2026.08.20 Beleid prioritering woningbouwinitiatieven en onderwijshuisvesting voor transportcapaciteit OIJ 2026. def. concept
Tekst van het document
Beleid prioritering woningbouwinitiatieven | voor het reserveren van transportcapaciteit | op het elektriciteitsnet gemeente Oude IJsselstreek 2026 De raad van de gemeente Oude IJsselstreek; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van | 25-08--2026 met zaaknummer 1380765 Gelet op: - de artikelen 147, lid 1 en 149 van de Gemeentewet; - De Algemene Wet Bestuursrecht art. 4:81 tot en met 4:84; - De Wet versterking toezicht op de volkshuisvesting (01 | -07-2026); - De Woondeals 1.0 en 1.1 regio Achterhoek zoals deze zijn overeengekomen met het Rijk en de provincie Gelderland. - | De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM | - prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol. Overwegende dat: Het wenselijk is om voldoende woningen te realiseren voor de uitvoering van de woonambitie van de gemeente Oude IJsselstreek. | Het daarnaast | wenselijk is om woningbouwinitiatieven te prioriteren vanwege de problemen op het stroomnet, in het bijzonder een mogelijk tekort aan transportcapaciteit.
Voor deze prioritering drie criteria zijn vastgesteld, zoals opgenomen in de artikelen 2 tot en met 4, waarbij deze criteria in die volgorde worden toegepast en voor de toepassing van deze prioritering een juridisch instrument nodig is in de vorm van dit beleid. BESLUIT: Vast te stellen het Beleid prioritering woningbouwinitiatieven voor het reserveren van transportcapaciteit op het elektriciteitsnet | gemeente Oude IJsselstreek 2026 Artikel 1 Definities In dit beleid wordt verstaan onder: 1 | Woningbouwambitie | De door de raad vastgestelde woningbouwambitie van 2.500 woningen tot en met 2035 2 | Woondeal 1.0 en 1.1 | De afspraken die de regio Achterhoek | resp. op 08-03-2023 en op 16-06-2025 heeft gemaakt met het Rijk en de provincie Gelderland over de woningbouwproductie van 2025 tot en met 20341 3 | Woningbouwopgave | De gezamenlijke woningbouwplannen die invulling geven aan de woningbouwambitie 4 | Wet versterking toezicht op | De per 01-07-2026 ingevoerde wet die het toezicht op de volkshuisvesting de volkshuisvesting | regelt van het Rijk, de Provincie en de gemeente 5 | Prioriteringskader ACM | Het prioriteringskader van de Autoriteit Consument en Markt dd.
12 | -12-2025 waarin maatschappelijke projecten waaronder onderwijsvoorzieningen en woningbouw voorrang krijgen op het elektriciteitsnet 6 | Het college | Het college van burgemeester en wethouders gemeente Oude IJsselstreek 7 | De raad | De gemeenteraad van de gemeente Oude IJsselstreek 8 | Sociale huur | Woningen voor huurders met een inkomen onder de zgn. DAEB grens 9 | Aandacht groepen | Inwoners die bij de toewijzing van woonruimte voorrang krijgen en die zijn genoemd in de Wet versterking toezicht op de volkshuisvesting 10 | Goedkope woningen | Sociale koopwoningen en sociale huurwoningen 1 Het Rijk verlengt deze periode tot en met 2036 bij gelijkblijvende aantallen te realiseren woningen 1 Beleid prioritering woningbouw- en onderwijshuisvestinginitiatieven voor reserveren transportcapaciteit op het elektriciteitsnet 2026.08/ bt/hl 11 | Betaalbare woningen | Betaalbare koopwoningen en midden huurwoningen 12 | Dure woningen | Koopwoningen boven de grens van betaalbaar en vrije sector huurwoningen 13 | Gebiedsontwikkeling | Transformeren van een geografisch gebied met aandacht voor ruimtelijke, sociale, economische en ecologische aspecten 14 | Flexibele aansluiting | Het elektriciteitsverbruik verplaatsen naar momenten dat er ruimte is op het netwerk (bv ’s nachts laden) 15 | Non-firm aansluiting | Transportrecht dat toegang geeft tot extra transportcapaciteit, maar alleen
