CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Verdistraat 81-81b Oss - 2023_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 2 tikstofdepoitie onderzoek okt 2024.pdf

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststellen bestemmingsplan Verdistraat 81 81b Oss - 20233.673 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

BrabantWonen OSS034 10 oktober 2024

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

BrabantWonen OSS034 20241010-OSS034-RAP-STD 2.0 Definitief 10 oktober 2024

Opsteller: CBR

-+C0CBR+-

Verificatie: JGE T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

© 2024 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+R0JGE+-

Validatie: HVG

-+V0HVG+-

INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2

Algemeen ................................................................................................................................................................. 5 Situering Natura 2000-gebieden ................................................................................................................................... 6

3.1 3.2 3.3 3.4

Landelijke wet- en regelgeving ...................................................................................................................................... 8 Voortoets.................................................................................................................................................................. 8 Passende beoordeling ................................................................................................................................................. 8 Toetsingskader buurlanden........................................................................................................................................... 9

4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.4.1 4.4.2

Algemeen ............................................................................................................................................................... 11 Referentiesituatie ..................................................................................................................................................... 11 Gebruiksfase ........................................................................................................................................................... 11 Stookinstallaties ...................................................................................................................................................... 11 Verkeer .................................................................................................................................................................. 12 Aanlegfase.............................................................................................................................................................. 13 Mobiele werktuigen .................................................................................................................................................. 13 Bouwverkeer ........................................................................................................................................................... 14

3

1

INLEIDING In opdracht van BrabantWonen is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het woningbouwplan aan de Verdistraat 81-81b te Oss. Het plan behelst de sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van twee appartementen gebouw met maximaal 39 wooneenheden (GGZ-wooneenheden en sociale huurwoningen) en twee kantoorruimten ten behoeve van de zorgwoningen. Ten behoeve van de juridisch-planologische verankering van het initiatief dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie, waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Omgevingswet is de gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever. De stikstofdepositie is op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve gevolgen veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de rekenresultaten en de bevindingen.

4

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Algemeen Het plangebied is gelegen aan de Verdistraat 81-81b te Oss. In onderstaande afbeelding is de geografische ligging van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 1

Ligging plangebied (rood kader)

Het plan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 39 wooneenheden evenals omliggende groen- en verkeersbestemmingen. Navolgende afbeelding geeft de verbeelding van het woningbouwplan gelegen aan Verdistraat weer.

5

Afbeelding 2 2023)

2.2

Indeling plangebied (bron: NB woongebouw Verdistraat te Oss, voorontwerp, d.d. 23-05-

Situering Natura 2000-gebieden Ten behoeve van de stikstofdepositieberekeningen dient rekening gehouden te worden met de Natura 2000gebieden waar een relevante bijdrage vanwege het plan verwacht kan worden. Navolgend zijn de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden opgesomd en weergegeven in de navolgende verbeelding. Aerius Calculator bepaalt automatisch de van toepassing zijnde Natura 2000-gebieden met een relevant effect. -

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche broek Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Kampina & Oisterwijkse Vennen

circa 16,2 km van plangebied circa 23,6 km van plangebied circa 24,8 km van plangebied

Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand gelegen, de locatie van het plangebied is in de verbeelding weergegeven. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000-gebieden zijn niet gelijk aan de Natura 2000-gebieden met een relevante bijdrage maar geven slechts een overzicht van de ligging van het plan ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

6

Afbeelding 3

Situering Natura 2000-gebieden (bron: Aerius calculator)

7

3

WETTELIJK KADER

3.1

Landelijke wet- en regelgeving In het kader van de toets aan de Omgevingswet wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significante gevolgen veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen en projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan of project mogelijk significante gevolgen kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden.

3.2

Voortoets Bij de voortoets in het kader van de Omgevingswet draait het om de vraag of sprake kan zijn van significante gevolgen. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan of project worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, die zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij deze toetsing wordt bekeken of de ontwikkeling afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan of project mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Van ontwikkelingen die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden, zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dit geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.

