CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.06.17 Achterhoekse Aanpak Wonen Welzijn Zorg. def. versie.pdf

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 6: Achterhoeks plan van aanpak wonen, welzijn, zorg 2025-203526.430 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

50%

80%

40%

60%

30%

40%

20%

20%

10%

0%

0% Achterhoek

Montferland

100%

Winterswijk

60%

Oude IJsselstreek

120%

Oost Gelre

70%

Doetinchem

140%

Bronckhorst

80%

Berkelland

160%

Bron: Gelderse Primos

figuur 4-4

Het aantal ouderen in de Achterhoek in 2022, 2030 en 2040

100.000 90.000 80.000

95-plus

70.000

90-95

60.000

85-90

50.000

80-85

40.000

75-80

30.000

70-75

20.000

65-70

10.000 2022

2030

2040

Bron: Gelderse Primos

22

procentuele toename 22-40 65-plus

De verwachte toename van het aantal ouderen in de regiogemeenten in de periode 20222040

Aalten

procentuele toenae 22-40 85-plus

figuur 4-3

85-plus

65-plus

4.3

Ouderen met beperkingen

Met de vergrijzing neemt ook het aantal ouderen met beperkingen toe. De mate waarin, is niet exact te voorspellen. Jarenlang werd er van uitgegaan dat de levensverwachting weliswaar toe zou nemen, maar dat het hierbij lang niet altijd gaat om gezonde levensjaren. Actuele onderzoeken laten zien dat we er wel degelijk gezonde levensjaren krijg en. Het aandeel ouderen met somatische problemen neemt af, door betere behandelingen en hulpmiddelen. Voor dementie is er nog geen behandeling, waardoor de groep dementerende met het aantal ouderen sterk toeneemt. In.Fact.Research heeft een raming gemaakt van de verwachte ontwikkeling van het aantal ouderen met behoefte aan verpleegzorg (de groep met de meest intensieve zorgbehoefte, zorg waar een Wlz-indicatie voor is vereist). Daarbij is aangesloten bij de Gelderse Primosprognose. In tabel 4-1 staan de uitkomsten per gemeente weergegeven.

tabel 4-1

De verwachte ontwikkeling van het aantal ouderen met beperkingen die leiden tot een behoefte aan verpleegzorg aantallen

ontwikkeling

ontwikkeling %

2022

2031

2035

2040 2022-2031 2022-2035 2022-2040 2022-2031 2022-2035 2022-2040

Aalten

325

435

485

530

110

160

205

34%

49%

63%

Berkelland

510

660

720

770

150

210

260

29%

41%

51%

Bronckhorst

435

575

625

675

140

190

240

32%

44%

55%

Doetinchem

720

900

990

1.100

180

270

380

25%

38%

53%

Montferland

435

565

615

675

130

180

240

30%

41%

55%

Oost Gelre

475

650

735

820

175

260

345

37%

55%

73%

Oude IJsselstreek

745

930

1.005

1.100

185

260

355

25%

35%

48%

Winterswijk

455

575

630

695

120

175

240

26%

38%

53%

Achterhoek

4.100

5.285

5.810

6.360

1.185

1.710

2.260

29%

42%

55%

Bron: In.Fact.Research op basis van de Gelderse Primos

De tabel maakt de omvang van de opgaven direct duidelijk. Er komen in de Achterhoek tot 2031 ongeveer 1.185 ouderen bij met een behoefte aan verpleegzorg. Tot 20 40 gaat het zelfs om 2.260 ouderen, een toename van 55% ten opzichte van het huidige aantal. De toename is in relatieve zin het grootst in Oost Gelre (+73% tot 2040) en het kleinst in Berkelland (+51% tot 2040). Leveringsvormen Elk van deze ouderen heeft in de toekomst behoefte aan woonruimte, zorg en ondersteuning. De wijze waarop aan deze behoefte zal worden voldaan, is lastig vooraf (en van vooral bovenaf ) exact te bepalen. De groep ontvangt de zorg en ondersteuning op verschillende wijzen: •

Intramuraal. De ontwikkeling hiervan is mede afhankelijk van het landelijk beleid ten aanzien van de intramurale capaciteit en de invulling van dat beleid door de regionale zorginstellingen.

•

Geclusterd (Vpt). Er is geen exact zicht op het aantal vormen van geclusterd Vpt binnen de regio en de ontwikkeling daarvan. Het is zaak het beeld hierop te verfijnen. 23

In de Gelderse WoonZorgwijzer zijn kaarten opgenomen met clusters van indicaties, die hierbij kunnen helpen. Het is goed om te benadrukken dat het gaat om een clustering van ouderen met een Wlz-indicatie, die deze middels een VPT verzilveren. Dit is wat anders dan een geclusterde woonvorm, omdat daar ook ouderen met zonder Wlz-indicatie kunnen wonen. •

Individueel (Vpt/mpt/pgb). Ook hier geldt dat de huidige aantallen niet scherp in beeld zijn. Deze leveringsvorm is in trek, omdat hij ouderen niet alleen in staat stelt zelfstandig, maar ook ‘thuis’ te blijven wonen. De vraag is echter of deze vorm van zorg ook in de toekomst overal in de regio geleverd kan worden.

Qua aantallen gaat het bij deze categorieën om communicerende vaten. Wordt er van de ene vorm wat minder geboden, dan neemt de behoefte aan de andere vormen automatisch toe. Het totaal aantal ouderen met een behoefte aan verpleegzorg blijft immers gelijk.

4.4

Woonvormen

Het is momenteel lastig vast te stellen via welke leveringsvorm de ouderen met een behoeft aan verpleegzorg in de toekomst zorg ontvangt. Daarbij speelt het rijksbeleid een rol, maar ook het beleid van de lokale stakeholders. Gezamenlijk zal men tot afspraken moeten komen. Dat geldt ook voor de benodigde woonvormen. De samenstelling van het hier benodigde aanbod is uiteraard nauw verweven met de leveringsvormen. Het ministerie van BZK heeft ABF een berekening laten maken van het aantal benodigde zelfstandige woonvormen per gemeente. Daarbij is onderscheid gemaakt in zorggeschikte woningen, geclusterde woningen en nultredenwoningen. In tabel 4-2 staan de geraamde opgaven per gemeente weergegeven. BZK heeft een memo opgesteld met de definities zoals deze in de monitoring straks worden gehanteerd. Deze zal binnenkort breed worden verspreid. Voor een goede interpretatie van de aantallen is het volgende belang: • Achter de bij ‘zorggeschikte woningen’ genoemde aantallen, gaat een raming schuil van het aantal ouderen dat nu nog in een verpleeghuis terecht kan, maar bij bevriezing van de capaciteit niet langer. • Achter de bij ‘geclusterd wonen’ genoemde aantallen, gaat een grote variatie aan ouderen schuil. Voor een deel gaat het om ouderen die verpleegzorg nodig hebben of voorzien deze binnen afzienbare termijn nodig te hebben.

