CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Verdistraat 81-81b Oss - 2023_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 9 Quickscan Externe veiligheid

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststellen bestemmingsplan Verdistraat 81 81b Oss - 20232.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICKSCAN EXTERNE VEILIGHEID VERDISTRAAT 81-81B OSS

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

BrabantWonen OSS034 20 juni 2023

QUICKSCAN EXTERNE VEILIGHEID VERDISTRAAT 81-81B OSS

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

BrabantWonen OSS034 20230620-OSS034-RAP-EV 1.0 Definitief 20 juni 2023

Opsteller: PC T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

-+C0PC+-

Verificatie: RA

-+R0RA+-

Validatie: RA © 2023 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+V0RA+-

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING.............................................................................................................................................................. 4

2

TRANSPORTASSEN .................................................................................................................................................. 5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Inleiding ................................................................................................................................................................... 5 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 5 Transport over waterwegen .......................................................................................................................................... 6 Transport over wegen.................................................................................................................................................. 6 Transport over het spoor .............................................................................................................................................. 8

3

BUISLEIDINGEN...................................................................................................................................................... 9

3.1 3.2 3.3

Inleiding ................................................................................................................................................................... 9 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 9 Inventarisatie lokale buisleidingen ................................................................................................................................. 9

4

EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN.................................................................................................................... 10

4.1 4.2 4.3

Inleiding ................................................................................................................................................................. 10 Wettelijk kader ........................................................................................................................................................ 10 Inventarisatie relevante inrichtingen ............................................................................................................................. 10

5

CONCLUSIE........................................................................................................................................................... 12

3

1

INLEIDING In opdracht van Brabant Wonen is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een woongebouw met GGZ-wooneenheden gelegen aan de Verdistraat 81-81B te Oss. Aangezien het plan niet binnen het vigerende bestemmingsplan past, dient een ruimtelijke procedure doorlopen te worden. Externe veiligheid is een van de milieuaspecten die beschouwd moet worden. De globale ligging van het plangebied (rode arcering) is in de onderstaande afbeelding weergegeven.

Afbeelding 1

Globale ligging plangebied (bron: PDOK)

In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk.

4

2

TRANSPORTASSEN

2.1

Inleiding Eén van de aandachtspunten bij het ontwikkelen van een plan waar mensen verblijven, zoals de voorgenomen ontwikkeling, zijn de externe veiligheidsrisico’s vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Bepaald dient te worden of het vervoer van gevaarlijke stoffen consequenties kan hebben voor de gewenste ontwikkeling.

2.2

Wettelijk kader Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De regelgeving rond de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 april 2015 uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, Stb. 2013, nr. 307). De Wvgs vervangt de nota en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). In de Wvgs en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico’s, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de bijlagen van de Regeling basisnet is opgenomen voor welke transportroutes de externe veiligheidsrisico’s bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden. Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen.

De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART (paragraaf 2.1) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteit is in navolgende tabel 1 weergegeven.

5

Tabel 1

Invloedsgebied per stofcategorie Stofcategorie Weg, water Spoor LF1 LF2 C3 LT1 D3 LT2 LT3 D4 LT4 GF1 GF2 GF3 A GT2 GT3 B2 GT4 B3 GT5 B3

2.2.1

Invloedsgebied 1% letaliteitsafstand (m) Spoor Weg Water 45 35 35 45 35 375 730 600 880 880 >4.000 >4.000 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 40 n.v.t. 280 65 460 355 90 245 n.v.t. 995 560 1.070 >4.000 >4.000 n.v.t. >4.000 >4.000 n.v.t.

Gemeentelijk beleid De gemeente Oss heeft een eigen externe veiligheidsbeleid1. Daar waar nodig wordt naar deze beleidsvisie verwezen.

2.3

Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op basis van de afstanden die in tabel 1 zijn genoemd, blijkt dat het maximale invloedsgebied van gevaarlijke stoffen die over water vervoerd worden, 1.070 meter bedraagt (GT3-stoffen). Binnen een afstand van 1.070 meter van het plangebied bevinden zich geen waterwegen waarover structureel bulktransport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over water vormen geen belemmeringen voor de planvorming, uit het oogpunt van externe veiligheid.

2.4

Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. De mogelijk relevante wegen in de nabijheid van het plangebied zijn weergegeven in de navolgende afbeelding. Het betreft de volgende wegen: - A59 - N329 In de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de wegen in de omgeving weergegeven, evenals de routering gevaarlijke stoffen van de gemeente Oss.

1 Beleidsvisie externe veiligheid Oss, d.d. maart 2011 door Oranjewoud

6

Afbeelding 2

Globale ligging plangebied (rode punt) ten opzichte van wegen (bron: Rijkswaterstaat)

Afbeelding 3 Globale ligging plangebied (rode punt) ten opzichte van routering gevaarlijke stoffen gemeente Oss (bron: Beleidsvisie externe veiligheid Oss)

7

A59 De rijksweg A59 (wegvak B78) ligt op een afstand van ruim 1.500 meter van het plangebied. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. Deze weg heeft geen PR 10-6-risicocontour en ook geen plasbrandaandachtsgebied (PAG)2. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de planvorming. Aangezien het plan op meer dan 200 meter van de voornoemde rijksweg is gelegen, is de hoogte van het groepsrisico eveneens geen aandachtspunt. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 2019) blijkt dat over de A59, ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2, GF2 en GF3-stoffen worden getransporteerd. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van deze stoffen. Conform de beleidsvisie dient bij initiatieven die op meer dan 300 meter van een rijksweg gelegen zijn, invulling gegeven te worden aan de standaardverantwoording. N326 De provinciale weg N326 ligt op een afstand van circa 2.500 meter van het plangebied. Deze weg is niet opgenomen in het Basisnet weg, maar door de gemeente Oss aangewezen als route voor gevaarlijke stoffen. Deze weg heeft geen PR 10-6-risicocontour en ook geen plasbrandaandachtsgebied (PAG). Deze aspecten vormen derhalve geen belemmering voor de planvorming. Aangezien het plan op meer dan 200 meter van de voornoemde rijksweg is gelegen, is de hoogte van het groepsrisico eveneens geen aandachtspunt.

