CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Motivering_TAM-omgevingsplan Kom Gendringen Grotestraat 42 Anholtseweg 2_def.pdf

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 10: Gewijzigd vaststellen TAM-omgevingsplan "Kom Gendringen, Grotestraat 42, Anholtseweg 2"27.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen, Grotestraat 42, Anholtseweg 2’

Gemeente Oude-IJsselstreek Vastgesteld

colofon

projectnaam TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen datum 13 november 2025 projectnummer P06604 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000014-VA01 Concept 20 januari 2025 Ontwerp 4 juni 2025 Vaststelling 18 december 2025 BRO projectleider ROs projectteam JEn bron kaft BRO review AKu

Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 Info.bro@movares.nl www.movares.com

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

6 6 8 10 11

Beschrijving van het plan

12

2.1 2.2

12 14

Huidige situatie Toekomstige situatie

Beleid 3.1

3.2 3.3

3.4

4

Aanleiding Ligging planlocatie Huidig planologisch kader Participatie voorbereidingsfase Leeswijzer

17

Rijksbeleid

17

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4

17 18 19 22

Nationale omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’s) Ladder voor duurzame verstedelijking Nationale woon- en bouwagenda 2022

Provinciaal beleid

23

3.2.1 3.2.2

23 23

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland (instructieregels)

Regionaal beleid

25

3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6

25 26 27 28 29 30

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 Achterhoekvisie 2030 Afsprakenkader detailhandel regio Achterhoek (2017) Ontwikkelingskader detailhandel Oude-IJsselstreek 2020-2023 Regionale Woonagenda 2023 – 2030 Regionale woondeal 2022-2030 Achterhoek

Gemeentelijk beleid

31

3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6 3.4.7 3.4.8

31 32 32 33 33 34 35 35

Structuurvisie Oude-IJsselstreek 2025 Toekomstvisie Oude-IJsselstreek Woonvisie 2018 Oude-IJsselstreek Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude-IJsselstreek Visie wonen en zorg 55+ Visie op landschap, natuur en groene kernen Oude-IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 Welstandsnota

Omgevingsaspecten

37

4.1

Bodem

37

4.1.1 4.1.2 4.1.3

37 37 41

4.2

4.3

4.4

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Archeologie

41

4.2.1 4.2.2 4.2.3

41 41 42

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Cultuurhistorie

42

4.3.1 4.3.2 4.3.3

42 43 43

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Natuur en landschap

43

4.4.1

43

Toetsingskader

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

3

4.4.2 4.4.3

4.5

Geluid 4.5.1 4.5.2 4.5.3

4.6

4.7

4.9

46 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

49 49 50 51

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geur

51 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

51 52 52

Milieubelastende activiteiten

52

4.8.1 4.8.2 4.8.3

52 53 54

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Omgevingsveiligheid

54

4.9.1 4.9.2 4.9.3

54 55 57

4.10.1 4.10.2 4.10.3

Toetsingskader Toetsing Conclusie

57 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.11 Mobiliteit en parkeren 4.11.1 4.11.2 4.11.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.12 Trilling 4.12.1 4.12.2 4.12.3 4.13.1 4.13.2

57 58 60

60 60 60 61

61 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.13 Milieueffectrapportage Toetsingskader Conclusie

61 63 63

63 63 64

4.14 Gezondheid

64

4.14.1 4.14.2

64 65

Toetsingskader Onderzoek

4.15 Duurzaamheid 4.15.1 4.15.2

Toetsingskader Conclusie

4.16 Klimaatadaptatie 4.16.1 4.16.2

6

46 48 49

4.6.1 4.6.2 4.6.3

4.10 Water

5

44 46

Luchtkwaliteit

4.7.1 4.7.2 4.7.3

4.8

Onderzoek Conclusie

66 66 67

68

Toetsingskader Conclusie

68 68

Juridische planopzet

70

5.1 5.2

70 70

Algemeen Toedelen van functies aan locaties

Uitvoerbaarheid van het plan

71

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

71 71

6.2.3

72

Zienswijzen

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

4

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladderonderbouwing Grotestraat - Anholtseweg Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Grotestraat Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Anholtseweg Bijlage 4: Rapport Archeologie Grotestraat & Anholtseweg Bijlage 5: Archeologisch PvE Bijlage 6: Rapport Quickscan flora en fauna Grotestraat Bijlage 7: Stikstofberekening Grotestraat Bijlage 8: Stikstofberekening Anholtseweg Bijlage 9: Rapport wegverkeerslawaai Grotestraat Bijlage 10: Rapport industrielawaai Anholtseweg Bijlage 11: Watertoets Grotestraat en Anholtseweg Bijlage 12: mer-notitie Grotestraat en Anholtseweg

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

73 73 73 73 73 73 73 73 73 73 73 73

5

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens om de supermarkt aan de Grotestraat 42 te verplaatsen naar de Anholtseweg 2 te Gendringen. De aanwezige bebouwing binnen het plangebied zal ten behoeve van het planvoornemen worden gesloopt. De supermarkt is momenteel gevestigd in het pand aan de Grotestraat 42 in Gendringen, maar dit is geen toekomstbestendige supermarktlocatie. De wens is er om de supermarkt te verplaatsen naar de Anholtseweg 2 (Willem Alexanderplein) in Gendringen. Op de oude locatie van de supermarkt (Grotestraat 42) is het de wens om circa 34 levensloopbestendige woningen (met zorg) te realiseren in een geclusterde woonvorm. Deze woningen zijn reguliere woningen, voorbereid op het kunnen verlenen van zorg, maar zonder toelatingseisen. Tevens hebben de woningen een levensloopbestendig karakter. De planlocatie ligt in de kern, dichtbij andere voorzieningen en de vrijkomende locatie aan de Grotestraat 42 is uitermate geschikt voor woningbouw. Het betreft een inbreidingslocatie. Het plangebied biedt kansen om aan te sluiten op de bestaande woonomgeving en de doorgaande weg in de kern van Gendringen. Daarnaast kan er voor wat betreft de nieuwe supermarktlocatie aansluiting gezocht worden op de bestaande ontsluitingswegen die rondom het plangebied aanwezig zijn.

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een positieve bijdrage geleverd aan de toekomstbestendigheid van de supermarkt binnen de kern van Gendringen en de woningnood. Het planvoornemen is niet rechtstreeks toegestaan binnen de regels van het geldende omgevingsplan van de gemeente Oude-IJsselstreek. Voor onderhavig planvoornemen is er gekozen om een wijziging van het omgevingsplan te doorlopen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Tijdelijke Alternatieve Maatregel via IMRO (hierna: TAM-IMRO of TAM-omgevingsplan). Het voorliggende document betreft de motivering van dit TAM-omgevingsplan, waaruit blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2, Bkl).