Als uit de toets blijkt dat de realisatie van de in het plan opgenomen ontwikkelingsmogelijkheden wel leidt tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige habitats waarvan de KDW al wordt overschreden of dreigt te worden overschreden door de toename van de stikstofdepositie. Waarbij tevens uit een ecologische toets blijkt dat significant negatieve gevolgen hierdoor niet kunnen worden uitgesloten, dan moet wel een passende beoordeling worden opgesteld. Ingeval een ontwikkeling een herhaling of voortzetting is van een plan of project waarvoor reeds eerder een passende beoordeling is gemaakt, kan ingevolge artikel 16.53c lid 2 van de Omgevingswet een nieuwe passende beoordeling achterwege blijven, voor zover deze redelijkerwijs geen nieuwe gegevens of inzichten kan opleveren omtrent de significante gevolgen ervan. De plan-m.e.r. die voor planologische procedures is gekoppeld aan het opstellen van een passende beoordeling is in een dergelijke situatie niet nodig. Feitelijk is er dan al een (nog steeds actuele) passende beoordeling aanwezig, die aantoont dat schadelijke gevolgen als gevolg van het plan zijn uitgesloten.

3.3

Passende beoordeling Wanneer een plan of project significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de vergunningplicht Natura 2000-activiteit een passende beoordeling opstellen vóórdat een plan kan worden vastgesteld. In geval van een project kan middels een vergunning voor een Natura 2000-activiteit de ontwikkeling worden vergund. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast.

8

Een plan of project dient rekening te houden met de in het aanwijzingsbesluit voor het betrokken gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in het voor het gebied vastgestelde beheerplan. De aanwijzingsbesluiten worden vastgesteld door de Minister van Economische Zaken. De beheerplannen worden over het algemeen vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie waarin het gebied geheel of grotendeels is gelegen, behalve voor zover de verantwoordelijkheid voor het beheer bij het Rijk ligt. Als het bevoegd gezag op grond van de passende beoordeling niet de vereiste zekerheid heeft verkregen dat een plan of project de natuurlijke kenmerken niet zal aantasten, kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld of kan het project niet vergund worden. Dat is alleen anders als er geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn, sprake is van dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen worden getroffen. In dat geval kan een plan toch worden vastgesteld c.q. een project worden vergund.

3.4

Toetsingskader buurlanden Nederland heeft met Duitsland en met België overlegd over de wijze waarop de bevoegde gezagen bij de beoordeling van aanvragen van toestemmingsbesluiten de gevolgen toetsen van activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken op buitenlandse Natura 2000-gebieden. Nederland zal voor de toetsing van activiteiten die in Nederland plaatsvinden met gevolgen voor Natura 2000-gebieden in Duitsland of België dezelfde toetsingskaders hanteren als Duitsland en België zelf. Voor de toetsing op Belgische Natura 2000-gebieden wordt verwezen naar het “Decreet over de programmatische aanpak stikstof”1, hierbij gelden de volgende drempelwaarden: 1. Bij een omgevingsvergunningsaanvraag of een ontwerp van projectbesluit voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van Habitatrichtlijn niet vereist als de impactscore2 kleiner is dan of gelijk is aan een drempelwaarde van 1%. 2. Bij een omgevingsvergunningsaanvraag of een ontwerp van projectbesluit voor een mobiliteitsgerelateerd project is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht, ten aanzien van Habitatrichtlijn, niet vereist als de impactscore kleiner is dan of gelijk is aan een drempelwaarde van 1%. 3.

Voor een omgevingsvergunningsaanvraag voor de exploitatie van een veehouderij of mestverwerkingsinstallatie is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van Habitatrichtlijn niet vereist als de impactscore kleiner is dan of gelijk is aan een drempelwaarde van 0,025%. Voor de toetsing op Duitse Natura 2000-gebieden geldt het volgende toetsingskader: 1. Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000gebied in Duitsland een toename van stikstofdepositie van meer dan 7,14 mol per hectare per jaar veroorzaakt, is er geen bezwaar tegen het verlenen van toestemming voor deze activiteit. Dit stikstofaspect staat een vergunningverlening door het Nederlandse bevoegde gezag dan niet in de weg. 2. Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied meer dan 7,14 mol per hectare per jaar aan stikstofdepositie veroorzaakt, maar minder dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waar de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositiewaarde, verzoekt het Nederlandse bevoegd gezag aan het desbetreffende Duitse bevoegd gezag om vast te stellen of in cumulatie sprake kan zijn van significante gevolgen.

