CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

3 - 251028 Nota van zienswijze en ambtshalve wijzigingen_Def.pdf

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 10: Gewijzigd vaststellen TAM-omgevingsplan "Kom Gendringen, Grotestraat 42, Anholtseweg 2"6.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTA VAN ZIENSWIJZEN EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen, Grotestraat 42, Anholtseweg 2’ NL.IMRO.1509.OP000014-ON01 GEANONIMISEERDE VERSIE

23-10-2025

1.

Inleiding

Het ontwerp omgevingsplan TAM-omgevingsplan ‘Kom Gendringen, Grotestraat 42, Anholtseweg 2’ heeft vanaf 12 juni 2025 tot en met 23 juli 2025 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn kon iedereen, schriftelijk of mondeling, een zienswijze bij de gemeenteraad kenbaar maken. De ter inzage legging is bekendgemaakt in:  het Gemeenteblad op www.officielebekendmakingen.nl;

 

de Gelderse Post Oude IJsselstreek; alsmede op de gemeentelijke website.

In deze nota wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen en de ambtshalve wijzigingen. Ingediende zienswijzen/ontvankelijkheid De volgende personen hebben een zienswijze ingediend: 1. Ingekomen: 22 juli 2025 (zienswijze 1) De hierboven vermelde zienswijze is binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen en derhalve ontvankelijk. De zienswijze is samengevat en van commentaar voorzien in hoofdstuk 2 van deze nota. Vervolgens is aangegeven of het bouwplan naar aanleiding van de zienswijzen is gewijzigd. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de wijzigingen.

2.

Beantwoording zienswijzen In dit hoofdstuk is de zienswijze beknopt en zakelijk weergegeven en van een antwoord voorzien. Ook wordt per zienswijze aangegeven of de zienswijze aanleiding geeft om het omgevingsplan gewijzigd vast te stellen.

Zienswijze 1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking

Samenvatting van de zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Conclusie

1 - Geen kwantitatieve behoefte aan ontwikkeling De verplaatsing van de supermarkt kwalificeert als een stedelijke ontwikkeling en dient daarom te voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De voorgenomen ontwikkeling voorziet echter niet in een aantoonbare behoefte, noch kwantitatief noch kwalitatief.

1 - Geen kwantitatieve behoefte aan ontwikkeling In de ladderonderbouwing (BRO, april 2025) wordt inderdaad geconcludeerd dat de verplaatsing van de supermarkt niet voortvloeit uit een kwantitatieve behoefte. Het dagelijks winkelaanbod in Gendringen functioneert kwantitatief gezien onder het landelijk gemiddelde, maar dit zegt niets over de wenselijkheid of noodzaak van modernisering.

Ongegrond

Voor een kwantitatieve uitbreiding bestaat geen enkele aanleiding. Dit blijkt ook uit de ladderonderbouwing zelf. Gezien de bevolkingsontwikkeling en het huidige functioneren van de supermarkt, zou eerder sprake moeten zijn van een (kwalitatieve) verkleining dan van uitbreiding.

De Ladder voor duurzame verstedelijking richt zich op het zorgvuldig benutten van ruimte en het voorkomen van leegstand. Daarbij wordt niet enkel gekeken naar kwantitatieve groei, maar juist ook naar de kwalitatieve behoefte aan toekomstbestendige voorzieningen. In de actuele toepassing van de Ladder weegt de kwalitatieve behoefte steeds zwaarder mee bij de beoordeling of een ontwikkeling wenselijk en duurzaam is. De constatering uit de zienswijze dat de bevolkingsontwikkeling en het huidige functioneren zouden pleiten voor een verkleining, is te kort door de bocht. Er wordt nadrukkelijk gewezen op het feit dat supermarkten in Oost-Nederland ook met een lagere vloerproductiviteit goed kunnen functioneren, onder meer vanwege lagere huuren vastgoedlasten. De ladderonderbouwing geeft bovendien aan dat behoud van een supermarkt in Gendringen essentieel is voor de leefbaarheid. De beperkte uitbreiding (van 1.125 m² naar circa 1.450 m² wvo) is primair gericht op modernisering en toekomstbestendigheid, niet op volumegroei. In de door de gemeenteraad op februari 2021 vastgestelde Gebiedsvisie Gendringen (hoofdstuk 8.4, scenario 2) is expliciet gekozen voor de verplaatsing van de supermarkt naar het Willem-Alexanderplein. Deze keuze is niet uitsluitend gebaseerd op een kwantitatieve behoefte, maar met name op de kwalitatieve verbetering van het centrum.

De visie onderbouwt dat een moderne supermarkt op deze locatie bijdraagt aan het versterken van het voorzieningenlint, het verminderen van leegstand en het toekomstbestendig maken van het centrum. Daarmee wordt invulling gegeven aan de kwalitatieve behoefte aan een aantrekkelijk,

goed bereikbaar en compleet centrum, zoals ook in landelijke en regionale trends wordt gevraagd (Gebiedsvisie p. 50-53). De verplaatsing past daarmee binnen de bredere doelstelling om de leefbaarheid en het economisch functioneren van het dorpscentrum duurzaam te versterken. Conclusie: het ontbreken van een kwantitatieve behoefte vormt geen bezwaar. De ontwikkeling is ruimtelijk gewenst vanwege de kwalitatieve meerwaarde en de bijdrage aan een toekomstbestendig centrum. 2 - Geen kwalitatieve behoefte aan ontwikkeling Ook van een kwalitatieve behoefte is geen sprake. In de plantoelichting wordt deze kwalitatieve behoefte hoofdzakelijk onderbouwd met vermeende problemen rond de bereikbaarheid en de beperkte parkeercapaciteit van de huidige supermarktlocatie.