1.2

Ligging planlocatie

Grotestraat 42 Het plangebied grenst ter plekke van de beoogde woningen aan de noordzijde aan de Veldweg en aan de zuidzijde aan de Grotestraat. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de IJsselstraat en aan de oostzijde grenst het plangebied aan een bed & breakfast en een bakkerij. In de directe omgeving zijn voornamelijk bestaande (zorg)woningen gelegen maar ook een aantal kleine winkeliers, waaronder een poelier, bed & breakfast, een bakkerij en een fietsenwinkel. De planlocatie is gelegen in het midden van de dorpskern van Gendringen. Ten noordoosten van de planlocatie is de kerk van Gendringen gelegen. De beoogde woningen (met zorg) betreffen een nieuwe stedelijke ontwikkeling op een inbreidingslocatie. Het plangebied bestaat uit het perceel welke kadastraal bekend staat als: Gendringen, sectie K, nummers 2228 en 2229. De kadastrale percelen hebben een oppervlakte van circa 3.058 m². Figuur 1.1 geeft de ligging en globale begrenzing van het plangebied weer.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

6

Figuur 1.1 Globale aanduiding plangebied, rood omlijnd (bron: Google Earth)

Anholtseweg 2 Ter plekke van de nieuwe supermarktlocatie grenst het plangebied aan de noordzijde aan de Anholtseweg 2 en aan de zuidzijde aan het Willem-Alexanderplein. Ten oosten van grenst het plangebied aan de Julianastraat en aan de westzijde aan de Oranjesingel. De planlocatie van de nieuwe supermarkt is gelegen aan de zuidoostzijde van de kern van Gendringen. In de directe omgeving van de planlocatie zijn voornamelijk woningen gelegen. Ten noorden van de planlocatie is een horecagelegenheid gelegen. De planlocatie was voorheen in gebruik als meubelboulevard (Woonplaza) waar onder andere (tuin)meubelen werden verkocht. De aldaar aanwezige bebouwing is niet meer aanwezig vanwege een brand. Het betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling op een inbreidingslocatie. Het gehele plangebied bestaat uit de percelen welke kadastraal bekend staan als: Gendringen, sectie K, nummers 1747, 1828, 2215, 2216 en nummers 313, 1745 en 2601 (ged.). De kadastrale percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 6.300 m². Figuur 1.2 geeft de ligging en globale begrenzing van het plangebied weer.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

7

Figuur 1.2 Globale aanduiding plangebied, rood omlijnd (bron: Google Earth)

1.3

Huidig planologisch kader

Vigerend omgevingsplan Op grond van het per 1 januari 2024 ontstane tijdelijke omgevingsplan zijn ter plaatse van het plangebied de bestemmingsplannen ‘Bestemmingsplan Centrum Gendringen’ onherroepelijk op 30 mei 1991 en ‘Bestemmingsplan Centrum Gendringen, Plan van wijziging Grotestraat’ onherroepelijk op 26 april 2001 van toepassing. Grotestraat 42 Conform deze bestemmingsplannen geldt ter plaatse van het plangebied aan de Grotestraat 42 de enkelbestemming ‘Centrumvoorzieningen’. Binnen de bestemming ‘Centrumvoorzieningen’ zijn woningen uitsluitend binnen het bebouwingsoppervlak van de hoofdbouwmassa toegestaan. In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen. De voor ‘Centrumvoorzieningen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: • Bewoning; • Detailhandel; • Ambachtelijk horeca; • Dienstverlenende en overige bedrijven; alsmede voor: • Bijzondere doeleinden. Binnen de bestemming ‘Centrumvoorzieningen’ is het beoogde gebruik ‘wonen’ uitsluitend toegestaan binnen het bebouwingsoppervlak van de hoofdbouwmassa. Derhalve is het realiseren van de woningen binnen het plangebied strijdig met de regels van het vigerend bestemmingsplan en daarmee het tijdelijke omgevingsplan. Om die reden is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

8

Figuur 1.3 Verbeelding bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Centrum Gendringen’

Anholtseweg 2 Ter plaatse van het plangebied aan de Anholtseweg 2 gelden de enkelbestemmingen ‘Bedrijven’, ‘Openbaar groen’, ‘Parkeerterrein’, ‘Weg’ en ‘Verkooppunt motorbrandstoffen’. Ter plaatse van de enkelbestemming ‘Bedrijven’ geldt een nadere aanduiding voor een meubeltoonzaak. Binnen de bestemming ‘Bedrijven’ met de voornoemde aanduiding is enkel een meubeltoonzaak toegestaan. In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen. De voor ‘Bedrijven’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de vestiging van de desbetreffende doeleinden handel en bedrijf. Binnen de bestemming ‘Bedrijven’ is het beoogde gebruik als supermarkt niet toegestaan. Derhalve is het realiseren van de supermarkt binnen het plangebied strijdig met de regels van het vigerend bestemmingsplan en daarmee het tijdelijke omgevingsplan. Om die reden is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

9

Figuur 1.4 Verbeelding bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Centrum Gendringen’

1.4

Participatie voorbereidingsfase

Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Dit is voor aanvragen van een omgevingsvergunning zelfs wettelijk vastgelegd in artikel 7.4 van de Omgevingsregeling. In dit artikel staat dat een initiatiefnemer bij een aanvraag omgevingsvergunning dient aan te geven of inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. In de voorbereidingsfase van een wijzing van het omgevingsplan wordt deze lijn doorgetrokken. De formele wettelijke procedures (zienswijze en beroep) worden niet vervangen door participatie. Deze formele wettelijke procedures worden in hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid van het plan behandeld. Op 16 december 2021 heeft de raad ingestemd met het Participatiebeleid waarin de visie wordt beschreven van de gemeente Oude-IJsselstreek op participatie. Dit heeft tot gevolg dat in de voorbereidingsfase (in veel gevallen al bij het indienen van een principeverzoek) bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen een participatieplan wordt opgesteld. Als participatie in de voorbereidingsfase wordt toegepast dan dient daar een participatieplan aan ten grondslag te liggen. Bij het opstellen van een participatieplan kan de participatiecoach van de gemeente meedenken. In het participatieplan wordt in ieder geval op de volgende onderwerpen ingegaan: •

Doel van participatie (waarbij het belangrijkste doel is om plannen beter te maken)

•

Beschrijving van de maatschappelijke impact of de omvang van de impact

•

o

Hoe groter de impact, hoe groter de groep die wordt betrokken.

o

Beschrijf ook de mate waarin er (tegengestelde) belangen spelen.

