Visie Landbouw.PDF
Tekst van het document
Naast de vergunningverlenende taak hebben gemeenten een omvangrijke en groei-
onze gemeenteraad. Mest en mestverwerking zijn onderdeel van de dierhouderij-sec-
ende toezichts- en handhavingstaak. De hogere regelgeving op het gebied van milieu
tor. Daarvoor willen wij ruimte bieden op logische locaties waar voldoende acceptatie
neemt nog steeds toe. Voor de Osse bedrijven zijn vooral eisen van het rijk en de pro-
is. Oss kent al een aantal van dergelijke mestverwerkers. Grote commotie is ontstaan
vincie voor emissies uit stallen van veehouderijen van belang. Experimenten in het ka-
over het initiatief van een grootschalige mestfabriek in de haven dichtbij de wijk
der van de Crisis- en herstelwet en de nadere inwerkingtreding van de Omgevingswet
Horzak. Dit is uitgemond in het besluit van de gemeenteraad om alles te doen om dit
bieden gemeenten nieuwe instrumenten of beleidsruimte voor eigen afwegingen.
tegen te houden.
De ontstane crisis rondom stikstof heeft consequenties, ook voor ons. De verwachting
Recent heeft de Raad van State de provincie in het gelijk gesteld in haar bezwaar tegen
is dat meer maatregelen zullen volgen. Wij houden er rekening mee dat dit ook gevol-
het wijzigen van het bestemmingsplan om een mestfabriek in de haven te voorkomen.
gen zal hebben voor ons.
Als het tot een aanvraag leidt, zullen wij deze scherp beoordelen op de milieuwetgeving. De Provincie heeft al wel aangegeven inmiddels overtuigd te zijn van de nood-
Er zijn veehouderijen in Oss waarbij de vergunning niet voldoet aan de huidige lande-
zaak van een Milieu Effect Rapportage (MER), zoals wij steeds hebben verlangd.
lijke emissie-eisen. Gemeenten, bijgestaan door de omgevingsdiensten, staan aan de lat staan om te handhaven. Via het regionale Intensivering Toezicht Veehouderij ITV
Regionale planMER mest
project zijn die bedrijven in beeld gebracht. In het ITV project zijn in Oss in totaal 275
De regio NO Brabant zoekt naar mogelijkheden om het regionale mest(overschot)
controles uitgevoerd tussen 2018 en 2021. In 54% van de controles voldoet de veehou-
verantwoord te laten landen in de regio. Wij participeren vanuit onze met de gemeen-
derij aan alle aspecten. Waar de controle niet voldeed, ging het in 10% van de gevallen
teraad besproken visie op mestverwerking in het traject van een provinciale planMER.
om een lichte overtreding zonder vervolgactie, in 87% om een waarschuwing en wordt
Die is bedoeld om te komen tot een locatiebeleid voor mestbewerkingsinstallaties in
er opnieuw gecontroleerd, in 3% van de gevallen (bij in totaal 4 inrichtingen) is een
de provincie Noord-Brabant. Dit proces moet leiden tot regionale afspraken (voorzien
sanctie opgelegd. In het algemeen kan gesteld worden dat er in Oss weinig grote over-
voor 2021) die vervolgens gaan gelden als toetsingskader voor gemeenten en provin-
tredingen zijn geconstateerd. Ondersteund door de ODBN stellen wij een actieplan op.
cie bij het beoordelen van initiatieven voor mestbewerking.
23
De toekomst van de LANDBOUW in OSS
Pilots
In regioverband zullen wij de belangen van onze gemeente en daarbinnen die van
We zijn daarnaast met de sector actief om tot nieuwe oplossingen voor mest te
onze agrarische sector vertegenwoordigen zodat deze ingebracht worden in de uit-
komen. Samen met enkele agrarische ondernemers en andere ondernemers werken
werking van het aangekondigde beleid.
