CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

20240918-Advies Verordening en Beleidsregels Sociaal Domein 2025.pdf

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3: Verordening Sociaal Domein (Wmo, Jeugd, Participatiewet)2.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: College van B&W Oude IJsselstreek Van: Adviesraad Sociaal Domein Oude IJsselstreek Onderwerp:

Aanvrager:

Advies Verordening en Beleidsregels Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2025 Ellen Penterman

Datum:

18-09-2024

Woord vooraf Op 28 juni 2024 heeft u de Adviesraad Sociaal Domein Oude IJsselstreek (hierna: de ASD) om advies gevraagd over het concept “Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2025” en het concept “Beleidsregels Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2025”. Onze adviezen zijn verdeeld over vier onderwerpen, te weten: 1. Leidende principes en kernwaarden; 2. Inwoner centraal; 3. Eigen kracht; 4. Overige aandachtspunten. Per onderwerp leest u wat ons is opgevallen bij het lezen van de betreffende regelgeving en wat de ASD aan u adviseert. Bij ieder advies zullen wij benoemen wat volgens ons hiervan de voordelen zijn.

Advies 1. Leidende principes en kernwaarden Bij het schrijven van de hierboven genoemde concepten bent u uitgegaan van twee documenten. Ten eerste uw visie op het sociaal domein, “Naar het hart van de beweging” uit 2020. Ten tweede uw Beleidsplan sociaal domein “Samen, met en voor elkaar. Op weg naar een betrokken samenleving” uit 2014, herzien in 2017. In het concept voor de Verordening schrijft u eerst over uw ‘kernidee’, welke afkomstig is uit uw visie op het sociaal domein uit 2020. Vervolgens heeft u de ‘leidende principes’ opgeschreven, welke afkomstig zijn uit uw Beleidsplan sociaal domein. Daarna noemt u vier ‘kernwaarden’, die de leidende principes volgens u samenvatten en vertalen. Het gebruik van zowel uw visie als uw Beleidsplan geeft verwarring bij het lezen. Ook vinden wij dat de intenties die uit uw visie volgen, een andere houding en werkwijze belichamen, dan de leidende principes en kernwaarden die uit uw Beleidsplan volgen. Tot slot is het ons opgevallen dat de ‘kernwaarden’ uit de Verordening niet overeenkomen met de ‘kernwaarden’ uit de Beleidsregels. Wat u beschrijft als kernwaarden in de Beleidsregels, wordt in de Verordening genoemd onder het kopje “Waarom deze regels?”.

Adviezen: • De ASD raadt u aan om gebruik te maken van één document, uw visie op het sociaal domein uit 2020, om uw leidende principes en de kernwaarden voor de Verordening te beschrijven. Zo kunt u de leesbaarheid van uw beide concepten verhogen en kunt u aansluiten bij de uitgangspunten uit uw huidige visie. • De ASD beveelt u aan om een nieuw Beleidsplan sociaal domein te schrijven en vast te stellen. Zo kunt u de visie uit 2020 integreren in uw Beleidsplan. Tevens zult u daarmee voldoen aan de opdracht van de wetgever om periodiek een Beleidsplan sociaal domein vast te stellen (art. 2.1.2 lid 1 WMO 2015 en art. 2.2 lid 1 Jeugdwet). • De ASD adviseert u om de kernwaarden uit beide concepten op elkaar af te stemmen. Daarnaast willen we u aanraden de kernwaarde: “De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.” aan te

passen door het woord ‘als’ te vervangen door het woord ‘waar’. Dat zal deze kernwaarde minder vrijblijvend laten overkomen.

2. Inwoner centraal “Wij voegen in onze dagelijkse manier van werken de daad bij het woord, dit hebben we ook gedaan bij een aantal grote besluiten dat genomen is. We hebben daarbij steeds gekeken hoe wij écht kunnen doen wat nodig is en hoe wij zo dicht mogelijk bij de bedoeling kunnen komen. Dus wat vraagt de inwoner van ons of wat heeft hij of zij nodig? En hoe zorgen we ervoor dat dát dus centraal blijft staan in plaats van de regels en structuren die er alleen maar zijn om instituties overeind te houden? Alle vragen en oplossingen moeten vanuit de inwoner bekeken worden en niet andersom.” Dit is wat u als eerste heeft geschreven in het woord vooraf van uw visie op het sociaal domein en als ASD staan wij hierachter. Bij het lezen van uw concept Verordening hebben wij ons bij sommige punten afgevraagd of de inwoner centraal wordt gesteld, zoals u heeft beschreven in uw visie. Hierdoor zijn wij tot de volgende adviezen gekomen. Adviezen: • De ASD beveelt u aan om de inhoud van het gesprek, beschreven onder artikel 3.2.3 C, uit te breiden met de vragen die beschreven staan onder artikel 3.2.3 A en 3.2.3 B. Tevens bevelen wij aan om deze vragen aan te passen aan het karakter van het gesprek, in het kader van de onder C genoemde wetten.