Beïnvloedingruimte van participatie

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

10

o

Inwoners beslissen: intensief traject met meerdere momenten en invloed op beslissing. Argumenten beslissing komt vanuit inwoners. Initiatiefnemer faciliteert.

o

Inwoners co-creëren en maken onderdeel uit van het maken van een plan. Duidelijkheid vooraf over de mate van invloed en uiteindelijke besluitvorming. Inwoners zijn gelijkwaardig aan de initiatiefnemer en kunnen ook wat vinden over de uitkomsten. Uitgebreide (persoonlijke) terugkoppeling.

o

Inwoners geven advies of ideeën (meedenken): duidelijkheid over proces en mate van invloed, verzamelen ideeën, informeren over proces en algemene terugkoppeling met daarbij in welke mate ideeën zijn meegenomen.

o

Inwoners willen weten wat er staat te gebeuren (geen invloed): Duidelijk informeren en transparantie bij start, over proces en over uitkomsten.

•

Kaders voor participatie o

Beschrijving van de fases van het project en de rol van betrokkenen in deze fases

o

Beschrijf ook hoe er wordt teruggekoppeld naar de betrokkenen in de verschillende fases van het project.

1.5

Leeswijzer

De voorliggende motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding tot het opstellen van de motivering, een aanduiding van het plangebied, het vigerende juridischplanologische kader en het participatieplan. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het plan, waarbij wordt ingegaan op de bestaande en de toekomstige situatie ter plaatse van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt nader getoetst aan het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Vervolgens wordt er in hoofdstuk 4 nader ingegaan op de cultuurhistorische waarde welke relevant zijn voor onderhavig planvoornemen en zal worden getoetst aan de verschillende relevante omgevingsaspecten. Hierbij wordt per omgevingsaspect het toetsingskader geschetst. De juridische planopzet wordt in hoofdstuk 5 uiteengezet. In hoofdstuk 6 wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken waarna de belangenafweging en de conclusies worden aangehaald. De uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij deze motivering gevoegd.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

11

2

Beschrijving van het plan

2.1

Huidige situatie

Grotestraat 42 Het plangebied beslaat het perceel aan de Grotestraat 42 te Gendringen en is gelegen in de dorpskern van Gendringen, in de gemeente Oude-IJsselstreek. Momenteel is de locatie nog in gebruik als supermarkt (Coop). Het plangebied is voornamelijk omzoomd door woningen en kleine winkeliers. Ten noorden is een klein parkeerterrein gelegen. Ten noordoosten van het plangebied is een complex gelegen met woningen. Daarachter ligt het kerkplein met de kerk van Gendringen.

Figuur 2.1 Plangebied gezien vanaf de Veldweg

Figuur 2.2 Plangebied gezien vanaf de Grotestraat

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

12

Anholtseweg 2 Het plangebied beslaat een aantal percelen gelegen aan de Anholtseweg 2 te Gendringen en is gelegen in de dorpskern van Gendringen, in de gemeente Oude-IJsselstreek. De planlocatie van de nieuwe supermarkt is meer specifiek gelegen aan de zuidoostzijde van de kern van Gendringen. In de directe omgeving van de planlocatie zijn voornamelijk woningen gelegen. Ten noorden van de planlocatie is een horecagelegenheid gelegen. De planlocatie was voorheen in gebruik als meubelboulevard (Woonplaza) waar onder andere (tuin)meubelen werden verkocht. Echter is het plangebied aan de Anholtseweg 2 afgebrand, dit betekent dat de eerder aanwezige bebouwing niet meer op de locatie aanwezig is. Het plangebied is na de brand, op dit moment onbebouwd.

Figuur 2.3 Plangebied gezien vanaf de Anholtseweg

Figuur 2.4 Plangebied gezien vanaf de Julianastraat

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

13

2.2

Toekomstige situatie

Grotestraat 42 Beoogd wordt om de huidige supermarktlocatie te herontwikkelen tot circa 34 levensloopbestendige woningen (met zorg). Hiervoor vinden diverse ontwikkelingen op de locatie plaats. Allereerst wordt de bestaande bebouwing gesloopt. Dit maakt ruimte voor de realisatie van circa 34 levensloopbestendige woningen (met zorg) voor de doelgroep 55+. Er worden twee bouwmassa’s gerealiseerd met ieder twee bouwlagen. De hoofdentree is gesitueerd aan de westzijde van het perceel aan de IJsselstraat. De gebouwen worden met elkaar verbonden met een corridor. Aan de oostzijde van het perceel worden looppaden gerealiseerd. Tussen de appartementencomplexen wordt een gezamenlijke tuin gecreëerd waar de bewoners samen kunnen komen. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt er een positieve bijdrage geleverd aan de woningbouwambitie in de gemeente Oude-IJsselstreek.

Figuur 2.5 Uitsnede situatieschets woningen

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

14

Figuur 2.6 Geveltekeningen

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

15

Anholtseweg 2 Beoogd wordt om de supermarkt te verplaatsen en toekomstbestendig te maken. Hiervoor vinden diverse ontwikkelingen op de locatie plaats. De voormalige bebouwing ter plaatse waar de nieuwe supermarkt wordt beoogd, is niet meer aanwezig. Dit maakt ruimte voor de realisatie van de nieuwe supermarkt. De nieuwe supermarkt heeft een brutovloeroppervlakte van circa 1.950 m2. Het winkelvloeroppervlak van de nieuwe supermarkt wordt circa 1.450 m2. Met de beoogde ontwikkeling wordt er een nieuwe toekomstbestendige supermarkt gerealiseerd. De omvang van de supermarkt zal vergelijkbaar zijn met de omvang van de supermarkt in de bestaande situatie.

Figuur 2.7 Uitsnede situatieschets supermarkt

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

16

3

Beleid

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de toegestane activiteiten toegelicht en worden deze hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in dit hoofdstuk gemotiveerd getoetst aan de activiteit.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die per januari 2024 geldend is, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: •

een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys;

•

over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed;

•

een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel 3. sterke en gezonde steden en regio’s 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

17

Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Doorwerking plangebied Onderhavig plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Het betreft een ontwikkeling op lokaal niveau. Het realiseren van een toekomstbestendige supermarkt en nieuwe woningen past tevens binnen het nationale belang van het zorg dragen voor voldoende woningen en voorzieningen. De invulling van die opgave wordt door het Rijk aan de lokale overheden gelaten. Gezien de aard, omvang en ligging van het plan zijn er geen rijksbelangen aan de orde. 3.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Een (TAM-)omgevingsplan moet voldoen aan de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl bevat instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor onder andere de volgende hoofdonderwerpen: •

Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1);

•

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2);

•

beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3);

•

beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;

•

beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;

•

het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;

•

het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën;

•

het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Voor de instructieregels voor bovenstaande thema’s is een toepassingsbereik bepaald. Het is mogelijk dat een thema niet van toepassing is op een specifieke activiteit. Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.