als het net dat toelaat Artikel 2 De aantoonbare urgentie van de aansluiting op het net wordt bepaald door de combinatie van zekerheid tot realisatie van het project en de datum van de start van de bouw van het project. Het woningbouwinitiatief: Art 2a Art. 2a.1 Waarvan de start bouw ligt binnen 12 maanden gerekend vanaf 01 | -01-2027 aangetoond | Ontvangt | 20 door middel van een objectieve planning | punten Art. 2a.2 Waarvan de start bouw ligt tussen 13 en 24 maanden gerekend vanaf | 01 | -01-2027 | Ontvangt | 15 aangetoond door middel van een objectieve planning | punten Art. 2a.3 Waarvan de start bouw ligt tussen 25 en 36 maanden gerekend vanaf | 01 | -01-2027 | Ontvangt | 10 aangetoond door middel van een objectieve planning | punten Art. 2a.4 Waarvan de start bouw ligt tussen > dan 36 maanden gerekend vanaf | 01 | -01-2027 | Ontvangt | 5 aangetoond door middel van een objectieve planning | punten Art. 2a.5 Bij de toekenning van een waardering in dit artikel toetst de gemeente ten behoeve van de prioritering uitsluitend de aanwezigheid van deze bewijsmiddelen en blijft een toets op inhoud of kwaliteit daarvan achterwege. Art. 2 b Art. 2b.1 Dat beschikt over een aannemings-, bouwrijpmaak-, gronduitgifte- of | Ontvangt | 20 realisatieovereenkomst met termijn/startdatum | punten Art.
2b.2 Dat beschikt over een onherroepelijk omgevingsplan + grondpositie/uitvoeringsbesluit | Ontvangt | 17 dan wel aantoonbare beschikkingsmacht + vastgesteld uitvoeringskader | punten Art. 2b.3 Dat beschikt over een vastgesteld omgevingsplan + grondpositie/grondexploitatie dan | Ontvangt | 15 wel een vastgesteld besluit + concrete uitvoeringsvoorbereiding | punten Art. 2b.4 Dat beschikt over een vastgesteld stedenbouwkundig plan + grondpositie + | Ontvangt | 12 woningbouwprogramma dan wel bestuurlijke besluitvorming en een aantoonbare uitvoerbaarheid | punten Art 2b.5 Dat beschikt over een of meer van de volgende documenten een ontwerpplan, een | Ontvangt | 8 principebesluit, een woningbouwprogramma | punten Art 2b.6 In de vorm van een concreet beschreven initiatief | Ontvangt | 4 punten Art. 2b.7 Bij de toekenning van een waardering in dit artikel toetst de gemeente ten behoeve van de prioritering uitsluitend de aanwezigheid van deze bewijsmiddelen en blijft een toets op inhoud of kwaliteit daarvan achterwege. 2 Beleid prioritering woningbouw- en onderwijshuisvestinginitiatieven voor reserveren transportcapaciteit op het elektriciteitsnet 2026.08/ bt/hl Artikel 3 Gezien de noodzaak om voldoende woningen te realiseren, krijgt de grotere omvang van het woningbouwinitiatief gerekend in aantallen woningen een hogere prioriteit Art.
3.1 Een project met een aantal woningen van 120 of meer | Ontvangt 40 punten Art. 3.2 Een project met tussen 60 tot en met 119 | Ontvangt 30 punten Art 3.3 Een project met tussen 30 en tot en met 59 woningen | Ontvangt 20 punten Art. 3.4 Een project tussen 5 tot en met 29 woningen | Ontvangt 10 punten Art 3.5 Bij de toekenning van een waardering in dit artikel toetst de gemeente ten behoeve van de prioritering uitsluitend de aanwezigheid van deze bewijsmiddelen en blijft een toets op inhoud of kwaliteit daarvan achterwege. Artikel 4 Het maatschappelijk belang van het woningbouwinitiatief. Voor de prioritering van woningbouwinitiatieven speelt ook het maatschappelijke belang daarvan een rol. Een project ontvangt een hogere prioritering als Art. 4.1 Een locatie die van een andere bestemming wordt getransformeerd naar wonen cq | Ontvangt 10 punten een gebiedsontwikkeling Art 4.2 Een project dat aantoonbaar voldoet aan de betaalbaarheidseisen waaronder sociale | Ontvangt 10 punten en middenhuur en sociale koop Art. 4.3 Een project dat aantoonbaar voorziet in de huisvesting van bijzondere doelgroepen | Ontvangt 10 punten waaronder | levensloopgeschikt wonen voor | ouderen, zorgbehoevenden, statushouders, spoedzoekers en overige aandacht groepen in het kader van de Wet versterking regie …. Art.
