CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage Quickscan flora en fauna door Elsken Ecologie.pdf

Raadscommissie gecombineerd 16 april 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 8: TAM-omgevingsplan “Buitengebied, locatie Kroezendijk t o 5, Sinderen”3.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Quickscan perceel Kroezendijk, Sinderen

In opdracht van: Asra-Advies 13/05/2025

Colofon Tekst en fotografie:

​

T. Kesselaar

Kwaliteitscontrole:​

​

D. van der Elsken

Productie:

​

Elsken Ecologie

​ ​

Adres:​

​ Oorgat 74 ​

1135 CT, Edam

​

​

tobias@elskenecologie.nl

Contactnummer:​ ​

​

+31 640184099

Opdrachtgever:

​

Asra-Advies

Email:​

​

Datum uitgave: Plaats:

​ ​

​ 13 mei 2025 ​ Amsterdam

Copyright © 2025 Elsken Ecologie. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, in geautomatiseerde bestanden opgeslagen en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Elsken Ecologie. In overeenstemming met artikel 15a van het Nederlandse auteursrecht is het toegestaan delen van deze publicatie te citeren, daarbij gebruik makend van een duidelijke referentie naar deze publicatie. Aansprakelijkheid Hoewel uiterste zorg is besteed aan de inhoud van deze publicatie, aanvaardt Elsken Ecologie geen enkele aansprakelijkheid voor onvolledigheid, onjuistheid of de gevolgen daarvan. Gebruik van de inhoud van deze publicatie is voor de verantwoordelijkheid van de gebruiker.

1

Inhoudsopgave

​

​

Samenvatting..........................................................................................................................3 1. Aanleiding........................................................................................................................... 4 1.1 Doelstelling...................................................................................................................4 1.2 Literatuuronderzoek..................................................................................................... 4 1.3 Veldbezoeken...............................................................................................................4 2. Beschrijving Plangebied en voorgenomen werkzaamheden.........................................5 3. Wettelijk kader.................................................................................................................. 13 3.1 Gebiedsbescherming................................................................................................. 13 3.1.1 Natuurnetwerk Nederland....................................................................................... 13 3.1.2 Natura 2000.............................................................................................................13 4. Soortbescherming...........................................................................................................

14 4.1 Vaatplanten................................................................................................................ 14 4.2 Reptielen & amfibieën................................................................................................ 14 4.3 Vissen.........................................................................................................................15 4.4 Vogels.........................................................................................................................15 4.5 Vlinders...................................................................................................................... 15 4.6 Libellen....................................................................................................................... 16 4.7 Zoogdieren................................................................................................................. 16 4.7.1 Muizen............................................................................................................... 16 4.7.2 Marterachtigen.................................................................................................. 16 4.7.3 Vleermuizen...................................................................................................... 17 5.

Gebiedsbescherming.......................................................................................................18 5.1 Natuurnetwerk Nederland en het plangebied.............................................................18 5.2 Natura-2000 gebieden en het plangebied.................................................................. 18 6. Zorgplicht..........................................................................................................................20 Conclusies & aanbevelingen.............................................................................................. 21 Literatuur.............................................................................................................................. 22 Internet.................................................................................................................................. 22

2

Samenvatting Met oog op de wens tot het omvormen van schuur naar woning aan de Kroezendijk te Sinderen, staan voor de nabije toekomst ruimtelijke ingrepen gepland. Volgens nationale en internationale regelgeving is de initiatiefnemer verplicht voor de ingrepen onderzoek te doen naar het (eventuele) voorkomen van beschermde flora en fauna. Dit om te toetsen of de ruimtelijke ingrepen een zogeheten ‘flora- en fauna-activiteit' onder de Omgevingswet betreffen om daarmee negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden aan te tonen of uit te sluiten. Aan de Kroezendijk in Sinderen wordt een agrarische schuur omgevormd tot een woning. Hiervoor wordt het omliggende weiland ingericht als natuur, conform gemeentelijk beleid dat extra verstening alleen toestaat bij landschappelijke kwaliteitsverbetering. De herinrichting versterkt hierbij de biodiversiteit en draagt bij aan het herstel van het kleinschalige kampenlandschap. Verblijfplaatsen en/of leefgebied van beschermde vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen worden niet negatief beïnvloed door de werkzaamheden die worden verricht in het plangebied en kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten op basis van de fysieke kenmerken en/of ligging van het plangebied. Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten.

