22-135 College - Memo Stand van zaken Omgevingswet per juni 2022.pdf
Tekst van het document
Memo Aan: Cc: Van: Datum: Kenmerk: Onderwerp:
Gemeenteraad Ben Hiddinga 30-05-2022 83234 Stand van zaken Omgevingswet per juni 2022
Geachte leden van de gemeenteraad, Via deze memo wil ik u graag meenemen in de huidige stand van zaken bij de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ik zal kort toelichten welke besluiten de raad reeds genomen heeft en welke raadsbesluiten nog zullen volgen. Vervolgens zal ik u bijpraten over de landelijke ontwikkelingen, hoe wij er als organisatie op dit moment voorstaan en welke uitdagingen wij voor de komende periode voorzien.
Welke raadsbesluiten zijn er reeds genomen?** Toekomstvisie Werken onder de Omgevingswet veronderstelt en verplicht het hebben van een omgevingsvisie. In het proces om te komen tot een omgevingsvisie vervult de toekomstvisie een belangrijke rol. De naamgeving van de toekomstvisie heeft een reden. Omdat we deze visie in onze gemeente graag breder en integraler willen benaderen dan alleen de fysieke leefomgeving, noemen we deze de toekomstvisie. Een omgevingsvisie vaststellen kan pas als de Omgevingswet van kracht is. Het vaststellen van een omgevingsvisie moet volgens de Omgevingswet gebeuren binnen drie jaar na het van kracht worden van de wet. Dat geeft ons de gelegenheid om, nadat de wet van kracht is geworden, conform de door de Raad uitgesproken wens, de toekomstvisie na enkele jaren te evalueren, aan te vullen en bij te schaven. In het proces van evalueren aanvullen en bijschaven kan deze dan meteen officieel vastgesteld worden en gaan functioneren als onze omgevingsvisie onder de Omgevingswet. Bruidsschat Onder de Omgevingswet zullen veel regels die nu vanuit het Rijk zijn gesteld, de bevoegdheid worden van gemeenten en waterschappen. Als het Rijk niets zou regelen voor de situatie ná 1 januari 2023 en onze gemeente nog geen regels zou hebben gesteld, zou er een gat vallen in de lokale regelgeving.
Om dit gat op te vullen heeft het Rijk de zogeheten bruidsschat opgesteld: een pakket regels dat vanaf 1 januari 2023 automatisch deel uitmaakt van het (tijdelijke) omgevingsplan. Het Rijk geeft deze regels dus mee aan de gemeenten, vandaar de naam bruidsschat. Het idee achter de bruidsschat is dat een gemeente deze regels kan aanpassen aan de locatie. De gemeenteraad heeft besloten de bruidsschat in ongewijzigde vorm over te nemen van het Rijk. De bruidsschatregels worden vervolgens tussen 2023 en 2029 al dan niet in aangepaste vorm verwerkt in het (definitieve) omgevingsplan. Deze definitieve inpassing van de bruidsschat in het omgevingsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Gemeentelijke adviescommissie De Omgevingswet verandert de wettelijke bepalingen met betrekking tot de kwaliteitsadvisering voor gebouwen in de fysieke leefomgeving. In de huidige situatie is binnen onze gemeente sprake van drie adviescommissies. Te weten de mandaatcommissie omgevingskwaliteit, de commissie omgevingskwaliteit, en de commissie cultuurhistorisch erfgoed. Onder de Omgevingswet moeten alle gemeenten met gebouwde of aangelegde rijksmonumenten één gemeentelijke adviescommissie instellen, die minimaal adviseert over
aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit. De Omgevingswet vereist dat de leden van de gemeentelijke adviescommissie worden benoemd door de gemeenteraad. De gemeente mag verder zelf bepalen of zij het wenselijk vindt dat de gemeentelijke adviescommissie over meerdere zaken advies uitbrengt, bijvoorbeeld over het uiterlijk van bouwwerken. De gemeenteraad heeft besloten om de adviescommissie naast de wettelijk verplichte adviestaken over rijksmonumenten, ook te laten adviseren over gemeentelijke monumenten en ruimtelijke kwaliteit van gebouwen. De bevoegdheden van de commissie zijn verankerd in een verordening. Momenteel werkt het Gelders Genootschap nog aan een model voor het regelement van orde voor deze commissie. Lijst bindend Adviesrecht Onder de Omgevingswet blijft het college bevoegd gezag voor het verlenen of weigeren van de omgevingsvergunning. Als de omgevingsvergunning niet voldoet aan de (afwijk)regels van het omgevingsplan is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan de gemeenteraad bepalen voor welke typen ruimtelijke projecten (omgevingsplanactiviteiten) de gemeenteraad ‘bindend advies’ wil afgeven alvorens het college kan overgaan tot verlening of weigering van de vergunning.