Als het Duitse bevoegd gezag vaststelt dat daarvan geen sprake is, staat dit stikstofaspect vergunningverlening door het Nederlandse bevoegd gezag niet in de weg.

1

Decreet over de programmatische aanpak van stikstof, goedgekeurd door Vlaams Parlement d.d. 24 januari 2024. 2 De impactscore is de procentuele bijdrage van jouw exploitatie aan de kritische depositiewaarde (KDW) voor de actuele oppervlakten habitattypen in de speciale beschermingszones aangewezen in uitvoering van de Habitatrichtlijn. 9

3.

Wanneer een project of handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied aan stikstofdepositie meer veroorzaakt dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waarvan de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositie waarde, heeft het desbetreffende Nederlandse bevoegd gezag overleg met het desbetreffende Duitse bevoegd gezag. Zij zullen gezamenlijk bezien of en zo ja onder welke voorwaarden toestemming mag worden verleend. Ingeval het gaat om een project met mogelijk significante gevolgen als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn, stelt degene die voornemens is het project te realiseren, daartoe een passende beoordeling op.

10

4

BEREKENINGSSYSTEMATIEK

4.1

Algemeen Ten behoeve van de berekening van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden is een rekenmodel opgesteld met behulp van AERIUS Calculator, versie 2024.0.13. AERIUS Calculator rekent op basis van het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM en de Standaardrekenmethode 2 (SRM-2) uit artikel 8.10 van de Omgevingsregeling. In het kader van een voortoets dient beschouwd te worden of het plan afzonderlijk – of in combinatie met andere plannen – significante gevolgen ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden heeft.

Referentiesituatie Bij een voortoets moeten de gevolgen van het plan worden bezien in relatie tot de referentiesituatie. Ingevolge de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt als referentiesituatie bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan ter vervanging van het geldende bestemmingsplan: de huidige – legale – feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan.

Beoogde situatie (gebruiksfase & aanlegfase) Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet zowel bij de voortoets als in de passende beoordeling van een bestemmingsplan worden uitgegaan van de representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden die een plan biedt, en niet van een inschatting van wat er in werkelijkheid zal gaan gebeuren of wat er wordt beoogd. De achterliggende gedachte is dat alle mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt in de praktijk kunnen worden benut en dat de plantoets dus moet uitwijzen of ook in dat geval negatieve gevolgen voor een Natura 2000-gebied zijn uit te sluiten.

4.2

Referentiesituatie Ter plaatse van het plangebied vinden geen relevante activiteiten plaats in de referentiesituatie. Ten behoeve van de referentiesituatie is in onderhavig onderzoek derhalve ervan uitgegaan dat er geen relevante stikstofemissies naar de lucht plaatsvinden ter plaatse van het plangebied.

4.3

Gebruiksfase De voor stikstofdepositie relevante bronnen betreffen de verkeersbewegingen ten gevolge van het plan en de stikstofemissies ten gevolge van stookinstallaties van de te realiseren woonfuncties. Voor de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2026. De uitgangspunten zijn in navolgende paragrafen beschreven. Bijlage B1.1 geeft een weergave van de invoergegevens.

4.3.1

Stookinstallaties Middels de inwerkingtreding van de Wet voortgang energietransitie op 1 juli 2018 is voor netbeheerders de aansluitplicht op het landelijk gastransportnet voor nieuwbouwwoningen vervallen. Op deze vervallen aansluitplicht is echter bij de realisatie van wooneenheden de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing conform de Regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht. Met de inwerkingtreding van deze Regeling heeft het college van Burgemeester en Wethouders de mogelijkheid om voor een gebied een ontheffing te verlenen voor het realiseren van een gasaansluiting. De mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing overeenkomstig de Regeling wordt in het onderhavige plan uitgesloten. Er vinden derhalve géén relevante emissie naar de lucht plaats ten gevolge van gasgestookte

3 https://calculator.aerius.nl/calculator/

11

stookinstallaties. De NOx-emissie van het plan bedraagt derhalve 0,0 kg/jaar. De voor stikstofdepositie relevante bronnen betreffen de verkeersbewegingen ten gevolge van het plan en worden navolgend beschreven.