De inhoud van het gesprek wordt daarmee meer specifiek en zowel de inwoner als de medewerker kunnen daarmee nagaan of de basis aan vragen aan de orde is geweest. • De ASD adviseert u om onder artikel 4.2 als eerste het volgende uitgangspunt te noemen: “Het college houdt redelijkerwijs rekening met de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en zijn ouders.”. De wetgever heeft dit als eerste punt genoemd in artikel 2.3 lid 4 sub a van de Jeugdwet. Het is dan ook een dwingende bepaling voor het college en door dit punt op te nemen in de Verordening volgt u de wetgever. Daarnaast zal de inwoner zich hierdoor meer gezien en gehoord voelen. • In de laatste alinea van de inleiding van hoofdstuk 7 schrijft u dat u blijft volgen hoe het gaat met de inwoner, ook al is de inkomensondersteuning gestopt. Hiertoe maakt u afspraken met de inwoner. De ASD raadt u aan om hier ook een termijn te noemen voor deze nazorg, omdat dit meer duidelijkheid geeft. • De ASD raadt u aan om in het contract voor een participatieplaats, ook vast te leggen hoe u de voortgang en het welzijn van de inwoner wilt monitoren. Wij vragen u om dit tevens te vermelden onder artikel 7.2.12. Zo waarborgt u dat de inwoner centraal staat en is meer specifiek wat er in dit contract wordt vastgelegd.

• In hoofdstuk 10 noemt u als eerste kernwaarde: “De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardig.” En als laatste de kernwaarde: “De inwoner geeft de informatie die nodig is.”. De ASD adviseert u om van de laatste kernwaarde het volgende te maken: “De gemeente en de inwoner geven elkaar de informatie die nodig is.” Dit zou een positieve toevoeging zijn, waar gelijkwaardigheid en samenwerking vanuit gaat. • De ASD raadt u aan om onder hoofdstuk 10 op te nemen dat de gemeente ook nagaat of de inwoner de ontvangen informatie van de gemeente heeft begrepen. Tevens raden wij u aan om te benoemen dat u ervoor zult zorgen dat de verstrekte informatie alsnog wordt begrepen, indien dit in eerste instantie niet het geval is. Dit zal bijdragen aan de zorgvuldigheid waarmee besluiten worden genomen.

3. Eigen kracht In uw concept Verordening sociaal domein en in uw concept Beleidsregels sociaal domein maakt u gebruik van de term ‘eigen kracht’. In de Verordening geeft u geen toelichting op de betekenis hiervan. Ook stelt u in de Verordening geen regels vast hoe ‘eigen kracht’ wordt gemeten en hoe de afweging plaats vindt met betrekking tot de hulpvraag. In de Beleidsregels schrijft u: “Eigen kracht is dat iemand zijn eigen leven vorm kan geven en problemen op kan lossen. De inwoner heeft een eigen verantwoordelijkheid voor hoe hij het leven inricht.”. U verwijst hierbij dus naar het ‘probleemoplossend vermogen’ en de ‘eigen verantwoordelijkheid’ van inwoners. Vervolgens schrijft u: “Wanneer het een inwoner minder goed lukt om zichzelf te redden in het dagelijks leven of om mee te doen in de

samenleving, dan wordt er eerst verwacht dat de inwoner de eigen kracht gebruikt om die problemen op te lossen.”. Dit lijkt een cirkelredenering te zijn, want is het niet zo dat de inwoner met een hulpvraag komt, omdat het júist niet lukt om zelf problemen op te lossen en/of vorm te geven aan zijn leven. De inwoner is blijkbaar op dat moment niet in staat om gebruik te maken van zijn eigen kracht. Toch wijst u de inwoner er vervolgens op dat deze gebruik moet gaan maken van zijn eigen kracht, wanneer de inwoner problemen ervaart. Daar zit volgens ons nu juist het probleem. Over ‘eigen kracht’ als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op 29 mei 2024 drie uitspraken gedaan. De CRvB heeft in die uitspraken uiteengezet dat de Jeugdwet bepaalt dat gemeenten in hun verordening moeten regelen wat onder ‘eigen mogelijkheden’ en ‘probleemoplossend vermogen’ wordt verstaan. De CRvB benoemt dat in de verordening regels gesteld dienen te worden over de te verlenen voorzieningen, de toekenningsvoorwaarden, de wijze van beoordeling daarvan en de afwegingsfactoren. Niet kan worden volstaan met een herhaling in de verordening van de begrippen uit de Jeugdwet.