Het college is verplicht het advies van de gemeenteraad over te nemen bij haar besluit op de aanvraag. Het college kan dit besluit dus niet naast zich neerleggen. De raad heeft besloten om het eerste jaar zoveel mogelijk vast te houden aan de huidige rolverdeling tussen college en raad, zoals deze nu is geregeld via de VVGB. De huidige VVGB is dan ook het uitgangspunt geweest bij het opstellen van de lijst. Daarbij is wel gekeken naar onderwerpen waarvoor een versnelling in de besluitvorming bereikt kan worden. Bindend adviesrecht betekent in de regel namelijk dat de vergunning niet binnen 8 weken kan worden afgehandeld. Delegatiebesluit Het vaststellen van het omgevingsplan is, net als het vaststellen van een bestemmingsplan, een bevoegdheid van de gemeenteraad. Dit betekent dat het aanvullen, actualiseren of wijzigen van het omgevingsplan enkel via raadsbesluit kan geschieden. Artikel 2.8 Omgevingswet maakt het echter mogelijk dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan bij delegatiebesluit kan delegeren aan het college. In het delegatiebesluit kiest de raad voor welke onderdelen het college het omgevingsplan kan vaststellen/wijzigen. Door het overdragen van deze bevoegdheid is voor deze specifieke onderdelen geen raadsbesluit vereist. Dit is vooral gedurende de overgangsfase relevant.
Vanaf datum inwerkingtreding hebben we een omgevingsplan van rechtswege. We hebben dan zo’n negen jaar de tijd om tot een definitief omgevingsplan te komen. Om ervoor te zorgen dat de raad niet voor elke kleine wijziging van het plan (met geen of geringe gevolgen voor de fysieke leefomgeving) een raadsbesluit moet nemen, biedt dit delegatiebesluit mogelijkheden. Dit levert snellere besluitvorming op. Na een jaar evalueren we het delegatiebesluit. Daarnaast kan de raad het besluit op ieder gewenst moment aanpassen. Verordening nadeelcompensatie Gemeentelijk handelen of gemeentelijke besluitvorming kan rechtmatig zijn maar toch schade veroorzaken. Soms moet die schade worden vergoed. Dit heet nadeelcompensatie. Dit is bijvoorbeeld het geval als er een weg wordt opengebroken waardoor een winkel omzetverlies lijdt omdat de winkel niet- of nauwelijks bereikbaar is. Planschade is een speciale vorm van nadeelcompensatie. Bij planschade gaat het specifiek om verlies van inkomen of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel (hiervoor is in het huidige recht de regeling “tegemoetkoming in schade” opgenomen in afdeling 6.1 Wet ruimtelijke ordening). Nadeelcompensatie is dus breder dan planschade. Op dit moment bestaat er geen algemene wettelijke grondslag voor nadeelcompensatie. Dit gaat veranderen.
Naar verwachting treden op 1 januari 2023 de Omgevingswet en titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht in werking. Deze nieuwe wetgeving legt bepalingen over nadeelcompensatie vast. Over een aantal onderwerpen is het daarnaast mogelijk om aanvullende regels op te nemen in een gemeentelijke verordening. De raad heeft daarin voorzien door bij het vaststellen van de Verordening nadeelcompensatie Oude IJsselstreekaanvullende regels over de procedure op te nemen. ** Alle besluiten treden tegelijk met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in werking.
Welke raadsbesluiten zullen nog komen? Besluit leden gemeentelijke adviescommissie De Omgevingswet vereist dat de leden van de gemeentelijke adviescommissie worden benoemd door de gemeenteraad. Vlak voor of vlak na inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het benoemingsvoorstel van de commissie worden voorgelegd aan uw raad. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de gemeentelijke adviescommissie in die samenstelling gaan functioneren. Veegbesluit verordeningen die aangepast zijn aan de Omgevingswet Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet zijn er een aantal verordeningen die technisch aangepast moeten worden aan de nieuwe wetgeving. In sommige verordeningen wordt namelijk verwezen naar wetten die opgaan in de Omgevingswet. De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen in de verordeningen worden daarom aangepast. Het betekent voor de meeste verordeningen vooral een juridisch-technische omzetting, waarbij géén inhoudelijke keuzes door de raad gemaakt hoeven te worden. Daarnaast zijn er enkele verordeningen die nog dit jaar inhoudelijk aangepast moeten worden, bijvoorbeeld de legesverordening en de afvalstoffenverordening. Deze besluiten worden afzonderlijk aan uw raad ter besluitvorming voorgelegd. Plan van Aanpak overgangsfase 2023-2029 Vanaf datum inwerkingtreding hebben we tot december 2029 de tijd om te komen tot het definitieve omgevingsplan.