Indien geen verkeer over de N326 kan gaan, zijn twee alternatieve routes ingesteld. Hierbij is de Julianasingel de dichtbijgelegen alternatieve transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De afstand tot het plangebied bedraagt circa 1.100 meter. Aangezien de voornoemde routeringen aansluiten op de rijksweg A59 en de rijksweg A50, ligt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van één van deze wegen. Over de rijksweg A50 (wegvak B79) worden dezelfde stoffen vervoerd als over de A59, waardoor niet reikt tot over het plangebied. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de N326 en haar alternatieve routes, vormt geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

2.5

Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan, binnen een straal van 4 km rondom het plangebied. Op circa 850 meter is de spoorlijn Den Bosch Diezebrug aansl. – Nijmegen (route 64) gelegen. Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet spoor. Ter hoogte van het plangebied kent deze spoorlijn geen PR 10-6 risicocontour en ook geen PAG. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de planvorming, evenals de hoogte van het groepsrisico. Op grond van Bijlage II Tabel Basisnet spoor, van de Regeling basisnet, worden over deze spoorlijn stoffen uit de categorieën A, B2, C3, D3 en D4 vervoerd. Als gevolg van deze stoffen ligt het plan binnen het invloedsgebied van toxische gassen (B2) en toxische vloeistoffen (D4). Conform de beleidsvisie dient bij initiatieven die op meer dan 300 meter van een spoorlijn gelegen zijn, invulling gegeven te worden aan de standaardverantwoording.

2

Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied als bedoeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes. Dit is een gebied van 30 m parallel aan weerszijden van bepaalde transportroutes waarover grote hoeveelheden zeer brandbare vloeistoffen worden vervoerd.

8

3

BUISLEIDINGEN

3.1

Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient tevens rekening te worden gehouden met het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risicoafstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd, de diepteligging, diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het vooral om de risico’s in het geval iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding. Maar ook andere buisleidingen kunnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid hebben dat tot over het plan reikt. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige buisleidingen consequenties kunnen hebben voor het plangebied.

3.2

Wettelijk kader Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dat betekent dat de toetsings- en bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico (PR) en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat binnen de 10-6-risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht.

3.3

Inventarisatie lokale buisleidingen Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Uit de Atlas Leefomgeving blijkt dat binnen een afstand van 580 meter van het plangebied geen hogedruk aardgasleiding aanwezig is. Het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormt geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

9

4

EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN

4.1

Inleiding Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes en door buisleidingen, dient bij de realisatie van het plan ook rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen waarvoor ook aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie.

4.2

Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit.

Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing is, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet worden overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning. De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

4.3

Inventarisatie relevante inrichtingen Met behulp van de Atlas Leefomgeving en de Signaleringskaart is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in navolgende afbeelding is de ligging van relevante inrichtingen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.

10

Afbeelding 4

Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van inrichtingen (bron: Atlas Leefomgeving)

Uit bovenstaande afbeelding is af te lezen dat het plangebied niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de nabijheid is gelegen. Geconcludeerd kan worden dat de risico’s als gevolg van inrichtingen geen belemmering vormen voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

11

5

CONCLUSIE In opdracht van Brabant Wonen is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een woongebouw met GGZ-wooneenheden gelegen aan de Verdistraat 81-81B te Oss. Aangezien het plan niet binnen het vigerende bestemmingsplan past, dient een ruimtelijke procedure doorlopen te worden. Externe veiligheid is een van de milieuaspecten die beschouwd moet worden. Transport over het water Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het water, waardoor de risico’s als gevolg van het transport over deze modaliteit geen belemmering vormt voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht voor deze transportas is niet aan de orde. Transport over de weg De rijksweg A59 (wegvak B78) ligt op een afstand van ruim 1.500 meter van het plangebied. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. De aspecten PR 10-6 risicocontour en het PAG vormen geen belemmering voor de planvorming, evenals de hoogte van het groepsrisico. Conform de beleidsvisie dient bij initiatieven die op meer dan 300 meter van een rijksweg gelegen zijn, invulling gegeven te worden aan de standaardverantwoording. Transport over het spoor Op circa 850 meter is de spoorlijn Den Bosch Diezebrug aansl. – Nijmegen (route 64) gelegen. Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet spoor.

Ter hoogte van het plangebied kent deze spoorlijn geen PR 10-6 risicocontour en ook geen PAG. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de planvorming, evenals de hoogte van het groepsrisico. Conform de beleidsvisie dient bij initiatieven die op meer dan 300 meter van een spoorlijn gelegen zijn, invulling gegeven te worden aan de standaardverantwoording. Buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een buisleiding, waardoor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleiding geen belemmering vormt voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Inrichtingen Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. De risico’s als gevolg van inrichtingen vormen geen aandachtspunt voor de planvorming waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=9b4613fb-f392-4aee-afea-b381e1a0838e