CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Motivering_TAM-omgevingsplan Kom Gendringen Grotestraat 42 Anholtseweg 2_def.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 10 december 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 8: Gewijzigd TAM-omgevingsplan "Kom Gendringen, Grotestraat 42, Anholtseweg 2"27.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Doorwerking projectgebied Met onderhavig planvoornemen worden er appartementen voor 55+ doelgroepen gecreëerd. Wanneer ouderen verhuizen naar nieuwbouwappartementen, komen hun vaak grotere eengezinswoningen vrij. De verhuizing van ouderen kan een kettingreactie veroorzaken. Als een oudere naar een nieuwbouwappartement verhuist, kan een jong gezin hun oude woning betrekken. Dit gezin laat op zijn beurt weer een andere woning vrij, wat meerdere huishoudens ten goede komt. Hierdoor wordt er met het planvoornemen een bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave, uit de woondeal. Tevens wordt er voor gezorgd dat diverse doelgroepen een geschikte woning kunnen betrekken.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

30

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Oude-IJsselstreek 2025

De gemeente Oude-IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie 2025 vastgesteld. Dit is een doorkijk voor het ruimtelijke beleid tot 2025. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het gemeentelijk ruimtelijk beleid tot het jaar 2025 weer en richting aan het ruimtelijk, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente Oude-IJsselstreek. Daarnaast is de structuurvisie leidraad voor toekomstig beleid van de gemeente Oude-IJsselstreek. Belangrijke thema’s in de structuurvisie zijn: wonen, economie en economische voorzieningen, sociaal maatschappelijke voorzieningen, verkeer en vervoer, recreatie en toerisme, archeologie en cultuurhistorie, water alsook klimaat, duurzaamheid en energie. Ten aanzien van winkelcentra stelt de gemeente zich voorwaardenscheppend op, waarbij de ontwikkelingen moeten passen bij de karakteristieke eigenschappen van de kernen. Voor de grote kernen Varsseveld, Ulft en Terborg (centra met een bovenlokale functie) stelt de gemeente een centrumvisie op. Nieuwe detailhandel wordt geconcentreerd in de centrumgebieden. De centrumvisies worden als instrument ingezet om de centra ook voor de toekomst aantrekkelijk te houden voor de bewoners, het winkelend publiek en de mensen die er werken. Derhalve zet de gemeente in op centrumplannen voor deze kernen.

De centrumplannen zullen moeten leiden tot een versterking van de detailhandelsfunctie, in combinatie met het verhogen van de levendigheid van de centra. Dit wordt onder meer bereikt door het realiseren van meer vierkante meter vloeroppervlakte voor commerciële doeleinden, appartementen, parkeervoorzieningen, horeca en werk. In de centrumplannen wordt een winkelconcentratiegebied aangewezen, waarbinnen de detailhandelsfunctie voorop komt te staan. Door het realiseren van de centrumplannen en het kiezen voor een centrumwinkelgebied daarbinnen, worden positieve effecten verwacht voor de detailhandel in de grotere woonkernen. Meer koopkracht door een toenemende klandizie is de opmaat naar een sterker en een meer gedifferentieerd winkelaanbod.

Figuur 3.1 Uitsnede kaart structuurvisie (Bron: gemeente Oude-IJsselstreek)

Doorwerking plangebied Het plangebied wordt in de structuurvisie aangeduid als bestaand stedelijk gebied. Onderhavig omgevingsplan sluit naadloos aan op deze gemeentelijke ontwikkelingsambitie, gezien het een impuls geeft aan de ruimtelijke kwaliteit van het bestaande stedelijk gebied. De uitstraling van de bebouwing zal tevens aansluiting bij de bestaande bebouwing in de directe omgeving.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

31

3.4.2

Toekomstvisie Oude-IJsselstreek

Oude-IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. Deze opgaven en nog meer staan beschreven in de ontwerp-toekomstvisie met de titel ‘Maak toekomst in OudeIJsselstreek’. De toekomstvisie is een document geworden in de vorm van een magazine en heeft van 25 november 2020 tot 6 januari 2021 ter inzage gelegen. Met de zeven opgaven geeft Oude-IJsselstreek antwoord op maatschappelijke opgaven en kan als gemeente en gemeenschap verder groeien: 1) Benut de stroom van de Oude IJssel 2) Florerende Smart Industry 3) Vitaal platteland 4) De allernieuwste energie 5) Groene parels 6) Gezond oud worden én gezond jong zijn 7) Het witte vel Doorwerking plangebied In de toekomstvisie worden zeven opgaven behandeld waarmee een antwoord geboden kan worden op maatschappelijke uitdagingen. Eén van deze opgaven is het gezond oud worden en gezond jong zijn. Met de realisatie van de per saldo 34 levensloopbestendige woningen (met zorg) kan een bijdrage geleverd worden aan het gezond oud worden van inwoners. In deze woningen is het mogelijk om zorg te ontvangen, mocht dit nodig zijn. De toekomstvisie zorgt daarmee niet voor belemmeringen voor dit omgevingsplan. 3.4.3

Woonvisie 2018 Oude-IJsselstreek

De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: De sociale huurvoorraad: In de sociale huurvoorraad ligt de focus op betaalbaarheid, maximale wachttijd voor woningzoekenden en een monitor op de omvang en samenstelling van de doelgroep. Woonzorg: Het terrein Woonzorg bestaat uit ouderen die niet langer zelfstandig thuis kunnen wonen (de grootste en flink groeiende groep op dit terrein) en bijzondere doelgroepen. De focus ligt op het in kaart brengen van de ontwikkeling van vraag en aanbod voor ouderen, het langer thuis blijven (levensloopbestendig maken van woningen), is er voldoende intramurale capaciteit, is er behoefte aan woonvormen tussen intramuraal en langer thuis blijven en hoe wordt dit gerealiseerd? Verduurzaming: De gemeente Oude-IJsselstreek wil een ruime bijdrage leveren aan het realiseren van de klimaat-, energieen duurzaamheidsdoelstellingen die zijn vastgelegd op wereld-, landelijke- en regionale schaal. In 2030, dus over 12 jaar (!), moet de gemeente Oude-IJsselstreek energieneutraal zijn en wordt er 50% minder gebruik gemaakt van primaire grondstoffen.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

