24-178 College - Memo Hervorming arbeidsmarktinfrastructuur.pdf
Tekst van het document
Memo Aan: Cc:
College van B&W van Oude IJsselstreek De gemeenteraad van Oude IJsselstreek
Van: Datum
Wethouder Haverdil 12 november 2024
Onderwerp:
Hervorming arbeidsmarktinfrastructuur
Landelijk kader Nederland bestaat uit 35 arbeidsmarktregio’s, waaronder de arbeidsmarktregio Achterhoek. Binnen een arbeidsmarktregio werken de gemeenten en het UWV samen aan dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden. Onze regio bestaat uit 8 Achterhoekse gemeenten. Vanuit het rijk hebben de arbeidsmarktregio’s de opdracht gekregen tot een hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Dit met als doel een grotere vindbaarheid, betere toegankelijkheid, intensievere samenwerking en het stimuleren van maatwerk. Hierdoor kunnen we meer mensen naar passend en duurzaam werk begeleiden. De verwachte inwerkingtreding van de wetswijziging is 1 januari 2026. 2025 is een transitiejaar waarin al stappen gezet worden. De reden van de voorgenomen wijzing is dat er heel veel verschillende samenwerkingen zijn op regioniveau als het gaat om inwoners- en werkgeversdienstverlening gericht op arbeid en ontwikkeling. Deze samenwerkingen zijn mede ontstaan tijdens de coronacrisis, zoals bijvoorbeeld het Regionaal Mobiliteits Team (RMT). Al deze samenwerkingen lopen goed, maar zorgen voor veel versnippering en verschillende loketten. Het doel is om deze versnippering weg te nemen. Maatregelen Er worden vier maatregelen genomen bij de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur: Maatregel 1: Het opzetten van een regionaal werkcentrum (RWC).
In het RWC bevinden zich het leerwerkloket, werkgeversservicepunt (in ons geval het WSPA) en RMT. Deze afzonderlijke merken verdwijnen en gaan op in één RWC. Het merk verdwijnt, maar het werk dat blijft. Door samenvoeging hiervan weten inwoners en werkgevers beter waar ze moeten zijn en worden ze gerichter geholpen. Daarnaast vindt er harmonisatie van dienstverlening plaats. Het RWC is een netwerksamenwerking. Er komt één website en telefoonnummer en er is minimaal één locatie per regio. Dit kan een gebouw zijn, maar bijvoorbeeld ook een bus die rondrijdt. De vorm wordt bepaald op basis van de behoefte en de wensen van de regio(-gemeenten). In de nieuwe structuur krijgt ieder werkcentrum gidsen, zij geven als eerstelijnsmedewerker informatie over alles rondom loopbaan en scholing. Bij specialistische vragen wordt er warm doorverwezen naar de specialisten bij de verschillende betrokken partners zoals gemeenten, UWV en onderwijs. Maatregel 2: Het versterken van werk-naar-werk dienstverlening. Het doel hiervan is preventie: het voorkomen van werkeloosheid en het verstrekken van een ww- of bijstandsuitkering. Samenwerking tussen alle partijen is erg belangrijk, waarbij niet de inkomenssituatie centraal staat, maar de vraag wat de inwoner nodig heeft om aan het werk blijven.
1
Maatregel 3: Het meer centraal stellen van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner en werkgever. Meer samenwerking zal zorgen voor een passender ondersteuning voor de inwoners en werkgevers. Maar ook de uitvoering moet makkelijker hun werk kunnen doen. Informatie-uitwisseling wordt makkelijker gemaakt door een wetswijziging. Maatregel 4: Een gezamenlijke private-publieke governance. Er komt een regionaal beraad en een landelijk beraad. De initiatiefnemers voor het regionaal beraad zijn de centrumgemeente en UWV. De deelnemers zijn minimaal de gemeenten, sociale partners, Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB), onderwijs en sociale werkbedrijven. Dit kan worden uitgebreid met alle strategische partners die zich bezighouden met werkzoekenden en werkgevers. Dit kan per regio verschillen. In het landelijk beraad zitten de ministeries van SZW, OCW en EZK, UWV, VNG, sociale partners, SBB en onderwijs publiek en privaat. Regionaal kader Regionaal zijn er al verschillende gesprekken gevoerd over de inrichting van een RWC. De regionale doelen en ambities komen overeen met de doelen en ambities in het landelijke kader.