Voor een ander deel ga at het om een kwalitatieve vraag. • Bij ‘nultredenwoningen’ gaat het om een brede groep ouderen, met of zonder beperkingen. Toen deze aantallen eind 2023 (via de provincie) het land in werden gestuurd, hebben ze voor veel onrust gezorgd. Aan het begin van he t provinciale onderzoek is daarom veel aandacht is besteed aan het doorgronden van de ABF-cijfers en het nader duiden van de betekenis. De uitkomsten daarvan zijn verwoord in een separate memo. Het ministerie van BZK heeft lang vastgehouden aan de aantalle n van ABF, maar inmiddels is 24

BZK zo ver dat lokale/regionale cijfers (mist goed onderbouwd) te prefereren zijn boven de aantallen van ABF.

tabel 4-2

De door ABF geraamde (uitbreidings)opgaven ouderenhuisvesting van 2022 tot 2031

Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Montferland totaal

zorggeschikt geclusterd nultreden 80 45 250 160 35 410 125 95 305 85 185 480 85 30 305 150 160 480 90 270 210 90 180 430 865

1.000

2.870

Bron: BZK/ ABF

Lokale ramingen Het gemeentelijk beleid rondom wonen en zorg voor ouderen verschilt de mate van concreetheid. In de ene gemeente is dit een paragraaf in de woonvisie, in de andere is er een woonzorgvisie opgesteld (of in wording). De uitgangspunten en aantallen in deze gemeentelijke stukken zijn niet op te tellen tot een integraal regionaal beeld, vanwege verschillen in definities en gehanteerde uitgangspunten. De reden waarom de lokale cijfers afwijken van de cijfers van ABF zijn terug te brengen tot de volgende drie verklaringen: • De gehanteerde demografische prognose (in oude prognoses zijn bijvoorbeeld de effecten van corona (oversterfte en bijgestelde levensverwachting) nog niet verdisconteerd). • Verschillende aannamen over ontwikkeling van de gezondheid van ouderen (er is steeds meer bewijs dat minder ouderen kampen met somatische problemen). • Verschillen in aangenomen beleid en gehanteerde definities. Om te komen tot een eenduidig integraal beeld in de regio is het wenselijk de cijfers (en het beleid) in regionale afstemming te actualiseren. Dit provinciale onderzoek biedt daarbij belangrijke houvast. Definities Bij het vergaren van dit regionale beeld is een helder begrippenkader uiteraard van belang. Waar het gaat om voor ouderen geschikte woonvormen is het daarbij van belang dat definities kunnen (en zelfs moeten) verschillen, afhankelijk van de doelstelling:

25

•

Monitoring. Het Rijk en de provincie willen grip/zicht krijgen op het aantal voor ouderen geschikte woningen. Daartoe zal er iets van een checklist moeten worden opgesteld om te bepalen in welke categorie een bepaalde woning valt.

•

Bouwtechnisch. Het Ministerie van BZK geeft in haar subsidieregeling aan welke eisen zorggeschikte woningen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie. Het is de intentie deze eisen voor wat betreft zorggeschikte woningen en nultredenwoningen ook op te nemen in het Bouwbesluit. Daarbij worden bouwkundige vereisten geformuleerd, aansluitend op de nieuwe NEN -Norm (9120) voor Toegankelijkheid. Deze bieden gemeenten houvast bij het opstellen van een programma van eisen bij de nieuwbouw..

•

De praktijk. In de praktijk wordt door zorginstellingen en corporaties meer pragmatisch gekeken naar wat in welke woning voor welke inwoners mogelijk is. Daarbij gelden minder strenge regels dan bij de nieuwbouw en wordt niet alleen gekeken naar de woningkenmerken, maar ook naar de locatie.

Wat in ‘de praktijk’ als zorggeschikt wordt beschouwd, zal niet altijd voldoen aan d e eisen in de nieuwbouw. En voor de monitoring gaat het te ver om alle bestaande woningen op te gaan meten om te kijken of ze aan die criteria voldoen. Er moet dus gewerkt worden aan verschillende begrippenkaders, die binnen de regio gedragen worden. De Gelderse benadering Daar waar ABF (en lokaal vaak Companen) in haar ramingen van de opgave direct de stap maakt het aantal benodigde vormen van (zelfstandig) wonen met zorg, is in deze provinciale studie voor een andere aanpak/zienswijze gekozen. Deze gaat ervan uit dat de gemeenten zich samen met de stakeholders zich in eerste instantie committeren aan de opgave om alle 5.285 ouderen met een behoefte aan verpleegzorg in de regio in 2031 van passende huisvesting en de benodigde zorg en ondersteuning te voorz ien. Een dergelijke afspraak biedt meer mogelijkheden tot regionaal maatwerk, is meer flexibel en meer robuust dan alleen een afspraak over specifieke woonvormen. In deze benadering is het aan de regiogemeenten om samen met de stakeholders te komen tot een regio-specifieke ideale mix van woonzorgvormen. Uiteindelijk is het wel van belang ook afspraken over de bouwopgave te maken. Daar bij vraagt het ministerie van BZK om aan te sluiten op de landelijke definities inzake ‘zorggeschikt’, ‘geclusterd’ en ‘nultreden’.

In de Achterhoek heeft men hier nog geen concrete stappen in gezet. Het kan daarbij helpen wat meer inzicht te hebben in de behoefte aan deze woonvormen. Hieronder volgt een raming, waarbij geldt dat de gehanteerde parameters idealiter in overleg met de stakeholders worden vastgesteld. De in tabel 4-3 weergegeven aantallen zijn opgesteld op basis van de volgende aannamen: 1. Het huisvesten van de toenemende groep ouderen met een behoefte aan verpleegzorg is centraal gesteld (in de regio als geheel gaat het om 1.185 ouderen); 2. De aanname is dat 25% van deze ouderen in de thuissituatie kan blijven wonen en daar zorg en ondersteuning kan ontvangen (in de regio als geheel 2 95 ouderen). Het gaat dan men name om de groep 4 VV en delen van 5 en 6 VV. 26

3. De overige ouderen hebben een behoefte aan een zorggeschikte woning (in de regio gaat het om 890 ouderen); 4. Een deel van deze ouderen (we gaan uit van tussen de 20% en 40%) zal worden gehuisvest in een ‘verpleeghuis nieuwe stijl’ ook wel verpleegzorgplekken genoemd. 1 Het gaat hier (veelal) om complexen die lijken op een verpleeghuis (en vaak direct naast een bestaand verpleeghuis worden gerealiseerd), maar waar wonen en zorg gescheiden zijn. Deze complexen hebben vaak een homogene samenstelling (er wordt op zorgzwaarte toegewezen). 5. De overige (60% tot 80%) van deze ouderen kan worden gehuisvest in een gemengd complex. In deze complexen wonen de ouderen met een behoefte aan verpleegzorg samen met meer vitale ouderen (of andere doelgroepen). Als wordt uitge gaan van een verhouding van 3 (vragers) tot 7 (dragers) levert dat een totale behoefte aan tussen de 1.785 en 2.365 gemengde geclusterde woningen. 6. Uiteraard geldt dat idealiter (zeker bij nieuwbouw) ook de woningen voor de meer vitale ouderen zorggeschikt zijn, om te voorkomen dat de meer vitale ouderen (in het complex) moeten verhuizen op het moment dat men behoefte krijgt aan meer intensieve zorg.

tabel 4-3

Indicatieve opgaven ouderenhuisvesting over de periode 2022-2031

Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Achterhoek

Toename ouderen met behoefte verpleegzorg ('22-'31) Totaal In Minimaal thuissituatie zorggeschikt 110 30 80 150 40 110 140 35 105 180 45 135 130 35 95 175 45 130 185 45 140 120 30 90 1185 295 890

Homogeen geclusterd Minimaal zorggeschikt 15 - 30 20 - 45 20 - 40 25 - 55 20 - 40 25 - 50 30 - 55 20 - 35 180 - 355

Gemengd geclusterd Minimaal Idealiter zorggeschikt zorggeschikt 50 - 65 115 - 150 65 - 90 150 - 210 65 - 85 150 - 200 80 - 110 185 - 255 55 - 75 130 - 175 80 - 105 185 - 245 85 - 110 200 - 255 55 - 70 130 - 165 535 - 710 1250 - 1655

Totaal 165 - 215 215 - 300 215 - 285 265 - 365 185 - 250 265 - 350 285 - 365 185 - 235 1785 - 2365

Zoals gezegd zijn de gehanteerde parameters geen vast gegeven, maar input voor het gesprek in de regio. Voor de verpleegzorgplekken (homogeen geclusterd) geldt specifiek dat in Nederland zorgaanbieders vaak aangegeven geen nieuw vastgoed te willen realiseren terwijl corporaties vaak aangegeven geen zorgvastgoed te willen realiseren. Het nieuwe kabinet heeft in het hoofdlijnenakkoord aangekondigd te willen investeren in verpleegzorgplekken. Mogelijk wordt daarmee de impasse op dit front doorbroken.