4.4 Een project dat aantoonbaar toepassing geeft aan netbewuste maatregelen zoals de | Ontvangt 10 punten beperking piekvraag ten opzichte van een regulier ontwerp, collectieve warmte, lokale opslag of lokaal/regionaal energiesysteem, | slimme sturing, load balancing en netbewust laden, flexibele, gefaseerde of non-firm aansluitmogelijkheid of enig andere netbewuste oplossing Artikel 5 Gelijke score Art. 5.1 Als eerste wordt gekeken naar score artikel 2, bij gelijke score telt score artikel 3 ook mee en bij dan nog gelijke score ook artikel 4. 3 Beleid prioritering woningbouw- en onderwijshuisvestinginitiatieven voor reserveren transportcapaciteit op het elektriciteitsnet 2026.08/ bt/hl Beleid prioritering woningbouw- en onderwijshuisvestinginitiatieven voor reserveren transportcapaciteit op het elektriciteitsnet 2026.08/ bt/hl 4 Artikel 6 Onderwijshuisvesting voor het primair en voortgezet onderwijs valt onder de maatschappelijk basisbehoeften en heeft bij de levering van transportcapaciteit voorrang. Dit kan gaan om en verzwaring van een bestaande aansluiting bv. bij verduurzaming of om een nieuwe aansluiting bij de nieuwbouw van een school. De prioriteit wordt aangetoond door: Art.6.1 Het bestaan van de onderwijsinstelling op basis van het BRIN nummer Art.
6.2 De categorie indeling, de expliciete vermelding dat het project valt onder de wettelijke basisbehoefte voor primair of voortgezet onderwijs Art 6.3 Noodzaak en urgentie. De onderbouwing waarom de nieuwe of zwaardere aansluiting noodzakelijk is voor de continuïteit of realisatie van het onderwijs. Bij de urgentie is ook het jaar van aanvang bouw aangegeven Art. 6.4 Maatschappelijk belang: Impact op de regio als de school geen stroom krijgt (bijv. capaciteitstekort aan schoolplekken of stagnerende verduurzaming). Art. 6.5 Transportcapaciteit: Exacte opgave van de benodigde vermogensvraag (in kW/MW) voor zowel de opstart - als exploitatiefase. Art. 6.6 Bewijs van de voortgang van het project. Het project moet 'rijp' zijn. Het exacte planstadium is aangegeven waarbij minimaal een opname in het vastgestelde integrale onderwijshuisvestingplan zijnde de bestuursverklaring Art. 6.7 Netbewust ontwerp . Inzicht in hoe het schoolgebouw de piekbelasting minimaliseert (bijv. door inzet van slimme energiemanagementsystemen of batterijopslag. Artikel 7. Hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders kan één of meer artikelen van dit beleid buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 8.
Citeerartikel Dit beleid wordt aangehaald als Beleid prioritering woningbouwinitiatieven voor het reserveren van transportcapaciteit op het elektriciteitsnet gemeente Oude IJsselstreek 2026. Artikel 9. Inwerkingtreding Dit beleid treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Oude IJsselstreek op 24-09-2026 De voorzitter, De griffier Beleid prioritering woningbouw- en onderwijshuisvestinginitiatieven voor reserveren transportcapaciteit op het elektriciteitsnet 2026.08/ bt/hl 5 Toelichting Beleidsregels prioritering woningbouwinitiatieven voor het reserveren van transportcapaciteit op het elektriciteitsnet Oude IJsselstreek 2026 Algemeen Op 12 -12-2025 heeft de Autoriteit Consument en Markt (een overheidsinstantie) een nieuw prioriteringskader uitgegeven. Op grond van dit kader kunnen woningbouwinitiatieven en onderwijshuisvesting ingaande 01 -07-2026 voorrang krijgen bij de levering van stroom. De woningbouwinitiatieven met prioriteit komen dan in de zgn. categorie 32 terecht. Dat heeft te maken met het grote belang van deze projecten. We hebben veel woningen nodig en scholen moeten kunnen worden gebouwd. Deze voorrangspositie is dan op zich mooi, maar vanwege de netcongestie biedt dit geen garantie op stroom zodat verdere prioritering nodig is.
