderij
Nie u mo we estu in
de
Erfv erh ard ing
B es t b oo a a n d e mg aar d
Voorgenomen ontwikkeling landschap Instandhouden bestaande elementen Rietkraag langs sloot
Windsingel ten westen en zuiden erf, +/- 20 grote eiken en opgevuld met heesters Houtwal Restant oud bos +/- 10 grote eiken
Gastvrij erf met singels, hoogstamfruit, moestuin
Solitaire eiken en stijlrand
Onverhard pad karrenspoor langs Sloot met houtsingel: Variatie els, eik, hazelaar, berk 50 meter lang
Voorgenomen ontwikkeling landschap Toevoegen nieuwe elementen Nieuwe elementen Uitgangspunt is het behouden en versterken van (oude) bestaande landschapselementen. Er worden 17 knotwilgen aangeplant om de huidige rietkraag te accentueren en de bestaande houtwal visueel door te trekken richting het noorden. De houtsingels hebben als functie om het coulissenlandschap te versterken, de biodiversiteit te vergroten en zicht te ontnemen op de bebouwing van intensieve veehouderij in de directe omgeving. Deze houtsingels hebben er tot 40 jaar geleden ook gestaan, maar zijn door de efficiënte landbouw langzaam verdrongen. Deze som van nieuwe elementen zorgt voor een continue lijn van nieuw en bestaand groen van rondom de planlocatie.
Verplicht, gekoppeld aan plan 17 knotwilgen (Salix) op 200 meter (11 meter tussenruimte) om bestaande rietkraag te accentueren Beheer: eens per 3-5 jaar knotten Aanplant houtsingel 1 bosplantsoen 4m breed bij 170m lang (680m2) 7x laanboom 6x zomereik (Quercus robur) 1x linde (Tilia) 350 stuks bosplantsoen: 75x gelderse roos (Viburnum opulus) 75x lijsterbes (Sorbus) 75x hazelaar (Corylus avellana) 75x kardinaalsmuts (Euonymus) 50x krent (Amelanchier lamarckii) Aanplant houtsingel 2 bosplantsoen 8m breed bij 60m lang (480m2) 6x laanboom 6x zomereik (Quercus robur) 225 stuks bosplantsoen: 50x gelderse roos (Viburnum opulus) 50x lijsterbes (Sorbus) 25x hazelaar (Corylus avellana) 50x kardinaalsmuts (Euonymus) 50x krent (Amelanchier lamarckii) 10x sleedoorn (Prunus spinosa) 15 elsen (Alnus) als hakhout Beheer houtsingel 1 en 2: elke 5-10 jaar gefaseerd afzetten om wildgroei te beperken. Hakhout elke 7-9 jaar kappen en uit laten lopen