Het kan zijn dat er plannen zijn de bestaande verpleeghuiscapaciteit (beperkt) uit te breiden. Dan kan een deel van deze ouderen daar worden gehuisvest. Als de verpleeghuiscapaciteit afneemt, moet niet alleen naar de toename van het aantal ouderen worden gekeken (zoals in de tabel) maar ook naar de vervangingsbehoefte. 1

27

Er zijn meer van dit soort onzekerheden die het lastig maken de opgaven in dit stadium heel concreet in te vullen. De regiogemeenten kunnen uiteraard ervoor kiezen het gesprek met de stakeholders in te gaan met een tabel waarin de opgaven ouderen huisvesting worden geconcretiseerd. Die tabel kan worden gebaseerd op de cijfers van Abf ( tabel 4-2) of tabel 4-3. Belangrijk is vooral een dergelijke tabel niet te hard als inzet te presenteren, dan bestaat het gevaar dat het gesprek alleen over de aantallen gaat. Dat gesprek kan een goede samenwerking op de langere termijn in de weg staan, terwijl juist die essentieel is om goed wonen, zorg en welzijn voor ouderen in de toekomst te garanderen. In hier gepresenteerde behoefteraming ontbreekt de categorie ‘nultreden’. De door Abf uitgevoerde raming (tabel 4-2) geeft een indicatief beeld van de toename van het aantal ouderen voor wie nultreden min of meer belangrijk is. Dit toenemend aantal ouderen leidt echter niet direct tot een bouwopgave, omdat: • er in de bestaande voorraad veel mogelijkheden liggen (zie ook paragraaf 5.4). • de nieuwbouw volgens het bouwbesluit vrijwel per defi nitie aanpasbaar of nultredenwoning is. Het is echter wel wenselijk: • goed na te denken over hoe en waar je (tijdige) aanpassingen in de voorraad stimuleert (bewustwording/voorlichting) en/of via de Wmo financiert.

• mogelijk wat extra criteria in de nieuwbouw te stellen om de geschiktheid te vergroten (maar dat kan de gewenste versnelling ook bemoeilijken, dus wellicht beter adviezen of richtlijnen), • daarnaast blijft het voor de monitoring (van het Rijk) belangrijk bij te houden hoeveel nultredenwoningen er worden gepland en gerealiseerd. Voor wat betreft deze monitoring geldt dat in de definities van het Rijk alle clusters van nultredenwoningen groter dan 12 én een ontmoetingsruimte (inpandig of binnen ongeveer 100 loopafstand) tot een geclusterde woonvor men worden gerekend. Dat is een bredere definitie dan in deze behoefteraming is gehanteerd, ook daar moet bij de monitoring straks rekening worden gehouden.

4.5

Ouderen met lichtere beperkingen

Ook de groep ouderen met lichtere beperkingen, die behoefte aan he bben enige vorm van formele of informele ondersteuning, neemt sterk toe. In dit onderzoek is in beeld gebracht hoeveel ouderen er behoefte hebben aan formele of informele zorg op afroep (het gaat daarbij om wijkverpleging, maar bijvoorbeeld ook om stellen waarbij de partner mantelzorg verleent). In tabel 4-4 staat per gemeente de ontwikkeling weergegeven van het aantal ouderen waar het hier om gaat. Bij de groep ouderen met minder zware of geen beperkingen wordt door ABF (en lokaal ook Companen) aangenomen dat zij in de toekomst vaker in een geclusterde woonvorm willen wonen. Het gaat hierbij deels om een kwalitatieve vraag. Dat betekent:

28

•

dat de ouderen in kwestie keuzeopties hebben. In ieder geval heeft men de keuze in de huidige vertrouwde woning te blijven wonen, wat men vaak ook doet. Wil men deze ouderen verleiden tot een verhuizing, dan moet alles kloppen.

•

dat beleidsmakers een keuze hebben. De ouderen moeten natu urlijk goed gehuisvest worden, maar dat kan ook op andere manieren dan alleen met (nieuw) te realiseren geclusterde woonvormen.

tabel 4-4

De verwachte ontwikkeling van het aantal ouderen met beperkingen die leiden tot een behoefte aan zorg op afroep aantallen

ontwikkeling

ontwikkeling %

2022

2031

2035

2040 2022-2031 2022-2035 2022-2040 2022-2031 2022-2035 2022-2040

Aalten

360

475

535

605

115

175

245

32%

49%

68%

Berkelland

700

890

970

1.060

190

270

360

27%

39%

51%

Bronckhorst

630

825

915

1.005

195

285

375

31%

45%

60%

Doetinchem

605

795

890

1.005

195

285

400

32%

47%

66%

Montferland

505

665

745

835

160

240

330

32%

48%

65%

Oost Gelre

255

360

410

460

105

160

205

41%

63%

80%

Oude IJsselstreek

300

390

435

490

90

135

190

30%

45%

63%

Winterswijk

330

435

480

535

100

150

205

30%

45%

62%

Achterhoek

3.685

4.840

5.380

5.995

1.155

1.695

2.310

31%

46%

63%

Bron: In.Fact.Research op basis van de Gelderse Primos

Ook met het aanpassen van de bestaande voorraad kunnen geclusterde woonvormen worden gerealiseerd (zie ook paragraaf 5.4). Bijvoorbeeld door in een complex (waar veel ouderen wonen) een woning (of deel daarvan) in te richten als gemeenschappelijke ruimte. Ook kunnen in sterk vergrijzende buurten VPT-teams worden ingezet. Vandaar dat in de Gelderse WoonZorgwijzer kaarten zijn opgenomen waarin zichtbaar wordt: •

waar nu clusters van ouderen wonen én waar ze in de toekomst gaan ontstaan;

•

de geschiktheid van de woningvoorraad;

•

de locaties van instellingen en voorzieningen.

In samenspel kunnen dat soort kaarten helpen om gebieden te identificeren waar in de bestaande voorraad geclusterd wonen kan worden gerealiseerd. Het is ook bij de realisatie van woonvormen voor deze ouderen zaak oog te hebben voor het (nu en in de toekomst) beschikbare aanbod aan zorg en ondersteuning. Als ouderen met een zorgbehoefte dichter bij elkaar wonen, verkort dat de reistijd van de zorgverleners en kan dezelfde zorgverlener meer mensen helpen.

4.6

De bredere opgave

De noodzaak van het toevoegen van nieuwe woonvormen voor ouderen wordt breed (h)erkent. Het is daarbij van belang te beseffen dat het bij het realiseren van passende vormen van wonen, zorg en welzijn niet puur gaat om een bouwopgave.

