CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Quickscan natuurtoets.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 13 september 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan “Hoofdstraat 55, Varsselder”4.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan natuurtoets

Ontwikkeling Hoofdstraat 55 Varsselder

Klomps Bouwbedrijf B.V.

Projectnummer: 3692.01 Datum: 03-10-2022

Quickscan natuurtoets Ontwikkeling Hoofdstraat 55 Varsselder

Opdrachtgever:

Klomps Bouwbedrijf B.V.

Projectnummer:

3692.01

Datum:

03-10-2022, v2

Projectleider en rapporteur:

Jesse van Dijk

Autorisatie:

Jur Metselaar

Opdrachtnemer:

Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

INHOUD

Pagina

1 2

INLEIDING .............................................................................................................................................. 3 PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ................................................................................................ 4 2.1 Beschrijving projectgebied ...................................................................................................... 4 2.2 Algemene constateringen ....................................................................................................... 5 2.3 Geplande werkzaamheden ..................................................................................................... 5

3

WERKWIJZE............................................................................................................................................ 6 3.1 Bureauonderzoek .................................................................................................................... 6 3.2 Veldbezoek .............................................................................................................................. 6 3.3 Betrouwbaarheid .................................................................................................................... 6

4

BELEIDSKADER ....................................................................................................................................... 7 4.1 Algemeen ................................................................................................................................ 7 4.2 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 7 4.3 Soortbescherming ................................................................................................................... 8 4.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 8

5

RESULTATEN .......................................................................................................................................... 9 5.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 9 5.2 Soortbescherming ................................................................................................................. 11 5.3 Samenvatting ........................................................................................................................ 16

6

CONCLUSIE .......................................................................................................................................... 17 6.1 Conclusies gebieds- en soortbescherming ............................................................................ 17 6.2 Nader onderzoek ................................................................................................................... 17

7

LITERATUURLIJST ................................................................................................................................. 18 7.1 Referenties ............................................................................................................................ 18 7.2 Gebruikte websites ............................................................................................................... 19 7.3 Overige geraadpleegde bronnen .......................................................................................... 19

Hoofdstraat 55 te Varsselder

2

3692.01

Quickscan natuurtoets

1

Buro Ontwerp & Omgeving

INLEIDING In opdracht van Klomps Bouwbedrijf B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan natuurtoets uitgevoerd ter hoogte van de Hoofdstraat 55 te Varsselder. De initiatiefnemer is voornemens op deze locatie zes woningen te realiseren. Het doel van de natuurtoets is om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid en (mogelijke) effecten van de ingreep op beschermde gebieden en dier- en plantensoorten. Uit deze natuurtoets moet blijken of er nadelige effecten zijn op gebieden met een speciale beschermingsstatus, namelijk: Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Vervolgens worden de mogelijke effecten onderzocht op onder de Wet natuurbescherming beschermde dier- en plantensoorten. Als (nadelige) effecten niet uit te sluiten zijn moet nader onderzoek plaatsvinden, moeten er mitigerende/compenserende maatregelen getroffen worden en/of eventueel een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Deze natuurtoets is gebaseerd op bureauonderzoek en een veldonderzoek. In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de werkwijze (hoofdstuk 3), het beleidskader (hoofdstuk 4), de resultaten (hoofdstuk 5) en de conclusie (hoofdstuk 6) beschreven.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

3

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

2

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN

2.1

Beschrijving projectgebied Het projectgebied ligt vlak naast de kern van Varsselder, ten noordwesten van splitsing van de Hoofdstraat en de Varsselderseweg. De locatie betreft een deel van het weiland dat grenst aan het woonerf van Hoofdstraat 55. De omgeving van het projectgebied bestaat uit woonmilieu en agrarisch gebied met weilanden, woonerven en enkele kleine bedrijven. Op de navolgende afbeelding is de begrenzing van het projectgebied weergegeven.

Figuur 1. Luchtfoto van het projectgebied aan de Hoofdstraat (rood kader).

Hoofdstraat 55 te Varsselder

4

3692.01

Quickscan natuurtoets

2.2

Buro Ontwerp & Omgeving

Algemene constateringen Het projectgebied bestaat uit extensief beheerd grasland dat begraasd wordt door klein vee. Aan de westelijke grens bevind zich de oprijlaan richting het woonerf van Hoofdstraat 55, deze wordt geflankeerd door een laan van haagbeuken. Deze bomen vallen buiten het projectgebied.

