2. Memo beantwoording vragen LB 7 juni 2020 def.pdf
Tekst van het document
Memo Aan: Cc: Van: Datum: Kenmerk: Onderwerp:
Lucy Hugen, fractieleden Lokaal Belang Marieke Overduin, Marijke Verstappen, Thomas Beke Daisy van Gils 11 juni 2020 Beantwoording vragen Lokaal Belang 7 juni jl. m.b.t. bestuursopdracht Wmo
In haar mail van 7 juni jl. stelt Lucy Hugen de volgende vragen namens Lokaal Belang: Zijn er reeds resultaten bekend uit het experiment ‘domeinoverstijgend werken’ en andere pilots waarbij gemeenten samenwerken met zorgverzekeraars, zorgkantoren en zorgaanbieder(s)? • Welke (positieve) effecten hiervan kunnen worden meegenomen in de opzet bij onze gemeente? Het onderzoeksrapport naar de resultaten en effecten van het experiment is nog niet openbaar en beschikbaar. Wat wij weten uit onze contacten met deze gemeenten is dat de eerste insteek financieel is geweest om inzichtelijk te krijgen of het langer thuis wonen van inwoners leidt tot meerkosten bij de Wmo en een besparing bij de Wlz. De gemeenten geven aan dat zij inderdaad meerkosten ervaren. Op dit moment lopen er nog business cases om juist te onderzoeken wat de effecten zijn voor de kwaliteit voor de inwoners. We zijn benieuwd naar deze effecten voor de inwoner, omdat onze focus in de bestuursopdracht is om het voor de inwoner eenvoudiger en beter te organiseren. •
“ Het gaat om strategische partners die in de huidige systemen ook al een rol hebben in de toegang en uitvoering van zorg ”. • Wordt er naar lokale zorgaanbieders gekeken en geldt dit ook voor de hulpmiddelen leveranciers? Er wordt gekeken welke zorgaanbieders we nodig hebben om de bestuursopdracht te realiseren. Natuurlijk zijn dat lokale partners, maar ook partners die regionaal/landelijk opereren zoals een zorgkantoor, zorgverzekeraar en het CIZ. De hulpmiddelenleverancier levert een vorm van ondersteuning die nodig is wanneer er al een indicatie is. Wij zien de hulpmiddelenleverancier dan ook niet als directe partner nodig voor de uitvoering van de bestuursopdracht. Wordt de liquiditeit van deze aanbieders/ leveranciers gecheckt omdat er onlangs een leverancier reeds kort na de start failliet is gegaan. Het beoordelen van de liquiditeit is een stap die hoort bij een formeel aanbestedingstraject. Op dit moment onderzoeken wij de mogelijkheden van een organisatienetwerk zoals beschreven in de bestuursopdracht. Daarbij onderzoeken we wat en wie daarvoor nodig is/zijn. Ook financiële overwegingen spelen hierin een rol. •
• Aan welke strategische samenwerkingspartners denken jullie? We denken aan partners die nu al een rol spelen in de uitvoering van het indiceren en zorgverlening voor de Wlz en Zvw en we onderzoeken nog wat er precies nodig is en welke partners dit kunnen en met ons willen doen. Aan welke zorgprofessional naast de reeds genoemde wijkverpleegkundigen wordt nog meer gedacht als indicerende professional? In de bestuursopdracht hebben we het over de verschillende uitvoeringsorganisaties die nu een rol hebben in het indiceren voor zorg en ondersteuning. Het gaat dan inderdaad om de wijkverpleegkundige, onze Wmo-consulenten en het CIZ als organisatie. Juist omdat we af willen van de knip tussen indicatie en zorgverlening gaat het over meer dan alleen een indicerende professional. Dit moeten we nog verder uitwerken.
•
• Wat als er geen geschikte partners gevonden worden? Tot nu toe hebben wij positieve reacties ontvangen en ondersteunen partners onze visie. We realiseren ons dat we een hoge ambitie hebben en dat wij die alleen kunnen realiseren in samenwerking met onze partners. Wanneer partners niet mee willen of kunnen werken dan zullen wij
1
opnieuw gaan kijken hoe we de Wmo volgens de uitgangspunten normaliseren, voorkomen en innoveren/samenwerken en de kaders uit de bestuursopdracht kunnen gaan organiseren. “Het is aan de samenwerkingspartners om met elkaar een netwerkorganisatie in te richten die dit mogelijk maakt, waarbij gebruik wordt gemaakt van de instituten die er zijn. We gaan geen nieuw instituut bouwen”. • Houdt dit in dat professionals die in dit netwerk gaan werken volledig overgaan naar deze netwerkorganisatie en niet meer bij de oude werkgever werken of worden deze mensen voor bepaalde uren als ware “gedetacheerd”? Omdat we nog niet weten hoe de exacte constructie eruit gaat zien, kunnen we nog niet zeggen welke gevolgen dit heeft voor de professionals van de organisaties die deelnemen aan het netwerk. Dit is natuurlijk ook afhankelijk van de keuzes die deze organisaties zelf nemen. Voor de projectorganisatie en de uitvoering van de bestuursopdracht wordt een budget begroot van € 200.000. • Wat valt hier zoal onder? De kosten voor de uitvoering van de bestuursopdracht vallen hieronder, daarbij kan gedacht worden aan kosten voor het inhuren van specifieke deskundigheid en kennis of extra inzet benodigd in de projectorganisatie. Ook kosten verbonden aan het uitproberen van de nieuwe manier van werken in bijvoorbeeld een pilot worden hieruit gedekt.
• Is dit bedrag realistisch te noemen? In de bestuursopdracht is opgenomen dat het bedrag indicatief is. We hebben een inschatting gemaakt van de verwachte kosten voor het uitvoeren van de bestuursopdracht en op basis van deze inschatting denken we op dit moment dat het realistisch is. “De op basis van de bestuurlijke visie te realiseren doorbraak en de nieuw te ontwikkelen manier van werken heeft gevolgen voor een deel van het personeel van de gemeentelijke organisatie”. • Wat is de verwachting en wat moeten we ons hierbij voorstellen? Is er mogelijkheid om de huidige consulenten in te zetten of is dit afhankelijk van achterliggende opleiding etc? Valt hier al iets over te zeggen? De komende periode zijn we bezig met de uitwerking van de bestuursopdracht. Hierbij betrekken we ook de consulenten zodat we hun deskundigheid en kennis daarin mee kunnen nemen. • Wat kan de impact zijn van deze bestuursopdracht op de rest van de organisatie? In de bestuursopdracht is hiermee bedoeld dat wanneer het werk van de consulenten daadwerkelijk buiten onze organisatie wordt georganiseerd, dit ook van invloed kan zijn op de organisatie-brede ondersteunende diensten van onze eigen organisatie. Bestaat de mogelijkheid dat deze nieuwe werkwijze inwoners uit onze buurgemeenten aan zal trekken om hier te gaan wonen? Simpel omdat alles beter en duidelijker geregeld wordt / over de 3 wetten heen.
Dit verwachten we niet, omdat mensen vaak andere motieven voor een verhuizing hebben, zoals groter gaan wonen; nieuwe baan/studie; kleiner wonen en goedkoper; wonen dichtbij het sociale netwerk; etc. •
2