Het plangebied ligt niet nabij een Natura 2000-gebied en er worden geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen verwacht. Een uitgebreide toetsing in het kader van de Omgevingswet is daarom niet nodig. Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot zijn in deze rapportage/toets niet meegenomen. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.

3

1. Aanleiding Met oog op de wens tot het omvormen van schuur naar woning aan de Kroezendijk te Sinderen, staan voor de nabije toekomst ruimtelijke ingrepen gepland. Volgens nationale en internationale regelgeving is de initiatiefnemer verplicht voor de ingrepen onderzoek te doen naar het (eventuele) voorkomen van beschermde flora en fauna. Dit om te toetsen of de ruimtelijke ingrepen een zogeheten ‘flora- en fauna-activiteit' onder de Omgevingswet betreffen. En daarmee om negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden aan te tonen of uit te sluiten.

1.1 Doelstelling Door middel van een literatuurstudie en een veldbezoek zal deze quickscan de volgende vragen beantwoorden: 1.​ Betreft de ruimtelijke ingreep een flora- en fauna-activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet? 2.​ Welke beschermde soorten komen er (potentieel) voor in het plangebied? 3.​ Welke negatieve effecten kan de (potentieel) aanwezige flora en fauna ondervinden van de ingreep? 4.​ Is er gezien de effecten van de ingreep sprake van een overtreding van de Omgevingswet? 5.​ Welke gebieden met gebiedsbescherming, zoals Natuurnetwerk Nederland en Natura-2000, zijn in de nabijheid van het projectgebied aanwezig en kunnen negatieve effecten op deze gebieden worden uitgesloten?

1.2 Literatuuronderzoek Het literatuuronderzoek is uitgevoerd door T. Kesselaar van Elsken Ecologie. Door middel van dit onderzoek is gekeken welke beschermde flora, fauna en beschermde gebieden er in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Daarvoor is gebruikgemaakt van verspreidingsatlassen, natuurdatabanken en is er gezocht naar bestaande onderzoeksrapporten.

1.3 Veldbezoeken Het veldbezoek is afgelegd op 6 mei 2025 door T. Kesselaar van Elsken Ecologie. Voorafgaand aan het veldbezoek is de ruimtelijke ontwikkeling besproken om zo een beeld te vormen van de (eventuele) impact op beschermde natuur. Tijdens het bezoek zijn de aanwezige structuren, ecotopen en de (mogelijk) aanwezige flora en fauna geïnventariseerd. Aan de hand van het vooraf uitgevoerde literatuuronderzoek is middels een zogenaamde “expert judgement” een inschatting gemaakt van de (potentieel) aanwezige beschermde natuur, flora en fauna. In dit rapport zijn de (mogelijke) negatieve effecten van de werkzaamheden getoetst aan de Omgevingswet en de daarin verwoorden flora- en fauna-activiteiten.

4

2. Beschrijving Plangebied en voorgenomen werkzaamheden Het literatuuronderzoek is uitgevoerd door T. Kesselaar. Op basis hiervan is via een zogenoemde expert judgement een inschatting gemaakt van de (potentieel) aanwezige beschermde flora, fauna en natuurwaarden. In dit rapport zijn de mogelijke negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden getoetst aan de Omgevingswet, specifiek aan de daarin opgenomen bepalingen voor flora- en fauna-activiteiten. Binnen het plangebied aan de Kroezendijk in Sinderen is het voornemen om een bestaande agrarische schuur te transformeren tot een woning. Om deze functiewijziging mogelijk te maken, wordt het omliggende agrarische perceel (momenteel bestaande uit weidegrond) omgevormd tot natuur. Deze herinrichting sluit aan bij het ruimtelijk beleid van de gemeente Oude IJsselstreek, waarin staat dat extra verstening in het buitengebied slechts is toegestaan als er sprake is van een kwaliteitsimpuls voor het landschap. Het plangebied bestaat uit een voormalig agrarisch erf met een eenvoudige, open inrichting. Vanaf de noordkant van het perceel wordt de oprit aan beide kanten begrensd door meidoorn en staat aan de noordoostkant een stukje weide met enkele solitaire bomen (afb. 4 & 5). Centraal op het perceel staat een grote schuur, omgeven door erfverharding en kort gemaaid grasland (afb. 6 & 7).

