Watertoets.PDF
Tekst van het document
Watertoets
Geffen, Raadhuys
Gemeente Oss
Datum: 26-11-2020 Projectnummer: 200458
INHOUD
1
Inleiding
3
2
Planbeschrijving
4
2.1
Ligging plangebied en huidige situatie
4
3
Beleidskader
7
3.1 3.2 3.3 3.4
Europees beleidskader Nationaal beleidskader Beleidskader waterschap Gemeentelijk beleidskader
7 7 7 8
4
Planuitwerking
10
4.1 4.2 4.3 4.4
Oppervlaktewater Riolering Hemelwater Grondwater
10 11 11 12
5
Conclusie
14
Bijlage 1: Samenvatting digitale watertoets Bijlage 2: Resultaten digitale watertoets
1
Inleiding Op de hoek van het Dorpsplein en de Raadhuisstraat te Geffen bevindt zich het voormalige gemeentehuis van Geffen. De initiatiefnemer is voornemens om op deze locatie nieuwbouw te realiseren. Hiervoor wordt de bestaande bebouwing gesloopt. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling dient de een watertoets opgesteld te worden. Het verhard oppervlakte binnen het plangebied wijzigt immers. Bij ruimtelijke plannen geldt vanaf 1 november 2003 de wettelijke verplichting van een waterparagraaf. De watertoets bevat een onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is een van de pijlers van het Waterbeleid voor de 21 eeuw, waarin aan water een meesturende rol in de ruimtelijke ordening is toegekend. Het doel van een waterparagraaf is een samenhangend beeld te geven van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met duurzaam waterbeheer en de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders.
3
2 2.1
Planbeschrijving Ligging plangebied en huidige situatie Het plangebied bevindt zich in de kern van Geffen (gemeente Oss, provincie NoordBrabant). Figuur 1 geeft een nadere situering van het plangebied weer. Figuur 2 geeft de locatie specifieker weer.
Figuur 1
Topografische kaart met globale aanduiding projectgebied in rood
Figuur 2
Luchtfoto met de globale ligging van het plangebied (rood)
Het huidige gebouw, het toenmalige gemeentehuis van Geffen, heeft een oppervlakte 2 van circa 1.450 m . 2.1.1
Oppervlaktewater Uit de legger van het waterschap blijkt dat er geen belangrijke oppervlaktewateren, zogenaamde A of B-watergangen aan het plangebied grenzen. Deze liggen allen op 4
geruime afstand van het plangebied. Een uitsnede van de legger van Waterschap Aa en Maas is te zien in onderstaande figuur (Figuur 3).
Figuur 3
2.1.2
Uitsnede legger Waterschap Aa en Maas met plangebied (rood)
Riolering In de omgeving van het plangebied ligt een gemengd rioolstelsel. Bij een gemengd rioolstelstel wordt het vieze afvalwater en het regenwater via rioolbuizen afgevoerd naar de rioolzuiveringsinstallaties.
2.1.3
Bodem Het plangebied ligt volgens de digitale bodemkaart van Nederland (BRO) in een gebied dat is getypeerd als Bebouwd gebied. Het specifieke bodemtype staat hier niet bij. Dit gebied is omsloten door hoge zwarte enkeerdgronden (zEZ21) en Beekeerdgronden (pZg21). Beide hebben een typologie van leemarm en zwak leming fijn zand. Het plangebied zal dus van origine ook bij deze typologie behoren. Nabij het plangebied is eveneens een geologisch booronderzoek gelegen (B45E0891). Uit dit boorprofiel komt een zandgrond fijne categorie naar voren. Water zal goed kunnen infiltreren in deze bodem.
2.1.4
Hemelwater In de huidige situatie is er een kleine binnentuin aanwezig met groen, maar de rest van het huidige plangebied is veelal verhard. Het pand is niet afgekoppeld. Het water wat op het dak van het pand valt zal via de hemelwaterafvoerpijp in het rioolstelsel verdwijnen. Het overige gedeelte van het hemelwater wat op de stoep / het overig verhard oppervlakte valt zal afstromen naar de straatkolken.
2.1.5
Grondwater Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (ahn), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 5,7 m +NAP.
5
Uit DINOloket blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen actuele grondwaterpeilputten gelegen zijn. Het is daarom middels dit onderzoek niet mogelijk om een nauwkeurige inschatting te geven van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Indien de grondwaterpeilputten in de verdere omgeving worden geraadpleegd, wordt aangenomen dat de GHG zich ter plaatse van het plangebied rond de 4,5 m + NAP zal bevinden en daarmee zou de GHG zich op ± 1 m –mv uitkomen. Dit is echter door de beperkte, beschikbare informatie niet met zekerheid te zeggen.