29

Het organiseren van de zorg en ondersteuning is, zeker bij de huidige en zeker toekomstige arbeidsmarkt een opgave op zich. De maatschappij (de inwoners) zelf zal een grotere bijdrage moeten leveren en dat vergt een omslag in denken. Mantelzorg zal blijvend moeten worden gestimuleerd en gefaciliteerd, waarbij het goed is om te kijken naar inspanningen die in het verleden reeds zijn ingezet en die in meer of mindere mate succesvol zijn gebleken. Gemeenschappen zullen moeten worden geactiveerd en ontmoeting en samenkomen winnen aan belang. Bij de (toekomsti ge) ouderen zelf moet worden gewerkt aan bewustwording en zij (en hun netwerk) moeten betrokken worden bij de beleidsvorming. Er moet nagedacht worden over slimme combinaties van wonen met zorg en gedeelde voorzieningen en er moet meer sector overstijgend worden gedacht. De mogelijkheden van adoptie en implementatie van technologische innovaties moeten worden verkend. Bovenstaande punten zijn naar voren gekomen tijdens de diverse sessies in de Gelderse regio’s, ook in de Achterhoek. Het is geen volledige opsomming, maar hij maakt al wel duidelijk dat de opgaven op het vlak van wonen, zorg en welzijn voor ouderen vragen om een brede samenhangende aanpak. Aandacht voor het aantal benodigde woonvormen is noodzakelijk, maar deze mag niet ten koste van een brede blik.

4.7

Regionale afstemming

De opgaven op het vlak van ouderen(huisvesting) worden vaak vooral gezien als een gemeentelijke aangelegenheid. Er verschillende redenen om dit gemeentelijke beleid minimaal regionaal af te stemmen. Dit niet alleen omdat het moet van het Rijk (er wordt een regionaal afsprakenkader gevraagd), maar er zijn ook verschillende inhoudelijke argumenten. Deze hebben deels te maken met capaciteitsvraagstukken, maar ook andere argumenten spelen een rol. Afstemming capaciteiten Bij gespecialiseerde zorg is het haast vanzelfsprekend regionaal af te stemmen. Niet in elke gemeente zijn er immers gespecialiseerde instellingen aanwezig. Maar ook bij meer reguliere zorg ligt een bepaalde mate van afstemming voor de hand. In tabel 4-5 staat voor de gemeenten in de Achterhoek de verhouding aangegeven tussen het aantal afgegeven indicaties en het op basis van de leeftijdsopbouw verwachte aantal indicaties. In Oude IJsselstreek, Oost Gelre en in mindere mate Winterswijk ligt het aantal afgegeven indicaties boven de verwachting. De verpleeghuizen in deze gemeenten hebben vermoedelijk een regionale opvangfunctie. Ouderen in Bronckhorst en Berkelland leunen waarschijnlijk deels op capaciteit elders in de regio. Als ouderen in de toekomst vaker in zelfstandige woonvormen worden gehuisvest, kan dit patroon veranderen. Dit geldt in ieder geval voor de ouderen die in hun eigen woning blijven wonen.

Maar m en kan ervoor kiezen ook de nieuwe vormen van wonen met zorg (zorggeschikte woningen/ verpleegzorgplekken) meer te spreiden.

30

tabel 4-5

De verhouding tussen het aantal afgegeven Wlz indicaties V&V en het op basis van de leeftijdsopbouw verwachte aantal indicaties (1-1-2022)

Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Montferland Achterhoek

afgegeven 325 510 435 720 475 745 455 435

verwacht 335 590 525 640 355 510 395 455

verhouding 1,0 0,9 0,8 1,1 1,3 1,5 1,2 1,0

4.100

3.805

1,1

Overige argumenten voor regionale afstemming Naast afstemming van de capaciteiten zijn er diverse andere thema ’s waarop verstandig kan zijn regionaal op te trekken. Het gaat hier bijvoor beeld om: • Inhoudelijk: o

Knelpunten die gemeenten niet zelfstandig kunnen oppakken;

o

Het delen van successen/ van elkaar leren.

• Het creëren van de juiste randvoorwaarden: o

Voldoende woningen/ bouwlocaties;

o

Voldoende zorgpersoneel;

o

Sluitend voorzieningenaanbod;

o

Toereikende financiële middelen;

o

Bewustwording en voorlichting.

• Procesmatig: o

Afstemming zorgkantoor;

o

Samenwerking met regionale spelers;

o

Afstemming met IZA en GALA.

De thema’s waarop en de mate waarin de gemeenten in de Achterhoek op het vlak van ouderenhuisvesting regionaal (ad hoc of structureel) willen samenwerken is vaak nog niet helemaal helder. Op dit vlak verkeert de regio nog in een verkennende fase.

31

5 Aanbod Alleen in Doetinchem staan er volgens de landelijke normen voldoende sociale huurwoningen. Ook het aanbod aan intramuraal verblijf is veelal geconcentreerd in Doetinchem. Voor verstandelijk gehandicapten is er ook veel aanbod in Aalten en in Oost Gelre is er relatief veel jeugdzorg met verblijf. De woningvoorraad is veelal geschikt of aanpasbaar voor bewoning met mobiliteitsproblemen. De geschiktheid van de woonomgeving verschilt sterk per gemeente en buurt. Gebiedsgericht maatwerk is derhalve een vereiste. 5.1

Inleiding

Regionale afspraken over de verdeling van urgenten zijn essentieel om deze specifieke groepen snel en passend te huisvesten, maar het effect op de regionale verdeling van de aandachtsgroepen is beperkt. Het Rijk zet erop in deze verdeling te beïnvloeden via aanbodsturing. Van elke gemeente wordt verwacht dat men inspanningen pleegt om toe te groeien naar het landelijke aandeel sociale huurwoningen (rond de 27%). In gemeenten met een lager aandeel moet minimaal 30% van de nieuwbouw uit sociale huurwoningen bestaan. Voor de aandachtsgroepen geldt, net als voor ieder ander, dat een passende woning alleen niet voldoende is om zelfstandig te kunnen (blijven) wonen. Naast de woning maken de fysieke en sociale woonomgeving een integraal onderdeel uit van het aanbod. Het volledige arrangement moet kloppen/passen. Dit geldt ook voor de brede doelgroep ouderen. Ouderen hebben vaak de wens om niet alleen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, maar vooral ook zo lang mogelijk ‘thuis’ te blijven wonen (als dat niet in dezelfde woning kan, dan het liefst wel in dezelfde buurt). De vraag of en hoe lang dit mogelijk is niet alleen afhankelijk van de woning, maar vooral van de omgeving. In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op het aanbod aan wonen en verblijf.

Daarbij wordt eerst stilgestaan bij de sociale huursector, vervolgens bij het intramurale aanbod en ten slotte bij de toe- en doorgankelijkheid van de bestaande woningvoorraad. Vervolgens wordt ingegaan op de fysieke woonomgeving en ten slotte komt de sociale woonomgeving aan bod.

5.2

Omvang en spreiding sociale huur

Afspraken uit de woondeals Het Rijk pakt met de Nationale Woon- en Bouwagenda de regie terug en zet naast een hogere bouwproductie sterk in op betaalbaarheid. Hierbij gelden de volgende beleidsmatige uitgangspunten: • Alle gemeenten moeten (op de langere termijn) streven naar een sociale huurwoningvoorraad die in relatieve zin van gelijke omvang is als het landelijk gemiddelde (dat ligt rond de 27%).

32

• In elke gemeente moet twee derde (67%) van de nieuwbouw bestaan uit betaalbare woningen. • Voor wat betreft de samenstelling van deze betaalbare woningbouw geldt dat: o

In gemeenten waar de sociale huurwoningvoorraad kleiner is dan het landelijk gemiddelde, minimaal 30% van de nieuwbouw moet bestaan uit sociale huurwoningen.

o

In gemeenten met een grotere sociale huurwoningvoorraad, moet zwaarder worden ingezet op het betaalbare middensegment.