we aan de pilot ‘direct energie uit mest’. Deze pilot is erop gericht op de boerderij zo direct als mogelijk mest te verwerken en te verwaarden tot energie en goed bruikbare
•
Water en bodem
meststoffen. Op zo’n manier dat opslag van drijfmest niet of minimaal nodig is waar-
Dit zijn in belang snel groter geworden thema’s. Waterveiligheid en de zorg voor niet
door de ammoniakemissie sterk wordt verminderd. We werken aan dit project in het
teveel maar wel voldoende (grond)water is een veelbesproken onderwerp. Juist ook
kader van de regiodeal Noord Oost Brabant.
in de agrarische sector die voor gunstige gewasgroei daarop zo is aangewezen. Waterbuffering en optimaal beheer moeten verdroging verminderen en wateroverlast
Rijksbeleid mestverwerking
voorkomen. En de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater wordt beïnvloed door
In haar brief van 8 september 2020 schetst de Minister de contouren van haar nieuwe
uitspoeling en afspoeling van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen.
mestbeleid. Dit is een van de hoofdknoppen waaraan wordt gedraaid om de kringlooplandbouw te stimuleren. Doel is om “de kwaliteit van het Nederlandse grond- en
Ook het zorgvuldig beheer van de bodem vraagt steeds meer aandacht. Gelet op de
oppervlaktewater te verbeteren, het meststelsel te vereenvoudigen, de mestketen trans-
grote mate van grondgebondenheid van onze agrarische bedrijven is dit een ge-
paranter te maken en te werken in een kringloop”. Bovendien moet de aanpak bijdra-
meenschappelijk aandachtsveld. Uitputting van de landbouwgrond moet worden
gen aan het realiseren van de structurele aanpak van de stikstofproblematiek gericht
voorkomen en daar waar nu al nodig, worden hersteld. Het verhogen van het gehalte
op het verminderen van emissie en depositie. De minister baseert haar aanpak op drie
organische stof in de bodem is een proces van jaren en vraagt om een andere manier
contouren: grondgebondenheid, afvoer en verwerking van mest en gebiedsgerichte
van bodemgebruik voor het telen van gras en gewassen. Ook het waterbufferend ver-
aanpak (van knelpuntsituaties voor waterkwaliteit). De Minister wil dit gezamenlijk
mogen is een belangrijke parameter mede vanwege de klimaatverandering. Tenslotte
met de sector en andere belanghebbenden uitwerken. De sector heeft kritisch gerea-
heeft een goede milieuhygiënische kwaliteit van de bodem invloed op het verkrijgen
geerd op deze brief.
van een gezonde bodem.
De uitwerking van deze brief raakt de gehele agrarische sector in onze gemeente: •
•
De eis van grondgebondenheid van melkvee- en rundveehouders verscherpt de
Er is een landelijk actieprogramma klimaatadaptatie landbouw gemaakt. Dat is
concurrentie om de grond. Om deze grootste sector in onze gemeente perspectief
gericht op hoe de landbouw zich aan kan passen aan de klimaatverandering. Zie
te geven, zullen wij de mogelijkheden voor andere bestemmingen moeten beper-
bijlage 5. Dit actieprogramma richt zich op de boeren, waterschappen en overheden.
ken. Dat geldt met name voor zonnevelden in primair agrarisch gebied.
Wij nemen samen met het Waterschap Aa en Maas en ZLTO initiatief om hierover het
De door de Minister voorgestane professionalisering van de mestverwerkende
gesprek aan te gaan.
bedrijven heeft consequenties voor deze bedrijven op ons grondgebied, zowel qua •
aantrekkingskracht als bedrijfsvoering.
•
Intensieve vruchtwisseling met uitspoelingsgevoelige, ondiep wortelende teelten,
Dit is een urgent thema. En van groot belang voor de agrarische sector om meerde-
zoals prei, heeft negatieve gevolgen voor de kwaliteit van grond- en oppervlaktewa-
re redenen. Denk onder meer aan bestuiving en schadelijke gevolgen van bepaalde
ter. Deze sector neemt snel in omvang toe op onze zandgronden. De Minister vraagt
teeltmethodieken. Op nationaal niveau is het Deltaplan biodiversiteit opgesteld, een
aandacht voor deze gevolgen en kondigt nieuwe gebiedsgerichte regels aan.
