CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

26-117 College - Beantwoording schriftelijke politieke vragen Lotte Pragt-Fles (ADA) jaarrekening 2025

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 2: Jaarstukken 20251.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SCHRIFTELIJKE POLITIEKE VRAGEN over de jaarrekening 2025 (Fractie ADA)

Welk deel van het positieve rekeningsaldo blijft vrij beschikbaar voor integrale afweging door de raad en vanwaar deze keuze? Antwoord: Het college doet voorstellen aan de raad om het rekeningsaldo te bestemmen. De raad beslist uiteindelijk. Van de afgerond € 7,7 miljoen wordt voorgesteld om ruim € 6,8 miljoen aan verschillende bestemmingsreserves toe te voegen en blijft ruim € 0,8 miljoen vrij beschikbaar, wat voorgesteld wordt toe te voegen aan de algemene reserve. Als de raad dit anders ziet, kan zij het rekeningresultaat via een amendement anders bestemmen.

Het college stelt voor om een substantieel deel (90%) van het positieve rekeningsaldo via resultaatbestemming toe te voegen aan specifieke bestemmingsreserves. Gelet op de voorziene financiële ontwikkelingen – waaronder structurele rijksbezuinigingen en het naderende ravijnjaar – rijst de vraag in hoeverre dit de beschikbare financiële wendbaarheid beïnvloedt. Kan het college concreet inzichtelijk maken: •

welke afweging is gemaakt tussen toevoeging aan bestemmingsreserves en versterking van de algemene reserve;

•

wat het effect zou zijn geweest op het weerstandsvermogen en de vrij aanwendbare ruimte indien (een groter deel van) het saldo aan de algemene reserve zou zijn toegevoegd;

•

en in hoeverre de huidige resultaatbestemming de mogelijkheid van de raad beperkt om in de komende jaren integraal nieuwe prioriteiten te stellen?

Antwoord: Bij de voorgestelde resultaatbestemming is onderscheid gemaakt tussen middelen die al een concrete bestemming of toekomstige verplichting kennen en middelen die vrij beschikbaar zijn. Een deel van het positieve resultaat is ontstaan doordat activiteiten of investeringen in 2025 nog niet volledig zijn uitgevoerd. Om deze middelen beschikbaar te houden voor het oorspronkelijke doel, wordt voorgesteld deze toe te voegen aan de betreffende bestemmingsreserves, zoals gemeentelijke objecten, biodiversiteit en landschap, de Omgevingswet, regio volkshuisvesting en onderwijshuisvesting. Daarnaast is gekeken naar de financiële positie van de gemeente. De algemene reserve en het weerstandsvermogen zijn momenteel uitstekend om risico’s op te vangen. Daarom wordt voorgesteld middelen die samenhangen met toekomstige opgaven en financiële uitdagingen, waaronder het ravijnjaar, te reserveren voor onder andere sportcomplex IJsselweide, vluchtelingen, IZA-gelden en het investeringsfonds. Wanneer een groter deel van het resultaat aan de algemene reserve zou zijn toegevoegd, zou de vrij besteedbare ruimte toenemen en het weerstandsvermogen verder verbeteren. Daar staat tegenover dat de raad later opnieuw middelen zou moeten vrijmaken voor reeds voorziene opgaven. De totale vermogenspositie verandert daarbij niet; het verschil zit vooral in de mate waarin middelen vrij inzetbaar zijn.

De voorgestelde resultaatbestemming verkleint de direct vrij beschikbare ruimte, maar legt geen onomkeerbare keuzes vast. De raad kan bestemmingsreserves op ieder moment heroverwegen, aanpassen of vrij laten vallen. Daarmee blijft ook in de komende jaren ruimte bestaan om nieuwe prioriteiten te stellen.

In de programmaverantwoording wordt in meerdere programma’s voornamelijk toegelicht welke activiteiten, processen en samenwerkingen zijn uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn formuleringen als 'we hebben ingezet op...', 'we zijn gestart met...' en 'we hebben samenwerking gezocht...', terwijl systematisch inzicht in bereikte effecten grotendeels ontbreekt. Kan het college per programma inzichtelijk maken: (a) welke concrete resultaten en maatschappelijke effecten in 2025 zijn bereikt, (b) hoe deze zich verhouden tot de vooraf gestelde doelen en (c) op basis van welke indicatoren deze resultaten zijn vastgesteld? In hoeverre acht het college deze wijze van rapporteren voldoende om de raad in staat te stellen zijn controlerende rol uit te oefenen ten aanzien van doelrealisatie en effectiviteit? Antwoord: Wij delen de constatering dat de jaarstukken momenteel beter antwoord geven op de vraag "wat hebben we gedaan?" dan op de vraag "wat hebben we bereikt?". De raad moet kunnen sturen op maatschappelijke effecten en niet uitsluitend op activiteiten. Daarom nemen wij de aanbevelingen van de accountant over en zetten wij vanaf de begroting 2027 een eerste stap naar een systematiek waarin doelen, prestaties, effecten, indicatoren en middelen nadrukkelijker met elkaar worden verbonden.

