24-021c College - Bijlage 2 RU Energietransitie Achterhoek 2023 deel 2 .pdf
Tekst van het document
Regionaal Uitvoeringsprogramma deel 2 Hoe werken we aan het Akkoord van Groenlo
De Achterhoek D’ran, samen in de energietransitie Versie: Final concept Versie datum: 20 december 2023
Samenvatting Het akkoord van Groenlo 3.0 is in het voorjaar van 2023 door alle Achterhoekse raden omarmd. Het voorliggende document, het Regionaal Uitvoeringsprogramma deel 2, is bedoeld om de samenwerking in de energietransitie in de Achterhoek te borgen. Deel 1 richtte zich op de inhoud en cijfers om een energieneutrale Achterhoek in 2050 te bereiken. Deel 2 gaat over hoe we deze doelen bereiken, over de governance en capaciteit. We gaan door en ontwikkelen onszelf. De huidige samenwerking gaan we meer formaliseren en opschalen om de regionale samenwerking te versterken. We gaan uit van de bestaande samenwerking in het Akkoord van Groenlo en de RES Achterhoek. Het regionale uitvoeringsprogramma en het RES programma hebben elk hun eigen governance en scope. Het Rijk voorziet ook regionale samenwerking in de lokale warmtetransitie. Ook hiervoor zetten we niet iets nieuws op, maar passen onze samenwerking op aan. De samenwerking is een informele netwerkorganisatie van gemeenten, werkend aan een gezamenlijk doel. De werkstructuur bestaat uit het Bestuurlijk Afstemmingsoverleg Duurzaamheid (BOA Duurzaamheid), het overleg van gemeentelijke duurzaamheidscoördinatoren en regionale werkgroepen. In deze overleggen nemen we gemandateerd besluiten en/of bereiden we besluitvorming voor voor een beslissend orgaan.
De RES Achterhoek valt niet onder deze beschrijving van de regionale samenwerking, maar wordt in dit document wel meenomen om de samenhang weer te geven.
2
Voorwaarden die wij organiseren voor een goede regionale samenwerking zijn: - Professioneel programmatisch werken: Samenhangende activiteiten om de doelen te bereiken, met de inzet van middelen, capaciteit en kwaliteit. - Commitment in capaciteit: Gemeenten stellen capaciteit beschikbaar voor programmataken, uitvoeringsactiviteiten en gemeentelijke besluitvorming. - Werk verdelen en compenseren: De werkzaamheden worden verdeeld en gecompenseerd op basis van wederkerigheid en vertrouwen. - Beschikbaar budget: Gemeenten stellen voldoende middelen beschikbaar stellen voor regionale activiteiten. - Planning en evaluatie: Het uitvoeringsprogramma wordt elke 2 jaar herijkt, en er is regelmatig bestuurlijk overleg. Het ‘dagelijkse’ werk sturen we via jaar- en projectplannen.
3.3.
Werk verdelen, monitoren en compenseren ......................... 12
Samenvatting ......................................................................................... 2
3.4.
Beschikbaar budget............................................................... 12
Inhoudsopgave....................................................................................... 3
3.5.
Planning en evaluatie ............................................................ 12
Inhoudsopgave 1.
2.
Aanleiding ...................................................................................... 4 Waarom deel 2........................................................................ 4
4.1.
Programma-uitvoering ........................................................... 15
1.2.
Doorgaan en doorontwikkelen ................................................ 4
4.2.
Programma aansturing .......................................................... 15
1.3.
Samenhang met RES Achterhoek.......................................... 5
4.3.
Programma effecten .............................................................. 15
1.4.
Een regionale structuur lokale warmtetransitie? .................... 5
4.4.
Programmamensen ............................................................... 15
1.5.
Samen d’ran............................................................................ 5
4.5.
Input ....................................................................................... 15
Hoe de Achterhoek samenwerkt ................................................... 6
4.6.
Huidige werkgroepen (november 2023) ................................ 15
2.1.
Regionaal samenwerken, wat is dat? ..................................... 6
2.2.
Wanneer werken we samen? Wanneer niet? ........................ 7
2.2.1.
Wat we nu al samendoen, zetten we voort ..................... 7
2.2.2.
Kiezen over nieuwe ontwikkelingen ................................ 7
2.2.3.