samenwerking tussen vooral natuur- en landbouworganisaties. Hiervoor is weinig
24
Biodiversiteit
De toekomst van de LANDBOUW in OSS
regelgeving van hogerhand en gaat het vooral over de lokale vertaling. Vanuit het
staan op verduurzaming en gezondheid klopt feitelijk niet. Ook een intensief bedrijf
concept natuurinclusieve landbouw zijn er mogelijkheden. De laatste jaren hebben
kan voldoen aan de voorwaarden van kringlooplandbouw. En schaalvergroting kan
we als gemeente hiertoe co-financieringsmiddelen ingezet in het kader van de Sub-
een strategie zijn om daar te komen.
sidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant (STIKA). Recent is dit
In ons beleid willen we daarom ruimte bieden aan diverse strategieën van bedrijfs-
voortgezet via de Stimuleringsregeling Landschap Noord Brabant (STILA). We werken
voering. Vanuit het perspectief van kringlooplandbouw laten wij open hoe de agra-
als gemeente aan nieuwe manieren om natuurinclusieve landbouw te stimuleren. En
rische sector tot concepten en oplossingen komt. Daarbij sturen wij op de werkelijke
daarbij kijken we ook naar het beheer en gebruik van onze pachtgronden.
effecten. Onderdeel daarvan is de ruimtelijke component. Deze werken wij uit in de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied.
•
Energietransitie
Wij zien koppelkansen tussen landbouw en energieopwekking. Er lopen allerlei initiatie-
•
Dierenwelzijn
ven van agrariërs en van ontwikkelaars in agrarisch gebied. Een ander aspect is het te-
Dierenwelzijn is verankerd in diverse wetten op basis waarvan toezicht en handhaving
rugdringen van het energieverbruik in de sector. Die noodzaak geldt voor de landbouw
zijn belegd bij de NVWA. Er komt later dit jaar een Nota Dierenwelzijn. Daarin wordt
net zo goed als voor alle andere energiegebruikers. Omschakeling van fossiele brand-
ook onze rol ten aanzien van de zorg voor landbouwdieren belicht.
stoffen (diesel, aardgas) naar duurzame energie speelt hierin een belangrijke rol. • •
Akker- en tuinbouw
Innovatie dierlijke eiwitten
AgriFood Capital, WUR, TU/e, HAS hogeschool, de provincie Noord-Brabant en de
Akker- en tuinbouw nemen in onze gemeente een relatief bescheiden positie in qua
gemeente Oss zetten samen de eerste stappen in de richting van een Ontwikkel- en
grondgebruik en economische impact. Tegelijkertijd zien we dat grootschalige bedrij-
expertisecentrum voor duurzame eiwitten (ODE). Een plek waar beleving (demo), on-
ven hun grondposities stevig uitbouwen. Dat is met name zichtbaar op de zandgron-
derzoek en kennis bij elkaar komen. Naast de opkomst van plantaardige eiwitten zal
den. Dit heeft invloed op de grondmarkt en gaat gepaard met vragen aangaande het
de behoefte aan dierlijke eiwitten blijven bestaan. Als onderdeel van een gebalanceerd
gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in relatie tot de omgeving (de akker- en
en gezond dieet. Randvoorwaarde is dat deze eiwitten duurzaam geproduceerd wor-
tuinbouwbedrijven zijn vaak dichterbij woonkernen gelegen), beregening in droge
den. Naast een duurzaam gebruik van grondstoffen en het verder terugdringen van
tijden, teeltondersteunende voorzieningen.
milieudruk, spelen dierwelzijn, kringlooplandbouw, een bestendig verdienmodel voor
Dit is een thema dat we de komende tijd nader moeten verkennen. We stemmen dat
producenten en nieuwe toepassingsgebieden in het kader van life sciences een rol.
ook regionaal af omdat daar meer kennis hierover is dan in Oss vanwege de bij ons
Connecting Agri & Food is gevraagd een haalbaarheidsonderzoek naar de behoefte en
relatief beperkte omvang.
realisatiemogelijkheden van een dergelijk centrum, in samenwerking met de verschillende partners en stakeholders, uit te voeren.