32

Woningvoorraad en waarde behoud: Het gaat om het gereed maken voor de toekomst van de bestaande voorraad en het voorkomen van waardeverlies door het stimuleren van verduurzaming en levensloopbestendigheid. Het uitnemen van woningen aan onderkant van de woningmarkt moet worden voorbereid waarbij (beperkt) terugbouwen door toevoeging van ontbrekende kwaliteiten mogelijk wordt gemaakt. Doorwerking plangebied De woningen zullen levensloopbestendig worden uitgevoerd conform de wet- en regelgeving (dit wordt verder uitgewerkt in paragraaf 4.15). Hiermee draagt het plan bij aan de visie op woonzorg binnen de gemeente Oude-IJsselstreek. De nieuwe woningen zullen daarnaast duurzaam en gasloos worden uitgevoerd. Er zullen zonnepanelen worden geplaatst op de woningen en de supermarkt indien de BENGnormen dit aangeven. Hiermee worden de nieuwe woningen toekomstbestendig en is de ontwikkeling in overeenstemming met de visie op verduurzaming. 3.4.4

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude-IJsselstreek

In de Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw wordt aanbevolen om lokaal een kader vast te stellen over de ruimtelijke inpassing van nieuwbouw binnen de bebouwde kom en in het buitengebied. In 2021 heeft de gemeenteraad vervolgens de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude-IJsselstreek' vastgesteld. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude-IJsselstreek' vormt de kaders voor nieuwe woningbouwplannen. Met het vaststellen van de Lokale kwaliteitscriteria beschikt de gemeente over een compleet kader waarmee nieuwe woningbouwplannen kunnen worden getoetst en kan de gemeente sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Uit de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude-IJsselstreek' blijkt dat de aantoonbare (woning)behoefte voor de komende jaren vooral bij het toevoegen van starters- en levensloopgeschikte woningen ligt, de gemeente wil hier dan ook extra op inzetten. Voor het starterssegment ligt de nadruk logischerwijs met name bij de betaalbaarheid. De levensloopgeschikte woningen zijn voor de doelgroep senioren bedoeld, daarbij gaat het om woningen waarbij (minimaal) alle basisvoorzieningen op de begane grond of gelijkvloers aanwezig zijn. Het bouwen van woningen op locaties met leegstaand vastgoed heeft de voorkeur. Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik gaat woningbouw op inbreidingslocaties voor op uitbreiding aan de randen van de kernen.

Doorwerking plangebied De ontwikkeling sluit aan bij de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude-IJsselstreek'. De woningen zullen levensloopbestendig worden uitgevoerd, een behoefte waarop de gemeente extra op wil inzetten. Daarnaast is er sprake van een inbreidingslocatie. De ontwikkeling vindt plaats tegen het centrumgebied van de kern Gendringen aan. Dit sluit aan bij het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik. De beoogde bebouwing sluit stedenbouwkundig aan bij de omgeving. Er wordt rekening gehouden met de omliggende bouwmassa’s, hoogte en de uitstraling. De nieuwbouw sluit hierbij aan. 3.4.5

Visie wonen en zorg 55+

Het aantal ouderen in Oude-IJsselstreek neemt snel toe. Hun behoeften, wensen en beelden over ouder worden en wonen zijn divers. De meeste ouderen genieten van het ouder worden en worden ouder zonder te (willen) verhuizen. Ze zijn gehecht aan hun woning, buurt en woonplaats. Een deel van hen heeft intensieve zorg nodig in een verpleeghuis omdat het thuis niet langer gaat. Een deel wil nog een keer hun woondroom waarmaken en voorbereid zijn voor de volgende levensfase.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

33

In de visie leidt dit tot de volgende opgave voor de samenwerkende partners in Oude-IJsselstreek: •

Investeer in de bestaande woningvoorraad en in buurten en wijken waar het goed oud worden is (duurzaam, levensloopgeschikt, toegankelijk, veilig, ontmoeting, voorzieningen). De aanpassing, veilig maken en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad is de grootse opgave in de komende 20 jaar.

•

Ontwikkel meer woonvariaties in mix koop en huur, grondgebonden diverse prijsklassen en betaalbare appartementen met aandacht voor behoeften (zoals ontmoeting, er toe doen, veiligheid, groen). De nieuwbouwopgave richt zich op de ouderen die:

1. Zelf verhuizen naar een meer geschikte woning; 2. Verhuizen naar nieuwe woonvormen zoals geclusterd wonen; 3. Zoveel zorg nodig hebben dat de huidige woning echt ongeschikt wordt; 4. 24-uurszorg nodig hebben. Ambitie: Ouderen kunnen zo zelfstandig mogelijk hun eigen leven blijven leiden en deel uit blijven maken van de gemeenschap. Doorwerking plangebied Het initiatief betreft geschikte – levensloopbestendige - woningen voor oudere bewoners die daarmee zo lang als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen omdat alle voorzieningen zoals slaapkamer, toilet en badkamer op dezelfde verdieping zijn voorzien. Het initiatief past hiermee in het beleid visie wonen en zorg 55+. Tevens zullen de woningen een gezamenlijke buitenruime krijgen die groen word ingericht, met voorzieningen om er te verblijven. Zowel op de begane grond als de verdieping is er een gezamenlijke ruimte aanwezig en er staat buiten het gebouw een grotere, gezamenlijke berging waar zowel zorgvoorzieningen als tuingereedschap worden geplaatst om gezamenlijk de tuin te kunnen onderhouden. 3.4.6

Visie op landschap, natuur en groene kernen

De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenste toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Doorwerking plangebied Het plangebied is op de visiekaart niet benoemd als locatie voor specifieke doelstellingen. Daarnaast ligt het ook niet in een Groene Ontwikkelingszone of een Gelders Natuurnetwerk. Het plangebied betreft een herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Daarnaast zal op en rondom de woningen en de supermarkt voldoende plek zijn om groen aan te brengen. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen'.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

34

3.4.7

Oude-IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026

Het klimaat verandert en weersomstandigheden worden extremer. Als de gemeente Oude-IJsselstreek veilig, leefbaar en aantrekkelijk willen blijven voor toekomstige generaties, dan moet de leefomgeving zodanig ingericht worden dat mensen zich voldoende kunnen weren tegen de weersextremen. De gemeente Oude-IJsselstreek heeft daarom de Klimaatagenda 2022 - 2026 opgesteld, waarin de visie en ambities voor een klimaatbestendige inrichting en de maatregelen voor 2022 tot en met 2026 zijn opgenomen. Doorwerking plangebied In het kader van klimaatbestendige ontwikkelingen zijn de relevante aspecten (overstromingen, wateroverlast, droogte en hittestress) reeds getoetst bij de provinciale omgevingsverordening (paragraaf 3.2.2.). 3.4.8

