Vormvrije merbeoordeling.PDF
Tekst van het document
vormvrije m.e.r.-beoordeling
Geffen, Raadhuisstraat 1 RO Connect
Datum: 26-11-20 Projectnummer: 200458
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3
Aanleiding De m.e.r.-beoordeling Leeswijzer
3 3 5
2
Kenmerken van het project
6
2.1 2.2 2.3 2.4
Inleiding Beschrijving plan Omvang van het project Overige kenmerken van het project
6 6 7 7
3
Plaats van het project
9
3.1 3.2 3.3
Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
9 9 9
4
Kenmerken van het potentiële effect
13
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Inleiding Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit
13 14 16 17 18
5
Conclusie
20
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Op de hoek van het Dorpsplein en de Raadhuisstraat te Geffen bevindt zich het voormalige gemeentehuis van Maasdonk. De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bebouwing te slopen en op deze locatie nieuwbouw te realiseren. Het beoogde programma bestaat uit 16 woningen/appartementen en een kleinschalige commerciële ruimte. Deze herontwikkeling is echter niet mogelijk binnen de kaders van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Om die reden is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk om de plannen mogelijk te maken. In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijnde wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r, namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r.
en de Wet milieubeheer een m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. Voorliggend rapport vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit project.
1.2
De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.
SAB
3
Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)
Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sedert een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld.
Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. De realisatie van de woningen en commerciële ruimte in Geffen wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 2 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m of meer.”
SAB
4
2
Onderhavig project omvat een totale oppervlakte van circa 5000 m en voorziet in de realisatie van maximaal 16 woningen en een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 2 165 m . Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit ruim onder de drempelwaarde en zou een vormvrije m.e.r.-beoordeling benodigd zijn. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project (herontwikkeling bedrijfsterrein tot woongebied) ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r.
juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: kenmerken van de activiteit; plaats waar de activiteit wordt verricht; kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.
SAB
5
2 2.1
Kenmerken van het project Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht, Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving plan Het plangebied bevindt zich in de kern van Geffen (gemeente Oss, provincie NoordBrabant) en heeft momenteel een maatschappelijke functie. Op het plangebied bevindt zich het voormalig gemeentehuis. Toen de gemeente Maasdonk in 2015 werd opgesplitst verloor dit gebouw zijn functie. In de huidige plannen wordt het pand gesloopt en komt er nieuwbouw voor in de plaats. In de nieuwe invulling van het plangebied wordt de huidige bebouwing gesloopt om 2 plaats te maken voor acht rij/tussenwoningen, acht appartementen en 165 m aan kleinschalige commerciële ruimte. Een impressie is te vinden in onderstaande afbeelding. De invulling van het plein is nog nader te bepalen.
Impressie beoogde inrichting plangebied (bron: OSLO - Ontwerp Stedelijke en Landschappelijke Omgeving)
SAB
6
2.3
Omvang van het project 2
De oppervlakte van het totale plangebied bedraagt circa 5000 m . Het uitgangspunt van de ontwikkeling is voorzien in betaalbare woningbouw van maximaal 16 woningen (waarvan vier koop). Het voorgenomen functionele programma ziet er als volgt uit: -
-
Commerciële ruimte: in het noordelijk deel van het plangebied komt een blok (Blok A) dat een kleinschalige commerciële ruimte zal beslaan op de begane grond. Appartementen: In Blok A zullen tevens acht appartementen gerealiseerd worden. Rij- en tussenwoningen: In het zuidelijk deel van het plangebied (Blok B) worden acht grondgebonden woningen gerealiseerd. Dit betreffen vier rijwoningen en vier sociale koopwoningen.
2.4
Overige kenmerken van het project
2.4.1
Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het plangebied.
2.4.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.
2.4.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen.
SAB
7
De nieuwe functies (commercieel en wonen) hebben een verkeersaantrekkende functie. Dit heeft mogelijk ook consequenties voor de aspecten lucht, geluid en verkeer. Om deze eventueel uit te kunnen sluiten wordt hieraan getoetst in hoofdstuk 4. 2.4.4
Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.
SAB
8
3 3.1
Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Het plangebied bestaat uit het voormalige gemeentehuis en is gelegen in de centrale kern van Geffen. Aan de noord- en westzijde van het plangebied bevindt zich een lokaal winkelcentrum met winkelpanden en appartementen. Ten oosten, zuiden en westen bevinden zich woonhuizen. Het plangebied is vrijwel volledig bebouwd. In het noordwesten is de ingang van het voormalige gemeentehuis gelegen, deze is volledig betegeld. In het zuiden van het plangebied is een klein deel met begroeiing, verder is er geen groen aanwezig in het plangebied.
Impressie van de huidige bebouwingen met aanliggend dorpsplein
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de
SAB
9
EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt onderstaand beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
In of in de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.