1

‘Afwegingsprincipes’, ontwerpnovi.nl.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

18

Doorwerking plangebied In deze motivering wordt in hoofdstuk 4 gedetailleerd ingegaan op de doorwerking van het plangebied op verschillende relevantie ruimtelijke- en milieuaspecten. Hierbij wordt aangegeven in welke mate ze voldoen aan de instructieregels van het Bkl. Hierdoor wordt een helder inzicht geboden in de naleving van deze regels binnen het plangebied. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is verwerkt in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving als een instructieregel. De Ladder ziet op een zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden beoordeeld of: 1) er behoefte is aan die stedelijke ontwikkeling en; 2) de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied (waaronder stedelijk groen) mogelijk is. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening, of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Er is geen wettelijke ondergrens voor de genoemde ontwikkelingen. Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld dat bij een woningbouwplan van 12 woningen of meer in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.2 Voor alle andere stedelijke functies wordt in beginsel een oppervlakte van 500 m2 bruto vloeroppervlak aangehouden als ondergrens.3 Daarnaast geldt het vereiste dat het moet gaan om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit wordt beoordeeld aan de hand van het nieuwe planologische ruimtebeslag dat met de stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of wanneer wordt voorzien in een functiewijziging van enige omvang.

4 Behoefte In lid 2 van artikel 5.129g Bkl wordt ingegaan op de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als een wijziging van het Omgevingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Belangrijk bij de toepassing van de Ladder is dat aandacht wordt besteed aan de behoefte (marktruimte, maatschappelijk, ruimtelijk, beleidsmatig) en de effecten op de leegstand van vastgoed in de relevante regio. Daarnaast zijn de gevolgen voor het regionale woon-, leef- en ondernemersklimaat van belang. Stedelijk gebied Het uitgangspunt is dat eerst gekeken moet worden naar mogelijkheden binnen het stedelijk gebied (incl. stedelijk groen) voordat een initiatiefnemer gaat ontwikkelen buiten het stedelijk gebied. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen dit gebied een rol. Bij de beoordeling of er beschikbare of geschikte locaties zijn binnen een stedelijk gebied, kunnen de kwalitatieve aspecten van de behoefte een rol spelen. Denk hierbij aan bepaalde bedrijven die vanwege milieuoverwegingen niet in het stedelijk gebied passen. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, de mogelijkheden van het omgevingsplan en de aard van de omgeving.

2 3 4

ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953. ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724. ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

19

Doorwerking plangebied Onderhavig planvoornemen maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk, omdat er meer dan 12 woningen worden toegevoegd en de verplaatsing van een supermarkt, binnen het bestaande stedelijke gebied. Derhalve is er een ladderonderbouwing5 opgesteld. Onderstaand worden de belangrijkste resultaten samengevat weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. Wonen Het initiatief past binnen de vigerende beleidskaders: •

Gelderland streeft naar het hebben van een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan de woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. Het initiatief sluit aan bij de vraag naar ouderengeschikte woningen in Gelderland.

•

De woningnood in Gelderland is hoog. Vooral starters, alleenstaanden en ouderen kunnen moeilijk een woning vinden. Het initiatief draagt bij aan het vergroten van de woningvoorraad voor ouderen.

•

De woondeal regio Achterhoek geeft aan dat er 8.390 woningen woningen in de regio gerealiseerd moeten worden, maar dat de regio streeft naar 11.433 woningen. Van deze 11.433 woningen zijn er 2.250 toegewezen aan de gemeente Oude IJsselstreek. De realisatie van 34 woningen draagt bij aan de opgave.

•

De kwalitatieve toetsingscriteria van de regio waaraan nieuwe initiatieven getoetst moeten worden zijn: •

Aantonen behoefte: Deze ladderonderbouwing toont de behoefte aan.

•

Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed: Door de verplaatsing van de PLUS ontstaat er leegstaand vastgoed, dit wordt ingevuld door 34 levensloopbestendige woningen.

• •

Inbreiding gaat voor uitbreiding: Het initiatief wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied.

Tot slot streeft de gemeente naar het vergroten van het aanbod aan woon(zorg)vormen voor ouderen: De gemeente wil woonvariaties toevoegen die aansluiten bij de behoeften en wensen van 55+-ers. Dit initiatief draagt daaraan bij.

Kwantitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van maximaal 34 woningen voorziet in een kwantitatieve behoefte: •

Het aantal huishoudens in de gemeente Oude IJsselstreek en Woondeal-regio Achterhoek neemt de komende jaren toe.

•

De harde plancapaciteit voor gemeente Oude IJssesltreek is niet voldoende om in de behoefte te voorzien. De harde plancapaciteit bedraagt circa 267 woningen, tegenover een behoefte van circa 986 woningen.

•

Ook in de Woondeal-regio de Achterhoek is onvoldoende plancapaciteit om invulling te geven aan de behoefte. Er is behoefte aan circa 4.062 woningen extra. De harde plancapaciteit bevat slechts circa 2.349 woningen.

•

5

Ook uit de woondeal Achterhoek, blijkt een behoefte aan extra woningen.

BRO, Ladderonderbouwing wonen en supermarkt Gendringen, rapportnummer P06604, d.d. 16 april 2025.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

20

Kwalitatieve behoefte Het initiatief om 34 levensloopbestendige woningen te realiseren voor de doelgroep 55+-ers voorziet in een kwalitatieve behoefte. •

Er is (landelijk) veel behoefte aan woningen passend voor ouderen. Door de realisatie van 34 levensloopbestendige woningen wordt er bijgedragen aan het tekort.

•

Respondenten van de enquête (voor de Woonzorgvisie Oude IJsselstreek) geven aan dat zij het bij ouderdom heel erg tot redelijk belangrijk vinden om in hun eigen huis te blijven wonen. Door de realisatie van levensloopbestendige woningen krijgen 55+-ers de kans om in een woning te wonen waar zij bij ouderdom kunnen blijven wonen.

•

Veel ouderen in de regio willen verhuizen maar stellen dit uit wegens o.a. een tekort aan geschikt woningaanbod. In de regio zijn er te weinig levensloopgeschikte woningen.

•

De vraag naar reguliere woningen voor ouderen zal naar verwachting toenemen met 430 extra woningen tussen 2025 en 2030.

•

Naar verwachting zal het verschil tussen vraag en aanbod voor de doelgroep ouderen toenemen tot een tekort van bijna 1.500 woningen in 2030.

Detailhandel Het initiatief past binnen de vigerende beleidskaders: •

De ontwikkeling voorziet in een duurzame en toekomstbestendige supermarkt voor Gendringen. Daarmee draagt de ontwikkeling ook bij aan een duurzame boodschappenstructuur en de vitaliteit van de kern Gendringen. Een toekomstbestendige supermarkt draagt bovendien bij aan het functioneren van het centrum van Gendringen als geheel.