•
Schaalgrootte en intensiviteit van een agrarisch bedrijf
Schaalgrootte en intensiviteit van het bedrijf zijn onderwerpen waarover de beelden verschillen. Vaak wordt dit geassocieerd met negatieve effecten voor het milieu en dierenwelzijn. Terwijl afhankelijk van de invulling juist het tegendeel het geval kan zijn. Het beeld dat de moderne, intensieve vorm van landbouw automatisch haaks zou
25
De toekomst van de LANDBOUW in OSS
4.2
Global goals
4.3
Wij hanteren in onze gemeente de Global Goals als inspiratiekader.
Vertaling naar de aanbevelingen van ZLTO
ZLTO Oss-Den Bosch heeft een eigen visie opgesteld. Zie bijlage 3. Daarin worden de ontwikkelende innovatieve ondernemer, de veranderende innovatieve ondernemer en de stoppende ondernemer onderscheiden. ZLTO heeft haar visie uitgewerkt in vier thema’s en doet per thema een voorstel voor acties en samenwerking met de gemeente. Wij zijn in gesprek met ZLTO. Op basis van de thema’s en uitgangspunten zoals hierboven aangegeven, verkennen we die onderwerpen verder met ZLTO en andere partners.
Onze agrarische sector is betrokken bij diverse onderwerpen van de Global Goals. Het meest direct geldt dit voor Global Goal 2 : geen honger. Dit was de missie van het naoorlogse landbouwbeleid. Dit heeft erin uitgemond dat Nederland zich heeft ontwikkeld tot de tweede voedselexporteur ter wereld na de Verenigde Staten. Goal 15, leven op het land, is onderdeel van de bedrijfsvoering en krijgt steeds meer aandacht, evenals Goal 3, goede gezondheid. Landbouw is voor ons een belangrijke sociaaleconomische sector (goal 8) en raakt global goal 12 (verantwoorde productie en consumptie). En tenslotte wordt landbouw ook steeds meer een leverancier van diensten die horen bij global goals 7 (duurzame energie) en 13 (klimaatactie). De Global Goals laten sprekend de brede impact van de landbouw zien.
26
De toekomst van de LANDBOUW in OSS
5. Organisatie
27
De toekomst van de LANDBOUW in OSS
5.1
Menskracht
In de Opiniecommissie over de Agrarische Visie en het VAB-beleid is gepleit voor een
De benodigde capaciteit voor agrarische zaken is de afgelopen jaren met name ge-
functionaris specifiek voor agrarische zaken à la de centrummanager. Wij verstaan dit
leverd vanuit de afdelingen Ruimtelijke Ordening (RO), Vergunningen, Toezicht en
zo dat bedoeld is om een functionaris te benoemen die het brede agrarische speelveld
Handhaving (VTH) en de beleidsafdeling Leefomgeving, Wonen en Economie (LWE).
kent, die zorgt voor de verbinding van de binnen- en buitenwereld, die intern de lijnen
Steeds duidelijker is gebleken dat de dynamiek van de sector meer capaciteit vraagt
samenbrengt en die van daaruit zorgt dat onze gemeentelijke ambitie met betrekking
en meer en andersoortige expertise om op de hoogte te blijven van wat er speelt om
tot de agrarische sector wordt gerealiseerd.
onze wettelijke taak goed te kunnen uitvoeren, om de specifieke agrarische proble-
De situatie met betrekking tot de agrarische sector is echter wezenlijk anders dan die
matiek intern goed te verankeren in de integrale beleidsvorming en uitvoering en om
bij het stadscentrum. Het Centrummanagement Oss (CMO) is een belangenorganisa-
in het externe netwerk onze rol te kunnen spelen. Bovendien leggen specifieke on-
tie van de centrumondernemers, met de centrummanager als vooruitgeschoven post.
derwerpen voortkomend uit de agrarische discussie of die daaraan zijn gelieerd extra
Zoals hiervoor geschetst, is de agrarische sector al van oudsher sterk georganiseerd en
beslag op onze capaciteit. Milieueffecten, de strijd tegen de mestfabriek en de gei-
stuurt zij van daaruit mee aan de transitie. Anders is ook dat regulering door de di-
tenhouderij in Herpen, het stikstofdossier, de gezondheidsonderzoeken zijn treffende
verse overheidslagen, een grote rol speelt. Als gemeente hebben wij daarin een zware
voorbeelden naast het Bestemmingsplan Buitengebied, de Gebiedsvisie Buitengebied/
uitvoerende rol. Die kan wringen met het belang van onze agrariërs.