4.3.2

Verkeer Ten gevolge van het woningbouwplan vindt een verkeersaantrekkende werking plaats. In de bepaling van de stikstofdepositie is rekening gehouden met het arriverend en vertrekkend verkeer binnen het plan. De verkeersgeneratie uit het onderzoek is bepaald met behulp van de publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie van het CROW. Ten aanzien van het onderzoeksgebied en de stedelijkheidsgraad is uitgegaan van “matig stedelijk, rest bebouwde kom” Tabel 1

Verkeersgeneratie

Type Kamerverhuur, zelfstandig (nietstudenten) Huur, appartement, midden/goedkoop Totaal

Aantal

Kental verkeersgeneratie [bewegingen]

Verkeersgeneratie weekdag [bewegingen/etmaal]

20

2,1

42

19

3,6

68 110

De maximale verkeersgeneratie per weekdag bedraagt, overeenkomstige tabel 1, 110 verkeersbewegingen per etmaal. Het verkeer is gemodelleerd middels een doorgaande beweging meegenomen via de Joannes Zwijsenlaan naar het plangebied en tot aan de Vivaldistraat en de Dr. Saal van Zwanenbergsingel. De verkeersgeneratie is gemodelleerd middels het itemtype ‘wegverkeer – binnen bebouwde kom’. Uit onderzoek van TNO4 is gebleken dat de emissie van wegverkeer kort na het starten met een koude motor, veel hoger is dan de emissie tijdens het rijden. Dit wordt de ‘koude start’ genoemd. Het aantal koude starten is toegevoegd onder sector “Koude start: Overig”. Navolgende verbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen in de gebruiksfase.

4 Emissiefactoren wegverkeer 2024, TNO 2024 R11049, d.d. 4 juni 2024

12

Afbeelding 4

4.4

Grafische weergave gehanteerde bronnen gebruiksfase

Aanlegfase Aanvullend is een berekening uitgevoerd naar de aanlegfase. Navolgend worden de uitgangspunten voor de berekening naar de aanlegfase beschreven. Bijlage B1.2 geeft een weergave van de invoergegevens.

4.4.1

Mobiele werktuigen Ten behoeve van de aanlegfase van het plan zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen. Om de NOxen NH3-emissie van de mobiele werktuigen te bepalen wordt gebruik gemaakt van de draaiuren van de mobiele werktuigen. De berekende emissie is berekende overeenkomstig de AERIUS methodiek zoals geactualiseerd door TNO in 20215. Deze TNO methodiek maakt gebruik van de invoer van; het vermogen (kW), de belasting (%) en de motortechnologie (STAGE-klasse) om het brandstofverbruik te bepalen. Vervolgens worden aan de hand van de NOx- & NH3-emissiefactoren voor brandstofverbruik de NOx- & NH3-emissie per werktuig berekend. Voor de aanlegwerkzaamheden zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen. Aangezien de exacte uitvoeringswijze en het in te zetten materiaal nog onbekend is, is het aantal uren inzet van mobiele werktuigen gebaseerd op bureauervaringscijfers. De uitvoering van het plan start in 2025 en de werkzaamheden worden in een worstcase situatie in 1 jaar uitgevoerd. Bijlage B2 geeft een volledige weergave van de gehanteerde uitgangspunten en de berekende emissie.

5 TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot

van mobiele werktuigen, 13 december 2021

13

4.4.2

Bouwverkeer In de navolgende berekening is ervan uitgegaan dat ten behoeve van de aanleg 410 voertuigen (820 bewegingen) zwaar verkeer en 205 voertuigen (410 bewegingen) middelzwaar verkeernodig zijn ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmateriaal. Daarnaast wordt rekening gehouden met 20 voertuigen (40 bewegingen) licht verkeer per etmaal voor het arriveren en vertrekken van uitvoerders en ondersteunend personeel. Het verkeer is gemodelleerd middels een doorgaande beweging meegenomen via de Joannes Zwijsenlaan naar het plangebied en tot aan de Vivaldistraat en de Dr. Saal van Zwanenbergsingel. De verkeersgeneratie is gemodelleerd middels het itemtype ‘wegverkeer – binnen bebouwde kom’. Daarnaast is rekening gehouden met de koude start van het verkeer. Volgens het TNO rapport Emissiefactoren wegverkeer 20236 kunnen koude start emissies gekoppeld worden aan de locaties waar verkeer langer dan twee uur geparkeerd staat. Het zwaar (vracht-)verkeer voor de aan- en afvoer van bouwmateriaal zal echter maar enkele minuten geparkeerd staan. Voor de aanleg gelden de koude start emissies dus enkel voor de uitvoerders en het ondersteunend personeel. Het aantal koude starten is toegevoegd onder sector “Koude start: Overig”. Navolgende verbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen in de aanlegfase.