Kustgebieden
Het projectgebied is niet gelegen in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Het projectgebied is niet gele-
Reservaten en natuurparken:
Nationale Landschappen zijn
Het projectgebied ligt niet in een
Nationale Landschappen
benoemd in de Nota Ruimte
Nationaal Landschap.
Nationale parken
Nationale Parken zijn onderdeel
Het plangebied ligt niet in een
van de EHS.
Nationaal Park.
Wet natuurbescherming
In de omgeving van het project-
gen in een berg- en bosgebied.
3.3.2.1
Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen
gebied liggen Natura 2000-
krachtens Richtlijn 79/409/EEG
gebieden (zie verder onder 1).
(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij com-
Europese milieurichtlijnen (o.a.
Het projectgebied ligt niet in ge-
munautaire wetgeving vastge-
kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-
bieden waar basis van commu-
stelde normen inzake milieu-
derrichtlijn water)
nautaire wetgeving reeds nor-
kwaliteit reeds worden
men worden overschreden.
overschreden Gebieden met hoge bevol-
Het projectgebied is niet gele-
kingsdichtheid
gen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
SAB
10
Landschappen van
Verdrag van Valletta
De bodem is reeds verstoord
historisch belang
Monumentenwet
waardoor geen sprake zal zijn
cultureel belang
Gemeentelijk landschaps-
van negatieve milieueffecten op
ontwikkelingsplan
de (eventueel aanwezige) ar-
o
beschermd stads- en dorpsgezicht
cheologische waarden.
archeologisch belang
In het projectgebied bevinden zich geen historische bouwwerken, monumentale panden of structuren met een cultuurhistorische of beeldbepalende waarde.
1. Natura 2000 gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. De Natura 2000- gebieden Rijntakken en Vlijmense Ven, Moerputten & Bossche Broek liggen het dichtst bij het plangebied, respectievelijk op 9,5 kilometer en 12,5 kilometer afstand.
Situering van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura-2000 gebieden Met het plan wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Wel is met de ontwikkeling een toename van stikstofemissie te verwachten. Op voorhand kan niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten ten gevolge van een stikstofdepositie. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
SAB
11
3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Ecologische Hoofdstructuur /
Provinciale verordening
Het projectgebied maakt geen
Natuurnetwerk Nederland
deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) c.q. Natuurnetwerk Nederland (NNN) en ligt ook niet nabij een dergelijk gebied.
Gebied geschikt voor be-
Wet natuurbescherming
schermde soorten
Het projectgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 3).
Weidevogelgebied en ganzen-
Provinciale verordening
foerageergebied
Het projectgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied
Stiltegebied
Bodembeschermingsgebied
Wet milieubeheer
Het projectgebied is niet gelegen
Provinciale verordening
in een stiltegebied
Provinciale verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
3. Beschermde soorten Het plangebied betreft een bebouwde omgeving met een kleine groene strook. Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
SAB
12
4 4.1
Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de commerciële- en woningbouw. Hoofdstuk 2 laat zien dat het project de realisatie van maximaal 16 woningen en een kleinschalige commerciële ruimte in de centrale kern van Geffen betreft. Dit is een herontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van verkeer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het projectgebied een aantal kwetsbaarheden kent. In de wijdere omgeving liggen een aantal Natura-2000 gebieden en er kunnen mogelijk beschermde soorten voorkomen in het plangebied. Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: natuur: het project kan voor wat betreft gebiedsbescherming leiden tot gevolgen voor flora en fauna.
Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie; verkeer: het project kan leiden tot negatieve milieueffecten op de verkeerssituatie (doorstroming, congestie, etc.); geluidshinder: Het project heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. Tevens kan het gebruik van de commerciële ruimte mogelijk een toename van geluidshinder op de omgeving veroorzaken; luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: externe veiligheid: De functies in onderhavig project leiden niet tot externe veiligheidseffecten. cultuurhistorie: De functies in onderhavig project leiden niet tot negatieve effecten van cultuurhistorische waarden. archeologie: De functies in onderhavig project leiden niet tot negatieve effecten van archeologische waarden. bodem: Onderhavig project bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem.
SAB
13
geurhinder: De functies in onderhavig project leiden niet tot geurhinder. water: Er is met het project niet tot nauwelijks sprake van een toename van de bebouwing c.q. verharding ten opzichte van de huidige situatie. Negatieve gevolgen voor de waterhuishouding zijn op voorhand niet te verwachten. De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.