Figuur 2. Grens van het projectgebied langs de Hoofdstraat (linksboven), overzicht van het grasveld met het woonerf van Hoofdstraat 55 op de achtergrond (rechtsboven), grens van het projectgebied langs de Varsselderseweg (linksonder) en grens van het projectgebied langs de oprijlaan (rechtsonder).

2.3

Geplande werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens zes woningen te realiseren op de locatie van het grasveld.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

5

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

3

WERKWIJZE

3.1

Bureauonderzoek Voorafgaand aan het veldbezoek is onderzoek gedaan naar de ligging van het gebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden, de voorkomende habitats en de verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en rondom het gebied. De bronnen die hiervoor zijn geraadpleegd zijn te vinden in de literatuurlijst (zie hoofdstuk 7).

3.2

Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd op 21 september 2022 en vond plaats van 10:00 tot 11:00. Tijdens het veldbezoek was het zonnig, stond er een zwakke wind (ZZO1) en was het circa 13 graden Celsius. Er is gekeken naar het terrein en de geschiktheid hiervan voor beschermde plant- en diersoorten. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten, met inbegrip van sporen als braakballen, uitwerpselen, nesten en andere mogelijke verblijfplaatsen. Een ecologisch deskundige is iemand die een MBO-, HBO- of universitaire opleiding heeft genoten in de Nederlandse ecologie of natuurbeheer of daarmee vergelijkbare studies of die anderszins een aantoonbare soortenkennis van de Nederlandse flora en fauna heeft opgebouwd en die minimaal één jaar ervaring heeft met ecologisch veldonderzoek. De quickscan is uitgevoerd door dhr. J. van Dijk. is afgestudeerd in Bos- en natuurbeheer aan Wageningen University & Research, heeft een jaar ervaring met ecologisch veldonderzoek en is sinds maart 2022 werkzaam als ecoloog bij Buro Ontwerp & Omgeving. Gezien het bovenstaande geldt hij als ecologisch deskundige.

3.3

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige wet- en regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van het projectgebied voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van deze soorten. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan natuurtoets geldig is voor een periode van maximaal drie jaar, tenzij de ecologische omstandigheden in deze periode wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, of wanneer inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de natuurtoets opnieuw te onderzoeken.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

6

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

4

BELEIDSKADER

4.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel de natuur te beschermen, te ontwikkelen en de biologische diversiteit te behouden en herstellen. Voor ruimtelijke ingrepen zijn naast de algemene zorgplicht (artikel 1.11) ook hoofdstuk 2 (Natura 2000-gebieden), hoofdstuk 3 (soortenbescherming) en hoofdstuk 4 (houtopstanden) van de Wnb van belang. Beschermde gebieden die geen deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk zijn het Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Deze gebieden vallen echter niet onder de Wnb, maar worden op provinciaal niveau beschermd.

4.2

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Dit zijn gebieden waarin habitats en soorten beschermd worden die van Europees belang zijn. Per Natura 2000-gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten en andere handelingen die negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de habitats en/of de instandhoudingsdoelen van het gebied mogen niet plaatsvinden zonder een vergunning. Dit geldt niet alleen voor projecten en handelingen binnen het Natura 2000-gebied. Ook projecten en handelingen aangrenzend of buiten het gebied kunnen negatieve effecten veroorzaken. Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit een netwerk van natuurgebieden en heeft als doel deze beter met elkaar en omringende agrarische gebieden te verbinden. In Gelderland zijn deze gebieden bekend als het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het NNN is niet meegenomen in de Wnb; provincies wijzen zelf gebieden aan en dragen de verantwoordelijkheid voor het NNN en zijn behoud en ontwikkeling. In Gelderland zijn de GNN-gebieden aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018; Provincie Gelderland, 2022). Ruimtelijke ingrepen mogen de kenmerken en waarden van het NNN niet schaden.