•

Bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen en specifiek boodschappenvoorzieningen is belangrijk. De bereikbaarheid gaat er sterkt op vooruit op de nieuwe locatie.

•

Het centrum van Gendringen is aangeduid als lokaal centrum en is onderdeel van de hoofdstructuur. De ontwikkeling draagt bij aan een compacter centrum, zoals voorzien met de ontwikkelrichting voor Gendringen. Verplaatsing van Coop naar de beoogde locatie is specifiek genoemd in de ontwikkelrichting.

•

De gemeente wil ondernemerschap faciliteren. Medewerking verlenen aan verplaatsing en een meer toekomstbestendig supermarkt is hier een voorbeeld van.

Kwantitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling voorziet in beginsel niet in een kwantitatieve behoefte: •

Het dagelijks aanbod in Gendringen functioneert momenteel fors beneden het landelijk gemiddelde. Dit cijfer verdient enige nuance. Dagelijkse winkels en specifiek supermarkten in Zuidoost-Nederland kunnen uitstekend beneden het landelijk gemiddelde functioneren, met name als gevolg van lagere huurlasten.

•

Dit neemt niet weg dat de afwijking in Gendringen fors is. In kwantitatieve zin is geen directe aanleiding om het aanbod uit te breiden.

•

De komen jaren neemt het inwonertal bovendien iets af en daarmee ook het bestedingspotentieel. Enige toename van binding en toevloeiing is mogelijk. Het economisch functioneren blijft nagenoeg gelijk aan de huidige situatie. In kwantitatieve zin is dan nog altijd geen directe aanleiding om het aanbod uit te breiden.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

21

Kwalitatieve behoefte Als geen sprake is van kwantitatieve behoefte, kan een ontwikkeling toch wenselijk zijn omdat invulling wordt gegeven aan een kwalitatieve behoefte. De beoogde ontwikkeling van Coop is in kwalitatieve zin wenselijk voor de consument en de leefbaarheid in Gendringen. •

De huidige Coop in Gendringen heeft weliswaar een goede maatvoering, maar is wel verouderd, heeft een matige bereikbaarheid en ook de parkeercapaciteit is beperkt. Hierdoor staat de toekomstbestendigheid van de supermarkt onder druk. Behoud van een supermarkt voor Gendringen is echter wel wenselijk voor de consumentenverzorging en de leefbaarheid in de kern.

•

Modernisering én verplaatsing zijn daarom wenselijk. De beperkt uitbreiding is ondergeschikt aan de modernisering van de supermarkt. De uitbreiding heeft als belangrijk doel om een aantrekkelijkere winkelopzet te creëren (andere indeling, brede gangpaden, etc.).

•

De verplaatsing is wenselijk om de bereikbaarheid van de supermarkt te verbeteren en om meer parkeercapaciteit te realiseren. De beoogde ontwikkeling resulteert dus in een moderne en toekomstbestendige supermarkt, op een goed bereikbare locatie met ruimte parkeercapaciteit. Daarmee is de Gendringen duurzaam voorzien van een supermarkt.

•

Vanuit structuuroogpunt is geen directe aanleiding voor verplaatsing (Coop ligt aan de rand van het centrum), maar ook op de nieuwe locatie ligt de supermarkt aan de rand van het centrum (weliswaar aan de andere kant). De supermarkt blijft dus een trekkersfunctie behouden voor het centrum van Gendringen.

3.1.4

Nationale woon- en bouwagenda 2022

De Nationale Woon- en Bouwagenda 2022 en het programma Woningbouw 2022 zijn gepresenteerd. Deze plannen zorgen voor meer regie en meer tempo en daarmee tot een betere beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De overheid neemt de regie over de volkshuisvesting door afspraken te maken met verschillende partijen over de bouw van betaalbare woningen. Nationale doelen worden vertaald naar regionale en lokale afspraken. Er worden 900.000 woningen gebouwd tot 2030, waarvan 600.000 betaalbaar moeten zijn. Het bouwproces wordt versneld en innovatieve bouwtechnieken worden bevorderd. Er is 1,75 miljard euro beschikbaar voor woningbouw en 7,5 miljard euro voor infrastructuur. Het streven is dat 30% van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen bestaat en het aantal mensen met te hoge woonlasten wordt verminderd door regulering van de middenhuur. Doorwerking plangebied De nationale woon- en bouwagenda is vanuit het Rijk het richtinggevende kader op hoofdlijnen omtrent wonen. Omdat de woonbehoeften snel veranderen, en omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven wat betreft wonen en leefomgeving, zijn er meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s en instrumenten.

Onderhavig plan voorziet in het mogelijk maken van circa 34 levensloopbestendige woningen (met zorg) binnen het bestaand stedelijk gebied van Gendringen. De woningen zijn appartementen welke zich bevinden in het middensegment. De beoogde woningbouw is afgestemd op de actuele behoefte en draagt bij aan de rijksambitie van voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. De beoogde ontwikkeling is dan ook in lijn met de principes, zoals beschreven in de ‘Nationale woon- en bouwagenda’.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

22

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De provincie wil met deze Omgevingsvisie een gaaf Gelderland voor bewoners, ondernemers en bezoekers realiseren, zodat er in de provincie prettig gewoond, gewerkt, gestudeerd en ontspannen kan worden. De visie is onderverdeeld onder zevental thema’s: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. In het kader voor onderhavig plan is het laatste thema ‘woon- en leefomgeving’ relevant. Gelderland heeft de ambitie de provincie aantrekkelijk te houden voor mensen en bedrijven. Hierom is het van belang de kwaliteit van de leefomgeving op peil te houden. De provincie vindt het daarom van belang te voorzien in goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Tevens wil de provincie investeren in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing.

Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, wordt er nagedacht over uitbreiden aan de randen van steden of dorpen. Doorwerking plangebied Onderhavig project betreft een supermarktontwikkeling en een woningbouwontwikkeling binnen verstedelijkt gebied. Hiermee voorziet het project in het versterken van het lokale voorzieningenniveau en daarmee in het vitaal houden van de lokale voorzieningen. Omdat de ontwikkeling binnenstedelijk plaatsvindt, zal het niet ten koste gaan van natuur. Hiermee sluit het plan aan op de ambities als beschreven in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het plan wordt getoetst. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland (instructieregels)

De omgevingsverordening is op 24 september 2014 vastgesteld en daarna meerdere malen geactualiseerd. De laatste actualisatie is 'Actualisatieplan 9 Omgevingsverordening ASV', vastgesteld op 5 juli 2022. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. De omgevingsverordening bestaat uit een tiental thematische kaarten. Hieronder worden de kaarten toegelicht die relevant zijn in het kader van onderhavige supermarkt- en woningbouwontwikkeling. Regels Natuur (kaart 6) Op ca. 640 meter ten oosten van het plangebied ligt een gebied dat is aangeduid als ‘Gelders natuurnetwerk’. Voor ontwikkelingen binnen deze gebieden zijn in de verordening nadere regels opgenomen. Voor ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden gelden deze regels niet. De nabijheid van deze gebieden belemmert onderhavig project daarom niet.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