Deze uitgangspunten staan in principe vast voor elke gemeente, maar in het regionaal overleg mag er op punten van worden afgeweken. In de Woondeal regio Achterhoek hebben alle regiogemeenten zich aan de uitgangspunten (op hoofdlijnen) geconfirmeerd. Omvang sociale huursector Het CBS geeft (op basis van Kadastergegevens) inzicht in het aantal woningen dat in bezit is van corporaties, maar niet in de samenstelling van deze woningen naar huurprijs. Deze is wel van belang omdat de afspraken betrekking op het segment beneden de liberalisatiegrens (bezit in het niet-DAEB-segment telt niet mee). Voor de aandachtsgroepen geldt voorts dat met name de eerste aftoppingsgrens (en kwaliteitskortingsgrens voor jongeren) van belang is (waarover later meer). Ten behoeve van dit provinciale onderzoek heeft In.Fact.Research een raming gemaakt van het aantal bewoonde woningen in bezit van corporaties met een huurprijs beneden de liberalisatiegrens. In figuur 5-1 staan de uitkomsten van deze raming weergegeven. Het gaat hier om een orde van grootte, op lokaal niveau zijn meer gedetailleerde cijfers beschikbaar. In de landelijke monitor van de VNG worden straks ook aantallen opgenomen.

figuur 5-1

Het aandeel woningen in het bezit van corporaties en het geraamde aandeel met een huurprijs beneden de liberalisatiegrens 28%

aandeel woningen

30% 25% 20%

24%

22% 18%

17%

22% 17%

15%

15%

10% 5% Montferland

Winterswijk

Oude IJsselstreek

Oost Gelre

Doetinchem

aandeel corporatiebezit aandeel sociaal aandeel sociaal regio

Bronckhorst

Berkelland

Aalten

0%

Bron: CBS voor wat betreft het bezit van corporaties, het aandeel corporatiewoningen in het sociaal segment is geraamd door In.Fact. 33

De figuur maakt duidelijk dat het aandeel sociaal (corporatiebezit) in de regio met 21% beneden het landelijk gemiddelde van 27% ligt. Alleen in Doetinchem ligt het aandeel rond het landelijk gemiddelde. In andere gemeenten ligt het aandeel er onder. In OostGelre, Bronckhorst, Winterswijk en Aalten ligt het aandeel beneden de 20%. Ook binnen gemeenten zijn er grote verschillen, zoals blijkt uit figuur 5-2. Uitgaande van de gemaakte afspraken en de instructies van het Rijk zal daarmee in heel de Achterhoek minimaal 30% van de uitbreiding bestaan uit sociale huurwoningen. Als de ambities worden gerealiseerd, betekent dit dat er in de regio tot 2031 ruim 2.500 sociale huurwoningen bij zouden komen. Daarmee kan het actuele tekort vermoedelijk grotend eels worden weggewerkt. Het probleem is echter dat de ambities voor 2031 om uiteenlopende redenen vermoedelijk niet worden gehaald. Het zal daardoor enkele jaren langer duren alvorens het tekort is weggewerkt.

figuur 5-2

Het aandeel woningen in het bezit van corporaties in een deel van de Achterhoek

In de woondeal is geen uitsplitsing gemaakt naar de huurprijzen binnen het sociale segment. Bij de nadere uitwerking is dat wel gewenst, want de aandachtsgroep en zijn vrijwel volledig aangewezen op het segment beneden de eerste aftoppingsgrens. Mutaties en beschikbaarheid Voor de regionale verdeling van de aandachtsgroepen is het totaal aantal sociale huurwoningen sterk bepalend. Voor de huisvesting van de wette lijke urgenten is inzicht gewenst in het aantal en aandeel woningen dat jaarlijks beschikbaar komt. Dat inzicht is er nu nog niet, maar is wel nodig om straks regionaal afspraken te kunnen maken over de verdeling van de urgente groepen. Er loopt in de provincie een traject om samen met de corporaties hier meer zicht op te krijgen (inclusief het aandeel dat wordt toegewezen

34

aan de urgente groepen). De resultaten daarvan zijn op moment van schrijven nog niet (openbaar ) beschikbaar.

5.3

Intramuraal verblijf

Intramuraal verblijf is (beschermd wonen uitgezonderd) geen primaire verantwoordelijkheid van gemeenten, maar van de zorgkantoren. Dat is de reden dat er in de programma’s ‘Een thuis voor iedereen’ en ‘Wonen en zorg voor ouderen’ van BZK betrekkelijk weinig aandacht aan wordt besteed. Bij de uitwerking van het beleid in de regio is er wel aandacht voor (gewenst), omdat: • Groepen die de instellingen verlaten richting zelfstandig wonen, wel als aandachtsgroep/ wettelijk urgent zijn gedefinieerd; • Er in de instellingen veel kunde en expertise zit, die ook in de ambulante zorg en ondersteuning van nut kan zijn; • Er steeds vaker sprake is van ‘wapperende gordijnen’. De scheidslijn tussen intramuraal en extramuraal is (zeker bij de ouderenzorg) steeds lastiger t e trekken; • De vestigingen van instellingen kunnen als referentie worden meegenomen bij de fair-share gesprekken. Er is in Nederland geen goede registratie van institutioneel verblijf voor de diverse zorggroepen. Dat beeld zal grotendeels in de regio zelf m et inbreng van de stakeholders moeten worden opgesteld. Wat er wel beschikbaar is, is het aantal afgegeven Wlz -indicaties (onafhankelijk van de leveringsvorm). De spreiding van deze indicaties biedt een goed (indicatief ) beeld van het in de gemeenten aanwe zige intramurale aanbod. Deze staan weergegeven in tabel 5-1.

De tabel laat zien dat er in de Achterhoek veel instellingen zijn. Bij de meeste van de onderscheiden groepen ligt het aantal indicaties per inwoners in de regio boven het provinciaal gemiddelde. Bijvoorbeeld vooral de verpleeghuizen in Oude IJsselstreek en Oost Gelre hebben een bovenlokale en mogelijk ook een bovenregionale functie. Op lokaal en regio niveau is het zaak in meer detail zicht te krijgen op het netwerk van instellingen. In de Gelderse WoonZorgwijzer-plus zijn kaarten opgenomen die daarbij als referentie kunnen dienen. Op basis van CBS-Microdata zijn clusters van indicaties geïdentificeerd en deze zijn op kaarten getoond (zie ook figuur 5-3). Op de locatie van deze clusters is vermoedelijk een specifieke woonvorm voor deze doelgroepen aanwezig, lokaal zal moeten wordt uitgezocht welke instelling er met welk aanbod exact zit.

35

figuur 5-3

Lichamelijk gehandicapt (LG)

Verpleging en verzorging (VV)

Verstandelijk gehandicapt (VG)

Zintuiglijk auditief (ZGAUD)

Zintuiglijk visueel (ZGVIS)

Licht verstandelijk gehandicapt (LVG)

Gelderland Achterhoek Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Montferland Gelderland Achterhoek Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Montferland

GGZ-Wonen

Het aantal afgegeven Wlz-indicaties absoluut (boven) en per 1.000 inwoners (onder) Geestelijke gezondheidszorg (GGZ-B)

tabel 5-1

315 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0,13 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

4.850 650 30 80 75 220 50 75 40 80 2,07 2,15 1,10 1,82 2,07 3,72 1,68 1,89 1,37 2,17

2.515 310 25 35 25 100 35 25 25 40 1,08 1,03 0,92 0,80 0,69 1,69 1,17 0,63 0,85 1,08

28.020 4.345 340 515 510 790 480 750 475 485 11,98 14,37 12,48 11,70 14,06 13,35 16,08 18,93 16,24 13,15

18.845 2.855 310 355 255 905 240 270 275 245 8,06 9,44 11,38 8,06 7,03 15,29 8,04 6,82 9,40 6,64

240 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0,10 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

215 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0,09 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

320 65 0 30 0 10 25 0 0 0 0,14 0,21 0,00 0,68 0,00 0,17 0,84 0,00 0,00 0,00

Clusters van Wlz-indicaties in een deel van de Achterhoek

36

Jeugdzorg Jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg kunnen straks onder voorwaarden een urgentie krijgen. Mede om deze reden is het belangrijk te weten hoeveel jonger en in de regio’s jeugdzorg met verblijf ontvangen. In figuur 5-4 is te zien dat in absolute zin er vooral in Doetinchem veel verblijfsvoorzieningen zijn. Als de aantallen worden gerelateerd aan het aantal jongeren dan blijken er ook in Oost Gelre veel verblijfsvoorzieningen voor de jeugd te zijn. Hierbij speelt mee dat er in verschillende gemeenten instellingen zijn waar Jeugdigen vanuit het hele land worden geplaatst.