Welstandsnota

Het welstandsadvies in de gemeente Oude-IJsselstreek wordt verstrekt door een onafhankelijke commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Bij de toetsing wordt rekening gehouden met het gemeentelijk welstandsbeleid dat voor het betreffende gebied of bouwwerk is vastgesteld en is vastgelegd in de Welstandsnota. Toekomstige bouwplannen moeten wat betreft het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk getoetst worden aan het welstandsbeleid. In de nota worden algemene criteria gegeven waar bouwwerken aan moeten voldoen. Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, maat, kleur of gebruikte materialen. Welstandsnota en -criteria Bestaande en nieuwe bouwwerken moeten voldoen aan redelijke eisen van welstand. Deze zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de welstandsnota kan de gemeente ook bepaalde gebieden aangeven die welstandsvrij zijn. De welstandsnota volgt uit artikel 12a, lid 1 van de Woningwet. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn de artikelen over welstand in de Woningwet vervallen. Voor de welstandsnota geldt overgangsrecht (artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet). De welstandsnota is een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.

Onder de Omgevingswet kunnen gemeenteraden ervoor kiezen om wel of geen regels te stellen over het uiterlijk van bouwwerken (artikel 4.19 Ow). Het stellen van welstandscriteria is daarmee geen verplichting meer. Als een gemeenteraad ervoor kiest om wel welstandscriteria op te stellen, dan moet dat in het omgevingsplan worden opgenomen. Daarnaast gaan de welstandscriteria onder de Omgevingswet, anders dan onder de oude wetgeving, alleen over het uiterlijk van een bouwwerk en dus niet meer over de plaatsing. Welstandstoets Bij nieuwbouw of verbouw beoordeelt de gemeente met een welstands-toets of het bouwwerk past in de omgeving. Dit doet de gemeente op basis van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Bij de beoordeling of het uiterlijk van het bouwwerk voldoet aan de redelijke eisen van welstand gebruikt de gemeente de welstandsnota waar de beleidsregels in staan. Voor een gebied die is aangegeven als welstandsvrij in de gemeentelijke welstandsnota, hoeft er geen welstandstoets plaats te vinden. In het geval

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

35

dat de gemeente geen welstandsnota en beleidsregels heeft voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken, gelden er geen regels. De regels voor een welstandtoets zijn opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van de bruidsschat. Daarmee maken deze regels deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Artikel 22.7 Repressief welstand In artikel 22.7 Bruidsschat staat dat het uiterlijk van de volgende bouwwerken niet in ernstige mate in strijd mag zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota: •

Een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en

•

een te bouwen bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.

In het tweede lid van het artikel staat dat het eerste lid niet van toepassing is als het gaat om een in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Dit wordt ook wel een welstandsvrij gebied genoemd. Artikel 22.7 wordt ook wel de excessenregeling genoemd. Deze regeling ziet erop toe dat de gemeente een eigenaar kan verplichten om aanpassingen aan het bouwwerk te verrichten waarmee de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand wordt opgeheven. Onder de Omgevingswet gebeurt dit middels een maatwerkvoorschrift. De excessenregeling is met name van toepassing op bestaande situaties. Artikel 22.29 BS Beoordeling van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Artikel 22.29 lid 1 onder b bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets. In artikel 2.29 van het Bbl staan de gevallen waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig is.

Dit zijn allemaal omgevingsplanactiviteiten die bestaan uit bouwen. Voorwaarde is dat de activiteit niet in ernstige mate in strijd is met de regels over het in stand houden van een bouwwerk die betrekking hebben op de ernstige ontsiering van het uiterlijk van dat bouwwerk wanneer deze in het omgevingsplan zijn opgenomen. Doorwerking plangebied Aangezien met onderhavig planvoornemen een nieuwe bouwwerken worden gerealiseerd, dient het planvoornemen getoetst te worden door de welstandscommissie van de gemeente Oude-IJsselstreek. Tijdens de bouwaanvraag zal bekend worden gemaakt of onderhavig planvoornemen passend is op basis van welstand.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

36

4

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de toekomstige activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal). De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet.

4.1

Bodem

4.1.1

Toetsingskader

Het omgevingsplan bevat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de gemeente rekening met de interventiewaarden voor de verschillende stoffen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grondverzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen. 4.1.2

Onderzoek

In verband met de realisatie van de woningen, een gevoelige functie, en de supermarkt zijn verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd. De rapportages van deze onderzoeken zijn in de bijlagen opgenomen. Grotestraat 42 In 2022 is de locatie aan de Grotestraat 426 onderzocht. Binnen de onderzoekslocatie bevindt zich een sterke restverontreiniging met minerale olie in de grond en in het grondwater (deellocatie A). De verontreiniging maakt onderdeel uit van het Geval van ernstige bodemverontreiniging afkomstig van het perceel Grotestraat 44. De verontreiniging begint op circa 3,0 m-mv. Aanbevolen wordt als de toekomstige inrichting/gebruik van de locatie bekend is een risicobeoordeling uit te voeren en, in overleg met het bevoegd gezag, vast te stellen of er noodzaak is tot het saneren van deze verontreiniging. Met betrekking tot de overige onderzochte deellocaties vormen de onderzoeksresultaten geen milieuhygiënische belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. De aangetroffen bijmengingen met baksteen worden conform bijlage A van de NEN 5725 als niet-asbestverdacht beschouwd.

Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

6

Econsultancy, Verkennend bodemonderzoek Grotestraat 42 te Gendringen, rapportnummer 17923.001, d.d. 12 mei 2022.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

37

Anholtseweg 2 ter plaatse van bebouwing In 2022 is de Anholtseweg 27 onderzocht. De aanwezigheid van een sterke restverontreiniging met minerale olie in de ondergrond onder het oostelijke deel van het pand is bevestigd. Vanaf 1,7 m -mv tot de maximale onderzoeksdiepte (2,5 m -mv) is een sterke minerale olieverontreiniging in de grond aangetoond. In horizontale richting is de verontreiniging goed in beeld (oppervlakte circa 70𝑚2 ). In verticale richting is de verontreiniging naar de diepte niet afgeperkt. De restverontreiniging is onderdeel van een beschikt geval van ernstige bodemverontreiniging. Ter plaatse van het perceel Anholtseweg 2 zijn in wisselende trajecten tot circa 1,0 m-mv en in wisselende gradaties bijmengingen van puin, kolengruis en hoogovenslakken aangetroffen. De visueel verontreinigde bodemlagen zijn licht tot sterk verontreinigd met PAK. Verder zijn lichte verontreinigingen met diverse metalen, PCB en minerale olie aangetoond. De horizontale begrenzing van het sterk verontreinigde deel van de PAK-verontreiniging is redelijk goed in beeld en betreft 2 terreindelen (omgeving boring A05 en omgeving B01). Het sterk verontreinigde oppervlak wordt vooralsnog zeer globaal geschat op minimaal 400 𝑚2 .