4.2
Natuur
4.2.1
Huidige situatie De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van bebouwing. Ten oosten, zuiden en westen van het plangebied bevinden zich woonhuizen. Ten noorden van het plangebied zijn voornamelijk winkelpanden en appartementen aanwezig. Op 21 oktober 2020 is door een ecoloog van SAB een veldbezoek uitgevoerd. Het plangebied bestaat uit een groot gebouw met een plat dak. De bebouwing is grotendeel twee verdiepingen maar verschilt op sommige plekken van hoogte. Aan de zuidkant is een klein deel met groen, verder is er geen begroeiing in het plangebied aanwezig. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van het plangebied ten tijde van het veldbezoek.
Overzicht plangebied vanuit het noordwesten.
Kleine binnenplaats in het noordwesten.
Oostkant van het plangebied.
Begroeiing in het zuiden van het plangebied.
SAB
14
4.2.2
Effecten ontwikkeling 1
SAB heeft met een quick scan natuur onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben 2 op beschermde natuur buiten het plangebied. Hiervoor is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan en het stikstofonderzoek uiteengezet. Beschermde natuurgebieden De Natura 2000- gebieden Rijntakken en Vlijmense Ven, Moerputten & Bossche Broek liggen op respectievelijk 9,5 kilometer en 12,5 kilometer afstand van het plangebied.
Situering van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura-2000 gebieden
In het kader van de Wet Natuurbescherming is de stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Uit de uitgevoerde berekeningen voor zowel de aanleg- als gebruiksfase blijkt dat de huidige grenswaarde van 0,00 mol stikstof/ha/j niet worden overschreden. Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten derhalve kunnen worden uitgesloten. Beschermde soorten In het plangebied zijn gebouwen aanwezig en ook is enig groen aanwezig. Het plangebied vormt daarmee geschikt leefgebied voor in het wild levende planten en dieren. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving.
1
SAB (2020). Quick scan natuur. Geffen, Raadhuys, Projectnummer: 200458. 22 oktober 2020.
2
SAB (2020). Stikstofonderzoek. Geffen, Raadhuys, Projectnummer: 200458. 10 november 2020
SAB
15
In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Verder zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Om hierover uitsluitsel te krijgen dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien de aanwezigheid van nestplaatsen of essentieel leefgebied van deze soorten blijkt, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Op basis hiervan kan op voorhand worden gesproken van een beperkt negatief milieueffect.
Andere essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie Gezien voorgaande, en ervan uitgaande dat voornoemde werkwijzen worden uitgevoerd, is voor wat betreft natuur op zijn hoogst sprake van een beperkt negatief milieueffect. Dit geldt enkel voor het aspect soortenbescherming. In ieder geval kan een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden uitgesloten.
4.3
Verkeer
4.3.1
Huidige situatie Toen het gemeentehuis in gebruik was gold een verkeersaantrekkende situatie vanuit het plangebied, maar deze is afgenomen nu het gebouw buiten gebruik is geraakt.
4.3.2
Effecten ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 16 woningen en een kleinschalige commerciële ruimte. Hierdoor wordt een toename in verkeer richting plangebied verwacht. De ontwikkeling van onderhavig project heeft mogelijke gevolgen voor het verkeer en de wegen in de omgeving van het projectgebied. Aan de hand van CROW-publicatie 381, d.d. december 2018, is de verkeersgeneratie bepaald. Op basis van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2019) wordt de ste-
SAB
16
delijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Oss wordt geclassificeerd als ‘matig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘centrum’. Onderstaande tabel geeft de verkeersgeneratie weer van de beoogde nieuwbouw. Dit betreft geen verschilberekening met de huidige situatie, zo wordt de worst-case situatie berekend. Woningtype
Aantal
Kencijfer (gem.)
Per
Verkeersgeneratie (mvt/etm) 15,8
Commerciële functie
1,65
9,6
100 m2
Koop, appartementen, duur
8
6,8
appartement
54,4
Koop, huis, tussen / hoek
4
6,8
woning
27,2
Huur, huis, sociale huur
4
4,3
woning
17,2
Totaal
114,6
Totaal afgerond
120
Gezien het omliggende karakter zal ter plaatse van het Dorsplein geen sprake zijn van een gewijzigde verkeerssituatie ten opzichte van het in onbruik geraakte gemeentehuis. De verkeersgeneratie van 120 motorvoertuigen per etmaal van onderhavig plan kunnen zonder negatieve gevolgen worden opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Zeker gezien niet uitgegaan is van een effectieve verkeerstoename, maar een worst-case situatie. De capaciteit van de omliggende infrastructuur is voldoende om het planverkeer op te nemen in het heersende verkeersbeeld. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht.
4.4
Geluid
4.4.1
Huidige situatie Het plangebied is gelegen in het centrum van Geffen met verschillende woningen, een supermarkt en verschillende andere commerciële ruimtes in de nabijheid. Hierbij mag verwacht worden dat reeds sprake is van een merkbare geluidsbelasting in de omgeving ten gevolge van omliggende wegen en centrumfuncties.