1,0%

50

0,5%

0

0,0%

absoluut

aandeel

Montferland

100

Winterswijk

1,5%

Oude IJsselstreek

150

Oost Gelre

2,0%

Doetinchem

200

Bronckhorst

2,5%

Berkelland

250

aandeel jongeren in jeugdzorg met verblijf

Het aantal en aandeel jongeren dat verblijft in de jeugdzorg (2022)

Aalten

aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf

figuur 5-4

regionaal gemiddelde

Bron: CBS

De jeugd heeft de toekomst en is alles aan gelegen jongeren tijdig de hulp te bieden die men nodig heeft. Preventief beleid is dan ook van groot belang. In de Gelderse WoonZorgwijzer zijn kaarten opgenomen met de spreiding van de groep jongeren die volgens de huidige (landelijke) normen in aanmerking komt voor jeugdzorg zonder verblijf. Daarmee kunnen partijen hun voordeel doen bij de gebiedsgerichte uitwerking van het beleid ten aanzien van de jongeren.

5.4

Toe- en doorgankelijkheid woningvoorraad

De toename van het aantal ouderen gaat samen met een toename van het aantal ouderen dat te maken heeft met mobiliteitsbeperkingen. Volgens ABF neemt bij gevolg de behoefte aan nultredenwoningen toe met 2.870 in de periode 2022-2031. Deze toename betekent niet automatisch dat er woningen moeten worden toegevoegd. In tabel 5-2 staat aangegeven hoeveel woningen er op dit moment toe - en doorgankelijk zijn. In totaal staan er in de regio circa 16.420 nultredenwoningen. Daarnaast zijn er nog eens 107.310 aanpasbare woningen. Het aantal inwoners met mobiliteitsbeperkingen binnenshuis ligt op ruim 6.000 en ABF heeft geraamd dat er tot 2031 circa 1.000 ouderen 37

bijkomen met een behoefte aan geclusterd wonen en 2.870 met een behoefte aan een nultredenwoning. De aantallen maken duidelijk dat de door ABF geraamde toename van de behoefte aan nultredenwoningen getalsmatig in de bestaande voorraad kan worden opgevangen. Dat geldt ook voor een deel van de opgaven aan geclusterd wonen. Het is zaak deze mogelijkheden gedegen te verkennen. De Gelderse WoonZorgwijzer kan bij deze zoektocht helpen.

tabel 5-2

Het aantal inwoners met mobiliteitsbeperkingen, de toe- en doorgankelijkheid van de woningvoorraad en de door ABF geraamde opgaven aan geclusterde woonvormen en nultredenwoningen inwoners met mobiliteitsbeperkingen

Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Montferland

buitenshuis 1.090 1.770 1.350 2.750 1.060 1.830 1.350 1650

binnenshuis 510 820 620 1.300 490 860 640 770

12.850

6.010

Achterhoek

geschiktheid woningvoorraad

opgaven 2022-2031 (ABF)

ongeschikt aanpasbaar nultreden 1.145 9.715 1.425 2.085 15.785 2.085 1.320 13.435 1.795 3.325 19.830 4.385 1.150 10.755 1.310 1.375 14.580 1.890 2.355 10.100 1.710 1550 13110 1820

geclusterd nultreden 45 250 35 410 95 305 185 480 30 305 160 480 270 210 180 430

14.305

107.310

16.420

1.000

2.870

Bronnen: Het aantal inwoners met beperkingen is afkomstig uit de WoonZorgwijzer, de geschiktheid van de woningvoorraad is geraamd door In,Fact.Research (in dit document staat de methode nader toegelicht) de opgaven geclusterd en nultreden zijn afkomstig van Abf/Bzk

5.5

De fysieke woonomgeving

Onder de fysieke woonomgeving worden vaak ook voorzieningen geschaard. Daar waar het gaat om ouderen geldt dat er vaak wordt gesteld dat drie (fysieke)voorzieningen van belang zijn: de huisarts, de apotheek en de supermarkt. Omdat Albert Heijn en Aldi grote supermarktketens zijn, worden deze voorzieningen ook wel aangeduid als trippel A voorzieningen. In de Gelderse WoonZorgwijzer-plus zijn kaarten opgenomen met de locaties van deze drie voorzieningen. Daarnaast is een kaart opgenomen waarin voor elk woongebied is berekend hoeveel van deze drie voorzieningen binnen een loopafstand van 500 meter liggen (zie figuur 5-5 voor een voorbeeld). Het gaat hier om indicatieve kaarten, want er zijn voor geen van deze voorzieningen actuele provincie -dekkende bestanden beschikbaar. De kaarten zijn bedoeld om de regio’s op gang te helpen bij het in beeld brengen van de voorzieningen in de regio (al dan niet in een regionale WoonZorgwijzer -plus). Indien de gemeenten of stakeholders meer actuele gegevens hebben, dan kunnen deze worden doorgegeven aan de provincie. De kaart zal dan op deze punten worden aangepast.

38

figuur 5-5

Het voorzieningenniveau in een deel van de Achterhoek

In de Gelderse WoonZorgwijzer-plus zijn ook kaarten opgenomen over de leefbaarheid in de woongebieden. Dit omdat – zeker waar het gaat om de kwetsbare aandachtsgroepen – er vaak een link wordt gelegd met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. In het verlengde van de leefbaarheid is ook een kaart opgenomen me t de veiligheid en overlast in de woongebieden. Deze kaart biedt een goede indicatie voor het al dan niet aanwezig zijn van negatieve prikkels. Dat is met name van belang voor de aandachtsgroepen met psychiatrische problematiek, zoals de uitstroom bescherm d wonen. Deze groepen zijn vaak gebaat bij een omgeving met zo min mogelijk negatieve prikkels.