23

Regels Water en Milieu (kaart 9) Op ca. 830 meter ten oosten van het plangebied ligt een gebied dat is aangeduid als ‘Functies van water’. Voor ontwikkelingen binnen deze gebieden zijn in de verordening nadere regels opgenomen. Voor ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden gelden deze regels niet. De nabijheid van deze gebieden belemmert onderhavig project daarom niet. Regels Erfgoed (kaart 10) In de kaart ‘erfgoed’ is een aantal molenbiotopen opgenomen. In de verordening zijn instructieregels opgenomen waaraan bestemmingsplannen binnen de reikwijdte van een molenbiotoop aan moeten voldoen. Zo mag een bestemmingsplan geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk maken als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. Het plangebied ligt niet binnen een molenbiotoop. Zoals in paragraaf 4.11 van deze onderbouwing wordt vermeld, voldoet onderhavig project aan deze bepalingen. Instructieregels bestemmingsplan detailhandel De provincie heeft inmiddels het 8e Actualisatieplan voor de Omgevingsverordening in procedure gebracht. Het ontwerp heeft reeds ter inzage gelegen en voorziet in aanpassingen ten opzichte van de geldende Omgevingsverordening. De instructieregel voor specifieke detailhandel op een perifere locatie wijzigt daarbij niet, enkel de nummering zal wijzigen. Daarnaast gelden er voor de volgende onderwerpen ook instructieregels: •

Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening);

•

Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening);

•

Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening);

•

Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening);

•

Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening);

•

Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening);

•

Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).

In de provinciale verordening (d.d. 31 maart 2021) zijn in artikel 2.13 en 2.14 tevens instructieregels opgenomen voor bestemmingsplannen die detailhandel en specifiek ook supermarkten mogelijk maken op een perifere locatie: “Een bestemmingsplan maakt de vestiging van een supermarkt alleen mogelijk binnen of aansluitend aan een winkelcentrum, tenzij vanwege bijzondere omstandigheden vestiging op zo’n locatie niet mogelijk is” Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van het onderwerp 'klimaatadaptatie' relevant. Instructieregel klimaatadaptie (art. 2.65b) De provinciale omgevingsverordening bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

24

Doorwerking plangebied Op dit moment is de planlocatie sterk versteend en vrijwel geheel verhard. Alle bestaande opstallen en de parkeerplaatsen zijn opgetrokken uit verharde materialen. Met de planontwikkeling wordt ingezet op vergroening. Ter plaatse van de woningen zal een groene collectieve voorziening gerealiseerd worden. Daarnaast heeft de toepassing van meer groen in de planlocatie een natuurlijk effect op de gevoelstemperatuur in de directe omgeving. Ter plaatse van de supermarkt zal ook meer groen worden gerealiseerd dan momenteel aanwezig. Verder wordt er in het plangebied een aantal bomen aangeplant. Deze bomen worden op slimme plekken geplaatst, zodat er vooral op de verharde/half-verharde delen schaduw komt te vallen. De schaduwwerking heeft hierbij een positief effect op de vermindering van hittestress in het plangebied. Zodoende draagt het plan op bescheiden schaal bij aan een klimaatrobuuste leefomgeving. Met de uitvoering van het initiatief wordt een bijdrage geleverd aan de doelstellingen van de provincie op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het initiatief zorgt voor het verminderen van hittestress in de omgeving door het aanplanten van bomen en andere vegetatie. De projectlocatie van de beoogde supermarkt en de woningen liggen in het centrum van Gendringen en maken daar dusdanig ook deel van uit.

De provinciale instructieregels zijn van toepassing op perifere locaties en daarmee niet op het plangebied. De Omgevingsverordening Gelderland zorgt daarom niet voor beperkingen voor onderhavig plan.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012

De gemeenteraden van Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude-IJsselstreek en Winterswijk hebben in hun vergaderingen van april/mei 2012 de 'Regionale structuurvisie Achterhoek 2012' vastgesteld. De Regionale structuurvisie is een actualisatie van de visie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat in de Achterhoek zich een aantal belangrijke en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen voordoen, zoals: •

energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen;

•

bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening;

•

de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied;

•

positionering van de Achterhoek in (inter)nationaal perspectief.

Deze ontwikkelingen zullen gevolgen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de Achterhoek. Ze hebben ook invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie geeft richting aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven goed te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema’s te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel is, dat de Achterhoek ook in de toekomst een vitale, regionale economie heeft en een zeer prettige omgeving blijft om in te wonen en te recreëren. De visie sluit aan bij de Agenda 2020 van Regio Achterhoek en de provinciale regioverkenningen. Inhoudelijk beschrijft de structuurvisie: •

Samenwerking op volkshuisvesting, bedrijfsvestigingen en functieveranderingsbeleid;

•

Bereikbaarheid van de regio, zowel fysiek als digitaal;

•

Balans tussen bestaande en nieuwe kwaliteiten in de landbouw/het landschap;

•

Innoveren van de maakindustrie en landbouw en het verduurzamen van productieprocessen en

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

25

•

Energievoorziening;

•

Ruimtelijk wordt de 'ja, mits' benadering leidend.

Deze visie is geen blauwdruk voor hoe het allemaal zou moeten. Respect voor het Achterhoekse landschap staat voorop, maar het ruimtelijk beleid mag innovatieve en duurzame ontwikkelingen niet in de weg staan. Doorwerking plangebied Van belang is om flexibel te blijven. Het beoogde plan is daarmee in lijn met het regionale beleid. Het initiatief draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de woonregio Gelderland, doordat kwaliteit wordt toegevoegd op een inbreidingslocatie en bovendien woningen die invulling geven aan een actuele vraag en inspelen op tekorten. Het plan voorziet in het vervullen van de actuele behoefte naar levensloopbestendige woningen (met zorg) en zorgt voor de toevoeging van een toekomstbestendige supermarkt binnen de kern van Gendringen. 3.3.2

Achterhoekvisie 2030

Sinds september 2018 trekken ondernemers, maatschappelijke organisaties en de overheid in de Achterhoek intensief samen op. Het eerste product van de nieuwe samenwerking is de Achterhoek Visie 2030 die op 14 mei 2019 is vastgesteld. De visie is opgesteld door de zes Thematafels en de Achterhoek Board. Naast de Achterhoek Raad hebben zo’n 150 bestuurders van Achterhoekse bedrijven, onderwijsinstellingen, gemeenten, zorgorganisaties, ziekenhuizen, woningcorporaties, waterschappen, belangen- organisaties en vele anderen hiervoor hun inbreng geleverd. De Visie 2030 geeft aan waar de Thematafels, Achterhoek Board en Achterhoek Raad de komende jaren samen hun energie op richten. De visie is een voorwaarde voor een flexibele agenda waarmee de Achterhoek wil inspelen op ontwikkelingen buiten en binnen de Achterhoek. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor samenwerkingskansen met andere regio’s in Nederland en over de Duitse grens. De Achterhoek staat voor flinke opgaven komende jaren. De beroepsbevolking neemt sneller af dan elders (12% tot 2030), de huidige woningvoorraad voldoet niet aan de toekomstige vraag, de lichte huishoudensgroei die nu nog aan de orde is, zal over tien jaar omslaan in een daling, de bereikbaarheid van bedrijven en voorzieningen is matig tot slecht. Tevens is de verwachting dat circa 40% van de agrariërs in de Achterhoek in 2030 is gestopt met hun bedrijf.