Omgevingsvisie. Om onze ambitie vorm te kunnen geven, moeten wij de organisatie aanpassen aan de Zoals ook blijkt uit de analyse van Pouderoyen moeten wij rekening houden met een
dynamiek op agrarisch terrein. Dit vraagt een set van maatregelen:
fors toenemend beroep door onze agrariërs op ons als gemeente. Zoals geschetst
•
Wij moeten ervoor zorgen dat binnen de betrokken afdelingen de specifieke agra-
vraagt dit om voortdurende heroriëntatie en intensief overleg met vele partijen in een
rische expertise van wat er speelt en de vaardigheden om daarmee om te gaan
breed netwerk.
voldoende zijn verankerd. Waar het niet-structurele zaken betreft kan dat tijdelijk worden ingevuld met expertise van buiten. Zo stelt ODBN zich op als specialist
Om onze rollen op een goede manier te kunnen invullen, zullen wij dit effectief en
voor landbouw en milieu.
efficiënt in onze interne organisatie moeten verankeren. En wel zodanig dat de onder-
•
Zoals eerder aangegeven, richten wij het agrarisch loket opnieuw in. Dit wordt
linge samenhang van onderwerpen en kennis van de sector en van de ontwikkelingen
achter de voordeur multidisciplinair samengesteld. Vanuit disciplines zoals econo-
daarbinnen zijn gewaarborgd. Belangrijk is de verbinding tussen de verschillende
mie, VTH, RO, milieu, natuur/biodiversiteit, klimaatadaptatie en sociaal domein.
disciplines om een integrale benadering te waarborgen. Met het programma Vitaal
•
Buitengebied waarvan landbouw onderdeel uitmaakt en het benoemen van een
Het nieuwe algemene intakeproces, zoals dat voor verzoeken op het gebied van RO en VTH is ingericht, wordt op maat toegepast voor agrarische zaken.
Omgevingsmanager Buitengebied is hiervoor de basis gelegd Vanuit de context van
•
De agrarische sector maakt organisatorisch onderdeel uit van het Programma
de Omgevingswet ontwikkelen RO en VTH zich nog meer in faciliterende richting. Met
Vitaal Buitengebied. De programmamanager Buitengebied zorgt voor de inhou-
het inrichten van een actief loket zoals hiervoor geschetst, denken wij de noodzakelij-
delijke samenhang van de diverse beleidsterreinen en voor de vertaalslag tussen
ke doorontwikkeling verder vorm te kunnen geven.
beleid en uitvoering in de breedte. De Omgevingsmanager Buitengebied verzorgt het stakeholdermanagement en bewaakt de integraliteit en het proces op gebied van de diverse ontwikkelingen en thema’s in het buitengebied.
28
De toekomst van de LANDBOUW in OSS
Deze inzet vraagt naast doorontwikkeling binnen de diverse afdelingen uitbreiding van personele capaciteit met een beleidsmedewerker agrarische zaken. Die persoon heeft specifieke kennis op agrarisch gebied, spreekt de taal van agrarische ondernemers, adviseert en coördineert op agrarische vraagstukken, weet wat er speelt bij de Osse agrariërs aan initiatieven en ontwikkelingen en onderhoudt daarin de contacten. We vullen deze functie in voor in elk geval de komende 3 jaar tot aan 1 januari 2024.
5.2
Financiële middelen
Wij kennen het Reconstructiefonds, dat in de begroting nu is aangeduid als ‘budget projecten buitengebied’. Zoals oorspronkelijk was bedoeld, zetten wij dit in voor de ontwikkelingen in het buitengebied. Daarnaast zoeken wij actief naar subsidiemogelijkheden. We moeten rekening houden met nieuwe opgaven vanuit hogere regelgeving. Of daar middelen tegenover komen te staan, is nog maar de vraag. Uiteraard maken we ons daar hard voor. Voor het tijdelijk aanstellen van een beleidsmedewerker agrarische zaken kan geput worden uit het budget projecten buitengebied.