5.6

De sociale woonomgeving

Er zal in de toekomst ook in de Achterhoek met minder handen en financiële middelen steeds meer werk moeten worden verzet. Dat vraagt wat van professionals, maar ook van de rest van de maatschappij. Inwoners moeten bij het beleid betrokken worden en zullen meer zelf moeten oppakken. De lokale gemeenschappen moeten daarvoor worden geactiveerd. Mantelzorgpotentieel Zeker waar het gaat om ouderen wordt veel verwacht van (informele) mantelzorg. Dat is op zich terecht en nodig, maar tegelijkertijd geldt dat het mantelzorgpotentieel juist afneemt. Dit wordt in de Gelderse WoonZorgwijzer in beeld gebracht aan de hand van de Oldest Old Support Ratio (OOSR). Het gaat hier om een verhoudingsgetal van het aantal potentiele mantelzorgontvangers en het aantal potentiele verleners. In figuur 5-6

39

is aan de groene kleur te zien dat in delen van Winterwijk en Oost Gelre in 2022 er nog vrij veel mantelzorgpotentieel is, maar in 2040 kleuren grote delen oranje. Er is er in de toekomst veel aan gelegen het potentieel aan mantelzorgverleners dat er is, ook daadwerkelijk te activeren. Dat kan op verschillende zaken worden gestimuleerd, bijvoorbeeld door mantelzorgwoningen, respijtvoorzieningen en het activeren van lokale gemeenschappen. figuur 5-6

De OOSR in Winterwijk en Oost-Gelre in 2022 (boven) en 2040 (onder)

Bron: CBS Microdata, In.Fact.Research

40

Draagkracht Uiteraard hangt de mate van zelfredzaamheid van individuen (en gemeenschappen) ook samen met de sociaal economische status. Deze is in de Gelderse WoonZorgwijzer in beeld gebracht aan de (dominante) sociaal economische klassen, zoals deze worden onderscheiden door het Sociaal en Cultureel planbureau (zie figuur 5-7 voor een voorbeeld). In (sterk) vergrijsde gebieden geldt dat vaak of de groep ‘rentenierende bovenlaag’ dominant is of de groep ‘laagopgeleid gepensioneerd’. Uiteraard vraagt een buurt waarin de ene groep dominant is een andere aanpak dan de groep waar de andere dominant is. Ook bij het gebiedsgericht beleid voor andere aandachtsgroepen/ op andere terreinen is het van belang oog te hebben voor de sociaal economische positie van de inwoners.

figuur 5-7

De dominante sociaal economische klassen in een deel van de Achterhoek

41

6 Conclusies en aanbevelingen Een landelijke regio De Achterhoek is een overwegend landelijke regio, met een laag aandeel sociale huurwoningen. De meeste sociale huurwoningen staan in Doetinchem, waar ook het aandeel inwoners dat een aandachtsgroep het hoogst is. Ook Oude IJselstreek en Winte rswijk leveren een wezenlijke bijdrage. In het kader van ‘fair share’ is de opdracht deze aandachtsgroepen meer te spreiden over de regio (en daarmee met name Doetinchem te ontlasten). De regio Achterhoek is anno 2024 de meest vergrijsde regio van Gelderl and. Het aantal ouderen blijft echter de komende jaren verder toenemen. Vanwege de beperkte bevolkingsgroei geldt dat niet voor de overige aandachtsgroepen. Naar fair-share afspraken De komende periode moeten er in de regio afspraken worden gemaakt over ee n evenwichtige verdeling van de aandachtsgroepen. Dit onderzoek biedt voor veel van de aandachtsgroepen een belangrijke cijfermatige onderlegger voor de gesprekken. Daar waar het gaat om de verdeelafspraken inzake de wettelijke urgenten ontbreekt vooralsno g een goede cijfermatige onderlegger. In de regio Achterhoek is er nog geen eenduidig beeld van de omvang van verschillende aandachtsgroepen en urgentiecategorieën. Daarbij gaat het in het bijzonder om de (verwachte) uitstroom vanuit instellingen voor Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en de Jeugdzorg.

Binnen de centrumgemeente Doetinchem zijn al wel de nodige stappen gezet en worden er acties voorbereid om deze cijfers de komende periode boven tafel te krijgen. Een belangrijke aanbeveling voor de regio is de komende periode de resterende cijfers boven tafel te krijgen en deze ze als onderlegger te gebruiken voor het regionaal te voeren gesprek over de huisvesting van aandachtsgroepen en de fairshare afspraken die hierover moeten worden gemaakt. Afsprakenkader ouderenhuisvesting De regio staat aan het begin van het proces om te komen tot een afsprakenkader ouderenhuisvesting. De cijfers uit deze regionale rapportage bieden een stevige onderlegger voor dit kader. De exacte invulling van de opgave kan ec hter niet van bovenaf worden opgelegd, in de regio zelf zal in overleg met de stakeholders moeten worden gekomen tot de ideale mix. Andere regio’s, waaronder de Stedendriehoek en de GMR zijn al wat verder in het proces om te komen tot dit afsprakenkader. De regio Achterhoek kan de ervaringen en lessen die deze regio’s hebben opgedaan om te komen tot een afsprakenkader ouderenhuisvesting benutten om haar eigen regionale proces verder uit te rollen.

42

Nader uitwerking woondeal De afspraken over een evenwichtige verdeling van de aandachtsgroepen en het afsprakenkader ouderenhuisvesting moeten, waar het gaat om de uitbreidingsopgaven, geconcretiseerd worden in een geactualiseerde woondeal. Belangrijke aandachtspunten daarbij zijn: •

Er moet oog zijn voor de prijs- en woningdifferentiatie binnen de sociale huursector;

•

De mogelijkheden in de bestaande voorraad moeten worden meegenomen (bijvoorbeeld: woningaanpassing, woningdelen en -splitsen).

Het voorgenomen aantal sociale woningbouw is naar verwachting voldoende om de tekorten op te lossen. Preventief beleid en benodigde zorg en ondersteuning De opdrachten om te komen tot fair-share afspraken, een afsprakenkader ouderenhuisvesting en een geactualiseerde woondeal komen uit de koker van het ministerie van BZK. Daardoor ligt de nadruk sterk op het wonen. Het is echter belangrijk te beseffen dat het gaat om een integrale opgave, waarvan ook zorg en welzijn een essentieel onderdeel zijn. Op het niveau van de gemeenten en regio’s moet de benodigde integraliteit worden geborgd. Governance en samenwerking Voor de Achterhoek geldt dat er sprake is van een lange en goede samenwerking tussen gemeenten en is er een heldere overlegstructuur. Rondom het them a wonen en zorg is de governance nog niet helemaal uitwerkt. In 2022 is in de regio het thema wonen en zorg actief opgepakt. Er is een ‘coalition of the willing’ gevormd, die op een informele manier regionaal aan de slag zijn gegaan. Dit is gebeurd vanuit de werkgroep Wonen, welzijn en zorg. De werkgroep heeft gedurende 2023 een formeler karakter gekregen en ook zijn de activiteiten die de werkgroep onderneemt steeds concreter geworden. Recent is extra capaciteit vrijgemaakt om het proces om te komen tot na dere afspraken te begeleiden.

43

Montferland

Winterswijk

Oude IJsselstreek

Oost Gelre

Doetinchem

Bronckhorst

Berkelland

Aalten

Achterhoek

Bijlage 1: Cijfermatig overzicht aandachtsgroepen

aantal inwoners

absoluut percentage regio

302.300 27.200 44.000 36.300 59.200 29.800 39.600 29.300 36.900 100% 9% 15% 12% 20% 10% 13% 10% 12%

licht verstandelijk beperkt

absoluut percentage regio percentage inwoners absoluut percentage regio percentage inwoners absoluut percentage regio percentage inwoners absoluut percentage regio percentage inwoners

10.630 100% 4% 580 100% 0,2% 16.850 100% 7% 3.490 100% 1%

560 5% 3% 50 8% 0,2% 1.440 9% 7% 290 8% 1%

1.060 10% 3% 70 11% 0,2% 2.330 14% 7% 450 13% 1%

460 4% 2% 30 5% 0,1% 1.790 11% 6% 310 9% 1%

3.880 37% 8% 170 28% 0,4% 3.570 21% 8% 870 25% 2%

510 5% 2% 40 6% 0,2% 1.390 8% 6% 300 9% 1%

1.590 15% 5% 90 15% 0,3% 2.410 14% 8% 460 13% 1%

1.240 12% 5% 80 14% 0,3% 1.760 10% 7% 380 11% 2%

1.330 13% 4% 70 12% 0,2% 2.170 13% 7% 430 12% 1%

17%

17%

18%

16%

18%

17%

17%

15%

14%

119 100% 0,04%

<5

15 13% 0,03%

7 6% 0,02%

45 38% 0,08%

<5

10 8% 0,03%

22 18% 0,08%

20 17% 0,05%

539 89%

37 78%

96 74%

65 86%

131 89%

33 161%

63 78%

49 149%

65 49%

absoluut percentage regio percentage inwoners absoluut percentage regio percentage inwoners