Wat zijn dan nieuwe ontwikkelingen? ............................. 8
Het sturen van de samenwerking ........................................... 8
2.3.1.
Het Bestuurlijk afstemmingsoverleg duurzaamheid ....... 8
2.3.2.
Duurzaamheidscoördinatoren-overleg............................ 8
2.3.3.
Regionale werkgroepen .................................................. 9
2.4.
3
Wat we doen, in een overzicht ..................................................... 14
1.1.
2.3.
3.
4.
RES Achterhoek ..................................................................... 9
Voorwaarden voor samenwerking ............................................... 11 3.1.
Professioneel programmatisch werken ................................ 11
3.2.
Commitment in capaciteit ..................................................... 11
1. Aanleiding
1.2. Doorgaan en doorontwikkelen
Het akkoord van Groenlo 3.0 is in het voorjaar van 2023 door alle Achterhoekse raden omarmd. In het Regionale uitvoeringsprogramma deel 1, staat de opgave beschreven om gezamenlijk te komen tot een energieneutrale Achterhoek in 2050. De focus van deze samenwerking richt zich op het beperken van de vraag naar energie bij woningen (huishoudens) en gebouwen (niet- woningen) en een toename van de duurzaam opgewekte energie zoals wind, zon en zon op dak (figuur 7 uit deel 1). Deze focus betreft het deel waar wij als overheden het meeste invloed op hebben.
De huidige manier van samenwerken is het uitgangspunt. We verzinnen niet iets nieuws, maar maken juist expliciet wat we al doen.
1.1. Waarom deel 2
"We leggen de doelstellingen en activiteiten waar we op inzetten vast in een uitvoeringsprogramma met streefcijfers en met een tijdshorizon tot telkens 10 jaar vooruit. We monitoren de voortgang in een gezamenlijk proces en herijken het uitvoeringsprogramma iedere twee (2) jaar.”
Het doel van het Regionale uitvoeringsprogramma deel 2 is om te borgen hoe wij als gemeenten samenwerken aan deze focus. We beschrijven daarbij de aansturing van het programma (governance) en de inzet van middelen, capaciteit en kwaliteit om te komen tot meetbare effecten, gerelateerd aan de gezamenlijke doelstelling.
4
Dat wil niet zeggen dat alles bij hetzelfde blijft. Door formaliseren van de manier van samenwerking vindt een opschaling plaats van uitvoeringscapaciteit ten behoeve van de regionale focus. De samenwerking zal professionaliseren door programmatisch en projectmatig te werken. En gaan we onszelf strakker houden aan de afspraken. Want onze afspraak uit het Akkoord van Groenlo is (2023):
1.3. Samenhang met RES Achterhoek
1.4. Een regionale structuur lokale warmtetransitie?
Onze ambitie voor grootschalige opwek borgen wij via de RES Achterhoek. De RES heeft dezelfde regionale doelstelling voor 2030 als het Akkoord van Groenlo en geeft daarmee grotendeels invulling aan het programma Opwekken van de Regionale Uitvoeringsagenda. De RES kent haar eigen besluitvormingsstructuur en programma, dit vanwege de wettelijke taken, verantwoordelijkheden en middelen meegegeven door de Rijksoverheid en koepels. De RES maakt op haar beurt wel deels gebruik van dezelfde uitvoeringscapaciteit bij gemeenten en de RES heeft een directe invloed op datgene wat gedaan moet worden ten aanzien van de bespaaropgave.
De Rijksoverheid heeft aangekondigd dat ook separaat ondersteuning volgt om regionaal samen te werken aan het uitvoeren van de warmtetransitie. Daaronder vallen de transitievisies warmte en het maken en uitvoeren van warmte uitvoeringsplannen. Op het gebied van warmtebesparing werken we al nauw samen. En de Regionale Structuur Warmte is opgenomen in onze RES Achterhoek.
We zien hier kansen voor optimalisatie. Onderdelen van onze professionalisering zijn 1) de samenhang borgen op programmaniveau tussen RES en RU, en 2) meer afstemming en efficiëntie in de uitvoering van de werkgroepen.