Dit wordt gewaarborgd door het ‘nee, tenzij’-principe. Dit houdt in dat de voorgenomen ontwikkeling geen doorgang kan vinden als er sprake is van significant negatieve effecten, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De ontwikkeling moet van groot openbaar belang zijn; Er zijn geen reële alternatieven; Negatieve effecten op oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden worden zoveel mogelijk beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd. Groene ontwikkelingszone Om de samenhang van de natuur in het Gelders Natuurnetwerk te beschermen wil de provincie verbindingszones aanleggen in de Groene Ontwikkelingszone. Het bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die vervlochten zijn met het GNN. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in principe niet toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten. Net als de GNN-gebieden is de Groene Ontwikkelingszone aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018; Provincie Gelderland, 2022).

Hoofdstraat 55 te Varsselder

7

3692.01

Quickscan natuurtoets

4.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1) Beschermingsregime soorten uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn (Wnb § 3.2) Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3) In bovengenoemde paragrafen uit het Wnb zijn verbodsbepalingen vastgesteld en is vastgesteld voor welke handelingen een vrijstelling verleend kan worden. De verbodsbepalingen houden in dat vogels en andere beschermde soorten niet gedood of opzettelijk gestoord mogen worden en nesten, voortplantings- en rustplaatsen niet beschadigd mogen worden. Verder mogen beschermde planten niet geplukt of vernield worden. Als de werkzaamheden van het project leiden tot het overtreden van deze verbodsbepalingen moet worden nagegaan of een provinciale vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen.

4.4

Houtopstanden Als houtopstanden buiten de bebouwde kom worden geveld kan er een meld- en herbeplantingsplicht gelden. Dergelijke houtopstanden worden in de Wet natuurbescherming omschreven als een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die een oppervlakte van 10 are of meer beslaan. Ook wordt een rijbeplanting van meer dan twintig bomen als houtopstand gerekend. Er zijn een aantal uitzonderingen op de meld- en herbeplantingsplicht (Wnb §4.1).

Hoofdstraat 55 te Varsselder

8

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

5

RESULTATEN

5.1

Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000gebied bevindt zich op circa 3,5 kilometer ten zuiden van het projectgebied en betreft het in Duitsland gelegen ‘Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach’ (figuur 3). Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand zijn de eveneens in Duitsland gelegen ‘NSG HetterMillinger Bruch, mit erweiterung’ (ca. 4,4 km), ‘VSG Unterer Niederrhein’ (ca. 4,4 km), ‘NSG Bienener Altrhein, Millinger und Hurler Meer und NSG Empeler Meer’ (ca. 7,8 km), ‘Dornicksche Ward’ (ca. 9,1 km), ‘NSG Grietherorter Altrhein’ (ca. 9,3 km) en ‘Rhein-Fischschutzzonen zwischen Emmerich und Bad Honnef’ (ca. 9,7 km.)

Figuur 3. Ligging projectgebied (pijl met stip) ten opzichte van de Natura 2000-gebieden (groen gearceerde vlakken en groene lijnen).

Hoofdstraat 55 te Varsselder

9

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat zeven Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand van het projectgebied liggen vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen van deze Natura 2000-gebieden. Aangezien er voor Duitse Natura 2000-gebieden een hoge drempelwaarde van 7,14 mol/ha/jr geldt, worden geen negatieve effecten op de Duitse Natura 2000-gebieden verwacht. De Nederlandse Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 km afstand. Op deze afstanden is het niet aannemelijk dat er sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Een AERIUS-berekening kan daarom achterwege worden gelaten. Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt op circa 1,7 kilometer afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 2 km afstand van de Groene Ontwikkelingszone (GO) (figuur 4).

Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast.

Figuur 4. Ligging projectgebied (rood vlak) t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).

Houtopstanden In het projectgebied zijn geen houtopstanden aanwezig waardoor er geen kapmelding of gemeentelijke kapvergunning nodig is.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

10

3692.01

Quickscan natuurtoets

5.2

Buro Ontwerp & Omgeving

Soortbescherming Vleermuizen Op basis van openbare verspreidingsgegevens kunnen de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, meervleermuis en watervleermuis in de ruime omgeving van het projectgebied voorkomen. Alle vleermuissoorten zijn op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis. Ook zijn er soorten die zowel gebouw- als boombewonend zijn. Naast het projectgebied zijn houtopstanden en laanbomen aanwezig. De haagbeuken in de laan langs de westelijke rand van het projectgebied bevatten holtes die mogelijk door boombewonende vleermuizen kunnen worden gebruikt. Deze haagbeuken blijven echter onaangetast. Na de realisatie van de woningen zal er ook geen sprake zijn van lichtuitstraling op de opening van de holtes. De verlichte ruimtes staan op grote afstand van de bomen met holtes en worden afgeschermd door erfafscheiding in de vorm van hagen en houtsingels. Hierdoor worden er geen negatieve effecten op potentiële rust- of verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen verwacht. Om dit te waarborgen dient de realisatie van de woningen bij daglicht te worden uitgevoerd in de actieve periode van vleermuizen (1 mrt - 31 okt) (Stadswerk, 2020).