6
3 3.1
Beleidskader Europees beleidskader De Europese Kaderrichtlijn Water (2000) gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; verbetering van emissies; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater.
3.2
Nationaal beleidskader Het 2e Nationaal Waterplan (NWP2) beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
3.3
Beleidskader waterschap Waterschap Aa en Maas toetst een ruimtelijk plan op 8 onderwerpen / principes volgens de ‘uitgangspunten watertoets’: 1. Voorkomen van vervuiling 2. Wateroverlast vrij bestemmen 3. Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen (HNO) 4. Vuil water en hemelwater scheiden 5. Hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer 6. Waterschapsbelangen 7. Meervoudig ruimtegebruik 8. Water als kans Bij een plan dienen deze 8 principes in acht genomen te worden. Daarnaast is in de keur van het waterschap opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak maximaal 2.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak, of; De toename van het verhard oppervlak tussen 2.000 m2 en 10.000 m2 is en
7
compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel. Wat betreft A-watergangen zijn de volgende regels opgenomen in de keur: Artikel 3.3 Vergunning primaire en regionale waterkeringen en bijbehorende beschermingszone A en profiel van vrije ruimte o Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van een primaire of regionale waterkering of bijbehorende beschermingszone A, met uitzondering van compartimenteringskeringen, door daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen. o Het is verboden zonder vergunning in het profiel van vrije ruimte werken te plaatsen, te wijzigen of te behouden.
Artikel 3.4 Vergunning compartimenteringskeringen en bijbehorende beschermingszone, en overige keringen o Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van compartimenteringskeringen en bijbehorende beschermingszone A en overige waterkeringen, door daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder: bouwwerken aan te brengen, te wijzigen, te hebben, te onderhouden of te verwijderen; beplanting in de grond aan te brengen, te wijzigen, te hebben, te onderhouden of uit de grond te verwijderen; ontgravingen uit te voeren of ophogingen aan te brengen; te boren of te sonderen; kabels en leidingen aan te leggen, te hebben, te onderhouden, te wijzigen of te verwijderen.
3.4
Gemeentelijk beleidskader Het waterbeleid van de gemeente Oss is in diverse beleidsstukken en verordeningen vastgelegd. Het Plan Watertaken 2012-2017 is hiervan het belangrijkste voor dit project. “Een belangrijk uitgangspunt is dat er in principe hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld. Hydrologisch neutraal ontwikkelen houdt in dat de ontwikkeling geen hydrologische achteruitgang ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg heeft. Er mogen geen hydrologische knelpunten worden gecreëerd voor de te handhaven en de vastgelegde toekomstige landgebruikfuncties in het plangebied en het beïnvloedingsgebied. Concreet betekent dit dat: o de afvoer uit het gebied niet groter is dan in de referentiesituatie; o de omvang van grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; o de grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; o de (grond)waterstanden in het plangebied moeten aansluiten op de (nieuwe)
8
o
functie(s) van het plangebied zelf; het plangebied zo moet worden ingericht, dat de gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving, die van invloed zijn op de (grond)waterstanden, niet leiden tot knelpunten in het plangebied.”
In het Plan Watertaken 2012-2017 stelt de gemeente verder ten aanzien van water dat: o Via het watertoetsproces wordt in ruimtelijke plannen noodzakelijke ruimte voor water en waterveiligheid verzekerd. Waterveiligheid en hydrologisch neutraal ontwikkelen zijn daarbij leidend. o Voor nieuwe gebieden dat hemelwater niet wordt gemengd met afvalwater. In bestaand gebied wordt bij rioolvervanging waar mogelijk ook regenwater niet meer afgevoerd via de riolering maar lokaal verwerkt oftewel afgekoppeld. Op lange termijn is dit goed voor mens, milieu en portemonnee. Lokaal vasthouden van hemelwater draagt bij aan een gezonde leefomgeving, duurzaam omgaan met water en opvang van klimaatverandering. o Bij vervanging van gemengde riolering worden in principe hemelwaterafvoeren ontkoppeld en wordt het schone water lokaal in het milieu gebracht. o In de omgang met hemelwater is ook de inzet van bewoners en bedrijven vereist. Vanuit een algemene zorgplicht voor hemelwater (uitgangspunt Waterwet) geldt ook voor particulieren dat zij hemelwater op eigen terrein verwerken. Dit kan door toevoeging van schoon hemelwater aan het grondwater (infiltreren) of bijvoorbeeld door het te bufferen in vegetatiedaken, een vijver of in regenwatergebruiksystemen (toiletspoeling, waswater).
o Bij ver- en nieuwbouw in bebouwd gebied moet tenminste de eerst 10mm regen (10 liter per m2 afstromende verharding) van een bui op het eigen terrein kunnen worden vastgehouden en lokaal worden verwerkt door infiltratie of lozing op het oppervlak (vijver, wadi of lager gelegen grond). Als dit aantoonbaar niet mogelijk is dan is een directe of gebufferde afvoer vanaf het perceel bespreekbaar. o Het hemelwater dat op daken en wegen valt is in principe schoon. Het is de doelstelling om dit hemelwater schoon te houden. Dit betekent dat er bij nieuwbouw zo min mogelijk uitlogende bouwmaterialen worden gebruikt (convenant Duurzaam Bouwen). o Voor nieuwe situaties wordt grondwateroverlast voorkomen door uit te gaan van een ontwateringdiepte (optredende gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG)) van minimaal 70 cm onder maaiveld ter hoogte van de weg of het peil van de woning. Afhankelijk van lokale situatie en gekozen bouwwijzen is een afstand van 50 cm in sommige gevallen ook mogelijk. In het Plan Watertaken 2012-2017 staat verder dat “water is bij ruimtelijke ontwikkelingen een van de ordenende principes. Door water vroegtijdig te betrekken in het planproces kunnen waterhuishoudkundige aspecten als veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, en verdroging tijdig worden meegewogen.” Deze watertoets speelt hier op in en dient antwoord te geven op bovenstaande aspecten.
9
4
Planuitwerking In de toekomstige situatie zal woningbouw in het plangebied zijn gerealiseerd, alsmede kleinschalige commerciële ruimte. Dit zal in twee bouwblokken worden gereali2 seerd, waarbij één bouwblok bestaat uit 165m commerciële ruimte en 8 appartementen en één bouwblok bestaat uit 8 rijwoningen. Blok A, met daarin de commerciële 2 ruimte en de appartementen, heeft een oppervlakte van circa 450m . Blok B, met de 2 rijwoningen, heeft een oppervlakte van circa 375m . Ook het Dorpsplein wordt bij het beoogde plan aangepakt en krijgt een groenere invulling ten opzichte van de huidige situatie. Voor de voorgenomen plannen wordt de bestaande bebouwing gesloopt. Zie hiervoor onderstaande afbeelding.
Figuur 4 Uitsnede uit VO Raadhuys Geffen
4.1
Oppervlaktewater In het kader van het watertoets-proces is de digitale watertoets van Waterschap Aa en Maas doorlopen. De samenvatting en het resultaat van de digitale watertoets zijn opgenomen in de bijlages. Uit de watertoets blijkt dat de waterbelangen bij dit plan laag 2 zijn. De verhardingstoename en/of -afkoppeling is minder dan 2.000 m is en het plangebied valt buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen. Hoewel het waterbelang in dit project klein lijkt, ontvangt het Waterschap toch graag het voorontwerpplan. U kunt contact met het Waterschap opnemen via watertoets@aaenmaas.nl. SAB gaat er vanuit dat u dat als initiatiefnemer zelf doet. De ontwikkeling dient in basis te voldoen aan het principe van 'hydrologisch neutraal ontwikkelen' (HNO). Dit wil zeggen: waar het verharde oppervlak toeneemt of verhard oppervlak wordt afgekoppeld van de riolering, dienen maatregelen te worden genomen om afstromend hemelwater te verwerken. Het versnelde waterafvoer op het oppervlaktewatersysteem dient te worden voorkomen. In dit plan is geen sprake van toename van verhard oppervlakte. Wel wordt er verhard oppervlakte afgekoppeld. De 10
2
af te koppelen oppervlak bedraagt echter in alle gevallen minder dan 2.000 m zijn. Hierdoor wordt er vanuit het Waterschap geen harde compensatie geëist. Dit betekent echter niet dat de gemeente Oss wel stelt om aan het HNO-principe te voldoen. Daarbij verwacht de gemeente dat hemelwater zoveel mogelijk op eigen terrein opgevangen en geborgd wordt. Zie hiervoor de paragraaf 4.3 Hemelwater.
4.2
Riolering In het beoogde plan dient het hemelwater en afvalwater zoveel mogelijk gescheiden aangeleverd te worden. Dit is een transitie die de gemeente Oss doorgaat in het kader van klimaatadaptatie en geldt ten alle tijden bij nieuwbouw. Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling waarschijnlijk zorgen voor een ongeveer gelijk niveau of een geringe toename in het aanbod van vuilwater op het riool. In de huidige situatie is er een kantoorpand gevestigd welke qua oppervlakte groter is dan de beoogde nieuwe oppervlaktes voor de woningen, appartementen en commerciële functies. Het waterverbruik van een kantoorpand zal echter per ratio lager liggen dan van een woning. Hierbij dient men te denken aan douchen, het gebruik van vaatwassers etc. De gemiddeld lozing per dag per woning bedraagt gemiddeld 250 liter. In overleg met de gemeente Oss zal tijdens de verdere planvorming de mogelijkheden omtrent en de wijze waarop en hoe aangesloten kan worden op de riolering nader besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. SAB gaat er vanuit dat u dat als initiatiefnemer zelf doet.
4.3
Hemelwater In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater dat op de beoogde gebouwen valt niet meer aangesloten worden op het vuilwater. Dit gebouwen dienen te worden afgekoppeld en het water dient binnen de plangrenzen te worden verwerkt. De gemeente Oss stelt dat een ontwikkeling ten aller tijde hydrologisch neutraal dient plaats te vinden (HNO). 2
Indien de twee bouwvlakken tezamen 825 m groot worden, dient bij een bui van 10 3 mm een bergingscapaciteit van 8,3 m te worden gerealiseerd. Hoe deze bergingscapaciteit wordt geborgd dient echter in de nadere planvorming verder uitgewerkt te worden en bij een verdere bouwaanvraag ingediend te worden. Dit is ook afhankelijk van het definitieve ontwerp. Indien de daken groen worden uitgevoerd, zullen de daken zelf ook een deel afvangen. Het totale plangebied is groot genoeg om de waterbergingsopgave op verschillende manieren binnen de plangrenzen te verwerken. Te denken valt aan infiltratiekratten, wadi’s of een vijver. De definitieve invulling van het plein ligt op dit moment nog niet vast. Het plein zal naar waarschijnlijkheid wel groener worden ingevuld dan de bestaande situatie. Dit is positief voor de totale waterbalans van het plein. Het is daarbij van belang dat de groenvakken goed te bereiken zijn voor het water. Bij het ontwerp van het plein liggen verschillende kansen om positief bij te dragen aan de waterbergingsopgave. Zo kan er
11
enkel en alleen al voor de verharding bijvoorbeeld gekozen worden voor halfverharding, waterdoorlatende verharding of watergeleidende verharding. Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Daarom verzoekt zowel het Waterschap als de gemeente om bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Op dit moment zijn er wel zinken onderdelen beoogd volgens het Voorlopig ontwerp, hier dient nader naar gekeken te worden. In onderstaande figuur is een uitsnede van de kaart ‘Waterdiepte’ uit de klimaatatlas weergegeven ter plaatse van het plangebied. Volgens deze openbare data is er enige wateroverlast te verwachten rondom het plangebied bij korte, hevige buien. Hier kan in het ontwerp goed op ingespeeld worden door bijvoorbeeld het plaatsen van groenvakken, wadi’s, waterdoorlatende verharding of door te sturen in hoogte. Het is hierbij belangrijk om ervoor te zorgen dat niet meer water af zal stromen richting de Raadhuisstraat aangezien in deze straat reeds wateroverlast verwacht wordt.
Figuur 5 Uitsnede klimaateffectatlas, kaart:waterdiepte
4.4
Grondwater Om grondwateroverlast te voorkomen wordt gestreefd naar een bepaalde minimale ontwateringsdiepte. De ontwateringsdiepte is het verschil tussen de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) en het bouwpeil en/of maaiveld. Om grondwateroverlast te voorkomen hanteert het Waterschap en de gemeente een ontwateringsdiepte van 0,7 m -mv. Verder wordt geadviseerd het bouwpeil hoger te leggen dan het aangrenzende wegpeil. Door het ontbreken van actuele, openbare data met betrekking tot de grondwaterstand is het ten tijde van deze toets onbekend wat de ontwateringsdiepte is. Bij de ontwikkeling zijn echter geen kelders of soortgelijke aspecten be12
oogd, waardoor dit waarschijnlijk geen belemmering gaat zijn voor dit plan. Dit dient echter nader bepaald te worden. Door het toepassen van meer groen en eventueel halfverhardingen, zal de grondwaterstand aangevuld worden in het plangebied. Dit is goed om droogte in stedelijk gebied tegen te gaan. De ontwikkeling draagt hier dus positief aan bij.