In deze periode moeten we nog behoorlijk wat stappen zetten. Hiervoor stellen we een plan van aanpak op, dat naar verwachting in het voorjaar 2023 ter kennisname naar uw raad wordt gestuurd.
Waar staan we nu? Datum inwerkingtreding vermoedelijk 1 januari 2023 Minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het ontwerp-Koninklijk Besluit (KB) met de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2023 voor de Omgevingswet aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. In april heeft de Tweede Kamer ingestemd met deze datum voor inwerkingtreding. De Eerste Kamer heeft nog geen besluit genomen. Zorgen van de Eerste Kamer De Eerste Kamer maakt zich al langer zorgen over de huidige stand van zaken in voorbereiding op de Omgevingswet. Deze zorgen liggen vooral bij het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO), maar ook andere onderdelen van de wet, zoals de financiën, het niveau van dienstverlening en de effecten van de Omgevingswet op opgaven zoals woningbouw en de energietransitie zijn een punt van zorgen voor de Eerste Kamer. De zorgen rondom het DSO hebben vooral betrekking bij de vraag of het Stelsel stabiel genoeg is om goed mee te oefenen en om vervolgens alle aanvragen per 1 januari aan te kunnen. Hier bestaan zowel in de Kamer, als bij experts, nog grote twijfels over. Om die reden heeft de Eerste Kamer in november en december van 2021 twee deskundigenbijeenkomsten gehouden. Tijdens één van deze twee bijeenkomsten zijn wij als gemeente ook uitgenodigd om onze ervaringen te delen1.
De afgelopen tijd heeft de Eerste Kamer tevens meerdere rondes met vragen naar de minister gestuurd. Een derde ronde met vragen is op 30 mei naar de minister verstuurd. Duidelijkheid uiterlijk een half jaar voor inwerkingtreding De minister heeft aan de uitvoerende organisaties, zoals gemeentes, toegezegd dat zij minimaal een half jaar oefentijd krijgen om goed te kunnen oefenen met het DSO. Dit betekent dat het DSO per 1 juli stabiel genoeg moet zijn om uitgebreid te kunnen testen. Het is de vraag of deze deadline gehaald wordt. 1 Deze deskundigenbijeenkomst is terug te zien via: Deskundigenbijeenkomst Omgevingswet 21 december
2021 - YouTube. De position papers van de uitgenodigde sprekers zijn te lezen via: Dinsdag 21 december 2021, commissies IWO en EZK/LNV - Eerste Kamer der Staten-Generaal
De onzekerheid over de definitieve datum van inwerkingtreding heeft daarnaast impact op de besluitvorming over de gebiedsontwikkeling en de investeringsbeslissingen die hiermee samenhangen. Door minimaal een half jaar voor inwerkingtreding duidelijkheid te hebben over de definitieve datum wordt ook een andere randvoorwaarde voor inwerkingtreding gehaald: dat gebiedsontwikkelingsprocessen doorgang kunnen vinden. Dit is volgens de Minister van groot belang gelet op de vele opgaven in de leefomgeving o.a. op het gebied van woningbouw. Om die reden heeft de minister de Eerste Kamer verzocht om uiterlijk eind juni een besluit te nemen over de datum van inwerkingtreding. Of de Eerste Kamer dit besluit ook (op tijd) zal nemen, zal afhangen van de antwoorden op de nog openstaande vragen. Waar staan we als gemeente? Zoals u hierboven heeft gelezen is het grootste gedeelte van de besluitvorming rondom de Omgevingswet in Oude IJsselstreek inmiddels afgerond. Op dit moment zijn wij als organisatie daarom vooral bezig om onze organisatie klaar te stomen voor het werken met de Omgevingswet. Zo zijn we bezig met een uitgebreid scholingstraject, zijn de teams bezig om hun processen af te stemmen op de nieuwe wetgeving en worden de beleidsstukken en verordeningen nagelopen om te checken of deze nog aangepast moeten worden als gevolg van de Omgevingswet.