De Rijksoverheid komt met een Specifieke Uitkering (SPUK) regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie. Het Regionale uitvoeringsprogramma (deel 1 & deel 2) en de voortgangsrapportage RES zijn de basis van onze gezamenlijke aanvraag voor deze SPUK. Daarmee gaan we de warmtebesparing bij inwoners en organisaties via bestaande aanpakken intensiveren en kunnen we de mogelijkheden verkennen voor regionaal schaalvoordeel bij onze transitievisies warmte, wijkaanpakken, en infrastructuur zoals warmteen koudenetten.
1.5. Samen d’ran Met het opleveren van het Akkoord van Groenlo, en het regionale uitvoeringsprogramma (delen 1 en 2) sluiten we een intensieve periode van herijking. We hebben teruggeblikt op de periode vanaf 2009. En momentopname gemaakt waar we nu staan. We hebben de speerpunten voor 2030 en de capaciteit en middelen om voortvarend door te gaan.
5
2. Hoe de Achterhoek samenwerkt Samenwerking 3.0 Al sinds 2009, ver voor het nationale klimaatakkoord, werkt de Achterhoek samen aan de energietransitie. Het gezamenlijke proces is toen moedig van start gegaan, zonder al een duidelijke route voor ogen te hebben. We stonden zeker in het begin sterk onder invloed van de vele verschillende (tegen)windrichtingen zoals verantwoordelijkheid, betrokkenheid, politiek draagvlak, tijd en geld. Het Akkoord van Groenlo heeft zich de afgelopen jaren steeds verder ontwikkeld. Van het eerste akkoord in 2009 tot het Akkoord van Groenlo 3.0 in 2023. We krijgen een steeds beter beeld van de opgave met het eindpunt in 2050 en het tussendoel voor 2030. En hoe we regionaal samenwerken op deze doelen te halen.
2.1. Regionaal samenwerken, wat is dat?
De energietransitie bevat een veelheid aan activiteiten die we, door de vele ontwikkelingen en onzekerheden, steeds zullen blijven aanpassen. Inhoudelijk zullen speerpunten, programma’s en werkgroepen zich door de jaren heen aanpassen aan de innovaties in de energietransitie. In de samenwerking houden we de flexibiliteit om per activiteit af te wegen of we er samen in optrekken en welke mate. Samenwerken neemt dus verschillende vormen aan. We onderscheiden de volgende 5 manieren van samenwerking: 1. We informeren elkaar. We wisselen kennis uit. Over een ontwikkeling in de eigen gemeente, of informatie van andere overheden. Lessen uit pilots en onderzoeken delen we, zodat we niet 8 keer het wiel opnieuw uitvinden. Voorbeeld: warmte-coördinatoren overleg; kennissessies. 2. We geven elkaar advies. We houden veelal eigen gemeentelijke regelingen. We evalueren en reflecteren daar samen op. Wat kunnen we leren van elkaars onderbouwing en inrichting? Voorbeeld: maatregelenlijst TBW-lening; gemeentelijke regelingen.
Dit is wat we hebben afgesproken in het akkoord van Groenlo: • • • •
6
Wij willen de energietransitie aanjagen, stimuleren en de juiste voorwaarden scheppen. We bundelen de krachten en zetten in op ieders talenten en kwaliteiten. We juichen toe dat individuele gemeenten naast het uitvoeringsprogramma meer en ook andere activiteiten ontplooien. We pakken vraagstukken waar regionale samenwerking een meerwaarde heeft samen op.
3. We werken voor elkaar. We stellen expertise, capaciteit en kwaliteit beschikbaar voor een regionaal resultaat. Dit kan ambtelijk, bestuurlijk en gemeentelijk zijn. Voorbeeld: voorstel DAEB-regeling, opgave duurzame opwek 4. We bundelen ons beleid. Dit doen we om regionale aanpakken te faciliteren. In de uitvoering zit wel ruimte voor een eigen gemeentelijke uitvoering. Voorbeeld: Aanjaagfonds, Duurzaam Ondernemerscentrum
5. We werken als één geheel. Dit is de meest betrokken manier van samenwerken. De Achterhoek treedt op als één overheid, opdrachtgever, of entiteit. Voorbeeld: AGE bv, coöperatie Energieloket Achterhoek. Deze manieren van samenwerking zijn in de praktijk niet zo hard afgebakend. En ze wisselen elkaar soms af of doen we tegelijkertijd. Daarnaast hebben we de ruimte niet alle acht hetzelfde te kiezen en te doen. Het is wel van belang om bij beslismomenten en in werkgroepen hierbij stil te staan en bewust een manier van samenwerking af te spreken.