Gebouwbewonende soorten maken doorgaans gebruik van spouwruimtes, spleten en vergelijkbare ruimtes in gebouwen. In het projectgebied is echter geen bebouwing aanwezig. Negatieve effecten op de verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen daarom worden uitgesloten. Vliegroutes Vleermuizen volgen vaak lijnvormige elementen om heen en weer te bewegen tussen de verblijfplaatsen en foerageergebieden. Het behoud van lijnvormige landschapselementen is daarom van groot belang voor de instandhouding van vleermuispopulaties. Bij de geplande werkzaamheden worden echter geen kwetsbare verbindingen aangetast. Omdat vleermuizen voldoende gelegenheid hebben om door het landschap te navigeren kunnen negatieve effecten op vliegroutes worden uitgesloten. Foerageergebieden De in Nederland voorkomende vleermuizen leven allemaal van insecten. Ze foerageren daarom op allerlei plekken waar veel vliegende insecten aanwezig zijn. Enkele voorbeelden van dit soort gebieden zijn windbeschutte plaatsen langs lijnvormige elementen (bijv. sloten, beken en houtwallen), maar ook open plekken in bosgebieden of langs oevers met rietkragen. Bij het verdwijnen van essentiële foerageergebieden gaan de verblijfplaatsen ook verloren. Dergelijke elementen worden hier niet aangetast, waardoor negatieve effecten op essentiële foerageergebieden kunnen worden uitgesloten.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

11

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Grondgebonden zoogdieren Algemene soorten Verschillende algemene grondgebonden zoogdieren kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied, zoals bijvoorbeeld de haas en de egel. Het is niet uit te sluiten dat deze zoogdieren (nog) in het projectgebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden. Voor de meeste grondgebonden zoogdieren geldt in Gelderland een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Strikt beschermde soorten Op basis van verspreidingsgegevens kunnen de das, steenmarter, bunzing, wezel, otter, bever en eekhoorn in de ruime omgeving van het projectgebied voorkomen. De bever en otter vallen onder de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb) en de overige soorten zijn nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb). Met uitzondering van de das, bunzing en wezel kunnen negatieve effecten op deze soorten op voorhand worden uitgesloten. Er bevindt zich namelijk geen bosopslag, bebouwing of rivieren en beken met moerasachtige oevers in het projectgebied. De das is een nachtactieve soort en komt voor in kleinschalige landbouwlandschappen.

Burchten worden aangetroffen in houtwallen, langs bosranden, singels en heggen. De burchtingangen maken deel uit van een uitgebreid holenstelsel van lange gangen en kamers die onderling verbonden zijn. Een typische burcht heeft drie à tien ingangen (Zoogdiervereniging, 2020b). Binnen de begrenzing van het projectgebied werden geen burchtingangen aangetroffen. Negatieve effecten op de soort kunnen daarom worden uitgesloten. De bunzing en wezel zijn kleine marterachtigen die in kleinschalige cultuurlandschappen voorkomen (Bouwens, 2017). Alle kleine marters zoeken graag dekking in houtwallen, houtstapels of heggen. Ze nestelen vaak in holen van andere diersoorten. Zo wordt de bunzing vaak aangetroffen in de holen van konijnen, mollen, vossen en dassen, maar bijvoorbeeld ook andere beschutte ruimtes zoals onder boomwortels of takkenrillen. De wezel verblijft vooral in holen van muizen, ratten en konijnen (Veldman & Troost, 2019). Zowel de rust- en verblijfplaatsen als de functionele leefomgeving van de kleine marters zijn beschermd. In het projectgebied werden geen holen van zoogdieren aangetroffen en er zijn geen bosschages aanwezig die dekking kunnen bieden aan de kleine marters. Negatieve effecten op de bunzing en wezel kunnen daarom worden uitgesloten.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

