CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

20250703 Motie DRU Vooruit - D66, LB, PvdA, CDA.pdf

Raadscommissie gecombineerd 6 oktober 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 6: DRU Industriepark (1e termijn)1.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Motie Onderwerp: DRU vooruit! Motie op grond van art. 36 Reglement van Orde Indiener(s): Camiel Vanderhoeven (D66), Stephen Gijsbers (Lokaal Belang), Willie Oort (PvdA) en Jeannette Elstak (CDA). De gemeenteraad van Oude IJsselstreek, in vergadering bijeen op 3 juli 2025,

Inleiding: De afgelopen jaren is er bij de Stichting DRU Industriepark (hierna: de Stichting) een financieel onwenselijke en zeer zorgelijke situatie ontstaan. Tijdens de gecombineerde commissievergadering heeft de commissie uitgesproken dat de reparatie met een totaalbedrag van € 1.741.253 niet op voldoende steun van de raad kan rekenen. Op basis daarvan is de volgende motie opgesteld: Constaterend dat: 1. Rapport Mul constateert dat de financiële positie van de Stichting in 2024 snel verslechterd is door sterk oplopende kosten en het verlies van de stichting explosief is gestegen; 2. De stichting zonder nieuwe afspraken onvoldoende middelen heeft tot het oplossen van de huurachterstand en de resterende uitvoering van het herstelplan; 3. Plan DRU toekomstbestendig het doel heeft om financiële instabiliteit te overbruggen en een solide basis te leggen voor een duurzame toekomst; financieel en op inhoud; 4. Nieuwe samenwerkingsafspraken kunnen bijdragen als argument voor externe financieringen. 5. De gemeente eigenaar is van de SSP-hal en daarmee verantwoordelijk voor het onderhoud; Overwegende dat: 1. Het plan ‘DRU toekomstbestendig’ onvoldoende overtuiging geeft over de optimistische groeiverwachtingen en een concrete onderbouwing op meerdere plekken ontbreekt; 2.

Het DRU Industriepark een waardevolle plek is vanwege de bijzondere locatie en de enorme diversiteit aan mensen, activiteiten en diensten die daar samenkomen; 3. Het borgen van de continuïteit van het brede dienstenaanbod dat daar plaatsvindt van groot belang is; 4. Toekomstige zekerheid voor gebruikers, personeel, vrijwilligers, leveranciers en partners belangrijk is voor de continuïteit; 5. De stichting zelf verantwoordelijkheid moet dragen voor een financieel positief bedrijfsvoeringsmodel binnen de toegekende financiële mogelijkheden; Verzoekt het college: 1. Samen met de stichting het plan DRU toekomstbestendig verder uit te werken en beter te onderbouwen, en de huidige overeenkomsten en afspraken te herzien en daarbij duidelijke prestatieafspraken te maken; 1

2. Op basis daarvan de huidige lumpsum subsidie te vervangen door een exploitatiebijdrage, gespecificeerd naar de verschillende doelen die de stichting dient, in lijn met de huidige subsidie van € 1.078.824; 3. Daarbij de geldstromen op het industriepark inzichtelijk te maken tussen maatschappelijke organisaties, de stichting, de gemeente en overige partners; 4. Daarbij commerciële en culturele/maatschappelijke activiteiten van elkaar te scheiden, dusdanig dat alleen de culturele/maatschappelijke activiteiten voor een exploitatiebijdrage in aanmerking komen; 5. Huren voor onderhuurders worden marktconform. Subsidie die nu nog wordt aangewend om onderhuurders een minder dan marktconforme huur te rekenen wordt vervangen door een exploitatiebijdrage of subsidie rechtstreeks aan die onderhuurders; 6. De exploitatiebijdrage voor zowel de stichting als voor de onderhuurders jaarlijks te indexeren op basis van het CPI of een andere realistisch toepasbare objectieve indexering; 7. De exploitatiebijdrage toe te kennen voor de periode 2026-2028, zodat de stichting daarmee gebruik kan maken van (rijks)subsidiëringsprogramma’s en andere vormen van cofinanciering; 8. Bij het toekennen van de exploitatiebijdrage voor deze periode wordt de stichting opgedragen haar hoofddoelstelling te richten op het realiseren van een gezonde, duurzame en zelfstandige bedrijfsvoering.

Dit dient plaats te vinden binnen de bestaande voorzieningen en binnen de vastgestelde financiële kaders; 9. Verdere toekenning na deze periode wordt uitsluitend overwogen indien de stichting een zelfstandige en duurzame exploitatie realiseert, gebaseerd op structurele financiële onafhankelijkheid en een beheersbare, verantwoorde bedrijfsvoering binnen de eerdergenoemde kaders; 10. Te onderzoeken welk bedrag aan incidentele middelen de stichting nodig heeft om haar bedrijfsvoering voort te zetten, zodat de gemeente kan ondersteunen in de vorm van een lening of garantstelling. Als voorwaarde hiervoor geeft de stichting of vastgoed b.v. het Ouhrlokaal in onderpand aan de gemeente; 11. De door de stichting verschuldigde huur tot en met december 2025 niet te innen en een vordering voor de huur van 2024 en 2025 te laten staan; 12. In januari 2026 te starten met het maandelijks innen van de huur; 13. De hierboven genoemde punten uit te werken in een raadsvoorstel en voor te leggen aan de gemeenteraad voor de begrotingsbehandeling in november; 14. De in punt 3 van het collegevoorstel over de DRU van 10 juni 2025 beschreven voorwaarden voor het bieden van financiële ondersteuning onderdeel te maken van dit raadsvoorstel; 15. Dit raadsvoorstel te toetsen op juridische houdbaarheid, met bijzondere aandacht voor de regels rondom staatssteun; 16.