In het midden van het grasland staan drie eiken dicht bij elkaar, met verspreid enkele solitaire bomen (afb. 8). Aan de zuidzijde bevindt zich een kunstmatige vijver met daarachter een houtopstand, die enige beschutting biedt in het verder open terrein. Rond vrijwel het gehele perceel loopt een houtwal of houtige erfafscheiding, opgebouwd uit jonge bomen en struiken. Deze elementen bieden enige structuur en afscherming, maar sluiten momenteel nog niet volledig aan op het kleinschalige kampenlandschap dat typerend is voor de regio. Om aan de landschappelijke eisen te voldoen en een kwaliteitsimpuls te realiseren, wordt het erf heringericht als natuurgebied met een duidelijke landschappelijke inpassing. De maatregelen richten zich op het versterken van de biodiversiteit, het verbeteren van natuurwaarden en het visueel verankeren van het erf in de omgeving. De herinrichting omvat onder andere: ●​ Het inzaaien van een kruidenrijke vegetatie met inheemse soorten, ter verbetering van bodemstructuur en biodiversiteit.​ ●​ De aanleg van een hoogstamboomgaard van circa 3.500 m² aan de noordzijde, met oude, streekeigen fruitrassen uit de Rossel Collectie.

Onder de fruitbomen komt een bloemrijk kruidenmengsel; er worden nestkasten geplaatst voor soorten als de steenuil.​ ●​ De aanleg van een nieuwe poel met ruigtevegetatie aan de zuidzijde, gericht op soorten als de kamsalamander en kleine watersalamander.​ ●​ Uitbreiding van de bestaande houtige beplanting met houtsingels van zoomvegetatie, die beschutting, voedsel en verbindingsroutes bieden voor vogels, insecten en kleine fauna.​

5

●​ Aanplant van meerdere solitaire bomen in het centrale grasland voor meer visuele structuur en ecologische waarde.​ ●​ Versterking van de bestaande meidoornhaag langs de wegzijde.​

Gezamenlijk dragen deze maatregelen bij aan het herstel van het kleinschalige landschap en verbeteren ze het leefgebied van karakteristieke soorten als de geelgors, grauwe klauwier, steenuil en diverse amfibieën en insecten.

Afb. 1: Locatie van het plangebied gelegen aan de Kroezendijk te Sinderen (rood). Bron: Atlasleefomgeving.nl.

6

Afb. 2: Ligging van het plangebied t.o.v. de omgeving (rood). Bron: Atlasleefomgeving.nl.

Afb. 3: Ligging van de schuur en oprit.

7

Afb. 4: Perceel deel waar nieuwe hoogstamboomgaard zal worden aangeplant.

Afb. 5: Perceel deel waar nieuwe hoogstamboomgaard zal worden aangeplant.

8

Afb. 6: Achterkant van de schuur op het perceel.

Afb. 7: Weidegrond met achterkant van de schuur.

9

Afb. 8: Weide aan de achterkant van de schuur.

Afb. 9: Weide met 3 eiken in het midden van het perceel.

10

Afb. 10: Vijver aan de zuidkant van het perceel.

Afb. 11: Houtopstand aan de zuidkant van het perceel.

11

Afb. 12: Situatieschets van nieuw landschappelijk ontwerp.