12

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Vogels Algemene soorten Verschillende algemene vogelsoorten kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied. Tijdens de quickscan werden de houtduif en roodborst waargenomen. Conform de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wnb) is het verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van in het wild levende vogelsoorten te vernielen of te beschadigen, of nesten van deze vogels weg te nemen. Tevens zijn alle vogelsoorten tijdens het broedseizoen beschermd. Voor de meeste vogels kan worden aangenomen dat het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 juli (indicatief broedseizoen) loopt, maar bij enkele soorten begint het seizoen eerder of loopt het langer door. Dichter bij het indicatieve broedseizoen is de kans op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten groter. Op het moment dat sprake is van een nest dat in gebruik is, zijn werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of verstoring hiervan verboden. Hierop is geen uitzondering en er is ook geen ontheffing mogelijk. Er wordt daarom geadviseerd om werkzaamheden waarbij nesten in struiken en bomen op de naastgelegen terreinen verstoord kunnen worden, (ruim) buiten het indicatieve broedseizoen uit te voeren. Strikt beschermde soorten Van sommige vogelsoorten zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd.

Aan de rand van de bebouwde kom van Varsselder kunnen dit de buizerd, sperwer, kerkuil, steenuil, ransuil, gierzwaluw, roek en huismus zijn. Negatieve effecten op de slechtvalk, gierzwaluw en huismus kunnen echter op voorhand worden uitgesloten. Dit betreft soorten die alleen in gebouwen broeden en er bevind zich geen bebouwing in het projectgebied. Negatieve effecten op de buizerd, sperwer, ransuil en roek kunnen ook op voorhand worden uitgesloten, aangezien deze soorten broeden in hoogopgaande bomen. De kerkuil leeft doorgaans in cultuurlandschappen waar ook kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen en bosjes worden aangetroffen. De soort broedt in Nederland in ongeveer 90% van de gevallen in nestkasten die in boerenschuren zijn geplaatst (BIJ12, 2017a). In het projectgebied bevinden zich geen boerenschuren en uilenkasten, maar het nabijgelegen woonerf zijn mogelijk wel geschikte nestlocaties aanwezig. Voor deze soort blijft geschikt foerageergebied echter ruimschoots aanwezig en blijven velden en akkers onderling verbonden met andere open gebieden. Hierdoor zullen potentiële nestlocaties niet geïsoleerd raken en komt de staat van instandhouding van de soort niet in gevaar. Negatieve effecten op de kerkuil kunnen daarom worden uitgesloten. De steenuil is een soort die voorkomt in kleinschalige cultuurlandschappen.

Steenuilen broeden meestal in boomholten, nestkasten of nauwe ruimtes in gebouwen, bijvoorbeeld tussen de dakbedekking en het beschot. De steenuil is een zeer honkvaste soort die jaarrond gebruikt maakt van het nest (BIJ12, 2017 b). In het projectgebied bevinden zich geen gebouwen, geschikte bomen met holtes en uilenkasten, maar op het nabijgelegen woonerf zijn mogelijk wel geschikte nestlocaties aanwezig. Voor deze soort blijft geschikt foerageergebied echter ruimschoots aanwezig en blijven velden en akkers onderling verbonden met andere open gebieden. Hierdoor zullen potentiële nestlocaties niet geïsoleerd raken en komt de staat van instandhouding van de soort niet in gevaar. Negatieve effecten op de steenuil kunnen daarom worden uitgesloten.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

13

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Naast strikt beschermde soorten, staan er ook soorten in de Wet natuurbescherming beschreven waarvan het nest alleen jaarrond beschermd is als er zwaarwegende ecologische redenen zijn. Dit zijn voornamelijk holenbroeders, maar ook soorten die op of tegen gebouwen aan nestelen. In de directe omgeving van het projectgebied zijn echter voldoende uitwijkmogelijkheden waardoor de lokale staat van instandhouding niet in gevaar komt. Er zijn daarom geen ecologisch zwaarwegende redenen om potentiële nesten van deze soorten jaarrond te beschermen. Reptielen en amfibieën Algemene soorten Op basis van de openbare verspreidingsgegevens zijn verschillende algemene amfibieën te verwachten in de omgeving van het projectgebied. Voor de algemene soorten geldt een vrijstelling van de Wet natuurbscherming. Verder geldt wel de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Strikt beschermde soorten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de poelkikker en rugstreeppad in de ruime omgeving van het projectgebied kunnen voorkomen. Beide soorten worden op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb).