Afbeelding 5

Grafische weergave gehanteerde bronnen aanlegfase

6 Emissiefactoren wegverkeer 2023 TNO 2023 R11202 d.d. 22 juni 2023

14

5

REKENRESULTATEN EN BEOORDELING Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de stikstofdepositiebijdrage vanwege de gebruiks- en aanlegfase berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het plan relevante Natura 2000-gebieden. In bijlage B1.1 en B1.2 zijn voor zowel de uitgevoerde berekening naar gebruiksfase als de aanlegfase weergegeven middels de Aerius PDF-export. Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situatie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. Het onderhavige plan zal afzonderlijk – of in combinatie met andere plannen – geen relevante significante cumulatieve effecten kunnen veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan.

15

6

CONCLUSIE In opdracht van BrabantWonen is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het woningbouwplan aan de Verdistraat 81-81b te Oss. Het plan behelst de sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van twee appartementen gebouw met maximaal 39 wooneenheden (GGZ-wooneenheden en sociale huurwoningen) en twee kantoorruimten ten behoeve van de zorgwoningen. Ten behoeve van de juridisch-planologische verankering van het initiatief dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie, waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situatie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. Het onderhavige plan zal afzonderlijk – of in combinatie met andere plannen – geen relevante significante cumulatieve effecten kunnen veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan.

16

BIJLAGEN

B1 AERIUS

B1-1

B1.1 Gebruiksfase

B1-2

B1.2 Aanlegfase

B1-3

B2 EMISSIEBEPALING

B2-1

Emissiebepaling aanleg Rekenjaar Projectnummer

2025 OSS034

Mobiele Werktuigen Naam Sloopkraan Betonstorter Graafmachine Hijskraan Laadschop Trilplaat Verreiker

STAGE Klasse

Motorbelasting/ aandrijving

STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE II STAGE IV

Beperkt - vaste as Constant - transmissie Constant - transmissie Constant - transmissie Constant - transmissie Constant - transmissie Constant - transmissie

Inzet

Wisselend Continue Continue Continue Continue Continue Continue

Bouwjaar

Vermogen [kW]

Classificatie tabel TNO

Motorefficientie [%]

Belasting [%]

2018 2018 2018 2018 2018 2005 2018

125 200 100 200 100 10 70

D D D D D X D

92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 92,2745% 105,1010% 92,2745%

25,3% 38,0% 36,7% 38,0% 36,7% 38,0% 36,7%

Stationair Interne verliezen draaien [%] [%]

Dieselkental [L/uur]

Bedrijfsduur [uren]

Dieselverbruik [L]

AdBlue verbruik [L]

NOxemissie [kg]

NH3emissie [kg]

359,3 3398,6 3563,4 8847,2 3563,4 167,4 1995,5

21,6 203,9 213,8 530,8 213,8 0 119,7

2,14 19,30 21,29 50,23 21,29 5,84 12,42 132,52

0,09 0,82 0,86 2,12 0,86 0,00 0,48 5,22

45% 30% 30% 30% 30% 30% 30%

12% 3% 3% 3% 3% 3% 3%

8,98 17,98 8,69 17,98 8,69 1,02 6,08

40 189 410 492 410 164 328

Voertuigen per dag 20

Bewegingen per dag 40 0 0

Voertuigen totaal

Bewegingen totaal 0,0 410,0 820,0

Bouwverkeer Categorie Lichtverkeer Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer

205,0 410,0

Totaal Mobiele werktuigen:

Bouwverkeer:

Per jaar 132,5 kg NOx 5,2 kg NH3

14.600,0 bewegingen licht verkeer 410,0 bewegingen middelzwaar 820,0 bewegingen zwaar

132,5 kg NOx 5,2 kg NH3 14.600,0 bewegingen licht verkeer 410,0 bewegingen middelzwaar 820,0 bewegingen zwaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=4c7e3e9e-1e55-4cb6-900f-31e88808c7e1