CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

334902.BP.TOE.Kom Ulft, locatie Eksterstraat.2023-03-10.pdf

Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1: Bestemmingsplan Kom Ulft, Locatie Eksterstraat12.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kom Ulft, locatie Eksterstraat

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Plangebied Geldend juridisch-planologische regeling Leeswijzer

3 3 3 5 7

Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3

Gebieds- en planbeschrijving Algemeen Bestaande situatie Toekomstige situatie

8 8 8 10

Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3

Haalbaarheid Inleiding Beleid Milieu- en omgevingsaspecten

13 13 13 19

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3

Juridische planaspecten Plansystematiek Opbouw regels Verbeelding

35 35 35 35

Hoofdstuk5

Procedure

37

2

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de locatie aan de Eksterstraat zijn in de huidige situatie braakliggende gronden aanwezig. Op de gronden hebben voorheen sociale huurwoningen gestaan. Deze zijn rond 2013 gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Als gevolg van de toenmalige regionale woningbouwafspraken in de Achterhoek, die vaststelden dat er minder woningen nodig waren, is echter besloten om de gronden een tijdelijke alternatieve invulling te geven. Gezien de huidige woningmarkt en de vraag naar nieuwe woningen is het beleid echter veranderd en wordt er ingezet op het bouwen van nieuwe woningen. De initiatiefnemer is voornemens om op locatie 22 woningen te realiseren nu de vraag naar woningen weer toegenomen is. De bij het plangebied betrokken gronden hebben op basis van de geldende juridisch-planologische regeling 'Plan van wijziging Vogelbuurt 2016' de bestemming 'Gemengd'. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van de geldende regeling. Om die reden moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen in de Vogelbuurt aan de noordwestzijde van de kern Ulft. Het plangebied wordt volledig omsloten door woonpercelen en bevindt zich grofweg tussen de Eksterstraat, Sperwerstraat, Hogeweg en de Vogelenzangweg. Het plangebied wordt doorkruist door de Kwartellaan. Op de navolgende afbeeldingen zijn globaal de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

3

Globale ligging plangebied

4

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

Globale begrenzing plangebied

1.3

Geldend juridisch-planologische regeling

Zoals reeds is gesteld, valt het plangebied onder de werking van het wijzigingsplan 'Plan van wijziging Vogelbuurt 2016', vastgesteld op 20 december 2016. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het geldende wijzigingsplan weergegeven. Het plangebied is daarop met een rood kader weergegeven.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

5

Uitsnede geldend wijzigingsplan 'Plan van wijziging Vogelbuurt 2016' Op grond van het geldende wijzigingsplan 'Plan van wijziging Vogelbuurt 2016' is aan het plangebied grotendeels de bestemming 'Gemengd' toegekend. Volgens de regels, behorende bij deze bestemming, zijn ter plaatse groenvoorzieningen, plantsoenen en parken, cultuur en ontspanning (onder voorwaarden), dagrecreatie, verblijfsgebieden, wegen en pleinen, voet- en fietspaden, parkeer-, speelvoorzieningen, kunstwerken en ontmoetingsplekken, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, straatmeubilair, ondergrondse containers en nutsvoorzieningen. Daarnaast is wonen in maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen toegestaan. Deze woningen moeten ook binnen het bouwvlak worden gebouwd. Omdat een bouwvlak en een aanduiding voor het maximum aantal wooneenheden niet is opgenomen, is wonen niet toegestaan in het plangebied. Om de beoogde woningbouw mogelijk te maken, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Naast de bestemming 'Gemengd' is een klein deel van de gronden aan de noordwestzijde van het plangebied bestemd als 'Wonen' en 'Groen'. Deze gronden worden in de toekomstige situatie in gebruik genomen als parkeervoorziening. Ter hoogte van de Kwartellaan en ter hoogte van de Eksterstraat zijn er gronden bestemd als 'Verkeer - Verblijfsgebied'.

Deze gronden worden in de toekomstige situatie gebruikt voor ten behoeve van een parkeervoorziening, een rijbaan (Kwartellaan) en groenvoorzieningen (ter hoogte van de Eksterstraat. Op basis van de geldende planologische regeling zijn voorgenoemde toekomstige functies (grotendeels) toegestaan. De gronden zijn echter meegenomen om de eenheid en de leesbaarheid van het bestemmingsplan te vergroten.

6

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit vijf hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan moet voldoen en bevat de milieu- en omgevingsaspecten van het plan. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (Hoofdstuk 4) en de uitkomsten van de gevolgde procedure (Hoofdstuk 5).

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

7

Hoofdstuk 2 2.1

Gebieds- en planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling omschreven. Hierbij wordt als eerste ingegaan op de bestaande situatie in het plangebied, waarna de beoogde ontwikkeling nader toegelicht wordt.

2.2

Bestaande situatie

Het plangebied bestaat in de huidige situatie grotendeels uit braakliggende gronden. In het plangebied zijn twee Spaanse aken aanwezig (veldesdoorn). Aan de zuidoostzijde zijn een aantal parkeerplaatsen aanwezig. Op de navolgende afbeeldingen wordt een impressie van de huidige situatie in het plangebied weergegeven.

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Eksterstraat in zuidoostelijke richting

8

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Eksterstraat in noordwestelijke richting Voorheen hebben op de locatie sociale huurwoningen gestaan. Deze zijn rond 2013 gesloopt. De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de situatie zoals deze tot 2013 bestond.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

9

Luchtfoto situatie plangebied omstreeks 2013

Aanzicht bestaande woningen omstreeks 2010, gezien vanaf de Kwartellaan

2.3

Toekomstige situatie

De ontwikkeling voorziet in de bouw van 22 grondgebonden woningen. De 22 grondgebonden woningen bestaan uit zeventien rijwoningen, vier twee-aaneengebouwde woningen en één vrijstaande woning. Voor de ontwikkeling is een stedenbouwkundige opzet gemaakt, deze is weergegeven in navolgende afbeelding. Opgemerkt wordt dat het stedenbouwkundige ontwerp nog geen definitieve status heeft, mogelijk wordt de opzet nog (beperkt) aangepast.

10

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

Stedenbouwkundige opzet In het plan zijn meerdere parkeerkoffers voorzien. Deze bevinden zich aan de Kwartellaan, aan de noordwestzijde en tussen twee woonblokken aan de zuidoostzijde. Naast deze openbare parkeerplaatsen worden bij de twee-aaneengebouwde woningen, de vrijstaande woning en de hoekwoningen van de drie-aaneengebouwde woningen parkeergelegenheid op eigen terrein gerealiseerd. Op het perceel van elk van deze woningen wordt voorzien in twee parkeerplaatsen. De bestaande Spaanse aken (veldesdoorn) in het plangebied blijven behouden. Deze zijn op voorgaande afbeelding in het geel weergegeven. Daarnaast worden aan de Eksterstraat en ter plaatse van de parkeerkoffers nieuwe bomen ingeplant. Deze bomen zijn met een donkergroene kleur weergegeven. In het stedenbouwkundige plan zijn twee blokken van vijf-aaneengebouwde woningen opgenomen. Deze woningen bevinden zich in de categorie betaalbaar (huur en/of koop). De overige woningen betreffen vrije sectorwoningen (huur en/of koop). Negen van deze vrije sectorwoningen zullen worden uitgevoerd als levensloopbestendig. Op voorgaande afbeelding betreffen dit rijwoningen in rijen van drie en vier en de twee-aaneengebouwde woningen op de hoek van de Eksterstraat met de Kwartellaan. De levensloopbestendige woningen bestaan uit twee bouwlagen, waarbij de bovenste bouwlaag zich onder een kap bevindt.

Deze woningen hebben een goot- en bouwhoogte van respectievelijk circa 4,5 m en 7,5 m. De overige woningen (categorie eengezinswoning) hebben drie bouwlagen, waarbij de bovenste laag zich eveneens onder een kap bevindt. De goot- en bouwhoogte van deze overige woningen bedraagt respectievelijk circa 7,5 m en 11 m. In de regels van het bestemmingsplan en de verbeelding zijn de juridisch-planologische kaders van de (her)ontwikkeling van het plangebied opgenomen. Zie hiervoor tevens paragraaf 4.3 van deze toelichting.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

11

Met de realisatie van 22 woningen in de kern Ulft wordt voorzien in een actuele behoefte aan woningen op lokaal en regionaal niveau. Onderhavig plan versterkt daarnaast de vitaliteit van de kern Ulft door te zorgen voor een vergroting van het draagvlak van de bestaande voorzieningen.

12

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 3.1

Haalbaarheid

Inleiding

Ten behoeve van de bestemmingsplanherziening moet de uitvoerbaarheid van het plan worden aangetoond. Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuwe ontwikkeling ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het ruimtelijke beleid van de hogere overheden en de gemeente zelf, milieuaspecten als geluid, bodem en hinder van bedrijven, water, externe veiligheid, archeologie en economische haalbaarheid. De beoogde ontwikkeling is op deze aspecten getoetst. In dit hoofdstuk is aangegeven wat hiervan de resultaten zijn.

3.2

Beleid

3.2.1

Algemeen

In deze paragraaf wordt een analyse gegeven van het relevante beleidskader. De beleidsnota's die direct of indirect doorwerken in voorliggend bestemmingsplan, worden in deze paragraaf behandeld. Gezien de aard en de schaal van de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied is het relevante beleid op Europees niveau buiten beschouwing gelaten en op Rijksniveau beperkt gehouden. Per bestuurslaag is een korte samenvatting gegeven van de meest relevante aspecten uit de verschillende beleidsnota's, alsmede de consequenties voor het voorliggende plan. 3.2.2

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie(NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

13

toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Toetsing rijksbeleid Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. De ontwikkelingen in het plangebied zouden kunnen worden aangemerkt als een woningbouwlocatie. Deze term is echter niet gedefinieerd in het Bro. Uit jurisprudentie (zie bijvoorbeeld uitspraak ABRvS201501297/1/R4) blijkt dat woningbouwplannen met elf woningen niet hoeven te worden aangemerkt als woningbouwlocatie, maar grotere woningbouwplannen wel. Onderhavig initiatief betreft de realisatie van 22 woningen. Om die reden is de Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing. Voor het initiatief is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgevoerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is als Bijlage 1 bijgevoegd. Op basis van recente gegevens blijkt dat er een actuele vraag is naar meer woningen. Daarnaast voorziet de ontwikkeling in de realisatie van verschillende type woningen voor verschillende doelgroepen. Hiermee wordt voorzien in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woningen binnen de gemeente Oude IJsselstreek. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Met de ontwikkelingen binnen het plangebied zijn geen overige nationale belangen gemoeid. 3.2.3

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie'Gaaf Gelderland' Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor dit bestemmingsplan zijn de ambities voor klimaatadaptatie en het woon- en leefklimaat van toepassing.

Woon- en leefklimaat

14

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen.

Klimaatadaptatie Het klimaat is merkbaar aan het veranderen, waarbij hoosbuien, extreme hitte en langdurige droogte hierbij goede voorbeelden van zijn. Provincie Gelderland wil zich voorbereiden op het veranderende klimaat door in te zetten op het tegengaan van de bijbehorende risico's en gevaren. Dit heeft prioriteit: In 2050 wil Gelderland optimaal beschermd zijn en kunnen meebewegen met het veranderend klimaat. De provincie Gelderland werkt hierbij vooral vanuit haar betrokkenheid bij waterveiligheid, waterkwaliteit, bodem en natuur. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de variatie van de Gelderse streken. De provincie Gelderland wil met haar partners verder kijken. Bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving nemen we de gevolgen van het veranderende klimaat mee en maken afspraken over hoe met de risico's om te gaan. Klimaatbestendig werken is daarbij voor de provincie Gelderland een logische voorwaarde als er samengewerkt wordt met anderen. Verschillende ontwikkelingen binnen toerisme en recreatie horen hier ook bij. Deze ontwikkelen wil de provincie Gelderland benutten. Hierbij is het van belang dat de ontwikkelingen passen bij de Gelderse kwaliteiten. De provincie streeft naar een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid zodat Gelderland versterkt wordt voor nu en in de toekomst.

Omgevingsverordening De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van de onderwerpen 'wonen' en 'klimaatadaptatie' relevant.

Wonen, instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda (art. 2.2) In de verordening wordt aangegeven dat dat nieuwe woningen alleen mogelijk zijn als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden:

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

15

a. b. c. d.

er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

Instructieregel klimaatadaptie (art. 2.65b) De provinciale omgevingsverordening die op 1 februari 2022 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Voor de beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas.

Toetsing provinciaal beleid De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 22 grondgebonden woningen. Voorheen hebben er op de locatie ook woningen gestaan. Met het plan is sprake van inbreiding binnen bestaand stedelijk gebied. Met de bouw van verschillende type woningen (rijwoningen, twee-aaneengebouwde woningen en een vrijstaande woning) wordt er voldaan aan de vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen binnen de gemeente, zoals starters en senioren. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan een duurzaam en divers woon-en leefklimaat in de gemeente Oude IJsselstreek. Tot slot draagt de realisatie van de woningen bij aan de behoefte en ondersteuning van het voorzieningenniveau in Ulft en omgeving. Verdere toetsing vindt plaats op basis van het regionaal beleid (zie paragraaf 3.2.4). Hierin is voldoende onderbouwing gegeven dat het plan past binnen de afspraken zoals die gemaakt zijn in de regionale woonagenda. Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering. Wateroverlast. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het plangebied geen plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui.

Daarnaast wordt er in paragraaf 3.3.9 uitgebreid ingegaan op het aspect water en hoe om te gaan met eventuele wateroverlast. Hittestress. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in het plangebied normaal zal zijn (niet extra koeler of extra warmer) op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige onbebouwde situatie. De geplande nieuwbouwwoningen zijn goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf zoals dat in feite in de huidige (onbebouwde) situatie ook zo is. Het plangebied ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. In het plangebied zijn geen waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen te staan of droog kunnen vallen. Daarmee is geen sprake van een risico voor de volksgezondheid.

Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. Overstroming. De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen watergangen in nabijheid van het plangebied liggen. Mocht ergens de dijk van de IJssel of de Rijn bezwijken dan vormt overstroming geen risico voor het plangebied. Er hoeven geen specifieke maatregelen te worden getroffen. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij

16

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

de provinciale Omgevingsvisie en de regels op het gebied van 'wonen' en 'klimaatadaptatie'. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het provinciaal beleid. 3.2.4

Regionaal beleid

Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 Op 19 mei 2015 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 vastgesteld als opvolger van de Regionale Woonvisie 2010-2020. De Regionale woonagenda schetst de kaders en geeft ruimte om de inhoud mede door andere partijen te laten invullen. Daarmee verschuift de rol van de overheid van inhoudelijk bepalend naar procesbegeleidend. Kernbegrippen zijn kaders stellen, faciliteren en ruimte geven. De kernboodschap voor de komende jaren luidt dan ook: er zijn (bijna) voldoende woningen (in aantallen) om te voorzien in de vraag. Het is noodzakelijk om de regionale ambitie (5.900 woningen toevoegen tussen 2010 en 2025) verder te verlagen met 10%. Het nieuwe regionale aantal is 3.145 woningen tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025; een integrale aanpak is nodig om de bestaande woningen toekomstbestendig te maken (kwalitatief), waarbij de eigenaar een persoonlijke mix kiest van onderhoud, isolatie, energieopwekking en levensloopbestendig maken. Sloop/nieuwbouw kan een optie zijn; voor leegstaand en leegkomend vastgoed is een gezamenlijke beeldvorming met een lokale aanpak nodig. Naast herbestemmen zal in toenemende mate ook sloop aan de orde zijn; wonen en zorg vormt een belangrijk aandachtspunt bij al deze genoemde ontwikkelingen.

De zeven gemeenten uit de regio zijn na vaststelling van de Regionale woonagenda begonnen om deze lokaal uit te werken. Deze lokale uitwerking is een update van de Regionale woonagenda, welke nog uitging van een krimpscenario. In de lokale uitwerking is er niet langer sprake van een krimpscenario. In de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek' wordt tevens niet langer uitgegaan van een krimpscenario (zie navolgende paragraaf). De gemeente Oude IJsselstreek heeft daartoe de 'Beleidsnotitie Woningbouwplannen Oude IJsselstreek' op 24 november 2016 vastgesteld. De opgaven uit de Regionale woonagenda die betrekking hebben op de kwalitatieve ontwikkeling van de woningvoorraad zijn op lokaal niveau verder uitgewerkt. De 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' en de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' zijn vervolgens vastgesteld en in april 2021 vernieuwd (zie paragraaf 3.2.5).

Kwalitatieve toetsingscriteriavoor woningbouw in de Achterhoek De groei van het aantal huishoudens in de regio houdt langer aan dan eerder voorzien. Dit betekent dat er extra woningen moeten komen bovenop het aantal dat in het verleden in afspraken was vastgelegd. Er moet meer ruimte gegeven worden aan de bouw van extra woningen. De prioriteit moet daarbij liggen op woningen waar nu behoefte en een duidelijk tekort aan is. Het Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek 2017 (AWLO) geeft een helder advies over de bouwopgave: blijf bouwen voor starters en creëer geschikt aanbod waar (actieve) senioren naar kunnen doorstromen. Dit is vertaald naar het geven van extra ruimte door scherpe voorwaarden te stellen aan nieuwe initiatieven voor woningbouw. Met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek' zijn regionaal kwalitatieve criteria afgesproken waaraan de gemeenten nieuwe plannen moeten toetsen. Dit betreft de volgende drie kwaliteitscriteria: De behoefte is aangetoond; Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed (verbouw of nieuwbouw na sloop); Inbreiding gaat voor uitbreiding. In september 2019 stemden de zeven gemeenteraden in de Regio Achterhoek in met de kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek. In oktober 2019 is deze door de provincie Gelderland vastgesteld.

De kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw zijn doorvertaald in de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' en 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' van de gemeente Oude IJsselstreek (zie paragraaf 3.2.5).

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

17

Toetsing regionaal beleid In de Regionale Woonagenda en Woonvisie wordt aangegeven dat er (bijna) voldoende woningen zijn om te voorzien in de vraag en dat het aantal woningbouwplannen wordt teruggebracht. Op basis van meer recente gegevens uit het AWLO naar de leefbaarheid in de regio blijkt echter dat er juist wel een actuele vraag is naar meer woningen. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van 22 woningen in verschillende type woningen (rijwoningen, twee-aaneengebouwde woningen en een vrijstaande woning) binnen bestaand stedelijk gebied. Voorheen hebben er op de locatie ook woningen gestaan. Deze woningen zijn destijds gesloopt ten behoeve nieuwbouw. Doordat er, zoals in de regionale woonagenda is aangegeven, sprake was van krimp in de gemeente is er voor gekozen om na de sloop een tijdelijke alternatieve invulling te geven aan het gebied. De verschillende type woningen worden gebouwd voor verschillende doelgroepen, waaronder starters, senioren en doorstromers binnen de gemeente Oude IJsselstreek. Negen woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd en tien bevinden zich in de categorie betaalbaar. Er wordt daarmee voldaan aan de vraag naar woningen voor zowel starters, senioren als doorstromers binnen de gemeente Oude IJsselstreek. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek'. 3.2.5

Gemeentelijk beleid

StructuurvisieOude IJsselstreek2025 De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Hierbij zijn het Kwalitatief Woon Programma (KWP3), en de opvolger van de regionale woonvisie en de lokale vertaling daarvan kaders voor wonen in de gemeente. Naast het motto 'de juiste woning op de juiste plaats', spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Achteruitgang en verloedering van de woon- en leefomgeving moet worden tegengegaan. De bijstelling van de bouwopgave voor de gemeente vraagt om aanpassing van beleid en bestaande bouwplannen. De juiste woning op de juiste plek is hierbij leidend. De gemeente Oude IJsselstreek kiest waar mogelijk voor inbreiding. Met wijkverbeteringsplannen en geplande nieuwbouwplannen, ziet de gemeente kansen voor het realiseren van meer variatie en onderscheid in het woonaanbod.

Hiermee probeert de gemeente Oude IJsselstreek iedereen die woont of wil wonen in de gemeente te voorzien van een passende woning.

Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek De beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek is op 24 november 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Belangrijkste opgave voor de toekomst is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van deze bestaande voorraad. Dit kan door middel van het stimuleren van verduurzaming en levensloopbestendigheid. Daarnaast moeten plannen ontwikkeld worden voor vervangende nieuwbouw. De nieuwbouw is slechts een onderdeel van de totale opgave binnen de volkshuisvesting. Deze notitie gaat in op de beperkte woningbouwopgave in de gemeente en waar deze nieuwbouw de meeste toegevoegde waarde heeft. Ook voor de 'Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek' geldt dat deze uitgaat van een krimpscenario, terwijl dit niet langer het geval is. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' is hierbij een relevanter beleidsstuk.

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek In de Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw wordt aanbevolen om lokaal een kader vast te

18

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

stellen over de ruimtelijke inpassing van nieuwbouw binnen de bebouwde kom en in het buitengebied. Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad vervolgens de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vastgesteld. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vormt samen met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor Woningbouw' de kaders voor nieuwe woningbouwplannen. Met het vaststellen van de Lokale kwaliteitscriteria en de (regionale) Kwalitatieve toetsingscriteria beschikt de gemeente over een compleet kader waarmee nieuwe woningbouwplannen kunnen worden getoetst en kan de gemeente sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Uit de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' blijkt dat de aantoonbare (woning)behoefte voor de komende jaren vooral bij het toevoegen van starters- en levensloopgeschikte woningen ligt, de gemeente wil hier dan ook extra op inzetten. Voor het starterssegment ligt de nadruk logischerwijs met name bij de betaalbaarheid. Daarbij gaat het om huurwoningen tussen €500,- en €850,- per maand en/of koopwoningen van maximaal €225.000,- v.o.n. (prijspeil januari 2021). De levensloopgeschikte woningen zijn voor de doelgroep senioren bedoeld, daarbij gaat het om woningen waarbij (minimaal) alle basisvoorzieningen op de begane grond of gelijkvloers aanwezig zijn.