Negatieve effecten op de poelkikker kunnen echter worden uitgesloten, aangezien het voorplantingswater voor deze soort ontbreekt. De rugstreeppad komt voor in heidevennen, sloten in akker- en graslandgebieden, braakliggende terreinen, zandafgravingen, duinen en uiterwaarden (BIJ12, 2017c). In de omgeving van Varsselder is de soort alleen te verwachten in en rondom het Slotermeer en Azewijnse Broek. In het projectgebied zijn geen watergangen aanwezig die omschreven kunnen worden als ‘sloten in akker- en graslandgebieden’. Hierdoor is het uit te sluiten dat de rugstreeppad hier voorkomt. Vlinders Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de teunisbloempijlstaart, grote vos, grote weerschijnvlinder en de sleedoornpage eventueel te verwachten zijn in de omgeving van het projectgebied. De grote vos, grote weerschijnvlinder en sleedoornpage zijn nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb) en de teunisbloempijlstaart is beschermd volgens de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). De teunisbloempijlstaart gebruikt het wilgenroosje, (middelste) teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart als waardplant. De soort komt daarom voor in vochtige bossen, bosranden en warme open plekken (Van Deijk, 2018). De waardplanten van deze soort werden echter niet aangetroffen. Negatieve effecten op de teunisbloempijlstaart kunnen daarom worden uitgesloten.

De grote vos is een zeldzame, migrerende vlinder die haar eitjes legt rond de bovenste takken van hoogopgaande bomen. In Nederland voorzien iepen in 96% van de gevallen in de voortplantingsplaatsen van grote vossen. Sommige wilgensoorten, de pruim en de zoete kers vullen de overige 4% op (Nederlands Soortenregister, 2020). De soort overwintert als vlinder in oude, houten schuren, in holle bomen en tussen houtstapels. Het projectgebied voorziet niet in geschikte waardplanten en potentiële overwinteringslocaties. Negatieve effecten op de grote vos kunnen daarom worden uitgesloten.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

14

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

De grote weerschijnvlinder gebruikt de boswilg en grauwe wilg als waardplant en komt voornamelijk voor rond oude, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of bossen langs beekdalen (De Vlinderstichting, 2020a). Het projectgebied vormt geen geschikte voorplantingshabitat voor de grote weerschijnvlinder omdat er geen waardplanten aanwezig zijn. Negatieve effecten op de grote weerschijnvlinder kunnen daarom worden uitgesloten. De sleedoornpage komt voor in houtwallen, bosranden en sleedoornstruwelen. Waardplanten van de soort zijn verschillende Prunus-soorten, waaronder de sleedoorn (De Vlinderstichting, 2020b). In het projectgebied zijn echter geen waardplanten aanwezig, waardoor negatieve effecten op de sleedoornpage kunnen worden uitgesloten. Overige beschermde diersoorten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de nationaal beschermde gevlekte witsnuitlibel, beekrombout en beekdonderpad eventueel te verwachten zijn in de omgeving van het projectgebied. Negatieve effecten op deze soorten zijn echter uit te sluiten, aangezien het in het projectgebied ontbreekt aan geschikte habitat. Vaatplanten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de nationaal beschermde blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk eventueel te verwachten zijn in de omgeving van het projectgebied. Deze planten werden echter niet aangetroffen.

Negatieve effecten op strikt beschermde vaatplanten kunnen daarom worden uitgesloten. Tijdens de quickscan werden wel algemene plantensoorten waargenomen in en rondom het projectgebied, namelijk akkerdistel, grote brandnetel en struisgras.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

15

3692.01

Quickscan natuurtoets

5.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Samenvatting Onderstaande tabel geeft de soorten die (mogelijk) aanwezig zijn weer, de effecten waar ze last van hebben en eventuele vervolgstappen die genomen moeten worden. Soortgroep Vleermuizen

Soort(en) Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Verblijfplaatsen boombewonende soorten Foerageergebieden