In de visie zijn daarom zes streefbeelden geformuleerd waar de regio Achterhoek zich komende jaren op gaat richten: 1. De productieve regio Richt zich op de regio als open innovatiesysteem, waarbij het gaat om economische én sociale innovatie. 2. De gekwalificeerde regio Richt zich op de beschikbaarheid van de juiste kwaliteiten op de arbeidsmarkt (onderwijs) en het benutten van talenten. Hieronder valt ook de inclusieve arbeidsmarkt, met als uitgangspunt dat iedereen in de Achterhoek mee kan doen.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

26

3. De bereikbare regio Richt zich op duurzame en slimme mobiliteitsoplossingen voor alle vervoersmodaliteiten, en het op een innovatieve wijze verbinden en integreren hiervan. 4. De schone regio Gaat over de energietransitie, verduurzaming en grootschalige energieopwekking, kringlooplandbouw, circulair ondernemen en circulair vastgoed. 5. De leefbare regio Gaat over duurzame en passende woningen en de ontwikkeling van dorpen. Bij die leefbaarheid hoort ook aandacht voor vastgoed, voorzieningen, groen en sociale cohesie. 6. De gezonde regio Werkt aan het langer gezond blijven van mensen door preventie en zorginnovatie. Doorwerking plangebied Het voorliggend plan vindt vooral aansluiting bij de leefbare regio. Hier wordt daarom nader op ingegaan. Om de aantrekkelijkheid van de Achterhoek te waarborgen liggen er uitdagingen in de centra van steden en dorpen en het buitengebied. Denk aan het verkleinen van kernwinkelgebieden om leegstand te voorkomen, nieuwe bestemmingen voor of sloop van vrijkomende agrarische bebouwing en de noodzaak van grootschalige asbestsanering. Ook gaat de regio een transformatie- en sloopstrategie voor leegstaand en leegkomend vastgoed ontwikkelen en uitvoeren (agrarische bebouwing, kantoren, detailhandel, maatschappelijk vastgoed). Onderhavig project betreft een supermarkt- en woningbouwontwikkeling binnen verstedelijkt gebied.

De beoogde supermarkt wordt gerealiseerd ter plaatse van een leegstaand pand (voormalige woonboulevard). Hiermee voorziet het project in het versterken van het lokale voorzieningenniveau en daarmee in het vitaal houden van de kern en het creëren van een ‘leefbare regio’. Omdat de ontwikkeling binnenstedelijk plaatsvindt, zal het niet ten koste gaan van natuur. Hiermee sluit het plan aan op de ambities als beschreven in de Achterhoekvisie 2030. 3.3.3

Afsprakenkader detailhandel regio Achterhoek (2017)

Op regionaal niveau is door de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude-IJsselstreek en Winterswijk een aantal basisbeleidsafspraken vastgelegd in dit afsprakenkader. Doel is behoud van een zo aantrekkelijk mogelijke winkelstructuur voor inwoners van en bezoekers aan de Achterhoek. De focus ligt hierbij op behoud van vitale centra, groot en klein. Centra zijn het visitekaartje van een kern en zijn hierdoor zeer belangrijk voor het woon- en leefklimaat. De regionale afspraken vormen de basis voor lokaal beleid en (toetsing van) lokale ontwikkelingen. De toekomstig haalbare gewenste winkelstructuur is als volgt: • Regionaal centrum: Doetinchem en Winterswijk. • Lokaal centrum (kern en omliggende kleine kernen): Aalten, Borculo, Didam, Dinxperlo, Eibergen, Gaanderen, Gendringen, Groenlo, ’s-Heerenberg, Hengelo, Lichtenvoorde, Neede, Ruurlo, Steenderen, Terborg, Ulft, Varsseveld, Vorden, Wehl en Zelhem. • Het centrum van Silvolde heeft in de regionale detailhandelsstructuur eenzelfde positie als niethoofdkernen in de regio.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

27

Doorwerking plangebied De gemeente Oude-IJsselstreek heeft bij de vaststelling van het Regionaal Afsprakenkader Detailhandel het voorbehoud gemaakt van instandhouding van de ontwikkelruimte voor lopende initiatieven in Gendringen, voor zover dit op grond van de uitkomsten van nadere verkenningen bestuurlijk wordt gewenst. Tijdens de besluitvorming van het afsprakenkader was onderhavig plan al bij de gemeente bekend en valt daarom onder de noemer ‘lopend initiatief’. 3.3.4

Ontwikkelingskader detailhandel Oude-IJsselstreek 2020-2023

Op 26 november 2020 is het Ontwikkelingskader detailhandel Oude-IJsselstreek 2020-2023 door de gemeenteraad vastgesteld. De detailhandel is aan snelle veranderingen onderhevig en daarom zijn er op regionaal niveau afspraken gemaakt die lokaal om uitvoering vragen. De veranderingen in de detailhandel hebben immers zichtbaar (negatief) effect op de winkelcentra in de gemeente Oude-IJsselstreek. De gemeente wil, hoewel er al veel gedaan is, blijven inzetten op versterking van de lokale detailhandelsstructuur. Daarmee worden economische ontwikkelingen versterkt, blijven clusters en kernen vitaal en leefbaar en worden leegstand en verloedering tegengegaan. Hier hoort een multidisciplinaire aanpak op verschillende schaalniveaus met verschillende partners en belanghebbenden bij. Bovendien wordt hiermee uitvoering gegeven aan het Regionaal Afsprakenkader Detailhandel, de beleidsopgave om tot lokale afspraken over ondernemerschap te komen en de Retaildeal. Voor het detailhandelsbeleid in Oude-IJsselstreek zijn er vier hoofdlijnen. Dat zijn: 1. Inzet op vergroening en beleving Veel inwoners en bezoekers geven aan dat vergroening van belang is. Het nodigt uit, zorgt voor extra beleving, kan hittestress tegengaan en heeft links met toerisme.

Dergelijke elementen worden steeds belangrijker om winkelcentra vitaal, sociaal en toekomstbestendig te houden en dragen bij aan maatschappelijke opgaven. 2. Tegengaan van leegstand en inzet op transformatie Een compacter winkelcentrum is het belangrijkste ruimtelijke element om op in te zetten. Dit vloeit voort uit de regionale afspraken en wordt door vrijwel alle experts aangeraden. Het sluit bovendien aan op hoofdlijn 1 en kan een oplossing bieden als er geen opvolging is. Dat betekent dat er actief ingezet moet worden op transformatie in aanloopstraten, er zo min mogelijk nieuwe winkels buiten het compacte winkelcentrum bij moeten komen en dat er voor locaties buiten het compacte winkelcentrum nagedacht moet worden over transformatie. Inwoners van de Achterhoek zien dit ook als prioriteit. 3. Ondernemerschap stimuleren De gemeente is in veel gevallen faciliterend, want het zijn de ondernemers die zorgen voor de lokale economische activiteiten. Zij geven daarmee voor een belangrijk deel invulling aan het gebied. Omdat de wereld inclusief het consumentengedrag snel verandert, vraagt dat ook actie van de ondernemers. De consument vraagt om service en beleving. Daarnaast is organiserend vermogen bij ondernemer belangrijk om voor beleving te zorgen. De gemeente kan faciliteren, onder andere door de positieve grondhouding vanuit de rode loperaanpak.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

28

4. Inzet van maatwerk op basis van een clusterbenadering De uitgangspositie, kansen en opgaven verschillen per kern. Dat geldt ook voor het lokale organiserend vermogen. Het benutten van de unieke elementen van een kern zorgt voor meer draagvlak en een grotere kans van slagen. Uiteindelijk gaat het om het aanvullen van de identiteit van de kern op een duurzame manier. Dit vraagt om maatwerk en biedt kansen voor nichemarkten. Wel moet hier aandacht zijn voor de positie van de specifieke kern in het grote gemeentelijke geheel. Want juist de inzet op aanvullend aanbod versterkt het totaal. De clusterbenadering met drie hoofdkernen versterkt dit. Concurrentie tussen kernen zorgt voor het tegenovergestelde effect. De maatwerkaanpak gaat uit van bovenstaande drie hoofdlijnen die zich vertalen in ruimtelijk-economisch en een sociaaleconomische aspecten. Dit alles vanuit een rode loperaanpak. Doorwerking plangebied Onderhavig plangebied voorziet in de transformatie van het oude woonplaza naar een toekomstbestendige supermarktlocatie met een (publieksverzorgende) functie aan een belangrijke aanloopstraat van het centrum van Gendringen. Daarnaast worden op de oude locatie van de supermarkt circa 34 levensloopbestendige woningen (met zorg) gerealiseerd. De ontwikkeling is daarmee in lijn met hoofdlijn 2 van het Ontwikkelingskader detailhandel. 3.3.5

Regionale Woonagenda 2023 – 2030

In de periode februari-maart 2023 hebben de Achterhoekse gemeenten en de provincie Gelderland een nieuwe Regionale Woonagenda 2023-2030 vastgesteld. De centrale boodschap van de regionale woonagenda is 'Goed wonen in een vitale regio'. Dit betekent dat bewust wordt gekozen voor extra acties om voldoende en passende woningen voor iedereen te kunnen bieden. Daarnaast wordt de woonopgave nauw en integraal verbonden aan de economische- en gebiedsopgaven in de regio. De komende jaren staan de volgende drie ambities centraal: •

Een passende woning voor iedereen;

•

Goed wonen voor een gezonde en duurzame Achterhoekse Economie;

•

Wonen als basis voor de leefbaarheid.

Aanpak langs vier programmalijnen Om bovenstaande ambities te verwezenlijken, vindt samenwerking plaats tussen overheden, woningcorporaties, maatschappelijke organisaties, de markt en de inwoners. Deze samenwerking wordt gestructureerd langs vier regionale programmalijnen. Elke programmalijn bevat de regionale beleidsdoelen en de aanpak die de regio voor ogen heeft. •

vergroten woningvoorraad en versnelling productie;

•

investeren in kwaliteit bestaande woningvoorraad;

•

de Achterhoek, een plek voor iedereen;

•

wonen als integrale gebiedsopgave.

Doorwerking plangebied Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van circa 34 levensloopbestendige woningen (met zorg) in Gendringen. Een levensloopbestendige woning is ontworpen om bewoners in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, zelfs als hun persoonlijke omstandigheden veranderen door ouderdom, ziekte of een handicap. Deze woningen zijn gelijkvloers, drempelvrij en aan te passen om het leven met beperkingen gemakkelijker maken. Binnen de gemeente Oude-IJsselstreek is er behoefte aan woningen, voornamelijk levensloopbestendige woningen. De ontwikkeling voorziet in deze behoefte door per saldo 34 levensloopbestendige woningen (met zorg) te realiseren. Dit zorgt tevens voor doorstroming binnen

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

29

de gemeente aangezien de mensen welke in de nieuwe woningen komen te worden een andere woning achter zich laten. Het initiatief draagt bij aan het vergroten van de woningvoorraad binnen de regio Achterhoek en is daarmee in overeenstemming met de Regionale woonagenda Achterhoek. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030. 3.3.6

Regionale woondeal 2022-2030 Achterhoek

De regionale woondeal voor de Achterhoek (2022-2030) omvat afspraken tussen gemeenten, provincie Gelderland en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om de woningbouw te versnellen en betaalbare woningen te realiseren. Onderstaand zijn de belangrijkste punten uit de woondeal weergegeven: Woningbouwopgave •

Tot 2030 worden 8.390 woningen gebouwd in de Achterhoek, waarvan minimaal 60% betaalbaar en 28% sociale huur.

•

De regio streeft naar een totaal van 11.500 woningen op lange termijn.

Sleutelprojecten •

Belangrijke projecten zijn verspreid over meerdere locaties in de regio, zoals Dinxperlo, Borculo, en Doetinchem.

Plancapaciteit en vergunningen •

Gemeenten zorgen voor voldoende plancapaciteit en tijdige vergunningverlening om de woningbouwdoelen te halen.

Betaalbaarheid en balans •

Minimaal tweederde van de nieuwe woningen moet betaalbaar zijn, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de voorraad.

Ondersteuning en randvoorwaarden •

Er is behoefte aan subsidies voor onrendabele toppen, verbeterde bereikbaarheid, voldoende ambtelijke capaciteit, en stikstofruimte.

Samenwerking en monitoring •

Regelmatige monitoring en overleg tussen betrokken partijen om de voortgang te bewaken en knelpunten op te lossen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4968/documents/32676