Verschillende scenario’s voor de toekomst van de SSP-hal te onderzoeken, te weten a. De huidige constructie waarbij de gemeente verhuurder is; b. Een erfpacht- of opstalrechtconstructie, waarbij juridisch geborgd is dat bij faillissement van de stichting of onderliggende entiteiten de eigendom van het gebouw weer aan de gemeente toevalt; c. Verkoop aan een andere partij; d. Eventuele andere reële mogelijkheden die het college ziet; 17. Deze scenario’s uiterlijk in November 2026 in een memo aan de raad aan te bieden; 18. In de tussentijd een plan te ontwikkelen om de bedrijfsvoering van de DRU in afgeslankte vorm voort te zetten, als voorbereiding op het scenario waarin de stichting niet voldoet aan de gestelde voorwaarden, en hierover uiterlijk in November 2026 over aan de raad te rapporteren; 19. Eén keer per jaar een werkbijeenkomst te organiseren over de actuele financiële situatie, prestatieafspraken en bedrijfsvoering, zodat de raad op tijd kaders kan bijstellen wanneer nodig; 20. Een werkbijeenkomst zoals hierboven beschreven ook te organiseren bij ontwikkelingen waarbij de portefeuillehouder dit wenselijk acht, maar in ieder geval:

2

a.

Bij niet nakomen van de gemaakte afspraken over door de stichting aan de gemeente te leveren rapportages, of overschrijding van de voor deze rapportages gestelde termijn met meer dan één maand; b. Bij een huurachterstand aan de gemeente van meer dan één maand;

en gaat over tot de orde van de dag.

Ondertekening:

Camiel Vanderhoeven D66

Stephen Gijsbers Lokaal Belang

Willie Oort PvdA

Bijlage: toelichting

3

Jeannette Elstak CDA

Puntsgewijze toelichting op het dictum: 1. Een onderdeel daarvan is het SMART maken van de doelstellingen, ontwikkelplannen en maatregelen bij achterblijvende prestaties. Duidelijk meetbare doelstellingen in de vorm van financiële kencijfers zoals solvabiliteit, liquiditeit en weerstandsvermogen moeten worden opgenomen die passen bij een gezonde bedrijfsvoering. Besparingen moeten beter onderbouwd worden. In de prestatieafspraken moet in ieder geval in opgenomen zijn dat de stichting op voldoende detailniveau rapporteert over de besteding van de subsidie, zodat de gemeenteraad handvatten heeft om te sturen. Als voorbeeld moet bijvoorbeeld duidelijk zijn welk deel van de kosten en inkomsten toe te rekenen is aan bijvoorbeeld het poppodium of het theater. 2. Voorbeelden hiervan zijn de maatschappelijke prestatieafspraken, culturele prestatieafspraken en gebouwexploitatie; denkbaar is dat voor sommige doelen een deel van de huidige subsidie niet in de nieuwe exploitatiebijdrage terechtkomt, maar als bijvoorbeeld een subsidie maatschappelijke effecten of een cultuursubsidie, met eigen subsidievoorwaarden. 4. Hierbij moet ook zorgvuldig gekeken worden wat precies in de stichting wordt ondergebracht, en wat in de bv’s. 8.

De exploitatiebijdrage is bedoeld om de basis dienstverlening te verrichten en niet om te investeren in andere zaken (SSP-hal, niet noodzakelijke vervanging van apparatuur, etc.). Totdat er een weerstandsratio van tenminste 1.0 bereikt is wordt een eventueel batig exploitatie resultaat benut om een reserve op te bouwen om fluctuaties in de jaarcyclus zelf op te kunnen vangen met eigen middelen. 10. Als de incidentele middelen in de vorm van een lening verstrekt worden gaan we uit van het volgende: • • •

De lening heeft een looptijd van 20 jaar, waarvan de 1e 4 jaar rentevrij; De rente na de aflossingsvrije periode is gebaseerd op de rente die de BNG zou rekenen; De lening is aflossingsvrij totdat het geheel van de stichting en de bv’s waarvan de stichting eigenaar is een positief exploitatieresultaat heeft.

11. Op de huurvordering zijn de volgende voorwaarden van toepassing: • • •

De vordering wordt binnen uiterlijk 10 jaar terug betaald; Vanaf 1 januari 2028 wordt invorderingsrente gerekend, gebaseerd op de rente die de BNG zou rekenen; Met terug betaling wordt begonnen zodra het geheel van de stichting en de bv’s waarvan de stichting eigenaar is een positief exploitatieresultaat heeft.

16. Bij dit onderzoek voor de verschillende scenario’s moet in ieder geval per scenario in kaart gebracht worden: • • • •

Wat het effect is voor de bedrijfsvoering van de DRU; Wat het effect is voor de gemeentelijke financiën; Wat de maatschappelijke effecten zijn; Wat de juridische houdbaarheid is.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4944/documents/31850