12

3. Wettelijk kader De ruimtelijke ingrepen zoals in dit rapport zijn beschreven zijn middels een literatuurstudie en in het veld getoetst aan geldende wetgevingen omtrent de natuur. Vanaf 2024 allen geschaard onder de Omgevingswet. Hierin is de soortbescherming alsmede bescherming van gebieden opgenomen. Activiteiten waarbij schade wordt gedaan aan beschermde flora en fauna zijn krachtens deze wet verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Deze quickscan is erop gericht om te bepalen of er sprake is van een flora- en fauna-activiteit zoals beschreven in de Omgevingswet en/of er sprake is van negatieve effecten voor onder de Omgevingswet beschermde soorten en/of gebieden.

3.1 Gebiedsbescherming Bij het plannen en uitvoeren van projecten in Nederland is het essentieel om rekening te houden met gebiedsbescherming zoals Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze gebieden zijn essentieel voor het behoud van biodiversiteit en natuurwaarden en zijn wettelijk beschermd. Hieronder volgt een overzicht van beide netwerken.

3.1.1 Natuurnetwerk Nederland Deze quickscan is bedoeld om te onderzoeken of de geplande ingrepen een negatief effect hebben op de wezenlijke waarden van het Natuurnetwerk Nederland dan wel dat aanvullend onderzoek nodig is om de effecten van de ruimtelijke ingrepen op het Natuurnetwerk Nederland te toetsen.

3.1.2 Natura 2000 Deze quickscan is bedoeld om te onderzoeken of de geplande ruimtelijke ontwikkelingen een negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van Natura-2000 gebieden. Of dat er aanvullend onderzoek nodig is om de effecten van de geplande ingrepen op een Natura-2000 gebied te beoordelen. Eventuele stikstofberekeningen voortkomend uit de bouw- en gebruiksfase en hun effecten op Natura-2000 gebieden zijn niet meegenomen in deze rapportage.

13

4. Soortbescherming Het is cruciaal om de soorten die in en rondom het projectgebied voorkomen en hun beschermingsstatus te begrijpen, zodat er bij de uitvoering van het project voldoende maatregelen kunnen worden genomen om hun leefgebieden te behouden en verstoring te minimaliseren. Hieronder volgt een gedetailleerde beschrijving van mogelijke beschermde soorten per groep die in de directe omgeving van het projectgebied wel of niet kunnen voorkomen. Onderzoeksmethodiek wordt vermeld wanneer verder onderzoek naar het voorkomen van de soort(en) is genoodzaakt.

4.1 Vaatplanten De maatregelen die binnen het plangebied worden uitgevoerd, hebben geen negatieve gevolgen voor beschermde vaatplanten. De werkzaamheden vinden uitsluitend plaats op locaties die momenteel bestaan uit grasvegetatie of ruigte, met soorten die kenmerkend zijn voor voedselrijke, stikstofhoudende bodems. Tijdens het veldbezoek zijn indicatorsoorten waargenomen zoals brandnetel (Urtica dioica) en andere stikstofminnende kruiden, wat erop wijst dat het hier gaat om een verruigde, eutrofe vegetatie. Binnen dergelijke omstandigheden is het voorkomen van zeldzame of beschermde vaatplanten zeer onwaarschijnlijk. Bovendien worden er geen bodemingrepen uitgevoerd in kwetsbare of soortenrijke vegetaties en is er geen sprake van kap of verstoring van bijzondere biotopen. De geplande maatregelen, zoals de aanleg van houtsingels, een poel, boomgaard en solitaire bomen, dragen juist bij aan een geleidelijke overgang naar een gevarieerder, ecologisch rijker landschap, waarin inheemse flora op termijn beter tot ontwikkeling kan komen. Hierdoor is er geen negatieve impact op beschermde vaatplanten te verwachten en wordt de ecologische waarde van het gebied op lange termijn versterkt.

4.2 Reptielen & amfibieën Binnen het plangebied worden geen negatieve effecten verwacht op de soortgroepen reptielen en amfibieën. Reptielen worden op basis van verspreidingsgegevens en terreinkenmerken niet in het plangebied verwacht. Het gebied ligt in een regio waar reptielen van nature nauwelijks voorkomen, en het terrein bevat geen geschikte microhabitats zoals zonnige, droge of beschutte plekken met ruigte of stenige structuren. Het huidige gebruik (begrazing, vochtige grasvegetatie) en de voorgenomen werkzaamheden bieden geen aanleiding om negatieve effecten op deze soortgroep aan te nemen. Voor de amfibieën geldt dat het plangebied reeds een bestaande poel bevat die potentieel geschikt is als voortplantings- of rustgebied voor soorten zoals de kleine watersalamander of de kamsalamander, die regionaal bekend zijn. Deze poel blijft volledig behouden en er worden geen ingrijpende werkzaamheden aan of rondom de vijver uitgevoerd. Daarnaast wordt in het kader van de landschappelijke inpassing een nieuwe paddenpoel gerealiseerd in een laaggelegen deel van het perceel. Deze poel zal worden ingericht met

14

een flauw aflopende oever en omringd worden met ruigtevegetatie, waarmee geschikte omstandigheden voor amfibieën worden gecreëerd. Ook worden houtsingels en kruidenrijk grasland aangelegd, wat bijdraagt aan geschikte landbiotopen. Op basis van de aard van de werkzaamheden, de inrichting van het terrein en de versterking van aanwezige landschapselementen wordt geconcludeerd dat het plangebied geschikter wordt voor amfibieën. Daarnaast worden er geen negatieve effecten op beschermde amfibieën of reptielen verwacht.

4.3 Vissen Er worden geen ingrepen aan wateren gedaan. De negatieve invloed op vissen mag daarom worden uitgesloten.

4.4 Vogels Tijdens de quickscan zijn op het erf huismussen (Passer domesticus) waargenomen. Deze soort maakt vermoedelijk gebruik van de aanwezige bebouwing, waaronder de bestaande schuur, als nest- en rustlocatie. Hoewel huismussen onder de soortbescherming van de Omgevingswet vallen, geldt dat de bestaande schuur in stand blijft en niet zal worden aangepast of gesloopt. Hierdoor worden de nestplaatsen niet aangetast en kunnen negatieve effecten op deze soort worden uitgesloten. Het omliggende weiland wordt op dit moment begraasd door schapen en is relatief open en intensief in gebruik, waardoor het terrein ongeschikt is als broedgebied voor weidevogels zoals grutto, kievit of tureluur. De korte grasmat en beperkte rust maken het terrein niet aantrekkelijk voor deze soortgroep. Met het oog op de voorgenomen landschappelijke inpassing wordt het terrein deels omgevormd tot natuur, met onder andere de aanplant van struiken, meidoornhagen, houtsingels en solitaire bomen. Deze ingrepen dragen bij aan het ontstaan van een meer gevarieerd vegetatiestructuur en bieden nestgelegenheid en dekking voor soorten die broeden in struweel en zoomvegetatie, zoals geelgors, kneu, heggenmus en mogelijk grauwe klauwier. Er worden geen negatieve effecten op beschermde vogelsoorten verwacht. De geplande maatregelen dragen juist bij aan een verbetering van het leefgebied voor diverse vogelsoorten.

4.5 Vlinders Binnen het plangebied worden diverse ingrepen uitgevoerd in het kader van landschappelijke inpassing, waaronder de aanleg van een boomgaard, houtsingels, een poel en kruidenrijke vegetatie. Deze werkzaamheden vinden echter uitsluitend plaats op bestaand grasland of ruigte, en hebben geen betrekking op geschikte waardplanten of houtige waardbomen van beschermde dagvlindersoorten. Daarnaast wordt het perceel momenteel begraasd, wat zorgt voor een homogene en

15

kortgehouden vegetatie, weinig geschikt voor vlinders in het algemeen. Door het aanleggen van kruidenrijk grasland, ruigtezones en bloemrijke ondergroei in de boomgaard ontstaat er op termijn een gunstiger leefgebied voor algemene vlindersoorten, zoals klein geaderd witje, dagpauwoog en atalanta. Gezien het ontbreken van geschikte waardplanten en -structuren in het huidige beheer en het feit dat de geplande werkzaamheden de vegetatiestructuur verfijnen en versterken, worden negatieve effecten op beschermde vlindersoorten uitgesloten. Er is eerder sprake van ecologische winst voor insecten, waaronder vlinders en bijen.

4.6 Libellen Binnen en nabij het plangebied zijn wel geschikte wateren aanwezig, waaronder een bestaande poel die potentieel gebruikt kan worden door algemene of beschermde libellensoorten. Deze poel blijft echter volledig behouden en wordt niet aangepast of verstoord tijdens de werkzaamheden. Er zijn daarnaast geen ingrepen voorzien in bestaande beplanting of structuur die als belangrijke jacht- of rustzone voor libellen functioneert. Bovendien wordt een nieuwe paddenpoel gerealiseerd in een laaggelegen deel van het perceel, omgeven door ruigtevegetatie en kruidenrijk grasland. Deze poel biedt op termijn extra voortplantings- en leefgebied voor libellensoorten, waaronder mogelijk ook soorten met een beschermde status onder de Omgevingswet. Gezien het feit dat bestaande geschikte wateren behouden blijven en het leefgebied juist wordt uitgebreid, worden negatieve effecten op beschermde libellensoorten uitgesloten. Er is eerder sprake van een verbetering van het leefgebied voor libellen en andere watergebonden insecten.

4.7 Zoogdieren 4.7.1 Muizen Het plangebied bevindt zich in een ongeschikte omgeving voor beschermde grondgebonden muizen die in de regio voorkomen (waterspitsmuis en noordse woelmuis). Er ontbreekt een geschikte biotoop, waaronder een vochtige tot natte bodem met een dichte vegetatie van riet en gras.

4.7.2 Marterachtigen Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of geschikte structuren aanwezig voor beschermde marterachtigen zoals steenmarter (Martes foina), boommarter (Martes martes), bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis). Het terrein bestaat hoofdzakelijk uit open, begraasd grasland zonder houtwallen, stallen, dichte ruigtes of opgaande begroeiing die van belang zijn als dekking, nestgelegenheid of verbindingszone voor deze soorten. De geplande herinrichting van het perceel omvat onder meer de aanleg van houtsingels,

16

ruigtezones, een boomgaard en solitaire bomen. Deze maatregelen zorgen voor meer landschappelijke structuur en schuilmogelijkheden, waardoor het terrein op termijn geschikter wordt als leefgebied voor kleine marterachtigen, zoals wezel en hermelijn. Aangezien er geen bestaande verblijfplaatsen worden aangetast of verwijderd, worden negatieve effecten op marterachtigen uitgesloten, en is er eerder sprake van ecologische versterking voor deze soortgroep.

4.7.3 Vleermuizen De omgeving van het plangebied ligt in een kleinschalig agrarisch landschap met erfbeplanting, lintbebouwing en watergangen, en is daarmee in bredere zin geschikt als leefgebied voor vleermuizen. Binnen het plangebied bevinden zich enkele bomen die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats, bijvoorbeeld door aanwezigheid van spleten of holtes. Er worden echter geen werkzaamheden uitgevoerd aan deze bomen. Ook de bestaande schuur, die mogelijk geschikt is voor gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis, blijft volledig behouden en wordt niet aangepast of gesloopt. Hierdoor worden eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen niet verstoord of aangetast. De geplande werkzaamheden vinden uitsluitend plaats op het open grasland binnen het perceel. Hoewel dit deel momenteel beperkt geschikt is als foerageergebied, zal de aanleg van houtsingels, solitaire bomen en een poel leiden tot verbetering van de ruimtelijke structuur en insecten aanbod, wat op termijn het functionele gebruik door vleermuizen mogelijk versterkt. Op basis van de aard van de werkzaamheden en het behoud van potentiële verblijfplaatsen worden negatieve effecten op vleermuizen uitgesloten.

5. Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 zijn wettelijk beschermde natuurgebieden.

17

Hieronder volgt daarom een beschrijving van de ligging van het plangebied t.o.v. deze natuurgebieden en de effecten die de werkzaamheden in het plangebied hier op hebben.

5.1 Natuurnetwerk Nederland en het plangebied Het plangebied ligt niet in de NNN (afb. 13). Te verwachten valt dat de werkzaamheden in het plangebied geen negatieve invloed hebben op het NNN.

5.2 Natura-2000 gebieden en het plangebied Het plangebied ligt niet in de omgeving van een Natura 2000-gebied (afb. 14). Gezien de ligging van het plangebied worden er geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Natura-2000 gebieden verwacht. Een uitgebreide toetsing in het kader van de Omgevingswet is in dit geval niet noodzakelijk. Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot zijn in deze rapportage/toets niet meegenomen.

Afb. 13: Ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (bron: www.atlas leefomgeving.nl).

18

Afb. 14: Ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura-2000 (bron: www.atlas leefomgeving.nl).

19

6. Zorgplicht In artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), is de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende planten en dieren vastgelegd. Lid 1 van het artikel luidt als volgt: “Degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht: a. “Alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. " Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.” Deze zorgplicht wordt nader geconcretiseerd omdat initiatiefnemers op grond van lid 2 verplicht zijn zich ervan dienen te vergewissen dat op de locatie van de voorgenomen activiteit, geen in het wild levende dieren van beschermde soorten of hun belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats aanwezig zijn. Onder nadelige gevolgen dient hierbij niet alleen de dood of verwonding van dieren dan wel de vernieling of beschadiging van planten te worden verstaan.

Dit verplicht initiatiefnemers van ruimtelijke ingrepen of andersoortige activiteiten ertoe om voorafgaand aan de uitvoering of realisatie zich op de hoogte te stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid van die natuurwaarden en van de mogelijke gevolgen van hun handelen voor die natuurwaarden. Dit vereist zorgvuldigheid van de initiatiefnemers. Zij dienen ook al bij de voorbereiding van hun activiteiten oog te hebben voor de bescherming van de natuurwaarden en tijdens de uitvoering steeds een focus te hebben op voorkoming of ongedaan maken van nadelige effecten op die natuurwaarden. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.

20

Conclusies & aanbevelingen Verblijfplaatsen en/of leefgebied van beschermde vogels, zoogdieren, amfibieën, vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen zijn niet aangetroffen in het plangebied en kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten op basis van de fysieke kenmerken en/of ligging van het plangebied. Verblijfplaatsen en/of leefgebied van beschermde vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen worden niet negatief beïnvloed door de werkzaamheden die worden verricht in het plangebied en kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten op basis van de fysieke kenmerken en/of ligging van het plangebied. Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten. Het plangebied ligt niet nabij een Natura 2000-gebied en er worden geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen verwacht. Een uitgebreide toetsing in het kader van de Omgevingswet is daarom niet nodig. Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot zijn in deze rapportage/toets niet meegenomen. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.

21

Literatuur Creemers, R.C.M & J.J.C.W van Delft, 2009 (ravon). De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse fauna deel 9. Dietz , 2009. Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Herder, J.E, J.Kranenbarg, D.M Hoogeboom, J. Hamers & K. Dekker (red) 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen 1980-2012. Hoogeboom, D,M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (red) 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren Kaag, K. 2012. Vlinders van duin tot dijk. De dagvlinders van Noord-Holland 2000-2009 Limpens, 2011. Vleermuizen en planologie. Riet, van de, B. 2014. Atlas van de Noord-Hollandse flora. Scharringa et al, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels. Svensson, 2005. Vogelgids van Europa.

Internet www.atlasleefomgeving.nl/kaarten www.openstreetmap.org www.synbiosys.alterra.nl maps.amsterdam.nl

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5048/documents/33256