Vanuit de verschillende overleggen en interviews met betrokkenen vanuit werk en inkomen van de gemeenten en het UWV zijn de volgende leidende principes naar voren gekomen: Neutraliteit en laagdrempeligheid, het RWC wordt als zelfstandige entiteit neergezet. Innovatief en inspirerend voor inwoners en werkgevers. Regionaal en nabij, regionale afspraken over het hoe, maar lokale gesprekken met inwoners en werkgevers. Menselijke maat is leidend. Altijd aan het juiste adres-principe, wanneer nodig met warme overdracht. Integrale dienstverlening, gericht op meerdere leefdomeinen. Netwerken, samenwerkend en lerend. Het RWC is een netwerkorganisatie met een partnership tussen sociale partners, private en publieke bedrijven. Kwaliteit, de dienstverlening voldoet aan een hoge kwaliteitsstandaard. De klanten van het RWC zijn werkgevers, zzp’ers, werkenden, werkzoekenden met een uitkering, werkzoekenden zonder uitkering en studenten. Zij kunnen terecht voor informatie en oriëntatie, advies en facilitering. Denk aan het geven van voorlichting, het geven van trainingen en matching van vraag en aanbod. Het RWC is een eerstelijnsorganisatie. Als het gaat om specialistische vragen of wettelijke taken van uitvoeringsorganisaties dan blijven deze bij de huidige uitvoeringsorganisaties en gemeenten belegd. Dit op basis van een warme overdracht.
Zoals ook aangegeven in de landelijke kaders zal het RWC bestaan uit medewerkers uit het WSPA, het leerwerkloket en het RMT. De randvoorwaarde voor een adequate dienstverlening is dat gewerkt wordt met een ICT-systeem dat gegevensuitwisseling en het volgen van klanten mogelijk maakt. De besluitvorming rondom het implementatieplan ligt bij de speerpuntgroep Inclusieve arbeidsmarkt. Lokaal kader De vorming van een RWC past goed binnen onze eigen ontwikkelingen in het sociaal domein. Naast het versterken van de regionale samenwerking, willen we ook de lokale samenwerking versterken. Denk hierbij aan het integraal werken tussen de verschillende interne afdelingen in het sociaal domein, maar ook de samenwerking met bijvoorbeeld Vluchtelingenwerk, Sociaal Werk en de verschillende partners in het 2
voorliggend veld. Daarnaast kunnen ook toeleiders naar werk aansluiten, denk aan gecertificeerde uitzendbureaus of re-integratiebureaus. Het bestaan van Stoer versterkt! en een RWC zit elkaar niet in de weg. De landelijke insteek is om alle betrokken partijen de mogelijkheid te geven om het logo van het RWC te voeren naast een eigen logo. Zo wordt de lokale herkenbaarheid niet aangetast en is er ook sprake van landelijke eenduidigheid. De opzet van een RWC kan daardoor als vliegwiel werken. Door lokaal een RWC-locatie te openen kunnen we de krachten bundelen en de dienstverlening op termijn uitbreiden naar andere leefgebieden dan werk. Denk aan ondersteuning op financiën, dagbesteding en gezondheid. De inwoner kan dan laagdrempelig op één locatie terecht voor verschillende vormen van ondersteuning. Daarnaast kunnen de professionals eenvoudig kennis delen en korte lijnen creëren door elkaar beter te vinden, kennen en te begrijpen en de dienstverlening samen vormgeven. De afgelopen jaren heeft de fysieke inrichting van Stoer buiten het gemeentehuis laten zien dat dit een overwegend positieve uitwerking heeft op de inwonersdienstverlening. Inwoners voelen zich op hun gemak en de open sfeer draagt bij aan het goede gesprek met de inwoner.
Door het RWC in te richten als een laagdrempelige locatie met een open sfeer en het gevoel dat iedereen welkom is, wordt het een locatie waar onze inwoners en werkgevers met al hun vragen en uitdagingen binnen het sociaal domein terecht kunnen. Hierbij dient aandacht te zijn voor veilige werkomstandigheden van de professionals in combinatie met de laagdrempeligheid van de locatie. De ontwikkeling sluit aan bij de begroting 2025 – 2028, een toekomstbestendig en toegankelijk gemeentehuis. Hierin wordt verwezen naar de VNG kadernota met betrekking tot de integrale toegang tot het Sociaal Domein en de voordelen van gemeenschappelijke huisvesting van het Sociaal Domein. De visie die in de contourennotitie naar voren komt sluit aan bij de visie van Oude IJsselstreek. We vinden een regionale samenwerking, waarbij de inwoner- en/of werkgeversvraag centraal staan, van toegevoegde waarde. Het verdere proces De ontwikkeling van een RWC zien we als een kans om onze lokale samenwerkingen te versterken en dichter bij elkaar te brengen. Dit met als resultaat de inwoner laagdrempelig de best passende dienstverlening te bieden. Een regionaal werkcentrum is immers bedoeld voor alle inwoners, waardoor het een laagdrempelige uitstraling heeft.
Het ontwikkelen van een lokaal RWC is een groeimodel, het biedt kansen in het doorontwikkelen van de samenwerking met externe partners, maar ook binnen onze eigen organisatie. Hierdoor kan het op termijn mogelijk een bijdrage leveren aan het versterken van het integraal werken en het ontschotten van budgetten. Hierbij starten we met de verplichte basis: het leerwerkloket, het werkgeversservicepunt en het regionaal mobiliteitsteam, aangevuld met de gemeentelijke expertise op werk en inkomen. Daarna onderzoeken we hoe lokale gecertificeerde uitzendbureaus kunnen aansluiten. In de volgende fase zullen we ook externe (voorliggende) partners en interne afdelingen aansluiten op het RWC.
3