Sportcomplex IJsselweide: Waarom wordt een structureel tekort gedekt via een bestemmingsreserve in plaats van structureel in de begroting opgenomen? Antwoord: Het college stelt voor een bestemmingsreserve Sportcomplex IJsselweide van € 400.000 te vormen vanuit het positieve jaarrekeningresultaat 2025. Uit de businesscase blijkt dat een sluitende exploitatie niet realistisch is. De reserve biedt gedurende maximaal acht jaar financiële zekerheid en ondersteunt een zorgvuldige overgang naar de nieuwe exploitatievorm. De financiële afspraken en monitoring worden vastgelegd in de exploitatie- en huurovereenkomst, zodat de raad de ontwikkelingen kan blijven volgen.

Investeringsfonds: Hoe verhoudt de automatische toevoeging van middelen zich tot het budgetrecht van de raad en welke kaders gelden voor besteding? Antwoord: De voorgestelde toevoeging aan het Investeringsfonds doet geen afbreuk aan het budgetrecht van de raad. Het college kan niet zelfstandig over deze middelen beschikken; de raad bepaalt via de begroting of afzonderlijke besluitvorming welke investeringen worden uitgevoerd. Het fonds is bedoeld om in financieel onzekere tijden noodzakelijke investeringen mogelijk te blijven maken. De uitgangspunten, voorwaarden en spelregels worden uitgewerkt in de Begroting 2027 en ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.

Kan het college per bestemmingsreserve doel, looptijd, maximale omvang, bestedingsplanning en de rol van de raad inzichtelijk maken?

Antwoord: Deze suggestie nemen wij mee bij de actualisatie van de nota Reserves en Voorzieningen. Het streven is om dit uiterlijk bij de jaarrekening 2026 geactualiseerd te hebben.

Welke maatregelen neemt het college om de realisatiegraad te verhogen? Antwoord: Wij herkennen dat de realisatie van opgaven, investeringen en projecten regelmatig achterblijft bij de oorspronkelijke planning. Dat heeft verschillende oorzaken, zoals personele capaciteit, afhankelijkheid van externe partijen, langere procedures, marktomstandigheden en soms ook een te ambitieuze planning. Om de realisatiegraad te verhogen zetten wij in op: •

Realistischer plannen en prioriteren;

•

Meer focus aanbrengen in de uitvoeringsagenda;

•

Verbeteren van de personele capaciteit en expertise op cruciale dossiers;

•

Tijdige voorbereiding van projecten en procedures;

•

Leren van eerdere ervaringen zodat planningen beter aansluiten bij de praktijk.

Het college vindt het belangrijk dat begrotingen en uitvoeringsprogramma’s niet alleen ambitieus, maar ook realistisch en uitvoerbaar zijn. Daarmee neemt de voorspelbaarheid van de uitvoering toe.

Hoe borgt het college dat de raad jaarlijks integraal kan blijven sturen en prioriteren en niet middels deze jaarstukken reeds betekenis is gegeven aan toekomstige begrotingsruimte? Antwoord: De raad blijft jaarlijks via de voorjaarsnota (m.u.v. dit jaar), begroting en afzonderlijke raadsvoorstellen besluiten over de inzet van middelen en de gemeentelijke prioriteiten. De voorgestelde resultaatbestemmingen reserveren middelen voor bekende opgaven, maar nemen toekomstige afwegingen van de raad niet over. De raad behoudt de bevoegdheid om bestemmingsreserves te heroverwegen, aan te passen of anders in te zetten wanneer omstandigheden daarom vragen.

Welke keuzes worden feitelijk vooruit genomen via deze jaarrekening? Kan het college daarbij specifiek ingaan op in hoeverre deze werkwijze de feitelijke heroverwegingsruimte van de raad beïnvloedt en in hoeverre deze keuzes de vrije afwegingsruimte van de raad in komende begrotingsjaren beperken, inclusief een indicatie van de omvang van deze vooraf geoormerkte middelen? Antwoord: Met de voorgestelde resultaatbestemming wordt circa € 6,8 miljoen gereserveerd voor bekende opgaven, investeringen en risico’s. Daarmee wordt een deel van het rekeningresultaat geoormerkt en neemt de direct vrij beschikbare afwegingsruimte af.

Zoals hiervoor aangegeven zijn bestemmingsreserves echter niet onomkeerbaar. De raad kan deze op ieder moment aanpassen, vrij laten vallen of voor andere doeleinden inzetten. De uiteindelijke afweging over prioriteiten en middelen blijft daarmee bij de raad.

Op pagina 82 zien we dat het weerstandsvermogen de afgelopen jaren al behoorlijk daalt. Gezien het aankomende ravijnjaar baart dit zorgen. Hoe zijn de vooruitzichten voor de komende jaren 2026 e.v.? Antwoord: Het weerstandsvermogen is de afgelopen jaren afgenomen, maar bedraagt ultimo 2025 nog altijd 2,02 en voldoet daarmee aan de door de raad vastgestelde norm van minimaal 2,0. Voor de komende jaren neemt de financiële druk toe door onzekerheden rond het gemeentefonds, het ravijnjaar, het sociaal domein en investeringsopgaven. De exacte ontwikkeling is afhankelijk van landelijke besluitvorming en wordt geactualiseerd in de begroting 2027. Juist vanwege deze onzekerheden kiest het college ervoor de financiële weerbaarheid op peil te houden door terughoudend om te gaan met de algemene reserve en middelen te reserveren voor bekende risico’s en opgaven. Daarmee blijft de gemeente ook de komende jaren financieel robuust.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5070/documents/34318