(ECLI:NL:CRVB:2024:1095, ECLI:NL:CRVB:2024:1096 en ECLI:NL:CRVB:2024:1097) Adviezen: • De ASD raadt u aan om zowel in de Verordening als in de Beleidsregels nader te omschrijven wat volgens u ‘eigen kracht’, ‘eigen mogelijkheden’ en ‘probleemoplossend vermogen’ inhoudt. Tevens raden wij u aan om cirkelredenaties te voorkomen. Tot slot raden wij u aan de hierboven genoemde uitspraken van de CRvB te verwerken in de nieuwe Verordening en de Beleidsregels. Zo schept u meer duidelijkheid voor de inwoner, bevordert u de rechtszekerheid en kunt u willekeur voorkomen. Tevens kunt u hiermee voorkomen dat ingestelde beroepszaken gegrond worden verklaard, vanwege een gebrek in de verordening. • De ASD is van mening dat er meer aandacht mag zijn voor het feit dat het gaat om het zelf oplossen van je problemen, voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen hiervoor toereikend zijn. Wij zien deze toevoeging over de toereikendheid, zowel in de Verordening als in de Beleidsregels, graag regelmatig terugkomen. In de huidige concepten ligt de nadruk ons inziens te veel op het zelf oplossen van je problemen (‘eigen kracht’) en ontstaat hierdoor gevoelsmatig een te hoge drempel voor het vragen om hulp. Het toevoegen van de toereikendheid werkt drempelverlagend en sluit aan bij de wetgeving.

4. Overige aandachtspunten Naast de onderwerpen die hierboven aan bod zijn gekomen, zijn er nog zeven aandachtspunten die wij belangrijk vinden om te vermelden. Zo hebben wij nog de volgende voorstellen voor u. Adviezen: • Op pagina 10 van uw concept Verordening en op pagina 3 van uw concept Beleidsregels schrijft u: “In Nederland vinden we het belangrijk dat…”. De wetgever geeft de gemeente opdracht om nadere regelgeving vast te leggen voor het sociaal domein, die toegespitst is op de eigen gemeente. De ASD adviseert u dan ook om de Verordening en de Beleidsregels te personaliseren door geen ‘Nederland’ te schrijven, maar ‘Oude IJsselstreek’. • Onder hoofdstuk 7 Werk en Participatie, pagina 33, schrijft u dat u “gezond Achterhoeks verstand” gebruikt bij het werken. De ASD adviseert u om hier gewoon te schrijven wat u hiermee bedoelt of wat dit volgens u betekent. Op die manier is dit voor iedere inwoner duidelijk. • De ASD raadt u aan bij beslissingen die inhouden geen hulp in te zetten, wel te verwijzen naar organisaties die de inwoner verder zouden kunnen helpen of die hierin zouden kunnen bemiddelen. Zo kan de inwoner toch een stukje ondersteuning ervaren vanuit de gemeente. • Het is de ASD opgevallen dat u in hoofdstuk 4 vaak over ‘de jongere/jeugdige en zijn ouders’ spreekt. De ASD raadt u aan om hier vaker ook ‘pleegouders’ of ‘verzorgers’ te noemen.

Hiermee laat u zien dat u zich bewust bent van het feit dat er ook jongeren zijn die geen ouders meer hebben of die uit beeld zijn. • De ASD adviseert u om bij een detachering een vergoeding te vragen aan de werkgever (artikel 7.2.1 Verordening). Het gebeurt elders vaak wel dat er een detacheringsvergoeding per uur wordt afgesproken. Dit zal de wederkerigheid versterken.

• Artikel 13.1 van de Verordening gaat over de kwaliteit van alle diensten en producten die de gemeente aanbiedt. Onder lid 3 staat dat de gemeente zorgaanbieders en leveranciers niet mee kan laten doen, als de zorgaanbieder geregistreerd staat bij het ‘Informatieknooppunt Zorg (IKZ)’. Volgens de ASD hoort dit te zijn: het ‘Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ)’. De ASD beveelt u aan om dit te corrigeren, zodat u verwarring voorkomt. • Op het moment dat er een nieuwe Verordening 2025 wordt vastgesteld zal het Besluit sociaal domein 2024 zijn wettelijke grondslag verliezen. De ASD raadt u daarom aan om in uw concept Verordening en uw concept Beleidsregels de huidige verwijzingen naar het “Besluit Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2024” te wijzigen in verwijzingen naar het “Besluit Sociaal Domein”. Op die manier verwijst u altijd naar het besluit dat op dat moment van kracht is.

Met vriendelijke groet, Adviesraad Sociaal Domein Roy van Aalst, Riemke de Boer, Kor Datema, Henk Hengeveld, Geertje van Lindenberg, Reiny Ljatifi, Mark Schepers, Niyazi Yalcin

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4788/documents/30287