Uitgaande van een gemiddeld sterk verontreinigde laagdikte van circa 0,5 m wordt de omvang van het sterk verontreinigde deel van de verontreiniging zeer globaal geschat op minimaal 200 𝑚3 . Gezien de historie van de locatie is het uitgangspunt dat de verontreiniging ontstaan is voor 1987 en derhalve een historisch geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. De bodem onder het onderzochte deel van het parkeerterrein wordt geheel als sterk verontreinigd beschouwd (circa 1.100 𝑚2 ). Deze verontreiniging is te relateren aan de aanwezigheid van bijmengingen van puin, kolengruis en hoogovenslakken. Uitgaande van een sterk verontreinigde laagdikte van circa 1,0 m bedraagt de omvang van het sterk verontreinigde deel van de verontreiniging circa 1.100 𝑚3 . Gezien de historie van de locatie is het uitgangspunt dat de verontreiniging ontstaan is voor 1987 en derhalve een historisch geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. In het kader van de herontwikkeling van de locatie zijn aanvullende bodemonderzoeken uitgevoerd, waardoor de aard en omvang van alle verontreinigingen nu goed in beeld zijn. Hierbij is onder andere gebruikgemaakt van het aanvullende onderzoek van RVI. Omdat het hier gaat om een historische verontreiniging die niet onder het overgangsrecht valt, treedt de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) namens de gemeente op als bevoegd gezag.

Voor het saneren van de bodem moet daarom een melding saneren worden ingediend bij de ODA. Afhankelijk van de toekomstige inrichting en de voorgenomen saneringsdoelstellingen kan het noodzakelijk zijn om, in overleg met het bevoegd gezag, verdere afstemming te zoeken over de uit te voeren sanerende maatregelen. De aangetroffen bodemvreemde bijmengingen met puin, alsmede het historische gebruik van de locatie, geven aanleiding om een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In onderstaande paragraaf wordt hier verder op ingegaan. Anholtseweg 2 volledig terrein In 2022 is het noordoostelijk deel binnen het plangebied middels een verkennend bodemonderzoek onderzocht (Verkennend bodemonderzoek Anholtseweg 2 te Gendringen, 24 januari 2022, Econsultancy b.v., kenmerk: 17229.001 versie D1). Ter plaatse is de bodem en het grondwater onder de aanwezige bebouwing aan de Anholtseweg (voormalige meubelzaak), de noordoostelijk strook onder de asfaltverharding van het Willem Alexanderplein en een deel van de naastgelegen groenstroken onderzocht.

7

Econsultancy, Verkennend bodemonderzoek Anholtseweg 2 te Gendringen, rapportnummer 17229.001, d.d. 24 januari 2022.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

38

In opdracht van de gemeente Oude IJsselstreek is er een verkennend- en aanvullend bodemonderzoek en een verkennend asbestonderzoek8 uitgevoerd ter plaatse van het toekomstige plangebied ter plaatse van de Anholtseweg 2 en het Willem-Alexanderplein te Gendringen. Tevens is indicatief onderzoek verricht naar de milieuhygiënische kwaliteit van de aanwezige asfaltverharding en de onderliggende puinfundaties binnen het plangebied. Het gehele onderzochte terrein heeft een oppervlakte van circa 8.300 m2 en wordt omsloten door de Anholtseweg, Julianastraat, Prins Bernardstraat en Oranjesingel. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Gendringen, sectie K, nummers 1745, 1747, 1828, 2007, 2215, 2216 en 2601 (ged.). Het gehele plangebied wordt her ontwikkeld waarbij nieuwe bebouwing (winkelpand), parkeerplaatsen en openbaar groen worden gerealiseerd. Deellocatie 01: Aanvullend bodemonderzoek restverontreiniging minerale olie onder bebouwing voormalige tankcluster Anholtseweg 2 Zintuiglijke waarnemingen •

In afperkende boring 43 is vanaf 0,7-1,0 m-mv een zwakke oliewaterreactie waargenomen.

•

Tussen 1,0 m-mv en 2,2 m-mv is een sterke oliewaterreactie gemeten.

•

Van 2,2 tot 2,5 m-mv wordt een matige oliewaterreactie waargenomen.

•

Vanaf 2,5 m-mv tot de einddiepte (4,0 m-mv) is geen oliewaterreactie meer gemeten.

Resultaten verticale afperking boring A05 (oostelijk gelegen voormalige tankcluster) •

Het geanalyseerde grondmonster M01 (boring 43: traject 2,5-3,0 m-mv) voldoet aan de Achtergrondwaarde volgens de Wet Bodembescherming.

•

De sterke restverontreiniging met minerale olie is verticaal voldoende afgeperkt en in beeld gebracht.

•

Op basis van het bodemonderzoek van 2022 is de horizontale afperking van de restverontreiniging voldoende (oppervlakte circa 70 m²).

•

De minerale olieverontreiniging bevindt zich tussen circa 1,0 en maximaal 2,5 m-mv met een totaal volume van circa 100 m³.

•

Er is sprake van een stabiele eindsituatie met een kadastrale aantekening ter plaatse van de verontreiniging onder de bebouwing (Besluit instemming evaluatieverslag provincie Gelderland, 2013).

•

De verharding en bebouwing moeten intact blijven en mogen niet verwijderd of doorbroken worden zonder schriftelijke instemming van het bevoegd gezag.

•

Bij wijziging naar een gevoeliger gebruiksfunctie dient dit schriftelijk gemeld te worden bij het bevoegd gezag.

•

Afhankelijk van toekomstige functie en (grond)werkzaamheden zijn mogelijk sanerende maatregelen vereist. Hiervoor is een deelsaneringsplan of BUS-melding categorie mobiel nodig voor goedkeuring door provincie Gelderland.

Deellocatie 02: Verkennend bodemonderzoek en verhardingsonderzoek Willem Alexanderplein Zintuiglijke waarnemingen •

Het gehele plein is verhard met asfalt (gemiddelde dikte circa 15 cm).

•

Onder het asfalt ligt een funderingslaag, hoofdzakelijk bestaand uit volledig en grof (metsel)puin met bijmengingen aan beton, slakken en/of asfalt (dikte circa 30-40 cm).

8

RVI Milieukundige projectbegeleiding, Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek en een verkennend asbestonderzoek, rapportnummer 2023_002E, d.d. 29 juni 2023

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

39

•

De bodem onder de fundering bestaat vooral uit zand met wisselende bijmengingen tot een maximale diepte van 2,2 m-mv.

•

Boringen 08 en 12: een laag die volledig uit kolen bestaat.

Resultaten asfaltverharding (indicatief) •

Asfalt is sinds 1975 aanwezig (volgens historische kaarten).

•

Boring 06: niet teerhoudend asfalt (11 mg/kg PAK).

•

Boringen 01, 07, 12 en 13: teerhoudend asfalt (PAK ruim boven 75 mg/kg d.s.).

•

Het merendeel van het asfalt moet als teerhoudend worden beschouwd en afgevoerd naar een erkende verwerker.

•

Het onderzoek is niet uitgevoerd conform CROW 210-richtlijn.

Resultaten puinverharding (indicatief) •

Mengmonster puinverharding voldoet niet aan de samenstellingswaarden voor niet-vormgegeven bouwstoffen (PAK: 570 mg/kg, minerale olie: 2.700 mg/kg).

•

Indien verwijderd, dient het materiaal te worden afgevoerd naar een erkende verwerker; mogelijk is een officiële partijkeuring vereist.

Resultaten verkennend bodemonderzoek Willem Alexanderplein (grond) •

Boringen 08 en 12: bodemlaag geheel uit kolen, sterk verontreinigd met PAK, matig met koper, nikkel, zink en licht met overige zware metalen.

•

Mengmonsters MM05 en MM06: interventiewaarde overschrijdingen met PAK, lichte verontreinigingen met zware metalen, PCB en/of minerale olie.

•

Na uitsplitsing: bij boringen 01, 07 en 14 worden interventiewaarde overschrijdingen met PAK gemeten.

•

Overige geanalyseerde monsters overschrijden Achtergrondwaarde voor diverse stoffen.

•

Bepaalde monsters (MM08, MM09, M12, M16, M17, M19) zijn als 'Niet Toepasbaar' gekwalificeerd op basis van minerale olie en/of PAK.

•

Visueel verontreinigde bodemlagen onder puinverharding zijn licht tot sterk verontreinigd met PAK; sterke verontreiniging vooral in het noordoosten (circa 1.800 m², 1.800 m³).

•

Verontreinigingen zijn ontstaan door het gebruik van verontreinigde grond en materialen vóór 1987; historisch geval van ernstige bodemverontreiniging.

•

Advies: overleg met bevoegd gezag over noodzaak vervolgonderzoek.

•

Bij sanerende maatregelen: saneringsplan of BUS-melding indienen bij provincie Gelderland.

Resultaten verkennend bodemonderzoek Willem Alexanderplein (grondwater) •

Peilbuis 05: licht verhoogd barium (vermoedelijk natuurlijk).

•

Overige parameters: geen verhoogde concentraties.

PFAS •

Mengmonsters MM01 (bovengrond) en MM02 (ondergrond) geanalyseerd op PFAS.

•

Beiden bevatten PFOS en PFOA boven de detectielimiet.

•

Volgens het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” zijn beide monsters geschikt voor “landbouw/natuur”.

•

Toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden niet toegestaan tenzij aan gebiedskwaliteit wordt voldaan.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

40

Aanbevelingen verkennend asbestonderzoek •

Geen aanleiding voor nader asbestonderzoek: alle geanalyseerde grondmonsters onder norm (50 mg/kg d.s.).

•

Bij puinverhardingen onder Willem Alexanderplein en taxibedrijf: meer dan 20% puin aangetroffen; bemonstering gebaseerd op NEN 5897, resultaten indicatief.

•

Formeel is nader asbestonderzoek noodzakelijk bij asbestgat G10 en G11 vanwege indicatief aangetoonde asbestgehalten.

•

Advies: na verwijderen asfaltverharding nader onderzoek uitvoeren ter plaatse van asbestgat G10 en G11.

4.1.3

Conclusie

Grotestraat 42 Om het projectgebied aan de Grotestraat geschikt te maken is er een risicobeoordeling benodigd en in overleg met het bevoegd gezag, vast te stellen of er noodzaak is tot het saneren van deze verontreiniging. Anholtseweg 2 Om het projectgebied aan Antholseweg geschikt te maken dient er gesaneerd te worden. Hiervoor is inmiddels een Plan van aanpak opgesteld welke ter goedkeuring naar de Omgevingsdienst Achterhoek gestuurd gaat worden.

4.2

Archeologie

4.2.1

Toetsingskader

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving zijn overgegaan naar de Omgevingswet. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken. 4.2.2

Onderzoek

Het plangebied kent geen archeologische dubbelbestemmingen. Er gelden wel archeologische waarden op basis van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. Op 5 maart 2015 heeft de gemeenteraad de archeologische waardenkaart, cultuurhistorische waardenkaart en de erfgoedverordening vastgesteld. Grotestraat 42 Het plangebied aan de Grotestraat ligt, volgens de archeologische waardenkaart van de gemeente van de Oude-IJsselstreek in het gebied 'Dorpskern 1850'. Een archeologisch onderzoek in dergelijk gebied is nodig op het moment dat de bodemingrepen groter zijn dan 100 𝑚2 en dieper rijken dan 30 cm. Archeologisch onderzoek is daarom noodzakelijk geacht. Er is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. 9 Voor het noordwestelijk gelegen deelgebied aan de Grotestraat 42 en een zuidoostelijk gelegen deelgebied gelegen aan de Anholtseweg 2, het Willem Alexanderplein en de Julianastraat 13 te Gendringen is door

9

Econsultancy, Archeologisch bureauonderzoek Grotestraat - Anholtseweg, rapportnummer 18420.001, d.d. 29 december 2022.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

41

Econsultancy in maart 2022 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het bureauonderzoek toont aan dat er zich juist in het noordwestelijk gelegen deelgebied (Grotestraat 42) mogelijk archeologische waarden kunnen bevinden. Er geldt in zijn algemeenheid een hoge verwachting voor alle perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. In het bijzonder vanwege de ligging binnen de historische dorpskern van Gendringen is de kans zeer groot op het voorkomen van archeologische resten uit de Volle-/Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Aangezien een groot deel bebouwd is met een supermarkt en juist binnen deze begrenzing, als ook binnen het noordelijk gelegen parkeerterrein, nog ondergrondse restanten van steenbouw kunnen worden verwacht, wordt een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (zowel de verkennende als karterende fase) niet zinvol geacht. Geadviseerd is om na bovengrondse sloop van de supermarkt binnen het noordwestelijk gelegen deelgebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een archeologisch proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Hierbij kan sprake zijn van meerdere archeologische vlakniveaus. Voor het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Oude-IJsselstreek).