29
De toekomst van de LANDBOUW in OSS
6. Uitvoeringsprogramma
30
De toekomst van de LANDBOUW in OSS
We werken samen met de stakeholders een uitvoeringsprogramma uit voor de periode 2021-2022. Daarin komen de volgende zaken aan de orde: 1. Ruimtelijk kader: a. b.
opstellen van de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied als onderdeel van de omgevingsvisie; Intaketafel op maat inzetten;
2. Overleg met stakeholders inrichten op basis van deze visie en het uitvoeringsprogramma: a.
organiseren van een brede overlegtafel buitengebied;
b.
organiseren van (thema-)gerichte (sector-)tafels;
of van sector- en/of thematafels
3. Vertalen van de in deze nota genoemde thema’s naar beleid en uitvoering waaronder: mestverwerking, gezondheid, klimaatadaptatie, natuur/biodiversiteit, energie-opwekking, Schone Lucht Akkoord; 4. Ondersteunen en stimuleren van – innovatieve - initiatieven die passen binnen de kaders van deze landbouwvisie zoals: a.
alternatieve eiwitproductie, energie uit mest, teeltondersteuning, bokashi;
b.
Herenboeren;
5. Aanpassen van de interne organisatie aan de ambitie: a.
Aanpassing Agrarisch Loket;
b.
Versterking kennis en expertise;
c.
Inzet netwerk.
Uitwerking van het VAB beleid en instrumentarium is geborgd via de ‘visie op het VAB beleid’.
31
De toekomst van de LANDBOUW in OSS
Bijlagen
Bijlage 8 Schema uit rapport kansrijke maatregelen landbouwbeleid, pbl 2020
1. Agrarische visie Oss, opiniestuk voor opiniecommissie ruimte, Pouderoyen 26aug20 (los bijgevoegd) 2. Agrarische visie Oss, achtergronddocument, Pouderoyen 26aug20 (los bijgevoegd) 3. Visie 2020-2030 van ZLTO Oss Den Bosch op de agrarische sector van de gemeente Oss, ZLTO 17mrt20 (los bijgevoegd) 4. Visie Landbouw, Natuur en Voedsel, waardevol en verbonden, Ministerie van LNV 8sep18 (zie https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/beleidsnota-s/2018/09/08/visie-landbouw-natuur-en-voedsel-waardevol-en-verbonden/visie-landbouw-natuur-en-voedsel-waardevol-en-verbonden.pdf) 5. Actieprogramma klimaatadaptatie landbouw, Ministerie van LNV 2020 (zie https:// www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/publicaties/2020/01/30/ actieprogramma-klimaatadaptatie-landbouw/Actieprogramma+klimaatadaptatie+ landbouw++januari+2020.pdf) 6. Klimaatakkoord hoofdstuk landbouw en landgebruik, 28jun19 (zie https://www. klimaatakkoord.nl/binaries/klimaatakkoord/documenten/publicaties/2019/06/28/ klimaatakkoord-hoofdstuk-landbouw-en-landgebruik/klimaatakkoord-c4+Landbouw+en+gebruik.pdf) 7. Deltaplan biodiversiteit, dec18 (zie https://www.samenvoorbiodiversiteit.nl/wp-content/uploads/2018/12/Deltaplan-Biodiversiteitsherstel.pdf) 8. Figuur uit Kansrijke maatregelen landbouwbeleid, PBL 2020 9. Samenvatting hoofdstuk C4, Landbouw en Landgebruik, uit het Klimaatakkoord 2019
32
De toekomst van de LANDBOUW in OSS
BIJLAGE 9 Samenvatting hoofdstuk c4, landbouw en landgebruik, van het klimaatakkoord 2019
C4.1 Visie 2050
In het Klimaatakkoord van Parijs van 2015 is wereldwijd afgesproken dat de opwar-
“De basis voor klimaatneutraal Nederland’
ming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte
We willen eten, comfortabel wonen en werken, en ons kunnen verplaatsen in een ge-
van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden
zonde en prettige leefomgeving. Landbouw en landgebruik sectoren vormen hiervoor
tot anderhalve graad.