4.4.2
Effecten ontwikkeling De beoogde ontwikkeling van 16 woningen en commerciële ruimte zorgt voor de aantrekking van meer verkeer en daarmee potentieel hogere geluidswaarden. Onderhavig plan zal worden ontsloten op aangrenzende 30 km/uur wegen Dorpsplein, Raadhuisstraat. Langs deze wegen liggen diverse woningen waar de geluidbelasting zou kunnen toenemen. Uit de Wet Geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de verkeersaantrekking geschat op circa 120 extra motorvoertuigen per etmaal. Dit betekent dat de geluidstoename merkbaar zou kunnen toenemen bij een geldende etmaalintensiteit van maximaal 300 motorvoertuigen per etmaal, ervan uitgaande dat
SAB
17
al het planverkeer wordt ontsloten op een weg. Dit is eerder worst-case. Op basis van locatiekenmerken, met supermarkt en lokaal winkelcentrum in de directe nabijheid is het aannemelijk dat de huidige etmaalintensiteit meer dan 300 motorvoertuigen per etmaal betreft. Van de beoogde commerciële functies op de begane grond wordt verondersteld dat deze niet zullen zorgen voor dermate hoge geluiduitstralingen dat sprake zou kunnen zijn van significante merkbare geluidsniveaus op de bestaande omliggende geluidsgevoelige functies (in deze woningen) ten opzichte van de huidige situatie. Gezien voorgaande is er naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename op de omliggende wegen als gevolg van onderhavige ontwikkeling.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Deze kunnen daarna worden gerelateerd aan de wetellijke grenswaarden, aangezien deze een indicatie geven of sprake kan zijn van een slechte bestaande luchtkwaliteit. In de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer) zijn wettelijke grenswaarden genoemd voor de betreffende stoffen; die bedraagt voor de jaargemiddelde immissie3 3 concentraties 40 µg/m voor NO2 en PM10 en 25 µg/m voor PM2,5.
Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM2,5)
Achtergrondconcentratie (2018) 3 16-18 µg/m 3 19-20 µg/m 3 12-13 µg/m
Grenswaarde 3 40 µg/m 3 40 µg/m 3 25 µg/m
Achtergrondwaarden stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) (Bron:AtlasLeefomgeving)
Uit voorgaande tabel blijkt dat geen sprake is van hoge achtergrondconcentraties voor wat betreft stikstofdioxide, fijnstof of zeer fijnstof. In alle gevallen blijven de achtergrondwaarden evenwel ver beneden de voornoemde grenswaarden. 4.5.2
Effecten ontwikkeling 2
Voorliggend plan voorziet in de ontwikkeling van 16 woningen en 165 m aan commerciële ruimte. Gezien de omvang is het project ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM), zoals weergegeven in navolgende uitsnede. Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit.
SAB
18
Berekening NIBM-tool op basis van 120 extra voertuigbewegingen, waarvan 0,5% vrachtverkeer (Bron: Infomil / ministerie van Infrastructuur en Milieu) Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het project kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
SAB
19
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van het project Raadhuys te Geffen, bestaande uit 16 nieuwe woningen en een kleinschalige commerciële ruimte, belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect
Beoordeling milieueffecten
Natuur (gebiedsbescherming)
Op grond van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden worden uitgesloten. Er is daarom geen sprake van een negatief milieueffect.
Natuur (soortenbescherming)
De uitgevoerde quick scan natuur wijst uit dat er mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied. Om hierover uitsluitsel te krijgen dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien de aanwezigheid van nestplaatsen of essentieel leefgebied van deze soorten blijkt, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Op basis hiervan kan op voorhand worden gesproken van een beperkt negatief milieueffect. Tevens dient te allen tijde rekening gehouden te worden met alle broedende vogels en de zorgplicht. Ervan uitgaande dat de voornoemde werkzaamheden plaats zullen vinden zijn hiermee de negatieve effecten op zijn hoogst beperkt. Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd.
Verkeer
De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking met aansluitingen op de omliggende 30 km/uur wegen zonder te verwachten afwikkelingsproblemen. Er is daarom geen sprake van een negatief milieueffect.
Geluid
Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer is echter minder dan 40% (licht verkeer) ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Negatieve (milieu)effecten zijn daarmee uitgesloten.
SAB
20
Aspect
Beoordeling milieueffecten
Lucht
Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten, maar die zijn zeer gering en niet als een belangrijk negatief milieueffect te kwalificeren. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
SAB
21
Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken Quick scan natuur (SAB) Onderzoek stikstofdepositie (SAB) Bronnen Risicokaart www.risicokaart.nl Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken Interactieve kaarten provincie Overijssel http:// gisopenbaar.overijssel.nl/ AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx