CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Raadsvoorstel DRU Industriepark.pdf

Raadsvergadering 16 oktober 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 4: DRU Industriepark3.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Datum raadsvergadering

: 16 oktober 2025

Zaaknummer

: 1268903

Onderwerp:

: DRU Industriepark

De raad wordt voorgesteld 1. Aangaan van een leningsovereenkomst tot het omzetten van de huurvorderingen 2024 en 2025 in een langlopende lening van 20 jaar, waarvan de eerste 2 jaar aflossingsvrij en tegen een rente van 3,27%. 2. Toezeggen van jaarlijkse subsidie voor de komende 3 jaar met indexering met betrekking tot de culturele en maatschappelijke activiteiten samenhangend met de prestatieafspraken. 3. Tegemoetkomen aan het verzoek van de Stichting tot het ter beschikking stellen van een overbruggingskrediet, en wel op de volgende wijze: - Aankopen van het Ouhrlokaal voor een bedrag van € 300.000,- (kosten koper), onder nog nader uit te werken voorwaarden en bedingen, en hiervoor een investeringskrediet aan te vragen bij de raad. - € 100.000,- ter beschikking stellen aan de Stichting middels een lening onder dezelfde voorwaarden als genoemd onder beslispunt 1. 4. Thans niet over gaan tot het ophogen van de garantstelling of het aangaan van een lening met Stichting DRU IP anders dan onder beslispunt 1 en beslispunt 3. 5. De inhoud van de conceptovereenkomsten (huurovereenkomst, gebruiksovereenkomst, prestatieafspraken en overkoepelende samenwerkingsovereenkomst) ter kennisgeving aannemen, welke gelden als basis voor de nieuwe afspraken met 1 januari 2026 als ingangsdatum. 6. De inhoudelijke reactie van het college op de aangenomen motie (DRU Vooruit!) d.d. 3 juli jl.

voor kennisgeving aannemen. Aanleiding Stichting DRU Industriepark (hierna: de Stichting) verkeert in financieel zwaar weer. Hierover is de gemeente in september 2024 geïnformeerd. De gemeente heeft de intentie uitgesproken om de Stichting te helpen om het hoofd boven water te houden en heeft daarom gevraagd naar herstelplannen en naar inzicht in de financiën. Er zijn plannen door de Stichting gepresenteerd (herstel- en ontwikkelplan eind 2024 en “DRU Toekomstbestendig” afgelopen mei) en na vele verzoeken is ook inzicht gegeven in financiële huishouding. Ondanks deze plannen en het inzicht zijn er nog steeds vragen onbeantwoord gebleven. Inmiddels is (naast de uitbetaling van de jaarlijkse subsidie) door de Stichting gevraagd om een overbruggingskrediet bedoeld voor de periode tot het eind van dit jaar.

1

De gemeente heeft in het verleden fors geïnvesteerd in de ontwikkeling van het DRU Industriepark (hierna: DRU IP) en is trots op het behoud en de herbestemming van het industrieel erfgoed DRU IP en de activiteiten die er op dit moment georganiseerd worden. De gemeente hecht daarom groot belang aan het DRU IP en het borgen van de continuïteit van het brede dienstenaanbod dat daar plaatsvindt en wil daarom de helpende hand bieden zodat de dienstverlening op het DRU IP kan blijven voortbestaan. Eerder is daarvoor een voorstel ingediend. Dit voorstel is uiteindelijk niet besluitrijp geacht en derhalve niet geagendeerd. Aan de hand van een motie die is aangenomen op 3 juli jl. zijn er door de raad kaders meegegeven aan het college om te komen tot een nieuw voorstel voor het bieden van de helpende hand. Wat wordt met beslissing bereikt Er wordt hulp geboden aan Stichting DRU Industriepark binnen de eerder gestelde kaders vanuit de motie DRU Vooruit!. Argumenten om in te stemmen met voorgestelde beslissing(en) 1.1. Op deze manier worden afspraken vastgelegd om uiteindelijk de openstaande vorderingen te voldoen. Vorderingen waarvan het voor de Stichting op dit moment niet mogelijk is om die op korte termijn in totaliteit te voldoen richting de gemeente.

Het past ook bij de wens van de Stichting om uiteindelijk wel aan al haar verplichtingen te voldoen, het geeft rust in de maatschappelijke discussie omtrent steun en daarnaast ook ruimte en adempauze voor de Stichting die nodig is om te komen tot een stabiele en gezonde organisatie. 1.2. Een leningsovereenkomst wordt vaker gebruikt in situaties waarin maatschappelijke debiteuren hun openstaande vordering niet kunnen voldoen. De inhoud van de overeenkomst betreft gebruikelijke onderwerpen, bijvoorbeeld looptijd, rente en aflossing. Uiteraard wordt er met het bepalen van termijnen ook rekening gehouden met factoren als haalbaarheid. Overigens staat het de debiteur (in dit geval de Stichting) vrij om eerder af te lossen als debiteur dat wenst. 2.1. Niet indexeren van de subsidie leidt tot onevenredige scheefgroei. De kosten voor de Stichting nemen jaarlijks toe (bijvoorbeeld door inflatie). Als de subsidie niet wordt verhoogd door middel van een jaarlijkse index ontstaat er scheefgroei. Dit kan leiden tot een verschraling van het dienstenaanbod. Dat is voor de gemeente een onwenselijk gevolg. Daarom ligt het besluit voor de jaarlijkse subsidie ook jaarlijks te indexeren. De daadwerkelijke verhoging van de subsidie - door toepassing van de jaarlijkse index – wordt jaarlijks meegenomen in de vaststelling van de meerjarenbegroting en de beslissing daartoe is aan uw raad. 2.2.

De Stichting heeft aangegeven in de basis geen hoger subsidiebedrag nodig te hebben. Omdat de Stichting heeft aangegeven in de basis geen hoger subsidiebedrag nodig te hebben wordt voor 2026 als basis voor de subsidie het bedrag aangehouden dat in de voorlopige subsidiebeschikking van 2025 genoemd is (€1.078.824,-) dit vermeerderd met een index conform CPI. De Stichting gaat ervanuit dat naast de subsidie van de gemeente binnen het DRU IP meer inkomsten gegenereerd kunnen worden door het vergroten van het commerciële aanbod en aantrekken van andere fondsen en subsidies. 2.3. Toezegging van subsidie voor de komende 3 jaar geeft de Stichting zekerheid. In de overeenkomsten als ook bij het toekennen van de jaarlijkse subsidie zijn de looptijden op elkaar afgestemd en komen we tegemoet aan de wens van de Stichting om deze gelijk te laten lopen aan de periode die onder ander geldt voor de BIS (Basis InfraStructuur) en het FDK (Fonds PodiumKunsten). Dat is normaliter 2

4 jaar, maar het eerste jaar daarvan (2025) is al voorbij. Vandaar dat ervoor gekozen is om voor de eerste periode van afspraken een termijn te hanteren van 3 jaar, gevolgd door een mogelijkheid tot verlenging met periodes van 4 jaar tenzij de overeenkomsten uiteraard eerder worden beëindigd. De toezegging biedt naast meer zekerheid voor de Stichting ook de mogelijkheid voor de Stichting om te kijken naar andere subsidiemogelijkheden en vormen van cofinanciering. 3.1. Door het verkopen van het Ouhrlokaal aan de gemeente verkrijgt de Stichting een gedeelte van de liquide middelen waar zij om verzocht heeft. De Stichting kan dit deel dat zij verkrijgt aan liquide middelen gebruiken voor het voldoen van haar financiële verplichtingen tot het eind van het jaar. Het kopen van het Ouhrlokaal vraagt van de gemeente weliswaar een investering, maar het eigendom van het onroerend goed komt daardoor op de balans van de gemeente. 3.2. Het Ouhrlokaal blijft binnen de exploitatie van het DRU IP. Het Ouhrlokaal is een wezenlijk onderdeel voor de exploitatie van het DRU IP in totaliteit. Het is dan ook de bedoeling dat de exploitatie ervan binnen het DRU IP blijft.

Het hoort wat de gemeente betreft dan ook binnen de complexmatige verhuur van de rijksmonumenten die de gemeente op het DRU Industriepark in eigendom heeft en wordt na verkrijging meegenomen in de te sluiten huurovereenkomst (beslispunt 6) Bij een eventueel faillissement van de Stichting (of een verkoop door de Stichting aan een derde) zou het eigendom bij een willekeurige derde komen. Dat is voor de gemeente (op dit moment) een onwenselijke situatie. 3.3. Voor de verwerving is een investeringskrediet nodig. Het is aan uw raad te besluiten om de koopsom met de bijbehorende kosten beschikbaar te stellen aan het college om het eigendom van het Ouhrlokaal te kunnen verwerven. 3.4. De lening van € 100.000,- dekt het resterende bedrag van het verzoek aan overbruggingskrediet Door de aankoop van het Ouhrlokaal aan te vullen met een lening van € 100.000, - aan de Stichting komt de gemeente tegemoet aan het bedrag dat de Stichting heeft gevraagd als overbrugging tot het eind van het jaar. Het biedt de Stichting zekerheid als de voorwaarden van de lening gelijk worden gesteld aan de leningsvoorwaarden voor het terugbetalen van de huurvordering. 4.1. Ophogen van de garantstelling of het verstrekken van een lening maakt het risico voor de gemeente groter.

Gelet op de meest recente liquiditeitsprognose (versie augustus) die de gemeente heeft ontvangen van de Stichting is het risico voor de gemeente te groot om op dit moment over te gaan tot ophogen van de garantstelling of het verstrekken van een lening (dit met uitzondering van de leningsovereenkomst als bedoeld onder beslispunt 1 en beslispunt 3). Er is voor nu geen aanleiding om over te gaan tot verhogen van de garantstelling of het verstrekken van een lening, omdat met de verkoop van het Ouhrlokaal aan de gemeente liquide middelen beschikbaar komen voor de Stichting en zij daarmee in de door de Stichting aangegeven liquide behoefte wordt voorzien. Verzoeken voor de toekomst kunnen niet worden uitgesloten en moeten beoordeeld worden op basis van de situatie zoals die zich dan voordoet. 5.1. Het zijn aangescherpte en geactualiseerde afspraken tussen de gemeente en de Stichting. De bestaande afspraken tussen de gemeente en de Stichting (huurovereenkomst, raamovereenkomst en prestatieafspraken) zijn gezamenlijk met de directeuren van de Stichting geactualiseerd. In het geval van de huurovereenkomst en de prestatieafspraken is gebleken dat deze in de basis nog actueel zijn. Wel heeft aanscherping plaatsgevonden ten aanzien van rollen en bijbehorende verantwoordelijkheden en het afleggen van verantwoording. Hiermee ook tegemoetkomend aan de motie van de raad. 3

De raamovereenkomst dateerde van 2013 en bleek inhoudelijk niet meer overeen te komen met de praktijk. Deze is dan ook geactualiseerd, waarbij ook een duidelijker onderscheid gemaakt is tussen gebruik van zalen door de gemeenteraad en gebruik van zalen door de gemeentelijke organisatie. Ook bleek dat er behoefte was aan overkoepelende afspraken tussen de gemeente en de Stichting die meer richting geven aan de manier van samenwerken. Om die reden is er een extra overeenkomst opgesteld met afspraken over onder meer gesprekscycli en financiële verantwoording, op basis waarvan evaluatie kan plaatsvinden. Het komen tot herziene afspraken is ook een dictumpunt in de motie DRU Vooruit!. en een kader om een helpende hand te bieden aan de Stichting. 6.1. De inhoudelijke uitwerking van de motie geeft aan op welke wijze met de punten is omgegaan en waar (on)mogelijkheden zitten. Kanttekeningen a.

Het ontvangen van de openstaande vorderingen blijft een risico voor de gemeente. Uiteraard kan in de huidige situatie niet worden gegarandeerd dat de Stichting de huurkosten alsnog kan voldoen en de lening kan aflossen. De kans op terugbetaling wordt vergroot aangezien de gemeente de Stichting met onderhavig besluit de kans biedt weer financieel gezond te worden. Daarnaast moet worden geconcludeerd dat ingeval van een eventueel faillissement van de Stichting de nog onbetaalde huurinkomsten eveneens verloren zijn. Het risico voor de gemeente verandert door het aangaan van de leningsovereenkomst niet. b. De inhoud van de overeenkomsten is nog niet definitief. Het is afhankelijk van de besluitvorming van zowel het college als de raad of het nodig is om de inhoud van de overeenkomsten daarop aan te passen. Een voorbeeld daarvan is het verwerven van het Ouhrlokaal en de verwerking daarvan in de huurovereenkomst. De overeenkomsten worden daarom in concept aangeboden zodat kennis kan worden genomen van de denkrichting en deze zullen op een later moment definitief ter besluitvorming aan het college worden voorgelegd. Het college zal alsdan de overeenkomsten indachtig het door de raad te nemen besluit (d.d. 16 oktober a.s.) aangaan met de Stichting en de raad daar te zijner tijd van in kennis stellen. c.

Er is een kans dat de Stichting de overeenkomsten na de gemeentelijke besluitvorming niet ondertekent. Vanuit de Stichting zijn daarvoor verschillende redenen aangegeven: - De directeur-bestuurder van de Stichting heeft in gesprek met de wethouder op 11 augustus jl. aangegeven de huur/verhuur rol niet te willen voortzetten in de huidige vorm. In de gezamenlijke brief van de RvT en de directeur-bestuurder van de Stichting d.d. 8 september jl. wordt aangegeven dat zij geen meerwaarde ziet in de verhuurdersrol omdat het de Stichting niets oplevert. Aan de andere kant vraagt ze ook aandacht voor de doorontwikkeling (en daarbij horende parkmanagement). Echter tijdens de gesprekken over de verschillende overeenkomsten en bij het opstellen daarvan, is steeds de huidige situatie het uitgangspunt geweest. Bij het opstellen van de inhoud van de overeenkomsten tijdens (of met input vanuit) de inhoudelijke sessies is er uitgegaan van voortzetting van de huidige situatie namelijk dat de Stichting blijft huren wat zij nu huurt, het dienstenaanbod op het park continueert en dat de raad vergadert in de conferentiezaal van het Portiersgebouw.

Bij aanvang van de inhoudelijke sessies voor het onderdeel fysiek om te komen tot een geactualiseerde huurovereenkomst is nog kort overwogen of erfpacht tot de mogelijkheden zou behoren, maar is geconcludeerd dat dit niet wenselijk is gelet op de huidige financiële situatie van de Stichting. Deze verschillende houdingen die de Stichting inneemt zijn tegenstrijdig. Voor de gemeente blijft daarmee onduidelijkheid bestaan over de ambities van de Stichting en de gevolgen die daarmee samenhangen voor de

4

overeenkomsten. In de beleving van de gemeente behoren zowel het ‘groter’ als het ‘kleiner’ worden bij plan B, zoals verwoord in de motie DRU Vooruit! en wordt daarmee dus later uitgewerkt. - Door de Stichting is aangegeven dat zij de huidige huurconstructie niet wil en kan continueren als de huursom gelijk blijft aan hetgeen nu wordt gehanteerd. Ten aanzien van dit punt is in overleg met de Stichting ervoor gekozen een waardebepaling te laten maken, waarbij ook de keus voor de taxateur in overleg met de Stichting is bepaald. Op basis van de waardebepaling stelt de gemeente zich op het standpunt dat op dit moment een redelijke (maatschappelijke) huursom wordt gerekend en is er geen aanleiding om de huidige huurprijs te verlagen. De onderbouwing die de Stichting heeft aangeleverd geeft eveneens voor de gemeente geen aanleiding om de huidige huur te verlagen. - De Stichting heeft in de laatste inhoudelijke sessie aangegeven dat het ondertekenen van de overeenkomsten enkel aan de orde is als het totaalpakket aan besluiten door het college en de raad voor hen passend is. d. De Stichting heeft aangegeven de jaarlijkse subsidie graag volledig betaald te zien in januari van het betreffende subsidiejaar. Dit levert een risico op voor de gemeente, aangezien op dat moment nog geen cijfers van dat voorliggend jaar bekend zijn. De wens van de Stichting is echter ook begrijpelijk.

De theaterseizoenen voor programmering lopen niet gelijk aan kalenderjaren (en daarmee de jaren voor de subsidie), maar de Stichting dient in het voren wel verplichtingen aan te gaan voor haar dienstenaanbod. Daarnaast wordt de Stichting door de volledige uitkering in januari te voldoen in de gelegenheid gesteld fluctuaties op vangen. e. De koopprijs die de gemeente bereid is te betalen voor het Ouhrlokaal ligt boven het waarde-advies. Er is ten aanzien van het Ouhrlokaal een waardebepaling uitgevoerd die uitkomt op een bedrag van € 245.000,-). Het is het de gemeente echter waard om een koopsom te bieden die hoger ligt. Immers is een taxatiewaarde/waardebepaling niet altijd gelijk aan de marktwaarde (gebaseerd op vraag en aanbod), speelt er nog een stukje goodwill van de locatie mee, maar het belangrijkste is de ensemble-gedachte om ervoor te zorgen dat het eigendom van de gebouwen voor het DRU Industriepark bij 1 partij in eigendom is. De aankoop is voor de gemeente daarmee ook strategisch van aard. Doordat de koopsom hoger ligt dan de waardebepaling levert dit voor de gemeente een risico op, maar doordat het Ouhrlokaal in het bezit komt van de gemeente is het risico kleiner dan wanneer volledig aan de door de Stichting aangegeven liquide behoefte wordt voldaan middels een lening of garantstelling.

Tegenover de koopsom staat in ieder geval ook de waarde van het onroerend goed op de balans. f. Voor de koop van het Ouhrlokaal is zijn de voorwaarden nog niet nader uitgewerkt. Daaraan wordt op dit moment gewerkt. Daarnaast is er voor de levering nog een notariële akte van levering nodig. De koopsom (of een deel daarvan) kan bij wijze van voorschot worden voldaan. g. Er bestaat een risico dat de levering van het Ouhrlokaal moet worden teruggedraaid door de curator in geval de Stichting alsnog failliet gaat. Dit op basis van zogeheten Paulianeus handelen. De curator heeft de wettelijke mogelijkheid rechtshandelingen terug te draaien die hebben plaatsgevonden door de partij die failliet is verklaard, een en ander voorafgaand aan het faillissement en waardoor schuldeisers worden benadeeld. In deze casus is de gemeente echter de wederpartij in de rechtshandeling (koop van het Ouhrlokaal) en ook de grootste schuldeiser. Daarnaast is de vraag of er sprake is van onrechtmatig verminderen van het vermogen van de Stichting, immers is de gemeente bereid een koopprijs te betalen die boven getaxeerde waarde ligt. Kosten, baten, dekking Leningsovereenkomst

5

Door de huurvorderingen van 2024 en 2025 om te zetten in een langlopende lening à 3,27% rente met een duur van maximaal 20 jaar, verlopen de rente kosten en opbrengsten voor de gemeente over die periode budgettair neutraal. Aangezien de te betalen rente door de stichting, gelijk is aan de rente die wij op dit moment zouden betalen voor eenzelfde langlopende lening bij de BNG-Bank. Dit geldt ook voor de lening van € 100.000 uit beslispunt 3. De huurvorderingen en de lening van € 100.000,- leveren voor de gemeente een risico op, namelijk dat de leningen uiteindelijk niet terug kunnen worden betaald. Huurovereenkomst: De inkomsten van de huur blijven in de basis gelijk. Bij aankoop van het Ouhrlokaal en het opnemen van dit gebouw in de huurovereenkomst dient de huursom daarop te worden aangepast. Prestatieovereenkomst en jaarlijkse subsidie: De prestatieovereenkomst heeft op zich geen financiële consequenties. De prestatieovereenkomst hangt samen met de jaarlijkse subsidie. In de basis blijft het financiële gevolg hiervan gelijk voor de gemeente. De wijziging voor dit punt zit in het jaarlijks indexeren van de subsidie. De index wordt jaarlijks vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Gebruiksovereenkomst: De gebruiksovereenkomst is een actualisatie en vernieuwing van de afspraken die in de huidige Raamovereenkomst uit 2013 vastliggen met betrekking tot het gebruik door uw gemeenteraad en gebruik door de gemeentelijke organisatie. In de nieuwe afspraken voor het gemeentelijk gebruik wordt het feitelijk gebruik wekelijks gefactureerd. Deze kosten worden gedekt uit de reguliere budgetten voor externe vergaderlocaties. De nieuwe afspraken voor het gebruik door uw gemeenteraad worden jaarlijks op basis van het vergaderschema van de gemeenteraad en de vastgestelde tarieven (met een jaarlijkse indexatie) bepaald. Op basis van de tarieven 2025 en de verwachte indexatie voor 2026 (2,6%) leidt dit voor 2026 tot een jaarbedrag van € 140.500,- dat door de gemeente in 10 gelijke termijnen van € 14.050,- wordt voldaan. Dit bedrag is ongeveer € 10.000,- (op jaarbasis) meer dan thans voor het gebruik door de gemeente wordt betaald. Daarbij moet worden opgemerkt dat het gebruik verschraald is ten opzichte van de oorspronkelijke afspraken. Gebruik door de gemeentelijke organisatie zal op basis van daadwerkelijk gebruik worden gefactureerd en moeten worden verantwoord in de betreffende budgetten. De kosten voor het gebruik door de gemeenteraad worden gedekt uit het reguliere budget gereserveerd voor de DRU (6053002).

Aankoop Ouhrlokaal: De verwerving van het Ouhrlokaal is een investering. Daarvoor is het aan de raad om een investeringskrediet beschikbaar te stellen ter hoogte van de aankoopsom en de bijbehorende kosten koper. Dit levert voor de gemeente rente- en afschrijvingslasten op (kapitaallasten). Gelet op het feit dat het om een appartementsrecht gaat betekent dit dat er van de gemeente ook een bijdrage wordt verwacht in investeringen voor de appartementsrechten in het totale gebouw zijnde bestemd als gemeenschappelijke ruimtes. Daarnaast moet het onderhoud aan het Ouhrlokaal worden opgenomen in het gebouwenbeheer van de gemeente en moeten investeringen voor onderhoud worden opgenomen in de daarvoor bestemde MJOP. Tegenover de kosten staat de waarde van het onroerend goed op de balans van de gemeente en eventuele huurinkomsten.

Uitvoering Planning

6

Na besluitvorming: worden de overeenkomsten (huur, gebruik, overkoepelende samenwerking en prestatie) aangepast op de genomen besluiten; wordt gezorgd voor een leveringsakte voor het Ouhrlokaal in samenspraak met de Stichting en een te bepalen notaris; wordt vanuit financiën gezorgd voor een leningsovereenkomst voor de onbetaalde huursommen 2024 en 2025 en € 100.000,Personeel N.v.t. Communicatie/participatie De besluiten worden met de Stichting gecommuniceerd. In overleg met team communicatie is op basis van het collegevoorstel een persbericht opgesteld. Evaluatie/verantwoording De overeenkomsten worden (na ondertekening) bij de gemeente geregistreerd in contractbeheer. Van de akte van levering wordt een afschrift ingeschreven in openbare registers voor de dienst van het kadaster. Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.

concept huurovereenkomst concept gebruiksovereenkomst concept prestatieafspraken concept overkoepelende samenwerkingsovereenkomst inhoudelijke reactie college op motie DRU Vooruit!

Burgemeester en wethouders,

Ron Frerix Secretaris

Laura Werger Burgemeester

Raadsvergadering d.d. ☐

conform voorstel

☐

zonder hoofdelijke stemming

☐

met algemene stemmen

☐

……stemmen voor……stemmen tegen

☐

aangenomen

☐

aangenomen met amendement…………

☐

aangehouden

☐

verworpen 7

☐

ter vergadering uitgereikt bij agendapunt

☐

in handen van B&W gesteld

☐

opmerkingen/toezeggingen……………….

☐

……………………………………………….

8

Raadsvergadering d.d. 16 oktober 2025

De raad van de gemeente Oude IJsselstreek,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 september 2025

BESLUITEN: 1. Aangaan van een leningsovereenkomst tot het omzetten van de huurvorderingen 2024 en 2025 in een langlopende lening van 20 jaar, waarvan de eerste 2 jaar aflossingsvrij en tegen een rente van 3,27%. 2.

Toezeggen van jaarlijkse subsidie voor de komende 3 jaar met indexering met betrekking tot de culturele en maatschappelijke activiteiten samenhangend met de prestatieafspraken.

3.

Tegemoetkomen aan het verzoek van de Stichting tot het ter beschikking stellen van een overbruggingskrediet, en wel op de volgende wijze: - Aankopen van het Ouhrlokaal voor een bedrag van € 300.000,- (kosten koper), onder nog nader uit te werken voorwaarden en bedingen, en hiervoor een investeringskrediet aan te vragen bij de raad. - € 100.000,- ter beschikking stellen aan de Stichting middels een lening onder dezelfde voorwaarden als genoemd onder beslispunt 1.

4.

Thans niet over gaan tot het ophogen van de garantstelling of het aangaan van een lening met Stichting DRU IP anders dan onder beslispunt 1 en beslispunt 3.

5.

De inhoud van de conceptovereenkomsten (huurovereenkomst, gebruiksovereenkomst, prestatieafspraken en overkoepelende samenwerkingsovereenkomst) ter kennisgeving aannemen, welke gelden als basis voor de nieuwe afspraken met 1 januari 2026 als ingangsdatum.

6.

De inhoudelijke reactie van het college op de aangenomen motie (DRU Vooruit!) d.d. 3 juli jl. voor kennisgeving aannemen.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek in zijn openbare vergadering van 16 oktober 2025

de griffier, M.B.J. Looman de voorzitter,

9

L. Werger

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4949/documents/32135