natuurlijk de basis. Natuur, bomen, gewassen en landbouwgronden bieden ons niet
We citeren uit het Klimaatakkoord :
alleen een waardevol landschap, maar leggen ook koolstof (CO2) vast en vormen zo de In Nederland hebben we in het Klimaatakkoord van 2019 uitgewerkt hoe we dat gaan
natuurlijke basis om klimaatverandering te voorkomen. Ze stellen ons bovendien in de
realiseren. In eerste instantie gericht op 2030 als tussenstap. Centraal doel is om dan
gelegenheid voedsel en biomassa te produceren, ook in een veranderend klimaat. Bio-
de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49 %, recent verscherpt naar 55 %, te
massa gebruiken we als diervoer en als grondstof voor energie, chemie en materialen. In
hebben teruggebracht ten opzichte van 1990.
2050 doen we dit in zo klein als mogelijk en zo groot als nodige gesloten grondgebonden
Om tot een zo breed maatschappelijk gedragen akkoord te komen, dat de actieve
kringlopen, conform de kabinetsvisie ‘Waardevol en verbonden’ uit 2018 en het realisa-
steun heeft van zoveel mogelijk bijdragende partijen, hebben meer dan 100 partijen
tieplan daarvoor van juni 2019.
gewerkt aan een samenhangend pakket van maatregelen. Dat hebben zij gedaan via 5 sectortafels : Gebouwde omgeving; Industrie; Mobiliteit; Elektriciteit; Landbouw
Emissiereductie Veehouderij
en Landgebruik (Hoofdstuk C4). De overheid gaat sturen op de realisatie hiervan. Dit
In de veehouderij komen broeikasgassen vrij, waaronder methaan (CH4), lachgas
wordt jaarlijks gemonitoord.
(N2O) en het bekende koolstofdioxide (CO2). Methaan komt in de veehouderij vooral vrij uit de dieren zelf met name bij runderen en uit de mest van veehouderijbedrijven
Landbouw en Landgebruik (Hoofdstuk C4)
met runderen, varkens en geiten. Voor de veehouderij is methaan het belangrijkste
In hoofdstuk C4 is uitgewerkt welke maatregelen zijn afgesproken voor de Landbouw.
broeikasgas.
Hierin wordt niet specifiek gesproken over de rol van gemeenten. Wel was de VNG als
In het Klimaatakkoord is de ambitie afgesproken dat de emissies van broeikasgassen
vertegenwoordiging van gemeenten partij aan de sectortafel. Zoals de eerste ervarin-
in de veehouderij in 2030 met 1,2 tot 2,7 megaton CO2-equivalenten zijn verminderd.
gen hebben duidelijk gemaakt, zullen gemeenten nadrukkelijk een directe of indirecte
Voor de gehele ‘Landbouw en landgebruik’ sector wordt door partijen geambieerd om
rol hebben in de uitvoering van het maatregelenpakket, zoals bv de regeling Warme
per 2030 een reductie van 6 megaton CO2-equivalenten te realiseren. Het uiteindelij-
Sanering Varkenshouderij en geconfronteerd worden met de consequenties zoals van
ke doel is om aan de klimaatdoelen te voldoen, waarbij de bedrijfsresultaten van vee-
de stikstofmaatregelen. Daarom besteden we hier expliciet aandacht aan dit hoofd-
houderijbedrijven verbeteren en toekomstperspectief voor agrarische ondernemers
stuk uit het Klimaatakkoord.
wordt behouden.
33
De toekomst van de LANDBOUW in OSS
Maatregelen In onderstaande schema’s uit het Klimaatakoord zijn de maatregelen weergegeven waartoe het Kabinet heeft besloten. Met een aantal daarvan hebben wij te maken of zullen wij in de regio en in Oss te maken krijgen. Dit vormt dan ook onderdeel van ons beleid.
34
De toekomst van de LANDBOUW in OSS