Het bouwen van woningen op locaties met leegstaand vastgoed heeft de voorkeur. Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik gaat woningbouw op inbreidingslocaties voor op uitbreiding aan de randen van onze kernen.

Toetsing gemeentelijk beleid De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal 22 grondgebonden woningen. De grondgebonden woningen worden uitgesplitst in vier twee-aaneengebouwde woningen, zeventien rijwoningen en één vrijstaande woning. Negen woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd. Daarnaast zullen er tien rijwoningen ontwikkeld worden in de categorie betaalbaar. Het overgrote deel van de woningen, namelijke de levensloopbestendige woningen en de rijwoningen in de categorie betaalbaar, voldoet aan de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek. Deze woningen worden gerealiseerd ten behoeve van senioren en starters. De overige woningen drie zullen voornamelijk doorstromers als doelgroep aantrekken. De ontwikkeling voldoet tevens aan de Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek, waarin gesteld wordt dat bij voorkeur plannen worden ontwikkeld voor vervangende nieuwbouw. Met de ontwikkeling wordt voorzien in de realisatie van woningen voor verschillende doelgroepen. Met de bouw van de woningen wordt voorzien in de actuele behoefte aan kwalitatief hoogwaardige woningen in de gemeente Oude IJsselstreek. De nieuw te bouwen woningen creëren inbreiding binnen het bestaand stedelijk gebied. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.

3.3

Milieu- en omgevingsaspecten

3.3.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende aspecten milieu- en omgevingsaspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Om de haalbaarheid van de ontwikkeling aan te tonen, is voor een deel van deze aspecten onderzoek verricht. In de betreffende paragrafen worden de bevindingen uit de onderzoeken nader toegelicht. 3.3.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Algemeen Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is verplicht voor besluiten van de overheid over initiatieven van particulieren of marktpartijen, zoals bij de bouw van woonwijken, de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen. Een m.e.r. kan ook verplicht zijn voor plannen van de overheid, zoals een bestemmingsplan. Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

19

voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). De voornoemde drempelwaarden hebben een indicatief karakter, hetgeen inhoudt dat ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden een (vormvrije) beoordeling dient plaats te vinden of het planvoornemen kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen. Deze beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Hierin worden drie hoofdthema's genoemd 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten': kenmerk van het project; plaats van het project; kenmerken van het potentiële effect. Toetsing Voor de activiteiten en functies die onderhavig bestemmingsplan mogelijk maakt geldt geen directe MER-plicht. Wel geldt er een m.e.r.-beoordelingsplicht, maar omdat de activiteit onder de relevante drempelwaarde blijft, is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht.

Dit betekent dat er een vormvrije m.e.r.-beoordelingsprocedure doorlopen moet worden. Om die reden is een Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Op basis van deze aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen, risico's of negatieve effecten voor gevoelige gebieden te verwachten zijn. Er kan daarom worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapportage. Conclusie Het bestemmingsplan kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld. 3.3.3

Bodem

Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet aangetoond worden dat de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse van het plangebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik.

Toetsing Door Buro Ontwerp en Omgeving is in juni 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 3 bijgevoegd. De conclusies uit het onderzoek worden hierna kort behandeld. In de bovengrond (en sporadisch tot 1 m -mv) is plaatselijk een bijmenging met sporen baksteen aangetroffen. Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal zijn op indicatieve wijze geen asbestverdachte materialen waargenomen. In zowel de bovengrond met bijmenging van sporen baksteen als de zintuiglijk schone bovengrond liggen de gemeten gehaltes PCB en/of PAK boven de achtergrondwaarde. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters in gehaltes boven de achtergrondwaarde gemeten. In het grondwater liggen de gemeten concentraties onder de streefwaarde. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt op basis van het onderzoek geen belemmering voor de herziening van het bestemmingsplan en de voorgenomen woningbouw.

Conclusie

20

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 3.3.4

Geluid

De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door industrie, onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen.

Toetsing Onderhavige ontwikkeling betreft de bouw van 22 nieuwe woningen. Woningen zijn geluidsgevoelige bestemmingen. Het plangebied bevindt zich in een rustige woonwijk en ligt niet in de buurt van de hoofdontsluitingen van Ulft. Voor de omliggende wegen geldt een 30 km/u regime. Voor wegen met een 30 km/u regime is geen onderzoekszone van toepassing en is het ook niet mogelijk om eventuele hogere grenswaarde te verlenen. Gezien de verkeersintensiteiten van de nabijgelegen wegen is er dan ook geen geluidhinder te verwachten op de woningen. Desalniettemin is door Buro Ontwerp & Omgeving in oktober 2022 een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 4. Hieronder worden de conclusies va het onderzoek kort behandeld.

Selectie van geluidsbronnen In de omgeving van de nieuwe woningen bevinden zich wegen. Gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen zijn in de nabijheid van de nieuwe woningen niet aanwezig. Het plangebied ligt dan ook niet in de zones van gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen. Akoestisch onderzoek naar gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen is dan ook niet nodig. De wegen rond de ontwikkeling hebben een 30 km-regime. Formeel geldt voor deze weg volgens de Wgh geen onderzoeksplicht, omdat de maximaal toegestane snelheid 30 km/uur bedraagt. De verkeersintensiteit op doorgaande rijroute (Eksterstraat, Sperwerstraat en Hogeweg) zijn dusdanig hoog dat een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet kan worden uitgesloten. De overige straten zijn woonstraten met een lage verkeersintensiteit. Gezien de lage verkeersintensiteiten is het te verwachten dat de er geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB is. Voor de omliggende woonstraten is dan ook geen akoestisch onderzoek noodzakelijk.

Resultaten De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de omliggende 30 km/u wegen bedraagt 51 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB wordt voldaan. De geluidsbelastingen liggen binnen de geluidsnormen uit de Wgh. Op grond van de Wgh zijn de optredende geluidsbelastingen dan ook acceptabel. Gezien de beperkte schaal van dit plan is het niet mogelijk of wenselijk om effectieve maatregelen te treffen die de geluidsbelastingen terugbrengen tot waarden die lager zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

21

3.3.5

Luchtkwaliteit

Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.

Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden.

Toetsing Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in het plangebied tussen 2020 en 2030. De monitoringstool kent scenario's zonder en met lokale maatregelen die er voor moeten zorgen dat op termijn overal aan de grenswaarden wordt voldaan. Beide typen scenario's laten in de toekomst een afname van de concentraties zien. Dit komt doordat bedrijven en het verkeer steeds schoner worden door technologische verbeteringen. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2020 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en

22

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. In het plangebied worden geen gevoelige functies beoogd zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. 3.3.6

Geur

Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (c.q. het Activiteitenbesluit) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geeft hiervoor geurbelastings- en afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Voor de beoordeling van geurhinder van industriële bedrijven gelden de volgende kaders: Activiteitenbesluit milieubeheer; Handleiding geur van Infomil; Geurbeleid provincie Gelderland. Bij ruimtelijke besluitvorming gaat het erom dat er voor geurhinder voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. het kunnen garanderen van een aanvaardbaar hinderniveau van geurhinder; 2. het niet onevenredig schaden van iemands belangen. Gezien bovenstaande is het nodig om voldoende afstand aan te houden tussen bedrijven en geurgevoelige objecten.

De richtafstanden uit de VNG brochure 'bedrijven en milieuzonering' (2009) zijn hierbij leidend.

Toetsing Onderhavige ontwikkeling betreft de bouw van 22 woningen. In de omgeving van de voorgenomen ontwikkeling bevinden zich geen dierenverblijven van veehouderijen, en daarmee ook geen voor geurhinder van belang zijnde agrarische bedrijven. In de omgeving van het plangebied bevindt zich een industrieterrein. Op dit industrieterrein kunnen zich bedrijven met geur vestigen. Voor het bedrijventerrein wordt voldaan aan de richtafstanden (zie paragraaf 3.3.8). Voor de bedrijven op het bedrijventerrein is meestal het Activiteitenbesluit van toepassing waar ook voorschriften voor geur zijn vastgelegd. Bestaande bedrijven moeten voldoen aan deze voorschriften. In de huidige situatie voldoen de bedrijven aan de voorschriften. Voor bestaande woningen, die dichterbij het bedrijventerrein zijn gelegen dan de te ontwikkelen woningen, is voldaan aan deze regels en deze woningen werken al belemmerend voor mogelijke geurhinderlijke bedrijven. De nieuw te realiseren woningen zijn daarom niet meer belemmerend voor omliggende bedrijven dan de bestaande woningen. Nieuw te vestigen bedrijven op het bedrijventerrein moeten daarnaast ook voldoen aan de voorschriften in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Gezien bovenstaande is er geen sprake van onaanvaardbare geurhinder binnen het plangebied. Er is daarom sprake van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat.

Ook is er geen sprake van belemmering van omliggende bedrijven.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

23

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig plan. Het onderwerp geur vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling. 3.3.7

Externe veiligheid

Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. Het bevoegd gezag wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 160 meter tot zeer kwetsbare objecten. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

24

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik Op grond van het beleid dat in de circulaire is vastgelegd, dient rond iedere opslagplaats voor ontplofbare stoffen een veiligheidsafstand te worden aangehouden tot kwetsbare objecten zoals woningen, kantoren en winkels. Deze veiligheidsafstand moet in het bestemmingsplan worden vastgelegd. In de circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten.

Activiteitenbesluit milieubeheer In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico (PR) als risiconorm.

Vuurwerkbesluit Het Vuurwerkbesluit geeft veiligheidsafstanden voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk.

Toetsing De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 22 woningen in de bebouwde kom van Ulft. Er is hiermee sprake van de realisatie van kwetsbare objecten. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de risicokaart Nederland. De globale ligging van het plangebied is aangeduid met een groen kader.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

25

Uitsnede risicokaart Nederland

Stationaire bronnen In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen stationaire bronnen die een risico vormen voor de ontwikkeling binnen het plangebied.

Mobiele risico bronnen Binnen circa 650 meter van het plangebied liggen twee buisleidingen. De leidingen hebben de volgende kenmerken: Naam leiding

Uitwendige diameter

Werkdruk

Invloedsgebied Groepsrisico

Afstand tot plangebied

N-566-01

12,67 inch

40,00 bar

140 meter

595 meter

N-569-80

8,62 inch

40,00 bar

95 meter

630 meter

Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van het groepsrisico voor de genoemde buisleidingen. Een nadere beoordeling van het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk.

Vervoer gevaarlijke stoffen In en rondom Ulft en Gendringen bevinden zich diverse LPG-tankstations. Deze dienen bevoorraad te worden en het is daarbij aannemelijk dat hiervoor de omliggende provinciale wegen (N817 Oude IJsselweg en de N317 Ulftseweg) voor worden gebruikt. Het transport van LPG valt onder de categorie GF3 (brandbare gassen). Conform de Handleiding risicoanalyse transportroutes, tabel 4-2, heeft GF3 een invloedsgebied (1% letaliteitszone) van 355 meter. De N317 ligt het dichtst bij het plangebied en ligt op circa 500 meter. Daarmee reikt het invloedsgebied niet over het plangebied en is daarmee niet relevant vanuit het oogpunt externe veiligheid. 26

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Eksterstraat" (vastgesteld)

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. 3.3.8

Bedrijven en milieuzonering

Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen afstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies, zoals wonen, is de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geraadpleegd. Hierin worden richtafstanden voor het omgevingstype 'gemengd gebied' als 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied' aanbevolen. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een rustige woonwijk en het buitengebied komen vrijwel geen andere functies voor. De richtafstanden gelden voor een gemiddeld nieuw bedrijf en gaan uit van het gebiedstype 'rustig woongebied'. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap worden verkleind. Een richtafstand van 50 meter is op die manier bijvoorbeeld te verlagen naar 30 meter. In gevallen waarbij het onderdeel gevaar de richtafstand bepaalt, mag dit niet zomaar.

De richtafstanden gelden tussen de grens van de bedrijfsbestemming en de gevel van de voorgenomen woning.

Toetsing De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 22 grondgebonden woningen in de bebouwde kom van Ulft. Gezien de omliggende functies (voornamelijk wonen) is er sprake van een 'rustige woonwijk'. Het plangebied ligt op enige afstand van een industrieterrein. Bedrijvigheid in het plangebied Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De woningen zijn wel gevoelig voor eventuele milieuhinder van bedrijvigheid in de omgeving.

Bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied Naast voorgenoemde toetsing moet onderzocht worden of de functies in het plangebied hinder ondervinden van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied. Er zijn zes functies in de omgeving van het plangebied die eventuele hinder kunnen veroorzaken: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Gezondheidscentrum de Gaarden, Eksterstraat 111; Bedrijven t/m categorie 2 (minimale afstand 30 meter), Bedrijventerrein de Rieze II- B2; Bedrijven t/m categorie 3.2 (minimale afstand 100 meter), Bedrijventerrein de Rieze II- B3b; Bedrijven t/m categorie 4.1 (minimale afstand 200 meter), Bedrijventerrein de Rieze II-B4a; Kinderboerderij, Hogeweg/Schoolstraat/Dr. Schaepmanstraat/Nieuwstraat; Kringloopwinkel Stichting Minimanna Ulft, Kanunnik de Vriesstraat 42.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4542/documents/26088