2.2. Wanneer werken we samen? Wanneer niet? 2.2.1. Wat we nu al samendoen, zetten we voort We werken sowieso al samen, bestuurlijk en ambtelijk; in bestaande werkgroepen; en op al gekozen onderwerpen. Dit is onze basis. De opgave is groot en vraagt van ons een consequente en efficiënte regionale samenwerking, dat zetten we voort. De focus waarop we samenwerken staat in deel 1 van het Regionale Uitvoeringsprogramma. De praktische uitwerking in werkgroepen staat in het volgende hoofdstuk.
2.2.2. Kiezen over nieuwe ontwikkelingen Ons programma is niet statisch, we moeten ruimte op de agenda hebben voor nieuwe ontwikkelingen. We hebben te maken met veranderende omstandigheden en met onzekerheid over wat er concreet aan werk op ons afkomt. Een doorkijk hebben we wel, namelijk in de variantentabel van opgesteld door RHDHV als bijlage
7
van het Akkoord van Groenlo 3.0. En ook vanuit het Rijk komen regelmatig taken en opgaves onze kant op. Samenwerken kan goed bijdragen aan efficiënte uitvoering. We zijn als afzonderlijke gemeenten te klein om alle nieuwe ontwikkelingen bij te houden. Gezamenlijk kan dat wel. We hebben een samenwerking nodig waarbinnen we nieuwe activiteiten kunnen agenderen en oppakken, naar aanleiding van bijvoorbeeld: 1. 2. 3. 4.
Een (externe) partner met een goed idee; (Veranderend) beleid bij hogere overheden; Goede ideeën van een van de gemeente zelf; Onze eigen monitoring en evaluaties.
We spreken hiervoor de volgende werkwijze af: Nieuwe ontwikkelingen agenderen we eerst ambtelijk in het Ducooverleg. Daarin stellen we vast: • de bijdrage aan de regionale doelstelling • de meerwaarde van samenwerking • de passende manier van samenwerking • de kartrekkende ambtenaar en regionale werkgroep, of doorgeleiden naar het RES programma • het moment en wijze van agendering in het BAO (informerend, consulterend, richtinggevend). De ambtelijk kartrekker is als voorzitter van de werkgroep verantwoordelijk om capaciteit, expertise en geld te organiseren. De programma-secretaris (zie paragraaf 2.3.2) heeft hierbij een faciliterende rol.
2.2.3. Wat zijn dan nieuwe ontwikkelingen?
2.3.1. Het Bestuurlijk afstemmingsoverleg duurzaamheid
De huidige samenwerking in uitvoering is een momentopname. We houden ruimte en flexibiliteit om het programma en de werkgroepen aan te passen. We houden een lijst bij van ontwikkelingen die we op ons af zien komen, de Ontwikkelagenda. Of en hoe we de onderwerpen van de ontwikkelagenda concreet onderdeel maken van onze uitvoering is onderdeel van het onderzoek binnen de ontwikkelagenda.
Het BAO is het overleg van de acht gemeentelijke portefeuillehouders Duurzaamheid. Het BAO is aanspreekbaar voor het regionale deel van de klimaatopgave, afgebakend via het Akkoord van Groenlo, uitgezonderd het RES Achterhoek deel. Elke portefeuillehouder heeft voldoende mandaat en ruggenspraak met het eigen college om besluiten te nemen in het BAO. De agenda van het BAO delen we ter kennisgeving met de Achterhoekse colleges. We noemen het BAO duurzaamheid, om bij gelegenheid ook aanpalende onderwerpen (bijvoorbeeld: circulariteit; niet-energetische broeikasgassen) af te stemmen, maar de primaire inhoudelijke focus en uitvoering ligt op het Akkoord van Groenlo.
2.3. Het sturen van de samenwerking De samenwerking is tussen acht zelfstandige gemeenten is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en gelijkluidende intenties en is bestendigd met het raadsbesluit over het Akkoord van Groenlo. Het ‘besturen’ van het Akkoord van Groenlo betekent dat we sturing geven aan een informele netwerkstructuur. Het bestuurlijk afstemmingsoverleg duurzaamheid (BAO) en het overleg van duurzaamheids-coördinatoren (Duco-overleg) hebben geen formele bestuursrechtelijke status. Tegelijkertijd zijn het wel de beslis- en uitvoeringskracht van de samenwerking. Vanwege dit informele karakter willen we helderheid geven over de governance: de verdeling van verantwoordelijkheden, rollen, taken en verantwoording. Overigens, de RES Achterhoek heeft haar eigen werk- en beslisstructuur waarin we als Achterhoek samenwerken met ook andere overheden en partners. Voor de volledigheid beschrijven wij deze in paragraaf 2.4.
8
Het BAO is het richtinggevende gremium van de samenwerking, wel in de wetenschap dat de richting van het BAO pas formeel in werking treedt na besluitvorming door een beslissingsbevoegd orgaan. Dit kan een ALV, AvA, het college van B&W of een ambtelijk budgetbeheerder zijn. Het BAO kiest haar voorzitter uit een van de portefeuillehouders. Het BAO wordt ambtelijk ondersteund bij het inhoudelijk opstellen van de agenda door afgevaardigde van het duco-overleg, in de rol van BAOsecretaris.
2.3.2. Duurzaamheidscoördinatoren-overleg Het DUCO is het overkoepelend regionale ambtelijke overleg over de klimaatopgave en de energietransitie. In het DUCO zitten in ieder geval de acht beleidsambtenaren van elke gemeente. Dit zijn de ambtenaren die de eerste adviseur zijn van het bestuur en de wethouder op het
beleidsthema Energietransitie. Het DUCO is opdrachtnemer en adviseur van het BAO. En zo eerste aanspreekpunt voor de uitvoering van het regionale uitvoeringsprogramma en het adviseren over voorstellen. Het DUCO bereidt de agenda van het BAO voor en geeft deze mee aan de BAO-secretaris. Elke Duco heeft voldoende mandaat, doorzettingsmacht, begrotingsruimte, tijd en de capaciteiten te hebben om werkzaamheden uit te voeren en te delegeren. Het DUCO wijst haar eigen voorzitter aan. Deze is verantwoordelijk voor de agenda en het bewaken dat de hoofdlijnen van het Duco-overleg toewerken naar de doelen van het Regionale uitvoeringsprogramma. Het Duco-overleg wijst ook een programma-secretaris aan. Deze ondersteunt het Ducooverleg en de voorzitters van de werkgroepen bij uitvoering en bij de monitoring van de samenwerking. Het Duco-overleg is de ambtelijk opdrachtgever voor regionale werkzaamheden. De werkzaamheden worden in de vorm van een opdracht (actie, taak, project, of proces) toegewezen aan een regionale werkgroep. Werkgroepen rapporteren periodiek aan het Duco-overleg over voortgang en resultaten.
2.3.3. Regionale werkgroepen Een werkgroep is opdrachtnemer van het Duco-overleg en is verantwoordelijk voor het afronden van toegewezen opdrachten. Elke werkgroep wijst een voorzitter en secretaris aan. De voorzitter is verantwoordelijk voor het organiseren van benodigde mensen en middelen. En voor de aansturing, opstellen en versturen van stukken en rapportage uit de werkgroep. De secretaris maakt de agenda &
9
actie-lijst van de werkgroep. Elke werkgroep heeft daarnaast een bestuurlijk kartrekker afgevaardigd uit het BAO. De voorzitter stelt de werkgroep samen met mensen die relevante expertise en affiniteit hebben. Dit kunnen mede-duco’s zijn, maar vooral ook gemeentelijke collega’s van andere beleidsterreinen (bijvoorbeeld wonen, economische zaken, sociaal domein) of vakgebieden (bijvoorbeeld financiën, juridisch, ruimtelijke ordening). Een werkgroep werkt nauw samen met externe uitvoerende partijen (bijvoorbeeld EnergieSamen/Groenfonds, Agem Energie Experts, SIKA) op basis van een opdrachtgever-opdrachtnemer verhouding.
2.4. RES Achterhoek De RES heeft haar eigen werkstructuur. Het rijk en de koepels (IPO, VNG, Unie van Waterschappen) zijn de opdrachtgevers. De RES regio’s worden daarbij gefaciliteerd door NP RES. De portefeuillehouders Ruimtelijke ordening, energietransitie en soms duurzaamheid sturen de RES Achterhoek aan via het RES Bestuurlijk Overleg. De RES regiegroep is het ambtelijk voorportaal voor het bestuurlijk overleg. De voorbereiding en de begeleiding van de uit te voeren werkzaamheden van de werkorganisatie vindt plaats in het programmateam RES. De programmamanager RES is de ‘linking pin’ in deze besluitvormingsketen. De RES Achterhoek heeft een aantal opdrachten. De uitwerking wordt ze worden intensief begeleid uitgewerkt in door het programmateam. en iIn RES werkgroepen worden een aantal specifieke taken nader uitgewerkt. Dit wordt afgestemd met de regiegroep.
Op dit moment zijn er twee werkgroepen; Ruimte en Elektriciteit. Deze werkgroepen zijn aan zet over de volgende onderwerpen:1 - Herijking RES Achterhoek 2.0 - Integraal programmeren van het regionale netwerk o Ruimtelijk spoor (zoals het planMER Windbeleid van RES Provincie Gelderland voor het borgen van windzoekgebieden in ruimtelijk en/of omgevingsbeleid) o Netimpact - Plan van aanpak zon op dak - Plan van aanpak lokaal eigendom Er is personele en inhoudelijke overlap tussen de RES Achterhoek en dit regionale uitvoeringsprogramma energietransitie. Een onderdeel van de professionaliseringsslag is om efficiëntie in inzet van mensen en middelen tussen beiden te organiseren, en een heldere afbakening.
1 Zie ook de Voortgangsrapportage 2023 RES Achterhoek.
10
3. Voorwaarden voor samenwerking Wat hebben we nodig voor onze samenwerking?
3.1. Professioneel programmatisch werken Het Regionale uitvoeringsprogramma bestaat uit samenhangende activiteiten toewerkend naar één doel, zoals geformuleerd in het Akkoord van Groenlo. Een programma is vooral ook een manier van (samen)werken aan een verandering. De activiteiten in een programma bestaat uit projecten en processen en soms ook losse taken. De activiteiten voeren we dus projectmatig of procesmatig uit. De mensen die werken binnen het programma zijn in staat om dit op regionaal niveau uit te voeren. Onze aansturing en verantwoording richt zich hier ook op in. We werken samen, met het Akkoord van Groenlo 3.0 hebben we dit nogmaals bestendigd. Deze intentie volgen we op met concrete inzet; boter bij de vis. De acht gemeenten stellen aan de samenwerking eigen middelen beschikbaar: voldoende capaciteit, de juiste kwaliteiten en passend budget. Elke gemeentelijke organisatie neemt dit ook op in de gemeentelijke begroting en rapporteert daar zelf over in haar P&Ccyclus. Zo formaliseren we ook onze inzet voor de samenwerking.
3.2. Commitment in capaciteit Welke inzet vraagt de samenwerking van ons? Het Regionaal uitvoeringsprogramma bevat drie type werkzaamheden waarvoor wij capaciteit nodig hebben.
11
1. Programmataken Dit zijn de ambtelijke werkzaamheden voor de aansturing van het regionale programma. Dit bevat de rollen: BAO-secretaris, duco-voorzitter, programma-secretaris, duco-overleg, werkgroep voorzitter, werkgroep secretaris. De voorzittersrollen bewaken de hoofdlijnen en stuurt op de doelstellingen, zij zijn verantwoordelijk voor de agenda en prioritering. De secretarisrollen zijn de rechterhand van de betreffende voorzitters, verzorgen de actie- en besluitenlijsten en ondersteunen de uitvoeringsorganisatie. 2. uitvoeringsactiviteiten De uitvoeringsactiviteiten organiseren wij via regionale werkgroepen. Deze staan verderop beschreven. Van belang is dat elke werkgroep effectief (relevante expertise en affiniteit) en efficiënt (beperkte omvang, goed delegeren) wordt bemenst. 3. Gemeente voorbereiding en afstemming Elke gemeente vaardigt een ambtenaar, de Duco, af om deel te nemen aan het regionale Duco-overleg. Deze verzorgt ook de ambtelijke voorbereiding en annotaties voor de eigen portefeuillehouder voor het BAO. Daarnaast heeft de Duco ook de taak om de regionale activiteiten intern door te voeren met besluitvorming en af te stemmen met collega’s van andere afdelingen. Op basis van ureninzet uit het verleden schatten wij in dat de programmataken en het aansturen van de werkgroepen circa 2 fte inzet vergt. Dit wordt verdeeld onder de 8 Duco’s. De uren die besteed
in de werkgroepen en interne gemeentelijke voorbereiding en besluitvorming is tijd die ook besteed zou zijn zonder regionale samenwerking.
samenwerken, kunnen we veel sneller grote stappen in de goede richting maken.
3.4. Beschikbaar budget 3.3. Werk verdelen, monitoren en compenseren De werkzaamheden verdelen we onderling, samen D’ran. Zeker bij de programmataken houden we dit bij onszelf, en beperken de inzet van externe inhuur. Maar we verdelen wel evenwichtige naar draagkracht, iedereen wil dit en doet wat hij kan. We werken samen op basis van wederkerigheid, de ene keer trekt de ene gemeente de kar, op een ander moment en onderwerp de andere. En ‘voor wat, hoort wat’, een gemeente die op een regionale taak veel inspanning pleegt, compenseren we daarvoor. We organiseren een gezamenlijke regionale programma-ondersteuning voor de praktische en organisatorische ondersteuning bij de programmataken, zoals BAO en DUCO. Voor de verdeling van werkzaamheden hanteren we niet een precieze weegschaal, maar werken op basis van vertrouwen. De Duco is de 1e beleidsadviseur voor het bestuur op het gebied van de regionale energietransitie. De regionale taken die we in te vullen hebben vragen bepaalde kwaliteiten en professionaliteit. We hebben resultaatgerichte mensen nodig met coördinerende en opdrachtgeversvaardigheden. De inzet monitoren we jaarlijks, waarbij we een verdeling (grosso modo) op basis van inwoneraantal evenwichtig achten. We starten hier in 2024 mee. En bij achterblijven van voortgang willen we geen afrekencultuur, maar horen we van elkaar wat de hulpvraag is.
Maar als het echt moet dan spreken we elkaar hier bestuurlijk en via de organisaties op aan. Alleen als we professioneel en gedisciplineerd
12
Het is de eigen verantwoordelijkheid van iedere gemeentelijke organisatie om de benodigde capaciteit beschikbaar te stellen voor de regionale opgave. Hiervoor zijn de rijksmiddelen (CDOKE) in te zetten en ook de eigen gemeentelijke begroting. Onze inschatting is dat de regionale samenwerking inzet van een ordegrootte van ca. 5 – 10% van de CDOKE-middelen vergt, jaarlijks ca. € 275.000 – 550.000. Aanvullend vragen wij budget aan voor regionale samenwerking voor hernieuwbare warmte via de SPUK Nationaal Programma Lokale Warmte. Naast budget voor gemeentelijke capaciteit dient elke gemeente ook voldoende middelen beschikbaar te stellen aan regionale activiteiten, zoals bijvoorbeeld het Energieloket, het Duurzaam Ondernemerscentrum, de ODA en co-financiering voor CEETprojecten. Hierover rapporteren de werkgroepen aan het Duco-overleg en het BAO.
3.5. Planning en evaluatie We hebben afgesproken het regionale uitvoeringsprogramma elke 2 jaar te herijken. Herijken betekent monitoren, evalueren en bijstellen. Het volgende moment daarvoor is eind 2025. Herijking kan op 1) de voortgang op de kwantitatieve doelstellingen voor 2030 en 2050, en 2) onze samenwerking. Bij de volgende herijking zullen we kijken 10 jaar vooruit, naar de route richting 2035.
Bestuurlijke afstemming hebben we 6 keer per jaar. Voorafgaand aan een BOA hebben we een duco-overleg om de agenda voor te bereiden. Onderwerpen en werkgroepen agenderen we voor een BAO als concrete ontwikkelingen daar aanleiding voor geven. In de werkgroepen werken we projectmatig. De agenda’s en actielijsten worden door de werkgroep gedeeld met het Duco-overleg. Periodiek geeft de voorzitter van een werkgroep terugkoppeling tijdens een Duco-overleg. Hiervoor stelt de voorzitter van de werkgroep een jaarplan of een projectplan op voor de werkgroep. Dit hebben we nog niet eerder gedaan, voor 2024 willen we daar mee starten. Jaarplannen (en projectplannen) en tussentijdse monitoring op de voortgang daarvan zijn de manier waarop we sturen binnen het regionale programma. In een jaarplan neemt een werkgroep op welke stappen zij van plan is te zetten en/of welke resultaten gehaald gaan worden. En geeft de werkgroep aan wat zij daarvoor nodig heeft. Via accordering van het jaarplan zijn het BAO en DUCO opdrachtgever én facilitator van een werkgroep. Planningen en evaluaties doen we voor onze samenwerking. Maar het is ook behulpzaam bij het opstellen van eigen gemeentelijke uitvoering. Onze rapportages en monitoring dient dan gelijk op te lopen met de gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen.
13
4. Wat we doen, in een overzicht Een toelichting is te vinden op de volgende pagina. De opsomming van programma-onderwerpen is een momentopname.
Voor de volledigheid is de RES ook opgenomen in deze visuele weergave, maar valt niet onder deze governance.
14
4.1. Programma-uitvoering
4.5. Input
Centraal in ons programma staat de uitvoering wat bestaat uit de vier deelprogramma’s Woningen, Gebouwen, Opwek en de Samenwerking. Alle onderwerpen, aanpakken en taken geven wij een plek binnen deze deelprogramma’s. Dit is onze afbakening. We werken in het programma met werkgroepen. Daarin zitten onze mensen. Een werkgroep is opdrachtnemer van haar activiteiten. De voorzitter van een werkgroep is verantwoordelijk voor de uitvoering en aanspreekbaar op de voortgang. Verschillende werkgroepen kunnen variëren in levensduur, ‘span of control’ en projectfase.
Voor het samenwerken hebben we ook financiële middelen nodig. Wij laten dit aan de verantwoordelijkheid van elke gemeente om dit voldoende te leveren via haar raadsbegroting. Een gemeente kan hiervoor eigen middelen inzetten en ook de middelen die via de provincie en het rijk beschikbaar zijn. Het programma richten wij zo in dat gemeenten transparant zich kunnen verantwoorden.
4.2. Programma aansturing De uitvoering wordt aangestuurd door het BAO en DUCO. Zij zijn opdrachtgever voor de uitvoering. Binnen de aansturen vallen ook de monitoring, evaluatie en bijsturen. De aansturing heeft twee aandachtsvelden: 1) liggen we op koers voor 2030 en 2050, en 2) hoe loopt onze samenwerking?
4.3. Programma effecten We willen dat onze uitvoering concrete CO2-/ en energie-effecten heeft op de in deel 1 gedefinieerde speerpunten. Alle activiteiten van het programma richten we op die beoogde effecten. Via backcasting met scenario’s uit het Energietransitie-model maken we zichtbaar welke stappen we nog moeten zetten voor 55% CO2-reductie in 2030.
4.4. Programmamensen Onze samenwerking en programma heeft zelf geen mensen in dienst. Het programma is het organiserend vermogen wat onze mensen ruimte (kaders, tijd, geld) biedt om te werken aan de regionale opgave. We zetten de mensen in van onze eigen gemeentelijke organisaties, organisaties waar wij eigenaar van zijn, en partnerorganisaties.
15
4.6. Huidige werkgroepen (november 2023) We zitten in een fase van transitie van een losse aansturing naar programmatisch werken. De bestaande activiteiten zetten we nu om naar werkgroepen. Voorzitter 1. Samenwerking 1.1. Bestuurlijk afstemmingsoverleg Duurz. OIJ 1.2. Duurzaamheidscoördinatoren overleg DO 1.3. Werkgroep lancering AvG 3.0 DO 1.4. Kwartiermaker uitvoeringsagenda BL 1.5. Werkgroep monitoring WW 2. Woningen 2.1. Werkgroep Energieloket DO 2.2. Werkgroep Energiearmoede DO 2.3. Werkgroep Nationaal Isolatieprogramma BL 2.4. Werkgroep Natuur-inclusief isoleren WW 2.5. Warmtecoördinatoren-overleg ML 3. Gebouwen 3.1. Werkgroep Bedrijven WW 4. Opwek 4.1. Werkgroep AGE BV OIJ 4.2. Werkgroep ontwikkelfonds EnergieSamen ML RES Achterhoek* BL *De RES heeft een eigen aansturing, beslis- en werkstructuur, maar is voor de volledigheid wel in deze beschrijving opgenomen.
16