CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

210423 rapportDEF.pdf

Raadscommissie gecombineerd 14 juni 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1: Ontwikkelkader doorontwikkeling DRU Industriepark11.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De onderzijde van deze vloeren zijn beroet koepeloven (verhitten staal tot vloeibaar te gieten materie). Aan de oostelijke zijn in de acht middelste vakken houten vloeren aanwezig in plaats van betonnen vloeren.

Afb. 29: Tweede bouwlaag van bouwdeel C. Links een overzicht met de sparing in de houten vloer en op de achtergrond dicht gezette openingen. in het midden een stalen deur in de oostelijke wand en het betonnen troggewelf op ijzeren liggers; rechts van de deur bevindt zich een sparing in het plafond. Rechts en ijzeren midden kolom met onderslag waarop het betonplafond rust.

De tweede bouwlaag is toegankelijk via een ladder en een sparing in het houten vloergedeelte. De tweebeukige ruimte met middenkolommen bezit in de zuidelijke gevel twee in het metselverband dichtgezette openingen. De westelijke wand is symmetrisch ingedeeld met links van de afgeplate doorgang twee meerruits houten ramen (6 x 3) en rechts drie stuks. Het plafond is hier uitgevoerd als betonnen vloer op troggewelven en qua constructie op de zelfde wijze samengesteld als de bouwlaag eronder. In dit plafond zijn twee sparingen aanwezig, waarin de onderzijde van het platte dak zichtbaar is. De sparingen bevinden zich boven het houten vloergedeelte en zijn waarschijnlijk bedoeld voor de plaatsing van een smeltoven.

Adviesbureau Ormel, Cultuurhistorie & Bouwtechniek

19

Bouwhistorische opname

3

SSP-hal, Ulft

IJzer

3.1 IJzererts De bodem ten oosten van het complex van dekzandruggen blijkt rijk aan moerasijzererts dat meegevoerd is door de Rijn. De ijzerdeeltjes bezinken en trekken in de zanderige bodem en vormen een moeilijk doordringbare laag waardoor slecht afwaterende landerijen nog langer drassig blijven. Dit moerasijzererts werd gewonnen op een zodanige diepte dat deze alleen als dagbouw werd uitgevoerd, waardoor het landschap totaal kon veranderen. Een voorbeeld hiervan is het rechtlijnige slagenlandschap dat zich direct ten oosten van het complex van rivierduinen bevindt richting Sinderen en Breedenbroek dat het resultaat is nadat het moerasijzererts was gewonnen. Dit land dat eigendom was van de Graven van den Bergh blijkt tijdens de opzet van de Kadastrale registratie (1811-1832) al grotendeels te zijn veranderd in het rechtlijnige landschap. Alleen een klein gedeelte dat in de sectie C van de kadastrale gemeente Varsseveld ligt blijkt nog niet te zijn ontgonnen. 3.1.1 Bouwmateriaal Het met het dekzand verbonden ijzer is in de middeleeuwen gebruikt als bouwmateriaal. Een lokaal gewonnen bouwmateriaal dat goedkoper is dan andere natuursteensoorten, voordat de baksteenproductie op gang kwam. De brokken ijzerzandsteen of oer zijn verwerkt in het 12deeeuwse éénbeukige schip van de oude kerk van Silvolde en de 13 de-eeuwse onderbouw van de toren van Laurentiuskerk in Varsseveld.