2 - Geen kwalitatieve behoefte aan ontwikkeling De kwalitatieve behoefte aan verplaatsing en modernisering is in het ladderonderzoek nadrukkelijk vastgesteld. De huidige Coop is verouderd, matig bereikbaar en krap in parkeercapaciteit, waardoor de toekomstbestendigheid onder druk staat. De nieuwe locatie biedt daarentegen een beter ontsloten ligging, ruimere parkeervoorzieningen en meer mogelijkheden voor een moderne inrichting met bredere gangpaden en een efficiëntere winkelopzet wat zorgt voor een aantrekkelijke, duurzame supermarkt. Op de bestaande locatie is onvoldoende ruimte om deze uitbreiding en moderniseringsslag te faciliteren.

Met name de motivering voor verplaatsing lijkt voornamelijk gestoeld op argumenten met betrekking tot parkeren en bereikbaarheid. Uit zowel de plantoelichting als de ladderonderbouwing blijkt echter niet dat sprake is van parkeerproblemen, noch in de huidige situatie noch in de toekomst. Ook de gestelde gebrekkige bereikbaarheid wordt niet met feiten onderbouwd.

De beperkte uitbreiding is ondergeschikt aan de modernisering. De extra ruimte dient om de winkel aantrekkelijker en comfortabeler te maken, niet om het aanbod kwantitatief te vergroten. De nieuwe supermarkt krijgt bovendien een functie die aansluit op hedendaagse consumentenverwachtingen: gemak, beleving en toegankelijkheid.

Feitelijk ontbreekt dus iedere grondslag voor de veronderstelde kwalitatieve behoefte. Ook in de praktijk zijn de genoemde knelpunten niet herkenbaar. Er wordt geparkeerd op de eigen, ruime parkeerplaats van de supermarkt, maar ook op de openbare parkeerplaatsen rondom de winkel. Aan drie zijden van de supermarkt kan worden geparkeerd, waarbij er vrijwel altijd voldoende

Ook vanuit verkeerskundig oogpunt is de nieuwe locatie een verbetering. De ligging aan de Anholtseweg zorgt voor een directe aansluiting op doorgaande wegen en betere bereikbaarheid dan de huidige, meer ingesloten locatie in de Grotestraat. Wat betreft parkeren is in het ladderonderzoek uitgegaan van de CROW-systematiek (Parkeerkencijfers 2024, zone ‘schil centrum’, stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’, behorende bij de categorie ‘full-service supermarkt’). Op basis hiervan geldt een parkeerbehoefte van minimaal 58 plaatsen. Op de nieuwe locatie worden 101 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Hiermee wordt de norm ruimschoots overtroffen.

De kwalitatieve meerwaarde is ook beleidsmatig verankerd. In de Gebiedsvisie Gendringen is de verplaatsing gekoppeld aan versterking van het centrum,

parkeerplekken beschikbaar zijn. De supermarkt is bovendien goed bereikbaar vanuit meerdere richtingen en via verschillende wegen.

vermindering van leegstand en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De nieuwe supermarkt draagt aantoonbaar bij aan een duurzame boodschappenstructuur en een levendig dorpscentrum, conform de doelstellingen uit het Afsprakenkader Detailhandel Regio Achterhoek en het Ontwikkelkader detailhandel Oude IJsselstreek. Conclusie: de ladderonderbouwing bevestigt de kwalitatieve behoefte aan een moderne, goed bereikbare supermarkt met voldoende parkeergelegenheid. De verplaatsing voorziet hierin en is daarmee ruimtelijk en functioneel wenselijk.

3 - Ontwikkeling ook mogelijk op bestaande locatie Voor zover al zou worden aangenomen dat er sprake is van een kwalitatieve behoefte, kan aan deze behoeve ook worden voldaan op de huidige locatie van de supermarkt. Het is niet duidelijk waarom de beoogde modernisering (zoals de verbreding van gangpaden) niet op de bestaande locatie zou kunnen plaatsvinden, temeer daar een verkleining van het winkeloppervlak op basis van de omzetcijfers geen probleem lijkt te vormen. Dit sluit bovendien aan bij de trend dat juist kleinere supermarkten in dorpen, mede vanuit het oogpunt van leefbaarheid, in opkomst zijn. Daarnaast zijn inwoners van Gendringen voor hun dagelijkse boodschappen nu al grotendeels georiënteerd op de supermarkten in het nabijgelegen Ulft. Steeds vaker wordt ook gebruikgemaakt van de twee supermarkten in Anholt (Duitsland), vanwege de relatief lagere prijzen over de grens. Slechts een derde van de bestedingen van inwoners van Gendringen vindt nog binnen de eigen kern plaats. Ook vanuit ruimtelijk en structuuroogpunt bestaat er daarom geen aanleiding voor de verplaatsing van de supermarkt.

3 - Ontwikkeling ook mogelijk op bestaande locatie In de Ladder wordt expliciet geconcludeerd dat de huidige locatie onvoldoende en mogelijkheden biedt voor uitbreiding en modernisering. De bestaande kavel laat geen logische vergroting toe zonder verlies van parkeerplaatsen en de situering in een smalle straat beperkt de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Momenteel is inderdaad sprake van afvloeiing van koopkracht naar Ulft en naar Duitsland, mede te verklaren door de gunstige prijzen in Duitsland en de aanwezigheid van moderne, aantrekkelijke supermarkten in Ulft. De realisatie van een moderne supermarkt in Gendringen zal naar verwachting leiden tot een hogere lokale binding en dus tot minder afvloeiing. Nieuw aanbod creëert bovendien nieuwe vraag, zeker in een situatie als Gendringen, waar momenteel sprake is van slechts één, verouderde supermarkt. De impact van een grotere, moderne supermarkt is hierdoor aanzienlijk en draagt direct bij aan het versterken van de lokale economie en de leefbaarheid. De nieuwe locatie aan het Willem-Alexanderplein ligt net zoals de huidige supermarktlocatie, binnen het bestaand stedelijk gebied, aan de rand van het centrum. De afstand tot de overige voorzieningen blijft beperkt, waardoor de ruimtelijke structuur van het centrum niet wordt aangetast.