9.600 100% 3% 1.277 100% 0%

500 5% 2% 83 6% 0%

400 4% 1% 183 14% 0%

500 5% 1% 58 5% 0%

2.200 23% 4% 216 17% 0%

600 6% 2% 87 7% 0%

1.000 10% 3% 176 14% 0%

500 5% 2% 167 13% 1%

3.900 41% 11% 307 24% 1%

absoluut percentage regio percentage inwoners

19.250 100% 6%

1.640 9% 6%

2.900 15% 7%

2.330 12% 6%

3.660 19% 6%

2.010 10% 7%

2.600 14% 7%

1.860 10% 6%

2.250 12% 6%

absoluut percentage regio percentage inwoners standplaatsen functie woonwagencentrum absoluut percentage regio percentage inwoners

30 100% 0,01% 117 100% 0,04%

0 0% 0,00% 2 2% 0,01%

10 33% 0,02% 3 3% 0,01%

0 0% 0,00% 3 3% 0,01%

10 33% 0,02% 5 4% 0,01%

0 0% 0,00% 6 5% 0,02%

0 0% 0,00% 75 64% 0,19%

10 33% 0,03% 15 13% 0,05%

0 0% 0,00% 8 7% 0,02%

matig of ernstig verstandelijk beperkt

somatische problematiek

psychiatrische problematiek

aandeel mantelzorgers uitstroomdetentie_nazorgkandidaten

absoluut percentage regio percentage inwoners

taakstelling statushouders 2023 (incl.) aandeel gerealiseerd 2023 arbeidsmigranten 2020

in BRP ingeschreven MOE-landers

voltijd studenten VO

permanent bewoonde standplaatsen (CBS)

44

Bijlage 2: Overzicht lokale en regionale documenten In het kader van de provinciale woonzorganalyse is aan de regio ’s gevraagd om een overzicht aan te leveren van lokale en regionale documenten. Belangrijkste doel van deze documenten was om zicht te krijgen op de aanwezigheid van lokale cijfers en gegevens die inzicht geven in de omvang, aard en ontwikkeling van ouderen en aandachtsgroepen. Aalten Berkelland 1.

Kader Woonzorg initiatieven Berkelland (18 september 2018)

2.

Processtappenplan voor de afweging van Woon-zorg Initiatieven Berkelland (maart 2019)

3.

Concept-Beleidsregels gemeente Berkelland over de toewijzing van woonwagenstandplaatsen (21 november 2023)

4.

Projectplan implementatie Wet inburgering in Berkelland per 1 januari 2022 (14 december 2021)

5.

Raadsbrief- Concept toewijzingsbeleid woonwagenstandplaatsen

6.

Staat van wonen Berkelland (2023)

7.

Woonvisie gemeente Berkelland 2020-2025 (2020)

Bronckhorst 1.

Concept-visietekst Samenwerken aan wonen welzijn en zorg in Bronckhorst (16 april 2018)

2.

Huisvestingsopgave Wonen en Zorg Vraag-Aanbod analyse (24 januari 2018)

Doetinchem 1.

Ijkpunt Wonen en Zorg gemeente Doetinchem (14 mei 2020)

2.

Lokale woonagenda gemeente Doetinchem 2016-2019 (22 september 2016)

3.

Gemeente Doetinchem – Woningbouwstrategie 2019 (28 november 2019)

4.

Woningmarktscan gemeente Doetinchem (9 september 2022)

5.

Bouwsteen vitaliteit: Sociale infrastructuur gemeente Doetinchem (28 juli 2023)

6.

Woonvisie gemeente Doetinchem 2023 (13 maart 2023)

7.

Woonwagenbeleid Site Woondiensten (juli 2023)

8.

Inventarisatie convenantwoningen Site 2022

45

9.

Wonen, welzijn, zorgbehoefte in beeld Gemeente Doetinchem, corporatie Site invulformat

Montferland Oost Gelre 1.

Woonzorgvisie Oost Gelre

2.

Wonen, welzijn, zorgbehoefte in beeld gemeente Oost Gelre corporatie ProWonen invulformat (31 maart 2023)

Oude IJsselstreek 1.

Visie wonen en zorg 55+ (2021)

2.

Toelichting bij uitvoeringsplan Wonen en Zorg voor ouderen (16 mei 2023)

3.

Uitvoeringsagenda Wonen & Zorg – Oude Ijsselstreek 2023-2026 (31 juli 2023)

4.

Wonen & Zorg voor ouderen Oude Ijsselstreek 2023-2030 (20 november 2023)

Winterswijk Regio Achterhoek 1.

Thuis in de Achterhoek – Handleiding WBS & spelregels (1 januari 2023)

2.

Corporaties TidA data uitvraag incl. DWP (2022)

3.

Plan van aanpak Wonen, welzijn regio Achterhoek (19 oktober 2023)

4.

Regio 18- 18+ per gemeente

5.

Regio aanpak huisvestingsopgave beschermd wonen besluit 2 juli 2019

6.

Regio Achterhoek Aandachtsgroepen huisvesting 2023

7.

Instroom BW 2022 en 2023 (november 2023)

8.

Jeugd Infographic Toekomstgericht werken

9.

Presentatie themabijeenskomst 18- 18+ (28 september 2023)

10. Samenvatting sessie: Creatieve oplossingen voor aanbod zelfstandig wonen 11. Selectieleidraad Gezins- en Woonvormen (GWZ) 2022 (1 april 2021) 12. Zorg voor de jeugd- Handleiding eigen Stek, eigen Toekomst 13. Cijfers Regio Achterhoek Aandachtsgroepen 14. Procesvoorstel Wonen, welzijn en zorg Regio Achterhoek 15. Regiobeeld Achterhoek (2023)

46

16. Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 (4 maart 2023) 17. Update Woon- en Vastgoedmonitor zomer 2023 (23 oktober 2023) 18. Voorstel Bijstellen regionaal plan van aanpak wo nen, welzijn en zorg Achterhoek (2023) 19. Wonion Invulformat Wonen, welzijn, zorg (31 maart 2023)

47

Colofon

Dit document is opgesteld door RUIMTEVOLK en is resultaat van een samenwerkingsproces met de Achterhoekse wonen-, welzijn- en zorgpartijen en 8RHK Ambassadeurs. Het copyright van de beelden, kaarten en foto’s berust bij RUIMTEVOLK tenzij anders aangegeven. Hoewel aan de inhoud en samenstelling van dit rapport de grootst mogelijke zorg is besteed, is het mogelijk dat informatie verouderd, onjuist of onvolledig is. Bovendien is een deel van de inhoud tot stand gekomen door een combinatie van data, beleid en inbreng van professionals, politiek en inwoners. Dit doet echter geen afbreuk aan de hoofdlijnen van deze rapportage. RUIMTEVOLK en 8RHK Ambassadeurs aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor de volledigheid en juistheid van de gegeven informatie. Foto voorzijde: Wooncorporatie De Woonplaats en gemeente Aalten Juni 2025

38

HET ACHTERHOEKS PLAN VAN AANPAK WONEN, WELZIJN EN ZORG 2025-2035

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4968/documents/32620