3.1.2 IJzerproductie De hoogoven is een schachtoven, waarin afwisselend ijzererts toeslagstoffen en houtskool (later cokes) werd gestapeld. Door verhitting met extra lucht (zuurstof) werden zeer hoge temperaturen bereikt waardoor de ijzerfractie uit het erts smolt tot ruw ijzer en het overgebleven fractie bond met de toeslagstoffen tot slakken. Aan het einde van dit proces werd het ruw ijzer gegoten tot gietelingen voor eindproducten of als halfproduct naar een gieterij worden vervoerd. De oven werd leeggemaakt en opnieuw gevuld voor een volgende lading. Dit proces kon in de 19de eeuw door technische vindingen beter worden gecontroleerd. In de gieterij werden de gietelingen ruw ijzer verhit in een smeltoven waarbij opnieuw toeslagstoffen en cokes werden toegevoegd. Deze smeltoven leek op een hoogoven en werd op dezelfde wijze gestookt. Bij dit proces kon het gesmolten ijzer een nog hoger zuiverhuid bereiken. De smeltoven was vaak voorzien van een voorhaard, waarin het vloeibare ijzer werd afgetapt. De slakken werden; op een hoger niveau afgetapt. Van de voorhaard komen zowel verwarmde als onverwarmde versies voor. Ook het smelten was geen continue proces2. De bouw van een koepeloven (cupoloven of smeltoven) is de kern van deze omslag. In deze oven werd het ruwijzer alleen verhit tot het in mallen kon worden gegoten.

In deze oven werd ruw ijzer van de hoogoven met schroot, cokes en kalksteen opnieuw verhit, waarbij ook weer slakken vrijkwamen. Dit gezuiverde ijzer werd gebruikt om de producten te gieten.

2

http://www.alexdenouden.nl/documentaties/rnr2.htm

Adviesbureau Ormel, Cultuurhistorie & Bouwtechniek

20

Bouwhistorische opname

3.2

SSP-hal, Ulft

Architecten Beltman

Architect Gerrit Beltman was ook ingenieur en heeft in Berlijn gestudeerd bij Peter Behrens. Beide zonen Arend en Hein zaten ook in de bouwwereld; Arend als ingenieur-aannemer en Hein die een bouwmaterialen handel opzette. Op deze wijze konden zij hun clientèle voorzien van complete projecten van ontwerp tot de afbouw hadden zij alles in eigen hand en kochten voordelig in. Gietijzeren kolommen betrokken zij niet van DRU maar van een ijzergieterij in het Ruhrgebied en het betonwerk van het “Beltmancomplex” is uitgevoerd door een onderaannemer Kondor uit Amsterdam.

Adviesbureau Ormel, Cultuurhistorie & Bouwtechniek

21

Bouwhistorische opname

4.

SSP-hal, Ulft

Literatuurlijst

boeken Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Ben Olde Meierink en Marc Tenten (2000); Monumenten in Nederland. Gelderland; Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Waanders Uitgevers, Zwolle Jacco Rodermond, Karel Bourgondiën (2004). Vuurvast en energiek, 250 jaar DRU. DRU verwarming, Duiven Marlies Hummelen, Ronald Stenvert, L. F. W. (2011); Het Beltmancomplex, Een tweede jeugd; Uitgeverij Boekschap Hoog-Keppel. Werkroep Geschiedenis IJzernijverheid, Giel van Hooff (eindred.)(2007); IJzergieterijen langs de Oude IJssel, 1689 – heden; Uitgeverij Matrijs Utrecht internet Beeldbank Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL) link Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed link Facebook pagina Oud Ulft; link Ulft in het nieuws link DRU in het nieuws link

Adviesbureau Ormel, Cultuurhistorie & Bouwtechniek

22

Bouwhistorische opname

SSP-hal, Ulft

Colofon Opdrachtgever

Nationale Maatschappij tot Restaureren & Herbestemmen van Cultureel Erfgoed BOEi Postbus 2641 3800 GD Amersfoort Tel. 033 - 760 0660

Objectgegevens Object

SSP-hal DRU-laan 2 7071 MC Ulft Tel. -

Kadastraal

Gemeente Sectie Nummer(s)

Status object Monumentnummer

Rijksmonument 526149

Eigenaar

Nationale Maatschappij tot Restaureren & Herbestemmen van Cultureel Erfgoed BOEi Postbus 2641 3800 GD Amersfoort Tel. 033 - 760 0660