De supermarkt behoudt haar trekkersfunctie en blijft bijdragen aan de levendigheid van het centrum. In de Gebiedsvisie Gendringen zijn verschillende scenario’s afgewogen. Hieruit blijkt dat de huidige locatie onvoldoende mogelijkheden biedt voor uitbreiding en clustering van voorzieningen. De verplaatsing naar het Willem-Alexanderplein maakt daarentegen een moderne, toekomstbestendige supermarkt mogelijk, met voldoende parkeergelegenheid en een betere bereikbaarheid. De combinatie met de realisatie van 34 levensloopbestendige woningen op de vrijkomende locatie versterkt bovendien het totale centrumgebied. De ladderonderbouwing concludeert dat de beoogde ontwikkeling geen onaanvaardbare leegstandseffecten veroorzaakt. De uitbreiding is beperkt, het omzeteffect blijft binnen een normale bandbreedte (-9 tot -13%) en er zijn in

Gendringen geen concurrerende supermarkten. De verplaatsing leidt dus niet tot duurzame ontwrichting, maar juist tot een versterking van de lokale voorzieningenstructuur. Conclusie: de verplaatsing naar het Willem-Alexanderplein is de enige reële optie om te voorzien in de kwalitatieve behoefte aan een moderne supermarkt. De ontwikkeling versterkt zowel de ruimtelijke structuur als de leefbaarheid van Gendringen en voldoet volledig aan de systematiek van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 1.2 Provinciaal beleid

Samenvatting van de zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Conclusie

1 - Supermarkten in centra Volgens het provinciale beleid dienen supermarkten bij voorkeur binnen bestaande (wijk)winkelcentra te worden gevestigd, vanwege hun belangrijke functie voor de levendigheid en de synergie met ander winkelaanbod. In dit geval is daar geen sprake van. De voorgenomen verplaatsing betekent geen inpassing binnen de bestaande winkelstructuur van Gendringen, maar een verschuiving van het centrumgebied naar de rand daarvan. Dit zou leiden tot een afname van combinatiebezoek met andere winkels in het dorpscentrum, omdat de loopafstand naar de winkels toeneemt en bezoekers tussen de supermarkt en het centrum heen en weer moeten lopen.

1 - Supermarkten in centra De huidige supermarkt is eveneens aan de rand van het centrum gelegen, zij het aan de tegenoverliggende zijde. De nieuwe locatie aan het Willem-Alexanderplein / Anholtseweg betreft bovendien een bestaande winkellocatie, waar voorheen al een meubelzaak (Woonplaza) was gevestigd. De verplaatsing vindt daarmee plaats binnen bestaand stedelijk gebied en sluit aan bij de bestaande centrumstructuur.

Ongegrond

De verplaatsing van de supermarkt is niet in strijd met het provinciale beleid. De Omgevingsverordening Gelderland bepaalt dat supermarkten bij voorkeur binnen of aansluitend aan winkelcentra worden gevestigd. Dat is hier het geval: de nieuwe locatie ligt direct aan de rand van het centrum, op ongeveer 50 meter loopafstand van de overige voorzieningen in de dorpskern. Een goed bereikbare, moderne supermarkt versterkt de leefbaarheid binnen Gendringen en voorkomt dat inwoners voor hun dagelijkse boodschappen uitwijken naar omliggende plaatsen zoals Ulft of naar Duitsland. Daarmee blijft de belangrijke boodschappenfunctie voor het dorp behouden en wordt de koopkrachtbinding versterkt. De verplaatsing leidt naar verwachting niet tot een afname van bezoekersstromen, maar kan juist bijdragen aan een versterking van de voorzieningenstructuur en het centrumbezoek. Het provinciale beleid is gericht op vitale, compacte centra. Dit sluit aan bij scenario 2 uit de Gebiedsvisie Gendringen, waarin wordt ingezet op clustering van voorzieningen en het multifunctioneel maken van het Willem-Alexanderplein. De nieuwe supermarkt vormt een onderdeel van het centrumlint en draagt bij aan de vitaliteit van het centrum,

conform de Omgevingsvisie Gelderland en de Gebiedsvisie Gendringen (p. 37, 51–53). 2 - Bestaande bebouwing Een compactere en gemoderniseerde supermarkt op de huidige locatie zou volledig aansluiten bij het provinciale beleid, dat inzet op concentratie van voorzieningen binnen bestaande bebouwing. Verplaatsing naar de rand van het centrum, inclusief de bouw van een geheel nieuw pand, zou hiermee op gespannen voet staan.

2 - Bestaande bebouwing De verplaatsing vindt plaats op een bestaande winkellocatie. Het provinciale beleid richt zich op een vitale detailhandelsstructuur, niet op het behoud van specifieke bebouwing. De huidige locatie aan de Grotestraat is te klein om te voldoen aan de hedendaagse eisen op het gebied van ruimte, parkeercapaciteit, logistiek, duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Nieuwbouw op de nieuwe locatie biedt juist de mogelijkheid om te voldoen aan moderne kwaliteits- en duurzaamheidsnormen en sluit aan bij de provinciale ambities voor duurzame verstedelijking en ruimtelijke kwaliteit. Hiermee wordt een toekomstbestendige supermarkt gerealiseerd die bijdraagt aan de leefbaarheid en vitaliteit van Gendringen. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.

Zienswijze 1.3 Afsprakenkader detailhandel regio Achterhoek

Samenvatting van de zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Conclusie

1 - Regionale afspraken In de plantoelichting ontbreekt een verwijzing naar de regionale afspraken die tussen de betrokken gemeenten in de Achterhoek zijn gemaakt. Deze afspraken houden onder meer in dat de detailhandelsmogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan niet mogen worden verruimd. De voorgestane ontwikkeling voorziet echter in een planologische uitbreiding van detailhandel, wat in strijd is met de regionale afspraken.

1 - Regionale afspraken In de Afsprakenkalender detailhandel Regio Achterhoek is expliciet vastgelegd dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor een deugdelijk ruimtelijk detailhandelsbeleid, dat in ieder geval gericht is op de versterking van bestaande centra. De gemeente Oude IJsselstreek geeft hier invulling aan via het Ontwikkelkader detailhandel Oude IJsselstreek (vastgesteld door het college), waarin de nadruk ligt op versterking van het centrumlint van Gendringen.