Aanwezigheid Nee

Mogelijk effect Nee

Opmerkingen -

Nee

Nee

-

Nee

Nee

-

Vliegroutes

Nee

Nee

-

Grondgebonden zoogdiersoorten

Strikt beschermde soorten Algemene soorten

Nee

Nee

-

Mogelijk

Nee*

-

Vogels

Strikt beschermde soorten Algemene soorten

Nee

Nee

-

Mogelijk

Strikt beschermde soorten Algemene soorten

Nee

Verstoring nestplaatsen Nee

Werken buiten het vogelbroedseizoen -

Mogelijk

Nee*

-

Strikt soorten Strikt soorten Strikt soorten

beschermde

Nee

Nee

-

beschermde

Nee

Nee

-

beschermde

Nee

Nee

-

Reptielen en amfibieën

Vlinders Overige diersoorten Vaatplanten

*Er dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

16

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

6

CONCLUSIE

6.1

Conclusies gebieds- en soortbescherming Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van het project op vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde plant- en diersoorten (Wnb). Daarnaast zijn de mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden onderzocht. Gebiedsbescherming Natura 2000 Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat zeven Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand van het projectgebied liggen vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen van deze Natura 2000-gebieden. Aangezien er voor Duitse Natura 2000-gebieden een hoge drempelwaarde van 7,14 mol/ha/jr geldt, worden geen negatieve effecten op de Duitse Natura 2000-gebieden verwacht. De Nederlandse Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 km afstand. Op deze afstanden is het niet aannemelijk dat er sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Een AERIUS-berekening kan daarom achterwege worden gelaten.

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt op circa 1,7 kilometer afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 2 km afstand van de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Houtopstanden In het projectgebied zijn geen houtopstanden aanwezig waardoor er geen kapmelding of gemeentelijke kapvergunning nodig is. Soortbescherming Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van strikt beschermde soorten geconstateerd. Het kan wel zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten op de locatie voorkomen. Bij het uitvoeren van werkzaamheden moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Handelingen die nadelige effecten hebben moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Overigens moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten.

6.2

Nader onderzoek Op basis van de uitgevoerde quickscan zijn negatieve effecten op strikt beschermde plant- en diersoorten uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig en de werkzaamheden kunnen zonder ontheffing van de Wet natuurbescherming worden uitgevoerd.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

17

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

7

LITERATUURLIJST

7.1

Referenties Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. ’s-Hertogenbosch, Nederland: Zoogdiervereniging Nederland en Provincie Noord-Brabant BIJ12 (2017a). Kennisdocument Kerkuil, Tyto alba, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Steenuil, Athene noctua, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Rugstreeppad, Bufo calamita, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. De Vlinderstichting (2020a). Grote weerschijnvlinder, Apatura iris. Geraadpleegd op 4 april 2022 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-weerschijnvlinder De Vlinderstichting (2020b). Sleedoornpage, Thecla betulae. Geraadpleegd op 4 april 2022 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/sleedoornpage Nederlands Soortenregister (2020). Grote vos, Nymphalis polychloros. Geraadpleegd op 4 april 2022 via https://www.nederlandsesoorten.nl/linnaeus_ng/app/views/species/nsr_taxon.php?id= 168189&cat=152 Provincie Gelderland (2018). Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Provincie Gelderland (2022). Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022). Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Stadswerk (2020).

Gedragscode soortbescherming gemeenten voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig beheer of onderhoud. Geraadpleegd op 1 maart 2023 via https://www.stadswerk.nl/documenten/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1847788 Rijksoverheid (2021). Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). ’s-Gravenhage, Nederland: Rijksoverheid. Van Dijk, J. (2018). Een nieuwe standvlinder: De teunisbloempijlstaart. Geraadpleegd op 4 april 2022 via https://edepot.wur.nl/464086 Veldman, J. & Troost, C. (2019). Brochure Soortenbescherming in Overijssel: Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Zwolle, Nederland: Provincie Overijssel.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

18

3692.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

7.2

Gebruikte websites www.floron.nl www.pdok.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl

7.3

Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Białowieża, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża. Svensson, L., Mullarney, K. & Zetterström, D. (2009). Birds of Europe (2e ed.). Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Tolman, T. & Lewington, R. (2008). Collins Butterfly Guide: The Most Complete Guide to the Butterflies of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor flora en fauna van Nederland (1e ed.). Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.

Hoofdstraat 55 te Varsselder

19

3692.01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4566/documents/27238