Gendringen T 7762, 7763 en 8048

© Copyright april 2021 Kopiëren voor eigen of intern gebruik door de opdrachtgever is toegestaan. Bronvermelding is verplicht. Voor het overige mag niets van dit rapport worden gekopieerd op welke wijze dan ook in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Adviesbureau Ormel Cultuurhistorie & Bouwtechniek. Adviesbureau Ormel, Cultuurhistorie & Bouwtechniek Ing. J.W. Ormel Pallietergaarde 322 7329 HD Apeldoorn Tel. 06-25522255

Adviesbureau Ormel, Cultuurhistorie & Bouwtechniek

23

Bouwhistorische opname

SSP-hal, Ulft

Bijlagen: Bijlage I: Bijlage II:

Redengevende omschrijving Documentatietekening, met de vormkelders

Adviesbureau Ormel, Cultuurhistorie & Bouwtechniek

24

Bijlage I:

Redengevende omschrijving

Smallepad 5 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl

Complexnummer: 523690

T 033 421 74 21 F 033 421 77 99 E info@cultureelerfgoed.nl

Complexnaam De Dru Aantal complexonderdelen

Monumentnummers van complexonderdelen

11

523691, 523692, 523693, 523694, 523695, 523696, 523697, 523698, 526148, 526149, 526150

Woonplaats

Gemeente

Provincie

Ulft

Oude IJsselstreek

Gelderland

Hoofdadres van hoofdobject Hutteweg 24, 7071 BV Ulft Complexomschrijving COMPLEX OMSCHRIJVING Inleiding Het fabriekscomplex van Diepenbrock en Reigers te Ulft (DRU), met een oppervlakte van ca. 14 ha., is een historisch gegroeid fabrieksterrein. Het is gesitueerd aan de westelijke zijde van de IJssel en wordt aan de west- en zuidzijde begrensd door het dorp Ulft. De situering van het DRU-complex is nauw verbonden met de ruimtelijke, historische en sociale ontwikkeling van het dorp Ulft. Het bedrijf kan beschouwd worden als een van de eerste ijzergieterijen langs de Oude Ijssel. Het op grote schaal voorkomende ijzeroer in de Oude IJsselstreek heeft aanleiding gegeven voor het ontstaan van diverse ijzermolens in dit gebied. In 1754 vond de stichting plaats van een eerste ijzerhut in de heerlijkheid Bergh na verleende goedkeuring van graaf Johan Baptist. In datzelfde jaar werd de Ulftse ijzerhut door de graaf van Bergh in gebruik genomen. Maar deze ijzerhut werd enkele jaren later, in 1774, verkocht aan twee families: Diepenbrock en Reigers, die het ijzergieten voortzetten. Vandaar de naam DRU: Diepenbrock en Reigers Ulft. Van het in Ulft gewonnen gietijzer werden voornamelijk 'fijne' waren gemaakt, zoals platen, potten, pannen, ketels en kachels. Na verloop van tijd werden ook ijzeren ramen en dakgoten vervaardigd. Rond het midden van de 19de

* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 1 december 2020

Pagina: 1 / 25

eeuw ontwikkelde DRU zich door toevoeging van het emailleerproces tot een metaalfabriek met een groot afzetgebied. Gedurende vele jaren produceerde DRU allerhande gietijzeren huishoudelijke artikelen. Rond de eeuwwisseling maakte DRU onder F.B. Deurvorst (1874-1927) een enorme bloei door. DRU was een merknaam in ieder huishouden in Nederland voor potten, pannen, kolenkachels, badkuipen en wastafels. In de jaren zestig, toen het aardgas in Slochteren gevonden werd, schakelde DRU van kolen- op gaskachels over met de productie van gashaarden en convectoren. Daarnaast werd diversificatie gezocht op het gebied van industriële toelevering ten behoeve van de automobiel-, reprografische- en de melk-/bierkoeltankindustrie. F.B. Deurvorst breidde de fabriek uit, verving oude gebouwen en liet een directeursvilla bouwen. De markante 'Villa Zeno' is inmiddels afgebroken. Na de jaren 1895, waarin bijna alles onder de slopershamer verdween dat aan de oude hut herinnerde, zijn de plannen getekend die het begin vormden van het huidige DRU-complex. In de 20e eeuw hebben vele uitbreidingen plaatsgevonden, die hebben geleid tot een omvangrijk industrieel complex met vele voorbeelden van oude fabrieksarchitectuur. Tot de oudste nog bestaande gebouwen uit de 'Deurvorst-periode' behoren de 'oude' en de 'nieuwe' machinekamer, de 'oude' daterend uit 1898, de 'nieuwe' van enkele jaren later.

In de vijftiger jaren werd de elektriciteit van elders betrokken en raakte de machinekamer buiten gebruik; later werd de stoommachine gesloopt. In 1902 werd het drie verdiepingen tellende pand (gebouw B) gebouwd, dat de modelmakerij, de eetzaal en de portierskamer bevatte; later werd de portiersloge aangebouwd. Tegen de oostzijde van de modelmakerij werd in 1905 een nieuw vijf verdiepingen tellend magazijn (gebouw C) gebouwd voor de opslag van de talloze modellen waar DRU mee werkte. Stilistisch tonen beide gebouwen verwantschap met de neo-renaissance. Tegen de oostzijde van het magazijn uit 1905 werd tussen 1905 en 1910 een stamperij gebouwd met drie gelijke sheddaken (gebouw D). In 1913 liet Deurvorst aan de andere kant van het toenmalige fabriekscomplex een nieuwe emailleerfabriek met daarbij behorende watertoren (gebouw A) bouwen. De architect was G. Beltman. Het architectenbureau Beltman uit Enschede, dat door vele generaties Beltman werd geleid, heeft een grote reputatie opgebouwd op het terrein van de industriële architectuur in Nederland. De watertoren moest aanvankelijk vooral water leveren dat nodig is bij de voorbereiding van het emailleren. Naar ontwerp van architect G.

Beltman werden ook in 1919 het Centrale Magazijn gebouwd, dat onderdeel uitmaakt van het samengestelde gebouw E - dat is ontstaan door diverse bij- en aanbouwen rond een pakhuis/magazijn dat al vóór 1870 werd gebouwd - en de in 1920 gebouwde badkuipenemailleerfabriek. In dezelfde neo-renaissance stijlmotieven als het magazijn uit 1905 werd in de periode 1903-1909 een dienstengebouw (gebouw H) gebouwd, waarin het loonbureau waren gehuisvest, een werkplaats en het brandspuitlokaal. De fabrieksstraat Olde Hutstraat is een kenmerkend onderdeel van het DRU-terrein. De fabrieksstraat vormt een goed voorbeeld van planologie in relatie tot het productieproces en de infrastructurele eisen. Er is hier sprake van een relatief goed bewaarde, ten dele gesloten gevelwand. Kenmerkend is ook de uit onder meer stelcon (beton) platen bestaande bestrating.

* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 1 december 2020

Pagina: 2 / 25

Het gebouwencomplex aan de oostzijde, waarvan gebouw F en gebouw G deel uitmaken is in verschillende fasen gebouwd in een periode van 1895 tot na 1938. De gebouwen F en G zijn de oudste onderdelen. Gebouw G was vroeger een gedeelte van de in 1972/1973 stopgezette gieterij 1 uit 1895. Aan de noordzijde van de gieterij werd in dezelfde periode gebouw F gebouwd, waarin het exhausterlokaal / poetsafdeling was ondergebracht en de droog- en fijnslijperij en keurkamer. De gebouwen A - emailleerfabriek met watertoren (1913) B - modelmakerij (1902) C - magazijn (1905) D stamperij (1905-1910) zijn niet alleen waardevol vanuit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt, maar ook vanwege stedenbouwkundige aspecten, zoals markeringspunten van het fabrieksterrein en voor de herkenbaarheid van de fabrieksstraat Olde Hutstraat. Ook de gebouwen F - exhausterlokaal/poetsafdeling en slijperij (1895) G gieterij (1895) H - dienstengebouw (1903-1909) zijn van groot belang voor het in stand houden van het karakter van de fabrieksstraat. Het samengestelde gebouw E - ontstaan door aan- en bijbouwen rond een pakhuis van vóór 1870 (1895-1920) is vanuit stedenbouwkundig oogpunt van belang en bepaalt de pleinfunctie van het F.B. Deurvorstplein.

Complexwaardering Het fabriekscomplex van Diepenbrock en Reigers te Ulft is een historisch gegroeid fabrieksterrein en is - Van architectuurhistorische waarde vanwege het karakteristieke beeld van een fabrieksterrein uit de late 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw. Het complex is een van eerste nog gaaf bewaarde gieterijen aan de Oude IJssel. Het complex geeft een kwalitatief goed en redelijk gaaf overzicht van de industriële bouwkunst; met zijn fabriekshallen, enkele kleinere gebouwen en de watertoren. Er zijn in de fabrieksgebouwen, waarvan sommige met neo-renaissance stijlmotieven, diverse constructiemethoden en materialen toegepast die kenmerkend zijn voor de hiervoor genoemde periode, zoals gietijzer en betonbouw. De diverse gebouwenonderdelen: hoogbouw, sheddaken, spant- en boogconstructies in beton of ijzer uitgevoerd, geven een staalkaart van de industriële archeologie. Het gebouw met de watertoren en vermoedelijk de gebouwen oostelijk gelegen van de ingang van de Hutteweg zijn ontworpen door het architectenbureau Beltman uit Enschede. - Van stedenbouwkundige waarde vanwege de situering, die nauw verbonden is met de ruimtelijke ontwikkeling van het dorp Ulft. Binnen het complex zelf is met name de fabrieksstraat Olde Hutstraat van belang als een goed voorbeeld van planologie in relatie tot het productieproces en de infrastructurele eisen.

- Van cultuurhistorische waarde als representatief compleet voorbeeld van een ijzergietergieterij waarvan de diverse functionele onderdelen nog grotendeels aanwezig zijn en vanwege het feit dat de DRU in zijn bijna 250-jarig bestaan is uitgegroeid van een regionaal belangrijke ijzerhut tot een bedrijf met (inter)nationale uitstraling en daarmee een groot stempel heeft gedrukt op de historische en sociale ontwikkeling van het dorp Ulft.

* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 1 december 2020

Pagina: 3 / 25

Monumentnummer*: 526149 Status:

rijksmonument

Inschrijving register*:

21 oktober 2002

Kadaster deel/nr:

30132/27

Monumentnaam** DRU Complexnummer

Complexnaam

523690

De Dru

Woonplaats*

Gemeente*

Provincie*

Ulft

Oude IJsselstreek

Gelderland

Straat*

Nr*

Hutteweg

24

Toev.*

Postcode*

Woonplaats*

Situering

7071 BV

Ulft

Bij

Kadastrale gemeente*

Sectie*

Kad. object*

Appartement

Gendringen

T

7762

Gendringen

T

7763

Locatie

Grondperceel

Rijksmonumentomschrijving** Het gebouwencomplex van de badkuipengieterij is ontstaan in 1922-1948 en heeft als zodanig gefunctioneerd tot 1966.

Hoofdcategorie

Subcategorie

Functie

Boerderijen, molens en bedrijven

Industrie

IJzergieterij

* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 1 december 2020

Pagina: 24 / 25

Bijlage II:

Documentatietekening, met de vormkelders

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4198/documents/21198