Voor de levering van transportcapaciteit (dat is het doorgeven van voldoende stroom voor een project) diende de initiatiefnemer (ontwikkelaar, bouwer, aannemer) tot nu toe een aanvraag in bij de netbeheerder. Voor ons (Achterhoek) is dat Liander. Dit verandert nu door dit prioriterings kader en door het invoeren van het systeem EERDER AANVRAGEN. Eerder aanvragen heeft tot doel dat de netbeheerders in Nederland overzicht krijgen over de woningbouwprojecten die in de komende 10 jaar op stapel staan en waarvoor transportcapaciteit nodig gaat zijn. Zeker in congestiegebieden (met een dreigend tekort aan stroom, zoals onze regio) is het daarom nuttig om 1. een wachtlijst aan te leggen waarop alle projecten voorkomen en 2. binnen die wachtlijst te prioriteren waarbij de projecten die het eerst worden gerealiseerd en waarvan de bouw zeker is ook boven aan die wachtlijst komen te staan. Het eerder aanvragen kan uitsluitend gebeuren door de gemeente, die daarvoor een inventarisatie maakt van alle projecten die we kunnen overzien in de komende 10 jaar , voor plaatsing op de wachtlijst bij de netbeheerder. Tussen 1 en 22 oktober moe ten deze projecten op basis van jaarschijven worden ingebracht op “mijn aansluiting.nl”. Beschrijvingen per project zijn nodig inclusief een berekening van de transportcapaciteit per project.
Om er dan voor te zorgen dat de projecten die het meeste zeker zijn van realisatie (bijvoorbeeld om dat de vergunningen rond zijn en er met de aannemer een overeenkomst is gesloten) zo veel mogelijk zekerheid krijgen over de transportcapaciteit, worden die geprioriteerd om een hogere plek te krijgen op de wachtlijst. Voor die prioritering hebben we de beleidsregels opgesteld met het doel om zo feitelijk en objectief mogelijk een volgorde in de projecten te kunnen aanbrengen. Zekerheid van het doorgaan van het project en de datum waarop de bouw begint zijn daarbij de be langrijkste factoren. We hebben hierbij een belang om de “zekere” projecten ook zoveel mogelijk veilig te stellen. De beleidsregels zijn opgesteld op basis van de principes objectief, toetsbaar en redelijk conform de jurisprudentie van het Didam arrest over selectiecriteria. De netbeheerders reserveren vanaf 01 -07-2026 de transportcapaciteit en die wordt tot 01 -01-2027 uitsluitend toebedeeld aan projecten die een prioriteit hebben gekregen. Na 01 -01-2027 wordt de restcapaciteit verdeeld over de andere projecten op de wachtlijst.
2 Categorie 1 zijn congestieverzachtende projecten die ruimte maken op het stroomnet en categorie 2 betreft cruciale functies op het gebied van openbare en nationale veiligheid Beleid prioritering woningbouw- en onderwijshuisvestinginitiatieven voor reserveren transportcapaciteit op het elektriciteitsnet 2026.08/ bt/hl 6 Het werken met de wachtlijst is niet een eenmalig gebeuren per oktober 2026. Projecten die later ontstaan of nog moeten worden toegevoegd, kunnen later op de wachtlijst worden geplaatst en ook weer worden geprioriteerd. De netbeheerder beziet 1 x per 6 maanden wat de beschikbare transportcapaciteit is en welke projecten er kunnen worden bediend. Samenvattend Belangrijk is dat de projecten vanaf 01 -10-2026 op de wachtlijst terecht komen en waar mogelijk ook worden geprioriteerd. Plaatsing op de wachtlijst is daarna ook mogelijk en prioritering kan ook later worden aangevraagd, bijvoorbeeld als de bewijsmiddelen nu nog niet aanwezig zijn, maar later wel. Toelichting artikelen De artikelen 2 tot en met 4 zijn er niet op gericht om aan te geven dat de ene wegingsfactor veel belangrijker is dan de andere factor.