Ongegrond

Dit Ontwikkelkader volgt de aanbevelingen van het onderzoeksbureau Reva en biedt ondernemers en belanghebbenden in Gendringen ruimte voor kansrijke ontwikkelingen die bijdragen aan een toekomstbestendige voorzieningenstructuur. Op deze manier blijft het dorp beschikken over een basisniveau aan detailhandelsvoorzieningen, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan het versterken van het bestaande centrum, volledig in lijn met de regionale afspraken. Het regionale beleid verwijst daarnaast naar het opstellen van actiegerichte centrumvisies. Aan deze afspraak is uitvoering gegeven met de Gebiedsvisie Gendringen, waarin het regionale beleid is geïntegreerd. In deze visie is gekozen voor versterking van het centrumlint en concentratie van het voorzieningenaanbod. De verplaatsing van de supermarkt naar het Willem-Alexanderplein en de ontwikkeling van dit gebied tot een multifunctioneel centrumplein sluiten direct aan bij deze

strategie en dragen bij aan een compact en vitaal centrum, zoals ook regionaal is afgesproken. De ontwikkeling past bovendien binnen de Economische Beleidsvisie Oude IJsselstreek 2024-2030, waarin wordt benadrukt dat het in stand houden en goed bereikbaar maken van lokale voorzieningen een belangrijke prioriteit is. Met dit plan wordt voor de enige supermarkt in Gendringen een duurzaam toekomstperspectief geboden, waardoor een essentiële voorziening behouden blijft en beter bereikbaar wordt. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 1.4 Ontwikkelingskader detailhandel Oude IJsselstreek

Samenvatting van de zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Conclusie

1 - Gemeentelijk Ontwikkelingskader detailhandel De ontwikkeling is in strijd met de uitgangspunten van het Ontwikkelkader detailhandel Oude IJsselstreek. Er wordt nieuwbouw gerealiseerd op een locatie waar een supermarkt planologisch niet was toegestaan. De supermarkt wordt hiermee verplaatst van het compacte winkelcentrum naar een aangrenzende woonwijk, terwijl het gemeentelijk beleid juist gericht is op het behoud van het bestaande centrum en het hergebruik van bestaande bebouwing.

1 - Gemeentelijk Ontwikkelingskader detailhandel De ontwikkeling is in overeenstemming met het Ontwikkelkader detailhandel Oude IJsselstreek. Op pagina 23 van dit Ontwikkelkader wordt de verplaatsing van de Coopsupermarkt naar de voormalige locatie van Woonplaza aan de Anholtseweg expliciet genoemd als voorbeeld van een kansrijke ontwikkeling binnen Gendringen. De beoogde verplaatsing is dus niet in strijd met, maar juist onderdeel van het vastgestelde gemeentelijke beleid.

Ongegrond

De ontwikkeling sluit daarnaast volledig aan op de Gebiedsvisie Gendringen. In scenario 2 wordt ingezet op het concentreren van het winkel- en voorzieningenaanbod, het multifunctioneel maken van het Willem-Alexanderplein en het toevoegen van maatschappelijke functies. Deze aanpak voorkomt verdere versnippering en leegstand, en draagt bij aan een compact, vitaal en toekomstbestendig centrum (Gebiedsvisie p. 39, 51–53).

Uitsnede pagina 23 Gebiedsvisie Gendringen

2 - Herontwikkeling In de plantoelichting wordt gesproken over transformatie van het voormalige Woonplazapand. Hier is geen sprake van, omdat het pand na een brand volledig verloren is gegaan en inmiddels is gesloopt. De ontwikkeling betreft daarom een volledige herontwikkeling van een braakliggend terrein ten behoeve van een nieuwe functie, namelijk een supermarkt, die bovendien buiten het compacte winkelgebied wordt gesitueerd. 3 - Omgekeerde ontwikkeling De keuze om de supermarkt te verplaatsen en op de huidige locatie aan de Grotestraat woningen te realiseren wordt als onlogisch beschouwd. Gezien de centrumfunctie van de Grotestraat ligt het volgens de zienswijze meer voor de hand om de supermarkt op deze locatie te behouden en het Willem-Alexanderplein juist te benutten voor woningbouw.

2 - Herontwikkeling In de motivering van het plan wordt het begrip transformatie niet gebruikt. Er is sprake van een herontwikkeling van een bestaande winkellocatie binnen het bestaand stedelijk gebied. De nieuwe bebouwing komt in de plaats van het voormalige Woonplaza-pand, dat door brand verloren is gegaan. Door de invulling van dit braakliggende terrein met een supermarkt wordt een onderbenutte locatie opnieuw benut op een wijze die past binnen de ruimtelijke structuur en de beleidsdoelen van zowel gemeente als regio. Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten van duurzame verstedelijking, gericht op hergebruik van bestaande stedelijke locaties en versterking van het voorzieningenlint van Gendringen. 3 - Omgekeerde ontwikkeling Het initiatief past binnen de geldende beleidskaders van gemeente en regio. De ontwikkeling voorziet in een duurzame en toekomstbestendige supermarkt voor Gendringen, waarmee een belangrijke boodschappenvoorziening in de kern behouden blijft. Dit draagt bij aan een sterke en evenwichtige boodschappenstructuur en aan de vitaliteit van het centrum als geheel. De bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen verbetert aanzienlijk op de nieuwe locatie, die goed ontsloten is en direct grenst aan het centrum. Het centrum van

Gendringen is aangeduid als lokaal centrum binnen de hoofdstructuur. De verplaatsing van de Coop-supermarkt naar de beoogde locatie sluit aan bij de ontwikkelrichting voor Gendringen in het Ontwikkelkader, waarin juist wordt ingezet op een compacter centrum en een duidelijke clustering van voorzieningen. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 1.5 Akoestiek

Samenvatting van de zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Conclusie

1 - Geluidsrapportage en onderbouwing uitgangspunten De geluidsrapportage voor de ontwikkeling aan de Anholtseweg is ondeugdelijk gemotiveerd. Er is gerekend met aannames waarvan de herkomst en onderbouwing onvoldoende duidelijk zijn.

1 - Geluidsrapportage en onderbouwing uitgangspunten De geluidsrapportage is opgesteld door een onafhankelijk en gecertificeerd akoestisch bureau dat werkt volgens de geldende richtlijnen voor akoestisch onderzoek. De gehanteerde uitgangspunten en aannames zijn gebaseerd op ervaringscijfers, deskundigenoordelen en vergelijkbare projecten en worden binnen de geldende methodiek als representatief beschouwd.

Ongegrond

2 - Percentage automobilisten Er wordt getwijfeld aan de juistheid van de gehanteerde aannames, met name het percentage automobilisten. Gezien de ligging van de locatie aan de rand van het dorp en de ruime parkeergelegenheid zou een hoger aandeel autoverkeer realistischer zijn.

2 - Percentage automobilisten Voor het aandeel autoverkeer is aangesloten bij de CROW-systematiek en de landelijke kengetallen zoals opgenomen in de Parkeerkencijfers 2024. De gehanteerde aannames zijn daarmee representatief voor een supermarkt met deze omvang en ligging in de zone schil centrum binnen een weinig stedelijke omgeving.

3 - Verkeersverdeling en verkeersveiligheid De veronderstelde 50/50-verdeling van het verkeer via de Julianastraat en Oranjesingel wordt onjuist geacht. De Julianastraat is eenrichtingsverkeer en wordt beperkt gebruikt. De Oranjesingel zal naar verwachting zwaarder worden belast, mede door vrachtverkeer. Dit roept vragen op over de verkeersveiligheid en de naleving van verkeersregels.

3 - Verkeersverdeling en verkeersveiligheid Het initiatief leidt tot een gewijzigde verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie voor het initiatief is berekend volgens de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ met een ligging in de zone ‘schil centrum’, behorende bij de categorie ‘Fullservice-supermarkt’ conform de Parkeerkencijfers 2024. Daarmee heeft het initiatief een verkeersgeneratie van minimaal 89,9 en maximaal 131,5 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) per 100 m² bvo. In totaal komt dit neer op een verkeersgeneratie van minimaal 1.754 en maximaal 2.565 mvt/etmaal.

Gezien het profiel en de capaciteit van de omliggende wegen kunnen deze de nieuwe verkeersgeneratie in voldoende mate opvangen. De extra verkeersbewegingen leiden naar verwachting niet tot onevenredige negatieve effecten op het verkeersbeeld of de

verkeersveiligheid. De afwikkeling van het verkeer blijft goed uitvoerbaar binnen de bestaande infrastructuur en het plan voldoet aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening. 4 - Laden en lossen Onduidelijk is of het laden en lossen inpandig, uitpandig of gedeeltelijk inpandig plaatsvindt. Dit is niet geborgd in het omgevingsplan en onvoldoende onderbouwd in de geluidsrapportage. Ook de mogelijke trillingshinder door laden en lossen is niet beschreven.

4 - Laden en lossen Voor de realisatie van de supermarkt aan de Anholtseweg is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd om de effecten van de supermarkt op de omliggende geluidsgevoelige functies te beoordelen. Het onderzoek heeft tot doel het geluidsniveau op de gevels van geluidsgevoelige gebouwen in de omgeving van het plangebied te bepalen, als gevolg van de voorgenomen activiteiten van de supermarkt. De resultaten zijn getoetst aan de voorschriften van het tijdelijke deel van het omgevingsplan en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het onderzoek is uitgegaan van overdekt laden en lossen, waarbij uitsluitend aan de voor- en achterzijde (in- en uitrit) openingen aanwezig zijn. Bij de berekeningen is rekening gehouden met de ondergrondmaterialen (tegels bij de ingang en asfalt op het parkeerterrein). Voor de bevoorrading van de supermarkt is gerekend met maximaal vier vrachtwagens in de dagperiode. Hoewel in deze fase van de planuitwerking nog niet exact bekend is hoeveel pallets dagelijks worden geladen en gelost, is op basis van expert judgement en ervaringsgegevens van Sweco uitgegaan van circa 40 rolcontainers per vrachtwagen. De berekende geluidsniveaus blijven binnen de grenswaarden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Daarmee kan worden geconcludeerd dat aan de geldende normen wordt voldaan en dat vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen bestaan voor de realisatie van het plan.

5 - Koelinstallatie De locatie van de koelinstallatie op het dak is niet planologisch vastgelegd en de keuze voor deze positie is niet gemotiveerd.

5 - Koelinstallatie De locatie van de koelinstallatie op het dak is gekozen op basis van technische en akoestische overwegingen en is opgenomen in de bouwtekeningen. De installatie voldoet aan de gestelde geluidseisen en veroorzaakt geen overschrijding van de normen uit het Bkl.

6 - Stalling winkelwagens De stalling van winkelwagens is toegestaan binnen de bestemming ‘Verkeer – verblijfsgebied’, die vrijwel het hele terrein beslaat. Hierdoor zou de stalling dicht bij woningen aan de Oranjesingel kunnen komen te liggen.

6 - Stalling winkelwagens De stalling van winkelwagens is toegestaan binnen de bestemming Verkeer – verblijfsgebied. De exacte plaats is niet planologisch vastgelegd, maar in het akoestisch onderzoek is uitgegaan van het gebruik van winkelwagens over het volledige parkeerterrein. Omdat aan de randen van het terrein parkeerplaatsen zijn gesitueerd, is het niet aannemelijk dat winkelwagens nog verder richting de perceelgrens worden gebruikt. Het onderzoek houdt daarmee rekening met een worstcasescenario.

7 - Maximale invulling plan Er dient volgens de zienswijze rekening te worden gehouden met de maximale planologische invulling. Het gebruik van winkelwagens aan de randen van het plangebied kan de geluidsbelasting vergroten.

8 - Geluidsbelasting nabij normgrens De geluidsbelasting op enkele meetpunten, waaronder de woning van reclamant, ligt op of net binnen de geldende normen. Gezien de onzekerheden in de onderbouwing wordt het aspect geluid als onvoldoende onderbouwd beschouwd.

Zienswijze 1.6 Verkeer

7 - Maximale invulling plan Bij de berekening van de geluidsbelasting is uitgegaan van een worstcasescenario: 65% van de bezoekers maakt gebruik van een winkelwagen, waarbij ervan is uitgegaan dat al deze bezoekers de winkelwagen meenemen van en naar de auto. Dit resulteert in circa 1.013 bewegingen in de dagperiode en 92 in de avondperiode. Het geluid als gevolg van winkelwagengebruik is over het gehele parkeerterrein meegenomen waarbij rekening is gehouden met de ondergrond asfalt, waarmee de berekening ruimschoots conservatief is uitgevoerd. 8 - Geluidsbelasting nabij normgrens De in het akoestisch onderzoek berekende waarden voldoen aan de wettelijke grenswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De normen bieden een objectieve maat om vast te stellen of sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Aangezien geen overschrijdingen optreden, wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarborgt. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.

Samenvatting van de zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Conclusie

1 - Ontsluiting via Oranjesingel De zienswijze richt zich tegen de keuze om de Oranjesingel te gebruiken als aanrijroute voor het bevoorradend vrachtverkeer van de supermarkt. Het is volgens reclamant onduidelijk waarom voor deze route is gekozen. Zij verwacht dat de supermarkt in de praktijk voornamelijk via de Oranjesingel zal worden ontsloten, wat zou leiden tot een aanzienlijke toename van verkeersdruk op deze smalle woonstraat, waar zij zelf woont.

1 - Ontsluiting via Oranjesingel De keuze voor de aanrijroute via de Oranjesingel is zorgvuldig gemaakt op basis van verkeersveiligheidsoverwegingen. • De wegrijroute van het vrachtverkeer sluit haaks aan op de Anholtseweg, waardoor gevaarlijke manoeuvres op het parkeerterrein worden voorkomen. Hierdoor hoeft vrachtverkeer niet via de Anholtseweg in te rijden, wat het risico op dodehoekongevallen en achteruitrijdbewegingen minimaliseert. • De Oranjesingel wordt vanaf de aansluiting op de Grotestraat tot aan de Prins Hendriklaan ingericht als éénrichtingsweg, waarbij het verboden is in te rijden vanaf de zijde van de Prins Hendriklaan. • De bevoorrading van de supermarkt betreft gemiddeld slechts 2 à 3 vrachtwagens per dag, waardoor de belasting op de Oranjesingel zeer beperkt blijft. • Er is gekozen om de ingang van het terrein te situeren bij het kruispunt Anholtseweg / Grotestraat / Oranjesingel en de uitgang via de Julianastraat te laten plaatsvinden. Hiermee wordt een logische verkeersstroom gecreëerd, waarbij bevoorrading via de Oranjesingel en uitrijden via de Julianastraat plaatsvindt, zonder onnodige menging met bezoekersverkeer.

Ongegrond

Deze oplossing wordt beschouwd als de meest verkeersveilige variant binnen het plangebied. 2 - Geschiktheid van de Oranjesingel De Oranjesingel wordt ongeschikt geacht als ontsluitingsweg vanwege de beperkte breedte, het eenrichtingsverkeer en het feit dat de straat hoofdzakelijk door bewoners wordt gebruikt.

2 - Geschiktheid van de Oranjesingel Het gedeelte van de Oranjesingel dat voor de ontsluiting wordt gebruikt, betreft slechts een korte sectie van circa 10 meter. De in- en uitrit ligt nog voor Oranjesingel nummer 2. Pas daarna geldt het eenrichtingsverkeer tot aan de Prins Hendriklaan.

3 - Ontwerpkeuze voor inrit De situering van de inrit aan de Oranjesingel wordt onjuist bevonden, omdat dit volgens de zienswijze leidt tot manoeuvreerproblemen en verkeersbelasting, met name voor vrachtverkeer.

3 - Ontwerpkeuze voor inrit Verkeersveiligheid is een integraal onderdeel van het ontwerp. De situering van de inrit is gebaseerd op een analyse van zichtlijnen, kruisingen en rijprofielen. De manoeuvreerbaarheid van vrachtverkeer is beoordeeld en wordt in de uitvoeringsfase verder verfijnd en geborgd via de definitieve inrichting van het terrein en de rijrouting.

4 - Alternatief via Anholtseweg De Anholtseweg wordt genoemd als beter alternatief, gezien de ruimere opzet van die weg en de grotere geschiktheid voor vrachtverkeer.

4 - Alternatief via Anholtseweg Door de betrokken verkeerskundige, die ook aanwezig was tijdens de participatie bijeenkomsten, is aangegeven dat de Anholtseweg als ontsluitingsroute voor vrachtwagens onwenselijk is. Deze route zou het vrachtverkeer laten kruisen met het vrijliggende fietspad langs de Anholtseweg, wat risico’s oplevert voor de verkeersveiligheid. Bovendien brengt aan- en afrijden via de Anholtseweg een groter risico op dodehoekongevallen met zich mee. Zie hiervoor tevens de Gemeentelijke Beantwoording onder Zienswijze 1.9 Alternatief.

Gezien het profiel van de omliggende wegen kan deze verkeersstroom in voldoende mate worden opgevangen. De extra verkeersbewegingen zorgen naar verwachting niet voor onevenredig negatieve effecten op het verkeersbeeld (zie hiervoor tevens de gemeentelijke beantwoording onder Zienswijze 1.5 Akoestiek, punt 3).

De gekozen route via de Oranjesingel is daarmee de veiligste en meest verantwoorde oplossing. 5 - Ontbreken verkeerskundig onderzoek De plantoelichting bevat geen verkeerskundig onderzoek dat de gekozen ontsluitingsstructuur onderbouwt. De conclusie dat de wegen de verkeersgeneratie aankunnen, wordt betwist.

5 - Ontbreken verkeerskundig onderzoek Om te bepalen wat de effecten van de ontwikkeling zijn op de verkeersaantrekkende werking van het plangebied, is gebruikgemaakt van de kengetallen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) (Parkeerkencijfers 2024). Deze kengetallen zijn algemeen erkend en geven een betrouwbare indicatie van de extra verkeersgeneratie die met de ontwikkeling gepaard gaat. Op basis van de uitgevoerde verkeersgeneratieberekening is vastgesteld dat de toename van verkeer

dusdanig beperkt is dat deze geen negatieve gevolgen heeft voor de omliggende wegen, mede gelet op hun functie, profiel en inrichting. De conclusie dat de wegen de verkeersgeneratie kunnen verwerken, is daarmee onderbouwd, realistisch en verkeerskundig verantwoord. 6 - Verkeersveiligheid en manoeuvreerbaarheid Belangrijke aspecten zoals verkeersveiligheid, zichtlijnen, kruisingen en manoeuvreerruimte voor vrachtverkeer zijn niet of onvoldoende onderzocht. 7 - Aantasting woon- en leefklimaat De gekozen verkeersstructuur leidt tot een aanzienlijke aantasting van het woon- en leefklimaat aan de Oranjesingel. Dit is onvoldoende meegewogen in de planvorming.

6 - Verkeersveiligheid en manoeuvreerbaarheid De aspecten verkeersveiligheid, zichtlijnen, kruisingen en manoeuvreerruimte zijn integraal beoordeeld in het ontwerp. De manoeuvreerbaarheid van vrachtverkeer is geborgd via de interne routing en terreinindeling. De uitwerking hiervan wordt in de uitvoeringsfase nader geconcretiseerd, met aandacht voor veilige verkeersafwikkeling voor alle verkeersdeelnemers. 7 - Aantasting woon- en leefklimaat De ontwikkeling is zodanig vormgegeven dat de impact op het woon- en leefklimaat aan de Oranjesingel zeer beperkt en aanvaardbaar is. Op de locatie was voorheen een grote en drukbezochte meubelwinkel (Woonplaza) gevestigd, waardoor de verkeersbewegingen ter plaatse niet nieuw zijn. Door middel van verkeersspreiding, groeninrichting en fysieke afscherming wordt eventuele hinder verder beperkt. De Oranjesingel behoudt daarmee haar woonkarakter en wordt niet disproportioneel belast. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.

Zienswijze 1.7 Groen

Samenvatting van de zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Conclusie

1 - Borging en vormgeving In het plan is niet geborgd dat de voorgenomen vergroening daadwerkelijk zal worden gerealiseerd. Ook is niet vastgelegd op welke wijze het groen wordt vormgegeven of behouden.

1 - Borging en vormgeving Het klopt dat de vergroening niet afzonderlijk is vastgelegd in de planregels. Uit de planonderbouwing en de paragraaf Klimaatadaptatie blijkt echter duidelijk dat vergroening onderdeel vormt van de planuitwerking. De huidige planlocatie is sterk versteend en vrijwel geheel verhard. Met de nieuwe ontwikkeling wordt ingezet op vergroening en klimaatadaptieve inrichting.

Ongegrond

De bestaande verharding van circa 5.600 m² wordt in de nieuwe situatie teruggebracht tot circa 3.470 m², een reductie van ongeveer 38%. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan wordt niet bepaald door het juridisch borgen van een beperkte groenstrook aan de zijde van de Oranjesingel. 2 - Bestemming groenstrook

2 - Bestemming groenstrook Er is geen aparte groenbestemming opgenomen langs de Oranjesingel, terwijl dit langs de Anholtseweg wel het geval is. 3 - Voorstel voorwaardelijke verplichting Reclamant stelt voor om een voorwaardelijke verplichting of gebodsbepaling op te nemen, zodat de aanleg van het groen planologisch wordt geborgd.

Langs de Oranjesingel is gekozen voor een inrichting waarbij de bestaande bomenrij en het straatprofiel behouden blijven binnen de functie ‘Verkeer – verblijfsgebied’. Binnen deze functie is de aanleg en instandhouding van groenvoorzieningen toegestaan en passend. Een aparte bestemming ‘Groen’ is daarvoor niet noodzakelijk. 3 - Voorstel voorwaardelijke verplichting Het opnemen van een voorwaardelijke verplichting is niet noodzakelijk in dit geval. Een dergelijke bepaling wordt enkel toegepast wanneer een specifieke maatregel essentieel is voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid of uitvoerbaarheid van het plan. Dat is hier niet aan de orde. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan wordt niet bepaald door het juridisch borgen van een beperkte groenstrook aan de zijde van de Oranjesingel. Zoals ook volgt uit de heersende jurisprudentie, hoeven alleen maatregelen die door de wetgever noodzakelijk worden geacht voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties via een voorwaardelijke verplichting te worden vastgelegd. De vergroening in dit plan is wenselijk, maar niet essentieel voor de uitvoerbaarheid of milieutechnische aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Het opnemen van een extra voorwaardelijke verplichting zou de flexibiliteit van het plan onnodig beperken. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.

Zienswijze 1.8 Bouwhoogte

Samenvatting van de zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Conclusie

1 - Bouw- en goothoogte De in het plan opgenomen maximale bouwhoogte van 8,5 meter en goothoogte van 5,5 meter zijn niet passend bij de beoogde supermarkt, die uit één bouwlaag met puntdaken zal bestaan. Een maximale bouwhoogte van circa 6 meter en een goothoogte van circa 3,5 meter wordt als voldoende beschouwd.

1 - Bouw- en goothoogte De opgenomen maximale bouwhoogte van 8,5 meter en goothoogte van 5,5 meter zijn afgestemd op de ontwerpuitgangspunten van de beoogde supermarkt en zijn daarnaast in lijn met de omliggende bebouwing. Ook is de gehanteerde maatvoering in lijn met het voormalige bestemmingsplan ‘Centrum Gendringen’. Waarin de planvoorschriften een bouw- en goothoogte van resp. 7 en 4 meter is toegestaan met een binnenplanse uitbreiding van 2 meter.

Deels gegrond wat betreft punt 2. Daarop zal planregel 4.4.5 worden gewijzigd.

2 - Afwijkingsbevoegdheid Daarnaast wordt gewezen op de in artikel 4.4.5 van de planregels opgenomen afwijkingsbevoegdheid, waarmee het college

De gekozen hoogtematen zijn in lijn met de schaal en maatvoering van de omliggende bebouwing en sluiten aan bij de stedenbouwkundige context van het centrumgebied van Gendringen. Daarmee is sprake van een passende bouwhoogte die aansluit bij het straatbeeld en geen onevenredige visuele impact heeft op de omgeving. 2 - Afwijkingsbevoegdheid Hierin willen we appellant tegemoet komen en zal de planregel onder 4.4.5 als volgt worden aangepast:

Verder ongegrond

Zienswijze 1.9 Alternatief

van burgemeester en wethouders de toegestane bouw- en goothoogte met 2,5 meter kan verhogen. Reclamant vreest dat deze bepaling kan leiden tot ongewenste hoogteaccenten die niet passen binnen de schaal van de omgeving.

4.4.5 Afwijken beoordelingsregels bouwactiviteit Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteiten te verlenen in afwijking van 4.4.2 en 4.4.3, uitgezonderd 4.4.2 sub d en 4.4.2 sub e.

Samenvatting van de zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Conclusie

1 - Alternatieve indeling Er wordt gewezen op een alternatief planvoorstel dat in een eerdere fase van de planvorming door omwonenden is aangedragen. In dit alternatief zouden de verkeersbewegingen en mogelijke overlast van winkelwagens worden geconcentreerd aan de zijde van de Anholtseweg in plaats van aan de Oranjesingel. Volgens reclamant zou dit alternatief een positiever effect hebben op het woon- en leefklimaat van de bewoners aan de Oranjesingel. Zij stelt dat dit alternatief in de participatiefase is genoemd, maar zonder inhoudelijke motivering is afgewezen.

1 - Alternatieve indeling

Ongegrond

Conclusie en voorstel Deels gegrond, hetgeen leidt tot een aanpassing van de planregel 4.4.5.

Concept inrichtingsplan Tijdens de twee inloopbijeenkomsten (participatie traject) is een conceptinrichtingsplan voorgelegd aan omwonenden en andere betrokkenen. De op- en aanmerkingen zijn vervolgens verwerkt in een aangepast inrichtingsplan en te zien op de tekening van Bureau Ontwerp en Omgeving, pagina 27 ‘schetsontwerp met bestaande kruising aan de linkerkant’ d.d. 9 mei 2025. Dit inrichtingsplan zal worden uitgewerkt naar een definitief ontwerp en bestek en vervolgens tot uitvoering worden gebracht. Een uitsnede is hieronder weergegeven:

Alternatieve indeling Tijdens het participatietraject is door enkele omwonenden inderdaad een alternatief aangedragen waarbij de ontsluiting en verkeersbewegingen aan de zijde van de Anholtseweg zouden worden geconcentreerd. Dit alternatief is besproken tijdens de

informatie- en ontwerpbijeenkomsten van maart en april 2025. Zie ook: ‘Vragen en opmerkingen bijeenkomst Willem Alexanderplein’ en ‘Veelgestelde vragen en antwoorden informatieavond 17 april 2025’ op de participatie website: https://onzeoudeijsselstreek.nl/projecten/centrum-gendringen---willem-alexanderplein/679. In overleg met de betrokken verkeerskundige en de ontwerpers van BOO is dit alternatief inhoudelijk beoordeeld. Daarbij is geconcludeerd dat een ontsluiting aan de Anholtseweg verkeerskundig onveilig is vanwege: • de aanwezigheid van een vrijliggend fietspad direct langs de Anholtseweg; • de kans op dodehoekongevallen bij afslaand vrachtverkeer; • de beperkte manoeuvreerruimte en oversteekbewegingen tussen vrachtverkeer en langzaam verkeer; • de hogere verkeersintensiteit op de Anholtseweg ten opzichte van de Oranjesingel. Om deze redenen is bewust gekozen voor de aanrijroute via de Oranjesingel en de uitrijroute via de Julianastraat. Deze oplossing zorgt ervoor dat: • het vrachtverkeer niet over de parkeerplaats rijdt, wat veiliger is voor bezoekers; • de bevoorrading haaks op de Anholtseweg plaatsvindt, wat de zichtbaarheid en verkeersveiligheid verbetert; • de verkeersbewegingen gespreid plaatsvinden en de woonstraten niet onevenredig worden belast.

Daarnaast is het ontwerp op basis van de participatie-input aangepast en verfijnd, onder meer door: • het toevoegen van groen en afscherming aan de zijde van de Oranjesingel; • de keuze voor overdekt laden en lossen aan de achterzijde van de supermarkt; • het voorzien in voldoende parkeerruimte en goede doorstroming op het terrein. De aangedragen alternatieven zijn dus serieus besproken en beoordeeld binnen het participatieproces, maar niet verkeerskundig uitvoerbaar of wenselijk gebleken. De huidige inrichting en verkeersopzet is het resultaat van die afweging en biedt de meest veilige en evenwichtige oplossing voor zowel bezoekers als omwonenden. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.

3. Nota van wijzigingen De zienswijze genoemd onder 1.8 punt 2, heeft geleid tot een aanpassing van het TAM-omgevingsplan.

3.1

Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen

Planregels  Voor planregel 4.4.5. Afwijken beoordelingsregels bouwactiviteit, wordt de navolgende wijziging doorgevoerd: De huidige planregel die luidt: o Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 4.4.2 en 4.4.3 onder de voorwaarden dat; zal worden gewijzigd in: o Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 4.4.2 en 4.4.3, uitgezonderd 4.4.2.d en 4.4.2.e, onder de voorwaarden dat:  Hiermee vervalt de binnenplanse mogelijkheid om de bouw- en goothoogte met 2,5 meter te verruimen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4968/documents/32675