Anholtseweg 2 Het plangebied aan de Anholtseweg ligt, volgens de archeologische waardenkaart van de gemeente van de Oude-IJsselstreek in het gebied ‘Specifieke archeologische verwachting – geulensstelsel dal Oude IJssel'. Een archeologisch onderzoek in dergelijk gebied is nodig op het moment dat de bodemingrepen groter zijn dan 5.000 𝑚2 en dieper rijken dan 30 cm. Archeologisch onderzoek is daarom noodzakelijk geacht. Er is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. 10 Voor het zuidoostelijk gelegen deelgebied (Anholtseweg 2, het Willem Alexanderplein en de Julianastraat 13) geldt, vanwege reeds uitgevoerde afgravingen, geen verwachting meer op het voorkomen van (watergerelateerde) archeologische resten/sporen. Daarnaast zal de geplande nieuwbouw van een supermarkt zeer waarschijnlijk beperkt blijven tot het rond begin jaren ’30 van de 20e eeuw aangebracht pakket grond, aangevoerd om een afgegraven deel van een restgeul op te vullen. Geadviseerd is dan ook om voor het zuidoostelijk gelegen deelgebied geen vervolgonderzoek/aanvullend onderzoek te laten uitvoeren. 4.2.3

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het plan.

4.3

Cultuurhistorie

4.3.1

Toetsingskader

Onder de Omgevingswet wordt een samenhangende benadering van diverse belangen beoogd. Een van die belangen is cultureel erfgoed. Sinds 2016 is de regelgeving met betrekking tot het behoud en beheer van cultureel erfgoed ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Omgevingswet zorgt deze wet voor een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed. Provincies en gemeenten moeten in hun omgevingsplannen rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit gebeurt door een inventarisatie en analyse van het erfgoed binnen hun grenzen. Op basis daarvan wordt een passend beschermingsregime opgenomen in het omgevingsplan. Cultureel erfgoed bestaat uit vijf elementen: roerend of immaterieel cultureel erfgoed, cultuurlandschappen, archeologische monumenten, gebouwde monumenten en stads- en dorpsgezichten. Provincies en gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om cultureel erfgoed te beschermen via hun omgevingsplannen.

10

Econsultancy, Archeologisch bureauonderzoek Grotestraat - Anholtseweg, rapportnummer 18420.001, d.d. 29 december 2022.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

42

De belangrijkste vraag hierbij is welke elementen van cultureel erfgoed (of werelderfgoed) zich binnen hun grenzen of direct daarbuiten bevinden, en welke elementen men wil (of moet) beschermen. Hierbij worden de instructieregels in de artikelen 5.130 en 5.131 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de algemene regels uit hoofdstuk 13 en 14 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (rijksmonumenten en werelderfgoed) in acht genomen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de provinciale/gemeentelijke omgevingsplannen bevatten gezamenlijk de wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Op basis hiervan is het verplicht om de vijf elementen van cultureel erfgoed mee te nemen in de afweging van belangen. 4.3.2 Onderzoek Grotestraat 42 Op de Erfgoedmonitor van het Rijk11, de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Gelderland en de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Oude-IJsselstreek blijkt dat binnen het plangebied geen objecten van cultuurhistorische waarde aanwezig zijn. Er worden derhalve geen cultuurhistorische waarden geschaad met het plan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Anholtseweg 2 Op de Erfgoedmonitor van het Rijk, de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Gelderland en de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Oude-IJsselstreek blijkt dat binnen het plangebied geen objecten van cultuurhistorische waarde aanwezig zijn. Er worden derhalve geen cultuurhistorische waarden geschaad met het plan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 4.3.3

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het initiatief.

4.4

Natuur en landschap

4.4.1

Toetsingskader

Natuur maakt onder de nieuwe Omgevingswet onderdeel uit van de fysieke leefomgeving, één van de kernbegrippen van de Omgevingswet (artikel 1.2, lid 2, onder h). De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet (Ow). Onder Artikel 5.1, lid 1 (Ow) is opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten, tevens is onder Artikel 5.1, lid 2 opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten. Tenzij anders geregeld in het omgevingsplan, waterschap verordening, omgevingsverordening of ministeriele regeling. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staat de uitwerking van algemene regels voor activiteiten die rechtstreeks werken, waaronder een vergunningplicht voor zogenaamde Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten (hoofdstuk 11, Bal). In dit hoofdstuk zijn tevens de regels voor vergunningsvrije gevallen opgenomen evenals de mogelijkheden tot maatwerk. Indien er geen vrijstelling geldt van de vergunningsplicht, dient er een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Onderscheid wordt gemaakt tussen een enkelvoudige of meervoudige aanvraag (in het geval er sprake is van een flora- en faunaactiviteit en een natura 2000-activiteit).

11

https://rce.webgispublisher.nl/?map=RCE%5FErfgoedmonitor

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

43

Natura 2000 Om de natuur te beschermen, heeft het Rijk regels over activiteiten die een Natura 2000-gebied kunnen benadelen opgesteld. Een activiteit die significant nadele gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied heet een Natura 2000-activiteit. Degene die de activiteit verricht, moet nagaan of nadelige gevolgen uit te sluiten zijn. Een passende beoordeling dient te worden uitgevoerd (artikel 16.53c, Ow). Die beoordeling moet zekerheid geven dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. In dat geval kan vergunningverlening plaatsvinden (artikel 8.74b, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). Natuurnetwerk Nederland De aanwijzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is geregeld in de Omgevingsverordening, conform artikel 2.44, lid 4 van de Omgevingswet en artikel 7.6, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Vanuit de Omgevingsverordening draagt de provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met omringende agrarisch gebieden te verbinden.

Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Houtopstanden en soortenbescherming De regels voor bescherming van houtopstanden en bomenrijen staan opgenomen in Afdeling 11.3 Bal. Hierin staat dat het vellen van houtopstanden is beschermd door algemene meldplicht (art. 11.126 Bal) en herplantplicht (art. 11.129 Bal) voor houtopstanden vanaf 10 are of meer evenals bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen, buiten de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’. De bebouwingscontour houtkap moet worden aangewezen in het Omgevingsplan (art. 5.165b Bkl). Tevens is er sprake van specifieke zorgplicht (art. 11.116 Bal) die geldt voor het vellen van houtopstanden, het herbeplanten van grond of nadat een houtopstand op een andere manier teniet is gegaan. Voor de soortbescherming zijn de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.4 van toepassing, hier zijn de verschillende soortenbeschermingsregimes opgenomen: •

Omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn (11.2.2 Bal);

•

Omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn (11.2.3 Bal);

•

Omgevingsvergunning andere soorten (11.2.4 Bal).

Getoetst dient te worden of het planvoornemen leidt tot schadelijke handelingen die leiden tot een vergunning plichtig geval. De schadelijke handelingen Vogelrichtlijn zijn opgenomen in artikel 11.37 van het Bal, schadelijke Habitatrichtlijn in artikel 11.46 Bal en schadelijke handelingen andere soorten in artikel 11.54 van het Bal. 4.4.2

Onderzoek

Grotestraat 42 Voor de projectlocatie is er een quickscan flora en fauna12 uitgevoerd. De uitvoering van de quickscan is een eerste stap om te vermijden dat soorten verstoord of vernietigd kunnen worden bij de uitvoering van nieuwe ontwikkelingen. Met een bureauonderzoek en veldwerkonderzoeken wordt vastgesteld of er bij de plannen sprake kan zijn op overtreding van de Wet natuurbescherming, of dat deze met eenvoudige maatregelen zijn

12

BRO, Quickscan flora en fauna Coop supermarkt te Gendringen, rapportnummer P06604, d.d. 24 februari 2025.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

44

te voorkomen. Onderstaand worden de belangrijkste resultaten uit het onderzoek weergegeven, voor het volledige rapport wordt verwezen naar de bijlagen. Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden onderstaande in acht wordt genomen: •

Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen;

•

Met betrekking tot de sloop zijn schadelijke handelingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven;

•

Ten aanzien van broedvogels dient, om schadelijke handelingen op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nachtgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

•

In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Stikstof Met behulp van de vigerende Aerius Calculator 2025, is de stikstofdepositie13 bepaald op de nabij gelegen natuurgebieden, door de sloop van de supermarkt en de nieuwbouw van de woningen aan de Grotestraat 42 te Gendringen. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Rijntakken, bevindt zich op circa 3 kilometer afstand ten zuidwesten van de onderzoekslocatie. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling sloop en nieuwbouw van woningen betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en gebruiksfase op de omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening benodigd. Onderhavig document en bijgevoegde Aeriusbijlagen geven hier invulling aan. Uit de resultaten blijkt dat de stikstofdepositie op de natuurgebieden 0,00 mol/ha/jr bedraagt. Daarmee zijn er uit oogpunt van stikstofdepositie geen belemmeringen voor de realisatie van de plannen. Anholtseweg 2 Voor de Anholtseweg 2 is een ecologisch onderzoek niet benodigd.

De voormalige bebouwing is namelijk afgebrand waardoor er geen verblijfsmogelijkheden voor flora en fauna maar aanwezig zijn.

13

BRO, AERIUS-berekening Grotestraat te Gendringen, rapportnummer P06604, d.d. 28 oktober 2025.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

45

Stikstof Met behulp van de vigerende Aerius Calculator 2025, is de stikstofdepositie14 bepaald op de nabij gelegen natuurgebieden, door de sloop van de supermarkt en de nieuwbouw van de woningen aan de Grotestraat 42 te Gendringen. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Rijntakken, bevindt zich op circa 3 kilometer afstand ten zuidwesten van de onderzoekslocatie. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling sloop en nieuwbouw van woningen betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en gebruiksfase op de omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening benodigd. Onderhavig document en bijgevoegde Aeriusbijlagen geven hier invulling aan. Uit de resultaten blijkt dat de stikstofdepositie op de natuurgebieden 0,00 mol/ha/jr bedraagt. Daarmee zijn er uit oogpunt van stikstofdepositie geen belemmeringen voor de realisatie van de plannen. 4.4.3

Conclusie

Gelet op bovenstaande onderzoeksresultaten, kan worden gesteld dat de aspecten Natuur en landschap geen belemmering vormen voor het planvoornemen.

4.5

Geluid

4.5.1

Toetsingskader

Het planvoornemen betreft een functiewijziging van ‘Dienstverlening’ naar ‘Wonen’ op de Grotestraat en een overgang van Woonboulevard naar supermarkt op de Anholtseweg. Met de functiewijziging worden circa 34 levensloopbestendige woningen (met zorg) gerealiseerd. Er is daarmee sprake van de toevoeging van een geluidsgevoelige functie. Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen, en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluidsregels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven.

Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.

14

BRO, AERIUS-berekening Anholtseweg 2 te Gendringen, rapportnummer P06604, d.d. 28 oktober 2025.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

46

De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: •

het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties;

•

het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen;

•

het bevorderen van bronmaatregelen;

•

het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels:

•

het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels.

Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 van het Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid op grond van artikel 4.2 van de Omgevingswet. Dat doet de gemeente vanuit haar taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL). Dit kan de gemeente onder andere bereiken door: •

De ordening van locaties van activiteiten ten opzichte van elkaar; hierbij kan worden gedacht aan de afstand tussen een woning en een bedrijf.

•

Het stellen van regels aan activiteiten op een locatie; hierbij kan worden gedacht aan normen voor geluidimmissies of preventieve maatregelen.