Een project met een groot maatschappelijk belang zoals de bouw van sociale huurwoningen of een project gericht op geschikt wonen voor senioren, kan heel belangrijk zijn, maar bij schaarste aan energie , en daar gaat het nu om , toch minder prioriteit krijgen als het nog niet vast staat wanneer er gebouwd gaat worden of dat dit nog verder weg ligt. De beleidsregels worden voor deze prioritering daarom in d e aangegeven v olgorde toegepast. Over het algemeen zullen realisatiezekerheid en spoedige aanvang ook samengaan. Leidt dit tot en gelijke uitslag dan kunnen de artikelen 3 en 4 verder helpen. Artikel 2a en 2b. In deze artikelen wordt de start van de bouw en de zekerheid van realisatie als belangrijk criterium gesteld om prioriteit aan te vragen en te verkrijgen. Dat zien we ook als juist omdat we dan transportcapaciteit krijgen voor projecten die we willen realiseren en die concreet zijn. Voor het zekerstellen van de transportcapaciteit is het niet voldoende om een inschatting te maken van de start bouw. We hebben daarom concrete termijnen opgenomen. Voor prioritering zijn “harde” bewijsmiddelen nodig zoals gesloten overeenkomsten met uitvoerders. Hoe “harder” het bewijsmiddel hoe groter de prioriteit. Voor projecten die verder weg liggen, zijn deze bewijsmiddelen nog niet aanwezig en gelden iets minder strenge regels als een omgevingsplan of een principemedewerking.
In de prioritering leveren deze daarom ook minder punten op. De rol van de gemeente bij de prioritering is een procesrol en niet een rol van inhoudelijk toetser van de bewijsmiddelen. Dit laatste behoort thuis is de vergunningsprocedure en in de met initiatiefnemers te sluiten uitvoeringsovereenkomsten. Met artikel 2.5 willen we voorkomen dat er bezwaartrajecten ontstaan tegen een prioritering. Naast de bewijsmiddelen die voor de prioritering worden geleverd, past ook een bestuur verklaring ic een besluit van het college van B&W. We stellen hiervoor verzamelbesluiten op , geldend als bestuur verklaring voor meerdere projecten. We werken met jaarschijven en geven geen projecten op met een startdatum per maand. Dat is niet doenlijk en ook niet realistisch omdat kleine wijzigingen altijd aan de orde zijn. In het geval we geen precieze datum start bouw kunnen voorzien, wat aan de hand is bij verderop liggende projecten, dan werken we met het volgende schema. Het bepalen van de start bouw gebeurt op basis van objectieve gegevens, maar blijft ook altijd wel een inschatting per project. Als uit de te overleggen bewijsmiddelen niet duidelijk blijkt wat de start bouw zal zijn, kunnen we hiervoor wel uitgangspunten vastleggen die zorgen voor een zekere mate van objectivering.
Beleid prioritering woningbouw- en onderwijshuisvestinginitiatieven voor reserveren transportcapaciteit op het elektriciteitsnet 2026.08/ bt/hl 7 1. Als er een aannemingsovereenkomst is voor realisering van een project met daarin een startdatum, is dit in beginsel voldoende om de start van het bouwproject vast te stellen. 2. Bij woningbouwprojecten waarbij ook een terrein bouwrijp gemaakt moet worden, geldt een aannemingsovereenkomst als de start van het bouwrijp maken ook als startdatum voor de bouw. 3. Als voor het project gronduitgifte overeenkomsten voor woningbouw zijn gesloten met daarin vaste afspraken over realisatietermijnen, gaan we ook uit van die data voor start bouw van de woningen. 4. Als voor een project een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwen is verleend, gaan we ervan uit dat de start bouw 6 maanden later zal plaats vinden. 5. Als voor een project een onherroepelijk omgevingsplan is vastgesteld, gaan we ervan uit dat de start van de bouw 12 maanden na het onherroepelijk worden plaats gaat vinden. 6. Als voor een project een omgevingsplan is vastgesteld (maar nog niet onherroepelijk is), gaan we ervan uit dat de start bouw 18 maanden na vaststelling van het plan zal plaatsvinden. 7.