Daarnaast oefenen we met het opstellen van een omgevingsplan.
Welke uitdagingen zien wij voor de komende periode? DSO niveau is nog niet op niveau Niet alleen de Eerste Kamer maakt zich zorgen over de stabiliteit en het niveau van het DSO. Door te oefenen in de testomgeving ervaren wij als gemeente zelf ook dat het DSO nog behoorlijke stappen moet maken op het gebied van bijvoorbeeld gebruiksvriendelijkheid (zowel voor inwoners als voor medewerkers van de gemeente), samenwerking tussen de gemeente en haar (keten)partners, en de functionaliteiten die het DSO biedt. Als we de mogelijkheden van het DSO vergelijken met de mogelijkheden die andere sites, zoals ruimtelijkeplannen.nl en het Omgevingsloket Online (OLO), nu wel bieden, dan zien we dat we bij het werken met het DSO een stap terug gaan. Als gemeente zullen wij dit moeten opvangen. Dit betekent dat medewerkers van de gemeente per 1 januari 2023 niet alleen nog aan het wennen zijn met het werken met de nieuwe software en regelgeving, maar zij zullen ook inwoners beter moeten begeleiden bij het initiatiefproces. Zo verwachten wij dat het voor de meeste inwoners en initiatiefnemers de eerste periode nog niet haalbaar is om zelfstandig een aanvraag te doen via het DSO. Medewerkers van de gemeente zullen deze initiatieven dus moeten begeleiden; eerst buiten het DSO en vervolgens in het DSO.
Oefentijd is kort De minister heeft gemeenten beloofd dat zij een half jaar de tijd krijgen om te oefenen met een stabiel DSO. Dit betekent feitelijk dat het DSO per 1 juli stabiel genoeg moet zijn om mee te oefenen. Wij delen de zorgen van de Eerste Kamer of deze deadline gehaald gaat worden. Mocht deze deadline wel gehaald gaan worden, dan zal oefentijd alsnog krap zijn. In dit half jaar oefentijd vallen bijvoorbeeld ook de vakanties. Daarnaast zullen we niet alleen moeten oefenen met het DSO, maar ook met de vernieuwde wetgeving en processen die daaraan vast hangen. Omdat gelijktijdig met de Omgevingswet ook de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb) inwerking treedt, valt het oefenen met beide wetten ook samen. We verwachten daarom dat onze medewerkers ook in het eerste deel van 2023 nog wat onwennig zullen zijn met de nieuwe manier van werken. Hierdoor zal het behandelen van initiatieven wat langer duren dan inwoners en initiatiefnemers van ons gewend zijn. Capaciteit Het oefenen met de nieuwe manier van werken en de uitdagingen rondom het beperkte niveau van het DSO komen bovenop de normale taken van onze ruimtelijke teams. Opgaven zoals woningbouw, de energietransitie en reguliere taken zoals het behandelen van vergunningsaanvragen gaan gewoon door. Dit legt een grote druk op de ambtelijke organisatie.
Uw raad is eerder al geïnformeerd over de krappe capaciteit binnen het ruimtelijk domein. De opgaven onder de Omgevingswet zullen deze krapte nog meer vergroten.
Door de grote van de opgave waarvoor wij de komende periode staan verwachten wij dat dit impact zal hebben op het niveau van de dienstverlening die wij aan inwoners en initiatiefnemers kunnen leveren. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot vertraging voor sommige projecten. Uiteraard doen wij er als gemeente alles aan om alle opgaven, dagelijkse taken en de uitdagingen onder de Omgevingswet zo goed en snel mogelijk op te blijven pakken.
Meer informatie In het Raadsinformatiesysteem staat het themadossier ‘Omgevingswet’. In dit dossier vindt u de links naar de commissie- en raadsvergaderingen en naar de stukken die betrekking hebben op de Omgevingswet. U raadpleegt het themadossier via deze link: Themadossier Omgevingswet | Gemeenteraad Tevens kunt u zich als raadslid/inwoner abonneren op de nieuwsbrief Omgevingswet. Via deze nieuwsbrief informeren we onze inwoners en andere geïnteresseerden over de veranderingen die er door de Omgevingswet aankomen. Aanmelden voor deze nieuwsbrief kan via: Nieuwsbrieven | Gemeente Oude IJsselstreek Indien u meer wilt weten over het besluitvormingsproces in de Eerste Kamer kunt u dat vinden op: Invoeringswet Omgevingswet (34.986) - Eerste Kamer der Staten-Generaal