Geluid door activiteiten In Bijlage XXII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 bruidsschat). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: •

Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS);

•

Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS);

•

Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

47

4.5.2

Onderzoek

Grotestraat 42 Binnen het plan worden circa 34 levensloopbestendige woningen (met zorg) mogelijk gemaakt. Dit zijn geluidgevoelige gebouwen in de zin van het Bk. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom aan verharde gemeentewegen. Er is door Econsultancy een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai15 uitgevoerd. In deze motivering worden de belangrijkste conclusies vermeld. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Aan de Grotestraat 42 te Gendringen is men voornemens om woningen te realiseren. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek verkeerslawaai noodzakelijk. Bij de projectie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van een weg is een onderzoek verkeerslawaai noodzakelijk. Het plan is gelegen binnen het geluidsaandachtsgebied van de Grotestraat, IJsselstraat, Koningsstraat, Kromme Elleboog, Prinsenhof en de Veldweg. In het onderzoek wordt het geluid op de geluidgevoelige gebouwen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Voor het plangebied is reeds een tekening opgesteld met de projectie van de woningen. Voor elke zijde van de woningen zijn toetspunten ten behoeve van 2 bouwlagen gemodelleerd. De berekeningen zijn verricht aan de hand van de rekenregels volgens bijlage IVe van de Omgevingsregeling en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2023.3.

Het geluid op de nieuw te bouwen woningen bedraagt ten hoogste 54 Lden als gevolg van de gemeentewegen. Anholtseweg 2 Voor de realisatie van de Coop op de Anholtseweg 2 is er een akoestisch onderzoek industrielawaai nodig om de effecten van de supermarkt ten opzichte van de omliggende gevoelige functies te onderzoeken. Er is door Econsultancy een akoestisch onderzoek industrielawaai16 uitgevoerd. In deze motivering worden de belangrijkste conclusies vermeld. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Het onderzoek industrielawaai heeft als doel het bepalen van het geluid op de gevels van geluidsgevoelige gebouwen in de omgeving van het plangebied als gevolg van de voorgenomen activiteiten van de supermarkt en deze te toetsen aan de voorschriften van het tijdelijke deel van het omgevingsplan en het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het onderzoek is de maatgevende zaterdag inzichtelijk gemaakt. De supermarkt zal geopend zijn tussen 8.00 en 20.00 uur. Op basis van aangeleverde gegevens blijkt dat per week circa 8.500 bezoekers te verwachten zijn. Uitgangspunt is dat 20% van dit aantal op zaterdag boodschappen komt doen, wat resulteert in 1.700 bezoekers. Zestig procent van de bezoekers zal gebruik maken van een personenwagen. Dit resulteert in 1.020 personenwagens of 2.040 bewegingen.

Op basis van de openingstijden is vervolgens het aandeel bewegingen in de dag- en avondperiode bepaald. In de dag- en avondperiode komen respectievelijk 92% en 8% van de bezoekers boodschappen doen. Het plan kent twee in- en uitritten voor het verkeer, waarvan één aan de Oranjesingel en één aan de Julianastraat. Ervan uitgaande dat een 50/50 verdeling van het gebruik van beide in- en uitritten representatief kan worden geacht, is over het hele parkeerterrein 50% van het totale aantal personenwagens te verwachten. Op het parkeerterrein en ter

15 16

Econsultancy, Onderzoek wegverkeerslawaai Grotestraat 42 te Gendringen, rapportnummer: 26202.005, d.d. 8 november 2024. Sweco, Onderzoek industrielawaai Anholtseweg 2 te Gendringen, rapportnummer: 51027104-001, d.d. 10 april 2025.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

48

plaatse van de in- en uitritten is derhalve gerekend met 935 bewegingen van personenwagens in de dagperiode en 85 bewegingen van personenwagens in de avondperiode. Op aangeven van de opdrachtgever zal over het gehele terrein een gladde ondergrond (asfaltverharding) worden gerealiseerd. Ter plaatse van het parkeerterrein is rekening gehouden met een gemiddelde snelheid van 10 km/u voor de personenwagens. De personenwagens ontsluiten vervolgens over de Oranjesingel en Julianastraat. Gekeken naar de functies van de aanliggende wegen is er rekening mee gehouden dat 70% van het verkeer naar het noorden (richting de Anholtseweg) ontsluit en 30% van het verkeer naar het zuiden (richting de Prins Bernhardstraat). Van het aandeel bezoekers zal circa 65% gebruik maken van een winkelwagen. Echter, een relatief kleiner deel van de bezoekers zal ook werkelijk met een winkelwagen naar de auto toe en van de auto af bewegen. In onderhavig onderzoek is, voor het inzichtelijk maken van een worstcasescenario gerekend met de situatie dat alle bezoekers die gebruik maken van een winkelwagen (65%) hiermee ook rondlopen op het parkeerterrein. Dit resulteert in respectievelijk 1.013 en 92 bewegingen in de dag- en avondperiode. Voor het in kaart brengen van een worstcasescenario is gebruik van de winkelwagen over de gehele parkeerplaats meegenomen.

Bij de ingang is rekening gehouden met de ondergrond tegels. Op het parkeerterrein is rekening gehouden met de ondergrond asfalt. Voor de bevoorrading van de supermarkt is rekening gehouden met maximaal 4 vrachtwagens in de dagperiode. Het is tijdens deze fase van het plan nog onbekend hoeveel pallets dagelijks geladen en gelost worden. In onderhavig onderzoek is, op basis van expert judgement en ervaringsgegevens van Sweco, uitgegaan van 40 rolcontainers per vrachtwagen. Als laatste wordt ter op het dak een gaskoeler geplaatst. Het is onbekend wat de actieve uren worden van de gaskoeler. Hierdoor is als worstcase uitgangspunt gekozen dat deze continu actief zal zijn (24 uur). Voor het inzichtelijk maken van een worstcasescenario is, rekening houdend met dat het bronvermogen in de dag- en avondperiode hoger kan zijn, een bronvermogen van 75 dB(A) gehanteerd over de gehele etmaal. Bij het modelleren van de bronnen is tevens al rekening gehouden met dat maximale geluidsniveaus als gevolg van het laden en lossen in de dagperiode zijn uitgezonderd van toetsing. Aan de grenswaarde van het tijdelijke deel van het omgevingsplan kan worden voldaan. Vanuit akoestisch oogpunt zijn derhalve geen belemmeringen voorzien voor de realisatie van het plan. 4.5.3

Conclusie

Vanuit het milieuaspect geluid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.6

Luchtkwaliteit

4.6.1

Toetsingskader

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter bescherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: •

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;

•

het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

•

het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen

49

CIMLK Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering is het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen te vervallen. Sinds 1 januari 2023 vervangt het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) het NSL. Middels dit nieuwe instrument kan de luchtkwaliteit berekend en gemonitord worden onder de Omgevingswet. NIBM De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor NO2 en PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 van het Bkl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4965/documents/32669