Als voor een project een ontwerp omgevingsplan ter inzage is gelegd, gaan we ervan uit dat de start bouw 24 maanden na het moment van ter inzage leggen zal plaats vinden. 8. Als voor een project een principe besluit is genomen door het college, gaan we er vanuit dat start bouw project 30 maanden na het principebesluit zal plaats vinden. 9. Voor projecten waar nog geen enkele formele besluitvorming heeft plaats gevonden over planologische besluiten, maar waarvan we weten dat woningbouw plaats gaat vinden, bijvoorbeeld omdat de grond door de gemeente/een ontwikkelaar is aangekocht en/of er een voorkeursrecht is gevestigd met het doel woningbouw, en het project past in het gemeentelijk woningbouwprogramma, gaan we uit van 36+ maanden voor de start bouw. 10. Voor projecten die in het gemeentelijk woningbouwprogramma zijn opgenomen, maar waar nog geen enkele concrete (rechts-)handeling tot realisatie van het project heeft plaatsgevonden, gaan we uit van start bouw van 42 maanden na heden. Artikel 3 Dit artikel moeten we zien in het licht van de woningbouwambitie die door de raad is vastgesteld op 2.500 woningen in de komende 10 jaar. Bij een gelijke uitslag op basis van artikel 2 geven we daarom een hogere prioriteit naar mate van de omvang van het project en dit uitgedrukt in het aantal woningen dat we daarin willen realiseren.
De indeling komt enigszins overeen met klein, midden en groot in onze gemeente. Projecten onder 5 woningen zijn niet meegenomen en die prioriteren we ook niet omdat in de praktijk de energie daarvoor normaal gesproken kan worden geleverd. De rol van de gemeente bij de prioritering is een procesrol en niet een rol van inhoudelijk toetser van de bewijsmiddelen. Dit laatste behoort thuis is de vergunningsprocedure en in de met initiatiefnemers te sluiten uitvoeringsovereenkomsten. Met artikel 3.5 willen we voorkomen dat er bezwaartrajecten ontstaan tegen een prioritering. Artikel 4 Dit artikel geeft de mogelijkheid om bij een gelijke score op de artikelen 2 en 3 samen nog een extra waardering toe te kennen op grond van het maatschappelijk belang van het project. Daarbij is geen ongelijke waardering aangegeven in punten, maar het maatschappelijke belang kan wel op meerdere punten scoren en zo van invloed zijn op de prioritering. Bij een prioritering op grond van het maatschappelijk belang is het wel aan de orde dat een project in aanzienlijke mate voldoet aan een of meerdere van de wegingsfactoren. Een duur project met 2 starterswoningen voldoet niet aan art. 4.3 inz. Bijzondere doelgroepen Netbewust bouwen wordt steeds belangrijker en telt daarom mee als de maatregelen zoals aangegeven in Art.
4.4 ook blijken uit het energieconcept, de anterieure overeenkomst of een intentieverklaring. Artikel 5 Bij een ongelijke score op artikel 2 staat de prioritering vast. Bij een gelijke score telt de waardering op artikel 3 mee. Bij een opgetelde ongelijke score staat de prioritering vast. Bij een opgetelde gelijke score telt de waardering van artikel 4 mee. De totaalscore bepaalt de prioritering. Beleid prioritering woningbouw- en onderwijshuisvestinginitiatieven voor reserveren transportcapaciteit op het elektriciteitsnet 2026.08/ bt/hl 8 NB Een extra artikel over de opleveringsdatum van de projecten is niet opgenomen. De opleveringsdatum is niet bepalend van de transportcapaciteit in de kader van eerder aanvragen en heeft daarom geen toegevoegde waarde. Artikel 6 Onderwijshuisvesting voor het primair en voortgezet onderwijs valt onder de maatschappelijk basisbehoeften en heeft bij de levering van transportcapaciteit voorrang. Dit kan gaan om en verzwaring van een bestaande aansluiting bv. bij verduurzaming of om een nieuwe aansluiting bij de nieuwbouw van een school. Het is niet zo dat onderwijshuisvesting zo maar voorrang krijgt, dit moet wel worden aangetoond. Voor elke wijziging van de stroombehoefte is een aanvraag voor plaatsing op de wachtlijst en een priortering aan de orde. Een aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn in artikel 6 opgenomen.
Artikel 7 Het college behoudt op grond van dit artikel de mogelijkheid om, bij een gebleken onbillijkheid van overwegende aard gelet op het belang dat deze regeling wil beschermen, anders te beslissen. Artikel 8 Formeel gaan de beleidsregels in op de dag na publicatie daarvan. Publicatie kan op zijn vroegst op de dag na vaststelling door de raad op 24 -09-2026. De prioritering zal eerder worden opgesteld gelet op het strenge regime van de ACM om zowel de projecten voor de wachtlijst als de prioriteringen vanaf 1 oktober in te dienen. Dit vraagt om een intensieve voorbereiding.