13
5
Conclusie Op de hoek van het Dorpsplein en de Raadhuisstraat te Geffen bevindt zich het voormalige gemeentehuis van Geffen. De initiatiefnemer is voornemens om op deze locatie nieuwbouw te realiseren. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een watertoets opgesteld. In deze watertoets is getoetst aan het gemeentelijk beleid en dat van het Waterschap Aa en Maas. Uit de watertoets komen de volgende punten: Uit de watertoets blijkt dat de waterbelangen bij dit plan laag zijn. Er is geen sprake van verhardingstoename en het af te koppelen oppervlakte is minder 2 dan 2.000 m . Daarnaast valt het plangebied buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen van het Waterschap. Wel wordt het Waterschap graag op de hoogte gehouden van het plan. Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling waarschijnlijk zorgen voor een ongeveer gelijk niveau of een geringe toename in het aanbod van vuilwater op het riool. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal wel in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater dat op de beoogde gebouwen valt niet meer aangesloten worden op het vuilwater. Dit gebouwen dienen te worden afgekoppeld en het water dient binnen de plangrenzen te worden verwerkt.
De nadere invulling van deze waterberging dient in de nadere planvorming verder uitgewerkt te worden. Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Daarom verzoekt het Waterschap en de gemeente om bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Op dit moment zijn er wel zinken onderdelen beoogd volgens het Voorlopig ontwerp, hier dient nader naar gekeken te worden. Om grondwateroverlast te voorkomen hanteert het Waterschap en de gemeente een ontwateringsdiepte van 0,7 m -mv. Door het ontbreken van actuele, openbare data met betrekking tot de grondwaterstand is het ten tijde van deze toets onbekend wat de ontwateringsdiepte is. Bij de ontwikkeling zijn echter geen kelders of soortgelijke aspecten beoogd, waardoor dit waarschijnlijk geen belemmering gaat zijn voor dit plan. Dit dient echter nader bepaald te worden.
14
Bijlage 1 Samenvatting digitale watertoets
datum 27-10-2020 dossiercode 20201027-38-24617 Samenvatting ingevoerde gegevens Persoonlijke gegevens aanvrager Projectnaam: Geffen - Raadhuys Naam aanvrager: Amber van den Tillaart Organisatie: SAB Straat/Postbus: Frombergdwarsstraat Huisnummer: 54 Postcode: 6814 DZ Plaats: Arnhe Telefoon: E-mail: Contactpersoon gemeente Naam gemeente: Contactpersoon: Telefoon: E-mail: Kaartmateriaal Heeft het ingetekende plangebied kaartmateriaal geraakt? nee Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Oss Vragen Houdt het plan uitsluitend een interne functieverandering voor een gebouw in? Hierbij is ook geen sprake van een verhardingstoename en/of afkoppeling van hemelwater? nee Is er sprake van een directe lozing van afvalwater op oppervlaktewater? nee Vervolgvragen Omvat het plan een verhardingstoename of een afkoppeling van hemelwater(oppervlak) waarbij het oppervlak 2000 m2 of meer bedraagt? nee Betreft het de bouw van minimaal 100 woningen en/of de (her)ontwikkeling van een bedrijventerrein? nee Is er sprake van een grondwateronttrekking (inclusief drainage)? nee Aanvullende vragen Hoe wordt in het plan het hemelwater verwerkt? 1. Via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geïnfiltreerd
2. Via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt vertraagd afgevoerd naar oppervlaktewater ja 3. Via een gemengd stelsel Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee Ligging plangebied
Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld. www.dewatertoets.nl
Bijlage 2 Resultaten digitale watertoets
datum 27-10-2020 dossiercode 20201027-38-24617 Bedankt voor het invullen van de Digitale Watertoets! Uit de door u ingevoerde gegevens blijkt dat de verhardingstoename en/of -afkoppeling maximaal 2.000 m2 is en het plangebied buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen valt. Onze verwachting is dat wij daarom geen of weinig inhoudelijke opmerkingen zullen hebben. Wel verzoeken wij u alvast om bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Hoewel het waterbelang in dit project klein lijkt ontvangen wij toch graag het voorontwerpplan. U kunt contact met ons opnemen via watertoets@aaenmaas.nl Hier kunt u ook terecht met eventuele vragen of opmerkingen. Met vriendelijke groet, Team Planadvies van Waterschap Aa en Maas
Let op! De Digitale Watertoets is een hulpmiddel om inzichtelijk te maken welke waterbelangen mogelijk spelen in het plangebied. Vandaar dat dit automatisch gegenereerde toetsresultaat niet gezien kan worden als vervanging van het watertoetsproces of vrijstelling van een eventuele vergunnings- of meldingsplicht op basis van de Keur. Voor meer informatie m.b.t het vergunningverleningsproces kunt u contact opnemen met ons Waterwetloket via 073 615 83 33 of info@aaenmaas.nl Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.
www.dewatertoets.nl